Dublin – Cath Átha Cliath / Battle of Dublin / Slag om Dublin (1922)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Tot aan 1921 was heel Ierland verenigd met Engeland, Schotland en Wales, onder de naam Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland.

Kaart van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, kaart uit 1793 van Robert Wilkinson (±1758-1825) (publiek domein)

In de 19e eeuw ontstond er in Ierland een stroming die zelfbestuur nastreefde. En hoewel dit lange tijd vanuit Londen niet op steun kon rekenen, veranderde dat in 1910, toen de liberalen in Engeland aan de macht kwamen.
Zodoende werd er in 1912 een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur (‘Home Rule’) kreeg, tot groot ongenoegen van het grotendeels protestante Ulster (Noord-Ierland).

Dame Street in Dublin in 1918 (Collectie National Library of Ireland)

Uiteindelijk gooide het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 roet in het eten en werd de invoering van het zelfbestuur voor onbepaalde tijd uitgesteld.
Na afloop van de wereldoorlog in 1918 werden er verkiezingen in Ierland gehouden, waarbij Sinn Féin de grootste partij werd. De partij streed voor zelfbestuur en de gekozen kandidaten weigerden zitting te nemen in het parlement in Londen en riepen zelf een parlement (Dáil Éireann) in het leven.

Burgers drommen samen op 8 juli 1921 voor Mansion House in Dublin, kort voor het beéindigen van de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog (Collectie national Library of Ireland)

Ierse Vrijstaat

Dit leidde tot de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog. Drie jaar later resulteerde dit tot het Anglo-Iers Verdrag van 6 december 1921 en het ontstaan van de zogenaamde Ierse Vrijstaat, waarbij de onafhankelijkheid van Ierland werd bekrachtigd, een status die te vergelijken viel met die van de dominions Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Net als die landen werd Ierland daarmee lid van het Britse Gemenebest, de Britse koning bleef het staatshoofd, met als zijn vertegenwoordiger een gouverneur-generaal.
Noord-Ierland bleef onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, een situatie die nu nog steeds bestaat.

Handtekeningen onder het Anglo-Iers Verdrag van 1921, voor Britse zijde links en Ierse zijde rechts: D. Lloyd George, Austen Chamberlain, Birkenhead (Frederick Edwin Smith, 1st Earl of Birkenhead), Winston S. Churchill, L. Worthington-Evans, Hamar Greenwood & Gordon Hewart (allen links) / Art Ó Griobhtha (= Arthur Griffin), Mícheál Ó Coileáin (= Michael Collins), Riobárd Bartún (= Robert Barton), E.S. Ó Dúgáin (= Eamonn Duggan) & Seórsa Ghabháin Uí Dhubhthaigh (= George Gavan Duffy) (allen rechts) (© Thpohl / publiek domein)

1922

De Slag om Dublin was een week van straatgevechten in Dublin, van 28 juni tot 5 juli 1922, die het begin markeerde van de Ierse Burgeroorlog. Het conflict vond plaats zes maanden nadat het Anglo-Iers Verdrag een einde had gemaakt aan de recente Ierse Onafhankelijkheidsoorlog, de strijd ging tussen de troepen van de nieuwe Voorlopige Regering en een deel van het Iers Republikeins Leger (IRA) dat zich tegen het verdrag verzette.

Deze ingekleurde foto toont soldaten van de Irish Free State tijdens straatgevechten in de buurt van O’Connell Bridge, begin juli 1922, de tekst op de poster luidt: “Easter week repeats itself – The IRA still defending the Republic” (publiek domein)

Ook het Irish Citizen Army raakte bij de strijd betrokken; zij steunden de IRA-fractie die tegen het verdrag was in de omgeving van O’Connell Street.

Het Four Courts-gebouw in Dublin tijdens de Slag om Dublin. Het gebouw was op 14 april 1922 ingenomen door troepen die zich tegen het Anglo-Iers Verdrag verzetten. Na op 28 en 29 juni te zijn bestookt door troepen van het Nationale Leger, vernietigde een enorme explosie van opgeslagen munitie op 30 juni het Public Records Office (en daarmee een groot deel van het Ierse culturele geheugen) (© Nationa Library of Ireland / publiek domein)

De gevechten begonnen met een aanval van troepen van de Voorlopige Regering op het Four Courts-gebouw en eindigden in een beslissende overwinning voor de Voorlopige Regering.

