De Engelse benaming Halloween of Hallowe’en komt van All Hallow’s Evening of All Hallow’s Eve, in het Nederlands Allerheiligenavond, de dag vóór Allerheiligen, 1 november.
De traditie gaat ver terug op Keltische oogstfeesten, met daaraan gekoppeld het geloof dat rond deze tijd de zielen van de doden terugkeerden naar hun huizen. De levenden deden er dan goed aan de doden gunstig te stemmen, door bijvoorbeeld aan tafel voor een extra gast te dekken of voedsel buiten te leggen.
Vanaf de 16e eeuw werd het op de Britse eilanden gebruik om verkleed langs de deuren te gaan, vervolgens een liedje te zingen of een gedicht op te zeggen in ruil voor voedsel. Het verkleden in spookachtige kostuums had als achterliggende gedachte de echte dode zielen voor zich in te nemen.
Vanaf de 19e eeuw raakt het feest ook ingeburgerd in de Verenigde Staten, door de komst van grote groepen Ierse en Schotse immigranten. Vanaf dat moment gaat het steeds meer op het Halloween lijken dat we nu nog kennen, inclusief de uitgeholde pompoen.
In eerste instantie is het vooral een feest voor kinderen die in enge kostuums langs de deuren gaan om daarmee iets lekkers te scoren, maar naarmate het feest steeds groter en commerciëler wordt, laten ook volwassenen zich niet onbetuigd met complete Halloween verkleedfeesten. Ook in Nederland is het feest inmiddels niet meer weg te denken.
Tussen 1535 en 1821 was het gebied wat we nu als Nevada kennen onderdeel van de het vice-koninkrijk Nieuw Spanje, een Spaanse kolonie. Dit gebied strekte zich uit van het huidige Costa Rica tot zo ongeveer het complete westen van de tegenwoordige Verenigde Staten. Na zijn onafhankelijkheidsoorlog kwam vrijwel het hele gebied in 1821 in handen van de nieuwe staat Mexico. Vanaf 1824 ging het hele noordelijke deel van dit gebied verder als Mexicaans territorium, onder de naam Alta California, wat bestond uit de huidige staten Californië, Nevada en Utah en delen van Arizona, Wyoming, Colorado en Nieuw-Mexico.
Vanaf de jaren veertig van de 19e eeuw begon de ‘Gold Rush’ na de vondst van goud in het noordwesten van Californië. Vele tienduizenden Amerikanen trokken westwaarts langs de zogenaamde California Trail, die door het noorden van Nevada liep.
“An encampment on the Humboldt River, 1859”, een tekening van Daniel A. Jenks (1827-1869), een kamp aan de oevers van de Humboldtrivier in westelijk Nevada, tijdens nadagen van de ‘Gold Rush’(publiek domein)
Ten oosten van wat nu Nevada is was er ook activiteit: in 1847 vestigden zich bij het Grote Zoutmeer (Salt Lake) mormoonse pioniers.
Na de Mexicaans-Amerikaanse oorlog (1846-1848), waarbij Mexico de verliezende partij was, kwam vrijwel heel Alta California, waaronder Nevada, in Amerikaanse handen. De mormonen hadden ondertussen niet stil gezeten en in 1849 startten zij het proces om hun staat Deseret als Amerikaanse staat te laten erkennen. Uiteindelijk werd er in 1850 in Washington besloten van het gebied een territorium te maken, niet onder de naam Deseret, maar als Utah, naar de lokale Ute-indianenstam. Op 9 september dat jaar, de dag waarop Californië als 31e staat tot de V.S. werd toegelaten, werd het Utah Territory in het leven geroepen. Het was een enorm gebied, bestaande uit de huidige staten Nevada en Utah, het westelijke deel van Colorado en de zuidwestelijke punt van Wyoming.
