Categorie archief: Uncategorized

Nieuw-Zeeland – Waitangi Day / Waitangi-dag (1840)

De officiële ‘geboorte’ van Nieuw-Zeeland: op 6 februari 1840 (vandaag dus 185 jaar geleden) werd in Waitangi, in het noorden van het land, een document ondertekend door gouverneur William Hobson en lokale Maori-leiders, waardoor Nieuw-Zeeland als land een feit werd. Sinds 1934 is de 6e februari een officiële feestdag.

Kaart van Nieuw-Zeeland (freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Nieuw-Zeeland (1869-heden)

De vlag van Nieuw-Zeeland is een Britse blue ensign met vier rode sterren aan de vluchtzijde.

Vanaf 1840 werd de Britse blue ensign gebruikt, een vlag met een blauw veld en de Union Flag of Union Jack in het kanton.

Links: Vlag van Nieuw-Zeeland (1840-1867), de blue ensign / Rechts: Vlag van Nieuw-Zeeland (1867-1869)

Vanaf 1867 werd aan de vluchtzijde een eigen symbool toegevoegd, NZ in rode letters, met een wit kader eromheen. Vanaf 23 oktober 1869 verschijnen dan de huidige sterren, die daarmee het NZ vervangen. Het was een ontwerp van de Nieuw-Zeelandse marine-officier Sir Albert Hastings Markham.

Links: Sir Albert Hastings Markham (1841-1918), foto uit 1904 (publiek domein) / Rechts: Leerlingen Jack en Rewi Moynihan hijsen de Nieuw-Zeelandse vlag bij de Shannon School (Noordereiland) in 1901 (publiek domein)

De vier rode sterren, wit omzoomd, stellen het sterrenbeeld Zuiderkruis voor. Net als in het sterrenbeeld worden de sterren naar onderlinge grootte afgebeeld: de grootste onderin, de kleinste aan de vluchtzijde en de overige twee daar net tussenin.
Het gaat dan om de sterren Acrux, Becrux (ook wel Mimosa genaamd), Gacrux en Delta Crucis. Een vijfde, kleinere ster, Epsilon Crucis, wordt wel afgebeeld op de Australische vlag, maar niet op de Nieuw-Zeelandse.

Links: Sterrenbeeld het Zuiderkruis / Rechts: Kaart van het Zuiderkruis (© IAU and Sky Telescope Magazine / Roger Sinnott & Rick Fienberg)

Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw gingen er steeds meer stemmen op voor een nieuwe vlag. Op 11 maart 2014 kondigde toenmalig premier John Key een referendum aan voor 2015, waarin het volk een keus had tussen vijf vlagontwerpen (de shortlist).
Op de 11e december kwam de winnaar uit de bus, de zogenaamde Silver Fern Flag, een ontwerp van Kyle Lockwood.

Links: De Silver Fern Flag / Rechts: Ontwerper Kyle Lockwood (1977) (© flag.govt.nz)

De silver fern (Cyathea dealbata), zilveren boomvaren in het Nederlands, is een van de symbolen van Nieuw-Zeeland. De varen verdeelt de vlag diagonaal in tweeën. Het vlak aan de broekingszijde is zwart, dat aan de vluchtzijde blauw met de gehandhaafde rode sterren uit 1869.

Tussen 3 en 24 maart 2016 werd vervolgens een 2e referendum gehouden, waarin de Nieuw-Zeelanders hun keus konden uitspreken voor de nieuwe Silver Fern Flag of voor handhaving van de ‘oude’ vlag.
De uitslag van dit referendum was 56,7% voor de bestaande vlag en 43,3% voor de nieuwe, waarbij dus alles bij het oude bleef.
Desalniettemin is de Silver Fern her en der in het straatbeeld te zien, weliswaar officieus, maar wel populair.

Links: Tino Rangatiratanga (Maori-vlag) / Rechts: Linda Munn, een van de ontwerpers van de vlag

Naast deze twee vlaggen is er nog een derde belangrijke vlag in Nieuw-Zeeland, nl. die van de Maori, de oorspronkelijke bewoners van het land (dat zij Aotearoa noemen). Deze vlag, Tino Rangatiratanga genaamd, werd in 1990 ontworpen door Hiraina Marsden, Jan Smith en Linda Munn. De traditionele kleuren van Nieuw-Zeeland, zwart, wit en rood zijn hier gebruikt (net als bij de Silver Fern).

De vlag laat een witte balk zien die op 1/3 van de broeking deels tot bijna een cirkel inkrult. Boven de balk is het veld zwart, eronder rood. Het symboliseert de natuurlijke balans, zoals actief/passief, mannelijk/vrouwelijk, aarde/lucht, enz.

Zeker op de dag van vandaag, Waitangi Day, is deze vlag op veel plekken te zien, zoals op de Auckland Harbour Bridge, broederlijk naast de officiële vlag.

Bridge
Auckland Harbour Bridge op Waitangi Day met de twee vlaggen (fotograaf onbekend)

Overige vlaggen

Naast deze vlaggen is er nog een fiks aantal andere vlaggen in gebruik in Nieuw-Zeeland. Hieronder een kleine dwarsdoorsnede:

Links: Red ensign van Nieuw-Zeeland (koopvaardijvlag) / Rechts: White ensign van Nieuw-Zeeland (marinevlag)
Links: Luchtmachtvlag van Nieuw-Zeeland / Rechts: Burgerluchtvaartvlag van Nieuw-Zeeland
Links: Politievlag van Nieuw-Zeeland / Rechts: Koninklijke standaard van Nieuw-Zeeland, met de gekroonde letter E van Koningin Elizabeth II, deze vlag is met de dood van de koningin op 8 september 2022 komen te vervallen

Oekraïne – Два роки i п’ятдесят тижнів війни / Twee jaar en vijftig weken oorlog

Zelensky onder voorwaarden bereid tot onderhandelen

In een vraaggesprek met de Britse presentator Piers Morgan liet president Zelensky gisteren desgevraagd weten dat hij onder voorwaarden desnoods met de Russische president Poetin wil overleggen om de oorlog tot een einde te brengen, als dat de enige manier is “waarop we het Oekraïense volk vrede kunnen brengen en niet nog meer mensen verliezen”.

