Oekraïne – Два роки i тридцять шість тижні війни / Twee jaar en zesendertig weken oorlog

Rutte bevestigt inzet Noord-Koreaanse militairen

Afgelopen maandag bevestigde secretaris-generaal Rutte van de NAVO, dat er inderdaad Noord-Koreaanse troepen worden ingezet in de Russische oblast Koersk, dat deels door Oekraïense militairen wordt bezet.

Mark Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, tijdens zijn persconferentie op 28 oktober (screenshot)

Tijdens de persconferentie die iets meer dan drie minuten duurde, zei hij dat hij de Noord-Koreaanse inzet kon bevestigen na weken van inlichtingenrapporten en een ontmoeting met Zuid-Koreaanse veiligheids- en defensiefunctionarissen op maandag.
Hij noemde de ontwikkeling een “significante escalatie” en een “gevaarlijke uitbreiding” van de Russische oorlog in Oekraïne.

Rutte hield het kort en beantwoordde geen vragen (screenshot)

Hij voegde eraan toe dat Noord-Korea al ballistische raketten en miljoenen stuks munitie naar Moskou had gestuurd voor gebruik in Oekraïne.
In ruil daarvoor heeft president Poetin ermee ingestemd militaire technologie en andere steun te sturen om Noord-Korea te helpen internationale sancties te omzeilen, aldus Rutte.
Het partnerschap, zo voegde hij eraan toe, ondermijnt de mondiale vrede en veiligheid.
Hij beantwoordde geen vragen na zijn korte uiteenzetting.

Raketaanval op Charkov

In de nacht van maandag 28 op dinsdag 29 werd de dicht bij het front gelegen stad Charkov getroffen door Russische raketaanvallen.

Igor Terekhov (1967), burgemeester van Charkov (screenshot)

Burgemeester Igor Terekhov verspreidde via de sociale media het volgende bericht:
“De stad werd om 02:51 uur getroffen door een Grom-E1 hybride raket.

Reddingswerkers op zoek naar slachtoffers in de puinhopen van de getroffen huizen (foto:
Staatshulpdienst van Oekraïne)

Als gevolg hiervan werden vier huizen volledig verwoest en raakten nog eens 19 huizen beschadigd.
Vier mensen werden gedood. Reddingswerkers zochten urenlang onder het puin naar hen.”

Het Derzhpromgebouw werd gebouwd tussen 1925 en 1928 en was de eerste moderne wolkenkrabber in Oekraïne, het raakte beschadigd bij de aanval (© Openbaar Ministerie van de oblast Charkov / publiek domein)

De Russische aanvallen concentreerden zich op woongebouwen, historische monumenten en stadssymbolen zoals het Derzhprom-gebouw (het Staatsindustriegebouw).
In dit gebouwencomplex zijn diverse kantoren van officiële instanties gevestigd en is een architectonisch en stedenbouwkundig monument van nationaal belang en staat onder tijdelijke verhoogde bescherming door UNESCO.

Het Derzhprom=gebouw in 2021 (© Ekaterina Polischuk / publiek domein)

Ook het regionale ziekenhuis en een restaurant raakten beschadigd.
Negen mensen raakten gewond, onder wie een politieagent en twee personeelsleden van het regionale ziekenhuis.

Dode en gewonden in Kiev

Tezelfdertijd lag ook hoofdstad Kiev onder vuur: hier ging het om Russische aanvalsdrones, die weliswaar uit de lucht werden geschoten, maar vallend puin in de wijken Solomianskyi en Sviatoshynskyi, zorgde ervoor dat er één dode en zes gewonden vielen.

Eén van de getroffen panden in Kiev (foto: Militair Bestuur van de stad Kiev)

In de wijk Solomianskyi raakte een gasleiding aan de voorkant van een woongebouw van negen verdiepingen beschadigd, waardoor er brand ontstond in een winkel. Ook drie geparkeerde auto’s vatten vlam en brandden uit.

Ook een aantal auto’s werd getroffen door vallend puin (foto: Militair Bestuur van de stad Kiev)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Exmoor – Introduction of the Flag / Invoering van de Vlag (2014)

Exmoor is een gebied in zuidwest-Engeland dat tot 1818 een koninklijk jachtgebied was, maar sinds 1954 een nationaal park.
Exmoor National Park is vernoemd naar de rivier de Exe, die in het park ontspringt.

Locatie van Exmoor National Park, de dunne donkergrijze lijn is de grens tussen de graafschappen Devon en Somerset (© Ordnance Survey OpenData / publiek domein)

Het westelijk deel van het park (29%) ligt in het graafschap Devon, terwijl het grotere oostelijke deel (71%) in het graafschap Somerset is gesitueerd.
Het park heeft een oppervlakte van 700 km² en grenst aan de noordkant aan het Bristol Channel, de kustlijn van het park is 55 km lang.

Een van de bezienswaardigheden in Exmoor National Park zijn de zogenaamde Tar Steps, een klepelbrug over de rivier de Barle, die bij benadering uit 1000 voor Christus stamt (© Vlagblog)

Het is een open heidelandschap, maar er zijn ook bosgebieden. Naast grote aantallen schapen, die vrij rond kunnen lopen, net als runderen en Exmoor pony’s, is hét symbool van Exmoor National Park het edelhert.

Het symbool van Exmoor National Park: het edelhert (Cervus elaphus) (foto: Andrew Turner)

In 2011 kreeg het park als eerste Europese locatie de toekenning van Dark Sky Preserve. In dergelijke gebieden heerst een natuurlijke nachtelijke leefomgeving en ook het zicht op de nachthemel is er van hoge kwaliteit.
In Nederland zijn twee van dergelijke parken te vinden: Dark Sky Boschplaat op Terschelling (2015) en Dark Sky Lauwersmeer (2016).

De vlag

Vlag van Exmoor (2014-heden)

Sinds begin deze eeuw zijn er in het Britse vlaggenlandschap veel nieuwe vlaggen bijgekomen, vooral voor de graafschappen.
En ook de vlag voor de Exmoor-regio is recent en stamt uit 2014.

De vlag kwam er naar aanleiding van het 60-jarige jubileum van het nationale park, middels een ontwerpwedstrijd.
Die ging in juni 2014 van start met een speciale vlaggenbijeenkomst op de Dulverton Middle School met een informatieve presentatie door Robin Ashburner, niet alleen inwoner van Exmoor, maar ook voormalig president van The Flag Institute.

De aftrap van de ontwerpwedstrijd vond plaats op de Dulverton Middle School middels een presentatie door vlag-expert Robin Ashburne (links op de foto), met een rijtje Britse vlaggen, v.l.n.r. Engeland, Gloucestershire, Somerset, Devon, Cornwall, Scillyeilanden en Wales (fotograaf onbekend)

De wedstrijd werd op grote schaal gepromoot met posters in de Exmoor-regio, een campagne op sociale media, regionale en lokale berichtgeving in de pers en interviews op regionale radiozenders, waaronder BBC Radio Devon en Somerset.
De inzendingstermijn liep van 16 juni tot 21 juli 2014.

De Exmoor Flag Competition liep van 16 juni tot 21 juli 2014

In totaal werden er 261 ontwerpen ingediend, voornamelijk uit de regio, maar ook kwamen er inzendingen uit Australië en de Verenigde Staten. De jongste inzender (in dit geval een vader of moeder waarschijnlijk!) was 2 jaar oud, de oudste 93.
Er was een beoordelingscommissie van acht personen, waaronder Robin Ashburne, die de lijst uiteindelijk terugbrachten tot vijf (hoewel het oorspronkelijke plan was een shortlist van vier te hebben).

De vijf finalisten met hun ontwerpen, op de dag van de uitslag, op het perron van het treinstation van Minehead, v.l.n.r: Martin Shoots, Kevin Sandiford, Jamie Loudon, Kathryn Roseveare en Jenny Stevens (fotograaf onbekend)

De vijf ontwerpen werden vervolgens aan het publiek voorgelegd: tussen 20 augustus en 10 september kon er op de ontwerpen gestemd worden.

De vier ontwerpen die het niet werden waren van Martin Shoots (linksboven), Kevin Sandiford (rechtsboven), Jamie Loudon (linksonder) en Kathryn Roseveare (rechtsonder)

Op 29 oktober werd de uitslag op het station van het aan de rand van Exmoor National Park gelegen Minehead, bekend gemaakt, in aanwezigheid van de vijf finalisten.

Jenny Stevens, ontwerpster van de vlag van Exmoor, met haar ontwerp naast een stoomlocomotief op het spoorwegstation van Minehead (fotograaf onbekend)

Winnares was Jenny Stevens uit Londen die Exmoor al sinds haar tienerjaren bezoekt en het een “fantastische plek” vindt.
Ze was met haar gezin op vakantie in Devon toen haar man de wedstrijd in de krant zag en haar voorstelde om eraan mee te doen.
Ze nam de uitdaging aan en “zes uur later was het daar”, herinnert ze zich. “Ik probeerde de zee, de heide en het landschap te laten zien”.

