Roemenië is als land in stukjes en beetjes bij elkaar gekomen. De twee vorstendommen Walachije en Moldavië slaagden erin om in 1859 verregaande autonomie te krijgen van het Ottomaanse Rijk. Op 24 januari 1862 verenigden de beide territoria zich onder de naam Verenigde Roemeense Vorstendommen, of kortweg Roemenië.
Carol I (publiek domein)
In 1877 verklaarde het land zich onafhankelijk en in 1881 werd het een constitutionele monarchie met als koning de Duitse prins Karl von Hohenzollern-Sigmaringen, die onder de naam Carol I zou regeren.
Walachije, Moldavië en Transsylvanië
In 1918 voegde Transsylvanië zich bij Roemenië, na de ondergang van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Ook het oostelijk gelegen Bessarabië sloot zich aan, daarmee Groot-Roemenië vormend.
In 1940 werden Bessarabië en het oosten van Moldavië ingelijfd door de Sovjet-Unie en werd daarmee de Moldavische Socialistische Sovjet Republiek. Dit gebied werd net als andere sovjetrepublieken in 1991 onafhankelijk en staat nu bekend als de Republiek Moldavië.
Maar we dwalen af. De dag van vandaag, 24 januari, herinnert dus aan het samenkomen van Walachije en Moldavië in 1862. In 2014 werd besloten dat dit vanaf 2015 voortaan een officiële feestdag zou zijn. Een dagje vrij voor de Roemenen dus.
De vlag
Vlag van Roemenië (1866-1947 / 1989-heden)
De Roemeense vlag is een verticale driekleur in blauw, geel en rood. Om iets preciezer te zijn is dat officieel gespecificeerd als kobaltblauw (ultramarijn), chroomgeel en vermiljoen. De vlag wordt aangeduid als de Tricolorul (Driekleur). De kleuren vormen een combinatie van die van Walachije (blauw en geel) en het 19e-eeuwse Moldavië (blauw en rood).
De horizontale versies van de Roemeense vlag: 1859-1862 (links) en 1862-1866 (rechts)
Van 1859 tot 1862 was de vlag horizontaal, met de volgorde blauw, geel en rood. Van 1862 tot 1866 werden de kleuren omgedraaid naar rood, geel en blauw. Daarna werd vlag gekanteld tot een verticale driekleur met de huidige kleurenvolgorde.
Bij het uitroepen van de communistische volksrepubliek op 30 december 1947, werd het nieuwe, socialistische staatswapen vanaf 1948 in het midden van de gele baan geplaatst. Tussen 1948 en 1989 werd het wapen nog twee keer licht gewijzigd (in 1952 en 1965), waardoor er drie versies van de Roemeense communistische vlag zijn geweest.
Links: 3e versie van de Roemeense vlag in communistische tijd (1965-1989) / Rechts: Vlag van de Roemeense Revolutie (1989), met een gat waar voorheen het staatswapen zat
Tijdens de anti-communistische omwenteling van 1989, die begon in Timișoara, werd de vlag onderdeel van de protesten, waarbij het staatswapen uit de vlag werd geknipt, en het dus een vlag met een rond gat werd.
Na de val van het communisme keerde de vlag van voor 1947 definitief terug, dus zonder wapen.
Pitcairn, in de Stille Oceaan, is het enige bewoonde eiland van de vijf Pitcairneilanden. De andere eilanden zijn Henderson, Ducie, Oeno en Sandy. De laatste twee zijn de boven de zeespiegel uitstekende delen van een en hetzelfde atol.
Ondanks dat Pitcairn maar 5 km² groot is, geniet het toch een behoorlijke bekendheid, omdat de bewoners afstammen van de muiters van de HMAV Bounty. De muiterij op de Bounty vond plaats op 25 april 1789 na Tahiti te hebben aangedaan. Negentien man, waaronder de van tirannie beschuldigd kapitein Bligh werden midden op de oceaan overboord gezet in een sloep. De muiters keerden terug naar Tahiti.
De muiterij op een postzegel uit 2014
Dankzij het zeemanschap van Bligh bereikte de sloep met de bemanning meer dood dan levend op 14 juni de Nederlandse kolonie Timor. Via Batavia (nu Jakarta) reisde Bligh vervolgens terug naar het Verenigd Koninkrijk.
Na verslag uitgebracht te hebben aan de admiraliteit, werd de HMS Pandora er op uitgestuurd om de muiters te gaan zoeken. Toen de Pandora in maart 1791 bij Tahiti aankwam, bleken zich daar 14 van de muiters te bevinden. Zij werden gevangen genomen. De overige muiters en enige Tahitiaanse mannen en vrouwen bleken ruim één jaar eerder met de Bounty vertrokken te zijn.