President Zelensky tijdens een videoboodschap eerder deze week (screenshot)

Wat die voorwaarden betreft: Zelensky zou bij eventuele onderhandelingen graag zien dat daar ook Europese en Amerikaanse afvaardigingen bij aanwezig zijn.
Volgens Zelensky kan het echter niet zo zijn dat bij die onderhandelingen Rusland “beloond” zou worden door het intrekken van de sancties.
In het interview noemde de president ook cijfers van doden en gewonden na drie jaar oorlog: volgens Zelensky zijn aan Oekraïense zijde ruim 45.000 mensen omgekomen en 390.000 gewonden gevallen, aan Russische zijde zou het gaan om 350.000 doden en tussen de 600.000 tot 700.000 gewonden.

Pro-Russische Donbas-paramilitair komt om bij aanslag

Afgelopen maandag kwam de pro-Russische Armen Sarkisjan om het leven bij een aanslag in Moskou.
Sarkisjan (44), oorspronkelijk afkomstig uit Armenië, was de laatste jaren voor de Russen actief in de deels door hen bezette Donbas-regio, maar dook eerder op als organisator van de Maidan titushky en oprichter van het Armeense Bataljon.

Armen Sarkisjan (1980-2024) (foto gedeeld op Facebook door Mykola Tyshchenko)

De titushky (gewelddadige criminelen) werden door Sarkisjan in 2014 ingezet om de vreedzame protesten (pro-Europa en anti-president Janoekovytsj) op het Maidan-plein in Kiev te verstoren.
De president nam in 2014 de wijk naar Rusland en Sarkisjan naar het deels door Rusland bezette Donbas-gebied.
Sinds die tijd stond hij op de “gezocht-lijst” van Oekraïne.

De explosie in het Alye Parusa-appartementengebouw was zó krachtig dat de twee toegangsdeuren naar buiten werden geblazen (screenshot)

Op maandagochtend ontplofte er een explosief in de hal van het luxe appartementengebouw Alye Parusa (Paarse Zeilen) in Moskou. Alle vijf mensen die zich daar op dat moment bevonden raakten gewond, waarvan één ernstig.
Die ernstig gewonde bleek Sarkisjan te zijn: later die ochtend overleed hij aan zijn verwondingen in de intensive-care van een ziekenhuis.

Oekraïense aanvallen op olieraffinaderijen gaan door

De laatste weken is Oekraïne succesvol geweest in het bestoken met raketten en drones op Russische olieraffinaderijen en -opslagplaatsen.
Eind vorige week was het opnieuw raak: volgens Oekraïne raakten vier drones de olieraffinaderij van Kstovo, een stad die zo’n 800 km van de frontlijn in de Donbas ligt.

Een op Telegram verspreide foto van de brand op het terrein van de Lukoil-olieraffinaderij bij Kstovo

De drones die de installaties van Lukoil raakten veroorzaakten een grote brand.
Andrii Kovalenko, hoofd van het Centrum voor de bestrijding van desinformatie bij de Nationale Veiligheids- en Defensieraad van Oekraïne liet weten dat de raffinaderij bij Kstovo 15 tot 17 miljoen ton olie kan verwerken en dat het daarmee de de vierde qua productiviteit is in Rusland.

Beeld van de brand bij de olieraffinaderij van Kstovo (screenshot)

Noord-Koreaanse troepen (tijdelijk?) teruggetrokken

Oekraïense troepen die in de deels door hen bezette Russische oblast Koersk opereren, meldden eind vorige week dat ze de laatste paar weken geen Noord-Koreaanse militairen meer hebben waargenomen.
Volgens Westerse militaire analisten zouden er van de plusminus 11.000 in Koersk ingezette Noord-Koreaanse soldaten zo’n 1.000 zijn gesneuveld, sinds ze drie maanden geleden arriveerden.

Noord-Koreaanse soldaten, tot voor kort door Rusland ingezet in de oblast Koersk (screenshot)

Ook de New York Times meldde dat de Noord-Koreanen van de frontlinie waren gehaald.
De krant citeerde Amerikaanse functionarissen die zeiden dat de terugtrekking misschien niet permanent is en dat de soldaten zouden kunnen terugkeren nadat ze aanvullende training hebben gekregen of nadat de Russen nieuwe manieren hebben bedacht om te voorkomen dat ze, zoals de afgelopen tijd, in grote aantallen sneuvelen.

Volgens Oekraïne is dit beeld van Noord-Koreaanse soldaten in Koersk die zich terugtrekken van de frontlinie (screenshot)

De Zuid-Koreaanse inlichtingendienst bevestigt van zijn kant dat de Noord-Koreaanse troepen al sinds begin januari niet meer gezien zijn. De Noord-Koreanen lijken niet voorbereid te zijn geweest op de realiteit van moderne oorlogvoering en bijzonder kwetsbaar voor aanvallen van Oekraïense drones.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Sri Lanka – නිදහස් දිනය / Onafhankelijkheidsdag (1948)

Op 4 februari 1948 eindigde de koloniale Britse tijd en werd Sri Lanka (toen nog Ceylon geheten) een onafhankelijk dominion binnen het Gemenebest, vandaag dus 77 jaar geleden.

Onafhankelijkheidsceremonie op 4 februari 1948 in de Independence Hall in Colombo (publiek domein)

In 1972 werd de staatsvorm gewijzigd: het land werd een republiek binnen het Gemenebest en veranderde de naam in Sri Lanka, wat zoveel als ‘schitterend eiland’ betekent.

