Deze dag herinnert aan de 19e februari 1951, toen er een einde kwam aan de autocratisch heersende Rana-dynastie. Hoewel Nepal een koninkrijk was, was de macht sinds de tweede helft van de 19e eeuw in handen van de premiers, waarbij het systeem van erfopvolging werd toegepast. De koning was niet meer dan een symboolfiguur.
Koning Tribhuvan (1906-1955)
In 1950 had koning Tribhuvan, die sinds 1911 al op de troon zat, zich verbonden met liberale en democratische krachten in zijn koninkrijk om de de autoritair regerende premiers-dynastie van de Rana’s omver te werpen.
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana (1885-1967)
Premier Mohan Shamsher Jang Bahadur Rana kreeg hier lucht van en de koning zag zich genoodzaakt naar India te vluchten. De premier zette vervolgens Tribhuvan’s driejarige kleinzoon Gyanendra Bir Bikram Shah Dev op de troon.
Koning Gyanendra (1947) bij zijn kroning op 7 november 1950
Ondertussen kreeg de uitgeweken koning Tribhuvan hulp van zijn zuiderburen. India erkende de nieuwe koning niet als staatshoofd en in Nepal braken demonstraties uit. De premier koos uiteindelijk eieren voor zijn geld en vredesonderhandelingen in India leidden uiteindelijk tot een nieuwe machtsverdeling tussen koning, premier en congres, waarbij de koning meer macht kreeg dan voorheen en de premier aanzienlijk minder. Op 18 februari 1951 keerde Tribhuvan terug naar Nepal, de 19e februari werd uitgeroepen tot Dag van de democratie. Twee dagen later maakte de koning een einde aan de erfopvolging van de Rana’s.
De vlag is een vreemde eend in de bijt vanwege zijn vorm. Het is de enige nationale vlag die niet rechthoekig is (of vierkant zoals die van Zwitserland en het Vaticaan). Het is in feite een samenvoeging (eind 19e eeuw) van twee driehoekige wimpels.In de bovenste driehoek is de maan afgebeeld, in de onderste de zon. Tot 1962 hadden maan en zon ingetekende gezichtjes.
De Nepalese vlag tot 1962 met ingetekende gezichtjes
De maan staat symbool voor de koninklijke familie, de zon voor de Rana-dynastie van de premiers. De vlag als geheel wordt ook symbolisch uitgelegd als de hoop dat Nepal net zo lang zal mogen bestaan als zon en maan. Het rood en blauw in de vlag zijn geliefde kleuren in Nepal (rood is de nationale kleur), maar hebben verder geen speciale betekenis. De vorm wordt verder in verband gebracht met de toppen van de Himalaya en ook met de twee belangrijkste godsdiensten: boeddhisme en hindoeïsme.
Sinds 2008 is Nepal een republiek. Het heeft niet geleid tot een nieuwe vlag.
Curiosa
De ongebruikelijke vorm van de Nepalese vlag leidt soms tot verrassingen! Toen de Indiase premier Narendra Modi bij een bezoek in 2018 aan Nepal de stad Janakpur bezocht, was er een podium opgesteld met de vlaggen van beide landen. Hoe het kwam is nooit helemaal opgehelderd, maar de Nepalese vlag had bij deze officiële gelegenheid een nog niet eerder waargenomen geometrische vorm aangenomen!
Het werd een plaatselijk schandaal en op de sociale media duikelden de reacties over elkaar heen.
Ook tijdens de Olympische Zomerspelen van 2016 in Rio de Janeiro, waren er op sommige locaties bijzondere versies van de Nepalese vlag te zien, waarbij de vlag op een wit veld veld werd afgebeeld in de standaard vlaggenmaat van 2:3. En dan krijg je dit:
Het Australische Lord Howe-eiland (Lord Howe Island), ligt 772 km ten noordoosten van Sydney. De oppervlakte bedraagt 14,6 km², de lengte is 11 km, de breedte gemiddeld 2 km. Administratief hoort het bij de Australische deelstaat New South Wales. Het aantal inwoners bedraagt 445.
Zoals op de kaart hieronder te zien is, is het laag gelegen middelste segment van het eiland het enige deel waar bewoning is geconcentreerd. Zowel het noorden als het zuiden zijn bergachtig.
Het zuiden wordt gedomineerd door twee bergen, Mount Lidgbird (777 m) en Mount Gower (875 m). Het noordelijke deel is iets minder hoog, met Malabar Hill (209 m) en Mount Eliza (147 m).
