Op deze dag is het 20 jaar geleden dat de eigen vlag van de Cocoseilanden werd ingevoerd.
Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Australië (publiek domein)
Hoewel we de eilanden in het Nederlands als de Cocoseilanden kennen, wordt de archipel in het Engels officieel met twee namen aangeduid, waarvan één tussen haakjes, als ‘The Territory of the Cocos (Keeling) Islands’.
Ligging van de Cocoseilanden ten opzichte van Indonesië (publiek domein)
Dit kleine Australische territorium ligt ten zuiden van het Indonesische eiland Sumatra, telt 27 eilanden en heeft een totale oppervlakte van 14,2 km², met een bevolking van slechts 593 inwoners (laatste telling uit 2021).
Kaart van de Cocoseilanden (CIA Indian Ocean Atlas, 1976 / publiek domein)
De zes grootste eilanden zijn West Island (Pulu Panjang), Home Island (Pulu Selma), South Island (Pulu Siput), Direction Island (Pulu Tikus), Horsburgh Island (Pulu Luar) en het een stuk noordelijker gelegen North Keeling Island (Pulu Keeling Utara). Slechts de twee eerstgenoemde eilanden zijn bewoond.
Van die twee is West Island het grootste eiland. Hier is het vliegveld gelegen, tevens dient het eiland als hoofdstad. De bevolking van ruim 100 bewoners is grotendeels van Europese afkomst.
Het zuidelijk deel van West Island (Pulu Panjang) met het vliegveld en direct daarnaast de hoofdstad (eveneens West Island geheten), met zijn ruim 100 inwoners een van de kleinste hoofdsteden ter wereld (foto: NASA Earth Observatory, Jesse Allen & Robert Simmon / publiek domein)
Verreweg de meeste mensen (ruim 400, voornamelijk Aziaten) wonen echter aan de overkant van de lagune, in Bantam op Home Island.
Bantam op Home Island, de grootste plaats van de archipel op een postzegel uit 1984(Australia Post)
Cocos/Keeling
De eilanden werden in 1609 ontdekt door de Britse kapitein William Keeling, die voor de East India Company voer. Op de terugweg van zijn derde reis naar Zuidoost-Azië (1607-1609) stuitte hij met zijn schip de Red Dragon op de toen nog onbekende en onbewoonde eilanden, dicht begroeid met kokospalmen.
Kaart van de Cocoseilanden (met het noorden rechts) uit circa 1724, getiteld: Platte paskaart van de Cocus-Eylanden, diens Zuydelijks liggende op de Z.Br. van 12 gr. 15 min., en ’t Noordl. op de Z.Br. van 11 gr. 38 à 40 min., Lengte 118 gr., door Silo Godlob (Collectie Nationaal Archief)
Hoewel de eilanden vervolgens naar kapitein Keeling vernoemd werden, beklijfde de naam Cocos Islands in gelijke mate. Zodanig zelfs, dat de eilanden in het Engels nog steeds met twee namen door het leven gaan.
Links: Kapitein William Keeling (1577-1619) op een postzegel van 30 cent uit 1984 (Australia Post) / Rechts: Oceania House, de residentie van de familie Clunies-Ross op West Island, tegenwoordig een bed & breakfast (publiek domein)
Pas vanaf het begin van de 19e eeuw kwam er leven in de brouwerij met de vestiging van de Schotse zakenman John Clunies-Ross, die er een kopra-plantage stichtte. Zijn werkers haalde hij hij zowel uit Nederlands-Indië als Malaya (tegenwoordig Indonesië en Maleisië). De huidige bevolking stamt van deze arbeiders af.
Vier postzegels uit 2020 waarop vier soorten van betaalmiddelen uitgegeven door de familie Clunies-Ross: papier (linksboven), ivoor (rechtsboven), plastic (linksonder) en metaal (rechtsonder), die laatste munten (uit 1977) waren de laatste uitgaven uit het Clunies-Ross-tijdperk – ontwerp postzegels: Stacey Rass (Australia Post)
In 1857 werden de eilanden voor de Engelse Kroon geclaimd en ingelijfd bij het Britse Imperium. Na eerst vanuit Ceylon nu Sri Lanka) bestuurd te zijn, werd dat later overgedragen aan Singapore (in eerste instantie toen nog onder de naam Straits Settlements).
Ongedateerde foto van een kopraplantage op de Cocoseilanden (publiek domein)
In de praktijk werden de eilanden echter bestuurd door de familie Clunies-Ross. In 1866 verzekerde Koningin Victoria de familie dat ze het recht hadden de eilanden ‘voor altijd’ te behouden.
Australië
De laatste ‘verhuizing’ was die van 23 november 1955, toen het (officiële) bestuur overging van de Kolonie Singapore naar het Gemenebest Australië. In de dagelijkse praktijk was vrijwel de hele archipel echter nog steeds privé-bezit van de familie Clunies-Ross, die de eilanden op een feodale manier bestuurden.
Kaart van de Cocoseilanden uit 1958 gezien vanuit het westen (publiek domein)
Australië kreeg hier in de jaren ’70 van de vorige eeuw zo genoeg van, dat ze de Clunies-Ross-clan dwongen de eilanden van de hand te doen. In 1978 betaalde de Australische regering 6.250.000 Australische dollars voor de acquisitie. Hoofd van het familiebedrijf (net als zijn voorvader John Clunies-Ross geheten) verhuisde daarna naar Perth, West-Australië, maar een aantal familieleden verkoos op de eilanden te blijven, nu als gewone burgers.
Referendum
Op 6 april 1984 werd er een zelfbeschikkings-referendum op de Cocoseilanden gehouden, waarbij men uit drie mogelijkheden kon kiezen: volledige onafhankelijkheid, vrije associatie of onderdeel van Australië worden. Alle 261 Cocoseilanders met stemrecht, waaronder de overgebleven leden van de Clunies-Ross-familie, brachten hun stem uit. De uitslag was 229 stemmen voor volledige integratie met Australië, 21 voor vrije associatie en 9 voor onafhankelijkheid. Twee stembiljetten werden ongeldig verklaard. Sindsdien zijn de Cocoseilanden administratief gezien onderdeel van de Australische deelstaat West-Australië.
Het onbewoonde North Keeling Island (Pulu Keeling Utara) (fotograaf onbekend)
De archipel heeft als ‘hoofd’ een Australische bewindvoerder, die overigens niet op de eilanden aanwezig is. Dezelfde bewindvoerder heeft ook Christmas Island onder zich. Beide gebieden samen vormen de Australian Indian Ocean Territories. Bewindvoerder sinds 5 oktober 2017 is Natasha Griggs.
Links: Natasha Griggs (1969), bewindvoerder van de Australian Indian Ocean Territories (publiek domein) / Rechts: Aindil Minkom, voorzitter van de Shire of Cocos (Keeling) Islands (publiek domein)
Daarnaast is er ter plekke ook een soort gemeenteraad for lokale kwesties onder de naam Shire of Cocos (Keeling) Islands. Voorzitter van de Shire is sinds dit jaar Aindil Minkom, de termijn is vier jaar.
Het lokale bestuur (The Shire) bevindt zich op Home Island (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van de Cocoseilanden (2004-heden)
De vlag van de Cocoseilanden is groen met in het kanton een gele cirkel waarin een kokospalm in natuurlijke kleuren is geplaatst. Een gele halve maan in het midden van de vlag, ernaast in het uitwaaiende gedeelte het eveneens in geel afgebeelde sterrenbeeld Zuiderkruis.
Over de ouderdom van de vlag bestaat enige verwarring. Officieel wordt volgehouden dat de vlag in 2003 ontworpen werd door Cocoseilander Mohammed Minkom. Dat hij de vlag ontworpen heeft staat vast, maar de vlag is ouder dan 2003. Ze werd reeds in 1995 ontworpen en wel voor de Taman Mudi Youth Group. Minkom heeft dit in 2019 zelf bevestigd in een gesprek met het Australische ABC Radio Perth. Wat ook vaststaat is dat de vlag op 6 april 2004 van jeugdgroepvlag ‘bevorderd’ werd naar territoriumvlag.
Mohammed Minkom met de door hem ontworpen vlag in 2019 (fotograaf onbekend)
Wat het ontwerp betreft: groen is de kleur van de islam (driekwart van de bevolking is moslim). De kleuren groen en geel samen worden in moederland Australië wel gezien als nationale (sport)kleuren. De halve maan staat eveneens voor de islam, terwijl het sterrenbeeld Zuiderkruis is overgenomen van de Australische vlag. De kokospalm kon natuurlijk niet ontbreken op de vlag van een archipel met de naam Cocos Islands. Kopra, het vruchtvlees van de kokosnoot, is altijd het belangrijkste exportproduct geweest.
Tot slot nog iets over de kleur van de vlag: voor zover bekend zijn er nooit vlagspecificaties vastgesteld, waardoor sommige details, zoals kleur en afbeeldingen min of meer ‘vogelvrij’ zijn. Dat zien we bijvoorbeeld in de kleur groen van de vlag, die voorkomt in verschillende tinten, van helder naar donker.
Op de foto bij dit artikel van ontwerper Mohammed Minkom met zijn exemplaar van de vlag, zien we een duidelijk donkerder groen dan op de afbeeldingen die we doorgaans zien op internationale vlaggenoverzichten. En ook de vlag in gebruik bij Vlagblog is van een heldergroene kleur. Eenzelfde variatie zien we bij kokospalm in de broektop: die komt in allerlei versies voor!
Russische aanvallen op energie-infrastructuur gaan door
Op 22 maart werd Charkov in duisternis gehuld door een grootscheepse Russische raketaanval op de energie-infrastructuur, de grootste sinds het begin van de oorlog. Terwijl de stad werkt aan het herstel van de stroomvoorziening, is er afgelopen weekend door het hele land opnieuw een barrage van aanvallen geweest, opnieuw gericht op de energievoorziening.
