Coming-outdag is in 1988 in de Verenigde Staten begonnen om aandacht te besteden aan openlijk uitkomen van LHBT’ers (lesbienne, homo, biseksueel of transgender) voor het seksuele geaardheid of genderidentiteit: de coming-out.
De datum van 11 oktober werd gekozen vanwege de precies een jaar daarvoor gehouden Second National March on Washington for Lesbian and Gay Rights. (De First March vond plaats op 14 oktober 1979).
In de Second March van 1987 liepen 500.000 mensen mee. Directe aanleiding was een uitspraak van het Federale Hooggerechtshof (Supreme Court) waarin de ‘rechtmatigheid van een verbod op sodomie’ (homoseksuele handelingen) erkend werd.
Hierna werd besloten er een jaarlijks terugkerend evenement van te maken, een nationale actiedag om het ‘uit de kast komen’ in het zonnetje te zetten. Aanjagers hiervan waren psycholoog Rob Eichberg van de zelfhulpgroep The Experience en Jean O’Leary, directeur van de National Gay Rights Advocates.
Zodoende werd op 11 oktober 1988 de eerste National Coming Out Day gevierd in 18 staten van de VS. Er was direct een enorme media-aandacht en kunstenaar Keith Haring, toen op het toppunt van zijn roem, ontwerp het inmiddels iconische logo.
Het Coming-out Day-logo van Keith Haring (1958-1990) uit 1988
Daarna ging het snel en vanaf 1990 hadden alle 50 staten hun coming-outdag. Van nationaal werd het al gauw internationaal en inmiddels is het een dag die gevierd wordt door o.a. Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Zwitserland, Polen, Kroatië, Canada en Australië.
In Nederland is het ondertussen een traditie om gemeentelijk op deze dag de regenboogvlag te hijsen. In 2014 deden hier 38 gemeentes aan mee, het jaar daarop waren het er al 80 en in 2016 steeg het aantal naar 144. Op provinciaal niveau gebeurt dit bij 9 van de 12 provincies.
Dat de dag nog uitermate nodig is blijkt wel uit het feit dat er door verschillende landen geprobeerd de LHBTIQ+-rechten in te perken of terug te draaien, zoals in de Verenigde Staten, Hongarije en Slowakije.
De vlag(gen)
Regenboogvlag (1979-heden)
De internationale regenboogvlag werd in 1978 ontworpen door de Amerikaanse artiest en voorvechter voor homo-rechten Gilbert Baker.
De eerste versie van de vlag had acht horizontale banen in de kleuren roze-rood-oranje-geel groen-turquoise-indigo-paars, om de diversiteit van de homogemeenschap aan te geven.
Regenboogvlag (1978-1979)
Sommige van deze kleuren waren wat ongebruikelijk bij vlaggenmakers, dus werd het regenboogpalet in 1979 aangepast en teruggebracht naar zes kleuren: rood-oranje-geel-groen-blauw-paars.
En dan zijn we er nog niet: in 2017 werd tijdens Pride Month in Philadelphia een regenboogvlag geïntroduceerd met bovenin twee extra banen: zwart en bruin. De stad wilde hiermee aandacht vragen voor de zwarte homo-gemeenschap en staat nu bekend als de Philadelphia Pridevlag.
Philadelphia Pridevlag (2017)
Een jaar later, in 2018, introduceerde grafisch ontwerper Daniel Quasar nóg een nieuwe versie, waarin hij de kleuren zwart en bruin van de Philadelphia Pridevlag combineerde met het lichtblauw, roze en wit van de Transgendervlag van Monica Helms uit 1999. De ‘nieuwe’ kleuren verwerkte hij in de standaard regenboogvlag door ze als driehoek aan de broekingszijde toe te voegen.
Links: Daniel Quasar (1990), ontwerper van de Progress Pridevlag / Rechts: Transgendervlag (1999)
Deze vlag staat inmiddels bekend als de Progress Pridevlag en heeft sinds de introductie de wind behoorlijk meegehad, niet in het minst door de vele Black Lives Matter-demonstraties uit 2020 en is inmiddels omarmd door verscheidene homo-organisaties.
Progress Pridevlag (2018)
Daarnaast zijn er natuurlijk talloze regenboogvariaties op nationale en provinciale vlaggen, hieronder een paar voorbeelden:
Links: Regenboogvlag van de Verenigde Staten / Rechts: Regenboogvlag van BraziliëLinks: Regenboogversie van de Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk / Rechts: Regenboogvlag van de provincie Zeeland (ontwerp: Vos Broekema)
De Zeeuwse variant zien we vandaag ook aan de mast.
Vandaag is het Fiji Day, wat in feite een culminatie is van een week feestvieren onder de naam Fiji Week. Een week lang zijn de eenheid, godsdienst en culturele diversiteit van het land gevierd met optredens en bijeenkomsten die de beide belangrijkste culturen centraal stellen. De twee belangrijkste groeperingen zijn de autochtone bevolking van de Fiji-eilanden (de Taukei) (56,8%) en als tweede de Indiërs (37,5%).
De eilandrepubliek Fiji in de Grote Oceaan bestaat uit zo’n 330 eilanden (waarvan er 110 bewoond zijn) en meer dan 500 eilandjes en/of rotspunten. De archipel strekt zich uit over een lengte van zo’n 2000 km. Als we alle eilanden bij elkaar optellen heeft Fiji een grondgebied van 18.300 km². Het merendeel van de bevolking (87%) woont op de twee belangrijkste eilanden, Viti Levu en Vanua Levu. De hoofdstad Suva op Viti Levu telt ruim 86.000 inwoners, maar met de voorsteden meegerekend ruim 173.000.
De datum van vandaag, waar de Fiji Week mee afsluit is Fiji’s Onafhankelijkheidsdag. Op deze dag in 1970 werd Fiji na 96 jaar Engels bestuur (opnieuw) onafhankelijk. Maar er is een tweede historische link: op 10 oktober 1874 droeg Fiji’s koning Seru Epenisa Cakobau de macht over aan het Verenigd Koninkrijk. Vanaf 1970 is Fiji onafhankelijk onder de naam Dominion of Fiji, waarbij koningin Elizabeth II officieel staatshoofd bleef en het land lid was van het Britse Gemenebest. In 1987 was er een staatsgreep in het land waarbij de republiek werd uitgeroepen en Fiji op 7 oktober het Gemenebest verliet. Tien jaar later in 1997 was de politieke situatie van Fiji genormaliseerd. Er werd een nieuwe grondwet aangenomen en het land werd opnieuw lid van het Gemenebest.
Links: Koning Seru Epenisa Cakobau van Fiji (1815-1883), in de jaren ’70 van de 19e eeuw (foto door Francis Duffy (1846-1910) (publiek domein) / Rechts: Naiqama Lalabalavu (1953), president van Fiji sinds 12 november 2024 (publiek domein)
De grootste bijeenkomst vandaag vindt plaats in het Albert Park in Suva met president Naiqama Lalabalavu als hoofdgast.
De vlag
Vlag van Fiji (1970-heden)
De vlag van Fiji was met zijn lichtblauwe kleur in 1970 uniek in de serie Britse ensigns. (Tuvalu zou in 1978 het voorbeeld van Fiji volgen). In de koloniale periode (1874-1970) had Fiji een ‘normale’ blue ensign, waar ze overigens vier verschillende versies van ‘versleten’. Daarover straks meer!
De nieuwe vlag van 1970 werd gekozen na een ontwerpwedstrijd, die werd gewonnen door Tessa Mackenzie en Robi Welcock, die, hoewel ze elkaar kenden, los van elkaar met precies hetzelfde winnende ontwerp kwamen.