De vlag van Exmoor bij de haven van Minehead (© Vlagblog)

De vlag heeft een blauw veld met onderin vier horizontaal golvende lijnen in wit, paars, wit en groen.
In het blauw aan de broekingszijde de kop van een edelhert in wit met een vijfpuntige witte ster boven zijn gewei.

Moors in Exmoor met grazende schapen (© Vlagblog)

Het blauwe veld staat voor zowel de lucht als de zee. De golvende lijnen van wit, paars en groen vertegenwoordigen Exmoor als een plaats waar de zee kliffen, heidevelden en bossen ontmoet, evenals de vele wandelpaden in de regio.
De ster staat symbool voor de toekenning van de Dark Sky Preserve van 2011.

Exmoor National Park (© foto: Manfred Heyde / publiek domein)

De vlag van Exmoor is na goedkeuring door hoofd-vexilloloog Graham Bartram van The Flag Institute geregistreerd als officiële vlag van het Verenigd Koninkrijk.

Tsjechië – Den Vzniku Samostatného Československého Státu / Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek (1918)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

De Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek viert het ontstaan van het land in 1918, toen nog onder de naam Tsjechoslowakije.

Kaart van Tsjechoslowakije van voor de Tweede Wereldoorlog, toen nog mét Roethenië (publiek domein)

Met het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië (nu Tsjechië) werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië (deze laatste regio werd na de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Sovjet-Unie en hoort na het uiteenvallen van deze staat in 1991 bij Oekraïne).

De verjaardag van het ontstaan van Tsjechoslowakije werd vanaf 1939 verboden, nadat Nazi-Duitsland in maart dat jaar het land had bezet. Na de Tweede Wereldoorlog en het herstel van de soevereiniteit werd de viering weer opgepakt.
Vanaf 1951 werd de naam van de feestdag veranderd in Den Znárodnění (Nationalisatiedag). In 1988 werd de oude naam heringevoerd.
Na de vreedzame scheiding tussen Tsjechië en Slowakije op 1 januari 1993 bleef de feestdag op de vertrouwde datum gevierd worden, nu als Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek.

Op deze dag wordt altijd een militaire parade gehouden bij het Nationale Monument op de Vítkov-heuvel in Praag. Tevens wordt een krans bij het monument gelegd en een minuut stilte in acht genomen.

Deel van het Nationaal Monument op de Vitkov-heuvel in Praag, met het ruiterstandbeeld van de Tsjechische generaal Jan Žižka (±1360-1424) (© Wakowik)

Ook is er een ceremonie in de Praagse Burcht waar de president (sinds 28 januari 2023 is dat Petr Pavel) onderscheidingen uitreikt aan zowel burgers en militairen die zich ingespannen hebben voor de goede zaak.

De Praagse Burcht (© Stefan Bauer)

Ook wordt er op deze dag een krans gelegd bij zowel het graf (in Praag) van de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomáš Masaryk, alswel bij zijn standbeeld op het Comeniusplein in Brno.

Links: Graf van de familie Masaryk in Praag, waaronder ook Tomáš Garrigue Masaryk (1850-1967) / Rechts: Standbeeld van Masaryk in Brno (© CDG123)

De vlag

Vlag van Tsjechië (1993-heden), eerder de vlag van Tsjechoslowakije (1920-1939) (1945-1992)

De vlag van Tsjechië is een horizontale tweekleur in wit-rood. Vanuit de broekingszijde een blauwe driehoek, waarvan de punt in het exacte midden van de vlag eindigt.

De Tsjechische vlag is exact dezelfde als die van Tsjechoslowakije, totdat dit land in 1993 in twee delen gesplitst werd als Tsjechië en Slowakije.
De Tsjechisch-Slowaakse combinatie stamde uit 1918 bij het uiteenvallen van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, waarbij de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië.

Links: Vlag van Bohemen / Rechts: Vlag van Slowakije (1993-heden)

De eerste vlag van Tsjechoslowakije was een wit-rode horizontale tweekleur: de vlag van Bohemen. Dit was niet handig, want Polen gebruikte een dergelijke vlag al als nationale vlag.
Vanaf 1920 werd een blauwe driehoek toegevoegd. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, bleef dit de vlag van Tsjechoslowakije. Vanaf 1 januari 1993 is het de vlag van Tsjechië. Slowakije voerde zijn eigen vlag in.

Griekenland – Επέτειος του Οχι / Dag van het Nee (1940)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Een interessante naam voor een feestdag: de Dag van het ‘Nee’, in het Grieks ‘Επέτειος του Οχι’ (Epétios tou Óchi).

Kaart van Griekenland (© freeworldmaps.net)

De dag herdenkt 28 oktober 1940, toen om 3.00 uur in de ochtend de Italiaanse ambassadeur Emanuele Grazzi de Griekse premier Ioannis Metaxas thuis bezocht en hem een ultimatum stelde: Griekenland diende zich binnen drie uur over te geven, anders zou Italië het land binnenvallen en bezetten. Het antwoord van Griekenland op dit ultimatum was een onmiddellijk ‘nee’.

griekenland 01
Links: Emanuele Grazzi (1891-1961) (publiek domein) / Rechts: Ioannis Metaxas (1871-1941) (© www2db.com)

Veel Grieken meldden zich als vrijwilliger om bij een Italiaanse inval mee te vechten. Italië begon zijn aanval op Griekenland op dezelfde dag nog vanuit Albanië, toen een Italiaans protectoraat. In het bergachtige gebied was het weer slecht en winters, waardoor de Italiaanse luchtmacht niet in actie kon komen, wat in het voordeel van de Grieken was. Aan beide kanten vielen echter veel slachtoffers. De Grieken wisten weerstand te bieden en op 14 november werden de Italianen teruggedreven, ver Albanië in.

Affiche Dag vh nee
Affiche voor Óchi-dag (© radio-paris.gr)

Italië had aan bondgenoot Duitsland willen tonen dat ze niet voor hen onderdeden, maar slaagde hier dus niet in. Het was dan ook het Duitse leger dat Griekenland binnenviel op 6 april 1941 en het land uiteindelijk vier jaar lang zou bezetten.

73ç ÅÐÅÔÅÉÏÓ ÁÐÏ ÔÇÍ ÁÐÅËÅÕÈÅÑÙÓÇ ÔÇÓ ÁÈÇÍÁÓ(EUROKINISSI/ÓÔÅËÉÏÓ ÌÉÓÉÍÁÓ)
Óchi-dag met de oude vlag bij de Akropolis in Athene (© ekirikas.com)

Vanaf 1942 wordt Óchi-dag door Grieken overal ter wereld herdacht en na de Tweede Wereldoorlog werd het een officiële feestdag. Het is een dag met veel parades van militairen en scholieren, herdenkingsbijeenkomsten en veel vlagvertoon.

Griekenland - dag vj nee 2
Óchi-dag-parade met vlagvertoon (© kitenimerosi.gr)

De vlag

Griekenland vlag
Vlag van Griekenland, 1833-heden

De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft. maar wordt nog wel door de marine gebruikt als geus.

Griekenland vlag 1822-1969
Variant van de Griekse vlag, 1822-1969

De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn  verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.

De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).

Vlag van de president

Vlag van de Griekse president (1979-heden)

De vlag van de president van Griekenland (officieel de Helleense Republiek) is vierkant met een blauw veld, in het midden het Griekse staatswapen, een gelijkarmig wit kruis op een blauw schild met een gouden rand.
Het wapen wordt omkranst door twee lauriertakken van goud, die elkaar onderaan kruisen.

De presidentiële vlag van Griekenland (met gouden franje) in het kantoor van Prokopis Pavlopoulos (1950), president van 2015-2020 (fotograaf onbekend)

De vlag werd ingevoerd in april 1979 middels Besluit 274, gepubliceerd in de Griekse staatscourant nummer 78, uitgave A, van 13-17 april.
President van Griekenland is sinds 13 maart 2020 Katerina Sakellaropoulou.

Katerina Sakellaropoulou (1956), president van Griekenland, geflankeerd door de vlaggen van Griekenland en de EU (fotograaf onbekend)

Nauru – Angam Day / Angamdag (1932/1949)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Nauru is een eilandstaat in de Grote Oceaan en is met een oppervlakte van 21 km² een van de kleinste landen ter wereld (ter vergelijking: Waddeneiland Schiermonnikoog is met 40.5 km² een keer zo groot).

Kaart van Oceanië, Nauru zien hier iets links van het midden onder Micronesia (© freeworldmaps.net)

Slechts twee landen zijn nog kleiner dan Nauru: Monaco en Vaticaanstad.
Het ligt zo’n 56 km ten zuiden van de evenaar.

