Tagarchief: Schotland

Shetland – Up Helly Aa

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Shetland, ook wel bekend onder de naam Shetlandeilanden, is een Schotse archipel op de grens van de Noordzee en de Noorse Zee, ten noordoosten van de Orkneyeilanden, die op hun beurt weer ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Locatie van Shetland, op de kaart in de rechterbovenhoek (© Eric Gaba/NordNordWest/Uwe Dedering / publiek domein)

Shetland omvat zo’n 100 eilanden, waarvan er 15 bewoond zijn. Het grootste eiland is het centraal gelegen Mainland, dat bijna 19.000 inwoners telt.
Ook de hoofdstad Lerwick (ruim 7.000 inwoners) is hier gelegen.
De totale bevolking bedraagt ruim 23.000.

Kaart van Shetland (© Finlay McWalter / publiek domein)

De archipel werd in eerste instantie bevolkt door de Picten, totdat de Vikingen in de 7e of 8e eeuw binnenvielen en de eilanden koloniseerden.
En hoewel zowel Shetland als Orkney in 1472 overgingen naar de Schotse Kroon, bleef het van het Oudnoors afgeleide Noors tot in de 18e eeuw de voertaal op de eilanden, totdat het Engels uiteindelijk de boventoon ging voeren.

Up Helly Aa

Up Helly Aa is de ietwat mysterieus aandoende naam van de belangrijkste feestdag van Shetland, die altijd op de laatste dinsdag van januari valt.
De oorsprong van de naam Up Helly Aa is niet geheel duidelijk, maar komt deels waarschijnlijk uit het Oudnoors. De naam (en het feest) houden in ieder geval verband met het einde van de joelperiode, het slot van de van oorsprong Scandinavische midwintervieringen.

‘Up’ betekent in dit geval dus ‘op’, in de zin van ‘einde van’, ‘helly’ is ‘heilig’, samengevoegd met ‘aa’ (‘helly aa’ dus), zou het ‘heiligendag’ (‘holy day’) kunnen betekenen. Vrij vertaald kom je dan tot ‘einde van de heilige dagen’.

Brandende teervaten

Up Helly Aa is een uitbundig volksfeest, waarvan de grootste viering in hoofdstad Lerwick plaatsvindt.
In de 19e eeuw bestond het feest eruit dat jongemannen brandende vaten met teer door de straten droegen of op sledes voorttrokken, daarbij zoveel mogelijk herrie veroorzakend door middel van hoorns, trommels en luid gezang.
De autoriteiten hadden gedurende die tijd de nodige zorgen aangaande de veiligheid (de brandende vaten met teer) in samenhang met de openbare dronkenschap. De locale  Total Abstinence Society (Totale Onthoudingsvereniging) speelde een rol in het tegengaan daarvan.

Voor zover bekend het oudste document (1877) waar Up Helly Aa wordt genoemd (met een andere spelling: Uphelly ‘a) (publiek domein)

Vanaf 1874 groeide het verzet tegen deze vorm van feestvieren en vanaf 1880 werd het verboden en vervangen door fakkeloptochten, waarvan de eerste in 1881 plaatsvond.

Guizers

De daaropvolgende jaren werd de oude Vikingtijd steeds meer in het feest geïntegreerd, wat in 1889 leidde tot het bouwen van een replica vikingschip dat als hoogtepunt van Up Helly Aa in brand werd gestoken en dat tot op de dag van vandaag onderdeel van het feest is.

Up Helly Aa Vikingen in 1906 (publiek domein)

Daarmee werd het ook een verkleedfeest: mannen die in de stoet meeliepen (de zogenaamde ‘guizers’) begonnen zich steeds vaker als Vikingen te verkleden en tegenwoordig is dat de standaard.
Uit de gelederen werd een hoofdguizer benoemd die de benaming jarl kreeg, een titel die in het Engels bekend is als earl. De eerste jarl werd in 1882 benoemd.

Jarl John Nicholson, in de rol van Thorstein Egilsson, en zijn assistent, bij het Up Helly Aa-plakkaat in Lerwick, in 2019 (screenshot)

Vanaf 1889 wordt er aan het Market Cross, in het centrum van Lerwick, ’s morgens om zes uur een plakkaat opgehangen. Oorspronkelijk stonden hier instructies op, maar na verloop van jaren kwam er steeds meer bij, waaronder Up Helly Aa-liedteksten, maar ook grappige verhalen.
De guizers marcheren rond half negen door de stad, daarna wordt er ontbeten. Hierna gaat men het plakkaat bij het Market Cross lezen.
Doorgaans staan er dan een ontvangst op het stadhuis en een bezoek aan het Shetland Museum op het programma.

De fakkeloptocht in Lerwick (screenshot)

Zodra het tegen vijven donker is, gaat de fakkeloptocht met het vikingschip van start. Aan het einde van de processie worden de fakkels in het schip geworpen, waarna het in vlammen opgaat.

Het replica-vikingschip trekt door de straten (screenshot)

Na de processie bezoeken de guizers lokaliteiten zoals scholen, sportfaciliteiten en hotels, waar privéfeesten worden gehouden. Op iedere locatie voert een groep guizers een act op, wat een parodie kan zijn op een populaire tv-show of film, een sketch over lokale evenementen, of zang of dans.

Bij het eindpunt aangekomen verzamelt de menigte zich rond het schip (screenshot)

Up Helly Aa wordt niet alleen in Lerwick gevierd, over de eilanden verspreid zijn er nog tien festivals, maar dan aanzienlijk kleiner.
Het zijn juist die kleinere festivals waar voor het eerst vrouwen als guizers werden toegelaten, zoals vanaf 2015 in South Mainland. Sinds 2023 kunnen vrouwen ook in Lerwick deelnemen.

De fakkels verdwijnen in het schip, dat vervolgens in vlammen opgaat (screenshot)

De vlag

Vlag van Shetland (1969/2005-heden)

De vlag van Shetland is blauw met een wit Scandinavisch kruis. Ze werd in 1969 ontworpen door twee studenten, Roy Grønneberg en Bill Adams.
De aanleiding was de 500e verjaardag van de overgang van de Scandinavische heerschappij naar de Schotse Kroon, die de facto inderdaad in 1469 plaatsvond, maar pas officieel in 1472.

