Vandaag twee vlaggen. En niet toevalligerwijs met dezelfde historische achtergrond: de afschaffing van de slavernij. Vanmorgen Frans Guyana, vanmiddag Guadeloupe.
Het gebied, wat nu Frans Guyana is, werd al duizenden jaren lang bewoond door indianen. De Fransen arriveerden in 1604 en een aantal jaren later, in 1637, werd Cayenne gesticht, nu de hoofdstad. Het gebied wisselde in de 17e eeuw een paar keer tussen de Franse en Nederlandse kolonisators.
Hoewel het gebied o.a. ook gebruikt werd als strafkolonie, kwam het tot een echte economische bloei dankzij de plantages, die werden bewerkt door slaven. Het is mede aan de inspanningen van de Fransman Victor Schœlcher te danken dat er een draagvlak kwam voor afschaffing van de slavernij.
De drie Guyana’s op een kaart uit 1920: Brits Guyana, Suriname en Frans Guyana (Bibliographicsches Institut, Leipzig / publiek domein)
Politicus
Hoewel erfgenaam (en later eigenaar) van een grote porseleinfabriek, was Schœlcher vooral journalist. In 1834 richtte hij een vereniging op tot afschaffing van de slavernij en publiceerde om de haverklap artikelen over het onderwerp tussen 1833 en 1847. In plaats van slavernij moesten er grote centrale fabrieken in de Franse kolonies in de Cariben komen, met werknemers. Zijn werk werd zodanig politiek, dat hij uiteindelijk ook politicus werd: in 1848 werd hij staatssecretaris van de marine.
Onder zijn invloed (en na jarenlang lobbyen) nam de Franse regering in datzelfde jaar, op 27 april, de beslissing om de slavernij in de kolonies definitief af te schaffen. Het decreet werd door Schœlcher zelf geschreven. De implementatie was uiteindelijk één maand later, op 27 mei 1848.
De officiële vlag van Frans Guyana is de Franse tricolore, aangezien het een Frans overzees departement betreft. Het is zelfs de grootste EU-landmassa buiten Europa.
De Franse vlag, de tricolore
De vlag die echter in eerste instantie onofficieel geadopteerd werd als de landsvlag is die van de Union des Travailleurs Guyanais (de Guyanese Arbeiders Vakbond). De vlag stamt uit 1967.
Logo en vlag van de Union des Travailleurs Guyanais
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mastzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. Links geel, rechts groen, in het midden over de scheiding van de twee kleuren heen een rode ster met vijf punten.
Op 29 januari 2010 werd deze vlag aangenomen door de Algemene Raad van Frans Guyana, maar mag bij officiële gelegenheden alleen worden gehesen met de vlaggen van Frankrijk en die van de EU. De kleuren hebben inmiddels ook een symbolische waarde gekregen: het groen staat voor de bossen van het land, het geel voor de vele delfstoffen, waaronder goud en de rode ster staat voor de socialistische oriëntatie van het departement.
Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.
Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.
Kaart van Frans Polynesië
Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden: Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds) Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa Gambiereilanden: Mangareva Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata Australeilanden: Tubuai Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti
De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekende schilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret
Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767. Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich
Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf 1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)
In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen. In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals Frans Polynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie
Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen). Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).
De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Frankrijk houdt de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.
Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.
Plejaden
Matari’i i Raro is een feest dat het einde van het regenseizoen markeert en het begin van de zuidelijke winter. De naam Matari’i i Raro is wat moeilijk letterlijk te vertalen. ‘Mata’ betekent ‘oog’, ‘ri’i’ betekent ‘klein’, tezamen dus ‘kleine ogen’. Die ‘kleine ogen’ is de naam die in Frans Polynesië wordt gegeven aan de sterrenverzameling de Plejaden (ook wel Zevengesternte), in het sterrenbeeld Stier (Taurus). Het woord ‘raro’ heeft verschillende betekenissen, zoals ‘bodem’, ‘onder’ of ‘naar beneden’. Letterlijk zou je de naam dus kunnen vertalen als “Plejaden onder”.
De Plejaden verdelen het Polynesische jaar vanouds in tweeën: op 20 november (21 november in schrikkeljaren), als in deze regio de zon ondergaat, komt deze sterrenhoop net boven de horizon en begint de periode genaamd Matari’i i Ni’a. En u raadt het al: ‘ni’a’ betekent zoveel als ‘boven’, “Plejaden boven” dus.