Charkov: grotendeels in het donker (screenshot)
Autoriteiten in havenstad Odessa zeggen dat het energiesysteem daar zondag werd getroffen door raketten en drones, die gedeeltelijke stroomuitval veroorzaakten: twee wijken zaten geheel zonder stroom, ’s middags was de stroomvoorziening hersteld.
Uitgevallen verkeerslicht in Charkov (screenshot)
Zoals gezegd was de schade in Charkov enorm: volgens burgemeester Igor Terekhov kan het weken duren eer de schade geheel is hersteld. En dat alleen als de stad niet opnieuw door Rusland op de korrel wordt genomen. Zo werd ook het luchtalarm getroffen. Dat is nu tijdelijk vervangen door een snerpend geluid via smartphones. Stroom voor veel bedrijven en winkels komt nu via generatoren. En hoewel de metro weer operatief is, geldt dat niet voor de trams en trolleybussen, die nu zijn vervangen door reguliere bussen. Verkeerslichten werken inmiddels deels weer.
President Zelensky tijdens zijn videotoespraak van 2 april (screenshot)
President Zelensky heeft, wat hij de ‘Russische raketterreur’ noemt, veroordeeld en hij herhaalde zijn oproep aan de westerse bondgenoten voor meer luchtverdedigingssystemen.
Mobilisatie-leeftijd verlaagd in Oekraïne
President Zelensky heeft een wet ondertekend die de leeftijd voor militaire mobilisatie met twee jaar verlaagt van 27 naar 25 jaar. In december liet de president weten dat er voor het succesvol voortzetten van de oorlog 500.000 manschappen extra moesten komen.
Oekraïne heeft na twee jaar oorlog zware verliezen geleden op het slagveld en hoewel dat ook voor Rusland geldt, heeft dat land geprofiteerd van een aanzienlijk voordeel in mankracht. De maatregel zal Oekraïne in staat stellen meer mensen op te roepen om zijn reserves aan te vullen, nadat het aantal vrijwilligers is gedaald.
Hoewel het wetsvoorstel voor het verlagen van de mobilisatieleeftijd al in mei 2023 door het parlement werd aangenomen, was het tot voor kort niet van kracht, omdat president Zelensky het nog niet had ondertekend. Onduidelijk is wat de president ertoe bracht het wetsvoorstel afgelopen dinsdag ineens te ondertekenen, maar hij waarschuwde eerder voor plannen die Rusland heeft om mogelijk dit jaar een lente- of zomeroffensief te lanceren.
Gezamenlijke persconferentie gisteren van president Zelensky en zijn Finse ambtsgenoot Alexander Stubb (1968), die sinds 1 maart dit jaar in functie is(screenshot)
Tijdens een gezamenlijke persconferentie met de Finse president Stubb gisteren, liet president Zelensky weten dat er door de mobilisatie per 1 juni zo’n 300.000 extra manschappen zouden moeten zijn.
Oekraïense drone-aanval in Tatarije
Oekraïne heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor een drone-aanval afgelopen maandagochtend, in de Russische autonome republiek Tatarije (ook wel bekend als Tatarstan), ruim 1.300 kilometer van de Oekraïns-Russiche grens. De aanvallen, waarbij twaalf studenten gewond raakten, zijn de diepste op Russisch grondgebied sinds het begin van de oorlog.
Lokale autoriteiten zeiden dat de aanvallen de stad Jelaboega (Yelabuga) troffen (waar vermoedelijk drones worden geproduceerd) en een olieraffinaderij in het nabijgelegen Nizhnekamsk.
Jelaboega ligt in een “speciale economische zone”, een gebied met een speciaal rechtssysteem gericht op het aantrekken van buitenlandse investeringen. De door Rusland tegen Oekraïne veelvuldig ingezette Iraanse Shahed-drones zouden in Jelaboega worden geassembleerd.
Rustam Minnikhanov(1957), president (officieel ‘hoofd’) van Tatarije, met links naast hem de aan het ambt verbonden standaard met daarop een sneeuwluipaard, dit is tevens het wapen van Tatarije (fotograaf onbekend)
De regionale leider Rustam Minnikhanov van Tatarije zei dat de drones op geen van beide locaties ernstige schade aan de infrastructuur veroorzaakten en dat de productieactiviteiten normaal doorgang konden vinden. De militaire inlichtingendienst van Oekraïne zei echter dat de aanval in Jelaboega “een aanzienlijke vernietiging van productiefaciliteiten veroorzaakte”.
Beeld uit de video waarin het snel dalende ‘vliegtuig’ te zien is, kort vóór de inslag (screenshot)
Kort na de aanslagen circuleerde er online een video waarin een licht vliegtuig te zien lijkt te zijn (vermoedelijk aangepast om onbemand te vliegen), wat vervolgens neerkomt op een gebouw in Jelaboega voordat het explodeerde, waarna een grote vuurbal te zien was.
Kort nadat het neerkomt is er enorme explosie te zien (screenshot)
Oekraïne voert al enkele maanden zijn drone-aanvallen op Russisch grondgebied op. Het land heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat zijn leger met ernstige munitietekorten kampt, maar heeft zich ten doel gesteld dit jaar in eigen land één miljoen drones te produceren.
NAVO-voorstel voor Oekraïne-fonds
Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO, stelde eerder deze week voor om een fonds van 100 miljard dollar aan geallieerde bijdragen voor Oekraïne op te richten, voor de aankoop van wapens over een periode van vijf jaar. Dit als onderdeel van een pakket dat de 32 NAVO-leiders dan zouden moeten goedkeuren tijdens hun bijeenkomst in Washington in juli. Zover is het echter nog niet.
Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO tijdens een persconferentie gisteren n.a.v. 75 jaar NAVO (screenshot)
Het is nog maar een voorstel, waarbij verschillende NAVO-landen (zoals Hongarije) zouden kunnen gaan dwarsliggen. Dat juist een organisatie als de NAVO zo’n fonds zou oprichten, zou een unicum zijn: zoiets gebeurde niet eerder. De NAVO is zich duidelijk aan het voorbereiden voor het geval Donald Trump in november opnieuw als president van de Verenigde Staten wordt gekozen. Mocht dat het geval zijn, dan is het waarschijnlijk snel gedaan met Amerikaanse steun aan Oekraïne.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Vandaag is het 709 jaar geleden dat Vlissingen stadsrechten kreeg, verleend door Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337). Op 2 april 1315 tekende hij de oorkonde met 47 artikelen, waarin alle rechten, geboden en verboden werden opgesomd.
Links: Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337), door Hendrik van Heessel (?-1470), tekening uit 1456 (publiek domein) / Rechts: Vlissingen in 1582 door Lodovico Guicciardini (1521-1589) (publiek domein)
Naast zaken als het recht stadsmuren te bouwen, (week)markten te houden of tol te heffen, kon een stad ook zijn eigen rechtspraak regelen. Willem III en zijn opvolgers profiteerden daar ook van: van opgelegde boetes verdween het grootste deel richting het grafelijke hof.
Plattegrond van Vlissingen (Filissinga) , handgekleurde kopergravure uit 1612 van Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) naar een kaart van van Lodovico Da Guicciardini (1521-1589) uit zijn “Beschrijvinghe van alle de Nederlanden anderssins ghenoemt Neder-Duytslandt” uit 1567 (publiek domein)Uitvergroting van de wapens op de kaart hierboven: Zeeland, Oranje-Nassau en Vlissingen (publiek domein)
Andere plaatsen
Vlissingen was bij lange na niet de eerste stad in Zeeland, zeker 12 steden gingen Vlissingen voor: Aardenburg (1127), Hulst (1180), Biervliet (1183), Axel (1213), Middelburg (1217), Westkapelle (1223), Domburg (1223), Oostburg (1237), Sint Anna ter Muiden (1242), Zierikzee (1248), Sluis (1290) en IJzendijke (1303). Zeeuwse hekkensluiter is Terneuzen (1584).
Vlissingen anno 1740 door Adrianus ter Meer Derval, gedateerd 30 augustus 1931 (Collectie Zeeuws Archief)
Het zegt verder natuurlijk niets over de ouderdom van een plaats. In het geval van Vlissingen wordt nu aangenomen dat het dorp Vlissingen omstreeks 1150 is ontstaan. Nadat Walcheren in 1134 bij een grote stormvloed bijna geheel onder water kwam te staan, werd er in de jaren daarna hard gewekt aan herstel door middel van dijkaanleg. Het gebied waar nu Vlissingen ligt, had een natuurlijke haven en het plaatselijke veen leverde zout en brandstof. Het dorp begon dan ook als een vissersdorp en een plek waar je zout kon delven. Al met al is Vlissingen als plaats inmiddels dan dus zo’n dikke 870 jaar oud.
De Vlissingse stadsvlag is een van de oudere en bekendere vlaggen van het land en komt op verschillende schilderijen vanaf de 15e eeuw voor, meestal zeegezichten en zeeslagen. Hieronder een voorbeeld: een schilderij van Hendrick Vroom:
Maar ook in verschillende oude vlaggenboeken en op vlaggenkaarten komt ze al voor. Hieronder een greep daaruit:
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Christoph Weigel (1718) / Rechts: Detail uit Tableau des pavillons que la pluspart des nations arborent à la mer (1756)Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Matthæus Seutter in Augspurg (1764) / Rechts: Detail uit Schouw-park aller scheeps-vlaggen van Gerard van Keulen (1775)Links: Detail uit Bowles’s universal display of the naval flags of all nations in the world (1783) / Rechts: Detail uit A display of the naval flags of all nations (1838)Afbeelding van de Vlissingse vlag in “De Nederlandsche vlag” van C. de Waard uit 1900 (uitgave J.B. Wolters / publiek domein)
De vlag is rood met daarop in het midden afgebeeld het stadswapen van Vlissingen, als vanouds een (meestal gekroonde) fles. Het wapen werd pas officieel bevestigd bij een Besluit van de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 en luidde als volgt:
Van keel (rood), beladen met een Jacoba’s kruikje van zilver (wit), gekroond, geketend en gecierd van goud (geel). ’t Schild gedekt met een kroon, mede van goud.