De vlag is een lichtblauwe Britse ensign, dus met de Union Flag of Union Jack in het kanton. De kleur werd specifiek gekozen om de Grote Oceaan symbolisch weer te geven en om tevens ‘anders’ te zijn dan sommige andere ‘normaal’-blauwe blue ensigns in de regio, zoals Australië, Nieuw-Zeeland en de Cookeilanden. Het uitwaaiende gedeelte laat het wapen (1908) van Fiji zien, wat ook al op de voorgaande koloniale vlag voorkwam, maar nu zonder de twee schildhouders.
Het ‘uitgeklede’ wapen op de vlag is verdeeld in vier kwartieren door een Engels Sint-Joriskruis, beladen met een zogenaamde gaande Britse leeuw met een cacaoboon tussen zijn voorpoten. 1e kwartier: drie suikerrietstengels. 2e kwartier: een kokospalm. 3e kwartier: een vredesduif. 4e kwartier: een kam bananen.
Links: Het wapen van Fiji zoals afgebeeld op de vlag / Rechts: Het complete staatswapen met schildhouders en motto
Het complete staatswapen uit 1908, heeft hetzelfde schild, maar nu voorzien van twee schildhouders, volgens Fijiaanse legendes zou het duo een tweeling zijn. De oudste van de twee zien we links en is en face afgebeeld. In zijn rechterhand houdt hij een speer vast. De jongere broer, rechts, is en profil afgebeeld. Hij heeft in zijn linkerhand een totokia-knuppel, ook wel ananas-knuppel genaamd, vanwege het daarop gelijkende puntige knotsgedeelte.
Boven het schild is een takia afgebeeld, een traditionele inheemse kano. Onder het schild is een witte banderol met het motto Rerevaka na kalou ka doka na Tui(Vreest God en breng hulde aan de koningin). De twee schildhouder-broers balanceren bovenop de banderol!
Zoals hierboven al vermeld heeft Fiji maar liefst vier versies van z’n koloniale blue ensign gehad. De eerste versie was in gebruik tussen 1877 en 1883 en op de badge was een zeemeermin afgebeeld, met achter haar twee traditionele oorlogsknuppels en omcirkeld met bladertakken. Nummer twee werd ingevoerd in 1883 en hield het uit tot in 1908. De badge op deze vlag was overgenomen van de blue ensign voor de Canadese provincie British Columbia uit 1870. Het toont een gekroonde Britse leeuw, staand op een koningskroon (die enige gelijkenis vertoont met de Imperial State Crown). Om niet twee exact gelijke vlaggen te hebben, staat de naam FIJI in kapitalen onder de kroon. (British Columbia gebruikte de initialen BC).
Koloniale vlaggen van Fiji, links: 1877-1883, rechts: 1883-1908
Op 4 juli 1908 wordt het wapen aangenomen dat Fiji nu nog heeft en zodoende kwam er een nieuwe vlag met dat wapen in de badge. De vierde versie, uit 1924, bracht slechts een kleine verandering: de witte cirkel (de badge) verdween, waardoor het wapen verder badge-loos door het leven ging, tot de onafhankelijkheid in 1970.
Koloniale vlaggen van Fiji: links: 1908-1924, rechts: 1924-1970
Om nog iets verder terug in de tijd te gaan (en dan behandel ik nog niet eens alles!); tussen 1871 en 1874 gebruikte het Verenigd Koninkrijk Fiji een vlag met twee verticale banen in wit en helderblauw, met daaroverheen een rood schild met vredesduif, dezelfde duif die in 1908 promoveert naar het 3e kwartier in het staatswapen.
Vlag van het Verenigd Koninkrijk Fiji (1871-1874)
Tot slot: Fiji heeft ook de beschikking over een red ensign en een white ensign. Los van de kleur zijn ze gelijk aan de nationale vlag. De rode vlag wordt gebruikt door de koopvaardij, de witte door de marine.
Links: Koopvaardijvlag van Fiji / Rechts: Marinevlag van Fiji
Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?
Kaart uit 1762 van Spaans Cubamet linksboven een inzet van Havana (publiek domein)
Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.
Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)
Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.
De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886. Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen. De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten. Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.
20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)
Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.
Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen. Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis. In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen. Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.
Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij. In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.
De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.
Ontwerp
Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder. Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden. Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón. In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.
De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land. Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.
López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen. De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.
De tweede vlag
Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes. In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.
De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)
Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster. Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.
1902
Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.
En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.
Op 9 oktober 1820 was het Ecuador’s grootste stad Guayaquil die na 300 jaar Spaanse overheersing de onafhankelijkheid uitriep. Dit ging bijna zonder bloedvergieten, door het Spaanse garnizoen uit te schakelen. Deze revolte stond onder leiding van een aantal revolutionaire leiders uit het land zelf, bijgestaan door ‘collega’s’ uit Venezuela en Peru.
Het nieuws van deze bevrijding deed snel de ronde, waarna andere Ecuadoriaanse steden volgden, zoals Portoviejo en Cuenca. De strijd om Quito moest toen echter nog beginnen. De beslissende slag om de hoofdstad, de Batalla de Pichincha, werd geleverd op 24 mei 1822. Het Spaanse leger werd verslagen.
‘La capitulación de la Batalla de Pichincha’ (De overgave na de Slag om Pichincha), olieverfschilderij van Antonio Salas (1784-1860)
Ecuador sloot zich vervolgens aan bij de federatie Groot-Colombia (1819-1830), wat mét Ecuador erbij toen bestond uit de huidige republieken Venezuela en Colombia (plus een deel van het tegenwoordige Panama, wat toen bij Colombia hoorde). In 1830 viel de federatie uiteen en werd Ecuador een onafhankelijke republiek.
De vlag
Vlag van Ecuador (1860-heden)
De vlag van Ecuador heeft sinds het land definitief onafhankelijk werd vele verschijningsvormen gekend. Het zou te ver voeren die hier allemaal uitgebreid te bespreken, maar vanwege de grote verscheidenheid een greep uit de vlaggenhistorie:
V.l.n.r.: De Spaanse koloniale vlag, een zogenaamd Bourgondisch kruis (1534-1820) / De revolutionaire vlag, gebruikt in 1809, de zogenaamde Bandera de la Revolución Quiteña, een omgekeerde versie van de koloniale vlag / De eerste vlag van een onafhankelijk Ecuador (1820-1822)
Feit is dat het land met het huidige ontwerp teruggreep op zijn tijd als een van de landen in de federatie Gran Colombia (Groot Colombia), dat dezelfde kleuren gebruikte. Het is dan ook geen toeval dat Venezuela en Colombia vergelijkbare vlaggen hebben, vanwege de gedeelde geschiedenis.
V.l.n.r.: De vlag van Gran Colombia (1822-1830) / Vlag van Ecuador (1835-1845) / Vlag van Ecuador (1845-1860)
De huidige vlag is een horizontale driekleur in geel, blauw en rood, waarbij de gele baan net zo breed is als de blauwe en rode samen. Het ontwerp werd ingevoerd op 26 september 1860. Op 7 november 1900 werd het rijkswapen toegevoegd. Het geel staat voor zonneschijn, graan en rijkdom, het blauw voor rivieren, zee en lucht en het rood voor het bloed van de patriotten en martelaren.
Wapen van Ecuador (1845-heden)
Het rijkswapen, wat in het midden van de vlag is afgebeeld, is ingevoerd in 1845. Het is een ovalen afbeelding met daarin een landschap met de ruim 6 km hoge dode vulkaan Chimborazo, met daaronder de rivier de Guayas. Op de rivier is het stoomschip de Guayas te zien, het was in 1841 het eerste zeewaardige stoomschip aan de Zuid-Amerikaanse westkust.