De Pandora zette zijn zoektocht voort in de Stille Oceaan. Op geen enkel eiland was een spoor van de overige muiters. Ze werden nooit gevonden. Pas in 1808 bleek waar ze waren gebleven, toen het Amerikaanse schip de Topaz Pitcairn herontdekte. Het eiland dat ten tijde van de muiterij al bekend was, bleek verkeerd op de zeekaarten te staan. De enige muiter die nog in leven was, was John Adams, maar dankzij geboortes was er een kleine gemeenschap ontstaan.
HMS Blossom op een postzegel van 1988
Toen de HMS Blossom Pitcairn in 1825 aandeed, was muiter John Adams nog steeds in leven en deed zijn verhaal tegenover de kapitein, waaruit bleek dat na aankomst op Pitcairn de Bounty 23 januari 1790 in brand was gestoken, om ontdekking door de autoriteiten te voorkomen. Adams kreeg amnestie op zijn oude dag.
Pitcairn, de noordkust met zicht op Adamstown (screenshot uit een mini-documentaire van Tony Probst)
Op 30 november 1838 werd Pitcairn een Britse kolonie, de overige eilanden werden in 1902 geannexeerd en vormden daarmee als groep de Pitcairneilanden. Heden ten dage bestaat de gehele bevolking uit zo’n 50 inwoners, die in de enige plaats op Pitcairn wonen: Adamstown (uiteraard tevens de hoofdstad).
Pitcairn, de zuidkust (screenshot uit een mini-documentaire van Tony Probst)
Gouverneur van Pitcairn is sinds 8 augustus 2022 de Britse Iona Thomas, tevens is zij de Britse Hoge Commissaris voor Nieuw-Zeeland en gouverneur van Samoa. Vanwege de afgelegen ligging van Pitcairn, is de gouverneur zelden op het eiland en ze wordt dan ook vertegenwoordigd door een administrateur, (doorgaans) een eilandbewoner die de facto ook de eilandraad voorzit. Sinds december vorig jaar wordt deze functie als dubbelbaan uitgeoefend door Steve Townsend en Fiona Kilpatrick. Alsof dat nog niet genoeg is heeft Pitcairn ook nog een burgemeester: sinds 1 januari 2020 is dat Charlene Warren-Peu, de eerste vrouw in deze functie.
Foto uit 2020 van toenmalig waarnemend administrateur Nick Kennedy en de huidige burgemeester van de Pitcairneilanden Charlene Warren-Peu (1979), voor de eilandvlag, tevens zien we het anker van de HMAV Bounty, dat een plekje heeft gekregen voor de Public Hall (fotograaf onbekend)
Een leuk weetje is dat deze kleinste democratische gemeenschap ter wereld het homohuwelijk in 2015 invoerde, terwijl er momenteel geen homopaar te vinden is. Maar je kunt maar voorbereid zijn!
Bounty Day op een postzegel uit 1978
Zoals we eerder zagen herinnert de 23e januari aan het in brand steken van de Bounty. Het hele gebeuren wordt door de eilanders nagespeeld, inclusief het verbranden van (kleine) replica’s van het schip. Daarna wordt er gefeest.
Alleen het vaste bevoorradingsschip uit Nieuw-Zeeland, de MV Silver Supporter, doet Pitcairn ieder kwartaal aan.
De vlag
De vlag van Pitcairn is net als veel meer Britse overzeese territoria een zogenoemde blue ensign, een blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Op het uitwaaiende gedeelte is het wapen van Pitcairn afgebeeld.
Voorstel en ontwerp voor de vlag werden in december 1980 ingediend. Na goedkeuring door Koningin Elizabeth II in april 1984 werd de vlag voor het eerst gehesen in mei 1984, bij het bezoek van gouverneur Sir Richard Stratton.
Het wapen op de vlag is ouder dan de vlag zelf en dateert van 4 november 1969. Het groene vlak op het schild is Pitcairn, het blauw de hemel erboven. Op het groene vlak zijn verder afgebeeld het anker van de Bounty en de scheepsbijbel.
Het schild wordt gedekt door een helm in grijs met daarachter een naar beneden hangende krans van geel en groen. De helm is op zijn beurt eveneens gedekt, en wel met een Pitcairnse kruiwagen in grijs en bladeren (in groen) en bloesem (in geel en rood) van een locale strandpopulier (Thespesia populnea).
Het onbewoonde Oeno, een van de Pitcairneilanden (fotograaf onbekend)
Men zou kunnen denken dat deze dag refereert aan de recente onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991, maar dat is hier niet het geval. De dag herinnert aan de vereniging van de Oekraïense gebieden in 1919, vandaag dus 103 jaar geleden.
Wat nu Oekraïne is, was voor 1919 verdeeld in een deel dat bij het Russische Keizerrijk hoorde en de andere helft was onderdeel van het Keizerrijk Oostenrijk-Hongarije. Met de volksrevoluties in die tijd hielden beide keizerrijken op te bestaan.