De vlag

Vlag van Sri Lanka (1972-heden)

De vlag van Sri Lanka heeft een geel (gouden) veld met twee vakken: het kleinere veld aan de broekingszijde heeft twee balken in groen en saffraan, het grotere vlak is kastanjebruin met een naar de broeking gekeerde gele (gouden) leeuw met een opgeheven zwaard in een van zijn klauwen. In de hoeken van dit grotere veld vier bladeren van de bodhiboom, diagonaal naar elkaar toegekeerd.

Tot 4 februari 1948 had Ceylon als Britse kolonie een blue ensign (met de Union Jack of Union Flag in het kanton). In het uitwaaiende gedeelte het toenmalige symbool voor Ceylon: een olifant voor een zogenaamde dagoba, een koepelvormig bouwwerk met relieken van Boeddha of van een heilige.

Blue ensign van Brits Ceylon (1815-1948)
Badge Ceylon
Het symbool (“badge”) voor Ceylon op de blue ensign

Op die bewuste 4e februari werd de eigen vlag voor het eerst gehesen en wel om 07.30 precies, precies zoals astrologen het hadden uitgerekend.

Vlag van het dominion Ceylon (1948-1951)

De vlag van 1948 lijkt op de huidige vlag, maar dan zonder de verticale banen aan de broeking.
Het hele beeld werd gevuld met de gouden leeuw met zwaard in een van de klauwen. Dit was de vlag van het Singhalese koninkrijk Kandy (in gebruik tot 1815).
De vlag ondervond vanaf 1948 onmiddellijk veel kritiek van de moslims en de Tamils. Beide groepen voelden zich niet vertegenwoordigd.

Vlag van het dominion Ceylon (1951-1972)

Nadat een commissie zich over de kwestie gebogen had, werden in 1951 de twee vertikale banen toegevoegd. Groen voor de moslimgemeenschap, oranje voor de Tamils.

Links: Een bodhiboom, ook wel banyan genaamd (Ficus religiosa) (© publiek domein) / Rechts: Blad van de bodhiboom (© publiek domein)

In 1972 werd met de naamsverandering van Ceylon naar Sri Lanka ook de vlag weer aangepast. De vier boeddhistische torenspitsjes die in de hoeken van het veld met de gouden leeuw diagonaal naar elkaar toewezen, werden vervangen door vier bladeren van de bodhiboom (ook wel banyan genaamd), een binnen het hindoeïsme heilige boom. Vanaf 1978 worden deze bladeren ‘naturalistischer’ afgebeeld. Sinds die tijd is de vlag onveranderd.

Mozambique – Dia dos Heróis Moçambicanos / Dag van de Mozambikaanse Helden

De 3e februari is de sterfdatum van Eduardo Mondlane. Bij zijn dood in 1969 (door een bom), was hij voorzitter van FRELIMO, het Mozambikaanse bevrijdingsfront, dat streed tegen de Portugese overheersing.

Affiche voor de 3e februari, de Dia dos heróis moçambicanos

Hoewel de datum van Mondlane’s dood is gekozen, worden op deze dag ook andere vrijheidsstrijders geëerd, zoals Samora Machel, Romão Farinha en Luís Marra.
Het is een officiële dag in Mozambique met militaire parades en speeches van diverse politieke groeperingen.

Kaart van Mozambique (© freeworldmaps.net)

Eduardo Mondlane

Eduardo Mondlane werd in 1920 geboren in een groot gezin met 16 kinderen in Manjacaze, in de zuidelijke provincie Gaza in Mozambique, toen een Portugese kolonie.
Zijn vader was een Tsonga-stamhoofd. Eduardo was de enige binnen het gezin die onderwijs genoot.
Niet alleen dat, maar hij ging serieus aan de studie: zo ging hij naar een Zwitserse missieschool in Manjacaze, het Lemana College in Transvaal (Zuid-Afrika), de Jan H. Hofmeyr School of Social Work en de Witwatersrand Universiteit, beide in Johannesburg (Zuid-Afrika), de Universiteit van Lissabon (Portugal) en het Oberlin College in Ohio (V.S.).

Eduardo Mondlane (1920-1969), foto uit 1953, toen hij studeerde aan het Oberlin College in Ohio in de V.S. (© Oberlin College / publiek domein)

Gedurende de drie jaar Ohio behaalde hij graden in zowel in antropologie en sociologie.
Vandaar ging het naar de Northwestern University in Evanston, Illinois (V.S.), waar hij een MA (Master of Arts) en zijn PhD behaalde. Die laatste graad met het onderwerp “Rolconflict, referentiegroep en ras”.
Door zijn deskundigheid werd hij een V.N.-medewerker, waardoor hij geregeld naar Afrika reisde.
Hij raakte steeds meer geïnteresseerd in het ontwakende politiek activisme en het streven naar onafhankelijkheid van Afrikaanse landen en in het bijzonder dat van zijn eigen land.

Een Mozambikaans bankbiljet van 1000 meticais uit 1991 met het portret van Eduardo Mondlane

In 1961 verliet hij de V.N. en ging aan de slag bij Syracuse University (New York State), waar hij hielp met het opzetten van het East African Studies Program, maar ook hier bleef hij niet lang: nog in hetzelfde jaar keerde hij terug naar Mozambique, waar hij zich aansloot bij de anti-koloniale beweging.
Hij vestigde zich uiteindelijk in Dar es Salaam, de hoofdstad van buurland Tanzania, waar hij er in 1962 in slaagde de drie rivaliserende anti-koloniale verzetsgroepen UDE-NAMO, MANU en UNAMI samen te voegen tot één brede verzetsgroep onder de naam FRELIMO (Frente de Libertação de Moçambique/Mozambique Bevrijdingsfront).

Mondlane was geen fanaticus en zocht vaak het midden op en was bereid tot het sluiten van compromissen, zelfs met de Portugezen.
Door dit pragmatisme slaagde hij erin zowel steun van Europa als van de Sovjetunie te krijgen.
De linkervleugel van FRELIMO vond hem echter te gematigd, terwijl de rechtervleugel bang was dat hij teveel flirtte met de Russen.
Deze spagaat legde hoogstwaarschijnlijk de kiem voor de moordaanslag op Mondlane.