Vervolgens blijven de Plejaden zichtbaar tot 18 mei, vandaag, wanneer ze weer onder de horizon verdwijnen. In de periode van 20 november tot 18 mei is zoals gezegd de regentijd (januari/februari), doorgaans een seizoen van groei van de gewassen en en meer vis in de lagunes. Vanaf vandaag breekt een drogere en iets minder warme periode aan. Overigens zijn de festiviteiten niet altijd precies op 18 mei, doorgaans worden ze in het dichtstbijzijnde weekend gepland.
De vlag
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)
De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!
De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen. In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen. De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit overzeese land.
Wapen van Frans Polynesië
De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.
Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was. Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië
En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!
Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de GambiereilandenV.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de AustraleilandenAlle regionale vlaggen op één foto, samen met twee Frans Polynesische en één Franse vlag (fotograaf onbekend)
Wallis en Futuna is een Frans overzees gebiedsdeel en bestaat uit twee eilandengroepen in de Stille Oceaan, tussen Tuvalu in het noordoosten en Fiji in het zuidwesten.
Wallis is het grootste eiland en tevens hoofdeiland van de Walliseilanden. Zo’n 20 onbewoonde eilandjes liggen eromheen.
230 km ten zuidwesten van Wallis liggen de twee zogenaamde Hoornse Eilanden, met Futuna als grootste en Alofi als kleinste eiland.
Wallis (Uvea in het Polynesisch) heeft ruim 8.000 inwoners, ruim 1.000 van hen wonen in de hoofdstad Mata Utu (Matāʻutu in het Polynesisch). Futuna heeft ruim 3.000 inwoners en Alofi slechts 2 (voor zover bekend!).
Hoofdstad Mata Utu vanuit de lucht, in het midden het dubbele rode dak, het Koninklijk Paleis van Uvea (Wallis) en rechts de Cathédrale Notre-Dame-de-l’Assomption de Matâ’Utu, gebouwd tussen 1952 en 1959 (publiek domein)
De eilanden waren al bewoond en vormden drie koninkrijkjes voordat de eerste Europeanen opdoken in de 17e eeuw. Het waren de Nederlanders Willem Schouten en Jacob le Maire die tijdens hun ontdekkingsreis van 1616 Futuna en Alofi ‘ontdekten’ en daarmee op de kaart konden zetten. Ze noemden de eilanden de Hoornse Eylanden, naar Hoorn, de plaats waar ze vandaan kwamen. De twee eilanden samen hebben die naam ook in het Frans behouden als les Îles Horn, ook wel les Îles de Horne.
V.l.n.r.: Willem Schouten (1567-1625), tekening van Matthäus Merian de Oude, 1625 / Jacob le Maire (±1585-1616), ingekleurde kopie naar een tekening uit Antonio de Herrera’s “India Occidentales” uit 1622 / Samuel Wallis (1728-1795), schilder onbekend (alle: publiek domein)
Wallis moest langer wachten op ‘ontdekking’. Het is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Samuel Wallis die in 1767, nadat hij eerst Tahiti aandeed, langs het eiland zeilde wat nu zijn naam draagt.
Kaart van Wallis (publiek domein)
Het waren de Fransen die als eerste Europeanen de eilanden koloniseerden, door middel van missionarissen die vanaf 1837 trachtten de bevolking tot het katholicisme te bekeren, wat uiteindelijk ook lukte.
Dat niet alles pais en vree was blijkt wel uit het feit dat de missionarissen in 1842 om Franse bijstand vroegen vanwege rebellie van de bevolking.
De Fransen hielden de eilanden in bezit en op 5 april 1887 tekende Koningin Amelia Tokagahahau Aliki van Uvea (Wallis) onder druk een overeenkomst waarbij het eiland officieel een Frans protectoraat werd.
Koning Anise Tamole van Sigave (het westelijke deel van Futuna) en Koning Soane Malia Musulamu van Alo (het oostelijk deel van Futuna plus Alofi) tekenden op 16 februari 1888.