Het deel dat voorheen onderdeel was van Oostenrijk-Hongarije werd de West-Oekraïense Nationale Republiek (1918) en het voormalige Russische deel werd de Oekraïense Volksrepubliek (1917).
Kaart van Oekraïne in 1919 (ansichtkaart uit 1919)
Op 22 januari 1919 gingen beide republieken samen, waarbij de zogenaamde Akte van Eenwording (Акт Злуки) werd getekend. De nieuwe staat heette de Oekraïense Staat.
Het duurde allemaal niet lang: het westelijke deel werd vanaf 1919 Pools en bleef dat tot 1939, het oostelijke deel werd in 1921 ingelijfd bij de Sovjet-Unie. Na de bezetting door Duitsland in de Tweede Wereldoorlog lijfde de Sovjet-Unie in 1944 de hele Oekraïne in.
Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Oekraïne op 24 augustus 1991 opnieuw een onafhankelijke staat, nu zonder het lidwoord ‘de’ voor de naam. Die onafhankelijke status was en is een doorn in het oog van de Russische president Poetin, die zijn leger opdracht gaf het land op 20 februari vorig jaar binnen te vallen, met het doel het te veroveren en de regering te vervangen door een marionetten-regime. Zoals we weten is dat niet gelukt. Dat neemt niet weg dat de soevereine staat Oekraïne een oorlog werd ingesleurd die nog steeds gaande is en inmiddels onnoemelijk menselijk en dierlijk leed heeft veroorzaakt, evenals verwoestingen op grote schaal.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Op 21 januari 2013 maakte premier Pauline Marois van Québec bekend dat de (Franstalige Canadese) provincie op deze datum een officiële Dag van de Vlag zou krijgen. Het is een dag waarop de toch al populaire vlag op nog meer plaatsen te zien is.
Een grote verzameling Québecse vlaggen in Montréal op de Jour du Drapeau (fotograaf onbekend)
Op scholen wordt aandacht besteed aan de geschiedenis van de vlag, er zijn speeches en ook de Québecse onafhankelijkheidsbeweging Mouvement souverainiste du Québec, laat van zich horen.
De vlag van Québec is blauw met een wit staand kruis dat de vlag in vier vakken verdeeld. In elk van de vakken een fleur-de-lys in wit.
Vlag van Québec (1948-heden)
Tot 1948 werd in Québec de Union Jack of Union Flag gebruikt. Hoewel er ooit eerdere pogingen waren ondernomen om tot een eigen vlag te komen, duurde het dus tot 1948 voordat hiertoe werd besloten. Eind 19e eeuw was er een ontwerp voor een Québecse versie van een blue ensign (met het provinciewapen op de vluchtzijde), maar die lijkt nooit gebruikt te zijn.
De blue ensign van Québec
In 1902 werd er door de abt Ephège Filiatreault een vlag ontworpen, de zogenaamde Drapeau de Carillon, die in feite de directe voorloper is van de huidige vlag.
Ook die vlag werd echter niet ingevoerd. Deze vlag heeft echter onmiddellijk na de aanname van de huidige vlag op 21 januari 1948 kortstondig vanaf het parlementsgebouw gewapperd, omdat de nieuwe vlag pas op 2 februari beschikbaar was.
Drapeau de Carillon
De vlag van Québec heeft een naam: Fleurdélisé. Hij is in vieren verdeeld door een wit kruis, afkomstig van de Franse koninklijke vlag. De vier fleur-de-lys op de blauwe velden lijken ook te verwijzen naar de vroegere Franse koningsvlag, maar dat is niet het geval. Deze zijn afkomstig van een vlag die gebruikt werd door een Frans-Canadese militie onder bevel van luitenant-generaal Louis-Joseph de Montcalm, bij de Slag van Carillon in 1758.
‘Victoires des troupes de Montcalm à Carillon’ door Henry Alexander Ogden (1854-1936), met rechts op de voorgrond Louis Joseph de Montcalm (Fort Ticonderoga Museum, New York / publiek domein)
Ruim 60 landen hebben een ‘dag van het leger’, en Laos is er één van. In dit geval wordt herdacht dat op 20 januari 1949 het land een onafhankelijk leger kreeg.
De Dag van het Leger wordt doorgaans gevierd met een militaire parade in de hoofdstad Vientiane (screenshot)
Laos, lang een Franse kolonie, werd in de Tweede Wereldoorlog bezet door Japan. Na de bevrijding kwamen de Fransen in eerste instantie terug, maar in 1949 werd het een monarchie. In 1953 werd de onafhankelijkheid officieel erkend. Helaas brak er een langdurige burgeroorlog uit. Uiteindelijk kwam daar in 1975 een einde aan toen de communistische partij Pathet Lao aan de macht kwam en de monarchie werd afgeschaft. Sinds die tijd heet het land officieel Democratische Volksrepubliek Laos.