Lord Howe-eiland is sinds 1953 een onafhankelijk eilandgebied binnen de jurisdictie van New South Wales, het wordt grotendeels bestuurd door de Lord Howe Island Board. Deze raad bestaat uit zeven leden, waarvan er vier rechtstreeks door de eilandbevolking worden gekozen. De raad rapporteert rechtstreeks aan de minister van Milieu en Erfgoed van New South Wales. De huidige voorzitter van de raad (sinds 2021) is Atticus Fleming.
Atticus Fleming, voorzitter van de Lord Howe Island Board (fotograaf onbekend)
De Lord Howe-eilandengroep bestaat uit 28 eilanden, eilandjes en rotsen. Afgezien van Lord Howe-eiland zelf, is het meest opvallende hiervan het puntige rotseilandje Ball’s Pyramid, een 551 m hoge geërodeerde vulkaan op ongeveer 23 km ten zuidoosten van het hoofd-eiland, de rotspunt is een belangrijk vogelgebied.
Ball’s Pyramid, met Lord Howe-eiland op de achtergrond (fotograaf onbekend)
Het bevat de enige bekende wilde populatie van de Lord Howe-wandelende tak, waarvan lange tijd werd aangenomen dat deze uitgestorven was, totdat het insect op Ball’s Pyramid werd aangetroffen.
Ten noorden van Lord Howe-eiland ligt de Admiralty-groep, een cluster van zeven kleine, onbewoonde eilanden. Vlak voor de oostkust van Lord Howe-eiland ligt het 4,5 ha grote Mutton Bird Island en in de lagune het 2,4 ha grote Blackburn (Rabbit) Island.
Ontdekking
Lord Howe-eiland werd pas relatief laat ontdekt. Op 17 februari 1788 (vandaag 238 jaar gelden), kreeg het Britse marineschip de HMS Supply, onder bevel van luitenant Henry Lidgbird Ball, het toen nog onbekende Lord Howe-eiland in het oog.
Profiel uit 1788 van Lord Howe-eiland, van de hand van luitenant Ball, met rechts duidelijk herkenbaar Mount Lidgbird en Mount Gower, de inzet toont Ball’s Pyramid (Collectie State Library NSW)
De Supply was vanuit Botany Bay, Australië (toen nog een strafkolonie), onderweg naar het oostelijker gelegen Norfolk-eiland (ontdekt in 1774), met een ‘lading’ van negen mannelijke en zes vrouwelijke veroordeelden, die op dit eiland de voorhoede vormden van een nieuwe strafkolonie. Op 13 maart, tijdens de terugweg, voer de Supply opnieuw langs het de maand daarvoor ontdekte eiland, waar ditmaal aan land werd gegaan. Luitenant Ball claimde het eiland voor de Britse Kroon en gaf het gelijk een naam: Lord Howe-eiland, naar Richard Howe, 1st Earl Howe, toentertijd de First Lord of the Admiralty.
Links: Silhouet uit 1792 van luitenant Henry Lidgbird Ball (1756-1818) (Collectie National Library of Australia)/ Rechts: Richard Howe, 1st Earl Howe (1726-1799), naar wie Lord Howe-eiland is vernoemd, olieverfschilderij van de hand van John Singleton Copley (1738-1815), die drie exemplaren maakte, voor elk van Lord Howe’s dochters één (Collectie Royal Greenwich Museums)
Luitenant Ball vergat zichzelf zeker niet: één van de twee bergen in het zuiden doopte hij Mount Lidgbird en de eerder die dag ontdekte zeerotsformatie kreeg zijn achternaam: Ball’s Pyramid.
Aquarel uit 1788 van Arthur Bowes Smyth(1750-1790) van de Lord-Howe-purperkoet (Porphyrio albus), die door menselijk toedoen in de 19e eeuw uitgestorven raakte (Collectie State Library, NSW)
Het eiland bleek onbewoond, dat wil zeggen: geen menselijke bewoning, fauna was er in overvloed, waaronder een aantal endemische soorten, waaronder de Lord-Howe-purperkoet (Porphyrio albus) en de Lord-Howe-duif (Columba vitiensis godmanae), die door toedoen van de mens reeds in de 19e eeuw uitgestorven waren.
Schilderij van de Lord-Howe-duif(Columba vitiensis godmanae), van de hand van George Raper (1769-1796), ook een endemische soort die in de 19e eeuw uitgestorven raakte (Collectie National History Museum, Londen)
Na de ontdekking
Pas vanaf 1834 vestigden zich de eerste mensen op Lord Howe-eiland, dat eerst voornamelijk als uitvalsbasis voor de walvisvaart gebruikt werd. In 1849 woonden er elf mensen op het eiland, maar in de jaren daarna nam de bevolking toe, toen het aantal boerderijen werd uitgebreid, waardoor het eiland ook zelfvoorzienender werd.