Kaart van de Hoornse Eilanden: Futuna en Alofi (publiek domein)
Wallis en Futuna werd ingedeeld bij de veel westelijker gelegen Franse kolonie Nieuw-Caledonië. Vanaf 29 juli 1961 werden de eilanden losgekoppeld van Nieuw-Caledonië als territoire d’outre mer (overzees territorium). Vanaf deze datum is ook de status van de drie koninkrijken, die nog steeds bestaan, verankerd. Wallis en Futuna kent geen erfopvolging: koningen worden gekozen. De macht van de koningen is grotendeels symbolisch, maar ze hebben rechtsprekende macht, een overlevering uit de stammentijd, maar tegenwoordig beperkt zich dat tot niet-criminele zaken. Voorts hebben de koningen ook een zetel in de adviesraad, die verder bestaat uit drie mensen die door de Hoge Administrateur (uit Frankrijk) worden aangewezen. De Franse president Emmanuel Macron is het staatshoofd. De laatste administratieve verandering dateert van 28 maart 2003 als Wallis en Futuna een collectivité d’outre mer (overzees land) worden. En dat is de datum die we vandaag markeren.
Vanwege de beperkte mogelijkheden op de eilanden zijn veel inwoners in de loop der jaren naar het grotere en welvarender Nieuw-Caledonië geëmigreerd. Zo’n 18.000 van hen wonen en werken er, waardoor er dus meer Wallisiens en Futuniens wonen dan op de eilanden zelf (ruim 11.000 inwoners).
De vlag De Franse vlag, de Tricolore, is de officiële vlag, maar er is sinds 1985 wel degelijk een vlag voor de eilanden, de officieuze dus en die zien we hier vandaag.
Links: Vlag van Wallis en Futuna / Rechts: Alternatieve versie van de vlag
De vlag is rood met een wit omzoomde Tricolore in het kanton. Midden op het rode veld, aan de vluchtzijde, is een wit vierkant met daarin een rood andreaskruis, waardoor er optisch vier naar elkaar gerichte driehoeken ontstaan.
De vier driehoeken symboliseren de drie koninkrijken met hun koningen, plus de Franse administrateur (en staat daarmee dus voor Frankrijk).
De kleur rood staat voor moed en het wit voor de zuiverheid van idealen. Dit is de meest gebruikte versie van de vlag, maar er bestaat nog een tweede versie, waarbij het andreaskruis is vervangen door een zogenaamd kruis pattée in wit. In feite hebben we dan echter te maken met de vlag van het eiland Wallis (of Uvea) en komen we tegelijk bij de oorsprong van de vlag.
V.l.n.r.: Vlag van Uvea (Wallis) / Vlag van Sigave / Vlag van Alo
Uvea De vlag begon zijn leven als koninklijke standaard van Koning (Laveluain in het Wallisisch) Soane-Patita Vaimua van Uvea (Wallis), die twee keer op de troon zat, eerst tussen 1826 en 1829 en daarna van 1830 tot en met 1858.
Links: De koninklijke standaard van Soane-Patita Vaimua / Rechts: “Palaver voor het Koninklijk Paleis, Sagato Soane-plein te Mata Utu (Wallis), 1900”, tekening uit “À travers l’Océanie Centrale auteur du monde” uit 1907 door M.P. de Myrica
Deze vlag, mét Tricolore in het kanton werd uiteindelijk de eilandvlag en wordt in die versie ook als koninklijke vlag gevoerd (de eerste van de 3 koninklijke vlaggen boven)
Sigave De andere twee koninkrijken hebben hun eigen vlag. Sigave (het westelijk deel van Futuna) heeft een vlag die diagonaal in tweeën gedeeld is, van de onderkant van de mastzijde naar de bovenkant van het uitwaaiende gedeelte, rood boven, zwart onder. De wit omrande Tricolore bevindt zich in het kanton. Over het rood-zwarte vlak is een gele cirkel geplaatst met daarin twee gekruiste zwarte speren met daar tussenin een groen palmblad, volgens de overlevering symbool voor de eerste koning van Sigave, wiens kaken en tanden in een palmblad werden bewaard.
Alo Alo, het koninkrijk dat het oostelijk deel van Futuna beslaat, plus het ernaast gelegen eiland Alofi, heeft een rode vlag met de Tricolore in het kanton. In het midden van het veld is een groen gearceerd palmblad met daaroverheen in geel een knots en een bijl. De knots en bijl staan symbool voor de dood van missionaris Pierre Chanel, die de inwoners van Futuna tot het katholicisme trachtte te bekeren. Hij werd op 37-jarige leeftijd bij een aanval met een knots en een bijl in 1841 vermoord.