De vlag
Vlag van Laos (1945-1946 / 1975-heden)
De vlag van Laos is een horizontale driekleur van rood-blauw-rood, waarbij de middelste blauwe baan even hoog is als de tweed rode samen. Midden op de blauwe baan staat een witte cirkel.
De vlag werd ingevoerd na de communistische overname in 1975, maar was al eerder kortstondig de nationale vlag geweest. Het was een ontwerp van Mahā Silā Vīravong en de vlag werd voor het eerst ingevoerd in 1945, na de Tweede Wereldoorlog. Laos was een Franse kolonie, maar net als het geval was met het door de Japanners bezette Nederlands-Indië (nu Indonesië), ontstond er een machtsvacuüm in Laos, na de overgave van de Japanse bezetters.
Het duurde enige tijd voordat de Fransen ‘orde op zaken’ hadden gesteld. Gedurende deze tijd (12 oktober 1945 tot en met 24 april 1946) werd Laos geleid door de Lao Issara (Vrij Laos), een anti Franse groepering. Met het herstel van de Franse macht verdween de vlag weer uit beeld werd de oude vlag weer ingevoerd.
De oude vlag van Laos vindt zijn oorsprong in die van een van de voorgangers van Laos: het koninkrijk Luang Prabang (1707-1893), dat samen met twee andere koninkrijken uiteindelijk in 1893 de Franse kolonie Laos zou vormen. De vlag van Luang Prabang was rood met een driekoppige olifant in wit, staand op een voetstuk met een koninklijke parasol boven de olifant. De witte olifant is eveneens een koninklijk symbool in Zuidoost-Azië, meer specifiek in Myanmar, Thailand en Laos.
Drie versies van dezelfde vlag, v.l.n.r. Vlag van het koninkrijk Luang Prabang (tot 1893) / Vlag van Laos als Franse kolonie (1893-1952) / Vlag van Laos (1952-1975)
De Fransen namen de vlag over in 1893, waarbij hij licht werd gewijzigd: het voetstuk kreeg een plattere vorm en vijf treden en de parasol kreeg negen lagen. In het kanton werd de Franse vlag, de tricolore afgebeeld. De volgende versie stamt uit 1952, het jaar waarin de monarchie werd ingevoerd. Het jaar daarop verkreeg Laos de onafhankelijkheid. Deze vlag was gelijk aan de vorige, minus de Franse vlag. In 1975, bij de invoering van de Democratische Volksrepubliek Laos, werd er teruggegrepen naar de vlag die kortstondig als vlag diende in de jaren 1945-1946.
De Mekongrivier (fotograaf onbekend)
Wat de symboliek betreft: de twee rode banen staan voor het vergoten bloed voor het vaderland, aan beide kanten van de rivier de Mekong, het blauw staat voor deze belangrijke rivier en voor voorspoed, terwijl de witte cirkel de eenheid belichaamt van Noord- en Zuid-Laos en tevens symbool is voor de volle maan die op de Mekong schijnt.
Kaapverdië, ook wel bekend onder de naam Kaapverdische Eilanden is een groep van tien eilanden en acht eilandjes voor de westkust van Afrika. De eilandstaat bestaat uit twee geografische regio’s: de noordelijke of bovenwindse eilanden en de zuidelijke of benedenwindse eilanden.
De 20e januari is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat op die datum in 1973 Amílcar Cabral werd vermoord in Conakry, de hoofdstad van Guinee.
Affiche voor de feestdag met het portret van Amílcar Cabral (publiek domein)
Cabral was een voorvechter van onafhankelijkheid van Kaapverdië en Guinee-Bissau, beide Portugese kolonies toen. Cabral, was geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën. Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.
Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers. In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.
Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau (publiek domein)
Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek met Aristides Pereira als eerste president van Kaapverdië.
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)
De vlag
Vlag van Kaapverdië (1992-heden)
De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)
Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.
Eerste vlag
Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)
Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.
Het nieuws uit Oekraïne werd de afgelopen week beheerst door een Russische Kh-22-raketaanval op de stad Dnipro. De raket raakte een flat van negen verdiepingen, waardoor een compleet segment werd weggeslagen.
Hulpdiensten bij de getroffen woonflat (screenshot)
Het dodental was niet onmiddellijk duidelijk, het liep de afgelopen dagen zoals te vrezen was, steeds verder op.
Het flatgebouw werd door de inslag in tweeën gesplitst (screenshot)
Er wordt nu uitgegaan van minimaal 40 doden, 34 mensen worden nog vermist, het aantal gewonden is circa 75.
De inslag eiste zeker 40 levens (screenshot)
Volgens burgemeester Borys Filatov is het onwaarschijnlijk dat er nog levenden onder het puin worden gevonden.
De Russische Kh-22-raket is een zeer onnauwkeurig wapen en Oekraïne heeft niet de middelen om dit projectiel uit de lucht te schieten, aldus de Oekraïense procureur-generaal Andriy Kostin.