Bovenin het tafereel is de zon afgebeeld over een band met de dierenriemtekens van Ram, Stier, Tweelingen en Kreeft, deze verwijzen naar de maanden maart tot en met juli 1845, toen er een revolutie plaatsvond.
Afbeeldingen van vlag en wapen van Ecuador uit het “Flaggenbuch” van het Oberkommando der Kriegsmarine (1939), bezorgd door Ottfried Neubecker (Verlag der Reichsdruckerei)
Het wapenschild wordt geflankeerd door vier Ecuadoriaanse vlaggen. Tussen de linkse vlaggen steekt een lauriertak, als symbool van grootsheid en tussen de rechtse vlaggen een palmtak, als teken van vrede. Onder het schild is een pijlenbundel afgebeeld, de zogenaamde fasces, die de republikeinse staatsvorm symboliseren. Het geheel wordt bekroond door een condor die met geopende vleugels bovenop het schild zit. De vogel staat voor macht, grootsheid en kracht.
Civiele vlag van Ecuador, zonder wapen / Vlag van Ecuador voor gemeentelijke overheden
Maar wacht! We zijn er nog niet! Zoals in wel meer landen kent Ecuador ook een versie van de vlag zonder staatswapen, voor civiel gebruik. Maar in het geval van Ecuador wordt door de bevolking de staatsvlag net zo vaak gebruikt als de versie zonder. Dit kan ook te maken hebben met het feit dat de ‘wapenloze’ vlag identiek is aan de staatsvlag van Colombia. Het enige verschil is de ratio, voor Colombia is dat 2:3 en voor Ecuador 1:2. En om het nóg ingewikkelder te maken: de Ecuadoriaanse koopvaardij gebruikt ook de vlag zonder wapen, maar dan in de ratio 2:3, dus hetzelfde als de Colombiaanse staatsvlag.
En nog zijn we er niet, er is nl. ook een speciale vlag voor gemeentelijke instellingen! Deze vlag heeft in plaats van het staatswapen een cirkel van 24 witte vijfpuntige sterren. De sterren staan voor het aantal provincies.
Opnieuw massale Russische drone- en raketaanvallen
Het begint inmiddels een vast patroon te worden: de laatste weken is het telkens in het weekend raak met massale Russische drone- en raketaanvallen in Oekraïne. Afgelopen weekend kwamen er bij een nieuwe barrage vijf mensen om. Bij een aanval in het dorp Lapaivka (vlakbij Lviv) werden er vier leden van één familie gedood, waaronder een 15-jarig meisje. De aanvallen waren vooral gericht op de westelijke regio Lviv. Tienduizenden burgers zitten na de aanval zonder stroom. Lviv werd urenlang onder vuur genomen, wat leidde tot de opschorting van het openbaar vervoer.
Puinruimen in de westelijke oblast Lviv na de grootschalige aanval van afgelopen weekend (screenshot)
Maksym Kozytskyi, regionaal hoofd van Lviv, zei dat het de grootste aanval op de oblast was sinds Rusland in 2022 zijn grootschalige invasie van Oekraïne begon. Hij zei dat er ongeveer 163 drones en raketten in het gebied waren geïdentificeerd. Volgens Kozytskyi waren de wapens gericht op woongebouwen, ziekenhuizen, civiele industriële faciliteiten en gastransport-infrastructuur.
Grote rookwolken trekken over een buitenwijk van Lviv na een Russische treffer (screenshot)
Hij voegde eraan toe dat de aanval “bijzonder cynisch” was, omdat deze plaatsvond op een moment dat Oekraïners doorgaans hun huizen beginnen te verwarmen.
In Zaporizja werd een flatgebouw vol geraakt (screenshot)
In Zaporizja kwam één persoon om het leven. President Zelensky zei dat Rusland meer dan 50 raket- en ongeveer 500 drone-aanvallen had uitgevoerd. De Oekraïense luchtmacht schatte het totale aantal op 549.
Een Pools gevechtsvliegtuig in actie (screenshot)
Vanwege de nabijheid van de grens met buurland Polen, werden er straaljagers ingezet om de veiligheid van het Poolse luchtruim te waarborgen, bevestigde een woordvoerder van het leger. Ook geallieerde NAVO-vliegtuigen werden ingezet.
Het Russische ministerie van Defensie zei dat het met succes een “enorme” aanval had uitgevoerd op Oekraïense militaire en infrastructurele doelen.
Oekraïense aanvallen op Rusland
Oekraïne laat de aanhoudende drone- en raketaanvallen echter niet onbeantwoord. De laatste dagen kwamen de Russische grensregio’s Belgorod en Brjansk onder vuur te liggen.
Bij de laatste aanval van Oekraïne op deze Russische regio’s zijn drie mensen om het leven gekomen en minstens negen anderen gewond geraakt, aldus gouverneur Vjatsjeslav Gladkov van Belgorod. Met de aanval van gisterochtend werd het dorp Maslova Pristan getroffen, aldus Gladkov. Hulpverleners zochten naar mensen die vermoedelijk onder het puin vastzaten.
Een beschadigde flat in Belgorod (screenshot)
Het is de derde dag op rij dat Oekraïne de grensregio aanvalt, waardoor duizenden mensen zonder stroom kwamen te zitten en minstens twee anderen omkwamen. Volgens Gladkov werden bijna 40.000 inwoners getroffen door stroomuitval in zeven gemeenten. In de oblast Brjansk werd een energiecentrale getroffen.
Een Oekraïense voltreffer op de Klintsy-energiecentrale in Brjansk (screenshot)
Oekraïne heeft de afgelopen maanden het aantal aanvallen op Russische olieraffinaderijen dramatisch opgehoogd, wat in sommige delen van het land tot brandstoftekorten en prijsstijgingen heeft geleid. Minstens 21 van de 38 grote Russische raffinaderijen (waar ruwe olie wordt omgezet in bruikbare brandstof zoals benzine en diesel) zijn sinds januari getroffen, bijna de helft meer dan in heel 2024. De stakingen hebben bijgedragen aan brandstoftekorten en stijgende prijzen in verschillende Russische regio’s.
Eén dode en ruim 30 gewonden bij aanval op treinstation Shostka
Eén persoon kwam om het leven en minstens 30 mensen raakten afgelopen weekend gewond, na een Russische drone-aanval op een treinstation in het noordoosten van Oekraïne.
De zwaar beschadigde trein op het station van Shostka in de noordoostelijke oblast Soemy (screenshot)
De aanval was in de stad Shostka in de regio Soemy, waar twee drones op het treinstation insloegen, waarbij ook een passagierstrein werd geraakt. Via X plaatste president Zelensky kort hierna een video waarop de brandende, beschadigde treinwagon te zien is.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.
Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)
In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.
In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.
Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig. De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin. Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.
De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)
Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.
Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.
De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)
Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.
Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)
Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.
Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.
In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydtaendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had. Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.
Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).
Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.
Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)
Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.
Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)
Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd: één van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein. Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.
De vlag
Vlag van Alkmaar (1920-heden)
De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:
De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte endrie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.
De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.
Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)
Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien! De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.
Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg. Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.
Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint. De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:
Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956
In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedektdoor een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen vankeel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.
Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix(Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.
De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.
Na een jarenlange scheiding in West-Duitsland en Oost-Duitsland, werden beide landen opnieuw verenigd op 3 oktober 1990. Vandaag viert Duitsland dus z’n 35-jarige jubileum als eenheidsstaat.
3 oktober 1990, een juichende en vlaggenzwaaiende mensenmassa voor het Duitse Parlement, de Reichstag
Het jaar daarvoor was de Berlijnse Muur ‘gevallen’ en was het bestaansrecht van Oost-Duitsland na ‘die Wende’ eigenlijk verdwenen.