Kaart van Nauru (© Tschubby / publiek domein)

Het eiland werd relatief laat ‘ontdekt’ door de Britse zee- en walvisvaarder John Fearn, op 8 november 1798, hij noemde het eiland Pleasant Island.*
De bevolking op het afgelegen eiland bestond uit Polynesiërs en Melanesiërs.
In tegenstelling tot de meeste eilanden in de Grote Oceaan werd Nauru hierna niet gekoloniseerd. De dagelijkse leiding was in handen van de verschillende stamhoofden, van wie er één als leider fungeerde.

*Hoewel het een sympathieke naam is, beklijfde deze benaming niet en bleef de inheemse naam Nauru in gebruik

Kapitein John Fearn (±1768-?), de Britse ontdekker van Nauru (fantasieportret), met links zijn schip de Snow Hunter, op een herdenkingspostzegel uit 1998

Duits, Japans en Australisch bestuur

Toch kon ook Nauru uiteindelijk niet aan kolonisatie ontkomen en wel door Duitsland, dat zich pas na de Duitse unificatie van 1871 ging inlaten met het zich toe-eigenen van gebieden in Afrika en de Grote Oceaan.

Kaart uit 1920 van de Duitse bezittingen in de Grote Oceaan, waarvan het noordoostelijke deel van Nieuw-Guinea (Kaiser Wilhelmsland geheten) het grootste gebiedsdeel was, Nauru is als ‘los’ eiland moeilijk op de kaart terug te vinden, maar het ligt net onder de letter N van STILLER OZEAN) (© Verlag von Quelle & Meyer, Leipzig / ub.bildarchiv-dkg.un-frankfurt.de)

In 1884 werd de kolonie Duits-Nieuw-Guinea een feit, dat toen nog bestond uit het noordoostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea, inclusief de Bismarck-archipel (New Britain, New Ireland en verschillende kleinere eilanden), ten noorden van Nieuw-Guinea.
De noordelijke Salomonseilanden werden in 1885 tot Duits protectoraat verklaard.
Het gebied werd steeds verder uitgebreid: zo werden in 1899 de Carolinen, Palau en de Marianen (behalve Guam) van Spanje gekocht.
In 1906 annexeerde Duits-Nieuw-Guinea het (sinds 1888) afzonderlijke Duitse protectoraat van de Marshalleilanden, waartoe ook Nauru behoorde.

Koning Aweida (± 1850-1821), in het midden van een groep landgenoten op 3 oktober 1888, op de dag dat Nauru een Duits protectoraat werd, poserend voor de vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Keizerrijk met de Duitse adelaar in het midden (publiek domein)

Duitsland liet het systeem van stamhoofden met één prominente leider intact. Die leider was op dat moment Aweida, die vanaf 1906 de titel ‘koning van Nauru’ gebruikte.
Aweida was als leider aangetreden rond circa 1875.

Koning Aweida in 1916 met aan zijn zijde de koninklijke pandanus (schroefpalmfruit) drager (foto van Thomas John McMahon (1864-1933 / Collectie National Archives of Australia / publiek domein)

Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918) verloor Duitsland zijn kolonies. Vanaf 1920 werd het eiland beheerd door Australië.
Kort daarna overleed koning Aweida, waarna de monarchie werd afgeschaft.

Amerikaans bombardement op het door Japan bezette Nauru door Liberator bommenwerpers van de Seventh Air Force, 1943 (© Collectie Library of Congress – catalog number: 55-60002 / publiek domein)

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nauru door Japan bezet, van 26 augustus 1942 tot 13 september 1945. Vanaf die tijd nam Australië het bestuur weer over.
In 1947 werd een overeenkomst gesloten met de Verenigde Naties waarin werd bepaald dat Nauru in 1968 zelfstandig zou worden, tot die tijd zou de soevereiniteit rouleren tussen Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. In de praktijk kwam daar niets van terecht en bleef Australië Nauru’s zaken beheren tot het eiland op 31 januari 1968 een onafhankelijk eilandstaat werd.

Fosfaat

Normaliter zou zo’n klein eiland als staat nauwelijks bestaansrecht hebben, ware het niet dat vanaf het begin van de twintigste eeuw werd begonnen met het ontginnen van fosfaten op het eiland.
Dit bleek dermate lucratief dat het industrieel werd aangepakt, het zorgde ervoor dat Nauru zeer welvarend werd.
Vrijwel het hele binnenland van Nauru had fosfaatafzettingen en die werden in dagbouw ontgonnen.
Maar gezien de grootte van het eiland kon dit niet eeuwig duren: in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw bleek het einde in zicht, de voorraad raakte uitgeput en de resterende reserves waren economisch niet rendabel voor winning.

Het grootste deel van het binnenland van Nauru is veranderd in een troosteloos landschap (fotograaf onbekend)

Het binnenland van Nauru is door deze jarenlange ontginning inmiddels in een maanlandschap veranderd, waardoor alleen de kuststrook bewoond wordt.
Een trust, opgericht om de verzamelde mijnbouwrijkdommen van het eiland te beheren, voor het moment dat de reserves uitgeput zouden raken, daalde in waarde. Om toch inkomsten te genereren, werd Nauru korte tijd een belastingparadijs en een illegaal witwas-centrum.

Nauru vanuit de lucht: het binnenland is een doodse woestenij geworden (screenshot)

Maar liefst 23% van de bevolking (van in totaal ruim 12.000 inwoners) is werkloos (in Nederland is dat cijfer 3,6%). 95% van de mensen die wél een baan hebben, werkt voor de overheid.

Vrijwel alle Nauranen wonen in de kuststrook (screenshot)

Asielzoekerscentrum

Wat ook geld in het laatje brengt is een door Australië opgezet en uitgebaat peperduur asielzoekerscentrum, dat enige jaren gesloten is geweest, maar in 2012 weer werd heropend.
Nauru krijgt in ruil van Australië een bedrag van 1,7 miljard Australische dollar (ruim 1 miljard euro), wat in 2012 in een vermeerdering van het Nauruaanse BNP met een factor 450 resulteerde.
Nauru is het land dat het hoogste aantal asielprocedures afhandelt voor een ander land.

Het overvolle interieur van het asielzoekerscentrum op Nauru (screenshot)

Er is internationaal kritiek op deze constructie vanwege de slechte omstandigheden in het centrum en omdat Australië hiermee haar verantwoordelijkheid zou afschuiven, de asielzoekers in eigen land op te vangen. Ook in het Australische parlement heeft dit tot hoogoplopende discussies geleid.
Een delegatie van Amnesty International die het kamp in 2012 bezocht, beschreef het als een ramp voor de mensenrechten.

Arenibek ligt aan de Buada Lagoon (© foto Lorrie Graham / publiek domein)

Bijna iedereen op Nauru woont in de kuststrook van het ovaalvormige eiland, op Arenibek na, dat als een groene oase in het afgegraven fosfaatlandschap ligt.

Het parlementsgebouw van Nauru met vlag en staatswapen (fotograaf onbekend)

Nauru heeft geen hoofdstad, maar het parlement is te vinden in het district Yaren, in het zuiden van het eiland, bij het internationale vliegveld.

Nauru International Airport, links van de start- en landingsbaan bevinden zich de overheidsgebouwen (© Cedric Favero / publiek domein)

Nauru heeft een éénkamer-parlement met 19 parlementsleden, waarvan er één fungeert als president en regeringsleider tegelijk. Die functie wordt sinds 30 oktober 2023 uitgeoefend door David Adeang, wiens vader Kennan Adeang maar liefst drie termijnen als president volmaakte.
Adean junior is de 17e president van de eilandstaat.

President en regeringsleider van Nauru, David Adeang (1969), poseert hier met de vlag (fotograaf onbekend)

Angam Day

Angam Day is een officiële feestdag op Nauru.
Het Nauruaanse woord “angam” betekent “gejubel”, “viering”, “over alle ontberingen gezegevierd” of “een bepaald doel bereikt hebben” of “thuiskomen”.

Aankondiging voor Angam Day (publiek domein)

Angam Day is een feestdag en een tijd van bezinning voor het Nauruaanse volk. Twee keer in zijn geschiedenis daalde de bevolking onder de 1.500, en werd de Nauruaanse etnische groep met uitsterven bedreigd.
Bij beide gelegenheden (1932 en 1949) herstelde de bevolking zich. Nadat het bevolkingscijfer boven de 1.500 mensen uitkwam (een aantal dat werd beschouwd als het minimum aantal mensen dat nodig was om het bestaan op het eiland te waarborgen), werd Angam Day als feestdag ingesteld.

De vlag

Vlag van Nauru (1968-heden)

De vlag van Nauru werd ingevoerd bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 31 januari 1968.
De vlag heeft een koningsblauw veld met een gele (of gouden) streep in het midden en een witte ster met twaalf punten aan de broekingszijde onder de streep.