Puinhopen na de inslag (screenshot)
Zoals we inmiddels gewend zijn, ontkende het Kremlin afgelopen maandag er iets mee te maken te hebben.
Een gewonde vrouw wordt gered uit haar flat (screenshot)
Tijdens zijn videotoespraak een dag daarvoor, schakelde de Oekraïense president Zelensky op een gegeven moment over op het Russisch en wendde zich daarbij rechtstreeks tot het Russische volk dat hij verweet “dat ze het zelfs nu nog niet in zich hebben om met enkele woorden deze terreur te veroordelen”.
President Volodymyr Zelensky tijdens zijn videotoespraak van zondag 15 januari (screenshot)
Hij voegde eraan toe: “Jullie lafhartige stilte, jullie pogingen om gewoon ‘af te wachten’, zullen erop uit draaien dat op een dag deze terroristen zich ook op jullie zullen richten”.
Kiev – Helikopterongeluk
Alsof dat allemaal nog niet genoeg was: in de hoofdstad Kiev stortte er gisterochtend een helikopter neer, waarbij 14 mensen omkwamen. Vooralsnog lijkt de crash een ongeluk.
Amateurbeeld van net na de helicoptercrash (screenshot)
Onder de doden was de minister van Binnenlandse Zaken, Denys Monastyrsky, net als zijn onderminister Yevhen Yenin en staatssecretaris Yurii Lubkovich.
Een deel van een rotorblad landde op de straat (screenshot)
De helikopter, die onderweg was naar Charkov, kwam neer in de oostelijke buitenwijk Brovary, vlak naast een kleuterschool, net op het moment dat veel ouders hun kinderen naar school brachten.
Locatie van de helicoptercrash in BrovaryDe crashsite voor de kleuterschool (screenshot)
Naast de doden (waaronder één kind) vielen er 25 gewonden, 11 daarvan kinderen.
Minister Denys Monastyrsky was een van de langst dienende adviseurs van president Zelensky. Politiechef Ihor Klymenko zal de minister tijdelijk vervangen.
Hoewel het dus om een ongeluk lijkt te gaan, is de algemene teneur toch dat de door de Russen opgedrongen oorlog uiteindelijk de oorzaak van de crash was. Personen op belangrijke posities worden, als ze per helikopter reizen, niet hoger dan op ‘boomhoogte’ vervoerd. Gisterochtend was het mistig in Kiev en aangezien in dat deel van de stad de elektriciteit was uitgevallen, waren gebouwen of slecht of helemaal niet verlicht.
Andrey Medvedev
Ander opvallend nieuws was de illegale oversteek van een soldaat van de Russische Wagner-groep, vanuit Rusland naar Noorwegen. Andrey Medvedev (26) had zich vorig jaar juli bij dit wrede Russische huurlingenleger aangesloten voor een periode van vier maanden in Oekraïne, maar deserteerde in november, omdat hij te horen had gekregen dat zijn contract voor onbepaalde tijd zou worden verlengd.
Andrey Medvedev, hier op een foto genomen tijdens zijn tijd bij de Wagner-groep (fotograaf onbekend)
Het was niet de enige reden voor zijn desertie: in zijn tijd bij de Wagner-groep was hij volgens eigen zeggen getuige van een hele reeks mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden, waaronder het executeren van deserteurs. Hij ging ondergronds, wist de grens met Rusland over te steken en belandde uiteindelijk in het aan Scandinavië grenzende deel van Rusland.
Medvedev stak vrijdag 13 januari jl. de 198 km lange Russisch-Noorse grens over en werd aangehouden door de Noorse grensbewaking. Eenmaal in Noorse handen vroeg hij asiel aan.
Ten oosten van de Noorse stad Kirkenes bevindt zich de 198 km lange grens met Rusland (publiek domein)
Inmiddels is Medvedev in de Noorse hoofdstad Oslo aangekomen en hoewel Noorwegen in eerste instantie geen officiële mededelingen over zijn identiteit vrijgaf, bevestigde de Russische mensenrechtenorganisatie Gulagu.net zijn identiteit (ze hielpen hem ook bij zijn ontsnapping). Medvedev heeft aangegeven dat hij zijn kennis van en over de Wagner-groep de komende weken wil delen met instanties die onderzoek doen naar Russische oorlogsmisdaden.
Zwaardere middelen
Om Oekraïne in staat te stellen zich beter te verdedigen tegen raketaanvallen, zoals afgelopen zaterdag op Dnipro, waarbij een Russische Kh-22 werd gebruikt, zullen er Patriot-luchtafweer-installaties geleverd gaan worden.
Premier Mark Rutte bij zijn bezoek aan de Amerikaanse president Joe Biden in The Oval Office op 17 januari (screenshot)
Tijdens zijn bezoek aan de Amerikaanse president Biden, afgelopen dinsdag, liet premier Rutte weten mee te doen aan een gezamenlijke Patriot-missie , samen met Duitsland en de Verenigde Staten.