Kaart uit 1952 van Lord Howe-eiland (New South Wales – Department of Lands / publiek domein)
Vanaf de jaren ’60 van de 19e eeuw, verdwijnt de walvisvaart grotendeels van het toneel. De endemische kentiapalm vormt vanaf 1880 het belangrijkste exportproduct. Van de zaden van deze palmboom worden potplanten opgekweekt, die ook nu nog populair zijn.
De kentiapalm (Howea forsteriana) in zijn natuurlijke habitat op Lord Howe-eiland (Black Diamond Images / publiek domein)
Na de Tweede Wereldoorlog wordt ook het toerisme een economische speerpunt voor het eiland, zij het dat vanwege de geringe bevolking en het beperkte oppervlak van het eiland, er nooit meer dan 400 tegelijk op het eiland aanwezig zijn.
Een watervliegtuig van Ansett Airways , circa 1954, met op de achtergrond Mount Lidgbird en Mount Gower (Collectie Barrie Colledge)
Tot aan 1974 werden toeristen per watervliegtuig naar het eiland vervoerd. Dat jaar echter opende het Lord Howe Island Airport, waarna de watervliegtuig-dienst werd opgeheven.
De fauna op het eiland had het grootste gedeelte van de 20e eeuw erg te lijden onder een rattenplaag. Tot 1918 was het eiland vrij van ratten, maar bij de schipbreuk van de SS Makambo dat jaar, lukte het een aantal ratten de kust te bereiken, met alle gevolgen van dien. Sinds de rat actief bestreden werd, middels het “rodent eradication program”, is het tij gekeerd en sinds 2019 is Lord Howe-eiland weer vrij van ratten.
Lord Howe-eiland (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Lord Howe-eiland (1993/1998-heden)
De vlag van Lord Howe-eiland is blauw met een op de Britse vlag geïnspireerde combinatie van een liggend kruis en een schuinkruis, beide in wit. Een grote gele schijf is hier in het midden overheen geplaatst, met daarop in blauw, silhouetten die het eiland representeren (bergen, strand, lagune) en prominent in beeld, een kentiapalm.
Vlaggendeskundige en -ontwerper John Christian Vaughan, hier afgebeeld met een van zijn creaties: de vlag van Greater Sydney (1988-heden) (fotograaf onbekend)
De vlag is in 1993 ontworpen door vexilloloog (vlaggendeskundige) John Christian Vaughan uit Australië en werd op 24 maart dat jaar aan de eilandraad voorgelegd. Het duurde echter nog tot november 1998 voordat de vlag daadwerkelijk in gebruik werd genomen en sindsdien is ze op het eiland te zien, hoewel strikt genomen de vlag nog steeds onofficieel is.
Bij onafhankelijkheid van Litouwen denken we waarschijnlijk al snel aan de recente geschiedenis, toen het land zich in 1990 onafhankelijk verklaarde van de Sovjet-Unie. Dat is echter niet waar deze dag voor staat, het gaat hier om de onafhankelijkheid van 1918. Litouwen is eeuwenlang een speelbal geweest van allerlei machtswisselingen. Vanaf 1795 komt Litouwen onder Russisch bestuur.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Litouwen door Duitse troepen bezet (1915). In het machtsvacuüm wat tijdens de Russische Revolutie in 1918 ontstaat, zien de Litouwers hun kans schoon en roepen de onafhankelijkheid uit.
Het ‘nieuwe’, bolsjewistische Rusland erkent de soevereiniteit op 12 juni 1920 met het Verdrag van Moskou. In 1921 volgt toetreding tot de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. De Litouwse vrijheid zou tot 1939/1940 duren. Vijftig jaar van eerst Duitse en later Russische bezetting volgen.
In 1988 mocht Litouwen tijdens de perestrojka zijn oude vlag weer invoeren, en twee jaar later volgde de onafhankelijkheid.
Vlaggen van Litouwen als Sovjet-republiek, links: 1940-1953 / rechts: 1953-1988
De vlag
Vlag van Litouwen (1918-1940 en 1989-heden)
De Litouwse vlag is het ontwerp van 1918, tijdens de lange bezetting onderdrukt, maar in 1990 opnieuw ingevoerd. De vlag is een horizontale driekleur in geel, groen en rood. Historische betekenis hebben de kleuren, behalve het rood, eigenlijk niet.
Het geel staat voor het rijpende graan en verworven vrijheid. Het groen symboliseert de bossen, het geloof en de hoop. Het rood staat voor vaderlandsliefde (vergoten bloed), maar is tevens een verwijzing naar de kleur van het Litouwse staatswapen. Dit wapenschild is rood en laat een zilveren ridder met geheven zwaard, gezeten op een paard zien.