Silver City, Nevada, omstreeks 1870, dit stadje ontstond na de ontdekking van zilver in 1859 (gravure uit ‘American Pictures’, uitgave The Religious Tract Society, 1876) (publiek domein)
In het westelijke deel van het territorium bleef het aantal mormoonse kolonisten achter. Toen in 1859 belangrijke zilver- en goudvondsten werden gedaan ten noordwesten van de een jaar daarvoor gestichte stad Carson City, kwam er een migrantenstroom van tienduizenden vanuit het oosten van de V.S. op gang. De mormonen, die in dit gebied al een minderheid vormden, kwamen verder in het gedrang en er ontstonden spanningen tussen mormonen en niet-mormonen.
Links: Abraham Curry (1815-1873) (publiek domein) / Rechts: Carson City, ets uit 1860 (publiek domein)
Abraham Curry, stichter van Carson City, die een grote afkeer had van de mormoonse invloed op de politiek van het Utah Territory, vatte het plan op om met een aantal gelijkgezinden het westen van het territorium af te splitsen tot een aparte staat. En zo geschiedde.
Op 2 maart 1861 scheidde de regio zich af als het Nevada Territory, met Carson City als hoofdstad. In 1862 kwam daar nog een flinke strook bij, toen de oostgrens opschoof naar het oosten.
Links: Het Utah Territory in 1850, inclusief Nevada in het westen / Rechts: Het Utah Territory in 1861 (grijs), het nieuw gevormde Nevada Territory (geel), in roze het gedeelte wat Utah verliest aan het Colorado Territory (publiek domein)
Inmiddels lag er een aanvraag om als Amerikaanse staat te worden erkend en dat werd ingewilligd, waarmee we de dag van vandaag hebben bereikt. Op 31 oktober 1864, nog tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog dus, werd Nevada de 36e staat van de Verenigde Staten. Het motto van de staat luidt dan ook Battle born.
Grenswijzigingen in het Utah Territory (grijs) ten gunste van het Nevada Territory in 1862 (links) en in 1866 (rechts, toen Nevada inmiddels een staat was geworden) (publiek domein)
Nieuwe grenswijzigingen waren er in 1866 en 1867. In 1866 werd de grens opnieuw naar het oosten opgeschoven, ten koste van Utah en in 1867 verwierf Nevada ook gebied in het zuiden, wat tot die tijd tot het Arizona Territory had behoord, toen er goud werd gevonden nabij het toekomstige Las Vegas. Men ging er vanuit dat Nevada met zijn ervaring met het toestromen van migranten en gelukszoekers die snel rijk hoopten te worden, hier beter handen en voeten aan kon geven. Met de laatste grenswijziging had Nevada z’n definitieve vorm op de kaart.
Nogmaals de grenswijzigingen van 1862 en 1866 oostwaarts, maar op deze 19e eeuwse kaart zien we ook de grenswijziging naar het zuiden uit 1867, ten koste van Arizona (publiek domein)
De vlag
De vlag van Nevada (1991-heden)
De vlag van Nevada is kobaltblauw, met in de broektop een vijfpuntige zilveren (of witte) ster. Boven de ster is een gebogen oranje banderol, waarop in zwarte kapitalen BATTLE BORN. Onder de ster in oranje kapitalen en eveneens licht licht gebogen, de naam van de staat: NEVADA. Dit geheel wordt aan de onderkant omsloten door twee gekruiste takken alsem, de officiële plant van de staat. Op een kleine wijziging uit 1991 na, stamt het basisontwerp voor deze vlag uit 1929.
Vlag van 1905
Nevada had echter tussen 1905 en 1929 twee eerdere vlaggen. De eerste vlag werd ontworpen door gouverneur John Sparks en kolonel Sylvester “Henry” Day, assistent adjudant-generaal van de Nationale Garde. Hun ontwerp uit 1905 kunnen we gerust enigszins ongewoon noemen.