Links: Wapens en namen van de Gecommiteerde Raden van Zeeland en de steden van Zeeland (Zeeland veredelt), door Joseph Mulder naar Gerard de Lairesse (1688-1691) (publiek domein) / Rechts: Detail uit deze voorstelling met de Vlissingse vlag en het Vlissingse wapenschild
In de eeuwen voor dit besluit, nam men het bij gebrek aan een officiële beschrijving van zowel wapen als vlag, niet zo nauw: de fles werd ook wel in geel afgebeeld, de kroon in wit, of zoals eerder vermeld, zónder kroon, mét en zónder ketens. Hoewel het rode veld redelijk consequent werd gebruikt zijn er ook afbeeldingen bekend met de Prinsenvlag als achtergrond, of het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag. Het rode veld is waarschijnlijk voortgevloeid uit de tijd van de kaapvaart. Kapers voerden vaak een rode vlag en Vlissingse kapers waren dan weer herkenbaar aan het stadswapen op zo’n vlag.
Hoewel de vlag sinds de 19e eeuw al aardig gestandaardiseerd was, werd hij pas officieel bevestig in een raadsbesluit van 31 augustus 1973 en dat luidde als volgt:
Rood met op het midden een wit jacobakannetje, geel geketend en gesierd en erboven een gele kroon van drie bladeren en twee parels, een en ander ter hoogte van vier vijfde van de vlaghoogte.
De zogenaamde Local Government Act 1888 zorgde ervoor dat Engeland en Wales in graafschappen werden onderverdeeld, de wet ging het jaar daarop in, om precies te zijn op 1 april 1889.
Titelpagina van de Local Government Act van 1888, die in 1889 inging (uitgave George Routledge & Sons, Londen / publiek domein)
Een fiks aantal historische graafschappen bestond al langere tijd, zoals Kent, maar er werden ook 10 grote steden aangewezen als seperate ‘stadsgraafschappen’: Liverpool, Birmingham, Manchester, Leeds, Sheffield, Bristol, Bradford, Nottingham, Kingston-on-Hull en Newcastle upon Tyne. Hoofdstad Londen was iets eerder, op 21 maart, al voorgegaan.
Kent, onze ‘buurprovincie’ bestaat onder die naam al heel lang. Vanaf 1067 was het al een deels autonoom gebied met als hoofstad Canterbury. Ver daarvoor was Kent zelfs een apart koninkrijk, volgens overlevering gesticht in 449 door de uit Jutland afkomstige Hengest, die het gebied veroverde, tesamen met zijn broer Horsa.
Maidstone, hoofdstad van Kent (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Kent (de Invicta Flag) (1605-heden)
De vlag van Kent is donkerrood van kleur met een afbeelding van een steigerend wit paard. Dit paard was het symbool van bovengenoemde Horsa. Na de verovering van het gebied door de Juten werd het ook het symbool van Kent. Hoewel het paard dus al heel lang als symbool voor Kent gebruikt wordt, wordt het voor zover we nu weten, voor het eerst op een vlag gezet in 1605 (zie afbeelding hieronder).
Hengest en Horsa met rechts de banier van Horsa (uit: A restitution of Decayed Intelligence, 1605)
De vlag staat ook bekend als de Invicta flag, naar de wapenspreuk van Kent, Invicta, wat zoveel als ‘onverslagen’ of ‘nooit veroverd’ betekent.
Andere witte paarden
Daarmee is het witte paard ‘familie’ van een ander gebied op het Europese vasteland met dit symbool: Nedersaksen, dat min of meer ‘op de route’ lag vanuit Jutland. Ook daar zien we een wit paard op een rode ondergrond.
De vlaggen van Nedersaksen en Twente
Ook de Nederlandse regio Twente bedient zich van dit symbool, maar in dit geval was de wens de vader van de gedachte. Het was de regionale amateur-historicus Jacobus (Ko) Joännes van Deinse die rond 1930 van de stelling uitging dat Twentenaren van oorsprong Saksen zouden zijn en daarom ook “het recht hadden” een wit paard op een rood veld te voeren. Het leidde tot een eigen vlag met dit symbool. Achteraf gezien bleek Van Deinse hier echter historiserend bezig te zijn geweest: Albert Mensema, archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle, bewees in 1981 dat het Saksische ros helemaal geen inheems Twents symbool was, maar toen was het als zodanig inmiddels al ingeburgerd.
Een officiële feestdag op de Amerikaanse Maagdeneilanden. Tot 1917 stonden deze drie eilanden bekend onder de naam Deens-West-Indië en (zoals de naam al aangeeft) was het een Deense kolonie. In 1917 verkocht Denemarken de kolonie aan de Verenigde Staten. De overdracht was op 31 maart dat jaar en die dag staat nu bekend als Transfer Day.
Kaart van de Amerikaanse (groen) en Britse (roze) Maagdeneilanden uit 1935 (publiek domein)
De naam ‘Amerikaanse Maagdeneilanden’ suggereert dat er nog andere Maagdeneilanden zijn en dat is dan ook zo. Naast de drie Amerikaanse eilanden Saint Croix, Saint John en Saint Thomas (plus zo’n vijftig kleinere), zijn er nog de Britse Maagdeneilanden, die ook uit meer dan vijftig eilanden en eilandjes bestaan, de vier belangrijkste zijn Tortola, Virgin Gorda, Anegada en Jost van Dyke (vernoemd naar de Nederlandse piraat Joost van Dyk).
Ter oriëntatie een kaart met alle Maagdeneilanden: in groen de Spaanse Maagdeneilanden (ook wel de Puerto Rico Maagdeneilanden), in rood de Amerikaanse Maagdeneilanden en in blauw de Britse Maagdeneilanden (de landmassa geheel links is het eiland Puerto Rico) (kaart: かぬま / publiek domein)
Tot slot zijn daar ook nog de Spaanse Maagdeneilanden, die ook wel de Puerto Ricaanse Maagdeneilanden genoemd worden, omdat ze bestuurd worden door Puerto Rico, wat zelf ook een Amerikaans gebied is. Hier zijn de belangrijkste eilanden Culebra en Vieques. Een hele hoop Maagdeneilanden dus, maar vandaag verdiepen we ons in de Amerikaanse.
De Amerikaanse Maagdeneilanden zijn sinds hun ‘ontdekking’ door Columbus, tijdens zijn tweede ontdekkingsreis in 1493, een speelbal van verschillende kolonisators geweest, zoals de meeste Caribische eilanden trouwens, hoofdrolspelers in dit gebied waren doorgaans Spanje, Engeland, Frankrijk en Nederland. Omdat de lokale bevolking (de Cariben) de Spanjaarden vijandig benaderden, verklaarde Spanje hen de oorlog en een eeuw later was er van de oorspronkelijke bewoners niemand meer over.
Deense kaart van Saint Croix uit 1754, getekend door Jens Michelsen Beck en gegraveerd door Odvardt Helmondt de Lode in Kopenhagen, bovenin twee plattegronden, links die van Friderichstæd en rechts Christenstæd (publiek domein)
Vanaf het begin van de 17e eeuw werd Saint Croix door zowel Engelsen als Nederlanders gekoloniseerd: de Engelsen in het westen en de Nederlanders (Zeeuwen) in het oosten.*
*Verschillende Vlissingers waren in de 17e eeuw betrokken bij de kolonisatie van een aantal Caribische eilanden waaronder Saint Croix (Sint Kruis), Tobago, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba. Het zorgde ervoor dat in een in 1956 aangelegde wijk straten vernoemd werden naar deze eilanden, waardoor Vlissingen dus een Sint Kruislaan heeft.
Straatnaambord van de Sint Kruislaan in Vlissingen, vernoemd naar het eiland Saint Croix (foto: Vlagblog)
In 1645 ontstond er een conflict tussen de Engelsen en Nederlanders, waarna de Nederlandse kolonisten naar Sint Eustatius vertrokken. De Engelsen werden op hun beurt in 1650 door de Spanjaarden verdreven. Een jaar later werden zij op hun beurt weer verdreven door de Fransen. Omdat de kolonisatie niet echt vlotten wilde, gaf de Franse koning Lodewijk XIV, het eiland vervolgens in beheer bij de Orde van Malta, maar in 1665 werd het verkocht aan de Franse West-Indische Compagnie. Door ziekte en droogte kwam de eerst zo succesvolle kolonisatie tot stilstand en vanaf 1695 was Saint Croix vrijwel onbewoond.
“Christiansted paa St. Croix, tagen fra Peter Farms Flagstang” een werk uit 1831 van de Duitse schilder Johann Friedrich Fritz (1798-1870) (Collectie Det Kongelige Bibliotek, billedsamling / publiek domein)
Saint Thomas
Ondertussen waren in 1666 (bijna dertig jaar eerder dus) de Denen in het gebied opgedoken, die zich eerst concentreerden op het eiland Saint Thomas. Dit eiland was in eerste instantie in gebruik als schuilplaats voor piraten, vanaf 1657 hadden Nederlandse kolonisten zich er gevestigd, negen jaar later dus gevolgd door de Denen.