Op 3 februari 1969 opende Mondlane in het huis van zijn voormalige secretaresse Betty King -blijkbaar niets vermoedend- een pakket met een bom, die vervolgens ontplofte en hem doodde.
Vermoed wordt dat er een opdracht in Lourenço Marques (de tegenwoordige hoofdstad Maputo) zou zijn opgesteld door PIDE, de Portugese geheime politie, om Mondlane uit de weg te ruimen, maar hoe het pakket bij hem terechtkwam en waarom hij het opende, is nooit duidelijk geworden.

Begrafenis in Dar es Salaam van Eduardo Mondlane, met in het midden zijn weduwe Janet Rae Johnson en hun drie kinderen (publiek domein)

Mondlane liet een weduwe achter, de Amerikaanse Janet Rae Johnson en drie kinderen.
Wat hij ook naliet: het manuscript voor een boek met de titel “Lutar por Moçambique” (“Strijden voor Mozambique”), dat een paar maanden na zijn dood werd gepubliceerd.
Hierin beschreef hij hoe het koloniale systeem in Mozambique werkte en wat er nodig zou zijn om het land te ontwikkelen.

Het postuum uitgegeven boek “Lutar por Moçambique”, van Eduardo Mondlane, editie van Terceiro Mundo (publiek domein)

De strijd door FRELIMO tegen de Portugese overheersing ging echter door.
De grote ommekeer voor Mozambique (en diverse andere Portugese kolonies) kwam op 25 april 1974 uit onverwachte hoek, met de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal. Het was een geweldloze militaire staatsgreep die een einde maakte aan veertig jaar autocratisch en pro-koloniaal bewind van António de Oliveira Salazar en (vanaf 1968) van Marcello Caetano.
De nieuwe regering was voor een algehele en snelle dekolonisatie, waardoor de Portugezen bijna van de een op de andere dag Mozambique verlieten.

Een button uit de tijd van de onafhankelijkheid in 1975 met een aantal symbolen die nog steeds op de vlag voorkomen (publiek domein)

Met FRELIMO werd onderhandeld over onafhankelijkheid: nog datzelfde jaar, op 20 september 1974 verkreeg Mozambique als ‘opstapje’ alvast verregaande autonomie.
Een klein jaar later, op 25 juni 1975 werd het land onafhankelijk als Volksrepubliek Mozambique, een socialistische één-partijstaat.
Tot 1989 verkeerde het land in een bijna constante staat van burgeroorlog, tussen de aanhangers van FRELIMO en de conservatieve verzetsgroep RENAMO.
Het FRELIMO presenteerde in 1989 een nieuwe ontwerp-grondwet, dat uitging van een meerpartijenstelsel.
In november 1990 werd de grondwet goedgekeurd en veranderde de Volksrepubliek Mozambique in de Republiek Mozambique.
De burgeroorlog had geresulteerd in plusminus één miljoen doden, 5,7 miljoen ontheemden en 1,7 miljoen vluchtelingen.

De vlag

Vlag van Mozambique (1983-heden)

De vlag van Mozambique is een horizontale driekleur van legergroen, zwart en geel. De banen worden van elkaar gescheiden door twee smalle witte banen.
Aan de mastzijde is een rode driehoek geplaatst, waarop een gele vijfpuntige ster. Hier weer overheen zien we een boek (in wit) en een gekruiste schoffel en een geweer (beide in zwart).

Links: Vlag van FRELIMO, als nationale vlag gebruikt tussen september 1974 en en 25 juni 1975 / Midden: Vlag van Mozambique van 25 juni 1975 tot medio april 1983 / Rechts: De kortstondige vlag van Mozambique tussen medio april 1983 en 1 mei 1983

Het ontwerp van deze vlag is afkomstig van de verzets- en onafhankelijkheidsbeweging FRELIMO, het is exact dezelfde vlag, maar dan zonder de symbolen op de rode driehoek. Bij de verleende autonomie van 20 september 1974 werd deze vlag al als nationale vlag gebruikt en wel tot de dag van de onafhankelijkheid, 25 juni 1975.

Het hijsen van de nationale vlag met de diagonale banen in het Salazar Stadion op onafhankelijkheidsdag, 25 juni 1975 (publiek domein)

Op die dag werden de kleuren op de vlag herschikt en de driehoek verdween: de kleuren groen, rood, zwart en geel ontspringen diagonaal en verbredend vanuit de bovenzijde van de mastkant, van elkaar gescheiden door dunne witte strepen.
Net onder het vertrekpunt van de diagonale banen werd een wit tandwiel geplaatst, waarin we de drie symbolen herkennen die de huidige vlag nu nog heeft: boek, schoffel en geweer en een kleine vijfpuntige ster in rood.

De ‘diagonale’ vlag van Mozambique op een postzegel van 20 ¢ van de Verenigde Naties uit 1982 (publiek domein)

De derde versie van de vlag heeft maar kort bestaan: van medio april 1983 tot 1 mei daaropvolgend.
Men keerde terug naar het FRELIMO-basismodel met horizontale banen en plaatste het tandwiel met symbolen in de rode driehoek. Onder het tandwiel een gele vijfpuntige ster.
De huidige versie ontstond op 1 mei 1983 door het tandwiel voortaan weg te laten.

Symbolisme

De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: groen voor de landbouw, zwart voor het Afrikaanse continent en geel voor de rijkdom aan grondstoffen.
De twee smalle witte banen staan voor vrede en gerechtigheid.
De kleur rood van de driehoek staat symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd tegen Portugal, de gele ster voor het internationalisme.
Van de drie symbolen op de ster staat het boek voor vorming en onderwijs, de schoffel voor landbouw en het geweer voor nationale verdediging en waakzaamheid.
Hoewel er meer vlaggen zijn waar wapens op worden afgebeeld, gaat dat meestal om historische wapens. In het geval van Mozambique zien we echter een AK-47, een Kalasjnikov en dat maakt deze vlag toch wel enigszins ongebruikelijk.