Links: Roy Grønneberg (1947-1997) / Rechts: Bill Adams (fotograaf onbekend)

Gezien de Scandinavische roots van Shetland is het niet verwonderlijk dat er juist voor het Scandinavische kruis werd gekozen.
De gebruikte kleuren echter, blauw en wit, symboliseren de verbondenheid met Schotland.
Sinds 1540 gebruikt Schotland als vlag een wit andreaskruis op een blauw veld.

Vlag van Schotland (1540-heden)

De eilandvlag was onmiddellijk populair en was (hoewel toen nog niet officieel goedgekeurd) al gauw zowel op land als op zee overal te zien.
In 2005 werd de vlag na 36 jaar officieel goedgekeurd en vastgesteld door de Lord Lyon King of Arms, de heraldische autoriteit van Schotland.
Twee jaar later stelde de eilandraad een speciale vlagdag in op 21 juni, de langste dag van het jaar, een dag die door een ander noordelijk gebied, Groenland, gebruikt wordt als nationale dag.

Gelijkenis met Hvítbláinn

De vlag van Shetland is exact gelijk aan de eerste (onofficiële) IJslandse vlag, die bekend staat als Hvítbláinn (‘de wit-blauwe’).
Als overzees gebiedsdeel gebruikte IJsland vroeger de Deense vlag, de Dannebrog.
op 13 maart 1897 echter deed de dichter Einar Bendiktsson een voorstel in het dagblad Dagskrá om een eigen vlag in te voeren: een blauwe vlag met een wit Scandinavisch kruis, net als de kleuren van het IJslandse wapen.

Ongedateerde foto van Einar Benediktsson (1864-1940) (publiek domein)

Het voorstel voor deze vlag sloeg aan bij de bevolking, zeker bij groepen die onafhankelijkheid van Denemarken nastreefden, maar de Deense Koning Christiaan IX verzette zich tegen dit ontwerp, dat volgens hem teveel leek op de marinevlag van Griekenland.
De Hvítbláinn leidde een min of meer ondergronds bestaan, totdat de koning in 1913 per Koninklijk Besluit bekend liet maken dat IJsland het recht had om een vlag te voeren en dat het ontwerp door hem goedgekeurd diende te worden.

Vlag van IJsland (1913/1915-heden)

Daarmee viel het doek voor de wit-blauwe vlag: in 1915 keurde de koning het nieuwe ontwerp uit 1913 goed, waarbij er een smaller rood Scandinavisch kruis aan het blauw-witte ontwerp werd toegevoegd.

Schotland – Burns Night / Burns-nacht (1801)

Burns Night (Schots: Burns Nicht) herdenkt de geboorte van de Schotse dichter Robert Burns in 1759. De dag van vandaag staat ook wel bekend als Robert Burns Day, Robbie Burns Day of Burns Supper.

robert burns
Robert Burns (publiek domein)

Robert Burns (1759-1796) is een van Schotland’s bekendste dichters, zo niet de bekendste. Zijn gedicht/lied Auld Lang Syne (1788) kennen we ook nu nog en komt vooral langs bij Nieuwjaarsvieringen. Hij schreef zijn gedichten oorspronkelijk in het dialect van Ayrshire.
Oud is hij niet geworden: hij stierf door hartproblemen op 37-jarige leeftijd.

Traditioneel Schots gerecht op Burns Night: haggis, netties (koolraap) en tatties (aardappelpuree) (fotograaf onbekend)

Om hem te gedenken worden al sinds 1801 ieder jaar diners (Burns Supper) gegeven, zowel formeel als informeel. Het is Schots wat de klok slaat: er wordt Schots gegeten, zoals haggis (een vleesgerecht gemaakt van schapen-hart, -long en -lever) en cranachan (een toetje waar whisky in verwerkt wordt), er wordt Schots gedronken (whisky uiteraard), Schotse muziek ten gehore gebracht en natuurlijk worden er gedichten van Burns voorgedragen.

“Piping in the haggis”: de haggis wordt binnengebracht voorafgegaan door een doedelzakspeler (© Visit Scotland)

De haggis is het hoofdgerecht en die wordt meestal met de nodige ceremonie binnengebracht (als het even kan met doedelzak-begeleiding) en allen gaan staan.

auld lang syne
Auld Lang Syne bladmuziek

Bij sommige diners wordt ook gezongen (uiteraard teksten van Burns) en/of gedanst. Traditioneel wordt het diner afgesloten met het zingen van Auld Lang Syne, waarbij iedereen gaat staan en elkaars hand vasthoudt.

Kaart van Schotland (© freeworldmaps.net)

De vlag(gen)

Vlag van Schotland (1540-heden)

De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.

Lion Rampant of Scotland

Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).

Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.

Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots.
Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant).
In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.

De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:

Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland

De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland.
Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp).
Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.

De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)

De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.

Gebruik Lion Rampant

Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet.
Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!

De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire.
De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.

Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)

Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.

Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissioner zien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)

Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.

Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.

Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)

Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!

Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Schotland – Là Naomh Aindrea / Saint Andrew’s Day / Sint-Andreasdag

Drie vlaggen vandaag. Vlaggen 1 en 2:

30 november is de naamdag van Saint Andrew (Sint Andreas). Andreas was één van de discipelen van Jezus en sinds de 11e eeuw bekend als beschermheilige van Schotland (hij is dit ook van Griekenland, Roemenië, Rusland, Polen en Oekraïne).

Sint Andreas (tussen 5 en 10 v. Chr.-60 na Chr.) op een 19e eeuwse ansichtkaart

Sinds 2006 is St. Andrew’s Day (Là Naomh Aindrea in het Schots Keltisch) een officiële feestdag en dient de Schotse vlag te wapperen van ‘alle gebouwen met een vlaggenstok’. Voorheen werd er ook al gevlagd, maar dat was met de Britse vlag, de zgn. Union Flag of Union Jack.

Kaart van Schotland (freeworldmaps,net)

De vlag(gen)

Vlag van Schotland (1540-heden)

De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.

Lion Rampant of Scotland

Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).

Lion Rampant of Scotland

Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.

Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots.
Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant).
In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.

De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:

Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland

De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland.
Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp).
Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.

De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)

De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.

Gebruik Lion Rampant

Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet.
Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!

De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire.
De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.

Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)

Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.

Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissioner zien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)

Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.

Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.

Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)

Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!

Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Verenigd Koninkrijk – Remembrance Day – Armistice Day / Herdenkingsdag – Wapenstilstand

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 107 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. De 11e november is sinds die tijd een officiële herdenkingsdag in het Verenigd Koninkrijk en in de landen van het Gemenebest.

Exacte cijfers over het aantal doden zijn er niet, maar het totale aantal slachtoffers wordt geschat op 40 miljoen, waarvan zo’n 1 miljoen Britten.

Remembrance Day poppies.jpg
Poppy Day (Klaproosdag) (© Royal British Legion)

Op deze dag, die in het Verenigd Koninkrijk ook wel Poppy Day (Klaproosdag) genoemd wordt (naar het symbool van hoop uit deze oorlog), worden er twee minuten stilte in acht genomen. Daarna worden er kransen gelegd.
Dit wordt meestentijds georganiseerd door lokale afdelingen van de Royal British Legion, bij de meeste oorlogsmonumenten in het Verenigd Koninkrijk om 11.00 uur, met twee minuten stilte.

Big Ben (eigenlijk de Elizabeth Tower) geeft elf uur aan (screenshot)

De stilte wordt ook uitgezonden als een speciaal programma op de BBC, met een voice-over die gewoonlijk zegt: “Dit is BBC One. Nu op het 11e uur, van de 11e dag van de 11e maand. De traditionele stilte van twee minuten voor Wapenstilstand.”
Het programma begint met een close-up van de klok van de Big Ben die 11 uur slaat, waarna het programma verschillende delen van de wereld laat zien waar deze traditie ook bestaat. Het programma eindigt met een hoornblazer die “The Rouse” speelt, waarna de normale programmering wordt hervat.

De kransleggingen bij The Cenotaph vinden plaats op Remembrance Sunday, dat is de zondag die het dichtst bij de 11e november ligt. Dit jaar was dat dus de 9e november, eergisteren.

Remembrance Day zelf is altijd de 11e november, een dag die waar overigens niet alleen in het Verenigd Koninkrijk bij wordt stilgestaan, maar ook door de meeste Gemenebest-landen. Ook in België en Frankrijk is dit een belangrijke herdenkingsdag. In de Verenigde Staten wordt deze dag Veterans Day genoemd.

Catherine, de prinses van Wales, legde vandaag een krans bij het National Memorial Aboretum in Alrewas, Staffordshire (screenshot BBC-tv)

De vlag

De Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk (1801-heden)

De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).

De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165. De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire en stamt van rond 1780.

Combinatie

De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.

Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag  werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.

vlag uk ontwikkeling

Voorrang

Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!

Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen dat men zou zeggen dat het Ierse kruis op het Schotse kruis ligt, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een veel sympathiekere uitleg, want zo wordt er niemand ‘voorgetrokken’, maar toch is de eerste versie de officiële!

Edinburgh – Opening van het Schotse Parlement (1999)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 4:

Deze datum herinnert aan de 1e juli 1999: de datum waarop koningin Elizabeth II het opnieuw ingestelde Schotse parlement opende, vandaag dus 26 jaar geleden.

Schotland was voordat het met Engeland werd samengevoegd via de Acts of Union uit 1707 een onafhankelijk koninkrijk met zijn eigen parlement. Dit parlement bestond sinds circa 1235. In eerste instantie kwamen de vertegenwoordigers uit de adel (ridders) en grootgrondbezitters. Vanaf 1326 zijn er drie groepen in het parlement te onderscheiden: de adel, de geestelijkheid en de zogenaamde (royal) burghs. Vertegenwoordigers van die laatste groep kwamen uit dorpen of steden die via een royal charter bepaalde rechten, plichten en vrijheden hadden.

edinburg past
Links: Parliament Hall in Edinburgh Castle, vergaderzaal van het Schotse parlement van 1639 tot 1707 (© leithhistory.co.uk) / Rechts: Acts of Union uit 1707

Dit éénkamer-parlement had beslissingsbevoegdheid in zaken als belastingen, wetgeving, justitiële zaken, buitenlandse zaken en kon ook oorlogsverklaringen doen uitgaan.

Zoals gezegd: vanaf 1707 werden Schotland en Engeland samengevoegd, waarbij zowel de Schotse als Engelse parlementen werden ontbonden. Daarvoor in de plaats kwam het Parliament of Great Britain, gevestigd in Westminster, Londen. Dit parlement werd in 1800 opgevolgd door het Parliament of the United Kingdom bij de Acts of Union, toen Ierland er bij kwam. Na de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, die in 1906 begon en in 1921 tot de definitieve onafhankelijkheid (minus Noord-Ierland) leidde met het Anglo-Iers Verdrag, ontstond het Verenigd Koninkrijk zoals we dat nu nog kennen.

Fast forward naar het recente verleden: met een referendum in Schotland in 1997 koos een meerderheid van de bevolking voor devolution, het loskoppelen van bepaalde onderdelen van de wetgevende macht vanuit Westminster, naar een nieuw op te richten Schots parlement. In de Scotland Act van 1998, werd vastgelegd waar het nieuwe parlement iets over te zeggen kreeg en waarover niet. Zoals de acte het stelt: het Schotse parlement heeft de macht om wetgeving in te voeren, die niet specifiek (in de praktijk is dat landelijk) het ‘domein’ is van Westminster. Gebieden waarbij de Schotten hun eigen boontjes kunnen doppen, zijn bv. onderwijs, gezondheid, landbouw en justitie.

Het nieuwe Schotse parlement kwam voor het eerst bijeen op 12 mei 1999, maar werd een aantal weken later, op 1 juli officieel geopend. Totdat het nog te bouwen eigen onderkomen gereed was, kwam het parlement bijeen in de General Assembly Hall van de Church of Scotland.

edinburg 1999
Officiële opening van het Schotse parlement door koningin Elizabeth, 1 juli 1999 (screenshots)

Sinds september 2004 resideert het parlement in een gloednieuw gebouw, ontworpen door de Spaanse architect Enric Miralles (1955-2000).

edinburg portret
Enric Miralles (1955-2000)

Het was zijn laatste ontwerp, hij stierf tijdens de bouw, vier jaar voor de oplevering. Opnieuw was koningin Elizabeth present om het nieuwe gebouw officieel te openen, op 9 oktober 2004.

edinburg queen
Koningin Elizabeth opent de nieuwe parlementszaal, 9 oktober 2004 (screenshots)
edinburg zaal
De nieuwe zaal tijdens de inauguratie, rechts de Schotse kroon, 9 oktober 2004 (screenshots)

De nieuwe behuizing is gevestigd in de wijk Holyrood en die naam is inmiddels synoniem geworden met het parlementsgebouw.