Wapen van Litouwen (Vytis) / Het wapen op een 2-euromunt / Alternatieve staatsvlag
Het wapen, Vytis genaamd, is al bekend sinds 1366. Als nationaal symbool is het ook afgebeeld op alle Litouwse euromunten en zelfs als alternatieve staatsvlag niet onbekend, voornamelijk in gebruik bij de overheid.
Vlagdag in Canada herdenkt dat de huidige Maple Leaf Flag voor het eerst werd gehesen in 1965. De feestdag zelf bestaat echter pas sinds 1996 bij Koninklijk Besluit, ingebracht door Gouverneur-Generaal Roméo LeBlanc, na een voorstel van premier Jean Chrétien. Hoewel deze dag een officiële feestdag is, is het geen vrije dag voor de Canadezen
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld. In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren. Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven en op 15 februari dat jaar werd de vlag voor het eerst gehesen op Parliament Hill in Ottawa.
Guernsey is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein) Hoewel alle Kanaaleilanden ontegenzeggelijk Brits
Hoewel Guernsey en Jersey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantiehuizen telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Guernsey vanuit de lucht (foto: Jon Le Ray Aerial Photography, 2016)
Guernsey en Jersey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou. Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.
De 90e baljuw (bailiff) van Guernsey is sinds 11 mei 2020 Sir Richard McMahon. Daarnaast is er een luitenant-generaal, die het staatshoofd (Charles III) vertegenwoordigt, sinds 15 februari 2022 is dit luitenant-generaal Richard Cripwell, wiens rol grotendeels ceremonieel is.
Baljuw van Guernsey, Sir Richard McMahon (1962) (screenshot)
Guernsey heeft ruim 67.000 inwoners, waarvan er zo’n 19.000 in de hoofdstad Saint Peter Port wonen. De overige hoofdeilanden van het baljuwschap zijn aanzienlijk spaarzamer bevolkt: Alderney heeft ruim 2.100 inwoners, Sark zo’n 600 en Herm telt rond de 60 personen
De vlag van Guernsey is wit met een rood St. George’s Cross (Sint Joriskruis) waaroverheen een goud of geel breedvoetig kruis met afgevlakte voeten.
Tot aan 1936 had Guernsey geen eigen vlag. Vanaf 1936 echter gebruikte het eiland de vlag van Engeland, na toestemming van Koning Edward VIII (die minder dan een jaar koning was en later dat jaar zou aftreden). Die toestemming gaf hij overigens niet in zijn hoedanigheid als koning, maar als Hertog van Normandië.
De vlag van Engeland, tussen 1936 en 1985 ook in gebruik als eilandvlag voor Guernsey
De Engelse vlag is wit met een rood St. George’s Cross. En hoewel de Kanaaleilanden in de Tweede Wereldoorlog door Duitsland werden bezet, werd het eilandbewoners toegestaan particulier de vlag aan land te blijven gebruiken.
Sir Charles Frossard (1922-2012), baljuw van Guernsey van 1982 tot 1992, in gezelschap van de Hertog(in) van Normandië, beter bekend als Koningin Elizabeth II, tijdens haar bezoek aan het eiland in 1989, t.g.v. de opening van de nieuwe jachthaven in Saint Peter Port (screenshot)
In 1983 pleitte Sir Charles Frossard, de baljuw van Guernsey voor de noodzaak van een nieuwe vlag voor het eiland vanwege de verwarring die werd veroorzaakt door het gebruik van de vlag van Engeland. De aanleiding hiervoor was de verwarring tijdens de Commonwealth Games van 1982, waar Guernsey onder de vlag van Engeland (en dus ook van Guernsey) deelnam: de deelnemers van sommige andere landen geloofden ten onrechte dat Engeland met twee teams aan de Spelen deelnam!
Er werd een Flag Investigation Committee ingesteld, onder leiding van de vice-baljuw Sir Graham Dorey. Na verschillende ideeën te hebben afgeschoten, zoals het gebruik van de kleur groen (de sportkleur van het voetbalteam van Guernsey) en plaatsing van het eilandwapen op de vlag. kwam Herbert Pitt uiteindelijk met het idee om het gouden kruis van Willem de Veroveraar over het St. George’s Cross heen te leggen en daarmee een duidelijke link te leggen met de Normandische geschiedenis.