Het afschieten van een Patriotraket (screenshot)
De Patriot wordt algemeen als het beste luchtafweersysteem ter wereld gezien. Patriots kunnen meerdere doelen tegelijk identificeren tot op een afstand van 150 km en gaan op hun doel af met een snelheid van 5.000 km per uur. Het systeem kan met maximaal 96 raketten uitgerust worden en is uitermate geschikt voor het onderscheppen van snel vliegende ballistische projectielen, zoals de Kh-22. Maar het is even goed te gebruiken voor helikopters, vliegtuigen en drones. Toch zullen ze niet snel gebruikt worden om de relatief goedkope drones uit te lucht te schieten, want het kost nogal wat: aan iedere Patriot-raket hangt een prijskaartje van zo’n 4 miljoen euro.
De Canadese Senator 4×4 APC (screenshot)
En dat is niet het enige wapennieuws: Canada levert Oekraïne 200 Senator-pantservoertuigen. De Duitse bondskanselier Olaf Scholz is bereid Leopard gevechtstanks te leveren, maar alleen als de Verenigde Staten bereid zijn van hun kant Abrams-tanks te leveren. Wordt vervolgd dus.
Soledar
Was het vorige week nog onduidelijk of het zoutmijnstadje Soledar nu wel of niet was veroverd door de Russen, inmiddels lijkt het de eerder genoemde Wagner-groep gelukt de plaats in te nemen. Soledar ligt net ten noorden van het strategisch belangrijke Bachmoet. Zowel aan Russische als aan Oekraïense kant sneuvelden hierbij een groot aantal soldaten.
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
De Georgische Vlagdag herdenkt de invoering van de vlag op 14 januari 2004. Op die dag werd de ‘organieke wet van Georgië op de staatsvlag’ goedgekeurd.
Naast de vlag werden toen ook het staatswapen en het volkslied officieel ingevoerd. De Vlagdag werd in 2012 als officiële feestdag ingevoerd.
Vlagdag in Georgië (publiek domein)
De vlag
Vlag van Georgië (1008-1490 / 2014-heden)
De vlag bestaat uit een wit veld met een rood Sint-Joriskruis. In elk van de vier rechthoekige vlakken staat een rood kruis patté (een heraldisch kruis met armen die steeds breder worden).
Hoewel bronnen over de exacte geschiedenis schaars en niet altijd betrouwbaar zijn, wordt aangenomen dat de vlag in eerste instantie zónder de vier kruizen patté voorkwam. In dat geval was de vlag gelijk aan die van Engeland. Het Sint-Joriskruis vindt zijn oorsprong in de tijd van de Kruistochten en het kruis als symbool van Jeruzalem. De later toegevoegde kruizen patté verwijzen ook naar het Jeruzalem-kruis, maar lijken daar iets meer op qua vorm.
Georgië heeft in zijn complete geschiedenis zo’n 13 verschillende vlaggen gehad, maar het zou wat te ver voeren dat hier allemaal uit de doeken te doen. Maar zelfs de recente geschiedenis van het land levert de nodige variatie!
In zijn tijd als sovjet-republiek (1921-1990) had het land maar liefst vier verschillende vlaggen, waarbij de laatste, tussen 1951 en 1990 een variatie was van de nationale vlag van de Sovjet-Unie (net zoals alle andere deelrepublieken allemaal hun eigen variant hadden).
Georgië’s vlag als sovjet-republiek
Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie werd Georgië opnieuw een onafhankelijk land in 1990. Onder leiding van president Shevardnadze werd de vlag van vóór de communistische tijd weer ingevoerd. Deze vlag van de Democratische Republiek Georgië werd toen overigens maar kort gebruikt: van 1918 tot 1921.
Vlag van Georgië (1918-1921 / 1990-2004)
Een 2.0 voor de vlag van 1918 dus, maar ook die zou het niet lang uithouden. Na de herwonnen onafhankelijkheid was het in Georgië jarenlang onrustig vanwege afscheidingsproblemen van deelgebieden en politieke conflicten tussen verschillende partijen. Door de oppositiepartij Verenigde Nationale Beweging werd in manifestaties een vlag gebruikt die nóg verder teruggreep in de Georgische geschiedenis: de vlag van het Koninkrijk Georgië, in gebruik tussen 1008 en 1490.
Links: Edoeard Sjevarnadze (1928-2014) in 1997 (publiek domein) / Rechts Micheil Saakasjvili (1967) in 2008 (publiek domein)
Uiteindelijk werd deze vlag zo populair dat de Georgische orthodoxe kerk de herinvoering ervan steunde. In 1999 keurde het parlement de wijziging van de nationale vlag goed, maar president Sjevardnadze wees het wijzigingsvoorstel af. Het land bleef onrustig en dit leidde uiteindelijk tot een ‘fluwelen’ revolutie in 2003 (de zogenaamde Rozenrevolutie), waarbij Sjevardnadze het veld ruimde en de leider van de oppositie, Micheil Saakasjvili, president werd. Opnieuw kwam het vlagvoorstel in het parlement aan de orde en op 14 januari 2004 werd -opnieuw- groen licht gegeven. Op 25 januari daaropvolgend zette president Saakasjvili zijn handtekening onder de wet. Sindsdien heeft Georgië een nieuwe (maar eigenlijk oude) vlag.