Zaal Schots parlement
Vergaderzaal van het Schotse parlement (© parliament.scot)

Het bestaat uit één Kamer met 129 parlementsleden. Momenteel is de zetelverdeling: Scottish National Party (SNP) (60), Conservative (30), Labour (23), Green (7), Liberal Democrats (5), Alba Party (1), onafhankelijken (2) + de kamervoorzitter Alison Johnstone.

edinburg parlement
Het logo van het Schotse parlement en het huidige parlementsgebouw uit 2004 (© introducingedinburgh.com)

Naast de Engelse naam Scottish Parliament heeft het ook officiële namen in de andere twee talen, het Schots Keltisch en het Schots, respectievelijk Pàrlamaid na h-Alba en Scots Pairlament.

De vlag

Vlag Edinburgh
Vlag van Edinburgh

De vlag van de Schotse hoofdstad lijkt zó uit een sprookjesboek te zijn gehaald. Tegen een witte achtergrond is een zwart kasteel met drie torens afgebeeld. Het metselwerk is wit gevoegd. De drie gekanteelde torens hebben halfronde daken in rood, met op iedere toren een naar de broeking wapperende rode vlag. De twee hoektorens hebben ieder één venster in rood. Het hoofdgebouw in het midden heeft twee vensters en een poort in rood. Een zwarte trap met acht treden loopt in uitlopend perspectief naar de vlagrand. Het kasteel is geplaatst op een rotspartij die de rest van de onderkant van de vlag inneemt. De rotspartij is uitgevoerd in de kleuren oker, roodbruin en donkergroen.

Edinburgh Castle
Edinburgh Castle (© viator.com)

Het kasteel stelt Edinburgh Castle voor, hoewel het er in de verste verte niet op lijkt! De afbeelding komt voor het eerst voor op het stadszegel, wat gebruikt werd bij officiële documenten en gaat in ieder geval tot de 16e eeuw terug. Daarna pas duikt het kasteel op in het stadswapen en aan het begin van de 18e eeuw werd het officieel aangenomen, nu ook als vlag, door de Court of the Lord Lyons, het Schots heraldisch instituut, wat al sinds de 14e eeuw bestaat.

edinburg wapens
Links: stadszegel van Edinburgh met een vroege voorstelling van het kasteel / Rechts: wapen van Edinburgh met op het schild het kasteel zoals we het nu nog kennen, het motto luidt: Nisse Dominus Frustra (Zonder God is alles tevergeefs)

De vlag zullen we echter meestal tevergeefs zoeken in het stadsbeeld. De enige die haar bij gelegenheid gebruikt, is de Lord Provost van Edinburgh, een positie die vergelijkbaar is met die van de Lord Mayor of London, het is een soort ereburgemeesterschap, dat sinds 1667 bestaat. De functie is voornamelijk ceremonieel. De huidige Lord Provost is Robert Aldridge (SLD), die in 2022 werd gekozen. Áls de stadsvlag wordt uitgestoken, is dat vanuit de Council Headquarters.

De afbeelding van het kasteel wordt verder o.a. gebruikt door de Royal High School, Hibernian FC en de University of Edinburgh.

edinburg logos
Logo’s waarop het kasteel ook gebruikt wordt, v.l.n.r.: Royal High School, met het motto Musis Respublica Floret (De staat bloeit met de muzen) / Hibernian FC / University of Edinburgh (met slechts één van de drie torens)

Edinburgh Castle, hoog op een rots boven de stad verheven bestaat al sinds de 11e eeuw, hoewel het aanzien door de eeuwen heen veelvuldig veranderde. Het oudste nog bestaande bouwwerk binnen de vestingmuren is St. Margaret’s Chapel uit de 12e eeuw. Het grootste gedeelte van het kasteel anno nu werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Vanwege zijn bijzondere ligging is het naast een koninklijk onderkomen ook belangrijk geweest als fortificatie en werd het veelvuldig belegerd en ook een aantal malen veroverd.

Sinds de 15e eeuw verkozen de koningen en koninginnen van Schotland het Palace of Holyroodhouse als residentie, verderop in de stad. Dit paleis bestaat nog steeds en dient ’s zomers een week lang als koninklijk verblijf voor koning Charles, voordat hij aan zijn twee maanden durende zomervakantie begint in Balmoral Castle, in de buurt van Aberdeen.

edinburg paleizen
Links: Palace of Holyrood (© edinburgh.ie) / Rechts: Balmoral Castle (© visitscotland.com)

In Edinburgh Castle worden ook de Schotse kroonjuwelen of Honours of Scotland bewaard: de kroon (uit 1540), de scepter (uit 1494) en het zwaard van staat (uit 1507).

Schotse kroonjuwelen
De Schotse kroonjuwelen

Tot slot: de vlag van Edinburgh kwam ook voor op de persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh), de in 2021 overleden echtgenoot van wijlen koningin Elizabeth. Net als de Britse koninklijke standaard was deze vlag een heraldische banier.

Vlag prins Philip
Persoonlijke standaard van prins Philip (hertog van Edinburgh)

Als geboren prins van zowel Denemarken als Griekenland is het niet verwonderlijk dat de wapens van die landen in zijn standaard zijn opgenomen en wel in de kwartieren I en II. Het Deense koninklijke wapen bestaat uit drie zogenaamde gaande leeuwen van azuur (blauw), getongd van keel (rood) en gekroond van goud (geel), op een gouden (geel) veld met negen rode harten (symbolen voor waterlelies). Het Griekse koninklijke wapen is een blauw veld met daaroverheen een wit kruis. Kwartier III is het wapen van Mountbatten (tot aan de Eerste Wereldoorlog was dat Battenberg): vijf verticale balken in wit, zwart, wit, zwart, wit. Kwartier IV is het wapen (in dit geval eigenlijk de vlagversie) van Edinburgh.