Links: Eerste vlag van Nevada (1915-1915) / Rechts: John Sparks (1843-1908), 10e gouverneur van Nevada en mede-ontwerper van de eerste vlag van Nevada (publiek domein)
Het ging om een blauwe vlag met in het midden de naam NEVADA in forse, zilveren kapitalen, aan beide zijden geflankeerd door een vijfpuntige, zilveren ster. Bovenin in iets kleinere en ietwat gedrongener kapitalen het woord SILVER in zilver. Dezelfde kapitalen zien we onderin bij het woord GOLD in goud. Direct onder en direct boven SILVER en GOLD acht vijfpuntige zilveren sterren en net boven en onder NEVADA negen gouden vijfpuntige sterren. Als we alle sterren bij elkaar optellen komen we op 36. Dat getal verwijst naar Nevada als 36e staat.
Voor zover bekend bestaat er maar één exemplaar van deze vlag. In eerste instantie bevond de vlag zich in het kantoor van gouverneur Sparks, maar gedurende het lopende parlementaire jaar van 1905 verhuisde de vlag naar een van de Kamers. Aan het einde van dit parlementaire jaar werd de vlag door gouverneur Sparks voor $ 30,65 aan de Nevada National Guard verkocht en verhuisde naar hun onderkomen.
Foto van het enige exemplaar van Nevada’s eerste vlag (Collectie Nevada Historical Society)
In 1923 (toen Nevada al acht jaar lang een andere vlag had) werd de eerste vlag door kolonel Day geschonken aan de Nevada Historical Society. In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd dit unieke exemplaar gerestaureerd.
Vlag van 1915
In 1915 werd er een nieuw vlag ontworpen door Clara M. Crisler (1882-1957), een lerares en historica uit Carson City. Opnieuw was de vlag blauw met daarop het wapen (state seal) van Nevada. Boven het wapen in zilveren kapitalen NEVADA en eronder ALL FOR OUR COUNTRY in goud. Bovenaan de vlag een gebogen rij van 18 vijfpuntige gouden sterren en onderin een gebogen rij van 18 vijfpuntige zilveren sterren.
Links: Tweede vlag van Nevada (1915-1929) / Rechts: Ontwerpster Clara M. Crisler (1882-1957), als jong meisje (publiek domein)
Het wapen stamt uit 1864 en werd geformaliseerd op 24 februari 1866 en is een ontwerp van Alanson W. Nightingill. Het is gevat in een sierlijke rococo-rand een laat een landschap in natuurlijke kleuren zien. We zien een bergketen op de achtergrond (de Sierra Nevada), daarachter zien we nog net de zon. Op de voorgrond een ploeg en paard en wagen, rechts een zilvermijn. Een stoomlocomotief rijdt over een viaduct dat twee heuvels met elkaar verbindt. (Het wapen is inmiddels gemoderniseerd en rond van vorm, maar verschilt voor wat de afbeelding betreft niet veel met het oorspronkelijke ontwerp).
Links: Oorspronkelijke uitvoering van het wapen van Nevada uit 1864, ontworpen door Alanson W. Nightingill (1826-1870), de eerste staatscontroleur (state controller) van Nevada (publiek domein) / Rechts: Het moderne, inmiddels aangepaste ontwerp van het wapen van Nevada, met in de rand 36 sterren, een verwijzing naar Nevada als 36e staat (publiek domein)
Hoewel men zeer tevreden was met het ontwerp, zijn er van deze vlag slechts enkele exemplaren gefabriceerd. De vlag was met zo’n 30 kleuren kostbaar om te maken, ze moest geappliceerd en met de hand geverfd en vanwege de teksten ook dubbel worden uitgevoerd.
In juni 1926 kondigde luitenant-gouverneur Maurice J. Sullivan een ontwerpwedstrijd voor een nieuwe vlag aan. Vanuit zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden werden leden gekozen om een commissie te vormen die de inzendingen moesten beoordelen. De winnaar van de wedstrijd kon $ 25 (zo’n $ 400 anno nu) als prijs tegemoet zien, maar volgens Sullivan zou de eer belangrijker moeten zijn dan de geldsom.