Een Kalasjnikov AK-47 (© PawełMM / publiek domein)

In 2005 zijn er pogingen ondernomen door de oppositie (RENAMO) in Mozambique om zowel ster als geweer van de vlag te verwijderen. De regeringspartij (FRELIMO) voelde daar echter niets voor en alle 169 inzendingen (waar zelfs al een winnaar uit was gekozen) werden weggestemd.


Canada – Flag Day / Jour du Drapeau / Vlagdag (1996)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vlagdag in Canada herdenkt dat de huidige Maple Leaf Flag voor het eerst werd gehesen in 1965.
De feestdag zelf bestaat echter pas sinds 1996 bij Koninklijk Besluit, ingebracht door Gouverneur-Generaal Roméo LeBlanc, na een voorstel van premier Jean Chrétien.
Hoewel deze dag een officiële feestdag is, is het geen vrije dag voor de Canadezen

Kaart van Canada (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag Canada
Vlag van Canada (1965-heden)

Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.

canada drie vlaggen
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)

Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.

george stanley
George F.G. Stanley (1907-2002), ontwerper van de Canadese vlag (© Canadian Encyclopedia)

Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.

Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven en op 15 februari dat jaar werd de vlag voor het eerst gehesen op Parliament Hill in Ottawa.

debuut
Het debuut van de vlag op 15-2-1965, Parliament Hill, Ottawa (© National Film Board of Canada)

Mauritius – Abolition of slavery / Abolition de l’esclavage / Afschaffing van de slavernij (1835)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 190 jaar geleden.
Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.

Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)

Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.

Kaart van Mauritius (© freeworldmaps.net)

In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland.
Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles

Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost.
Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken.
Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald.
In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren.
In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.

Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)

De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging.
Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken.
Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,

In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen.
Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie.
Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821.
Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk.
En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.

Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)

Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen.
Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.

Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef.
De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.

Viering/Herdenking

De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)

Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius.
In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven.
Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.

*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.

Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)

Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.

Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)

De archipel

Op deze kaart is goed te zien hoe ver de verschillende eilanden uit elkaar liggen (© Yashveer Poonit / publiek domein)

De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.

Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Mauritius (1968-heden)

De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd.
Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.

Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)

Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp.
Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur.
Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp.
Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.

De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.

De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).

De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): Four Bands and Les Quatre Bandes.

Zeeland – Watersnoodramp (1953)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het 72 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.

Iconische foto van Henk Blansjaar (1910-1981) gemaakt tijdens een van de vele evacuaties uit het rampgebied (© Henk Blansjaar / Spaarnestad)

De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.

Weerkaart van 1 februari 00.00 uur (© KNMI)

In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort.
Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.

Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)

Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.

Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden

Daarnaast een groot deel van Tholen, geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.

Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)

Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.

Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland (Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)

In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.

“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)

Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.

Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken

Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.

Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)

Herdenkingen

Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.

De vlag

Vlag van Zeeland (1949-heden)

In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.

Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.

Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)

Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten.
Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is).
Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.

Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)

De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.

Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.

Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)

En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.

Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.

Nauru – Independence Day / Onafhankelijkheidsdag (1968)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Nauru is een eilandstaat in de Grote Oceaan en is met een oppervlakte van 21 km² een van de kleinste landen ter wereld (ter vergelijking: Waddeneiland Schiermonnikoog is met 40.5 km² een keer zo groot).

Kaart van Oceanië, Nauru zien hier iets links van het midden onder Micronesia (© freeworldmaps.net)

Slechts twee landen zijn nog kleiner dan Nauru: Monaco en Vaticaanstad.
Het ligt zo’n 56 km ten zuiden van de evenaar.

Kaart van Nauru (© Tschubby / publiek domein)

Het eiland werd relatief laat ‘ontdekt’ door de Britse zee- en walvisvaarder John Fearn, op 8 november 1798, hij noemde het eiland Pleasant Island.*
De bevolking op het afgelegen eiland bestond uit Polynesiërs en Melanesiërs.
In tegenstelling tot de meeste eilanden in de Grote Oceaan werd Nauru hierna niet gekoloniseerd. De dagelijkse leiding was in handen van de verschillende stamhoofden, van wie er één als leider fungeerde.

*Hoewel het een sympathieke naam is, beklijfde deze benaming niet en bleef de inheemse naam Nauru in gebruik

Kapitein John Fearn (±1768-?), de Britse ontdekker van Nauru (fantasieportret), met links zijn schip de Snow Hunter, op een herdenkingspostzegel uit 1998

Duits, Japans en Australisch bestuur

Toch kon ook Nauru uiteindelijk niet aan kolonisatie ontkomen en wel door Duitsland, dat zich pas na de Duitse unificatie van 1871 ging inlaten met het zich toe-eigenen van gebieden in Afrika en de Grote Oceaan.

Kaart uit 1920 van de Duitse bezittingen in de Grote Oceaan, waarvan het noordoostelijke deel van Nieuw-Guinea (Kaiser Wilhelmsland geheten) het grootste gebiedsdeel was, Nauru is als ‘los’ eiland moeilijk op de kaart terug te vinden, maar het ligt net onder de letter N van STILLER OZEAN) (© Verlag von Quelle & Meyer, Leipzig / ub.bildarchiv-dkg.un-frankfurt.de)

In 1884 werd de kolonie Duits-Nieuw-Guinea een feit, dat toen nog bestond uit het noordoostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea, inclusief de Bismarck-archipel (New Britain, New Ireland en verschillende kleinere eilanden), ten noorden van Nieuw-Guinea.
De noordelijke Salomonseilanden werden in 1885 tot Duits protectoraat verklaard.
Het gebied werd steeds verder uitgebreid: zo werden in 1899 de Carolinen, Palau en de Marianen (behalve Guam) van Spanje gekocht.
In 1906 annexeerde Duits-Nieuw-Guinea het (sinds 1888) afzonderlijke Duitse protectoraat van de Marshalleilanden, waartoe ook Nauru behoorde.