De Berlijnse Muur valt, 11 oktober 1989 (foto: Gerard Malie)
De vlag
Vlag van Duitsland (1949-heden)
De kleuren van de Duitse vlag stammen uit de Napoleontische vrijheidstrijd en kwamen voor in uniformen (en sommige vlaggen), zoals die van het Lützower Studentischen Freiwilligenkorps.
De huidige driekleur in zwart, rood en geel werd officieel door de Duitse Bond ingesteld in 1848.
Links: Vlag van de Duitse Bond tussen 1815 en 1867 / Rechts: Otto von Bismarck (1815-1898), minister-president van Pruisen (1862-1890), bondskanselier van de Noord-Duitse Bond (1867-1871), rijkskanselier van het Duitse Keizerrijk (1871-1890)
In 1867, onder Otto von Bismarck, de bondskanselier van de Noord-Duitse Bond en minister-president van Pruisen, werd de vlag echter al weer verboden. Hij wilde een combinatie van de Pruisische (zwart-wit) en de Brandenburgse (rood-wit) vlaggen en dat werd dus een zwart-wit-rode vlag. Tijdens de Weimarrepubliek werd op 11 augustus 1919 de zwart-rood-gele vlag weer in ere hersteld.
V.l.n.r.: Vlag van Pruisen / Vlag van Brandenburg / Vlag van het Duitse Keizerrijk (1871-1918)
In 1933, toen de nazi’s van de NSDAP aan de macht kwamen, werd de vlag opnieuw afgeschaft en in eerste instantie vervangen door de zwart-wit-rode vlag. De rode partijvlag met het hakenkruis (swastika) werd aangeduid als tweede nationale vlag.
V.l.n.r.: Vlag van het Duitse Rijk (de Weimarrepubliek) (1919-1933) / Vlag van het Duitse Rijk (1933-1935) / Vlag van het Duitse Rijk (1935-1945), ook bekend als hakenkruisvlag of Nazivlag
Op 15 september 1935 werd de hakenkruisvlag uitgeroepen tot officiële Duitse vlag, de zwart-wit-rode vlag werd als ‘te reactionair’ gezien. Hoewel de swastika al sinds 1920 door de NSDAP als symbool werd gebruikt, ook op vlaggen, was het Adolf Hitler die in 1925 de definitieve vlag ontwierp: een zwarte naar rechts wijzende swastika in een witte cirkel op een rood veld, opnieuw de Duitse kleuren zwart-wit-rood dus.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de hakenkruisvlag ook in de bezette gebieden gebruikt en werd ze een gehaat symbool, de representatie voor onderdrukking, angst en terreur.
Duitsland verdeeld in bezettingszones: Frans (blauw), Brits (groen), Amerikaans (oranje) en Russisch (rood). Inzet: Het eveneens in vieren opgedeelde Berlijn
Na de Duitse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog werden het land en de hoofdstad Berlijn in vieren verdeeld, in Franse, Britse, Amerikaanse en Russische bezettingszones, waar dus ook de desbetreffende vlaggen werden gebruikt. Alleen voor gebruik op zee werd er een tijdelijke Duitse scheepsvlag ontworpen. Deze vlag werd ingevoerd op 12 december 1946. De vlag was gelijk aan de internationale seinvlag voor de letter C, maar dan ingehoekt. De keuze was niet zozeer vanwege de C, maar had te maken met de kleuren. De C-seinvlag is een horizontale vijfkleur in blauw-wit-rood-wit-blauw en bevatte daarmee de nationale kleuren van de vier bezettingsmachten: Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.
Links: Internationale seinvlag, letter C (ontwerp uit 1855) / Rechts: De Duitse koopvaardijvlag (1946-1950), de zogenaamde C-Doppelstander
Deze ingehoekte versie van seinvlag stond bekend als de C-Doppelstander en was in gebruik tot 14 augustus 1950. Deze koopvaardijvlag mocht door andere schepen niet gegroet worden, er mocht deze vlag dus geen eer worden bewezen.
In augustus 1948 begonnen de voorbereidingen voor nieuwe Duitse symbolen. Na veel discussies werd men het er uiteindelijk over eens dat de Bondsrepubliek Duitsland als opvolger van de Weimarrepubliek (1919-1933) gezien moest worden en dus keerde men terug naar de zwart-rood-gele vlag. Met de invoering van de nieuwe Duitse Grondwet op 23 mei 1949 werd ook de oude vlag gerehabiliteerd. Dit was tevens de dag dat de westelijke bezettingszones opgingen in de Bondsrepubliek Duitsland (BRD/West-Duitsland).
In de Sovjet-bezettingszone had men zich tijdens het TweedeVolkscongres in 1948 uitgesproken voor terugkeer naar de zwart-wit-rode vlag, die tussen 1867 en 1918 en opnieuw kortstondig tussen 1933 en 1935 in gebruik was als vlag van het Duitse Rijk, maar op voorspraak van Friedrich Ebert Jr., lid van het Centraal Comité van de SED (Sozialistische Einheitspartei Deutschlands), comformeerde het oostelijk deel van Duitsland zich aan de keuze van het grotere westelijke deel van het land. Het enige verschil was dat de kleurspecificaties van het rood en geel iets afweken. De stichting van de Duitse Democratische Republiek (DDR/Oost-Duitsland) volgde een paar maanden na die van de BRD, op 7 oktober 1949, waarbij het grondgebied geheel samenviel met dat van de Russische bezettingszone.
Een uitzondering was er voor hoofdstad Berlijn, middenin de DDR gelegen, die op zijn beurt in vier bezettingszones was opgedeeld. Hier bleven de bezettingsmachten actief aanwezig. Voor de DDR bleef (Oost)-Berlijn de hoofdstad, de BRD verhuisde zijn regering en overheidsapparaat naar Bonn, in Noordrijn-Westfalen.
Kaart van West- en Oost-Duitsland met daarin de grenzen van de deelstaten
Hamer en passer
Met het verder uit elkaar groeien van West-Duitsland (BRD) en Oost-Duitsland (DDR) nam in de communistische DDR de behoefte aan onderscheiding met de BRD toe. Zodoende werd in 1959 het staatswapen midden op de vlag geplaatst.
De drie versies van het DDR-wapen, v.l.n.r.: 1950-1953, 1953-1955, 1955-1990
Dit wapen werd op 12 januari 1950 ingevoerd en symboliseert de boeren en de arbeidersklasse. Deze eerste versie had slechts een hamer en een ring van rogge-aren. Op 28 mei 1953 werd een tweede versie geïntroduceerd: de hamer kreeg gezelschap van een passer en de roggering was behoorlijk uitgedijd. De Duitse driekleur werd toegevoegd en rond de onderkant van de rogge gewikkeld. De derde versie werd ingevoerd op 23 september 1955, waarbij het witte veld achter hamer en passer communistisch rood werd.
Links: Vlag van de DDR (1959-1990) / Rechts: Handelsvlag van de DDR (1959-1973)
Op 1 oktober 1959 werd het embleem vervolgens ‘bevorderd’ en op de vlag geplaatst. Tegelijkertijd werd er een handelsvlag ingevoerd, waarbij het wapen verkleind in het kanton geplaatst werd. Deze vlag was in gebruik tot 1973.
Maar, en dat is natuurlijk wat er vandaag gevierd wordt, sinds 1990 is men weer samen onder één en dezelfde vlag. Al in juni 1990, vooruitlopend op de datum van 3 oktober, verdween de DDR-vlag van het toneel en werd ingeruild voor die van de BRD, van een Verenigd Duitsland. Bonn werd als hoofdstad verlaten en Berlijn werd opnieuw de ongedeelde hoofdstad.
Overig
Tot slot twee varianten van de Duitse vlag: de dienstvlag, in gebruik bij overheid en leger en de marinevlag.