Debuut van de vlag op Nauru’s onafhankelijkheidsdag, 31 januari 1968, op de foto vertegenwoordigers van de drie trustee-landen van Nauru – v.l.n.r: D. J. Carter (een Nieuw-Zeelandse parlementaire ondersecretaris), Charles Barnes (Australische minister van Territoria) en Charles Johnson (Verenigd Koninkrijk) en Hammer DeRoburt (1922-1992), eerste president van het nieuwe onafhankelijke Nauru (fotograaf onbekend)

De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd. De naam van de ontwerper zelf is vooralsnog niet terug te vinden, het enige dat we weten is dat het ging om een inwoner van Nauru die werkte voor de Australische vlaggenfabrikant Evans.
Het winnende ontwerp symboliseert de locatie van Nauru in de Stille Oceaan ten opzichte van de evenaar, slechts één graad bezuiden de denkbeeldige lijn.

De heren nogmaals en in kleur (fotograaf onbekend)

Het blauw staat voor de Stille Oceaan, de gele streep voor de evenaar en de witte ster voor Nauru zelf. Het wit werd gekozen vanwege de (toen nog) rijke fosfaatafzettingen op het eiland.
De twaalf punten van de ster symboliseren de traditionele twaalf stammen: Deiboe, Eamwidara, Eamwit, Eamwitmwit, Eano, Eaoru, Emangum, Emea, Irutsi, Iruwa, Iwi en Ranibok.

De weg langs het vliegveld met een woud aan Nauru-vlaggen, met eronder afbeeldingen van de landenvlaggen van de mede-Oceaniërs (screenshot)

Oostenrijk – Nationalfeiertag / Nationale Feestdag (1955)

Twee vlaggen vandaag (met één extra). Vlag 1:

Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).

Oostenrijk verdeling.png
Verdeling van Oostenrijk (en Wenen) in vier bezettingszones, 1945-1955 (© kaart door Master Uegly)

Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.

Oostenrijk - Staatsverdrag
Het Staatsverdrag van 15 mei 1955, met de handtekeningen van de vier ministers van Buitenlandse Zaken van de vier bezettingsmachten: Vjatsjeslav Molotov voor de Sovjet-Unie (linksboven), Harold Macmillan voor het Verenigd Koninkrijk (derde links), John Foster Dulles voor de Verenigde Staten (rechtsboven) en Antoine Pinay voor Frankrijk (derde rechts) (© Österreichisches Staatsarchiv)

In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.

Oostenrijk - Verklaring Neutraliteit
De Verklaring van Neutraliteit in het Bundesgesetzblatt (De Oostenrijkse Staatscourant) van 26 oktober 1955 (© Reichsinformationssystem des Bundes)

26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.

Kaart van Oostenrijk (© freeworldmaps.net)

De vlag

oostenrijk 04
Vlag van Oostenrijk, zonder en met wapen

De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wapperen vandaag beide vlaggen.

In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.

oostenrijk 02
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918

Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.

oostenrijk 01
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918

Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.

oostenrijk 03
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945

Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.

Oekraïne – Два роки i тридцять п’ять тижні війни / Twee jaar en vijfendertig weken oorlog

Noord-Koreaanse troepen In Rusland

Zuid-Koreaanse parlementsleden kwamen er als eerste mee naar buiten: Noord-Korea zou 3.000 manschappen naar Rusland hebben gestuurd om in de Russisch-Oekraïense oorlog mee te gaan vechten. Volgens de parlementariërs gaan er nog duizenden volgen.

Eén van de satellietfoto’s waarop Noord-Koreaanse militairen op een Russische basis te zien zouden zijn (foto: NIS – Zuid-Koreaanse Inlichtingendienst)

Zuid-Korea deelde daarop zijn bevindingen met de Verenigde Staten, die aan de hand van satellietfoto’s concludeerden dat het inderdaad om Noord-Koreaanse militairen gaat.
Volgens John Kirby, woordvoerder van de Nationale Veiligheidsraad van de V.S., worden de Noord-Koreaanse militairen getraind in Oost-Russische militaire bases.
De militairen zouden tijdens de eerste helft van oktober vanuit de Noord-Koreaanse regio Wonsan naar de Russische marinebasis in Vladivostok zijn vervoerd, waarna ze werden verspreid over verschillende Russische trainingscentra.

De Noord-Koreaanse militairen zouden voorzien zijn van Russische uniformen en identiteitsbewijzen uit de Siberische regio’s Boerjatië en Jakoetië. De bevolking van deze regio’s hebben vaak dezelfde Oost-Aziatische trekken als Koreanen.

In eerste instantie noemde het Kremlin de berichten uit Zuid-Korea ‘nepnieuws’ en een Noord-Koreaanse VN-vertegenwoordiger deed de berichten af als ‘ongegronde geruchten’.

Vlaggenparade tijdens de BRICS-top in Kazan, Tatarije (fotograaf onbekend)

De Russische president Poetin, die deze week aanwezig was bij de internationale BRICS-top in Kazan in Tatarije, werd gisteren tijdens een drukbezochte persconferentie gevraagd of de berichtgeving rond Noord-Koreaanse militairen klopt.
Poetin, ontkende noch bevestigde iets, maar liet wel weten dat de “strategische partnerschap” met Noord-Korea inmiddels was bekrachtigd. Gevraagd naar hoe die samenwerking er dan wel uit ziet, liet hij weten dat dat “onze zaken” zijn.

Volgens (vooralsnog ongeverifieerde) berichtgeving door de militaire inlichtingendienst van Oekraïne, zouden er inmiddels 12.000 Noord-Koreaanse troepen in Rusland zijn, waarvan een deel inmiddels ingezet wordt in de deels door Oekraïne bezette Russische oblast Koersk.
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Lening van 35 miljard

Rusland gaat Oekraïne indirect en ongewild financieel helpen met een lening van 35 miljard euro.
Het is een initiatief van het Europees parlement dat eerder deze week een akkoord bereikte over de lening, die betaald wordt uit rente over Russische tegoeden, die voor het merendeel bij Europese banken zijn ondergebracht.

Het Europees Parlement in Brussel (© Remco van Schellen)

Het voorstel hierover haalde het met ruime meerderheid: 518 Europarlementariërs stemden voor, 56 tegen, 61 onthielden zich van stemming.
Die brede steun was er dankzij de sociaal-democraten, het liberale Renew, de centrum-rechtse EVP en de rechts-conservatieve ECR.

Roberta Metsola, voor zitter van het Europees Parlement tijdens een bezoek aan president Zelensky in Lviv, 4 maart 2023 (screenshot)

Roberta Metsola, de voorzitter van het Europees Parlement noemde de uitslag “een historisch moment” en voegde daaraan toe dat het parlement hiermee “duidelijk maakt dat Rusland moet betalen voor de vernietigingen in Oekraïne”.
Oekraïne is vrij om zelf te bepalen waar de miljarden aan besteed worden.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Zambia – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1964)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag viert Zambia zijn 60e Independence Day, de nationale feestdag van het land.

Zambia map.jpg
Kaart van Zambia (© freeworldmaps.net)

In de 19e eeuw koloniseerde het Verenigd Koninkrijk een groot deel van zuidelijk Afrika. Vanwege de rijkdommen aan grondstoffen (koper) in het gebied wat nu Zambia is, werd het vanaf 1895 bestuurd door de British South Africa Company (BSAC). Vanaf 1924 werd het gebied een Britse kroonkolonie onder de naam Noord-Rhodesië.

Een volgende verandering vond plaats in 1953 toen de Britten Noord-Rhodesië samenvoegden met Zuid-Rhodesië (het huidige Zimbabwe) en Nyasaland (nu Malawi) tot een geheel onder de naam Centraal-Afrikaanse Federatie.

Centraal-Afrikaanse Federatie map.png
Kaart van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), Government Printer Salisbury (© rhodesia.me.uk)

Deze staatsvorm bleef slechts 10 jaar bestaan. Op 31 december 1963 werd de federatie weer ontbonden. Eén dag later, op 1 januari 1964 werd Kenneth Kaunda premier van Noord-Rhodesië. Hij was tevens voorzitter van de United National Independence Party (UNIP). Hetzelfde jaar nog, 24 oktober 1964, werd het land onafhankelijk onder de naam Zambia, met Kaunda als eerste president, een ambt wat hij maar liefst tot en met 1991 vervulde.

De vlag

Zambia vlag.png
Vlag van Zambia (1964/1996-heden)

De vlag van Zambia is groen met bovenin het uitwaaiende gedeelte een Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) in oranje. Daaronder een rechthoek van drie verticale banen in rood-zwart-oranje.
De Zambiaanse vlag is daarmee nogal ongewoon. In ‘vlaggenland’ is het erg ongebruikelijk om de symbolen op een vlag aan de vluchtzijde te zetten. De reden daarvoor is eigenlijk vrij simpel: bij weinig wind is het uitwaaiende gedeelte van de vlag nauwelijks of niet te zien, daarom wordt er meestal gekozen voor de mastzijde of anders middenin.