Uit de honderden inzendingen werd op 27 januari 1927 een winnaar gekozen: een ontwerp van “Don” Louis Schellbach III, een overheidsambtenaar. Vervolgens duurde het nog tot 19 februari 1929 voordat in Senate Bill51 het ontwerp wettelijk werd goedgekeurd. Deze vlag is op een detail na dezelfde als die Nevada nu nog voert. Op het vlagontwerp van Schellbach ontbrak de naam ‘Nevada’ en in het wetsontwerp werd dit toegevoegd: tussen elk van de zes letters van de punten van de ster werd een letter geplaatst, waarbij de beginletter N bovenin stond. In een amendement van Cada C. Boak werd de plek van de letters vervolgens gewijzigd: ‘Nevada’ werd in een boog onder de takken geplaatst. Helaas werd het amendement “vergeten” bij de vlagfabricage, waardoor de letters alsnog tussen de sterpunten terechtkwamen!
Vlag van Nevada tussen 1929 en 1991
Opnieuw leidde de nieuwe vlag jarenlang een ondergronds leven: er werden er slecht zes gefabriceerd. Om daar verandering in aan te brengen werd in 1935 de Nevada State Flag Association opgericht om geld in te zamelen om meer vlaggen te vervaardigen, wat ook daadwerkelijk gebeurde. Vanaf die tijd raakte de vlag eindelijk ingeburgerd.
Vlagcorrectie
In 1989 ontdekte parlementair onderzoekster Dana R. Bennett dat het amendement aangaande de naam ‘Nevada’ uit 1929 niet was uitgevoerd, waardoor de letters op de verkeerde plaats terecht waren gekomen. De letterlijke tekst aangaande ‘Nevada’ luidde: “Het woord ‘Nevada’ zal ook vermeld worden en wel onmiddellijk onder de twee takken in zilveren Romeinse letters, conform de letters in de woorden ‘Battleborn”.
Links: Dana R. Bennett (1963) (fotograaf onbekend) / Rechts: Koepel van het Nevada Capitool in Carson City, met de vlag van Nevada onder die van de Verenigde Staten, volgens de vlag-etiquette (publiek domein)
De ‘fout’ werd in 1991 alsnog hersteld, met een kleine aanpassing: ‘Nevada’ kwam tussen de ster en de takken alsam in te staan. Op 25 juli 1991 werd de huidige, iets gewijzigde vlag ingevoerd.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten en territoria-vlaggen en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Nevada op een niet al te beste 55e plaats.
Gouverneursvlag
Vlag van de gouverneur van Nevada (1991-heden)
Nevada heeft officieel een gouverneursvlag, een variatie op de statenvlag: de symbolen staan hier in het midden van de vlag, terwijl er in iedere hoek een een vijfpuntige ster is toegevoegd. Het curieuze van deze vlag is dat ze nooit te zien is. Als gouverneur Steve Sisolak in beeld wordt gebracht in zijn kantoor wordt hij steevast geflankeerd door de vlag van de V.S. en de Nevada statenvlag.
Gouverneur Steve Sisolak (1953) bij zijn aantreden in 2019, geflankeerd door de nationale vlag en die van de staat (met franjerand), achter hem het wapen van Nevada (screenshot)
Toen er een aantal jaren terug navraag naar werd gedaan bij het kantoor van de gouverneur, bleek men geen weet te hebben van het bestaan van de vlag!
Met dank aan Sheryln Hayes-Zorn van de Nevada Historical Society in Reno, Nevada
Afgelopen maandag bevestigde secretaris-generaal Rutte van de NAVO, dat er inderdaad Noord-Koreaanse troepen worden ingezet in de Russische oblast Koersk, dat deels door Oekraïense militairen wordt bezet.
Mark Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, tijdens zijn persconferentie op 28 oktober (screenshot)
Tijdens de persconferentie die iets meer dan drie minuten duurde, zei hij dat hij de Noord-Koreaanse inzet kon bevestigen na weken van inlichtingenrapporten en een ontmoeting met Zuid-Koreaanse veiligheids- en defensiefunctionarissen op maandag. Hij noemde de ontwikkeling een “significante escalatie” en een “gevaarlijke uitbreiding” van de Russische oorlog in Oekraïne.