Links: Dienstvlag van Duitsland (1950-heden), in gebruik bij de overheid en het leger / Rechts: Marinevlag van Duitsland (1956-heden)
De dienstvlag uit 1950 heeft het Duitse wapen, een gestileerde zwarte adelaar met rode snavel en klauwen op een geel veld, in de Duitse kleuren dus, midden op de Duitse driekleur. De marinevlag is identiek aan de dienstvlag, maar dan ingehoekt. Deze vlag werd op 25 mei 1956 ingevoerd.
Twee vlaggen vandaag (+ één extra). Vlaggen 1a + 1b:
Abdicatie van groothertog Henri
Op 23 juni vorig jaar (de Nationale Feestdag) liet de Luxemburgse groothertog Henri weten dat hij vanaf 8 oktober vorig jaar een stapje terug zou doen, als aanloop naar zijn definitieve abdicatie.
Het logo van de troonswissel van vandaag
Op die 8e oktober trad zijn oudste zoon en opvolger, erfprins Guillaume, aan als ‘luitenant-vertegenwoordiger’, wat in feite neerkwam op een regentschap. En hoewel hij dus de dagelijkse taken van Henri overnam, bleef die laatste nog steeds het officiële staatshoofd.
Officieel portret van het nieuwe groothertogelijke paar, Guillaume en Stéphanie (foto: Cour Grand Ducale)
Dat verandert vandaag. Op deze dag zal Henri de acte van abdicatie tekenen, waardoor Guillaume de nieuwe Luxemburgse groothertog wordt en diens vrouw Stéphanie de nieuwe groothertogin. Mocht hij ‘genummerd’ door het leven willen gaan, dan is hij vanaf vandaag groothertog Guillaume V. De eerste drie Guillaumes (= Willem) waren de Nederlandse koningen Willem I, ,II en III, die tevens groothertog van Luxemburg waren.
De abdicatie vindt plaats om 10.00 uur in het groothertogelijk paleis in Luxemburg-stad, om 11.00 uur gevolgd door de eedaflegging van de nieuwe groothertog in het parlement. Daarna zal de groothertogelijke familie vanaf het paleisbalkon het volk begroeten voor een zwaaimoment.
Uiteraard ontbreekt de merchandise niet bij deze troonswissel (publiek domein)
’s Middags is het publiek in de gelegenheid het nieuwe vorstenpaar persoonlijk te ontmoeten en de hand te drukken op het Place Guillaume II, in de volksmond meestal het Knuedler genoemd. Hierna volgt een receptie in cultureel centrum Le Cercle Cité, waarna de dag besloten wordt met een galadiner in het groothertogelijk paleis.
Gasten en nieuwe munten
Bij de laatste paar troonswissels in Luxemburg was het gebruikelijk dat de Belgische en Nederlandse collega’s daarbij aanwezig waren. Ook deze keer zal dat zo zijn: vanuit België komen koning Filip, koningin Mathilde en kroonprinses Elisabeth (de hertogin van Brabant) en vanuit Nederland maken koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Amalia (de prinses van Oranje) hun opwachting.
Wel nieuw is de aanwezigheid van de Franse president Macron en zijn vrouw bij het galadiner. En ondanks dat Duitsland vandaag zijn “Tag der deutschen Einheit” viert is ook de Duitse president Frank-Walter Steinmeier met zijn vrouw Elke Büdenbender aanwezig.
Bij een nieuw staatshoofd horen nieuwe munten en die werden afgelopen 26 september onthuld, maar ze komen pas begin 2026 in roulatie. Zowel bij postzegels als bij munten is het internationaal gebruikelijk dat een nieuwe vorst of vorstin de andere kant opkijkt als zijn of haar voorganger en dat is ook bij Guillaume het geval. Zijn vader keek naar rechts en hij dus naar links. Ontwerpen voor nieuwe postzegels met de beeltenis van de nieuwe groothertog zijn er nog niet.
Met het aantreden van Guillaume als groothertog volgt zijn 5-jarige zoon Charles hem op als erfgroothertog. Zijn broertje François werd in 2023 geboren.
Drie dagen feest
Morgen en overmorgen wordt er nog doorgefeest en gaat het groothertogelijk paar op bezoek in vier verschillende regio’s: Grevenmacher, Wiltz, Steinfort en Dudelange. De dag wordt dan ’s avonds weer afgesloten in Luxemburg-stad. Op zondag staat het laatste programmapunt op de rol: een dankdienst (Te Deum) in De Notre Dame-kathedraal in de hoofdstad, geleid door kardinaal Jean-Claude Hollerich.
Screenshots – Paleis
Aankomst van koning Willem-Alexander, koningin Máxima en prinses Amalia bij het groothertogelijk paleis in Luxemburg, waar de kroonprinses een reverence maakt voor groothertogin Maria TeresaBinnenkomst in het groothertogelijk paleis van de Belgische koning en koningin en prinses Elisabeth, daarachter zien we koning Willem-Alexander en prinses AmaliaDe Nederlandse en Belgische koningsparenIn afwachting van de hoofdrolspelersVoorafgegaan door de Luxemburgse premier Luc Frieden komen aankomend groothertogelijk paar Guillaume en Stéphanie binnenDe laatste momenten van Henri en Maria Teresa als groothertogelijk paarHenri tekent de acte van abdicatieMet het zetten van zijn handtekening is Henri’s abdicatie een feit, premier Frieden tekent onmiddellijk hierna met zijn “contraseign”Hierna zijn er felicitaties over en weerDe koninklijke gasten op de eerste rij en tweede rijPremier Frieden houdt hierna een korte toespraakApplaus na de toespraakEn met de premier wordt er geposeerd voor de mediaEen enorme Luxemburgse vlag op het Place de la Constitution, naast het dal van de Pétrusse, met een grote H erop (voor Henri) wordt na zijn abdicatie gestreken
Screenshots – Parlement
Hierna verplaatst de actie zich naar het éénkamerparlement, waar het Belgische koningspaar met prinses Elisabeth wordt ontvangen door kamervoorzitter Claude WiselerKoningin Máxima, koning Willem-Alexander en prinses Amalia verlaten het paleis voor de korte wandeling naar het parlementMet de kamervoorzitter wordt er even geposeerdDe hoofdrolspelers gaan daarna op wegOndertussen zijn de afgetreden groothertog en groothertogin met erfprins Charles aangekomen in de KamerDe vijfjarige Charles kijkt verwonderd in het rondAls ook de nieuwe groothertog en groothertogin op hun tronen hebben plaatsgenomen, is het tijd voor toespraken, premier Frieden krijgt de zijne aangereiktNa de rede van de premier (hierboven) volgt nog een lange toespraak van kamervoorzitter Claude WiselerBij het applaudisseren na de toespraken laat prins Charles zich niet onbetuigdHierna legt groothertog Guillaume de eed op de grondwet afDaarna volgt een langdurig applausDe nieuwe groothertog trekt gelijk van leer en houdt een lange toespraak…—waarbij de koninklijke gasten soms even lijken weg te dromenNa de toespraak volgt het volksliedVader Henri feliciteert zijn zoonDe nieuwe groothertog en groothertogin verlaten de KamerTot slot wordt in de vestibule het gastenboek getekendBij buitenkomst lijkt prins Charles de kakofonie van de militaire band en het enthousiaste publiek even teveel te worden……en zoekt de veiligheid op bij zijn moederToch moet er eerst nog even teruggelopen worden naar het paleis……dat gelukkig snel bereikt is!De Rue de la Reine staat inmiddels vol. et belangstellendenIn het parlementsgebouw tekenen de koninklijke gasten ondertussen het gastenboek, zoals koning Willem-Alexander hierboven……en koningin Máxima……en de prinses van OranjeKoningin Máxima, koning Willem-Alexander en prinses Amalia bij het verlaten van het parlementDaarna volgen de Belgische koning Filip……en zijn vrouw koningin Mathilde……en de hertogin van BrabantOndertussen is op het Place de la Constitution een nieuwe Luxemburgse vlag gehesen, met daarop het gekroonde monogram van Guillaume