De kleuren groen en oranje zijn overgenomen van de vlag van de al eerder genoemde United National Independence Party (UNIP), waarvan Kenneth Kaunda tussen 1960 en 1964 voorzitter van was.

Zambia 04
Links: Een traditionele Afrikaanse schoffel of hak (© picclick.com) / Rechts: Kenneth Kaunda (1924) voor de Zambiaanse vlag (© dailynation.info)

Deze vlag had een groen veld, aan drie zijden omzoomd met een donkeroranje rand. Middenin de vlag is in zwart een Afrikaanse schoffel of hak afgebeeld.

Zambia UNIP-vlag
Vlag van de United National Independence Party (UNIP) tussen 1959 en 1964

 Terug naar de nationale vlag. De kleur groen staat voor de natuurlijke rijkdommen van het land en de vegetatie, rood voor de vrijheidsstrijd, zwart voor de bevolking en oranje voor de rijkdom aan delfstoffen (waarvan koper de belangrijkste is).
De zeearend staat voor de vrijheid en voor het vermogen van de bevolking om over problemen heen te komen. Overigens komt de vogel ook op het staatswapen voor.

De vlag is een ontwerp van Gabriel Ellison, een Zambiaanse kunstenares die tussen de jaren ’60 en ’80 van de vorige eeuw ook veel postzegels ontwierp.

Zambia 01
Links: Gabriel Ellison (1930-2017), ontwerpster van de Zambiaanse vlag (© daily-mail.co.zm) / Rechts: Vlag van Zambia tussen 1964 en 1996, met een donkerder kleur groen

In 1996 kreeg de vlag een iets lichtere kleur groen.

Eerdere vlaggen

De eerste vlag van Zambia was die van de British South Africa Company (BSAC), het eerder genoemde bedrijf voor het exploiteren van de minerale rijkdommen van Zuidelijk Afrika, opgericht in 1889 door Cecil Rhodes, een man waar later Noord- en Zuid-Rhodesië naar werden vernoemd.

BSAC vlag
Vlag van de British South Africa Company (BSAC) (1890-1924)

De vlag is een Union Flag of Union Jack met middenin de badge met het logo van de BSAC. Op deze rood-omcirkelde badge zien we een op een rood-geel gekleurd koord ‘gaande’ Britse leeuw, die in zijn rechterpoot een slagtand van een olifant omklemt, met daaronder in kapitalen de letters “B.S.A.C.”. Deze vlag was in gebruik tussen 1890 en 1924.

Toen het land in 1924 een Britse kroonkolonie werd, onder de naam Noord-Rhodesië, moest er ook een koloniale vlag komen, een blue ensign met het wapen als badge in het uitwaaiende gedeelte.,

Zambia 02
Vlag van Noord-Rhodesië (1927-1963), met daarnaast het wapenschild

Het duurde echter nog tot 1927 voordat er een wapen was ontworpen. Officiële goedkeuring volgde in 1928. De bovenkant van het wapen laat de Afrikaanse zeearend met gespreide vleugels zien tegen een blauwe achtergrond, met een vis in de klauwen. De vogel is afgebeeld boven de Victoria-watervallen, die hier in de onderste helft van het schild worden afgebeeld in de vorm zwart-witte zigzag-lijnen.

Zambia 03
Links: Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) (© planetscott.com) / Rechts: De Victoria-watervallen, op de grens van Zambia en Zimbabwe (© alterra.cc)

Deze vlag bleef bestaan tot en met 1963, maar omdat Noord-Rhodesië tussen 1953 en 1963 tevens onderdeel werd van de Centraal-Afrikaanse Federatie, samen met Zuid-Rhodesië (Zimbabwe) en Nyasaland (Malawi), moest daar ook een vlag voor ontworpen worden.

Zambia 06
Vlag van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), daarnaast het wapenschild van de drie territoria

En dat brengt ons bij de volgende blue ensign, één die delen van de drie wapens van de drie gebieden bovenop elkaar propte in de badge. Van boven naar beneden zien we een opkomende zon voor Nyasaland, een ‘gaande’ rode leeuw voor Zuid-Rhodesië en de Victoria-watervallen uit het wapen van Noord-Rhodesië.

Vlag van de president

De presidentiële vlag (volgens de vlaggenwet officieel een standaard genoemd) van Zambia is oranje, met in het midden het staatswapen.
Dit wapen werd bij de onafhankelijkheid op 24 oktober 1964 ingevoerd.

Twee elementen zagen we eerder op zowel wapen als vlag van Noord-Rhodesië, de ‘voorloper’ ‘van Zambia: de Afrikaanse zeearend (eveneens op de nationale vlag) en het schild met de zwart-witte zigzaglijnen, symbool voor de Victoria-watervallen en de Zambezi Rivier, waar Zambia zijn naam aan ontleent.

Het wapen van Zambia zoals het is afgebeeld in de National Flag and Armorial Ensigns Act (© parliament.gov.zm)

Tussen schild en zeearend zien we een gekruiste schoffel (hak) en pikhouweel, symbool voor de economische ruggengraat van Zambia: land- en mijnbouw.
De schildhouders zijn een man in groene kledij en een vrouw in een rode jurk, symbool voor de ‘gewone’ man en vrouw.
Schildhouders en schild staan op een heuvelachtig landschap in groen, waarop we bij nadere inspectie nog een mijn kunnen herkennen (naast de man), een zebra (naast de vrouw) en een maïskolf (in het midden).
De ondergrond wordt aan de onderkant omsloten door een witte banderol met het nationale motto “One Zambia, one nation”.

President Hakainde Hichilema (1962) geflankeerd door de presidentiële vlag (screenshot)

President van Zambia is sinds 24 augustus 2021 Hakainde Hichilema.

Verenigde Naties – Founding U.N. / Oprichting V.N. (1945)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het de 79e verjaardag van de Verenigde Naties.
De voorgeschiedenis van de V.N. als internationale organisatie gaat echter verder terug.

Hoofdkwartier van de V.N. in New York (publiek domein)

Volkerenbond

De voorloper van de V.N. was de Volkerenbond, opgericht op 25 januari 1919, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Doel van de originele 44 landen die zich verenigden (waaronder Nederland en België), was om oorlogen en conflicten te voorkomen.
Het grootste aantal deelnemende landen was uiteindelijk 58, waarbij wel bedacht moet worden dat de dekolonisering toen nog niet begonnen was, waardoor er dus aanzienlijk minder onafhankelijke staten waren dan nu het geval is.
Een opvallende afwezige waren de Verenigde Staten.

Links: Vergadering van de Volkerenbond in 1920 (publiek domein) / Rechts: Vergadering van de Volkerenbond in 1936 o.l.v. de Australiër Stanley Bruce (1883-1967) (in de voorzitterszetel), tijdens een rede van de Duitse ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk, Joachim von Ribbentrop (1893-1946) (publiek domein)

De Volkerenbond bleek na een paar kleine succesjes in de jaren ’20 al gauw ineffectief.
Lidstaat Japan viel in 1931 Mantsjoerije (China) binnen, waarna de Japanners na een veroordeling van de collega-lidstaten in maart 1933 opstapten.
Hetzelfde gebeurde in oktober van datzelfde jaar, toen Nazi-Duitsland de bond verliet, nadat het geen gehoor gaf aan de eis tot inperking van hun leger.
Lidstaat Abessinië (het tegenwoordige Ethiopië) werd in 1936 geannexeerd door mede-lid Italië. Na veroordeling van Italië verliet dat land in 1937 de bond.
De afkalving ging door nadat de Sovjet-Unie in 1939 Finland aanviel, waarna op voorstel van Argentinië de Russen uit de bond werden gezet.

Met het begin van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verloor de Volkerenbond zijn betekenis. Maar reeds tijdens deze oorlog werden er voorbereidingen getroffen tot een opvolger van de Volkerenbond. In 1943/1944 werden door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie en China al ideeën ontwikkeld.

Handvest en oprichting

Van april tot juni 1945 werden de plannen in een groter internationaal verband besproken tijdens een conferentie in San Francisco. Hier werd de Charter of the United Nations (Handvest van de Verenigde Naties) opgesteld. In dit handvest werd meteen al het veto-recht van de grootmachten opgenomen, waarmee deze latere Veiligheidsraad-leden iedere resolutie konden (en kunnen) blokkeren.

Ondertekening van het handvest van de Verenigde Naties door de Nederlandse afgevaardigde Alexander Loudon (1892-1953) in de Veterans’ War Memorial Building in San Francisco, 26 juni 1945 (© beeldbankwo2/niod)

Het handvest werd goedgekeurd op 26 juni 1945, waarna het op 24 oktober 1945 in werking trad en de Verenigde Naties officieel een feit waren, vandaag 76 jaar geleden.

Bericht over de ratificatie van de V.N. in de Christian Science Monitor van 25 oktober 1945 (© rarenewspapers.com)

Op deze oktoberdag werd het compleet uitgewerkte verdrag geratificeerd door de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad: de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie (tegenwoordig Rusland), China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
Naast deze ‘grote vijf’ had de V.N. bij de oprichting nog 46 andere lidstaten, waar opnieuw Nederland en België toe behoorden.