Willem de Veroveraar (links) afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (±1068) met zijn banier met het gouden kruis, dat hem verleend zou zijn door Paus Alexander II (publiek domein)
Willem de Veroveraar (±1028-1087), Hertog van Normandië, veroverde in 1066 Engeland, waarna hij de eerste Normandische koning van Engeland werd. Die verovering (bij Hastings), uitgebeeld op het beroemde Tapijt van Bayeux, waar Willem wordt afgebeeld met een banier waarop een gouden kruis, vormde de aanleiding om dit symbool op de vlag van Guernsey te gebruiken: als symbool dat de eilandbewoners van Normandische afkomst waren, maar loyaal aan de Engelse (en later Britse) Kroon.
De vlag van Guernsey op een postzegel uit 2016 (publiek domein)
De nieuwe vlag werd voor het eerst onthuld op 15 februari 1985, vandaag precies 40 jaar geleden. Op 30 april 1985 verleende Koningin Elizabeth II, als Hertog(in) van Normandië, een koninklijk bevel om de vlag de officiële vlag van Guernsey te laten worden. De vlag werd voor het eerst gehesen op op 9 mei 1985, (de veertigste) Bevrijdingsdag op de Kanaaleilanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Rood en blauw
Naast de eilandvlag hanteert Guernsey sinds 2000 in navolging van de Britse traditie twee variaties in de vorm van een red en een blue ensign (rode en blauwe vaandels). Beide vlaggen hebben de Britse Union Flag of Union Jack i het kanton en het gouden kruis op de vluchtzijde.
Civil ensign van Guernsey (2000-hedeen)
De rode handelsvlag (civil ensign) kan door eilandbewoners als alternatieve vlag voor Guernsey worden gebruikt, maar is in eerste instantie bedoeld als handelsvlag op zee.
Governement ensign van Guernsey (2000-heden)
De blauwe vlag (government ensign) volgens hetzelfde model, is bedoeld voor overheidsschepen ter zee.
Deze nationale feestdag in Servië herdenkt het uitbreken van de Servische revolutie. in 1804. Servië maakte in die tijd deel uit van het Ottomaanse Rijk. Deze revolutie resulteerde uiteindelijk in erkenning van Servië als onafhankelijke staat door de Ottomaanse machthebbers, formeel in 1817, maar in de praktijk pas vanaf 1830.
De feestdag werd ingevoerd in 1835 en weer afgeschaft in 1918 bij de fusie van Servië, Kroatië en Slovenië, als het Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. In 2002 werd de feestdag opnieuw ingevoerd.
De vlag
Vlag van Servië (2011-heden)
De vlag van Servië is een horizontale driekleur in rood-blauw-wit met het staatswapen iets links van het midden daaroverheen.
Het Servië zoals we het nu kennen, ontstaat op 3 juni 2006, het moment waarop Montenegro, de laatste satellietstaat uit het vroegere Joegoslavië, uit het verbond met Servië treedt, na een referendum over onafhankelijkheid. Op 5 juni roept het Servische parlement het land officieel uit tot ‘opvolger’ van Joegoslavië en de Unie van Staten (het landenverbond van Servië en Montenegro, 2003-2006).
De vlaggen van zowel Servië als Montenegro waren in de periode 1993-2004 grotendeels gelijk: drie horizontale banen rood, blauw en wit. Het verschil zat ‘m in de lengte van Montenegro’s vlag: lang en smal, plus een lichtere kleur blauw.
Links: Vlag van Servië (1992-2004) / Rechts: Vlag van Montenegro (1993-2004)
Als eenheidsstaat van Servië en Montenegro samen (de Unie van Staten) werd de Joegoslavische vlag gebruikt (maar nu zonder rode ster), een horizontale driekleur in blauw, wit en rood.
Links: Vlag van Joegoslavië (1946-1992) / Rechts: Vlag van de Unie van Staten (Servië en Montenegro) (2003-2006)
Vooruitlopend op de scheiding van de twee landen (in 2006), koos Montenegro in 2004 voor een iets aangepaste versie van zijn vlag uit de laat 19e eeuw, met een dubbelhoofdige adelaar.
Vlag Montenegro (2004-heden)
Servië houdt het bij zijn rood-blauw-witte driekleur voor burgergebruik, maar voor staatsgebruik wordt het staatswapen op de vlag geplaatst, iets dichter bij de broekingszijde dan de vlucht. In de praktijk wordt de ‘staatsversie’ echter ook volop door de bevolking zelf gebruikt. De driekleur wordt in verschillende verschijningsvormen (zoals koninklijk wapen en socialistische rode ster) al gebruikt sinds 1835.
Links: Vlag van Servië (2004-2011) / Vlag van Servië (2011-heden) (Zoek de verschillen!)
Het wapen op de vlag verschilt iets van de versie die gebruikt werd tussen 2004 en 2011 (dit was hetzelfde wapen zoals in gebruik in het koninkrijk Servië, tussen 1882 en 1918).