Screenshots – Balkonscène
Jongens, waarvan er twee gehuld zijn in de twee Luxemburgse vlaggen, in afwachting van de balkonscèneUiteraard is er daarna een balkonscèneNaast erfprins Charles is ook zijn broertje François hierbij aanwezigEn weldra staat iedereen op het balkon om naar het enthousiaste publiek te zwaaienAl met al duurde de balkonscène zo’n 10 minutenDe twee kroonprinsessen verlaten het paleis gezamenlijk
Screenshots – Aankomst gasten voor het galadiner
President Macron van Frankrijk en zijn vrouw Brigitte komen aan voor het galadinerEmmanuel Macron en la première dame van FrankrijkAankomst van de Duitse president Frank-Walter Steinmeier en zijn vrouw Elke BüdenbenderDe twee kroonprinsessen van Nederland en België maken gezamenlijk hun opwachting bij het paleisEn poseren even voor de mediaDe collega-prinsessen op weg naar het diner Binnen wordt er geposeerd met het nieuwe groothertogelijk paar (foto: Cour grand-ducale)Dan is het de beurt aan koningin Mathilde en koning Filip van BelgiëTot slot de aankomst van koningin Máxima en koning Willem-AlexanderDe Nederlandse en Luxemburgse staatshoofden met hun echtgenotes (foto: Cour grand-ducal)Groothertog Guillaume tijdens zijn tafelrede (foto: Cour grand-ducal)Een toast op de nieuwe groothertog en zijn vrouw (foto: Cour grand-ducal)Tableau de la troupe tot besluit (foto: Cour grand-ducal)
De vlaggen
De vlaggen van Luxemburg, links de nationale vlag, rechts de veelgebruikte handels- en koopvaardijvlag
De Luxemburgse vlag lijkt niet alleen veel op die van Nederland, hij stamt er ook van af, hoewel er ook bronnen zijn die zeggen dat de gelijkenis puur toeval is en dat de kleuren van de Nassau-dynastie stammen. Nederland was van 1815 tot 1890 in een personele unie met Luxemburg verbonden. De drie Nederlandse koningen uit de 19e eeuw waren tegelijkertijd de groothertogen van Luxemburg. Omdat Luxemburg echter bij de dood van koning-groothertog Willem III geen vrouwelijke erfopvolging kende, kon zijn dochter Wilhelmina geen groothertogin worden.
Er werd toen uitgeweken naar een Duitse tak van de familie van Nassau. Dat was Adolf van Nassau, die daarmee de huidige groothertogelijke familielijn begon. Adolf regeerde slechts kort, tot zijn dood in 1905, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Willem IV. Willem stierf al in 1912 en toen zat Luxemburg met hetzelfde probleem als in 1890. Willem had zes dochters, maar geen zoons. Om te voorkomen dat weer naar een andere Nassau moest worden gezocht is toen de Luxemburgse erfopvolging gewijzigd, waardoor ook vrouwen de troon kunnen bestijgen.
Terug naar de vlag. Omdat ook onder de andere Nassaus de Nederlandse vlag gehandhaafd bleef, werd het wat verwarrend in vlaggenland. Gaandeweg is men er steeds vaker toe overgegaan om het kobaltblauw uit de Nederlandse vlag lichter te maken tot wat het uiteindelijk nu is: hemelsblauw. Officieel werd de vlag pas vastgesteld op 16 augustus 1972. Omdat de verwarring met de Nederlandse vlag, ondanks de lichtere kleur blauw, nooit is verdwenen, zien we in Luxemburg ook vaak de nationale handels- en koopvaardijvlag gebruikt worden als nationale vlag. Deze vlag heeft afwisselend blauwe en witte horizontale banen en een rode gekroonde leeuw daar overheen. Deze vlag, die bekend staat als de Roude Léiw, is sinds 6 juli 2007 ook officieel erkend als nationale vlag, maar dan alleen op Luxemburgs grondgebied. Het rood-wit-lichtblauw blijft internationaal de Luxemburgse vlag.
Zoals we eerder vandaag al bij de vlag van India konden lezen, is deze dag de geboortedag van Mahatma Gandhi, de grote voorstander en propagandist van geweldloosheid. In India is zijn geboortedag een officiële feestdag en gezien het beogen van de Verenigde Naties vrede in de wereld te na te streven, sloot zijn politiek van geweldloosheid naadloos aan bij die van de V.N.
Op 15 juni 2007 werd middels V.N.-resolutie A/RES/61/271 de 2e oktober ingesteld als Internationale Dag van Geweldloosheid. Volgens de resolutie is de dag een gelegenheid om “de boodschap van geweldloosheid te verspreiden (…) door middel van onderwijs en publieke bewustwording (…) en het verlangen naar een cultuur van vrede, tolerantie, begrip en geweldloosheid te herbevestigen” Verder roept het alle V.N.-leden op om 2 oktober op “een passende manier te herdenken en de boodschap van geweldloosheid te verspreiden, onder meer door middel van voorlichting en publieke bewustwording”.
Gezien de toestand in de wereld lijkt de wens van mondiale geweldloosheid echter steeds meer onder druk te staan.
De vlag
Vlag van de Verenigde Naties (1946-heden)
De vlag van de Verenigde Naties is lichtblauw (tegenwoordig wel V.N–blauw genoemd), met in wit in het midden een wereldkaart met daaromheen twee olijftakken die elkaar onderin kruisen.
De officiële beschrijving van 15 oktober 1946 luidt: ‘Een wereldkaart in een azimutale equidistante projectie gecentreerd op de Noordpool (…) gevat in een krans van gekruiste olijfboomtakken. De projectie strekt zich uit tot 60° zuiderbreedte en omvat vijf concentrische cirkels’.
Ontwerp
De vlag komt voort uit het ontwerp uit 1945 voor een V.N.-embleem. Organisatoren van de United Nations Conference on International Organization (UNCIO) in San Francisco in april-juni 1945. Het leek de congresgangers een goed idee als de V.N.-afgevaardigden herkenbaar waren d.m.v. een opvallend speldje. Er werd een commissie gevormd o.l.v. Oliver Lundquist, architect en ontwerper. Omdat er nogal haast bij was, kwam er geen ontwerpwedstrijd, maar werd architect Donal McLaughlin gekozen een symbool te ontwerpen dat mooi op een speldje paste. Mc Laughlin toog snel aan het werk en ontwierp in sneltreinvaart het ene na het andere ontwerp, uiteindelijk kwam daar de voorloper van het huidige beeldmerk, de globe met de olijftakken. Door de ronde vorm paste het prima op een speldje.
Links: Donal McLaughlin (1907-2009) / Rechts: Het speldje van 1945: de première van een symbool (beide publiek domein)
De stap naar een vlag was toen een voor de hand liggende en die kwam er net zo snel, eveneens in april 1945, dus nog ruim voor de officiële oprichtingsdatum van 24 oktober. De vlag uit 1945 zag er iets anders uit dan de ons bekende vlag. Allereerst de kleur: gekozen werd voor blauw als het tegengestelde van rood, de oorlogskleur. Het blauw in de vlag was in eerste instantie een soort grijsblauw.
Eerste vlag van de Verenigde Naties (1945-1946). Zoek de verschillen!