Ondertussen bestond de vleugellamme Volkerenbond nog steeds! Op 18 april 1946 besloot men de organisatie de volgende dag op te heffen en alle bezittingen over te hevelen naar de Verenigde Naties.
Daar hoorde ook het hoofdkwartier in Genève bij, het Palace of Nations/Palace des Nations. Heden ten dage is het nog steeds onderdeel van de grote V.N-organisatie.
De officiële liquidatie van de Volkerenbond was op 31 juli 1947.

Palace of Nations/Palace des Nations in Genève, gebouwd als hoofdkwartier van de Volkerenbond, tussen 1929 en 1937. Sinds 1946 onderdeel van de V.N. (© Yann Forget)

Officieel gesteld is de V.N. een intergouvernementele organisatie die samenwerking nastreeft op het gebied van mensenrechten, internationaal recht, mondiale veiligheid, ontwikkeling van de wereldeconomie en wetenschappelijk onderzoek naar maatschappelijke en culturele ontwikkelingen.

Lidstaten

Waren er in 1945 nog maar 51 lidstaten, inmiddels is dat aantal opgelopen naar 193. Daarnaast zijn er twee landen die een zogenaamde waarnemersstatus hebben: Vaticaanstad en Palestina. Daarmee komen we aan het totaal aantal van 195 landen dat betrokken is bij de V.N.

Zijn dat alle landen? Ja en nee. Daar is bijvoorbeeld Kosovo wat door 104 landen wordt erkend, maar 14 andere landen die het land eerst wel erkenden, trokken dat later weer in.
Daarnaast zijn er de ‘niet algemeen erkende landen’, waarvan de bekendste Taiwan, Noord-Cyprus, de Arabische Democratische Republiek Sahara (ADRS), Abchazië en Zuid-Ossetië zijn.

Taiwan wordt erkend door 12 landen, maar grote buur China beschouwt het als een afvallige provincie.
Noord-Cyprus kan alleen op erkenning van Turkije rekenen.
De ADRS (Westelijke Sahara) komt tot 46 erkenningen.
Abchazië wordt door 5 landen erkend en Zuid-Ossetië door 5.

Landen die in het geheel niet erkend worden zijn Artsach (Nagorno-Karabach, inmiddels ontmanteld), Donetsk, Islamitische Staat, Loegansk, Somaliland en Transnistrië.

Daarnaast zijn er talloze autonome of semi-autonome gebieden, waarvan de belangen door andere landen worden behartigd. Zo spreekt Denemarken ook voor Groenland en de Faeröer, Nederland voor Caribisch Nederland en Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voor hun over de hele wereld verspreide overzeese gebiedsdelen of semi-afhankelijke gebieden.

Organisatie en onderdelen

Het Vredespaleis in Den Haag, zetel van het Internationale Hof van Justitie. Bouw: 1907-1913. Architect: Louis Marie Cordonnier (1854-1940) (publiek domein)

Terug naar de V.N.: de zes belangrijkste organen van de organisatie zijn de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de Economische en Sociale Raad, de Veiligheidsraad, de Trustschapsraad (tegenwoordig inactief), het Secretariaat (alle vijf in New York gevestigd) en het Internationale Hof van Justitie (in het Vredespaleis in Den Haag).

Het huidige complex aan de East River in New York is gebouwd tussen 1948 en 1952. Daarvoor werd er op verschillende plekken vergaderd. Zo was de eerste vergadering in Church House in Londen op 10 januari 1946. Ook het Parijse Palais de Chaillot heeft als vergaderruimte gediend.
Op 10 december 1948 werd hier de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen.

Links: Church House (1940) in Londen, hoofdkwartier van de Anglicaanse Kerk (publiek domein) / Rechts: Palais de Chaillot (1937) in Parijs (publiek domein)

Verder heeft de V.N. een tweede hoofdkantoor in Genève (het vroegere gebouw van de Volkerenbond), naast kantoren in Wenen en Nairobi.

Links: Vlaggen bij de V.N.-vestiging (UNON) uit 1996 in Nairobi (publiek domein) / Rechts: Vienna International Centre in Wenen (UNOV), waar sinds 1980 verschillende V.N.-afdelingen zijn gevestigd (© Herbert Ortner)

Onder de paraplu van de V.N. opereert een groot aantal organisaties, waarvan de bekendste de UNESCO, de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn.
Maar ook het kinderfonds UNICEF, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en de Mensenrechtenraad (UNHRC) zijn belangrijke onderdelen.

Het hoogste bestuursorgaan is de al eerder genoemde Veiligheidsraad, waarin de permanente leden, ‘de grote vijf’, vetorecht hebben. De overige tien leden rouleren en worden voor een periode van twee jaar gekozen.
De Veiligheidsraad beslist o.a. over vredesoperaties en internationale missies en heeft ook stemrecht over het toelaten van nieuwe lidstaten, waarbij ‘de grote vijf’ het uiteindelijk voor het zeggen hebben dankzij hun vetorecht.

Vergadering van de V.N. Veiligheidsraad op 24 september 2009, voorgezeten door president Barack Obama (1961) (foto: Pete Souza – publiek domein)

Dit vetorecht heeft er in het verleden al vaak toe geleid dat al naar gelang de geopolitieke situatie van een van ‘de vijf’ voorstellen verworpen werden, waarmee de V.N. niet altijd even effectief is.
En hoewel het mooi is dat vrijwel ieder land op de wereld lid is, komt dat de bestuurbaarheid van het apparaat niet ten goede.
Mede door zijn brede vleugels met allerlei sub-organisaties is de V.N. echter wel degelijk uitermate nuttig en ook succesvoller dan zijn voorloper de Volkerenbond.

De vlag

Vlag van de Verenigde Naties (1946-heden)

De vlag van de Verenigde Naties is lichtblauw (tegenwoordig wel V.N–blauw genoemd), met in wit in het midden een wereldkaart met daaromheen twee olijftakken die elkaar onderin kruisen.

De officiële beschrijving van 15 oktober 1946 luidt: ‘Een wereldkaart in een azimutale equidistante projectie gecentreerd op de Noordpool (…) gevat in een krans van gekruiste olijfboomtakken. De projectie strekt zich uit tot 60° zuiderbreedte en omvat vijf concentrische cirkels’.

Ontwerp

De vlag komt voort uit het ontwerp uit 1945 voor een V.N.-embleem.
Organisatoren van de United Nations Conference on International Organization (UNCIO) in San Francisco in april-juni 1945. Het leek de congresgangers een goed idee als de V.N.-afgevaardigden herkenbaar waren d.m.v. een opvallend speldje.
Er werd een commissie gevormd o.l.v. Oliver Lundquist, architect en ontwerper. Omdat er nogal haast bij was, kwam er geen ontwerpwedstrijd, maar werd architect Donal McLaughlin gekozen een symbool te ontwerpen dat mooi op een speldje paste.
Mc Laughlin toog snel aan het werk en ontwierp in sneltreinvaart het ene na het andere ontwerp, uiteindelijk kwam daar de voorloper van het huidige beeldmerk, de globe met de olijftakken. Door de ronde vorm paste het prima op een speldje.

Links: Donal McLaughlin (1907-2009) / Rechts: Het speldje van 1945: de première van een symbool (beide publiek domein)

De stap naar een vlag was toen een voor de hand liggende en die kwam er net zo snel, eveneens in april 1945, dus nog ruim voor de officiële oprichtingsdatum van 24 oktober.
De vlag uit 1945 zag er iets anders uit dan de ons bekende vlag. Allereerst de kleur: gekozen werd voor blauw als het tegengestelde van rood, de oorlogskleur. Het blauw in de vlag was in eerste instantie een soort grijsblauw.

Eerste vlag van de Verenigde Naties (1945-1946). Zoek de verschillen!

Het embleem van Donal McLaughlin kwam midden op de vlag te staan, maar de wereldkaart zag er toen anders uit. Het Amerikaanse continent stond centraal.
Omdat het allemaal wel erg snel was gegaan, werd er in 1946 besloten het ontwerp nog eens goed te bekijken. Besloten werd de globe zo te draaien dat Amerika niet langer de belangrijkste plek innam.
De eerste vlag had de globe 90° oostelijker gedraaid vergeleken met het ontwerp wat uit de bus rolde. Hierbij vormen de nulmeridiaan en de internationale datumgrens het exacte midden van de wereldkaart.
Tevens werd het grijsblauw lichtblauw.
Dit ontwerp werd werd gepresenteerd op 2 december 1946 en officieel goedgekeurd op 7 december.