De New York Times bericht op 5 juli dat het einde van de onlusten nabij lijkt, met de kop: “Dublinse rebellen verliezen meer bolwerken, ineenstorting nabij” (© New York Times, 5 juli 1922)

Toen de gevechten in Dublin waren geluwd, had de regering van de Vrijstaat de Ierse hoofdstad stevig in handen en verspreidden de tegenstanders van het verdrag zich over het land. Bij arrestatieacties na de gevechten werden meer Republikeinen gevangengenomen en kwam Harry Boland, een vooraanstaand tegenstander van het verdrag, om het leven. Hij werd op 31 juli in Skerries doodgeschoten.
Vier van de Republikeinse leiders die in de Four Courts-gebouw gevangen waren genomen – Rory O’Connor, Liam Mellows, Joe McKelvey en Richard Barrett – werden later door de regering geëxecuteerd als represaille voor de moord op parlementslid Seán Hales door de tegenstanders van het verdrag.

1922/1923

De Slag om Dublin was vormde achteraf gezien het begin van de Ierse Burgeroorlog (1922-1923), een gewapend conflict tussen de voorstanders van het Anglo-Iers Verdrag, dat de basis had gevormd voor de Ierse Vrijstaat en de Republikeinse oppositie.
Het voornaamste punt van geschil betrof het feit dat de Ierse zelfstandigheid maar heel beperkt was, doordat de constitutionele binding met de Britse monarchie min of meer gehandhaafd bleef.
De burgeroorlog die uit deze onenigheid voortvloeide eiste in totaal mogelijk meer levens (426+) dan de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog van 1921. Het zorgde voor tientallen jaren van verbittering binnen de Ierse samenleving.
Nog steeds vormen de twee belangrijkste Ierse politieke partijen, Fianna Fáil en Fine Gael, een soort afspiegeling van de twee partijen die tijdens de Ierse Burgeroorlog van tegenover elkaar stonden.

1937

In 1937 nam de Ierse Vrijstaat een nieuwe grondwet aan en beschouwde Ierland zich zelf niet langer deel van het Gemenebest. Met het uitroepen van de republiek in 1949 werden ook de laatste banden met Londen verbroken en heet Ierland gewoon Ierland.

O’Connell Bridge en O’Connell Street in Dublin, 1949 (Collectie National Library of Ireland)

Luchtfoto van Dublin, met de River Liffey (© 瑞丽江的河水 / publiek domein)

Heel Ierland (minus Noord-Ierland) heeft ruim vijf miljoen inwoners, waarvan Groter Dublin er zo’n anderhalf miljoen heeft. De stad zelf komt op circa 600.000 inwoners.

De vlag

Vlag van Dublin (1885-heden)

De vlag van Dublin werd ingesteld in 1885 en is groen met een donkerblauw kanton dat een kwart van de vlag beslaat, waarop drie grijze kastelen met ieder drie brandende torens, twee boven en één onder.
Op de vlucht van de vlag een gouden harp met zilveren snaren, het symbool van Ierland.

Ook binnenin Mansion House is de vlag van Dublin te zien (screenshot)

De vlag wordt gebruikt door het stadsbestuur en is doorgaans te zien op Mansion House, de officiële residentie van de burgemeester van Dublin, bij het gemeentehuis en bij gemeentelijke instellingen.

Wapen van Dublin compleet met schildhouders en wapenspreuk “Obedientia Civium Urbis Felicitas” (“De gehoorzaamheid van de burgers brengt een gelukkige stad voort“)

De drie brandende kastelen vormen het wapen van Dublin, dat al meer dan 400 jaar in gebruik is.
De oorsprong is onbekend, maar er zijn talloze theorieën: de kastelen zouden wachttorens buiten de stadsmuren voorstellen, ook zou het
kasteel Dublin Castle kunnen representeren en wordt het drie keer herhaald vanwege de mystieke betekenis van het getal drie.