Nederlandse kaart van Saint Thomas uit een maritieme atlas, de tekst in de cartouche linksboven luidt: “Nieuwe en aldereerste Afteekening van ’t Eyland St. Thomas met alle desselfs Havenen, Ankerplaatse en geleegentheden, is geleegen beoosten I. Porto Rico in Westindie, behoorende aan syn Koninklyke Majestyt van Denemarken, dit Eyland geeft Catoen, Zuyker, Cret of Schilpadt; daar word ook genogotieert in Indigo, Cacau en andere Westindise waaren. Hier omtrent wayen meest Oostelijke winden. NB. Van dit Eyland heeft voor deese nooyt enige kaart int ligt geweest met Previlegie 1719” / Kaart rechtsboven: De baai van Saint Thomas met het Fort Christian / Kaart rechtsonder: Coral Bay op Saint John (Rigsarkivet, Kopenhagen / publiek domein)
In 1671 werd het eiland als Sankt Thomas geclaimd door de Deense West-Indische en Guineese Compagnie. Vanaf 1673 werden door de Denen Afrikaanse slaven aangevoerd en suikerrietplantages aangelegd, waar ze te werk werden gesteld.
Saint John
Het derde eiland, Saint John, werd vanaf 1680 door Denemarken gekoloniseerd en vanaf 1694 geclaimd door de Deense handelscompagnie, maar na schermutselingen met de Engelsen, die het eiland ook claimden, trokken de Denen hun kolonisten terug, om er in 1718 weer terug te keren.
Deense kaart van Saint John uit 1780 van de hand van Peter Lotharius Oxholm (1753-1827) (Dansk Rigsarkivet / publiek domein)
Deense Maagdeneilanden/Deens-West-Indië
Toen Frankrijk in 1733 Saint Croix aan de Deense West-Indische en Guineese Compagnie verkocht, waren alle drie de eilanden in Deense handen, onder de gezamenlijke naam Jomfruøerne, maar internationaal als Deense Maagdeneilanden of Deens-West-Indië. In 1754 werd de archipel een Deense kroonkolonie.
Christiansted op het eiland Saint Croix met Fort Christiansværn, lithografie uit 1839 naar een tekening van Thomas Christian Sabroe (Collectie Det Kongelige Bibliotek / publiek domein)
Op de eilanden werden veel suikerrietplantages aangelegd, waar slaven het werk verrichtten. In de 18e en begin 19e eeuw was dit economisch zeer lucratief, maar toen gouverneur Peter von Scholten op 3 juli 1848 de slavernij afschafte, was het gedaan met de plantages, die dan ook snel in verval raakten. Een groot deel van de bevolking keerde tussen 1850 en 1870 de eilanden de rug toe.
Bankbiljet van 5 francs uit Deens-West-Indië/Deense Maagdeneilanden uit 1905 met het portret van koning Christiaan IX (1818-1906) (publiek domein)
Verkoop
Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) benaderde de V.S. Denemarken over de verkoop van de eilanden, bang als men was, dat Duitsland de eilanden in de onderzeebootoorlog zou veroveren en er een duikbootbasis zou vestigen.
Links: Lang niet iedereen was het eens met de verkoop van de eilanden, zoals deze afbeelding laat zien: “Sælg ikke vore Vestindiske öere” (“Verkoop ons West-Indië niet”) (publiek domein) / Rechts: Het tijdschrift Klods-Hans plaatste een cartoon van Alfred Schmidt (1858-1938) op de voorpagina, waar toen nog maar weinigen aanstoot aan namen, maar die anno nu absoluut niet meer zou kunnen, we zien de Amerikaanse president Woodrow Wilson met drie zwarte jongetjes (de drie Amerikaanse Maagdeneilanden) die hij zojuist heeft gekocht van “boer Denemarken”, die zijn zak geld naar binnen draagt, terwijl “moeder Denemarken” bittere tranen schreit; de tekst onder de illustratie luidt: “Den rige mister Wilson (som har adopteret børnene for en pæn sum en gang for alle) – Kom nu boys, saa gar vi henof kø jer en fin ny dragt og et gulduhr med kæde”, vertaald: “De rijke meneer Wilson (die de kinderen voor eens en voor altijd voor een mooi bedrag heeft geadopteerd) – Kom op, jongens, dan kopen we een mooi nieuw pak en een gouden horloge met ketting voor jullie” (Danish National Archive / publiek domein)
Denemarken had hier, ondanks protesten van de Conservatieve Volkspartij, wel oren naar. In een referendum over de kwestie sprak 64% van de Denen zich uit voor verkoop.
Een postzegel uit 1916 van Deens-West-Indië met de tekst: “Protest mod salget” (“Protesteer tegen de verkoop”)
In januari 1917 kon men het eens worden over de prijs: 25 miljoen dollar, toen een exorbitant hoog bedrag. De uiteindelijke overgangsdatum werd bepaald op 31 maart datzelfde jaar en vond plaats in de hoofdstad Charlotte Amalie op het eiland Saint Thomas.
Overhandiging van de cheque van 25 miljoen dollar aan de Deense ambassadeur in de V.S., Constantin Brun (in het midden), de overige (Amerikaanse) heren zijn van links naar rechts: minister van Marine Josephus Daniels, admiraal James H. Oliver (die de eerste Amerikaanse militaire gouverneur van de eilanden zou worden), minister van Buitenlandse Zaken Robert Lansing en minister van Financiën William McAdoo, Washington, D.C. (Collectie Library of Congress / publiek domein)De cheque van 25 miljoen dollar (publiek domein)Reçu van de betaling, ondertekend door ambassadeur Constantin Brun (publiek domein)
Overgang
De Amerikaanse kruiser U.S.S. Hancock ankerde in de haven, waarna de manschappen ’s middags aan land gingen en zich opstelden voor de ceremonie op het paradeterrein voor Fort Christian op het eiland Saint Thomas.
Transfer Day, 31 maart 1917: op het paradeterrein bij Fort Christian in Charlotte Amalie, Saint Thomas, wordt de Deense vlag neergehaald (foto: John Lee / publiek domein)
Deense militairen hadden zich tegenover de Amerikanen opgesteld. Om 16.48 u werd het Deense volkslied (Der er et yndigt land) gespeeld en klonken er 21 saluutschoten, terwijl de Deense vlag (de Dannebrog) langzaam werd neergehaald.
Van de ceremonie bestaat zelfs filmbeeld: hier een screenshot van de (ingehoekte) Dannebrog die voor het laatst wordt neergelaten (publiek domein)
Om 16.53 u was het de beurt aan de Amerikanen: het Amerikaanse volkslied (The Star-Spangled Banner) weerklonk en terwijl er opnieuw kanonnen bulderden, werd de Amerikaanse vlag gehesen, waarna de Deense Maagdeneilanden ineens de Amerikaanse Maagdeneilanden waren.
De ceremonie komt ten einde: de Amerikaanse vlag is gehesen (foto: John Lee / publiek domein)
Hoewel het gebied dus onder Amerikaans bestuur staat, maakt het geen deel uit van de V.S., het is een unincorporated territory (een niet-geïncorporeerd gebied), een term die voor meerdere gebieden geldt, zoals bijvoorbeeld ook Guam, Puerto Rico, Amerikaans Samoa en de Noordelijke Marianen.
Kaart uit 1920 van de drie hoofdeilanden van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Saint Thomas, Saint John en Saint Croix, op de inzet linksonder zien we de positie van de eilanden ten opzichte van elkaar (Kaart uit “Putnam‘s Handy Atlas of the World”, Perry-Castañeda Library Map Collection, University of Texas at Austin / publiek domein)Nog vóór de overname in 1917 verscheen dit artikel van de Amerikaanse journalist Maurice Becker (op de foto linksboven te paard afgebeeld) in The World Magazine, met de titel “Getting acquainted with our new West Indian fellow citizens”, de inwoners werden gedurende de eerste jaren echter niet bepaald als “fellow citizens” behandeld, de houding van zowel de Denen als de Amerikanen was op z’n minst neerbuigend en op z’n ergst racistisch te noemen (een gangbare houding van de koloniale tijd), pas vanaf 1970 kunnen de inwoners van de Amerikaanse Maagdeneilanden hun eigen gouverneur kiezen (The World Magazine van 22 juli 1916, Collectie Rigsarkivet, Kopenhagen / publiek domein)Uitvergroting van een van de illustraties uit The World Magazine, de tekst bij het plaatje luidt: “Colored citizens of St. Thomas pay their compliments to Uncle Sam by kissing the Stars and Stripes” (“Gekleurde inwoners van St. Thomas betuigen hun respect tegenover Uncle Sam door de Stars and Stripes te kussen”) (The World Magazine van 22 juli 1916, Collectie Rigsarkivet, Kopenhagen / publiek domein)
Festiviteiten
Transfer Day is een dag die uitgebreid gevierd wordt op de eilanden met optochten, feesten en het naspelen van de ceremonie uit 1917.
Affiche voor de viering van Transfer Day, met een nogal bruin uitgevallen versie van de adelaar op de vlag (publiek domein)
De vlag
Vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden (1921-heden)
De vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden is wit met een ietwat uitgeklede versie van het Amerikaanse staatswapen: een adelaar met gespreide vleugels in geel met een Amerikaans hartschild eroverheen, in de ene klauw een lauriertak in groen, in de andere drie pijlen in blauw, de adelaar wordt geflankeerd door twee kapitale letters in blauw, een V en een I (voor Virgin Islands).
Het Amerikaanse staatswapen
Wat verschillen betreft: de adelaar heeft een andere kleur dan die in het Amerikaanse wapen en het dier heeft in plaats van dertien pijlen (symbool voor de oorspronkelijke staten van de V.S.) slechts drie pijlen in zijn klauw, symbool voor de drie hoofdeilanden. Verder ontbreekt de banderol met de wapenspreuk en het ronde schild erboven en heeft het hartschild een andere vorm.
Ontwerp
De eerste paar jaar na de aankoop was de Amerikaanse vlag op de eilanden in gebruik. Het was tijdens de termijn (1921-1922) van de derde militaire gouverneur van de Amerikaanse Maagdeneilanden, schout-bij-nacht Sumner Ely Wetmore Kittelle (1867-1950), dat het idee voor een eigen vlag ontstond.