Afgeleiden

Het zal niemand verbazen dat vrijwel alle organisaties en agentschappen die onder de grote V.N.-paraplu vallen eveneens hun eigen emblemen en vlaggen hebben gekregen.
Het zijn er veel, heel veel! Hieronder een verre van volledige greep uit de verzameling:

V.l.n.r. de vlaggen van het IAEA, UNESCO en UNICEF

International Atomic Energy Agency/Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) – Binnen de olijftakken is het ‘atoommodel van Bohr’ van het beryllium-atoom met vier elektronen geplaatst.
United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization/Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) – Een Griekse tempel, symbool voor wetenschap, geleerdheid en cultuur, de zes kolommen bestaan uit de letters van de organisatie.
United Nations Children’s Fund/Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) – Binnen de olijftakken een symbool van moeder met kind aan de vluchtzijde, de naam UNICEF in onderkast-letters.

V.l.n.r. de vlaggen van het ANCUNS, het ICAO en het ICC

Academic Council of the United Nations/Academische Raad van de Verenigde Naties (ANCUNS) – Binnen de olijftakken een brandende toorts, daarboven in kapitalen de naam ANCUNS.
International Civil Aviation Organization/Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) – Het V.N.-symbool met vleugels.
International Criminal Court/Internationaal Strafhof (ICC) – Binnen de olijftakken een weegschaal.

V.l.n.r. de vlaggen van het ILO, het IMO en INSTRAW

International Labour Organization/Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Binnen de olijftakken een uit drie delen bestaand tandwiel met daarin in kapitalen de letters ILO.
International Maritime Organization/Ineternationale Maritieme Organisatie (IMO) – Het V.N-symbool met de globe verkleind, daarachter twee gekruiste ankers met een ketting verbonden.
International Research and Training Institute for the Advancement of Women/ International Onderzoeks- en Trainingsinstituut voor de Vooruitgang van Vrouwen (INSTRAW) – Binnen de olijftakken het seksesymbool voor vrouwen, eronder in kapitalen de naam INSTRAW.

V.l.n.r. de vlaggen van het PCA, het UNCA en de UNCSD

Permanent Court of Arbitration/Permanent Hof van Arbitrage (PCA) – Een zegel met randschrift Cour Permanente d’Arbitrage – MDCCCIC. Het zegel zelf bestaat uit een voorstelling van het Vredespaleis in Den Haag met twee personen op de voorgrond, die elkaar de hand drukken.
Het Hof is ouder dan de V.N. en zelfs ouder dan de Volkerenbond. Het werd opgericht in 1899 naar aanleiding van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag, een initiatief van tsaar Nicolaas II van Rusland, erevoorzitster was een nog piepjonge koningin Wilhelmina. In 1907 was er een Tweede Internationale Vredesconferentie.
Het Hof kreeg zijn eigen gebouw in 1913, het Vredespaleis.
United Nations Correspondents Association/Correspondenten-Associatie van de Verenigde Naties (UNCA) – Eén olijftak, de tweede is vervangen door een ganzenveer, daartussenin het verkleinde V.N.-symbool met globe. Hieronder in kapitalen UNCA, met daaronder de volledige naam langs de onderrand.
United Nations Commission for Social Development/Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCSD) – Een gestileerde vredesduif, tegelijkertijd ook een hand, waarop een gekantelde globe rust waarop vijf bladeren. (Deze afbeelding werd in ieder geval gebruikt bij de 19e sessie van de organisatie in mei 2011, maar lijkt daarna niet meer gebruikt te zijn).

V.l.n.r de vlaggen van het UNDP, het UNEP en de UNIDO

United Nations Development Program/Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) – Het V.N.-symbool gevat in een vierkant;
een even groot vierkant, in vieren gedeeld, eronder, met in ieder vak één van de letters UNDP. Onzeker is of deze vlag ooit daadwerkelijk is ingevoerd!
United Nations Environment Program/Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) – Binnen de (asymmetrische!) olijftakken een gestileerde figuur met gespreide armen in een witte cirkel. Eronder in kapitalen: UNEP.
United Nations Industrial Development Organisation/Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNIDO) – Het V.N.-embleem met daaroverheen in kapitalen de naam UNIDO.

V.l.n.r. de vlaggen van de UPU, de WHO en de WMO

Universal Postal Union/Wereldwijde Post-Unie (UPU) – Een globe met daaromheen vijf figuren die post aan elkaar doorgeven.
World Health Organization/ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – Het V.N.-symbool met daaroverheen een esculaap in oker.
World Meteorological Association/Wereld Meteorologische Associatie (WMO) – Het V.N-symbool met over de bovenkant van het logo een kompasroos in oker en wit.

V.l.n.r. de vlaggen van de World Bank (IBRD), de UNRWA en het IFC

World Bank – International Bank for Reconstruction and Development/Wereldbank – Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD) – Een gestileerde blauw-witte globe met meridianen en paralellen op een wit vierkant.
United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East/Bureau voor Hulpverlening en Werken van de Verenigde Naties voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) – Een witte vlag met het V.N.-embleem in blauw aan de broekingszijde; ernaast de letters UNRWA in onderkast, met daaronder de naam in Arabisch schrift.
International Finance Corporation/Internationale Financieringsorganisatie (IFC) – Een witte vlag met het logo van het IFC (een gekantelde globe) bovenin aan de broekingszijde, met ernaast IFC in vette kapitalen; eronder in kleinere letters: International Finance Corporation en onderin, in nog kleinere letters: World Bank Group.

Voorloper

Vlag van de Volkerenbond (1939-1940/1946)

Ook de voorloper van de V.N., de Volkerenbond, had een vlag. Maar die kwam op een moment (1939) dat het al bijna niet meer hoefde!
Overigens waren er al sinds het begin van het bestaan van de organisatie pogingen ondernomen een vlag te introduceren.

Het eerste, nooit uitgevoerde ontwerp voor een Volkerenbond-vlag (1920)

In 1920 was er een ontwerp voor een donkerblauwe vlag met een ovale wereldkaart met daar omheen een elliptische sterrenband, beide in wit. De sterren gaven het aantal lidstaten weer.
Er kon echter geen overeenstemming bereikt worden om het ontwerp daadwerkelijk aan te nemen, dus verdween het ontwerp in een bureaulade.

De twee inzendingen die ieder een 2e prijs kregen

Poging twee was in 1929, toen er een internationale wedstrijd werd uitgeschreven, sluitingsdatum 31 december 1929.
Op 1 januari 1930 kon men kiezen uit 1640 inzendingen, waar de internationale jury tot een shortlist van 50 ontwerpen kwam.
Vervolgens kon men het echter niet eens worden over een winnaar. Besloten werd om twee ontwerpen de tweede prijs toe te kennen en drie inzendingen kregen de derde prijs. Maar zonder winnaar bleef de Volkerenbond opnieuw vlagloos!

De Volkerenbond liep al op z’n laatste benen toen er in 1939 uiteindelijk een semi-officiële vlag verscheen. Het is onduidelijk of er consensus was over deze vlag, of wie de ontwerp(st)er was.
Het lijkt erop dat de vlag een speciaal ontwerp was voor de New York World’s Fair, die van 30 april tot en met 27 oktober 1940 werd gehouden.
Deze vlag wapperde gedurende de wereldtentoonstelling boven het paviljoen van de Volkerenbond, tussen de lidstaat-vlaggen.

Links: Poster voor de New York World’s Fair (1939-1940) (publiek domein) / Rechts: Paviljoen van de Volkerenbond op de New York World’s Fair (publiek domein)

De vlag is wit met in het midden een blauw pentagon waarin een witte vijfpuntige ster. In het midden van de ster een kleinere blauwe vijfpuntige ster.
Boven en onder het symbool in boogvorm en blauwe kapitalen de teksten League of Nations en Société des Nations.
Zowel het pentagram als de vijfpuntige sterren symboliseren de vijf continenten en de vijf ‘mensenrassen’.

De originele Volkerenbond-vlag, geërfd en daarmee in het archief van de V.N. in het Palace of Nations in Genève (© Mourad Ben Abdallah)

Toen de wereldtentoonstelling voorbij was, was een groot gedeelte van de wereld al verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog en zowel de Volkerenbond als de vlag verdwenen uit het zicht.
De vlag (waarschijnlijk is er maar één exemplaar) bestaat echter nog steeds en ligt veilig opgeborgen in het archief van de Verenigde Naties in Genève.

Navolger

En nog zijn we er niet! Even vooruitspoelen naar de 22e eeuw, om preciezer te zijn: naar het jaar 2161. In dat jaar wordt nl. de United Federation of Planets (Verenigde Federatie van Planeten) opgericht.

Vlag van de United Federation of Planets uit de TV-serie Star Trek (2161-?)

U snapt het al: we zijn terechtgekomen in het Star Trek-universum! De intergalactische United Federation of Planets (UFP) gebruikt een vlag die is afgeleid van die van de Verenigde Naties.
De vlag is eveneens blauw en heeft de bekende gekruiste olijftakken. In plaats van de ons bekende globe zien we een in een cirkel geplaatste sterrenhemel met een stuk of 60 sterren, waarvan drie grote. Onder het embleem de tekst: United Federation of Planets.