De prinselijke standaard was alleen in gebruik tijdens solo-optredens van de prins. Als hij zijn vrouw vergezelde had haar koninklijke standaard ‘voorrang’ op zijn prinselijke. Zijn standaard was voor het laatst te zien tijdens zijn uitvaart op 17 april 2021, toen deze zijn kist bedekte.

De prinselijke standaard van prins Philip bedekt zijn doodskist tijdens zijn uitvaartdienst in St. George’s Chapel in Windsor, op 17 april 2021. Duidelijk zichtbaar Is Kwartier IV met het kasteel (screenshot)

Met hartelijke dank aan Philip Tibbetts van de Court of the Lord Lyon en Vikki Kerr van de Edinburgh City Archives voor achtergrondinformatie over deze vlag

Orkney – Summer solstice / Zonnewende

Orkney viert vandaag z’n zonnewende of summer solstice. De eilandengroep, ook bekend onder de naam Orcaden, ligt ten noorden van het Schotse vasteland en is deel van het Verenigd Koninkrijk.

Map Orkney + Shetland
Schotland met Orkney en Shetland

Doorgaans is er een viering in de avond  bij de Comet Stone, niet ver van de Ring of Brodgar.
De Comet Stone is een 1,75 m hoge menhir, de Ring of Brodgar een steencirkel, te vergelijken met de in het zuiden van Engeland gelegen cirkels van Stonehenge en Avebury. Geschat wordt dat het opgericht werd tussen 2500 en 2000 v. Chr.
Vanaf vandaag gaan de dagen op het noordelijk halfrond weer korten en de nachten lengen.

steencirkels
Links: de Comet Stone (© themodernantiquarian.com) / Rechts: de Ring of Brodgar (© visitscotland.com)

De vlag

Vlag van Orkney (2007-heden)

De vlag van Orkney is er een van het Scandinavische model: een rood veld met daaroverheen een geel Scandinavisch kruis. Daaroverheen een smaller Scandinavisch kruis in blauw.

Kirkwall, de hoofdstad van Orkney (fotograaf onbekend)

Tot 2007 had Orkney een andere, onofficiële vlag. Toen in 1969 de ‘noorderburen’ van Shetland een eigen vlag invoerden, vonden twee Orcadians, Kenneth Campbell Fraser en Allan Macartney dat hun archipel niet kon achterblijven.

Links: Vlag van Shetland / Rechts: Eerste, onofficiële vlag van Orkney

Net als Shetland kozen zij vanwege de historische banden met Noorwegen, voor een Scandinavisch kruis: rood op een geel veld. Ze kozen voor deze kleuren omdat die in de wapens van zowel Schotland en Noorwegen voorkomen. Hoewel de vlag toen dus ‘bedacht’ was, bestond hij eigenlijk alleen op papier. Pas vanaf 1994 had Allan Macartney de belangstelling voor de vlag zover doen toenemen dat hij voor het eerst in productie werd genomen. Toen het ontwerp het Court of the Lord Lyon onder ogen kwam (de heraldische autoriteit in Schotland) werd de vlag afgewezen. Dezelfde kleuren en afbeelding waren namelijk al in gebruik bij een adellijke familie in Noord-Ierland.* Ondertussen was de vlag overigens nog nauwelijks in het straatbeeld verschenen.
*Tevens is dit de historische vlag van de Unie van Kalmar

Kaart van Orkney

Uiteindelijk werd er in februari/maart 2007 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Toen het kaf van het koren gescheiden was, bleven er vijf ontwerpen over, die inmiddels allemaal goedgekeurd waren door het Court of the Lord Lyon. Het winnende ontwerp met 53% van de stemmen, was dat van de 52-jarige postbode Duncan Tullock uit Birsay.

Duncan Tullock
Duncan Tullock (© orkney.gov.uk)

Net als bij de eerste vlag waren de overwegingen hetzelfde: de historische banden met Noorwegen en Schotland.
In feite zijn ten opzichte van de eerste vlag de kleuren omgedraaid. Daarnaast is er een smaller blauw kruis over het gele gelegd. Opnieuw historisch juist, ondat die kleur voorkomt op de vlaggen van Noorwegen en Schotland, maar het staat tevens voor het maritieme karakter van de eilanden.

Links: Vlag van Noorwegen / Rechts: Vlag van Schotland

Shetland – Flag Day / Vlagdag

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Shetland, ook wel bekend onder de naam Shetlandeilanden, is een Schotse archipel op de grens van de Noordzee en de Noorse Zee, ten noordoosten van de Orkneyeilanden, die op hun beurt weer ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Locatie van Shetland, op de kaart in de rechterbovenhoek (© Eric Gaba/NordNordWest/Uwe Dedering / publiek domein)

Shetland omvat zo’n 100 eilanden, waarvan er 15 bewoond zijn. Het grootste eiland is het centraal gelegen Mainland, dat bijna 19.000 inwoners telt.
Ook de hoofdstad Lerwick (ruim 7.000 inwoners) is hier gelegen.
De totale bevolking bedraagt ruim 23.000.

Kaart van Shetland (© Finlay McWalter / publiek domein)

De archipel werd in eerste instantie bevolkt door de Picten, totdat de Vikingen in de 7e of 8e eeuw binnenvielen en de eilanden koloniseerden.
En hoewel zowel Shetland als Orkney in 1472 overgingen naar de Schotse Kroon, bleef het van het Oudnoors afgeleide Noors tot in de 18e eeuw de voertaal op de eilanden, totdat het Engels uiteindelijk de boventoon ging voeren.

De speciale Flag Day werd ingesteld in 2017, twee jaar na de officiële invoering.

De vlag

Vlag van Shetland (1969/2005-heden)

De vlag van Shetland is blauw met een wit Scandinavisch kruis. Ze werd in 1969 ontworpen door twee studenten, Roy Grønneberg en Bill Adams.
De aanleiding was de 500e verjaardag van de overgang van de Scandinavische heerschappij naar de Schotse Kroon, die de facto inderdaad in 1469 plaatsvond, maar pas officieel in 1472.

Links: Roy Grønneberg (1947-1997) / Rechts: Bill Adams (fotograaf onbekend)

Gezien de Scandinavische roots van Shetland is het niet verwonderlijk dat er juist voor het Scandinavische kruis werd gekozen.
De gebruikte kleuren echter, blauw en wit, symboliseren de verbondenheid met Schotland.
Sinds 1540 gebruikt Schotland als vlag een wit andreaskruis op een blauw veld.