Rutte hield het kort en beantwoordde geen vragen (screenshot)
Hij voegde eraan toe dat Noord-Korea al ballistische raketten en miljoenen stuks munitie naar Moskou had gestuurd voor gebruik in Oekraïne. In ruil daarvoor heeft president Poetin ermee ingestemd militaire technologie en andere steun te sturen om Noord-Korea te helpen internationale sancties te omzeilen, aldus Rutte. Het partnerschap, zo voegde hij eraan toe, ondermijnt de mondiale vrede en veiligheid. Hij beantwoordde geen vragen na zijn korte uiteenzetting.
Raketaanval op Charkov
In de nacht van maandag 28 op dinsdag 29 werd de dicht bij het front gelegen stad Charkov getroffen door Russische raketaanvallen.
Igor Terekhov (1967), burgemeester van Charkov (screenshot)
Burgemeester Igor Terekhov verspreidde via de sociale media het volgende bericht: “De stad werd om 02:51 uur getroffen door een Grom-E1 hybride raket.
Reddingswerkers op zoek naar slachtoffers in de puinhopen van de getroffen huizen (foto: Staatshulpdienst van Oekraïne)
Als gevolg hiervan werden vier huizen volledig verwoest en raakten nog eens 19 huizen beschadigd. Vier mensen werden gedood. Reddingswerkers zochten urenlang onder het puin naar hen.”
De Russische aanvallen concentreerden zich op woongebouwen, historische monumenten en stadssymbolen zoals het Derzhprom-gebouw (het Staatsindustriegebouw). In dit gebouwencomplex zijn diverse kantoren van officiële instanties gevestigd en is een architectonisch en stedenbouwkundig monument van nationaal belang en staat onder tijdelijke verhoogde bescherming door UNESCO.
Ook het regionale ziekenhuis en een restaurant raakten beschadigd. Negen mensen raakten gewond, onder wie een politieagent en twee personeelsleden van het regionale ziekenhuis.
Dode en gewonden in Kiev
Tezelfdertijd lag ook hoofdstad Kiev onder vuur: hier ging het om Russische aanvalsdrones, die weliswaar uit de lucht werden geschoten, maar vallend puin in de wijken Solomianskyi en Sviatoshynskyi, zorgde ervoor dat er één dode en zes gewonden vielen.
Eén van de getroffen panden in Kiev (foto:Militair Bestuur van de stad Kiev)
In de wijk Solomianskyi raakte een gasleiding aan de voorkant van een woongebouw van negen verdiepingen beschadigd, waardoor er brand ontstond in een winkel. Ook drie geparkeerde auto’s vatten vlam en brandden uit.
Ook een aantal auto’s werd getroffen door vallend puin (foto:Militair Bestuur van de stad Kiev)
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
Exmoor is een gebied in zuidwest-Engeland dat tot 1818 een koninklijk jachtgebied was, maar sinds 1954 een nationaal park. Exmoor National Park is vernoemd naar de rivier de Exe, die in het park ontspringt.
Het westelijk deel van het park (29%) ligt in het graafschap Devon, terwijl het grotere oostelijke deel (71%) in het graafschap Somerset is gesitueerd. Het park heeft een oppervlakte van 700 km² en grenst aan de noordkant aan het Bristol Channel, de kustlijn van het park is 55 km lang.
Het is een open heidelandschap, maar er zijn ook bosgebieden. Naast grote aantallen schapen, die vrij rond kunnen lopen, net als runderen en Exmoor pony’s, is hét symbool van Exmoor National Park het edelhert.
Het symbool van Exmoor National Park: het edelhert (Cervus elaphus)(foto: Andrew Turner)
In 2011 kreeg het park als eerste Europese locatie de toekenning van Dark Sky Preserve. In dergelijke gebieden heerst een natuurlijke nachtelijke leefomgeving en ook het zicht op de nachthemel is er van hoge kwaliteit. In Nederland zijn twee van dergelijke parken te vinden: Dark Sky Boschplaat op Terschelling (2015) en Dark Sky Lauwersmeer (2016).