Links: Pierre Chanel (1803-1841) als heilige / Rechts: De moord op Pierre Chanel op een gebrandschilderd raam
Paus Leo XIII verklaarde hem zalig op 17 november 1887, zodat hij nu als Sint Pierre Chanel bekend staat.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland Mauritius was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Straatsburg was in de Middeleeuwen een belangrijke handelsstad en werd geregeerd door een bisschop.
Kaart van Straatsburg (Argentoratum) rond 1570, door Georg Braun en Franz Hogenberg, uit: “Civitates orbis terrarum”, uitgegeven door Philippe Galle in Antwerpen. Let ook op het wapenschild rechtsboven. (publiek domein)
Op 8 maart 1262 echter behaalden de burgers van de stad in de Slag bij Hausbergen, iets ten noordwesten van Straatsburg, een overwinning op de toen regerende bisschop Walter von Geroldseck. De stad werd daarmee een onafhankelijke stad, een zogenaamde vrije rijksstad onder gezag van de Duitse keizer.
“La bataille de Hausbergen” door Pierre Jacob en Gilles Stutter (Éditions Coprur),een uitgave uit 2011 t.g.v. Het 750-jarig jubileum van de Slag bij Hausbergen
De vlag
Vlag van Straatsburg
De vlag bestaat uit een wit vlak met een rode diagonale dwarsbalk van de bovenkant van de broekingszijde naar de onderkant van de vlucht. Het wapen van Straatsburg heeft dezelfde afbeelding. Het is het wapen van de bisschop van Straatsburg (en nu dus ook dat van de stad) en gaat minimaal tot de 13e eeuw terug.
De officieuze vlag
Officieuze vlag van Straatsburg
Naast de officiële vlag is ook een totaal andere, officieuze vlag in het stadsbeeld te zien. Deze vlag is blauw en heeft het stadswapen in een rode schildomtrek en daaronder in grote witte kapitalen de (Franse) naam van de stad: Strasbourg.
Als we het wapen op deze vlag vergelijken met het officiële stadswapen (hieronder), lijkt het erop dat iemand hier zijn of haar eigen draai aan heeft gegeven, maar dat zal ongetwijfeld met de vele versies van het stadswapen te maken hebben!
Op de twee witte helften van het wapen op deze vlag zijn fantasievolle guirlandes in zwart afgebeeld. In het geval van een wapen wordt dat gedamasceerd genoemd. De heraldische helm met kroon en het eruit waaierende ornamentele helmteken is op de vlag vervangen door een zogenaamde muurkroon, een heraldische kroon in de vorm van kasteeltorens.
Het stadswapen
Het officiële stadswapen zien we op de afbeelding hieronder. Curieus zijn de twee schildhouders, de twee leeuwen kijken ieder dezelfde kant op! De witte delen van het schild zijn hier blanco. Onder het wapen zien we de hoogste Franse onderscheiding, het Légion d’Honneur (Legioen van Eer), wat Straatsburg in 1919 werd toegekend.
Wapen van Straatsburg
Zoals gezegd, circuleren er meer ‘officiële’ wapens van Straatsburg. Hieronder zien we er nog een, waarbij opvalt dat de leeuwen elkaar hier aankijken en dat de heraldische helm en het helmteken andere accenten hebben. En: hier zien we de gedamasceerde guirlandes op het wapenschild terug, die ook op de officieuze vlag voorkomen.
Wat beide afbeeldingen gemeen hebben, is de oude Romeinse naam voor Straatsburg, die onder het schild te zien is: Argentoratum.
Nog een derde voorbeeld: zo’n 100 jaar geleden gaf het sigarettenmarkt Laurens een serie verzamelplaatjes uit van Franse stadswapens. De ontwerper van deze serie (‘Le Blason des Villes de France’) had ook zo z’n eigen ideeën over het Straatsburgse wapen: hier kijken de leeuwen ieder een andere kant op en is het helmteken wel heel erg uitgekleed! Maar ook hier treffen we de gedamasceerde guirlandes op het schild aan. Het Légion d’Honneur ontbreekt hier.
Réunion is een Frans eiland ten oosten van Madagskar en ten westen van Mauritius. Gisteren raasde de cycloon Garance over het eiland, met windstoten van meer dan 200 km per uur, waardoor vier mensen omkwamen en er vijf gewonden vielen. Sommige delen van het eiland kwamen blank te staan en wegen raakten beschadigd.
Aangezien Réunion een Frans overzees departement is, is de officiële vlag de Franse Tricolore. Dit heeft de eilandbewoners er uiteraard niet van weerhouden een eigen vlag te willen en in te voeren, officieel of niet.