Vlag van Schotland (1540-heden)

De eilandvlag was onmiddellijk populair en was (hoewel toen nog niet officieel goedgekeurd) al gauw zowel op land als op zee overal te zien.
In 2005 werd de vlag na 36 jaar officieel goedgekeurd en vastgesteld door de Lord Lyon King of Arms, de heraldische autoriteit van Schotland.
Twee jaar later stelde de eilandraad een speciale vlagdag in op 21 juni (vandaag dus), de langste dag van het jaar, een dag die door een ander noordelijk gebied, Groenland, gebruikt wordt als nationale dag.

Gelijkenis met Hvítbláinn

De vlag van Shetland is exact gelijk aan de eerste (onofficiële) IJslandse vlag, die bekend staat als Hvítbláinn (‘de wit-blauwe’).
Als overzees gebiedsdeel gebruikte IJsland vroeger de Deense vlag, de Dannebrog.
op 13 maart 1897 echter deed de dichter Einar Bendiktsson een voorstel in het dagblad Dagskrá om een eigen vlag in te voeren: een blauwe vlag met een wit Scandinavisch kruis, net als de kleuren van het IJslandse wapen.

Ongedateerde foto van Einar Benediktsson (1864-1940) (publiek domein)

Het voorstel voor deze vlag sloeg aan bij de bevolking, zeker bij groepen die onafhankelijkheid van Denemarken nastreefden, maar de Deense Koning Christiaan IX verzette zich tegen dit ontwerp, dat volgens hem teveel leek op de marinevlag van Griekenland.
De Hvítbláinn leidde een min of meer ondergronds bestaan, totdat de koning in 1913 per Koninklijk Besluit bekend liet maken dat IJsland het recht had om een vlag te voeren en dat het ontwerp door hem goedgekeurd diende te worden.

Vlag van IJsland (1913/1915-heden)

Daarmee viel het doek voor de wit-blauwe vlag: in 1915 keurde de koning het nieuwe ontwerp uit 1913 goed, waarbij er een smaller rood Scandinavisch kruis aan het blauw-witte ontwerp werd toegevoegd.

Engeland – Saint George’s Day / Sint Joris-dag

Wat is wat?

Daar namen als Engeland, Verenigd Koninkrijk, Britse Eilanden en Groot-Brittannië heel vaak door elkaar gebruikt worden, is het wellicht een goed idee te beginnen met het ontwarren van al die geografische namen, ook al zullen ze tot in lengte der dagen ongetwijfeld door elkaar gebruikt blijven worden.
Er gaat niets boven een duidelijke afbeelding in dit geval en die zien we hieronder.

Terminologie van de Britse Eilanden (© makeitbritish.co.uk)

Als we met het plaatje rechtsonder beginnen: daar zien we alles blauw gekleurd, de twee eilanden samen worden de Britse Eilanden (British Isles) genoemd.
Linksboven zien we het grootste eiland blauw gekleurd: de naam van dit eiland is Groot-Brittannië (en bestaat dus uit Engeland, Schotland en Wales).
Rechtsboven zien we het Verenigd Koninkrijk in blauw, waartoe dus Noord-Ierland behoort en het gehele eiland Groot-Brittannië.
Linksonder tenslotte is het eiland Ierland, dat bestaat uit de Ierse Republiek en Noord-Ierland (dat tot het Verenigd Koninkrijk behoort).

Kaart van Engeland, een van de vier delen van het Verenigd Koninkrijk (© freeworldmaps.net)

Engeland beslaat met 62% landoppervlak het grootste deel van het eiland Groot-Brittannië.

Sint Jorisdag

Sint-Jorisdag is de feestdag van Sint-Joris, gevierd door christelijke kerken, landen, regio’s en steden waarvan hij de beschermheilige is, waaronder (naast Engeland) Albanië, Bulgarije, Ethiopië, Griekenland, Georgië, Portugal, Roemenië, Syrië, Palestina, Libanon, Castilië en León, Catalonië, Alcoy, Aragón, Genua en Rio de Janeiro.
Sint-Joris heeft alles met de vlag van Engeland te maken, zoals we verderop zullen zien.

Op verschillende plaatsen in Engeland wordt Saint George’s Day gevierd met re-enactments van toernooien, zoals hier in Temworth, Staffordshire in 2024, waarbij de kleuren en de vlag van Sint-Joris niet ontbreken (fotograaf onbekend)

Sint-Jorisdag wordt gevierd op 23 april, de traditioneel aanvaarde datum van de dood van de heilige tijdens de ‘Diocletianus-vervolgingen’.
Voor zover na te gaan lijkt Sint-Jorisdag in ieder geval sinds het begin van de 15e eeuw algemeen te zijn geworden
In Engeland wordt het sinds die tijd gevierd, hoewel het geen officiële feestdag is. Recentelijk zijn er wel pogingen ondernomen om er een ‘public holiday’ van te maken, zo was het tijdens de algemene verkiezingen van 2017 en 2019 een van de campagnepunten van Labour.

Joris van Cappadocië

Zoals bij wel meer heiligen uit de vroegste periode is er maar weinig zeker over Sint-Joris en er zijn ook theorieën die er vanuit gaan dat Joris nooit bestaan heeft.
De theorieën die er vanuit gaan dat hij wel degelijk bestaan heeft, houden het erop dat hij in de tweede helft van de 2e eeuw in Cappadocië (Griekenland) werd geboren en soldaat geweest zou zijn in het Romeinse leger. Hij zou gediend hebben bij de pretoriaanse garde, een speciale militaire eenheid gevormd door de Romeinse militaire elite die de keizerlijke lijfwacht vormde.

Links: 14e eeuwse icoon uit Constantinopel (Collectie Byzantine and Christian Museum, Athene / publiek domein) / Rechts: Beeld van Sint-Joris uit 1414-1417 van de hand van Donatello (±1386-1466) (Collectie Palazzo del Bargello, Florence / © Rufus46 / publiek domein)

Vanwege het niet willen afzweren van zijn christelijke geloof zou Joris door Keizer Diocletianus ter dood zijn veroordeeld op 23 april 303. Joris was toen in Palestina, in de stad Lod (Lydda).
Of dit echter ook daadwerkelijk gebeurd is weten we niet.
Wat wél vaststaat is dat de keizer in 303 een edict uitvaardigde voor christenvervolgingen.
Deze bloedige jacht op christenen duurde in het westen van het Romeinse Rijk tot 306 en in het oosten tot 313. In dat jaar proclameerde Keizer Costantijn de Grote het Edict van Milaan, waarbij godsdienstvrijheid werd ingevoerd.