De presidentiële vlag van Georgië is zeer recent: ze stamt uit 2020, de symbolen zijn echter al eeuwenoud. De vlag is vierkant met een brede rode rand, een dun gouden kader en daarbinnen aan iedere zijde elf zogenaamde ‘wolventanden’ in rood, die naar binnen wijzen. Het binnenveld is wit met daaroverheen het ‘kleine’ wapen van Georgië, dat uit 2004 stamt. Het toont Georgië’s beschermheilige, Sint Joris, gezeten op zijn paard, die de draak verslaat. De figuren zijn in zilver op een rood veld. De halo rond het hoofd van Sint Joris is in goud uitgevoerd. De huidige president van Georgië is Salome Zoerabisjvili. Ze trad aan op 18 december 2018.
Zowel de marine, landmacht, luchtmacht en Nationale Garde voeren eigen vlaggen en die zien we hieronder.
Links: Marine- en kustwachtvlag van Georgië / Rechts: Landmachtvlag van Georgië– Deze vlag lijkt op het eerste gezicht erg op die van Denemarken, maar de Scandinavische landen hebben hun (Scandinavische) kruizen wat meer naar de mastzijde gecentreerd, wel is de vlag exact hetzelfde als die van de Franse regio SavoieLinks: Luchtmachtvlag van Georgië / Rechts: Vlag van de Nationale Garde van Georgiê– Deze vlag lijkt op die van de Dominicaanse Republiek, maar dan met omgekeerde kleuren (en minus het staatswapen)
Deze Grondwetdag, een officiële feestdag in Mongolië, herinnert aan de 13e januari 1992. Op die dag werd er een nieuwe grondwet aangenomen. Eén maand later, op 12 februari werd-ie van kracht. In de wet werd vastgelegd dat Mongolië een respresentatieve democratie werd, waarbij o.a. godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, vrije verkiezingen en het recht op reizen gegarandeerd werden.
Deze grondwet was het directe gevolg van de vreedzaam verlopen revolutie van 1990, waarbij de Volksrepubliek Mongolië werd afgeschaft. Dat had dan weer alles te maken met het instorten van het communisme in de Sovjet-Unie en het daaropvolgende uiteenvallen van de deelrepublieken van het land. Tot die tijd was Mongolië naar sovjet-voorbeeld gemodelleerd.
De Mongoolse vlag is een verticale driekleur van gelijke banen in rood, blauw, rood. Op de rode baan aan de broekings- of mastzijde bevindt zich het Soyombo-symbool. De vlag werd aangenomen naar aanleiding van de nieuwe grondwet, maar op één detail na, is hij gelijk aan de vlag van de Volksrepubliek Mongolië, die van 1945 tot 1992 bestond. Dat ene detail betreft een communistische gele ster, boven het Soyombo-symbool.
Vlag van de Volksrepubliek Mongolië (1945-1992)
De rode kleur werd tot 1992 uitgelegd als kleur van de revolutie, nu als symbool voor voorspoed en liefde. Het blauw stond -en staat- voor de eeuwig blauwe hemel, het is tevens de traditionele kleur van Mongolië.
Soyombo-symbool
Het Soyombo-symbool (een zogenaamd ‘ideogram’) bestaat uit 10 symbolen, onder en naast elkaar. Op elkaar ‘gestapeld’ zien we van boven naar beneden: -vuur, symbool voor eeuwige groei, rijkdom en succes, de drie tongen van het vuur staan voor verleden, heden en toekomst; -zon, en tevens maan daaronder, staan voor het eeuwig bestaan van het Mongoolse rijk, net als de eeuwig blauwe lucht; -driehoek (tevens onderaan de ‘stapel’) stelt de punt van een pijl of speer voor, die staat voor de overwinning op binnen- en buitenlandse vijanden; -rechthoek (tevens een-na-laatste in de ‘stapel’) verleent stabiliteit aan het volgende symbool (waar het onder en boven staat), maar staat ook voor eerlijkheid en rechtvaardigheid van het Mongoolse volk, of ze nu hoog- of laaggeplaatst zijn en voor de eindeloze steppen; -taiji (ook wel yin en yang) staat voor het complementeren van tegenpolen of tegenstellingen, zoals man/vrouw, licht/duister, goed/kwaad, enzovoort; -de twee verticale rechthoeken aan beide zijden van de ‘stapel’ kunnen gezien worden als de muren van een fort, ze staan voor eenheid en kracht en verwijzen naar een Mongools spreekwoord, dat luidt: Een gemeenschappelijke vriendschap is sterker dan stenen muren.