Koning Aweida (± 1850-1821), in het midden van een groep landgenoten op 3 oktober 1888, op de dag dat Nauru een Duits protectoraat werd, poserend voor de vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Keizerrijk met de Duitse adelaar in het midden (publiek domein)

Duitsland liet het systeem van stamhoofden met één prominente leider intact. Die leider was op dat moment Aweida, die vanaf 1906 de titel ‘koning van Nauru’ gebruikte.
Aweida was als leider aangetreden rond circa 1875.

Koning Aweida in 1916 met aan zijn zijde de koninklijke pandanus (schroefpalmfruit) drager (foto van Thomas John McMahon (1864-1933 / Collectie National Archives of Australia / publiek domein)

Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918) verloor Duitsland zijn kolonies. Vanaf 1920 werd het eiland beheerd door Australië.
Kort daarna overleed koning Aweida, waarna de monarchie werd afgeschaft.

Amerikaans bombardement op het door Japan bezette Nauru door Liberator bommenwerpers van de Seventh Air Force, 1943 (© Collectie Library of Congress – catalog number: 55-60002 / publiek domein)

Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nauru door Japan bezet, van 26 augustus 1942 tot 13 september 1945. Vanaf die tijd nam Australië het bestuur weer over.
In 1947 werd een overeenkomst gesloten met de Verenigde Naties waarin werd bepaald dat Nauru in 1968 zelfstandig zou worden, tot die tijd zou de soevereiniteit rouleren tussen Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. In de praktijk kwam daar niets van terecht en bleef Australië Nauru’s zaken beheren tot het eiland op 31 januari 1968 een onafhankelijk eilandstaat werd, vandaag 57 jaar geleden.

Fosfaat

Normaliter zou zo’n klein eiland als staat nauwelijks bestaansrecht hebben, ware het niet dat vanaf het begin van de twintigste eeuw werd begonnen met het ontginnen van fosfaten op het eiland.
Dit bleek dermate lucratief dat het industrieel werd aangepakt, het zorgde ervoor dat Nauru zeer welvarend werd.
Vrijwel het hele binnenland van Nauru had fosfaatafzettingen en die werden in dagbouw ontgonnen.
Maar gezien de grootte van het eiland kon dit niet eeuwig duren: in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw bleek het einde in zicht, de voorraad raakte uitgeput en de resterende reserves waren economisch niet rendabel voor winning.

Het grootste deel van het binnenland van Nauru is veranderd in een troosteloos landschap (fotograaf onbekend)

Het binnenland van Nauru is door deze jarenlange ontginning inmiddels in een maanlandschap veranderd, waardoor alleen de kuststrook bewoond wordt.
Een trust, opgericht om de verzamelde mijnbouwrijkdommen van het eiland te beheren, voor het moment dat de reserves uitgeput zouden raken, daalde in waarde. Om toch inkomsten te genereren, werd Nauru korte tijd een belastingparadijs en een illegaal witwas-centrum.

Nauru vanuit de lucht: het binnenland is een doodse woestenij geworden (screenshot)

Maar liefst 23% van de bevolking (van in totaal ruim 12.000 inwoners) is werkloos (in Nederland is dat cijfer 3,6%). 95% van de mensen die wél een baan hebben, werkt voor de overheid.

Vrijwel alle Nauranen wonen in de kuststrook (screenshot)

Asielzoekerscentrum

Wat ook geld in het laatje brengt is een door Australië opgezet en uitgebaat peperduur asielzoekerscentrum, dat enige jaren gesloten is geweest, maar in 2012 weer werd heropend.
Nauru krijgt in ruil van Australië een bedrag van 1,7 miljard Australische dollar (ruim 1 miljard euro), wat in 2012 in een vermeerdering van het Nauruaanse BNP met een factor 450 resulteerde.
Nauru is het land dat het hoogste aantal asielprocedures afhandelt voor een ander land.

Het overvolle interieur van het asielzoekerscentrum op Nauru (screenshot)

Er is internationaal kritiek op deze constructie vanwege de slechte omstandigheden in het centrum en omdat Australië hiermee haar verantwoordelijkheid zou afschuiven, de asielzoekers in eigen land op te vangen. Ook in het Australische parlement heeft dit tot hoogoplopende discussies geleid.
Een delegatie van Amnesty International die het kamp in 2012 bezocht, beschreef het als een ramp voor de mensenrechten.

Arenibek ligt aan de Buada Lagoon (© foto Lorrie Graham / publiek domein)

Bijna iedereen op Nauru woont in de kuststrook van het ovaalvormige eiland, op Arenibek na, dat als een groene oase in het afgegraven fosfaatlandschap ligt.

Het parlementsgebouw van Nauru met vlag en staatswapen (fotograaf onbekend)

Nauru heeft geen hoofdstad, maar het parlement is te vinden in het district Yaren, in het zuiden van het eiland, bij het internationale vliegveld.

Nauru International Airport, links van de start- en landingsbaan bevinden zich de overheidsgebouwen (© Cedric Favero / publiek domein)

Nauru heeft een éénkamer-parlement met 19 parlementsleden, waarvan er één fungeert als president en regeringsleider tegelijk. Die functie wordt sinds 30 oktober 2023 uitgeoefend door David Adeang, wiens vader Kennan Adeang maar liefst drie termijnen als president volmaakte.
Adean junior is de 17e president van de eilandstaat.

President en regeringsleider van Nauru, David Adeang (1969), poseert hier met de vlag (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Nauru (1968-heden)

De vlag van Nauru werd ingevoerd bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 31 januari 1968.
De vlag heeft een koningsblauw veld met een gele (of gouden) streep in het midden en een witte ster met twaalf punten aan de broekingszijde onder de streep.