De vlag
Lo Mahavéli, de vlag van Réunion (2003-heden)
De vlag bestaat uit een blauw veld met een rode driehoek op de onderste helft. Vanuit de punt van de driehoek ontspringen vijf gele balken of stralen: twee horizontale, één verticale en twee diagonale, de stralen verbreden zich naar de buitenkant toe. De driehoek stelt de schildvulkaan Piton de la Fournaise (2632 m) voor, de gele balken zijn zonnestralen die vanachter de vulkaan tegen de blauwe hemel tevoorschijn komen.
Hoewel op 1 maart 2003 door de locale vexillologische vereniging (vlagdeskundigen) gekozen en ‘ingevoerd’, stamt het ontwerp uit 1975. Guy Pignolet, een ingenieur uit Saint-Rose, ontwierp hem en noemde hem Lo Mahavéli. De naam, in de regionale malagasische taal, beduidt zoveel als De ster die je naar het mooie land leidt. Weliswaar heeft de vlag dus geen officiële status, maar sinds 2014 wappert hij van tal van overheidsgebouwen.
De Piton de la Fournaise-vulkaan, de rode driehoek op de vlag (fotograaf onbekend)
Frans Polynesië is een verzamelnaam voor vijf archipels, tezamen 118 eilanden en atollen, waarvan er 67 bewoond zijn. Gelegen in het midden van de Grote Oceaan strekken ze zich uit over zo’n 2.500.000 km², met een landoppervlakte van 4.167 km² (ongeveer 1/10 van Nederland) en een bevolking van 283.000, waarvan het merendeel (174.000) op het hoofdeiland Tahiti woont.
Als we wat verder inzoomen: de vijf archipels bestaan uit de Genootschapseilanden (die weer onderverdeeld zijn in de Bovenwindse en Benedenwindse Eilanden), de Tuamotu-archipel, de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en de Australeilanden.
Kaart van Frans Polynesië
Het zou wat ver voeren om alle eilanden en atollen op te noemen, maar om de bekendste te vermelden: Genootschapseilanden: Tahiti & Moorea (bovenwinds) en Bora Bora, Raiatea & Huahine (benedenwinds) Tuamotu-archipel: Puka Puka en Rangiroa Gambiereilanden: Mangareva Marquesaseilanden: Nuku Hiva en Tahuata Australeilanden: Tubuai Op Tahiti ligt hoofdstad en grootste kern Papeete (Pape’ete in het Tahitiaans) met bijna 137.000 inwoners.
Een vrolijke vakantiekaart van Tahiti, een eiland bestaand uit de twee schiereilanden Tahiti Nui en Tahiti Iti
De eeuwenlange betrekkelijke rust op de eilanden werd vanaf 1521 voor het eerst verstoord door de Portugese ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (in het Nederlands soms Ferdinand Magellaan genoemd) toen hij Puka Puka ‘ontdekte’. In 1606 kwam Spanjaard Pedro Fernández de Quirós langs, waarbij hij Rekareka aandeed.
V.l.n.r.: Fernão de Magalhães (Ferdinand Magellaan) (±1480-1521), door een onbekendeschilder, collectie Mariner’s Museum / Jacob Roggeveen (1659-1729), fantasieportret / Pedro Fernández de Quirós (1565-1614), fantasieportret
Collega-ontdekkingsreizigers volgden, zoals de Middelburger Jacob Roggeveen, die in 1722 op Bora Bora ‘stuitte’ en de Brit Samuel Wallis, die Tahiti aandeed in 1767. Vanaf die tijd werden de bezoekjes frequenter. De Fransman Louis Antoine de Bougainville bezocht Tahiti één jaar later en weer één jaar later stond de bekendste van alle ontdekkingsreizigers, de Brit James Cook, daar ‘op de stoep’.
V.l.n.r.: Samuel Wallis (1728-1795) door een onbekende schilder / Louis Antoine de Bougainville (1729-1811), door Jean-Pierre Franque (1774-1860) / James Cook (1728-1779), door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811), collectie National Maritime Museum, Greenwich
Dit enorm verspreide eilandenrijk kwam niet in één keer in Franse handen, verschillende eilanden en/of eilandengroepen wisselden in de 18e en 19e eeuw nogal eens van kolonisator, voornamelijk Engelsen en Fransen. Nadat Engelse missionarissen in 1803 koning Pomare II van Tahiti en Moorea van Tahiti naar Moorea dwongen te vluchten, werd het christendom geïntroduceerd, vanaf 1834 kregen de Fransen het op Tahiti voor het zeggen toen missionarissen zich er vestigden.