Het embleem van Donal McLaughlin kwam midden op de vlag te staan, maar de wereldkaart zag er toen anders uit. Het Amerikaanse continent stond centraal. Omdat het allemaal wel erg snel was gegaan, werd er in 1946 besloten het ontwerp nog eens goed te bekijken. Besloten werd de globe zo te draaien dat Amerika niet langer de belangrijkste plek innam. De eerste vlag had de globe 90° oostelijker gedraaid vergeleken met het ontwerp wat uit de bus rolde. Hierbij vormen de nulmeridiaan en de internationale datumgrens het exacte midden van de wereldkaart. Tevens werd het grijsblauw lichtblauw. Dit ontwerp werd werd gepresenteerd op 2 december 1946 en officieel goedgekeurd op 7 december.
Afgeleiden
Het zal niemand verbazen dat vrijwel alle organisaties en agentschappen die onder de grote V.N.-paraplu vallen eveneens hun eigen emblemen en vlaggen hebben gekregen. Het zijn er veel, heel veel! Hieronder een verre van volledige greep uit de verzameling:
V.l.n.r. de vlaggen van het IAEA, UNESCO en UNICEF
International Atomic Energy Agency/Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) – Binnen de olijftakken is het ‘atoommodel van Bohr’ van het beryllium-atoom met vier elektronen geplaatst. United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization/Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UNESCO) – Een Griekse tempel, symbool voor wetenschap, geleerdheid en cultuur, de zes kolommen bestaan uit de letters van de organisatie. United Nations Children’s Fund/Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) – Binnen de olijftakken een symbool van moeder met kind aan de vluchtzijde, de naam UNICEF in onderkast-letters.
V.l.n.r. de vlaggen van het ANCUNS, het ICAO en het ICC
Academic Council of the United Nations/Academische Raad van de Verenigde Naties (ANCUNS) – Binnen de olijftakken een brandende toorts, daarboven in kapitalen de naam ANCUNS. International Civil Aviation Organization/Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) – Het V.N.-symbool met vleugels. International Criminal Court/Internationaal Strafhof (ICC) – Binnen de olijftakken een weegschaal.
V.l.n.r. de vlaggen van het ILO, het IMO en INSTRAW
International Labour Organization/Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) – Binnen de olijftakken een uit drie delen bestaand tandwiel met daarin in kapitalen de letters ILO. International Maritime Organization/Ineternationale Maritieme Organisatie (IMO) – Het V.N-symbool met de globe verkleind, daarachter twee gekruiste ankers met een ketting verbonden. International Research and Training Institute for the Advancement of Women/ International Onderzoeks- en Trainingsinstituut voor de Vooruitgang van Vrouwen (INSTRAW) – Binnen de olijftakken het seksesymbool voor vrouwen, eronder in kapitalen de naam INSTRAW.
V.l.n.r. de vlaggen van het PCA, het UNCA en de UNCSD
Permanent Court of Arbitration/Permanent Hof van Arbitrage (PCA) – Een zegel met randschrift Cour Permanente d’Arbitrage – MDCCCIC. Het zegel zelf bestaat uit een voorstelling van het Vredespaleis in Den Haag met twee personen op de voorgrond, die elkaar de hand drukken. Het Hof is ouder dan de V.N. en zelfs ouder dan de Volkerenbond. Het werd opgericht in 1899 naar aanleiding van de Internationale Vredesconferentie van Den Haag, een initiatief van tsaar Nicolaas II van Rusland, erevoorzitster was een nog piepjonge koningin Wilhelmina. In 1907 was er een Tweede Internationale Vredesconferentie. Het Hof kreeg zijn eigen gebouw in 1913, het Vredespaleis. United Nations Correspondents Association/Correspondenten-Associatie van de Verenigde Naties (UNCA) – Eén olijftak, de tweede is vervangen door een ganzenveer, daartussenin het verkleinde V.N.-symbool met globe. Hieronder in kapitalen UNCA, met daaronder de volledige naam langs de onderrand. United Nations Commission for Social Development/Commissie voor Sociale Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCSD) – Een gestileerde vredesduif, tegelijkertijd ook een hand, waarop een gekantelde globe rust waarop vijf bladeren. (Deze afbeelding werd in ieder geval gebruikt bij de 19e sessie van de organisatie in mei 2011, maar lijkt daarna niet meer gebruikt te zijn).
V.l.n.r de vlaggen van het UNDP, het UNEP en de UNIDO
United Nations Development Program/Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) – Het V.N.-symbool gevat in een vierkant; een even groot vierkant, in vieren gedeeld, eronder, met in ieder vak één van de letters UNDP. Onzeker is of deze vlag ooit daadwerkelijk is ingevoerd! United Nations Environment Program/Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) – Binnen de (asymmetrische!) olijftakken een gestileerde figuur met gespreide armen in een witte cirkel. Eronder in kapitalen: UNEP. United Nations Industrial Development Organisation/Industriële Ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties (UNIDO) – Het V.N.-embleem met daaroverheen in kapitalen de naam UNIDO.
V.l.n.r. de vlaggen van de UPU, de WHO en de WMO
Universal Postal Union/Wereldwijde Post-Unie (UPU) – Een globe met daaromheen vijf figuren die post aan elkaar doorgeven. World Health Organization/ Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – Het V.N.-symbool met daaroverheen een esculaap in oker. World Meteorological Association/Wereld Meteorologische Associatie (WMO) – Het V.N-symbool met over de bovenkant van het logo een kompasroos in oker en wit.
V.l.n.r. de vlaggen van de World Bank (IBRD), de UNRWA en het IFC
World Bank – International Bank for Reconstruction and Development/Wereldbank – Internationale Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (IBRD) – Een gestileerde blauw-witte globe met meridianen en paralellen op een wit vierkant. United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East/Bureau voor Hulpverlening en Werken van de Verenigde Naties voor Palestijnse Vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) – Een witte vlag met het V.N.-embleem in blauw aan de broekingszijde; ernaast de letters UNRWA in onderkast, met daaronder de naam in Arabisch schrift. International Finance Corporation/Internationale Financieringsorganisatie (IFC) – Een witte vlag met het logo van het IFC (een gekantelde globe) bovenin aan de broekingszijde, met ernaast IFC in vette kapitalen; eronder in kleinere letters: International Finance Corporation en onderin, in nog kleinere letters: World Bank Group.
Voorloper
Vlag van de Volkerenbond (1939-1940/1946)
Ook de voorloper van de V.N., de Volkerenbond, had een vlag. Maar die kwam op een moment (1939) dat het al bijna niet meer hoefde! Overigens waren er al sinds het begin van het bestaan van de organisatie pogingen ondernomen een vlag te introduceren.
Het eerste, nooit uitgevoerde ontwerp voor een Volkerenbond-vlag (1920)
In 1920 was er een ontwerp voor een donkerblauwe vlag met een ovale wereldkaart met daar omheen een elliptische sterrenband, beide in wit. De sterren gaven het aantal lidstaten weer. Er kon echter geen overeenstemming bereikt worden om het ontwerp daadwerkelijk aan te nemen, dus verdween het ontwerp in een bureaulade.
De twee inzendingen die ieder een 2e prijs kregen
Poging twee was in 1929, toen er een internationale wedstrijd werd uitgeschreven, sluitingsdatum 31 december 1929. Op 1 januari 1930 kon men kiezen uit 1640 inzendingen, waar de internationale jury tot een shortlist van 50 ontwerpen kwam. Vervolgens kon men het echter niet eens worden over een winnaar. Besloten werd om twee ontwerpen de tweede prijs toe te kennen en drie inzendingen kregen de derde prijs. Maar zonder winnaar bleef de Volkerenbond opnieuw vlagloos!