Debuut van de vlag op Nauru’s onafhankelijkheidsdag, 31 januari 1968, op de foto vertegenwoordigers van de drie trustee-landen van Nauru – v.l.n.r: D. J. Carter (een Nieuw-Zeelandse parlementaire ondersecretaris), Charles Barnes (Australische minister van Territoria) en Charles Johnson (Verenigd Koninkrijk) en Hammer DeRoburt (1922-1992), eerste president van het nieuwe onafhankelijke Nauru (fotograaf onbekend)

De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd. De naam van de ontwerper zelf is vooralsnog niet terug te vinden, het enige dat we weten is dat het ging om een inwoner van Nauru die werkte voor de Australische vlaggenfabrikant Evans.
Het winnende ontwerp symboliseert de locatie van Nauru in de Stille Oceaan ten opzichte van de evenaar, slechts één graad bezuiden de denkbeeldige lijn.

De heren nogmaals en in kleur (fotograaf onbekend)

Het blauw staat voor de Stille Oceaan, de gele streep voor de evenaar en de witte ster voor Nauru zelf. Het wit werd gekozen vanwege de (toen nog) rijke fosfaatafzettingen op het eiland.
De twaalf punten van de ster symboliseren de traditionele twaalf stammen: Deiboe, Eamwidara, Eamwit, Eamwitmwit, Eano, Eaoru, Emangum, Emea, Irutsi, Iruwa, Iwi en Ranibok.

De weg langs het vliegveld met een woud aan Nauru-vlaggen, met eronder afbeeldingen van de landenvlaggen van de mede-Oceaniërs (screenshot)

Oekraïne – Два роки i сорок дев’ять тижнів війни / Twee jaar en negenenveertig weken oorlog

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Langzame opmars Pokrovsk

De Russische omtrekkende beweging bij Pokrovsk, gelegen in de Donbas-regio is nog steeds gaande, alhoewel het steeds langzamer lijkt te gaan.
De opmars was het grootst in december, maar verloopt deze maand trager. Wat de laatste weken in het voordeel van de Russen heeft gewerkt zijn de mistige weersomstandigheden in het gebied rond Pokrovsk.

Laatste kaart van het front in de Donbas-regio, met Pokrovsk iets links van het midden (© George Barros, Kateryna Stepanenko, Daniel Mealie, Mitchell Belcher, Tom Thacker, Harrison Hurwitz & David Schulert for the Institute for the Study of War & AEI’s Critical Threats Project)

De Russen trekken steeds verder ten zuiden van Pokrovsk langs. Die westelijke richting brengt het leger steeds dichter bij de oblast Dnipropretovsk. De dorpen Kotlyne en Udachne zullen waarschijnlijk binnenkort in Russische handen zijn.

Uitvergroting van de kaart hierboven, waarbij goed te zien is dat de omtrekkende beweging bij Pokrovsk nog steeds gaande is, helemaal links op de kaart de grens met buur-oblast Dnipropretovsk (© George Barros, Kateryna Stepanenko, Daniel Mealie, Mitchell Belcher, Tom Thacker, Harrison Hurwitz & David Schulert for the Institute for the Study of War & AEI’s Critical Threats Project)

Volgens militaire analisten is de opmars bij Pokrovsk momenteel goed voor 44% van de Russische aanvallen in deze oorlog.
Bij het front van het noordelijker in de Donbas gelegen Lyman zou het om 10% van het aantal Russische aanvallen gaan, in de deels door Oekraïne bezette Russische oblast Koersk gaat het om 13%.

Nieuwe commandant oostelijk front

Oekraïne heeft een nieuwe commandant voor het oostelijk front (de Donbas-regio) benoemd. Het gaat om de 42-jarige Mychajlo Drapaty.

Generaal Mychajlo Drapaty, de nieuwe commandant voor het oostelijk front (© armyinform.com.ua)

Van de landmachtgeneraal wordt onder andere gehoopt dat hij het Russische leger bij Pokrovsk voldoende tegengas kan bieden en dat de stad in Oekraïense handen blijft.

Russische olieraffinaderij gaat in vlammen op

Was het twee weken geleden nog raak bij een Russische olieraffinaderij bij de stad Engels, afgelopen weekend werd een dergelijke installatie in de ten zuidoosten van Moskou gelegen oblast Rjazan geraakt, waarna er een grote brand uitbrak.

Op sociale media dook beeld op van vluchtende mensen na de drone-aanval op de olieraffinaderij in Rjazan (screenshots)

Andriy Kovalenko, hoofd van het Oekraïense centrum voor de bestrijding van desinformatie, zei op Telegram dat naast de olieraffinaderij in Rjazan, ook de Kremniy-fabriek in Brjansk was geraakt, die volgens Oekraïne raketonderdelen en andere wapens produceert.

Een enorme rookzuil boven de olieraffinaderij in Rjazan (screenshot)

Rusland bevestigde de Oekraïense drone-aanval, maar maakte geen melding van schade, wél dat de luchtafweer 121 drones had neergeschoten, waarvan zes in de regio Moskou.
Twee Moskouse vliegvelden, Vnukovo en Domodedovo legden voor korte tijd het vliegverkeer stil.

De door drone-brokstukken geraakte flat in Hlevakha, waarbij drie doden en één gewonde vielen en waar brand uitbrak (screenshot)

Ook Rusland zat het afgelopen weekend niet stil wat drone-aanvallen betreft.
De Oekraïense luchtafweer liet weten dat het 25 van de 58 afgevuurde drones had geneutraliseerd.
Maar ook neergeschoten drones kunnen schade veroorzaken: in het ten zuidwesten van Kiev gelegen Hlevakha raakten de brokstukken van een drone een woonflat, waarbij drie doden vielen en één persoon gewond raakte en er tevens brand uitbrak.