De vlag
Vlag van Exmoor (2014-heden)
Sinds begin deze eeuw zijn er in het Britse vlaggenlandschap veel nieuwe vlaggen bijgekomen, vooral voor de graafschappen. En ook de vlag voor de Exmoor-regio is recent en stamt uit 2014.
De vlag kwam er naar aanleiding van het 60-jarige jubileum van het nationale park, middels een ontwerpwedstrijd. Die ging in juni 2014 van start met een speciale vlaggenbijeenkomst op de Dulverton Middle School met een informatieve presentatie door Robin Ashburner, niet alleen inwoner van Exmoor, maar ook voormalig president van The Flag Institute.
De aftrap van de ontwerpwedstrijd vond plaats op de Dulverton Middle School middels een presentatie door vlag-expert Robin Ashburne (links op de foto), met een rijtje Britse vlaggen, v.l.n.r. Engeland, Gloucestershire, Somerset, Devon, Cornwall, Scillyeilanden en Wales (fotograaf onbekend)
De wedstrijd werd op grote schaal gepromoot met posters in de Exmoor-regio, een campagne op sociale media, regionale en lokale berichtgeving in de pers en interviews op regionale radiozenders, waaronder BBC Radio Devon en Somerset. De inzendingstermijn liep van 16 juni tot 21 juli 2014.
De Exmoor Flag Competition liep van 16 juni tot 21 juli 2014
In totaal werden er 261 ontwerpen ingediend, voornamelijk uit de regio, maar ook kwamen er inzendingen uit Australië en de Verenigde Staten. De jongste inzender (in dit geval een vader of moeder waarschijnlijk!) was 2 jaar oud, de oudste 93. Er was een beoordelingscommissie van acht personen, waaronder Robin Ashburne, die de lijst uiteindelijk terugbrachten tot vijf (hoewel het oorspronkelijke plan was een shortlist van vier te hebben).
De vijf finalisten met hun ontwerpen, op de dag van de uitslag, op het perron van het treinstation van Minehead, v.l.n.r: Martin Shoots, Kevin Sandiford, Jamie Loudon, Kathryn Roseveareen Jenny Stevens(fotograaf onbekend)
De vijf ontwerpen werden vervolgens aan het publiek voorgelegd: tussen 20 augustus en 10 september kon er op de ontwerpen gestemd worden.
De vier ontwerpen die het niet werdenwaren van Martin Shoots (linksboven), Kevin Sandiford (rechtsboven), Jamie Loudon (linksonder) en Kathryn Roseveare (rechtsonder)
Op 29 oktober werd de uitslag op het station van het aan de rand van Exmoor National Park gelegen Minehead, bekend gemaakt, in aanwezigheid van de vijf finalisten.
Jenny Stevens, ontwerpster van de vlag van Exmoor, met haar ontwerp naast een stoomlocomotief op het spoorwegstation van Minehead (fotograaf onbekend)
Winnares was Jenny Stevens uit Londen die Exmoor al sinds haar tienerjaren bezoekt en het een “fantastische plek” vindt. Ze was met haar gezin op vakantie in Devon toen haar man de wedstrijd in de krant zag en haar voorstelde om eraan mee te doen. Ze nam de uitdaging aan en “zes uur later was het daar”, herinnert ze zich. “Ik probeerde de zee, de heide en het landschap te laten zien”.
De vlag heeft een blauw veld met onderin vier horizontaal golvende lijnen in wit, paars, wit en groen. In het blauw aan de broekingszijde de kop van een edelhert in wit met een vijfpuntige witte ster boven zijn gewei.
Het blauwe veld staat voor zowel de lucht als de zee. De golvende lijnen van wit, paars en groen vertegenwoordigen Exmoor als een plaats waar de zee kliffen, heidevelden en bossen ontmoet, evenals de vele wandelpaden in de regio. De ster staat symbool voor de toekenning van de Dark Sky Preserve van 2011.