Het wapen van Dublin (hier zonder schildhouders) is nooit gestandaardiseerd, waardoor de drie brandende kastelen in allerlei variaties voorkomen

Ook is er een theorie dat de kastelen geen kastelen zijn, maar dat ze de poorten naar de oude Vikingstad Dyflin (9e eeuw) symboliseren.
Een andere mogelijkheid is dat de brandende kastelen symbool staan voor de bereidheid van de bewoners om de stad te beschermen tegen indringers.

De vier provincies van Ierland, met Leinster in het groen, het graafschap Dublin is aangegeven als Dub, de provincie Ulster (in het rood) is Noord-Ierland en behoort bij het Verenigd Koninkrijk, behalve Donegal (Don), dat tot de Ierse Republiek behoort (publiek domein)

De gouden harp is al eeuwenlang het symbool van zowel Ierland als van de provincie Leinster, een van de provincies van het land. De provincie omvat de graafschappen Dublin, Meath en Westmeath, Louth, Wicklow, Carlow, Wexford, Kilkenny, Laois. Offaly en Longford.

Vlag van de provincie Leinster

De vlag van Leinster (tevens het wapen) zien we hierboven. Ze is mosgroen met de bekende gouden harp met zilveren snaren en is waarschijnlijk al sinds de 17e eeuw in gebruik.
De harp is een oud Keltisch symbool, dat zeker teruggaat tot de Middeleeuwen.

Trinity College Harp

Voor de harp zoals afgebeeld op de vlaggen van Dublin en Leinster en ook op Ierse euromunten, diende een Middeleeuwse harp die heden ten dage in bezit is van het Trinity College in Dublin.

De harp in Trinity College, Dublin (© Jack Gavin / publiek domein)

De harp is de oudste van de drie nog bestaande Middeleeuwse harpen, de andere twee zijn de Queen Mary Harp en de Lamont Harp.
De Trinity College Harp dateert uit de 14e of 15e eeuw.
Deze zelfde harp werd ook gebruikt voor het beeldmerk van Guinness bier.

Links: De harp op een bierviltje van Guinness bier (publiek domein) / Rechts: De harp op een Ierse 2-euromunt (publiek domein)

Oekraïne – День Конституції / Dag van de Grondwet (1996)

Twee vlaggen vandaag, vlag 1:

Deze dag herdenkt het goedkeuren en ingaan van de Oekraïense grondwet op 28 juni 1996 door het Verkhovna Rada, het parlement van het land. Het is een één-kamer-parlement met 450 afgevaardigden.

Parlement Oekraïne
Verkhovna Rada, het parlementsgebouw (gebouwd tussen 1936-1938) in Kiev (© enacademic.com)

Hoewel het van meet af aan een officiële feestdag was, wordt het pas breed gedragen sinds de revolutie van 2014, waarbij president Viktor Janoekovytsj het veld moest ruimen.
Het is normaliter een dag met talloze politieke speeches, muziekoptredens, parades en vuurwerk. Vanwege de oorlog echter verkeert Oekraïne in een staat van beleg, waardoor de viering van de dag vooralsnog is opgeschort.

De dag gaat gepaard normaliter met vele vaderlandslievende afbeeldingen (publiek domein)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Vlag-incident in Turkije

Een opvallend incident deed zich voor op 5 mei 2023 tijdens het Congres van Economische Samenwerking in de Zwarte Zee in Ankara, Turkije.
Een lid van de Russische delegatie was kennelijk niet gediend van het tonen van de Oekraïense vlag met het staatswapen (terwijl Oekraïne toch echt aan de Zwarte Zee ligt).

De man loopt op de vlag af en rukt hem uit de handen van het Oekraïense delegatielid en loopt er vervolgens mee weg.

Het Oekraïense delegatielid lijkt een fractie van een seconde verbouwereerd en gaat dan razendsnel achter de Rus aan.

Hij haalt hem in en er ontstaat een worsteling waarbij beide heren aan de vlag trekken.

De Rus delft hierbij het onderspit.

Beveiliging snelt toe en de Rus laat de vlag los.

De Oekraïner wil nog achter de Rus aangaan (op de screenshots hierboven inmiddels buiten beeld), maar hij wordt door de beveiliging (“No fighting!”) tot kalmte gemaand.