17e eeuws marmeren borstbeeld van Diocletianus (244-311), Romeins keizer van 22 december 244 tot 3 december 311) (Collectie Château de Vaux-le-Vicomte, Frankrijk / publiek domein)

Dit niet willen afzweren van zijn christelijke geloof leidde in de 4e of 5e eeuw tot verering van Joris als christelijk martelaar, waarbij de verhalen rondom de persoon van Joris van Cappadocië steeds verder werden verfraaid en aangedikt.

Sint-Joris en de draak

Het bekendste verhaal over Joris is zonder enige twijfel dat over zijn overwinning op een draak, dat we gezien het feit dat draken niet bestaan zonder meer naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen.
Volgens het verhaal had deze draak het voorzien op het vee en de bezittingen van dorpelingen uit Cappadocië. Toen die na verloop van tijd niet meer voorhanden waren, eiste de draak dagelijks een menselijke offer.

Sint-Joris en de draak‘, schilderij van Vittore Carpaccio (1456-1526) (Collectie Scuola di San Giorgio degli Schiavoni, Venetië / publiek domein)

Op een dag werd prinses Sabra van het gebied gekozen als het volgende mensenoffer. Terwijl ze naar de drakengrot liep, zag Sint-Joris haar en vroeg haar waarom ze huilde. De prinses vertelde de heilige over de wreedheden van de draak en vroeg hem onmiddellijk te vluchten, uit angst dat hij ook gedood zou worden.
Maar de heilige weigerde te vluchten, doodde de draak en redde de prinses.

Links: ‘Saint Georges terassant le dragon’, 14e eeuwse miniatuur uit het ‘Livre d’heures’, met een wel heel klein draakje (Collectie British Library / publiek domein) / Rechts: Sint-Joris op het wapen van de oblast Kiev, Oekraïne

En hoewel het verhaal zich oorspronkelijk voor het eerst afspeelde in Griekenland in de vroegste bronnen van de 11e en 12e eeuw, speelt het in de 13e-eeuwse Legenda aurea (een middeleeuwse verzameling over heiligenlevens) zich af in Libië.

‘San Giorgio e il drago‘, circa 1430/35 door Paolo Uccello (1397-1475), let op Joris’ kleuren: een rood kruis op een wit veld (Collectie Musée Jacquemart-André, Parijs / publiek domein)

Vanaf de 13e eeuw werd het verhaal over het verslaan van de draak door Sint-Joris een ‘hit’ zou je kunnen zeggen, want het heeft alle eeuwen overleefd, tot op de dag van vandaag.

De vlag

Vlag van Engeland (circa 1190-heden)

Hoewel de exacte herkomst. van de Engelse vlag -een rood kruis op een wit veld- niet te achterhalen is, staat wel vast dat dit een van de oudste nationale vlaggen is.
De vlag zou zijn oorsprong kunnen vinden in de kruistochten naar het Heilige Land tussen 1095 en 1291, waarbij het doel was Jeruzalem en omgeving ge bevrijden van de islamitische overheersing, in opdracht van de Katholieke Kerk in samenwerking met wereldlijke Europese vorsten.

Vlaggen met symbolen van heiligen kwamen tijdens de kruistochten veel voor, waarvan de bekendste die van Edmond, Eduard de Belijder en Joris van Cappadocië (Sint-Joris) waren.
De vlag van Sint-Joris, wit met een rood kruis, kwam als populairste uit de bus rollen bij gewone soldaten.
In 1190 kwamen witte vlaggen met een rood kruis naar het schijnt voor bij Engelse schepen die de Middellandse Zee binnenvoeren om te profiteren van de bescherming van de Genuese vloot. De toenmalige Republiek Genua voerde een dergelijke vlag al eerder, wellicht al in 1113 (tegenwoordig de stadsvlag van Genua).
De Engelse koning betaalde de doge van Genua jaarlijks voor dit voorrecht.

De vlag van de Republiek Genua, gepubliceerd in ‘Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili’, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providence, Rhode Isand / publiek domein)

Er zijn voldoende aanwijzingen uit 1249 en 1277 om aan te nemen dat in Engeland het rode kruis met witte ondergrond op schilden en vlaggen voorkwam, maar het werd pas ‘officieel’, zou je kunnen zeggen, bij het stichten van de Orde van de Kousenband (The Most Noble Order of the Garter) door Koning Eduard III in 1348, waarbij Sint-Joris de patroon van de orde werd.
Het wapen van de orde is een schild in wit met rood kruis, met daaromheen de kousenband met het devies van de orde Honi soit qui mal y pense (Schande over hem die er kwaad van denkt).

Koning Eduard III (1312-1377), stichter van de Orde van de Kousenband: we zien hem hier afgebeeld met de badge van de orde op zijn blauwe mantel, miniatuur uit circa 1430-1440 uit het ‘Bruges Garter Book’ door William Bruges (1375-1450) (Collectie British Library, Stowe 594 ff. 7v / publiek domein)

De positie van het rode kruis op witte ondergrond werd nog verstevigd tijdens de overwinning van de Engelsen op de Fransen in de Slag bij Azincourt in 1415, tijdens de Honderdjarige Oorlog, onder aanvoering van Koning Hendrik V, met (volgens Shakespeare) het aanroepen van Sint-Joris.
De koning bepaalde dat soldaten voortaan een Sint-Joris-armband dienden te dragen, zodat er geen verwarring op het slagveld kon ontstaan. Hij voegde daaraan toe: “…dat geen van onze tegenstanders dit teken van Sint-Joris mag dragen […] op straffe des doods”.

Illustratie uit circa 1470 uit Jean Froissart’s “Chronicles” waarop priester John Ball centraal is afgebeeld, aan weerszijden zien we soldaten met zowel de koninklijke banieren van Koning Hendrik IV als de Sint-Jorisvlag (Collectie British Library manuscript “Royal 18 E. I f.165v” / publiek domein)

De Sint-Jorisvlag werd daarna algemeen op Engelse schepen in combinatie met de koninklijke banieren.