Links: Gouverneur schout-bij-nacht Sumner Ely Wetmore Kittelle (1867-1950) (Collectie Library of Congress / publiek domein) / Rechts: Kapitein William Russell White (1858-1944) (publiek domein)
Gouverneur Kittelle benaderde zijn stafchef kapitein William Russell White (1858-1944) van de USS Grebe, die vervolgens zijn administrateur (en tevens tekenaar) Percival Wilson Sparks, om suggesties vroeg voor een ontwerp. Sparks kwam met het idee om het Amerikaanse staatswapen voor de eilanden aan te passen. Zijn getekende ontwerp bracht hij over op een katoenen doek, waarna hij zijn vrouw Grace Joseph Sparks (1897-?) en zijn zuster Blanche Joseph Sasso (1899-2005) vroeg om het ontwerp erop te borduren.
Ontwerper van de vlag van de Amerikaanse Maagdeneilanden, Percival Wilson Sparks, geflankeerd door zijn vrouw Grace Joseph Sparks en haar zus Blanche Joseph Sasso (die maar liefst 105 jaar oud werd), die de afbeelding van het wapen op de allereerste vlag borduurden (publiek domein)
Het witte veld staat symbool voor zuiverheid, de drie pijlen (zoals gezegd) voor de eilanden Saint Croix, Saint Thomas en Saint John, de lauriertak voor vrede en overwinning en de adelaar met wapenschild voor de verbinding met de Verenigde Staten.
De vlaggen van de Verenigde Staten en de Amerikaanse Maagdeneilanden gebroederlijk bij elkaar op een strand (fotograaf onbekend)
Koloniaal symbool?
Zoals wel meer symbolen die met koloniale geschiedenis te maken hebben, is het voorheen probleemloze bestaan van de vlag, de laatste tijd iets meer onder druk komen te staan. Zo schreef auteur en uitgever Mario Picayo een artikel over welke koloniale symbolen op de Maagdeneilanden hij graag zou zien verdwijnen of zou zien aangepast (zoals bijvoorbeeld geschiedenisboeken of het borstbeeld van de Deense koning Christiaan IX middenin het Emancipation Park op Saint Thomas). Voor wat dit laatste betreft, kregen hij -en talloze andere tegenstanders van het koloniale borstbeeld-, al snel hun zin: op 30 maart 2021 werd het beeld van de koning van zijn sokkel gelicht en verhuisd naar Fort Christian. De lege plek is ingenomen door de “Conch shell blower”, een beeld uit 1998 van een bevrijde slaaf die op een schelp blaast en dat vóór zijn verhuizing genoegen moest nemen met een plekje aan de rand van het park. Nu neemt het de centrale plaats in.
Links: 31 maart 2021 – het uit 1909 daterende borstbeeld van koning Christiaan IX hangt in de takels vóór zijn verhuizing van Emancipation Park naar Fort Christian (fotograaf onbekend) / Rechts: Op dezelfde plek is nu de “Conch shell blower” uit 1998 geplaatst, dat een bevrijde slaaf voorstelt die na het afschaffen van de slavernij op 3 juli 1848, op een schelp blaast (fotograaf onbekend)
Ook de vlag hoort volgens hem in dat rijtje thuis. Hij stelt dat het begrijpelijk is dat sommigen een sentimentele waarde toekennen aan de vlag, zeker bij de afstammelingen van de mensen die haar ontwierpen. Hij betoogt dat de vlag werd ontworpen in een tijd dat de eilanden onder een geheel blank marine-bestuur stonden tijdens een van de meest racistische periodes van de 20e eeuw. De vlag werd aangenomen, zo gaat hij verder, zonder enige inbreng van de lokale bevolking: opgelegd, maar niet gekozen.
Mario Picayo (1957), voorstander van een nieuwe vlag (publiek domein)
Vooralsnog zijn er echter geen plannen om de vlag te vervangen.
Charlotte Amalie, hoofdstad van de Amerikaanse Maagdeneilanden op het eiland Saint Thomas met zijn grote natuurlijke haven, de stad telt bijna 15.000 inwoners (fotograaf onbekend)
Blåflaget: fantoomvlag?
Zoals we in de inleiding konden zien, was het de Dannebrog, de vlag van Denemarken, die op Transfer Day 1917 het veld ruimde voor de Amerikaanse. Wie echter een beetje rondstruint op internet, stuit al ras op een alternatieve vlag die in de Deens-Caribische tijd gebruikt zou zijn. We zien die hieronder.
Blåflaget: gebruikt in de Deense kolonie?
Het is een helderblauwe vlag met de Dannebrog in het kanton, qua ontwerp gelijkend op blauwe ‘ensign’-vlaggen, zoals in gebruik bij het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
Links: Britse blue ensign / Rechts: Vlag van de Franse Zuidelijke en Arctische Gebieden (TAAF)
Het Britse vaandel wordt ‘leeg’ (zoals hierboven) gebruikt als dienstvlag ter zee en ‘beladen’ met een symbool, wapen of badge op het uitwaaiende gedeelte, als vlag voor talloze Britse overzeese gebieden of overheidsdiensten. Het Franse vaandel is zeldzamer dan het Britse en wordt gebruikt voor de Franse Zuidelijke en Arctische Gebieden (TAAF), of in een rode versie voor de vlag van Wallis en Futuna.
Links: Henning Henningsen (1911-2005) (publiek domein) / Rechts: Jan Henrik Munksgaard (1943) (fotograaf onbekend)
Wat de Deense versie betreft: in de vlaggenwereld wordt er door diverse onderzoekers verschillend tegenaan gekeken. Allereerst de belangrijkste vraag: bestond de vlag eigenlijk wel? En daarna: werd ze als vlag voor de West-Indische kolonie gebruikt? Het vaandel komt -voor zover bekend- niet op foto’s voor, maar wel op vlaggenkaarten en schilderijen. Volgens de Deense vlaggenkenner Henning Henningsen werd de vlag tussen 1798 en 1842 (maar wellicht langer) in de archipel gebruikt. Zijn Noorse collega Jan Henrik Munksgaard ging op zoek naar afbeeldingen en kwam op tien tekeningen, drie vlaggenboeken/manuscripten en een aantal schilderijen.
Links: Afbeelding van de vlag in het handgeschreven/getekende manuscript van admiraal Gabriel Hesselberg, wat waarschijnlijk tussen 1802 en 1808 werd gemaakt (Collectie M/S Museet for Søfart, Helsingør / publiek domein) / Rechts: Admiraal Gabriel Hesselberg (1789-1877) (publiek domein)
Bovenstaande afbeelding komt uit een handgeschreven vlaggenmanuscript van 22 pagina’s van admiraal Gabriel Hesselberg, waarin 249 vlaggen te zien zijn, waaronder de blauwe vlag met Dannebrog. Onder de afbeelding staat “Dansk i Vestindien” (“Deens in West-Indië”) te lezen. Het manuscript is pas sinds 1964 in wijdere kring bekend, toen het werd aangekocht door het Maritiem Museum in Helsingør.
Uit bovenstaande kaart zouden we de conclusie kunnen trekken dat de Blåflaget en Vestindiens blåflag elkaar opvolgden als gebruikte vlaggen op de Deense Maagdeneilanden, maar daarvoor werd door de eerder genoemde vlaggenkenner Munksgaard geen enkel bewijs gevonden.
Op dit schilderij uit 1806 zien we de blauwe vlag (Blåflaget) in actie op de voorste mast van de King Assinthe voor de kust van Marseille, maar met bestemming Saint Thomas, in het blauwe veld staan (in spiegelbeeld) de initialen IL, voor Isaac Leth, de reder van het schip (publiek domein)
Allereerst kon hij geen enkel historisch document vinden waarin de invoering van deze vlag(gen) wordt vermeld. De maritieme schilderijen waarop de vlag aan boord te zien is, tonen Deense schepen in Scandinavische en Europese wateren waardoor het dus niet bewezen is dat deze vlag exclusief in de Caribische gebieden gebruikt werd. De vlag werd doorgaans geschilderd wapperend vanaf de voorste mast, met de Dannebrog als nationale vlag vanaf de voor- of achtersteven. Volgens Munksgaard was het gebruikelijk dat vlaggen aan de voorste mast ófwel die van de reder waren, ófwel die van de bestemming van het schip (of een combinatie van de twee zoals op de afbeelding hierboven).
Een pleziervaartuig in Sandviken bij Bergen (Noorwegen) met een Dannebrog-wimpel met blauwe punt, deze specifieke wimpels werden in de 19e eeuw veel gebruikt en wimpels zijn nog steeds populair in Scandinavië (Collectie Bergenmuseum, Universiteit van Bergen / publiek domein)
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, bestond er eveneens een afgeleide van de vlag in de vorm van een wimpel, zoals op de afbeelding hierboven, maar ook die kan niet exclusief aan de Deense kolonie gelinkt worden.
Concluderend kunnen we dus niet zeggen dat de Blåflaget de koloniale vlag van de drie eilanden van Deens-West-Indië was, daar is geen bewijs voor.
Vorige week vrijdag was er een grootscheepse Russische raket- en drone-aanval op Oekraïense energie-infrastructuur, waardoor een miljoen mensen zonder stroom kwamen te zitten. zoals in Charkov, de tweede stad van het land. In havenstad Odessa gold dat voor 53.000 huishoudens. Ook ontstond er brand bij de Dnipro hydro-elektrische dam bij Zaporizja. Bij de aanvallen kwamen vijf mensen om het leven en raakten er veertien gewond.
De hydro-elektrische dam bij Zaporizja op het moment van impact (screenshot)
Volgens president Zelensky werden er 90 raketten en 60 Shahed-drones door de Russen afgevuurd. Het Kremlin liet weten dat de aanval wraak was voor de recente Oekraïense aanvallen op Russisch grondgebied (doelend op Belgorod). De Oekraïense minister van Energie, German Galushchenko, beschuldigde Rusland ervan te proberen “een grootschalig falen van het energiesysteem van het land” uit te lokken.