De fictieve federatie heeft zo’n 150 leden en strekt zich uit over plusminus 8000 lichtjaar in de Alfa- en Beta-kwadranten. De vier ‘oprichters’ van dit interplanetaire samenwerkingsverband zijn de planeten Aarde, Vulcan en Tellar Prime plus de maan Andoria.

Einde verhaal zou men denken, maar nee: in het 3e seizoen (2010) van een van de Star Trek-series, Star Trek Discovery, zien we in aflevering 1, That hope is you (part 1), dat hoofdpersoon Michael Burnham via een ‘wormgat’ van de 23e eeuw in de 32e eeuw terechtkomt.
In de verre toekomst blijkt de United Federation of Planets niet veel meer voor te stellen. Ze (Michael is een vrouw) komt in contact met een Federatie-verbindingsofficier, Aditya Sahil. In zijn kantoor blijkt de vlag nog steeds te bestaan, maar is erg veranderd.

Twee scènefoto’s uit Star Trek Discovery, seizoen 3, aflevering 1, ‘That hope is you – part 1’. Foto rechts: v.l.n.r. Cleveland Booker (David Ajala), Michael Burnham (Sonequa Martin-Green) en Aditya Sahil (Adil Hussain) (© CBS/Netflix, 2020)

In de 32e eeuw zijn de olijftakken sterk gestileerd en zijn er nog maar zes sterren over van de ± 60 en bestaat de cirkel uit 2 geopende delen.

Hongarije – Nemzeti Ünnep / Nationale Feestdag (1956)

Het is wat verwarrend dat Hongarije twee dagen kent die beide worden aangeduid als Nemzeti Ünnep (Nationale Feestdag), ze hebben namelijk totaal andere achtergronden. De feestdag met dezelfde naam op 15 maart herdenkt nl. de Hongaarse Revolutie van 1848, terwijl de dag van vandaag de Hongaarse Opstand van 1956 memoreert.
Om ze uit elkaar te houden wordt deze dag ook wel aangeduid als Forradalum Ünneppe (Viering van de Revolutie).

Hongarije 1956.jpg
Affiche bij de 55e verjaardag van de Hongaarse Opstand in 2011 (© kepesujag.com)

Die volksopstand duurde van 23 oktober tot 10 november 1956. Wat begon als een protest van studenten van de Technische Universiteit in Boedapest, in solidariteit met bewoners in Poznań (Polen), waar in juni 1956 een bloedige opstand was neergeslagen, mondde al gauw uit in een veel groter volksprotest, waarbij de situatie in eigen land aan de kaak werd gesteld. Er werd gedemonstreerd tegen de Sovjet-gezinde regering van partijleider Ernő Gerő. Tienduizenden Hongaren liepen te hoop tegen het regime en trokken op naar het parlement en riepen leuzen als “Russen naar Rusland” en “Imre Nagy aan de macht”.

Hongarije vlag 1949-1956
Vlag van Hongarije tussen 1949 en 1956

Hongaarse vlaggen, waar sinds 1949 een communistisch embleem op stond, werden neergehaald, waarna de emblemen eruit geknipt werden. Verschillende rode Sovjet-sterren op gebouwen sneuvelden en er werd een standbeeld van de Russische leider Josef Stalin omvergetrokken en vernield.

hongarije 01
Het standbeeld van Josef Stalin in Boedapest voor en na 24 oktober 1956 (links: © Bundesarchiv / rechts: publiek domein)

Partijleider Ernő Gerő hield hierop een radiotoespraak die de vlam nog verder in de pan deed slaan, door de volksopstand als revolutie te betitelen en de betogers volksvijanden noemde, die de macht van de arbeidersklasse wilden ondergraven en “de banden tussen onze partij en de roemrijke Sovjet-Unie (wilden) verbreken”

Waar de regering niet op gerekend had, was dat het leger partij koos voor de bevolking en zelfs wapens begon uit te delen, waarmee vervolgens kazernes werden aangevallen, waaronder die van de gehate geheime politie, de ÁVH (Államvédelmi Hatóság). Het resultaat was dat de Sovjettroepen Boedapest ontvluchten.

Inmiddels had de Hongaarse regering om hulp van de Russen gevraagd, maar in de tussentijd waren opstandelingen op 24 oktober het parlement binnengevallen en werd de regering gedwongen af te treden. Partijleider Ernő Gerő en premier András Hegedűs vluchtten naar de Sovjet-Unie.

hongarije 02
Links: Ernő Gerő (1898-1980) (© publiek domein) / Rechts: Imre Nagy (1896-1958), foto door Jánosi Katalin (© publiek domein)

De eerder bij de communisten in ongenade gevallen politicus Imre Nagy werd vervolgens als premier naar voren geschoven. De nieuwe regering zegde het lidmaatschap van het Warschaupact op en noemde zich een neutraal land.

Logo van het Warschaupact (1955-1991), de randtekst in de cirkel СОЮЗ МИРА И СОЦИАЛИЗМА (SOYUZ MIRA I SOTSIALIZMA) luidt vertaald: Unie van vrede en socialisme; de tekst onderin ВАРШАВСКИЙ ДОГОВОР (VARSHAVSKIY DOGOVOR) betekent Verdrag van Warschau; de getoonde vlaggen zijn die van Bulgarije, Hongarije, de Duitse Democratische Republiek, Polen, Roemenië. de Sovjetunie en Tsjechoslowakije

Vanaf 28 oktober werd er niet meer gevochten en leek de strijd gewonnen. In de week hierna leek de rust weer te keren en werd er met de Sovjet-Unie overeengekomen dat er een delegatie naar Moskou zou reizen om over de situatie te overleggen. Toen de delegatie op 3 november arriveerde werd ze gelijk gearresteerd en één dag later, op 4 november vielen troepen van het Warschaupact Hongarije binnen.

Een Hongaarse vlag waar het communistische staatswapen uit is geknipt in Corvin köz (Corvinstraat) tijdens de opstand van oktober/november 1956 (publiek domein)

De slechts lichtbewapende opstandelingen waren geen partij voor deze zwaarbewapende troepenmacht van 17 divisies. Boedapest werd eerst omsingeld, waarna de troepen de stad introkken. Er werd teruggevochten met o.a. molotovcocktails, maar het was een ongelijke strijd. Met een week was de Sovjet-orde hersteld na een zeer bloedige strijd, waarbij rond de 2.500 Hongaarse burgers omkwamen en rond de 800 Warschaupact-militairen.

Hongarije tanks Boedapest.jpg
Tanks in de straten van Boedapest op 5 november 1956 (© publiek domein)

Hoewel de opstandelingen het Westen hadden gesmeekt om hulp, was die uitgebleven. Middenin de Koude Oorlog durfde men zijn handen hier niet aan te branden, beducht als men was voor een conflict dat gierend uit de hand zou lopen.

Massaal vluchtten Hongaren hun land uit of werden gedwongen het land te verlaten. Uiteindelijk verlieten zo’n 200.000 inwoners hun land, waarvan er zo’n 3.000 zich in Nederland vestigden.
3.000 mensen werden gevangengezet, waarvan er plusminus 350 zijn geëxecuteerd. Eenzelfde lot was weggelegd voor Imre Nagy in juni 1958.

In december 1991 bood de op zijn laatste benen lopende Sovjet-Unie onder President Gorbatsjov excuses aan voor de bloedige inval in 1956, iets wat zijn opvolger Boris Jeltsin, als president van de Russische Federatie tijdens een toespraak in 1992 in het Hongaarse Parlement nog eens herhaalde.

Kaart van Hongarije (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Hongarije is een driekleur van horizontale banen in rood, wit en groen, afkomstig uit het staatswapen. Als zodanig is de vlag sinds 1848 in gebruik.

hongarije 01 vlaggen
De vlag van Hongarije, zonder en met wapen

De vlag wordt zowel met als zonder het Hongaarse wapen gebruikt. In de communistische tijd werd een sovjet-model wapen gebruikt met korenaren, een hamer en een rode ster (zie boven), maar na het herstel van de sovjet-macht in november 1956, werd dit symbool voortaan weggelaten.
Sinds 1990 is het oorspronkelijke wapen weer in gebruik, dat ondanks dat Hongarije een republiek is, nog steeds gekroond is met de St. Stefans-kroon.

hongarije 02 wapen
Het wapen van Hongarije / De Donau ter hoogte van Visegrád (© easyvoyage.co.uk)

Het wapen is in tweeën gedeeld:
-links: een schild met vier rode en vier zilveren balken, waarbij de zilveren balken staan voor de rivieren Donau, Tisza, Drau en Sava
-rechts: drie groene bergen, de Tátra, de Mátra en de Fátra, op de middelste top een kroon, daarboven een zogenaamd patriarchaal kruis in wit.

Wat hangt daar toch?