Kroon
Dat het wapen compleet met koninklijke kroon opnieuw is ingevoerd, wekt wellicht verbazing in een republiek, maar een gekroond wapen kan naast koninklijk gebruik ook staan voor de soevereiniteit van een land, en dat is hier aan de orde. (Hetzelfde zien we bijvoorbeeld terug bij de vlag van de oudste republiek ter wereld, San Marino).
De nieuwe, iets gestileerdere versie van het wapen werd ontworpen door professor Ljubodrag Grujić, en is in gebruik sinds 2011.
De stad had op dat moment zo’n 12.000 inwoners (momenteel ruim 1,6 miljoen voor de stad zelf en een dikke vier miljoen voor de agglomeratie).
Welkomstbord Phoenix aan de stadsgrens in mei 1945 (publiek domein)
Lang voordat Amerika werd ‘ontdekt’, woonden op de plek waar nu Phoenix ligt, verschillende Indianen-stammen. Geschat wordt dat ongeveer vanaf het begin van onze jaartelling de Hohokam hier woonden. Gedurende honderden jaren, tot rond de 14e eeuw, hadden zij een bloeiende civilisatie. Ze legden ruim 200 km aan irrigatiekanalen aan, waarvan sommige nu nog de basis vormen voor hedendaagse irrigatiewerken, zoals het Arizona Canal.
Phoenix in 1885 (Bird’s Eye View of Phoenix, Maricopa Co., sketched by C.J. Dyer, W. Byrnes, Litho. Schmidt, Label & Litho. Co.)
Totdat in deze streek de blanke overheersing de overhand kreeg, midden 19e eeuw, waren het o.a. de Pima Indianen die de streek bevolkten. In 1867 werd de basis gelegd voor de nieuwe stad, op de plek waar eens de Indianenstammen leefden.
Jack Swilling (1830-1878)
Jack Swilling, een Zuidelijke veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog, settelde zich hier als boer, waarna zich snel een gemeenschap vormde.
“Lord” Phillip Darrell Duppa (1832-1892)
Een van de originele kolonisten, Lord Darrell Duppa, stelde de naam Phoenix voor, “omdat een stad op de ruïnes van een oude civilisatie werd gebouwd”. De naam werd door het county-bestuur goedgekeurd op 4 mei 1868.
De vlag is paars, met het stadslogo, een in cirkelvorm gestileerde witte phoenix, in het midden. De phoenix, waar de stad naar vernoemd is, is de mythologische vogel die door vuur verteerd wordt en daarna uit zijn as herrijst. De vlammen worden in de gestileerde afbeelding gesuggereerd door de in halve cirkels naar boven wijzende vleugelpennen. In Oud-Grieks betekent phoenix “paars” en daarmee hebben we de keuze voor de kleur van de vlag.
Toen er in 1987 besloten werd een nieuw stadslogo in te voeren, werd er een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Die werd gewonnen door het ontwerpbureau Smit, Ghomlely & Sanft. Dit logo beviel zo goed dat besloten werd het ook op een vlag te plaatsen. Vanaf 1990 vervangt deze logo-vlag de oude van 1921. (Het copyright en handelsmerk van het logo zijn nog steeds eigendom van het ontwerpbureau).
De huidige vlag van Phoenix is niet de eerste. Van 1921 tot 1990 voerde de stad een vlag met een blauw veld met een in een zonnecirkel geplaatste grijze phoenix met uitgestrekte vleugels, daaronder op een in drieën gedeelde banderol in gouden letters City of Phoenix Arizona.
Vlag van Phoenix, 1921-1990
In 2004 hield vlaggenorganisatie NAVA een onderzoek naar de populariteit van Amerikaanse stadsvlaggen. Phoenix kwam hierbij als 4e uit de bus.
Oregon was op 14 februari 1859 de 33e staat die werd toegelaten tot de alsmaar groeiende Verenigde Staten van Amerika. Vanaf 1847 stond het gebied al onder controle van de federale overheid onder de naam Oregon Territory. In de aanloop naar statehood was er in 1857 een staatszegel ontworpen. Het is dit zegel dat we op de vlag terugzien.
De vlag van Oregon is een bijzondere: het is de enige statenvlag die een voor- en achterzijde heeft die van elkaar verschillen. De enige andere vlag met een verschillende voor- en achterzijde is de vlag van Paraguay.
Vlag van Oregon – voorzijde (1925-heden)
De voorzijde van de vlag vertoont het staatszegel in goud op een donkerblauw veld. In kapitale letters daarboven de tekst State of Oregon en eronder het jaartal 1859, het jaar van toetreding tot de V.S. Het zegel is enigszins hartvormig. Middenin zien we een door twee ossen getrokken huifkar, een zogenaamde Conestoga wagon, een wat groter model dan de standaard huifkar.