De brandende hydro-elektrische dam bij Zaporizja gezien vanaf de rivier de Dnjepr (screenshot)
Naast Charkov en Odessa werden er aanvallen gemeld in de geboorteplaats van president Zelensky, Kryvy Rih, en in Vinnytsja, beide in centraal Oekraïne. Volgens Oekraïense functionarissen werd er ook hier kritieke energie-infrastructuur beschadigd. Reparaties zijn in volle gang en op heel veel plekken is er weer elektriciteit.
Russische beschuldigingen aan Oekraïne na terreuraanslag Moskou
Op vrijdagavond 22 maart was er een terroristische aanslag in de Crocus City Hall ( Крокус-Сити-холл) in een voorstad van Moskou, waarbij vier mannen het vuur openden op bezoekers van de concertzaal, waar de Russische rockband Picnic zou optreden.
Concertbezoekers in verwarring bij het horen van schoten in de lobby (screenshot)
Tevens werd een brand ontketend door het gooien van brandbommen. Voor zover bekend kwamen er 143 mensen om het leven en raakten er ruim 360 personen gewond.
Terroristen schieten lukraak in het rond in de concertzaal van Crocus (screenshot)
Hoewel de vier terroristen per auto wisten te ontkomen, werden ze later die avond 340 km ten zuidwesten van Moskou aangehouden.
De aanslag werd kort na de aanslag opgeëist door terreurorganisatie IS-KP (ook wel bekend als ISIS-K), wat staat voor Islamitische Staat – provincie Khorasan, een regionale tak van IS, die actief is in Zuid-Centraal-Azië, voornamelijk Afghanistan.
Een door terreurorganisatie IS verspreide foto van de vier onherkenbaar in beeld gebrachte daders vóór de aanslag, waarbij ze met een vinger naar de lucht wijzen, dit verwijst naar naar het geloof in één god, maar is als gebaar inmiddels min of meer geclaimd door IS, de zwarte IS-vlag zien we op de achtergrond
Ondanks dit, gebeurde er wat vele analisten al vermoedden dat zou gebeuren: zonder enig bewijs suggereerde de Russische president Poetin een dag later dat Oekraïne bij de aanval betrokken was. De president zei dat de terroristen probeerden naar Oekraïne te vluchten en dat “de Oekraïense kant” voor hen “een raam had geopend” om de grens over te steken. En daar bleef het niet bij.
V.l.n.r.: Nikolai Patroesjev (1951), secretaris van de Veiligheidsraad van Rusland (SCRF), Alexander Bortnikov (1951), hoofd van de Federale Veiligheidsdienst (FSB) en Maria Zakharova (1975), directeur van de informatie- en persafdeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken(screenshots)
Nikolai Patroesjev, de secretaris van de Veiligheidsraad van Rusland (SCRF), beweerde dat Oekraïne achter de aanval zat. Alexander Bortnikov, het hoofd van de Federale Veiligheidsdienst(FSB), zei dat “radicale islamisten” de aanval voorbereidden met hulp van Oekraïense en westerse “speciale diensten”. Maria Zakharova van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken beschuldigde de Verenigde Staten er van Islamitische Staat als ‘boeman’ te gebruiken om Oekraïne te dekken.
Het logo van Meduza, noodgedwongen werkend vanuit Letland, hun slogan luidt: The Real Russia Today
Het in Letland gevestigde Russische nieuwskanaal Meduza meldde dat de staatsmedia in Rusland door het Kremlin waren geïnstrueerd om mogelijke “sporen” van Oekraïense betrokkenheid onder de aandacht te brengen. Eén dag na de aanval zond het Russische pro-Kremlin tv-station NTV een video-deepfake uit die de Oekraïense betrokkenheid moest bevestigen.
De nepvideo leek de hoogste veiligheidsfunctionaris van Oekraïne, Oleksiy Danilov, te laten zien terwijl hij over de aanval sprak. “Is het leuk in Moskou vandaag? Ik denk dat het heel leuk is. Ik zou graag willen geloven dat we vaker zulke leuke dingen voor ze gaan regelen”, zo leek hij te zeggen, hoewel hij dat in werkelijkheid nooit deed. De video combineerde door AI gegenereerde audio uit recente interviews met twee Oekraïense functionarissen, waaronder Danilov, volgens BBC Verify-verslaggeefster Shayan Sardarizadeh.
Oleksiy Danilov (1962), secretaris van de nationale veiligheids- en defensieraad(afgelopen dinsdag vervangen door Oleksandr Litvinenko) (screenshot)
Oekraïne heeft alle betrokkenheid bij de terreuraanslag ontkend. Op zaterdag 23 maart zei president Zelensky dat Poetin in plaats van zijn burgers toe te spreken, een dag stil bleef en erover nadacht hoe hij de schuld voor de aanslag in de schoenen van Oekraïne kon schuiven. “Ziek en cynisch”, zo classificeerde Zelensky de beweringen van Poetin.
President Zelensky tijdens zijn videoboodschap van 23 maart, waarin hij zijn burgers bijpraatte over de reparaties aan de energie-infrastructuur en reageerde op de verdachtmakingen van de Russische president over betrokkenheid van Oekraïne bij de terreuraanslag in Moskou (screenshot)
De Verenigde Staten zeiden dat er geen aanwijzingen waren voor Oekraïense betrokkenheid, terwijl de Britse minister van Financiën Jeremy Hunt de Russische beschuldigingen “een rookgordijn van propaganda ter verdediging van een uiterst kwaadaardige invasie van Oekraïne” noemde.
Overigens was Rusland van tevoren gewaarschuwd dat een terreuraanslag bepaald niet onwaarschijnlijk was. Op 7 maart liet de Amerikaanse ambassade in Moskou weten dat extremisten vergevorderde plannen hadden om aanvallen uit te voeren op grote bijeenkomsten in Moskou, inclusief concerten en adviseerde Amerikaanse burgers om “grote bijeenkomsten de komende 48 uur te vermijden.” Andere landen, zoals Canada, het Verenigd Koninkrijk en Nederland sloten zich hierbij aan en waarschuwden hun eigen landgenoten.
Met de aanhouding van de terroristen is inmiddels duidelijk dat het om vier Tadzjieken gaat, daarnaast zijn er meerdere personen aangehouden die een rol hebben gespeeld bij de voorbereidingen en uitvoering van de aanslag. Bij de voorgeleiding van de vier verdachten werd de wereld openlijk geconfronteerd met de martelpraktijken van de Russische overheid, de vier Tadzjieken waren overduidelijk behoorlijk ‘aangepakt’.
De vier verdachten werden zondag 24 maart voorgeleid en leken er niet best aan toe (screenshots)
Rusland heeft in de loop der jaren dat het zich bemoeide met allerlei conflicten en oorlogen, zoals in Afghanistan, Tsjetsjenië en Syrië, heel wat vijanden gemaakt. Daar is deze aanslag, die zoveel onschuldige concertbezoekers het leven kostte, waarschijnlijk aan te danken.
The Economist: Rusland maakt zich op voor zomeroffensief
In een gisteren in het Britse opinieblad The Economist gepubliceerd artikel, wordt gesteld dat Rusland zich opmaakt voor een grote nieuwe aanval langs een lange frontlinie. De auteurs leggen uit dat de lente enige opschorting van de vijandelijkheden langs de frontlijn in Oekraïne heeft gebracht vanwege problemen met de toestand van het terrein, waarin voertuigen en apparatuur moeilijk verplaatsbaar zijn.
“Maar dat zal niet lang duren. Als de lente overgaat in de zomer, bestaat de angst dat Rusland een groot nieuw offensief zal lanceren, net als vorig jaar. En het vermogen van Oekraïne om het deze keer af te houden lijkt nu veel minder zeker dan toen. Daarom moet het dringend meer troepen mobiliseren en een robuustere frontlinie-verdediging opbouwen”, aldus het artikel.
Logo van The Economist, dat al verschijnt sinds 1843
De auteurs wijzen er ook op dat de vertraging bij het verlenen van de noodzakelijke militaire hulp door de Verenigde Staten en Europa risico’s met zich meebrengt, aangezien Rusland “de ontoereikende verdedigingslinies van Oekraïne zou kunnen doorbreken”.
“Toch kan Oekraïne zijn bondgenoten niet simpelweg hier de schuld van geven. Ook Oekraïne maakt fouten. Eén daarvan is het gebrek aan mankracht. Rusland maakt zich op voor een nieuwe golf van mobilisatie, met het oog op de volgende grote stap. De terroristische aanval op een concert in Crocus City Hall op 22 maart, kan dit feitelijk gemakkelijker maken voor Vladimir Poetin, die het gebruikt om te beweren dat Rusland sterk moet zijn tegenover bloeddorstige vijanden”, aldus het artikel.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Wallis en Futuna is een Frans overzees gebiedsdeel en bestaat uit twee eilandengroepen in de Stille Oceaan, tussen Tuvalu in het noordoosten en Fiji in het zuidwesten.
Wallis is het grootste eiland en tevens hoofdeiland van de Walliseilanden. Zo’n 20 onbewoonde eilandjes liggen eromheen.
230 km ten zuidwesten van Wallis liggen de twee zogenaamde Hoornse Eilanden, met Futuna als grootste en Alofi als kleinste eiland.
Wallis (Uvea in het Polynesisch) heeft ruim 8.000 inwoners, ruim 1.000 van hen wonen in de hoofdstad Mata Utu (Matāʻutu in het Polynesisch). Futuna heeft ruim 3.000 inwoners en Alofi slechts 2 (voor zover bekend!).