Union of the Crowns

In 1603 werden de de koninkrijken Engeland en Schotland onder één kroon verenigd onder de Schotse Koning James VI, die in Engeland regeerde onder de naam James I.
Door deze unificatie, de Union of the Crowns, werden de de Sint-Jorisvlag van Engeland en en de Sint-Andreasvlag (St. Andrew’s Cross) van Schotland (een blauw veld met een wit schuinkruis) gecombineerd tot één vlag, de Union Flag.

Union Flag: de samenkomst van de vlaggen van Engeland en Schotland (1606-1707), vanaf 1707 tot 1801 onder de naam Kingdom of Great Britain

De laatste verandering die deze vlag onderging was in 1801, toen Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd. Het Ierse rode schuinkruis op een witte ondergrond (St. Patrick’s Saltire) werd gecombineerd met de Union Flag van 1606, zodat de Union Flag of Union Jack, zoals we haar nu nog kennen het licht zag.

De Britse Union Flag of Union Jack (1801-heden)

Het grootste deel van Ierland werd vanaf 1921 onafhankelijk, maar Noord-Ierland bleef Brits, waardoor het Ierse schuinkruis in de vlag bleef.

De vlag nu

Hoewel vanaf 1606 de nationale vlag dus gecombineerd werd met eerst Schotland en vanaf 1801 met Ierland (Wales werd als onderdeel van Engeland beschouwd en werd dus niet vertegenwoordigd op de vlag), bleef de vlag van Engeland in eerste instantie op zee nog gecombineerd worden met de Union Flag, tot halverwege de 17e eeuw.
Uiteraard bleef de vlag in Engeland zelf altijd wat ze was: de vlag van het land Engeland.

Engelse fans tijdens een cricket-wedstrijd (fotograaf onbekend)

Meer en meer identificeerden Engelsen zich echter met de nationale vlag van het Verenigd Koninkrijk en dat is eigenlijk heden ten dage nog steeds zo, met één grote uitzondering: de sportwereld.
De vlag maakte uiteindelijk een glorieuze ‘comeback’ bij landenteams voor rugby, voetbal en cricket.

Kirby Estate in de Londense wijk Bermondsey staat erom bekend tijdens belangrijke voetbalwedstrijden van het nationale team voluit te gaan qua versiering (screenshot)

Ook op een dag als vandaag zou nationaal in Engeland de rood-witte vlag kunnen wapperen, maar wellicht is dat voor nu nog even toekomstmuziek.

Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland / Kroning van Willem III en Mary Stuart tot Koning en Koningin (1689)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De tweede vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische.
Vandaag is het 336 jaar geleden dat stadhouder Willem III en zijn vrouw, de Engelse prinses Mary Stuart, tot koning en koningin van Engeland, Ierland en Schotland werden gekroond, waarmee Willem een dubbelfunctie kreeg, naast koning over de Britse Eilanden, bleef hij ook stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)

De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder.
Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.

Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.

Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II.
Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.

Eerste Stadhouderloze Tijdperk

Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) uit te roepen.
Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.

Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)

Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het Eeuwig Edict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren.
Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed.

De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven.
Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.

Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Geheim verdrag

Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.

Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)

Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.

Het Rampjaar

Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat sommigen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen.
Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).

Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis.
Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.

Toch stadhouder

Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli.
Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.

De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)

Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.

Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.

Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen.
Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na.
Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.

Huwelijk

In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd).
Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.

Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig.
Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.

De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken.
Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.

The Glorious Revolution

Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie.
Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.

Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten.
Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.

‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)

De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen.
Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.

Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden.
Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst.
Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet.
Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken.
Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.

Koning en Koningin

Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey, vandaag 334 jaar geleden.

Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)

Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Wiiliams als koning gehad en Schotland één).

Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)

Bill of Rights / Slag bij de Boyne

In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.

De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen.
Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet.
Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.

‘Battle  of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Koning/Stadhouder

De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.

Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)

Mary

Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen.
In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne.
Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.

Vriendenkring

Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.

Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)

Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.

Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Dood

Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart.

Tegels boven de graven van Willem en Mary in de Westminster Abbey, Londen (© VCR Giulio19)

Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden.
Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet zijn begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.

Opvolging Engeland, Ierland en Schotland

Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem.
Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.

Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.

Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest.
Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor  Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor  Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.

Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek.
Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.

De standaard

Koninklijke standaard van Koning Willem III

Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.

Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.

Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541).
Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland werd gevormd.
De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.

Huis Stuart

Koninklijke Standaard van het Huis Stuart

Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was).
Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).

Kwartieren

De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië).
Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.

Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.

Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.

Willem’s versie

Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden.
Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.

Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud.
Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.

Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland / Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – Sterfdag Koning-Stadhouder Willem III (1702)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De tweede vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische. Vandaag is het 323 jaar geleden dat Koning-Stadhouder Willem III overleed.

Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)

De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder. Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.

Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.

Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.

Eerste Stadhouderloze Tijdperk

Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) uit te roepen.
Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.

Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)

Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het Eeuwig Edict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren.
Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed.
De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven.
Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.

Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Geheim verdrag

Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.

Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)

Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.

Het Rampjaar

Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat sommigen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen.
Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de Derde Engels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).

Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis.
Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.

Toch stadhouder

Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli.
Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.

De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)

Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.

Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.

Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen.
Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na.
Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.

Huwelijk

In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd). Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.

Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig.
Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.

De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken.
Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.

The Glorious Revolution

Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie.
Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.

Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten.
Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.

‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)

De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen.
Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.

Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden.
Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst.
Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet.
Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken.
Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.

Koning en Koningin

Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey.

Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)

Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Williams als koning gehad en Schotland één).

Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)

Bill of Rights / Slag bij de Boyne

In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.

De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen.
Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet.
Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.

‘Battle  of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Koning/Stadhouder

De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.

Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)

Mary

Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen.
In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne.
Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.

Vriendenkring

Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.

Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)

Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.

Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Dood

Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart, vandaag 322 jaar geleden.

Tegels boven de graven van Willem en Mary in de Westminster Abbey, Londen (© VCR Giulio19)

Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden.
Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet is begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.

Opvolging Engeland, Ierland en Schotland

Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem.
Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.

Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)

Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.

Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden

Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest.
Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor  Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor  Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.

Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)

Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek.
Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.

De standaard

Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.

Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.

Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541).
Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland werd gevormd.
De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.

Huis Stuart

Koninklijke standaard van het Huis Stuart

Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was).
Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).

Kwartieren

De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië).
Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.

Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.

Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.

Willem’s versie

Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden.
Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.

Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud.
Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.