Links: Koning Pomare II van Tahiti en Moorea (±1774-1821), gravure uit 1830 van Robert Hicks, naar een tekening van William Ellis uit 1820 / Rechts: Postzegel van 21 francs uit 1976 met het portret van koning Pomare II, een ontwerp van Pierrette Lambert (1928)
In 1842 roept Frankrijk Tahiti en Tahuata eenzijdig uit tot Franse protectoraten, een jaar later gevolgd door de stichting van de latere hoofdstad Pape’ete. In 1847 tekenen de Fransen en de Engelsen het Verdrag van Jarnac, waarbij werd afgesproken dat de benedenwindse koninkrijken Raiatea, Huahine en Bora Bora onafhankelijk zouden blijven. Lang zou dit niet duren, vanaf 1880 brengt Frankrijk de overige benedenwindse eilanden onder haar bestuur en in 1888 worden de drie koninkrijken ingelijfd. Wat meespeelde was dat Frankrijk bang was dat Duitsland als ‘koloniale laatkomer’ de nog niet geclaimde eilanden wilde inpalmen. In de jaren ’80 en ’90 van de 19e eeuw volgden ook de officiële innames van de Tuamotu-archipel , de Gambiereilanden, de Marquesaseilanden en als laatste de Australeilanden.
Links: Landkaart uit 1937 van de Établissements Français de l’Océanie, zoals FransPolynesië toentertijd heette (Atlas Colonial Français) / Rechts: Postzegel van 1 centime van de Établissements de l’Océanie
Daarmee was het hele gebied Frans, waarbij het eerst onder de naam Établissements de l’Océanie (Oceanische Vestigingen) door het leven ging. Vanaf 1903 werd dat Établissements Français de l’Océanie (Franse Oceanische Vestigingen). Vanaf 1946 verkregen de eilanders het Franse staatsburgerschap en wordt het gebied een ‘overzees gebiedsdeel’. In 1957 krijgt het dan de naam waaronder we het nu kennen: Polynésie Française (Frans Polynesië).
De laatste administratieve staats-veranderingen zijn vrij recent. In 2003 wordt Frans-Polynesië een territoire d’outre-mer (overzees territorium) en sinds 27 februari 2004 is het een collectivité d’outre-mer (overzees land), waarmee het gebiedsdeel voor een groot deel autonoom is geworden. Tevens is dat de aanleiding voor de vlag vandaag. Frankrijk houdt sinds deze wijziging nog steeds de touwtjes in handen voor wat betreft leger, politie en hoger onderwijs.
Overigens is de bevolking op z’n zachtst gezegd niet gecharmeerd van de naam Frans Polynesië. Een meerderheid kan zich beter vinden in de naam Tahiti et ses Îles (Tahiti en zijn Eilanden) en dat is ook de naam die op de eilanden vaak gebruikt wordt.
De vlag
Vlag van Frans Polynesië (1984-heden)
De vlag van Frans Polynesië is vrij recent, namelijk van 23 november 1984. De Franse vlag, de Tricolore is nog steeds de officiële vlag en volgens de regels mag de Frans Polynesische vlag alleen gevoerd worden samen met de Tricolore. Officieel gebeurt dit uiteraard keurig, officieus minder!
De vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, waarbij de witte baan even breed is als de twee rode samen. In het midden van de witte baan is het wapen van Frans Polynesië afgebeeld: een cirkel bestaande uit een afbeelding van een gestileerde Polynesische kano met een rood zeil. Kano en zeil zijn bruin omlijnd, net als de twee (minieme) personen die op beide zijden van de kano zijn afgebeeld en de vijf op het platform tussen de twee kano-rompen. De vijf personen op het verbindingsplatform staan symbool voor de vijf archipels van dit overzeese land.
Wapen van Frans Polynesië
De cirkelvormige achtergrond is horizontaal in tweeën verdeeld: bovenin in geel is de zon afgebeeld met tien stralen rondom, symbool voor leven. De onderste helft is helder blauw en beeldt met vijf golven de Grote Oceaan uit, symbool voor overvloed.