Hoofdstad Mata Utu vanuit de lucht, in het midden het dubbele rode dak, het Koninklijk Paleis van Uvea (Wallis) en rechts de Cathédrale Notre-Dame-de-l’Assomption de Matâ’Utu, gebouwd tussen 1952 en 1959 (publiek domein)
De eilanden waren al bewoond en vormden drie koninkrijkjes voordat de eerste Europeanen opdoken in de 17e eeuw. Het waren de Nederlanders Willem Schouten en Jacob le Maire die tijdens hun ontdekkingsreis van 1616 Futuna en Alofi ‘ontdekten’ en daarmee op de kaart konden zetten. Ze noemden de eilanden de Hoornse Eylanden, naar Hoorn, de plaats waar ze vandaan kwamen. De twee eilanden samen hebben die naam ook in het Frans behouden als les Îles Horn, ook wel les Îles de Horne.
V.l.n.r.: Willem Schouten (1567-1625), tekening van Matthäus Merian de Oude, 1625 / Jacob le Maire (±1585-1616), ingekleurde kopie naar een tekening uit Antonio de Herrera’s “India Occidentales” uit 1622 / Samuel Wallis (1728-1795), schilder onbekend (alle: publiek domein)
Wallis moest langer wachten op ‘ontdekking’. Het is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Samuel Wallis die in 1767, nadat hij eerst Tahiti aandeed, langs het eiland zeilde wat nu zijn naam draagt.
Kaart van Wallis (publiek domein)
Het waren de Fransen die als eerste Europeanen de eilanden koloniseerden, door middel van missionarissen die vanaf 1837 trachtten de bevolking tot het katholicisme te bekeren, wat uiteindelijk ook lukte.
Dat niet alles pais en vree was blijkt wel uit het feit dat de missionarissen in 1842 om Franse bijstand vroegen vanwege rebellie van de bevolking.
De Fransen hielden de eilanden in bezit en op 5 april 1887 tekende Koningin Amelia Tokagahahau Aliki van Uvea (Wallis) onder druk een overeenkomst waarbij het eiland officieel een Frans protectoraat werd.
Koning Anise Tamole van Sigave (het westelijke deel van Futuna) en Koning Soane Malia Musulamu van Alo (het oostelijk deel van Futuna plus Alofi) tekenden op 16 februari 1888.
Kaart van de Hoornse Eilanden: Futuna en Alofi (publiek domein)
Wallis en Futuna werd ingedeeld bij de veel westelijker gelegen Franse kolonie Nieuw-Caledonië. Vanaf 29 juli 1961 werden de eilanden losgekoppeld van Nieuw-Caledonië als territoire d’outre mer (overzees territorium). Vanaf deze datum is ook de status van de drie koninkrijken, die nog steeds bestaan, verankerd. Wallis en Futuna kent geen erfopvolging: koningen worden gekozen. De macht van de koningen is grotendeels symbolisch, maar ze hebben rechtsprekende macht, een overlevering uit de stammentijd, maar tegenwoordig beperkt zich dat tot niet-criminele zaken. Voorts hebben de koningen ook een zetel in de adviesraad, die verder bestaat uit drie mensen die door de Hoge Administrateur (uit Frankrijk) worden aangewezen. De Franse president Emmanuel Macron is het staatshoofd. De laatste administratieve verandering dateert van 28 maart 2003 als Wallis en Futuna een collectivité d’outre mer (overzees land) worden. En dat is de datum die we vandaag markeren.
Vanwege de beperkte mogelijkheden op de eilanden zijn veel inwoners in de loop der jaren naar het grotere en welvarender Nieuw-Caledonië geëmigreerd. Zo’n 18.000 van hen wonen en werken er, waardoor er dus meer Wallisiens en Futuniens wonen dan op de eilanden zelf (ruim 11.000 inwoners).
De vlag De Franse vlag, de Tricolore, is de officiële vlag, maar er is sinds 1985 wel degelijk een vlag voor de eilanden, de officieuze dus en die zien we hier vandaag.
Links: Vlag van Wallis en Futuna / Rechts: Alternatieve versie van de vlag
De vlag is rood met een wit omzoomde Tricolore in het kanton. Midden op het rode veld, aan de vluchtzijde, is een wit vierkant met daarin een rood andreaskruis, waardoor er optisch vier naar elkaar gerichte driehoeken ontstaan.
De vier driehoeken symboliseren de drie koninkrijken met hun koningen, plus de Franse administrateur (en staat daarmee dus voor Frankrijk).
De kleur rood staat voor moed en het wit voor de zuiverheid van idealen. Dit is de meest gebruikte versie van de vlag, maar er bestaat nog een tweede versie, waarbij het andreaskruis is vervangen door een zogenaamd kruis pattée in wit. In feite hebben we dan echter te maken met de vlag van het eiland Wallis (of Uvea) en komen we tegelijk bij de oorsprong van de vlag.
V.l.n.r.: Vlag van Uvea (Wallis) / Vlag van Sigave / Vlag van Alo
Uvea De vlag begon zijn leven als koninklijke standaard van Koning (Laveluain in het Wallisisch) Soane-Patita Vaimua van Uvea (Wallis), die twee keer op de troon zat, eerst tussen 1826 en 1829 en daarna van 1830 tot en met 1858.
Links: De koninklijke standaard van Soane-Patita Vaimua / Rechts: “Palaver voor het Koninklijk Paleis, Sagato Soane-plein te Mata Utu (Wallis), 1900”, tekening uit “À travers l’Océanie Centrale auteur du monde” uit 1907 door M.P. de Myrica
Deze vlag, mét Tricolore in het kanton werd uiteindelijk de eilandvlag en wordt in die versie ook als koninklijke vlag gevoerd (de eerste van de 3 koninklijke vlaggen boven)
Sigave De andere twee koninkrijken hebben hun eigen vlag. Sigave (het westelijk deel van Futuna) heeft een vlag die diagonaal in tweeën gedeeld is, van de onderkant van de mastzijde naar de bovenkant van het uitwaaiende gedeelte, rood boven, zwart onder. De wit omrande Tricolore bevindt zich in het kanton. Over het rood-zwarte vlak is een gele cirkel geplaatst met daarin twee gekruiste zwarte speren met daar tussenin een groen palmblad, volgens de overlevering symbool voor de eerste koning van Sigave, wiens kaken en tanden in een palmblad werden bewaard.
Alo Alo, het koninkrijk dat het oostelijk deel van Futuna beslaat, plus het ernaast gelegen eiland Alofi, heeft een rode vlag met de Tricolore in het kanton. In het midden van het veld is een groen gearceerd palmblad met daaroverheen in geel een knots en een bijl. De knots en bijl staan symbool voor de dood van missionaris Pierre Chanel, die de inwoners van Futuna tot het katholicisme trachtte te bekeren. Hij werd op 37-jarige leeftijd bij een aanval met een knots en een bijl in 1841 vermoord.
Links: Pierre Chanel (1803-1841) als heilige / Rechts: De moord op Pierre Chanel op een gebrandschilderd raam
Paus Leo XIII verklaarde hem zalig op 17 november 1887, zodat hij nu als Sint Pierre Chanel bekend staat.
Vandaag is het 668 jaar geleden dat Hoorn stadsrechten ontving. Hoe oud Hoorn precies is, is niet exact bekend, maar men gaat ervan uit dat de plaats rond 1200 in ieder geval al bestond. De eerste keer dat Hoorn specifiek genoemd wordt is in een stadsboek van de Duitse havenplaats Wismar, dat de periode 1250 tot 1272 bestrijkt. Vanuit West-Friesland werd er toen al volop handel gedreven met plaatsen gelegen aan de Oostzee, zoals Wismar.
Detail van een afbeelding van graaf Willem V van Holland, Zeeland en Henegouwen (1330-1389), getekend in 1456 door Hendrik van Heessel (?-1470) voor het boek “Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415” (Collectie Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen)
Het was Willem V, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen die op 26 maart 1356 stadsrechten aan Hoorn verleende. Een plaats met stadsrechten kon zelf rechtsregels opstellen (en handhaven) en belastingen innen. Overigens werd graaf Willem er zelf ook wijzer van, want Hoorn diende wel met 1.550 gouden schilden (ook wel écu’s genaamd) over de brug te komen, een aanzienlijk bedrag. De akte waarin alles werd vastgelegd bestaat nog steeds en is in het bezit van het Westfries Archief in Hoorn.
Het document uit 1356 waarmee de stadsrechten van Hoorn door graaf Willem V werden verleend(Collectie Westfries Archief, Hoorn)
Het ging Hoorn daarna al snel voor de wind en in de 15e eeuw groeide de stad snel, net als die andere belangrijke Zuiderzeehaven 40 km naar het zuiden: Amsterdam. De grootste bloei beleefde Hoorn in de 16e en 17e eeuw en alle belangrijke instituten van die tijd hadden er een afdeling, zoals de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), Westindische Compagnie(WIC), de Noordse Compagnie (ook wel Compagnie van Spitsbergen en in haar nadagen Groenlandse Compagnie genaamd), de Admiraliteit van het Noorderkwartier, de Westfriese Munt (afwisselend in Hoorn en Enkhuizen) en het College van Gecomitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier.
“Gezicht op Hoorn”, een schilderij uit 1622 van de hand van Hendrik Cornelisz. Vroom (1562/1563-1640) (Collectie Westfries Museum, Hoorn)
Na een economisch mindere periode in de 18e eeuw, bloeide Hoorn in de 19e eeuw weer op. Internationaal was Hoorn geen hoofdrolspeler meer, maar regionaal wel. Zo had de stad een grote kaas- en veemarkt. Heden ten dage telt de stad ruim 75.000 mensen en is het een belangrijk regionaal centrum.
Vooroorlogse prentbriefkaart van de Hoornse kaasmarkt (publiek domein)
Net als veel andere belangrijke handelssteden uit de 16e en 17e eeuw heeft Hoorn een beladen slavernijverleden, waar de laatste jaren veel discussie over was, net als over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op het plein de Roode Steen, hij was gouverneur van Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), afkomstig uit Hoorn.