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nog een foto van de ‘eerste’ vlag in een andere vitrine, in de hal van het parlement tentoongesteld, onder het toeziend oog van de toenmalige voorzitter van de Verchovna Rada, Andriy Parubiy (2016-2019) (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Saksen-Anhalt – Einführung Flagge / Invoering vlag (1991)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

De vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt (Sachsen-Anhalt in het Duits) werd officieel ingevoerd op 30 januari 1991.

Links: Locatie van Saksen-Anhalt in Duitsland / Rechts: Kaart van Saksen-Anhalt met districtsverdeling

Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige Pruisische provincie Saksen door het toenmalige Sovjet-bestuur samengevoegd met het land Anhalt tot de nieuwe provincie Saksen-Anhalt.
Twee jaar later, op 12 juli 1947, werd dit het land Saksen-Anhalt.
Vanaf 1949, bij de vorming van West- en Oost-Duitsland, werd Saksen-Anhalt officieel onderdeel van Oost-Duitsland (de Duitse Democratische Republiek/DDR).
Op 25 juli 1952 werd het land Saksen-Anhalt opgeheven en opgedeeld in de districten Halle en Maagdenburg.
Na de hereniging van Duitsland in 1990 werd Saksen-Anhalt weer in ere hersteld, nu als deelstaat, met Maagdenburg als hoofdstad.

De vlag

Vlag van Saksen-Anhalt (1991-heden)

De vlag van Saksen-Anhalt is een horizontale tweekleur in geel en zwart, in het midden het wapen van de deelstaat.

Maagdenburg, hoofdstad van Saksen-Anhalt, gelegen aan de Elbe, met op de voorgrand de uit 1848 daterende Hubbrücke en daarachter de Dom van Maagdenburg (© Vlagblog, 2019)

Bij de vorming van het land Saksen-Anhalt werd ook de vlag vastgesteld, zijnde een zwart-gele tweekleur (dus precies het omgekeerde van de huidige vlag). De kleuren kwamen van de voormalige Pruisische provincie Saksen (1884-1935).
Ideaal was dit niet, want de West-Duitse deelstaat Baden-Württemberg had (en heeft nog steeds) eenzelfde vlag.
Deze situatie heeft niet zo lang geduurd, daar het land in 1952 door de DDR werd afgeschaft.

De in de binnenstad van Maagdenburg gelegen Grüne Zitadelle van Friedensreich Hundertwasser uit 2005 (© Vlagblog 2019)

Na de val van de Berlijnse Muur (1989), de hereniging van Duitsland (1990) en de herintrede van Saksen-Anhalt als deelstaat, kwam het oude Baden-Württembergse probleem echter weer om de hoek kijken.
In 1990 werd er toen een officieuze vlag gebruikt, waarbij de banen werden gekanteld, waardoor er een verticale tweekleur ontstond, met in het midden het wapen van Saksen-Anhalt dat tussen 1948 en 1952 werd gebruikt.
De vlag werd geïntroduceerd bij de festiviteiten van de hereniging op 3 oktober 1990. Het lijkt er niet op dat de vlag daarna nog vaak is gezien.

Officieuze vlag van Saksen-Anhalt van oktober 1990

De wet waarin de nieuwe staatssymbolen werden vastgesteld werd goedgekeurd op 20 december 1990 en ging officieel in op 30 januari 1991, vandaag 31 jaar geleden.
Bij aanname van de nieuwe Grondwet op 16 juli 1992 werd de vlag in Artikel 1 vastgelegd: opnieuw een horizontale tweekleur maar nu in geel-zwart en wel in twee variaties: één met wapen (voor de deelstaatsoverheid) en één zonder, voor de burgerij.
In de praktijk bleek de verwisseling van Saksen-Anhalt met Baden-Württemberg echter niet uit te roeien, zodat op 27 april 2017 uiteindelijk gekozen werd voor alléén de vlag met wapen, zodat dit probleem was opgelost.

Wapen

Wapen van Saksen-Anhalt

Dat brengt ons bij het wapen. Het is horizontaal in tweeën gedeeld. Bovenin is het opnieuw gedeeld in 5 afwisselende gele (gouden) en zwarte balken. Diagonaal hier overheen een zogenaamde ruitkrans in groen. Rechts boven in de hoek een wit (zilveren) schild, waarop een adelaar in zwart met gele snavel en poten en rode tong.
Onderin: tegen een witte (zilveren) achtergrond is een gaande beer in zwart, bovenop een rode gekanteelde muur met zwarte voegen, in het midden een open poort.

Links:Wapen van Saksen / Rechts: Wapen van Anhalt

Zoals op bovenstaande illustraties te zien is, zijn de twee delen afkomstig van de wapens van Saksen en Anhalt.

Links: Het oorspronkelijke wapen van Saksen / Midden: Het wapen van Pruisen: de adelaar / Rechts: Vroege versie van het wapen van Anhalt

Het Saksische wapen valt ook weer in tweeën te splitsen: het schild met de strepen is het oorspronkelijke wapen van de provincie Saksen, waarbij vanaf de bovenkant eerst een zwarte balk is te zien, tegen een gele nu.
De adelaar is afkomstig van het koninkrijk (later vrijstaat en deelstaat) Pruisen waar de provincie Saksen deel van uitmaakte.
Het wapen van Anhalt is eigenlijk ongewijzigd gebleven, maar wel gestileerd.

Duitse postzegel van 100 Pfennig met het wapen van Saksen-Anhalt, uit de serie Wappen der Bundesländer uit 1994, een ontwerp van Ernst en Lorli Jünger (© Deutsche Bundespost)

Het wapen van Saksen-Anhalt is het enige Duitse deelstaatwapen waarin nog een Pruisisch symbool voorkomt.
Omdat Saksisch-Anhaltse wapen, op de vlag na, alleen door de overheden van de deelstaat gebruikt mag worden is er in 1994 een vrij te gebruiken versie ontworpen.

Vrij te gebruiken logo-versie van het wapen van Saksen-Anhalt (1994-heden)