Het lijkt erop dat de Wagnergroep, een beruchte Russische huurlingenorganisatie (geen onderdeel van het Russische leger), delen van de stad Soledar heeft ingenomen. Deze oorspronkelijk 11.000 inwoners tellende stad ligt zo’n 10 km ten noorden van de zwaar bevochten stad Bachmoet, die nog steeds in Oekraïense handen is.
Dit zou beeld moeten zijn van het binnentrekken van Soledad door de Wagnergroep, maar het korte filmpje is niet onafhankelijk te verifiëren (screenshot)
Of de verovering een feit is, is niet met zekerheid te zeggen. Het nieuws werd bekendgemaakt door Jevgeni Prigozjin, hoofd van de Wagnergroep en een persoonlijke vriend van de Russische president. Daarna bevestigden zowel het Britse ministerie van Defensie als de Amerikaanse denktank Institute for the Study of War het bericht. Dat wordt dan weer tegengesproken door Oekraïne. Volgens Hanna Maliar, vice-minister van Defensie, wordt er nog gevochten in de stad en houden de Oekraïeners nog stand.
Bachmoet
Mocht Soledad inderdaad zijn gevallen, dan ligt de weg naar het zwaar bevochten en strategisch gelegen Bachmoet open. Oekraïne heeft echter extra troepen naar de stad gestuurd en zal dus niet simpel in te nemen zijn. Het eerder genoemde Institute for the Study of War verwacht niet dat de stad op korte termijn door de Russen omsingeld zal worden.
Vergelding in Kramatorsk?
Als ‘antwoord’ op de Oekraïense drone-aanval op een geconfisqueerde school in Makijivka tijdens de jaarwisseling, waarbij waarschijnlijk honderden Russische soldaten omkwamen, nam het Russische leger de stad Kramatorsk onder vuur. De aanvallen waren gericht op de scholen 28 en 47, waar volgens Rusland 1.300 Oekraïense militairen waren gehuisvest. Bij de aanval zouden 600 Oekraïense soldaten zijn omgekomen, aldus het Kremlin.
Volgens woordvoerder Serhiy Cherevaty van het Oekraïense leger, is het slechts Russische propaganda en dus onwaar. Vergelijkingen van satellietbeelden van voor en na de Russische aanval lijken de Oekraïense lezing te bevestigen: de twee schoolgebouwen lijken niet ernstig beschadigd te zijn.
Inwoners van Kramatorsk kijken naar een inslagkrater na de Russische aanval (screenshot)
Transport Amerikaanse legervoertuigen naar Polen en Litouwen
Deze week is een grootscheeps transport van Amerikaanse legervoertuigen naar NAVO-partners Polen en Litouwen begonnen, om de oostgrens van de verdragsorganisatie te versterken. De gevechtsvoertuigen worden in de haven van Vlissingen aangevoerd en ontscheept en dat zal tot begin februari duren.
Een Bradley Infanterievoertuig (Bradley Fighting Vehicle) wordt ontscheept op een kade van Verbrugge Terminals in de haven Vlissingen (screenshot)
Aanleiding is de aflossing van een Amerikaanse landmachtbrigade, gelegerd in Polen en Litouwen, in dit geval de 2nd Brigade Combat Team, 1st Cavalry Division uit Fort Hood.
Aangevoerd worden onder meer 1.275 voertuigen, waaronder veel M-1 Abrams tanks en Bradley-infanterievoertuigen. Vanuit Vlissingen gaat het transport via het spoor, de weg en deels over water naar Oost-Europa. Soortgelijke operaties zijn al eerder via de Vlissingse haven uitgevoerd. De Amerikanen doen dit onder de naam Atlantic Resolve.
Kaartje waarop de operatie is weergegeven, gepubliceerd door de Gemeente Vlissingen
Gedurende deze operatie is de haven van Vlissingen aangewezen als Tijdelijk Militair Object. Alle Nederlandse legeronderdelen zijn betrokken bij de beveiliging en ondersteuning, in totaal 75 man. Het transport zelf wordt door de Amerikanen afgehandeld. De aanvoer van de Amerikaanse gevechtsvoertuigen is natuurlijk alleen indirect van belang voor wat het verloop van de strijd in Oekraïne, maar is in de eerste plaats bedoeld om de oostelijke NAVO-grens te versterken.
Uiteraard gaat er ook materieel naar Oekraïne zelf. Naast de Amerikaanse leveringen van o.a. HIMARS, stuurt Frankrijk lichte tanks naar Oekraïne, hoewel president Zelensky graag zou zien dat president Macron ook groen licht geeft voor zwaardere tanks. Daarnaast hoop Oekraïne ook op de krachtige Duitse Leopard-2-tank.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Vlaggen in hoofdstad Kiev (fotograaf onbekend)
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan. De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.