De Volkerenbond liep al op z’n laatste benen toen er in 1939 uiteindelijk een semi-officiële vlag verscheen. Het is onduidelijk of er consensus was over deze vlag, of wie de ontwerp(st)er was. Het lijkt erop dat de vlag een speciaal ontwerp was voor de New York World’s Fair, die van 30 april tot en met 27 oktober 1940 werd gehouden. Deze vlag wapperde gedurende de wereldtentoonstelling boven het paviljoen van de Volkerenbond, tussen de lidstaat-vlaggen.
Links: Poster voor de New York World’s Fair (1939-1940) (publiek domein) / Rechts: Paviljoen van de Volkerenbond op de New York World’s Fair (publiek domein)
De vlag is wit met in het midden een blauw pentagon waarin een witte vijfpuntige ster. In het midden van de ster een kleinere blauwe vijfpuntige ster. Boven en onder het symbool in boogvorm en blauwe kapitalen de teksten League of Nations en Société des Nations. Zowel het pentagram als de vijfpuntige sterren symboliseren de vijf continenten en de vijf ‘mensenrassen’.
Toen de wereldtentoonstelling voorbij was, was een groot gedeelte van de wereld al verwikkeld in de Tweede Wereldoorlog en zowel de Volkerenbond als de vlag verdwenen uit het zicht. De vlag (waarschijnlijk is er maar één exemplaar) bestaat echter nog steeds en ligt veilig opgeborgen in het archief van de Verenigde Naties in Genève.
Navolger
En nog zijn we er niet! Even vooruitspoelen naar de 22e eeuw, om preciezer te zijn: naar het jaar 2161. In dat jaar wordt nl. de United Federation of Planets (Verenigde Federatie van Planeten) opgericht.
Vlag van de United Federation of Planets uit de TV-serie Star Trek (2161-?)
U snapt het al: we zijn terechtgekomen in het Star Trek-universum! De intergalactische United Federation of Planets (UFP) gebruikt een vlag die is afgeleid van die van de Verenigde Naties. De vlag is eveneens blauw en heeft de bekende gekruiste olijftakken. In plaats van de ons bekende globe zien we een in een cirkel geplaatste sterrenhemel met een stuk of 60 sterren, waarvan drie grote. Onder het embleem de tekst: United Federation of Planets.
De fictieve federatie heeft zo’n 150 leden en strekt zich uit over plusminus 8000 lichtjaar in de Alfa- en Beta-kwadranten. De vier ‘oprichters’ van dit interplanetaire samenwerkingsverband zijn de planeten Aarde, Vulcan en Tellar Prime plus de maan Andoria.
Einde verhaal zou men denken, maar nee: in het 3e seizoen (2010) van een van de Star Trek-series, Star Trek Discovery, zien we in aflevering 1, That hope is you (part 1), dat hoofdpersoon Michael Burnham via een ‘wormgat’ van de 23e eeuw in de 32e eeuw terechtkomt. In de verre toekomst blijkt de United Federation of Planets niet veel meer voor te stellen. Ze (Michael is een vrouw) komt in contact met een Federatie-verbindingsofficier, Aditya Sahil. In zijn kantoor blijkt de vlag nog steeds te bestaan, maar is erg veranderd.
2 oktober 1869 is de geboortedag van Mohandas Karamchand Gandhi, beter bekend als Mahatma (= Grote Ziel) Gandhi, de grote geweldloze Indiase vrijheidsstrijder, die in 1948 werd vermoord. Daar hij algemeen gezien wordt als de ‘Vader van de natie’, is het niet verwonderlijk dat zijn verjaardag één van India’s officiële feestdagen is geworden.
De dag wordt gevierd met gebedsdiensten, o.a. bij het monument ter nagedachtenis aan Gandhi in New Delhi, de plek waar hij gecremeerd werd. Geweldloosheid staat centraal. Zijn favoriete bhajan (religieus hindoe-lied) ‘Raghupati Raghava Raja Ram‘ wordt op deze dag veel gezongen. Veel mensen zien af van het drinken van alcohol of het eten van vlees. Overheidsgebouwen, postkantoren en banken zijn gesloten.
Mahatma Gandhi op het biljet van 50 rupee
Sinds 2007 is 2 oktober een internationale dag voor geweldloosheid,uitgeroepen door de Verenigde Naties. Formeel heet de dag The International Day of Non-Violence.
De vlag
Vlag van India (1947-heden)
De Indiase vlag werd officieel aangenomen op 22 juli 1947. De vlag is een horizontale driekleur van saffraangeel (in de praktijk meer oranje), wit en groen. In het midden van de witte baan is een cirkelvormig symbool geplaatst, de zogenaamde asoka chakra, een wiel met 24 spaken.
V.l.n.r.: Eén van de vroege vlaggen van India / De Swaraj-vlag met spinnewiel / Asoka chakra-symbool
De kleuren zijn al bekend uit 1906, maar ondergingen nogal wat veranderingen in de jaren voor de onafhankelijkheid. De saffraangele baan was soms geel, later ook rood en de kleurenvolgorde is ook gewisseld. In 1921 kwam in de witte baan een spinnewiel te staan.
Deze vlag, de Swaraj-vlag, werd ook geadopteerd door de Congrespartij in 1930. In 1947 tenslotte werd het spinnewiel vervangen door de asoka chakra. Het is een oud symbool wat o.a. staat voor de oneindige loop van het leven en de vooruitgang. De 24 spaken staan voor de uren van de dag. Het saffraangeel staat voor moed en opoffering, het wit voor reinheid en gezond leven en het groen voor geloof en vruchtbaarheid. De naam van de vlag is Tiranga (Driekleur).
Afdeling grote vlaggen
Op 2 juni 2016 werd in Hyderabad, de hoofdstad van Telangana, de op-één-na grootste Indiase vlag gehesen. De vlag meet 28,6 x 19,5 meter en weegt 48 kilo, de vlaggenmast heeft een hoogte van 88,69 meter (screenshot)En hier zien we de vlag in volle glorie, bijna in top (screenshot)De allergrootste Indiase vlag is te vinden in Ranchi, de hoofdstad van Jharkhand, op het screenshot hierboven wordt de 60 kilo zware vlag van 30,17 x 20,11 meter uitgerold, op 24 januari 2016 (screenshot)Hier zien de vlag in de top van haar 89,3 meter hoge vlaggenmast (screenshot)
Voormalige presidentiële vlag
Hoewel de meeste landen een speciale vlag voor het staatshoofd in het leven hebben geroepen, is de Indiase presidentiële vlag sinds 1971 afgeschaft (of althans nooit meer waargenomen). De vlag werd ingesteld op 26 januari 1950 en buiten gebruik geraakt per 15 augustus 1971.
Hierboven zien we die vlag, die in vier kwartieren was verdeeld, waarbij de kwartieren I en IV blauw zijn en de kwartieren II en III rood. De kwadranten bevatten Indiase symbolen in geel.
Kwartier I: Het Indiase wapen, de vier (leeuwen (drie zijn er zichtbaar) van Koning Asoka uit de 3e eeuw, afkomstig van een pilaar uit Sarnath, symbool voor eenheid Kwartier II: Afbeelding van een Indiase olifant, afkomstig van een schildering uit de 5e eeuw uit de Ajanta-grotten in Maharashtra, symbool voor geduld en kracht Kwartier III: Een 17e eeuwse weegschaal uit het Rode Fort in Delhi, symbool voor rechtvaardigheid en economie. Kwartier IV: Een vaas met Indiase lotusbloemen uit Sarnath, Uttar Pradesh, symbool voor voorspoed
Op de datum van 15 augustus 1971 gebruikte president Varahagiri Venkata Giri de nationale vlag in plaats van de presidentiële. Sinds die tijd is de vlag in onbruik geraakt, of dat betekent dat ze ook officieel is afgeschaft, is onduidelijk.