Links: Eerste versie van het staatszegel van Oregon uit 1876 / Rechts: Huidige versie van het staatszegel van Oregon
Rondom dit vervoermiddel zien we in het landschap bossen, bergen, een ondergaande zon, een ploeg, een korenschoof en een pikhouweel. In de linkerbovenhoek zien we twee schepen: een uitvarend Engels marineschip en een binnenvarend Amerikaans schip. Onder de huifkar een banier met de tekst The union: deze tekst refereert aan het staatsmotto ten tijde van de introductie van de vlag in 1925. Bovenop het zegel is een Amerikaanse zeearend geplaatst met de vleugels beschermend gespreid. Rondom het zegel 33 sterren, het aantal staten van de V.S. na toetreding van Oregon.
Vlag van Oregon – achterzijde (1925-heden)
De achterzijde van de vlag laat een bever op een boomstronk zien, uitgevoerd in goud, op hetzelfde donkerblauw van de voorzijde. De bever is state animal sinds 1969.
Oregon was er niet bepaald snel bij met z’n vlag. Toen gouverneur Walter Pierce op 26 februari 1925 Senate Bill 195 tekende, waarmee een statenvlag werd geïntroduceerd, was de staat de laatste van de (toen) 48 staten. Directe aanleiding voor de introductie was de viering van de 150-jarige herdenking van de Slag bij Lexington (19 april 1775), die groots gevierd zou worden in Washington, D.C., met o.a. een parade van alle statenvlaggen. Naaisters Blanche Cox en Marjorie Kennedy naaiden het eerste exemplaar.
Foto uit 1925 met het eerste exemplaar van de vlag van Oregon (publiek domein)
De vlag van Oregon is vanwege zijn tweezijdigheid een uitermate dure vlag om te produceren en los van officiële instanties is de vlag meestal eenzijdig uitgevoerd te zien met het staatszegel op voor- én achterzijde. De officiële, dubbel uitgevoerde versie maakt de vlag ook erg zwaar en er moet dus een behoorlijke bries staan om de vlag te laten wapperen.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Oregon op de niet bijster hoge 62e plaats.
Kaart van Oregon in 1846, één jaar voordat het een Amerikaans territorium werd, dertien later zou het de 33e staat worden (New Universal Atlas – Samuel Augustus Mitchell, 1846, H.N. Burroughs, Pennsylvania)
Pogingen om tot een nieuwe vlag te komen
Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat er al jaren plannen zijn om de vlag te veranderen: niet alleen eenzijdig uitgevoerd, maar ook iets aansprekender. De meeste statenvlaggen met staatszegel erop (en dat zijn er nogal wat in de V.S.) scoren niet erg hoog bij vlaggenliefhebbers. Dagblad The Oregonian organiseerde in 2009 een wedstrijd om een nieuwe statenvlag te ontwerpen.
De krant publiceerde 10 ontwerpen die als kanshebbers werden gezien. Uit deze 10 konden de lezers kiezen. Er kwamen echter veel verzoeken binnen voor een 11e keus: GEEN VAN ALLEN. Van de 9.008 stemmen waren er 1.849 voor die 11e keus en daarmee won het de wedstrijd. Als die 11e keus er niet was geweest, had keuze nr.7 op de lijst gewonnen, hier kwamen 1.791 stemmen voor binnen. Dit ontwerp toont de bever van de achterkant van de huidige vlag met een ster aan de broekingszijde op een blauw veld, zowel boven als onder voorzien van groen-witte balken.
Ontwerp van Randall Gray uit 2009, dat van de shortlist de meeste stemmen kreeg, maar toch niet won…
Ok een poging uit 2013, voorgelegd aan de Senaat, om de vlag op onderdelen te wijzigen, opnieuw met de bever in de hoofdrol. maar ook dit voorstel haalde het niet.
Oregon vlagvoorstel uit 2013, een ontwerp van Matthew Norquist
Een opmerkelijke ‘bijvangst’ tijdens deze pogingen om de vlag te veranderen, was het terugvinden van de eerste vlag uit 1925. Algemeen werd aangenomen dat deze vlag verloren was gegaan bij de brand die het Oregon State Capitol in 1935 verwoestte. Onverwacht dook de vlag op, ingelijst en wel, in een trappenhuis in de Pierce Library in de Eastern Oregon University in La Grande. Kennelijk was iedereen vergeten dat de kleinzoon van gouverneur Walter Pierce de vlag in 1954 aan de bibliotheek had geschonken, toen deze naar zijn opa werd vernoemd.