Het ontwerp van de vlag kwam niet zomaar uit de lucht vallen, maar greep terug naar het Koninkrijk Tahiti uit de 19e eeuw, de Pomare-dynastie, waar de eerder aangehaalde koning Pomare II een vertegenwoordiger van was. Tussen 1822 en 1849 volgde een aantal vlaggen elkaar snel op, waarvan er drie hieronder zijn afgebeeld. De laatste stond model voor de huidige Frans Polynesische vlag en is tevens de vlag van het eiland Tahiti én van het hele bovenwindse geheel van de Genootschapseilanden.
Drie van de koninklijke vlaggen, waarvan de laatste nog in gebruik is als vlag van Tahiti en de andere bovenwindse Genootschapseilanden, tevens diende deze vlag als ‘leeg canvas’ voor de vlag van Frans Polynesië
En daarmee zijn we op de verschillende vlaggen van de ver uit elkaar gelegen archipels gekomen. Het zal niemand verbazen dat ze allemaal hun eigen vlag hebben, sterker nog: de meeste eilanden hebben hun eigen vlag, maar het zou wat ver voeren die hier allemaal af te beelden en te bespreken!
Maar de verschillende eilandengroepen dienen we wel even de revue te laten passeren, hieronder staan ze afgebeeld:
V.l.n.r.: Vlag van Tahiti en de bovenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de benedenwindse Genootschapseilanden / Vlag van de GambiereilandenV.l.n.r.: Vlag van de Tuamotu-archipel / Vlag van de Marquesaseilanden / Vlag van de Australeilanden
Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 190 jaar geleden. Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
Viering/Herdenking
De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)
Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius. In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven. Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.
*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.
Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)
Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.
Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Ruim 60 landen hebben een ‘dag van het leger’, en Laos is er één van. In dit geval wordt herdacht dat op 20 januari 1949 het land een onafhankelijk leger kreeg.
De Dag van het Leger wordt doorgaans gevierd met een militaire parade in de hoofdstad Vientiane (screenshot)
Laos, lang een Franse kolonie, werd in de Tweede Wereldoorlog bezet door Japan. Na de bevrijding kwamen de Fransen in eerste instantie terug, maar in 1949 werd het een monarchie. In 1953 werd de onafhankelijkheid officieel erkend. Helaas brak er een langdurige burgeroorlog uit. Uiteindelijk kwam daar in 1975 een einde aan toen de communistische partij Pathet Lao aan de macht kwam en de monarchie werd afgeschaft. Sinds die tijd heet het land officieel Democratische Volksrepubliek Laos.
De vlag
Vlag van Laos (1945-1946 / 1975-heden)
De vlag van Laos is een horizontale driekleur van rood-blauw-rood, waarbij de middelste blauwe baan even hoog is als de tweed rode samen. Midden op de blauwe baan staat een witte cirkel.
De vlag werd ingevoerd na de communistische overname in 1975, maar was al eerder kortstondig de nationale vlag geweest. Het was een ontwerp van Mahā Silā Vīravong en de vlag werd voor het eerst ingevoerd in 1945, na de Tweede Wereldoorlog. Laos was een Franse kolonie, maar net als het geval was met het door de Japanners bezette Nederlands-Indië (nu Indonesië), ontstond er een machtsvacuüm in Laos, na de overgave van de Japanse bezetters.
Het duurde enige tijd voordat de Fransen ‘orde op zaken’ hadden gesteld. Gedurende deze tijd (12 oktober 1945 tot en met 24 april 1946) werd Laos geleid door de Lao Issara (Vrij Laos), een anti Franse groepering. Met het herstel van de Franse macht verdween de vlag weer uit beeld werd de oude vlag weer ingevoerd.
De oude vlag van Laos vindt zijn oorsprong in die van een van de voorgangers van Laos: het koninkrijk Luang Prabang (1707-1893), dat samen met twee andere koninkrijken uiteindelijk in 1893 de Franse kolonie Laos zou vormen. De vlag van Luang Prabang was rood met een driekoppige olifant in wit, staand op een voetstuk met een koninklijke parasol boven de olifant. De witte olifant is eveneens een koninklijk symbool in Zuidoost-Azië, meer specifiek in Myanmar, Thailand en Laos.