De binnenstad van Hoorn vanuit de lucht gezien, met het IJsselmeer op de achtergrond (screenshot)
Werd hij lange tijd door velen als held gezien, tegenwoordig overheerst door zijn gewelddadige optreden, zoals bij de verovering van de Banda-eilanden (nu onderdeel van de Molukken), een heel ander gevoel. Hoewel menigeen het standbeeld het liefst in een museum zou willen zetten, vonden anderen dat het mocht blijven staan, maar dan wel met een informatieve tekst erbij, waarin ook de schaduwkanten van Coen worden genoemd, wat inmiddels ook gebeurd is. Andere VOC– en WIC-steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Vlissingen, Middelburg en Haarlem hebben inmiddels excuses aangeboden voor het slavernijverleden, maar in Hoorn is dat niet gebeurd.
Plein De Roode Steen met het standbeeld van J.P. Coen en op de hoek het Waaggebouw uit 1609 (ontwerp van Hendrick de Keyser), ook zichtbaar de lange schaduw van het Westfries Museum (screenshot)
Volgens de gemeente kwam dat vooral door de discussie over de rol van het stadsbestuur. “Het gaat daarbij over de stadsbestuurders, waar het volk niks over te zeggen had. Sommige raadsleden zeggen zich geen opvolger te voelen van die bestuurders. Die willen geen excuses aanbieden voor iets waarvoor zij zich niet betrokken voelen”, zo liet de gemeente eind 2023 weten. De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn was hierover teleurgesteld.
Detail van een schoolkaart van de provincie Noord-Holland waarop de zogenaamde kop van Noord-Holland met de regio West-Friesland (WF) en Hoorn aangeduid als Hn, kaart van Dijkstra’s Uitgeverij, Zeist van rond 1948
De vlag
Vlag van Hoorn
De vlag van Hoorn is een horizontale driekleur van rood-wit-rood. Hoe oud de vlag is, is niet bekend, maar dat hij al eeuwenlang meegaat staat wel vast. Op het schilderij “Gezicht op Hoorn” uit 1622 van Hendrik Vroom (aan het begin van dit blogverhaal) komt de vlag meerdere malen voor. De rood-wit-rode vlag is daarmee gelijk aan die van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.
Detail uit het schilderij “Gezicht op Hoorn” van Hendrik Cornelisz. Vroom uit 1622, waar de Nederlandse vlag geflankeerd wordt door twee stadsvlaggen van Hoorn (Collectie Westfries Museum, Hoorn)
De vlag werd op 26 maart 1957 (vandaag 67 jaar geleden) bij gemeenteraadsbesluit officieel vastgesteld. In de aanloop naar het raadsbesluit had vlaggendeskundige en -ontwerper Klaes Sierksma de gemeente er echter op gewezen “dat deze vlag verscheidene nationale en internationale paralellen (waaronder officiële!) zou krijgen”, ongetwijfeld duidend op de vlaggen van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.
De vlag van Hoorn met vier banen én de hoorn uit het gemeentewapen, gepubliceerd in “Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili”, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providende, Rhode Island)
De gemeente had (zo ging Sierksma verder): “…het historische gegeven verwaarloosd, dat in het Napolitaanse vlaggenboek van 1667 een vlag voor Hoorn wordt gedocumenteerd (pag. 59) van vier evenhoge banen in rood en wit, met daarop een gele hoorn.”
Tweemaal de vlag van Hoorn met de hoorn van het gemeentewapen op de witte baan. Links: Afbeelding uit “Bowles’s Universal Display of the Naval Flags of all Nations in the World” (1783) / Rechts: Afbeelding uit “Carte des pavillons accompagnée d’observations pour en faire comprendre le blazon et les differentes devises aussy bien que d’une table alphabetique pour les trouver facilement” (1720)
Hoewel het in dat vlaggenboek dus over vier banen gaat, zien we doorgaans op oude internationale vlaggenkaarten drie banen, met overigens inderdaad ook een hoorn (afkomstig uit het gemeentewapen). De hoorn, die dan weer wel, dan weer niet (meestal níét overigens) op de vlag stond afgebeeld, sneuvelde in 1957 daarmee definitief. Maar, het dient wel vastgesteld: de vlag mét hoorn zou inderdaad onderscheidender geweest zijn.
De onafhankelijkheid van Bangladesh vindt zijn oorsprong in de verkiezingen van 1970. Tot die tijd vormde het huidige Bangladesh onder de naam Oost-Pakistan vanaf 1947 één land met het ten westen van India gelegen (West)-Pakistan.
Pakistan werd al jarenlang geregeerd door een militaire dictatuur. Toen op 7 december 1970 bij de eerste democratische verkiezingen sjeik Mujibur Rahman een duidelijke overwinning boekte, begonnen de problemen.
Rahman, afkomstig uit Oost-Pakistan (of Bengalen) werd niet vertrouwd door de militaire machthebbers in West-Pakistan en men was niet bereid de touwtjes uit handen te geven. Hoewel er over en weer onderhandeld werd, leidde dit tot niets.
Op 7 maart 1971 gaf Rahman een speech in Dhaka voor een menigte van twee miljoen mensen. Hij riep op tot burgerlijke ongehoorzaamheid en strijd met als uiteindelijke doel onafhankelijkheid. Toen het Pakistaanse leger op 25 maart in actie kwam en met zijn Operation Searchlight begon, met als doel het Oost-Pakistaanse/Bengaalse onafhankelijkheidsstreven in de kiem te smoren, was dat de aanleiding voor de Bengalezen om één dag later, op 26 maart de onafhankelijkheid uit te roepen.
De guerrilla-oorlog die vervolgens uitbrak zou negen maanden duren. Cijfers over het aantal slachtoffers lopen sterk uiteen, voor Bangladesh tussen de 300.000 en 3.000.000, voor de Pakistani zo’n 26.000. Uiteindelijk schoot buurland India Bangladesh militair te hulp en werd de strijd beslecht ten gunste van het nieuwe onafhankelijke land.
In Bangladesh wordt de Onafhankelijkheidsdag normaliter uitgebreid gevierd met parades, concerten, lezingen, markten en versierde straten en uiteraard veel vlagvertoon.
De vlag
Vlag van Bangladesh, 1972-heden
De vlag van Bangladesh is groen met een rode cirkel iets links van het midden. De vlag stamt uit februari 1971 en is een creatie van schilder Quamrul Hassan.
Op de 26e maart 1971 werd ze voor het eerst gehesen en zag er toen iets anders uit: in de rode cirkel was in het geel het silhouet van Bangladesh te zien. Dit was de vlag zoals in gebruik tijdens de guerrilla-oorlog van 1971.
Eerste versie van de Bengaalse vlag, met landkaart
Kort na de overgave van Pakistan (16 december 1971), werd op 25 januari 1972 de vlag definitief vastgesteld en kwam de landkaart te vervallen. Wanneer men de vlag van de achterkant zag, zag men het land in spiegelbeeld (een probleem waar Cyprus bijvoorbeeld ook mee kampt).
Bleven over: de groene kleur en rode cirkel. Het groen staat voor de islam, de landbouw, de plantengroei en de jeugdige geest. De rode cirkel staat voor de strijd voor de onafhankelijkheid en het vergoten bloed, maar ook voor de verkregen vrijheid.
Bangladesh: handelsvlag (civil ensign), oorlogsvlag en vlag van de Marine Fisheries Academy
Afgeleiden van de Bengaalse vlag zijn de bovenstaande vlaggen, waarbij de nationale vlag telkens in het kanton te zien is. Het zijn de handelsvlag (de zogenaamde civil ensign), de oorlogsvlag en de vlag van de Marine Fisheries Academy in Chittagong.
De 25e maart refereert aan de start van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog in 1821. Op die dag hees bisschop Germanos van Patras een revolutionaire vlag op het klooster van Agia Lavra. Het betekende het begin van een lange strijd tegen het Ottomaanse (Turkse) Rijk.
De strijd verliep in eerste instantie niet ongunstig voor de Grieken, in 1822 werd Athene ingenomen, maar de Turken lieten zich niet zomaar verdrijven en in 1827 hadden ze Athene heroverd, evenals de meeste Griekse eilanden. De Griekse vrijheidsstrijd kon echter op sympathie rekenen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Rusland en toen deze landen zich ook met de strijd gingen bemoeien was het relatief snel bekeken en moest het Ottomaanse Rijk zijn nederlaag erkennen. In het Verdrag van Adrianopel (ook wel het Verdrag van Edirne genoemd) van 14 september 1829 werd Griekenland officieel een soevereine staat.
De tweede aanleiding voor een feestdag is een religieuze: vandaag is het Annunciatie, de dag waarop aartsengel Gabriël aan Maria verscheen en haar vertelde dat zij de Zoon van God zou baren. Negen maanden er bij optellen en we zitten aan Eerste Kerstdag, de geboorte van Jezus Christus.
De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft. maar wordt nog wel door de marine gebruikt als geus.
Variant van de Griekse vlag, 1822-1969
De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.
De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).
Vlag van de president
Vlag van de Griekse president (1979-heden)
De vlag van de president van Griekenland (officieel de Helleense Republiek) is vierkant met een blauw veld, in het midden het Griekse staatswapen, een gelijkarmig wit kruis op een blauw schild met een gouden rand. Het wapen wordt omkranst door twee lauriertakken van goud, die elkaar onderaan kruisen.
De presidentiële vlag van Griekenland (met gouden franje) in het kantoor van Prokopis Pavlopoulos (1950), president van 2015-2020 (fotograaf onbekend)
De vlag werd ingevoerd in april 1979 middels Besluit 274, gepubliceerd in de Griekse staatscourant nummer 78, uitgave A, van 13-17 april. President van Griekenland is sinds 13 maart 2020 Katerina Sakellaropoulou.
Katerina Sakellaropoulou (1956), president van Griekenland, geflankeerd door de vlaggen van Griekenland en de EU (fotograaf onbekend)