Toetje
Als toetje de overige 9 ontwerpen van de wedstrijd van The Oregonian:
V.l.n.r.: Ontwerpen van Karen L. Anzinger (1.566 stemmen), Lorraine Bushek (1.019) stemmen, Douglas Lynch (777 stemmen)V.l.n.r.: Ontwerpen van Gerald H. Black (665 stemmen), Eddy Lyons (455 stemmen), Thomas Lincoln (376 stemmen)V.l.n.r.: Ontwerpen van Jaymes Walker (238 stemmen), T.J. Borzner (157 stemmen), John Mothershead (115 stemmen)
53 jaar na Oregon werd op 14 februari 1912 Arizona als 48e staat toegelaten tot de Verenigde Staten van Amerika. De toelating kwam slechts 39 dagen na die van de oostelijke buurstaat New Mexico.
De vlag is horizontaal in tweeën gedeeld, de onderste helft is donkerblauw, de bovenste helft rood. Op de bovenste helft zijn zes vanuit het middelpunt van de kleuren-scheidslijn uitwaaierende gouden (of gele) zonnestralen afgebeeld. Een grote vijfpuntige ster in koperkleur is in het midden van de vlag geplaatst, deels over het snijpunt van de stralen.
Utah (toegelaten in 1896) was de laatste staat die een staatszegel-vlag invoerde, in 1912. De laatste vijf staten (Oklahoma, New Mexico, Arizona, Alaska en Hawaii) kozen andere ontwerpen.
De vlag van Arizona is een ontwerp van kolonel Charles W. Harris, generaal-adjudant in de Arizona National Guard en Nan Hayden, de vrouw van congreslid Carl Hayden. Wat de kleuren betreft, lieten ze zich leiden door de geschiedenis: rond 1540 arriveerde een expeditie van Spaanse conquistadores, onder leiding van Vásquez de Coronado in het gebied wat nu Arizona is, op zoek naar de legendarische Zeven Steden van Cibola. De kleuren die zij voerden waren rood en goud.
Links: Charles Wilfred Harris (1879-1949), ontwerper van de vlag van Arizona, foto uit 1918 (publiek domein) / Rechts: Nan Hayden (1877-1961), die het eerste exemplaar van de vlag naaide (publiek domein)
Het goud kon ook gelinkt worden aan de zon, die immer uitbundig schijnt in Arizona. Het blauw staat voor trouw. De koperkleurige ster herinnert aan de enorme kopervoorraden in de staat. Nan Hayden naaide het eerste exemplaar van de vlag en op 17 februari 1917 werd hij officieel aangenomen door de Arizona State Legislature.
De vlag die vandaag wappert bestaat eigenlijk niet. Vlagblog heeft ‘m speciaal laten maken, om het medium radio te vieren. Het is namelijk World Radio Day, de Wereld Radio-dag.
World Radio Day is betrekkelijk nieuw. Op initiatief van Spanje heeft de Verenigde Naties de dag voor het eerst gevierd in 2012. Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, voert de regie. Vandaag zijn we dus toe aan de 14e editie, die als thema Radio and Artificial Intelligence heeft meegekregen. De editie van dit jaar onderzoekt de relatie tussen kunstmatige intelligentie en radioproductie en -distributie en het vertrouwen van het publiek in de omroepwereld.
Poster voor Wereld Radio-dag
Unesco roemt het medium radio omdat je met betrekkelijk weinig spullen veel mensen kunt bereiken. Mensen die afgelegen wonen, weinig geld hebben, of om een andere reden ‘een afstand’ hebben, kun je via de radio toch bij de maatschappij betrekken. Door naar anderen te luisteren of door mee te praten -via de radio- leer je andere denkbeelden kennen en sta je midden in de wereld, is het idee.
World Radio Day is elk jaar op 13 februari, omdat op die datum in 1946 United Nations Radio is opgericht, de radiodivisie van de Verenigde Naties.
Ook tijdens de corona-epidemie bewees radio wereldwijd onmisbaar te zijn. Zo kan in sommige landen onderwijs via radio doorgang vinden bij schoolsluiting. Het propageert de basisregels hoe infecties te voorkomen zijn. Maar ook is radio een belangrijk instrument gebleken bij het tegengaan van nepnieuws.
-Lees verder onder de afbeelding-
Het thema van Wereld Radio-dag dit jaar is: Radio en AI
De vlag
Op de vlag die wappert bij Vlagblog staat het logo van World Radio Day In het logo is een microfoon herkenbaar. De kleur geel is willekeurig gekozen door Vlagblog, omdat Unesco de kleur voor zijn World Radio Day geregeld aanpast.