Drie versies van dezelfde vlag, v.l.n.r. Vlag van het koninkrijk Luang Prabang (tot 1893) / Vlag van Laos als Franse kolonie (1893-1952) / Vlag van Laos (1952-1975)
De Fransen namen de vlag over in 1893, waarbij hij licht werd gewijzigd: het voetstuk kreeg een plattere vorm en vijf treden en de parasol kreeg negen lagen. In het kanton werd de Franse vlag, de tricolore afgebeeld. De volgende versie stamt uit 1952, het jaar waarin de monarchie werd ingevoerd. Het jaar daarop verkreeg Laos de onafhankelijkheid. Deze vlag was gelijk aan de vorige, minus de Franse vlag. In 1975, bij de invoering van de Democratische Volksrepubliek Laos, werd er teruggegrepen naar de vlag die kortstondig als vlag diende in de jaren 1945-1946.
De Mekongrivier (fotograaf onbekend)
Wat de symboliek betreft: de twee rode banen staan voor het vergoten bloed voor het vaderland, aan beide kanten van de rivier de Mekong, het blauw staat voor deze belangrijke rivier en voor voorspoed, terwijl de witte cirkel de eenheid belichaamt van Noord- en Zuid-Laos en tevens symbool is voor de volle maan die op de Mekong schijnt.
De 6e januari is een officiële feestdag in Laos. Het herdenkt de overwinning van de Pathet Lao, de communistische revolutionaire volkspartij, op de door het Westen gesteunde royalisten. Die overwinning was op 2 december 1975 en maakte een einde aan de monarchie die sinds een jaar voor de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1953 had bestaan.
Affiche voor Pathet Lao-dag (publiek domein)
De vlag
Vlag van Laos (1945-1946 / 1975-heden)
De vlag van Laos is een horizontale driekleur van rood-blauw-rood, waarbij de middelste blauwe baan even hoog is als de tweed rode samen. Midden op de blauwe baan staat een witte cirkel.
De vlag werd ingevoerd na de communistische overname in 1975, maar was al eerder kortstondig de nationale vlag geweest. Het was een ontwerp van Mahā Silā Vīravong en de vlag werd voor het eerst ingevoerd in 1945, na de Tweede Wereldoorlog. Laos was een Franse kolonie, maar net als het geval was met het door de Japanners bezette Nederlands-Indië (nu Indonesië), ontstond er een machtsvacuüm in Laos, na de overgave van de Japanse bezetters.
Het duurde enige tijd voordat de Fransen ‘orde op zaken’ hadden gesteld. Gedurende deze tijd (12 oktober 1945 tot en met 24 april 1946) werd Laos geleid door de Lao Issara (Vrij Laos), een anti Franse groepering. Met het herstel van de Franse macht verdween de vlag weer uit beeld werd de oude vlag weer ingevoerd.
De oude vlag van Laos vindt zijn oorsprong in die van een van de voorgangers van Laos: het koninkrijk Luang Prabang (1707-1893), dat samen met twee andere koninkrijken uiteindelijk in 1893 de Franse kolonie Laos zou vormen. De vlag van Luang Prabang was rood met een driekoppige olifant in wit, staand op een voetstuk met een koninklijke parasol boven de olifant. De witte olifant is eveneens een koninklijk symbool in Zuidoost-Azië, meer specifiek in Myanmar, Thailand en Laos.
Drie versies van dezelfde vlag, v.l.n.r. Vlag van het koninkrijk Luang Prabang (tot 1893) / Vlag van Laos als Franse kolonie (1893-1952) / Vlag van Laos (1952-1975)
De Fransen namen de vlag over in 1893, waarbij hij licht werd gewijzigd: het voetstuk kreeg een plattere vorm en vijf treden en de parasol kreeg negen lagen. In het kanton werd de Franse vlag, de tricolore afgebeeld. De volgende versie stamt uit 1952, het jaar waarin de monarchie werd ingevoerd. Het jaar daarop verkreeg Laos de onafhankelijkheid. Deze vlag was gelijk aan de vorige, minus de Franse vlag. In 1975, bij de invoering van de Democratische Volksrepubliek Laos, werd er teruggegrepen naar de vlag die kortstondig als vlag diende in de jaren 1945-1946.
De Mekongrivier (fotograaf onbekend)
Wat de symboliek betreft: de twee rode banen staan voor het vergoten bloed voor het vaderland, aan beide kanten van de rivier de Mekong, het blauw staat voor deze belangrijke rivier en voor voorspoed, terwijl de witte cirkel de eenheid belichaamt van Noord- en Zuid-Laos en tevens symbool is voor de volle maan die op de Mekong schijnt.