De vlag van Exmoor is na goedkeuring door hoofd-vexilloloog Graham Bartram van The Flag Institute geregistreerd als officiële vlag van het Verenigd Koninkrijk.
De Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek viert het ontstaan van het land in 1918, toen nog onder de naam Tsjechoslowakije.
Kaart van Tsjechoslowakije van voor de Tweede Wereldoorlog, toen nog mét Roethenië (publiek domein)
Met het einde van de Eerste Wereldoorlog viel de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije uit elkaar. De Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië (nu Tsjechië) werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië (deze laatste regio werd na de Tweede Wereldoorlog ingelijfd door de Sovjet-Unie en hoort na het uiteenvallen van deze staat in 1991 bij Oekraïne).
De verjaardag van het ontstaan van Tsjechoslowakije werd vanaf 1939 verboden, nadat Nazi-Duitsland in maart dat jaar het land had bezet. Na de Tweede Wereldoorlog en het herstel van de soevereiniteit werd de viering weer opgepakt. Vanaf 1951 werd de naam van de feestdag veranderd in Den Znárodnění (Nationalisatiedag). In 1988 werd de oude naam heringevoerd. Na de vreedzame scheiding tussen Tsjechië en Slowakije op 1 januari 1993 bleef de feestdag op de vertrouwde datum gevierd worden, nu als Nationale Feestdag van de Tsjechische Republiek.
Op deze dag wordt altijd een militaire parade gehouden bij het Nationale Monument op de Vítkov-heuvel in Praag. Tevens wordt een krans bij het monument gelegd en een minuut stilte in acht genomen.
Ook is er een ceremonie in de Praagse Burcht waar de president (sinds 28 januari 2023 is dat Petr Pavel) onderscheidingen uitreikt aan zowel burgers en militairen die zich ingespannen hebben voor de goede zaak.
Ook wordt er op deze dag een krans gelegd bij zowel het graf (in Praag) van de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomáš Masaryk, alswel bij zijn standbeeld op het Comeniusplein in Brno.
Vlag van Tsjechië (1993-heden), eerder de vlag van Tsjechoslowakije (1920-1939) (1945-1992)
De vlag van Tsjechië is een horizontale tweekleur in wit-rood. Vanuit de broekingszijde een blauwe driehoek, waarvan de punt in het exacte midden van de vlag eindigt.
De Tsjechische vlag is exact dezelfde als die van Tsjechoslowakije, totdat dit land in 1993 in twee delen gesplitst werd als Tsjechië en Slowakije. De Tsjechisch-Slowaakse combinatie stamde uit 1918 bij het uiteenvallen van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, waarbij de Oostenrijkse delen Bohemen en Moravië werden samengevoegd met de Hongaarse delen Slowakije en Roethenië.
Links: Vlag van Bohemen / Rechts: Vlag van Slowakije (1993-heden)
De eerste vlag van Tsjechoslowakije was een wit-rode horizontale tweekleur: de vlag van Bohemen. Dit was niet handig, want Polen gebruikte een dergelijke vlag al als nationale vlag. Vanaf 1920 werd een blauwe driehoek toegevoegd. Met een korte onderbreking in de Tweede Wereldoorlog, bleef dit de vlag van Tsjechoslowakije. Vanaf 1 januari 1993 is het de vlag van Tsjechië. Slowakije voerde zijn eigen vlag in.
De dag herdenkt 28 oktober 1940, toen om 3.00 uur in de ochtend de Italiaanse ambassadeur Emanuele Grazzi de Griekse premier Ioannis Metaxas thuis bezocht en hem een ultimatum stelde: Griekenland diende zich binnen drie uur over te geven, anders zou Italië het land binnenvallen en bezetten. Het antwoord van Griekenland op dit ultimatum was een onmiddellijk ‘nee’.
Veel Grieken meldden zich als vrijwilliger om bij een Italiaanse inval mee te vechten. Italië begon zijn aanval op Griekenland op dezelfde dag nog vanuit Albanië, toen een Italiaans protectoraat. In het bergachtige gebied was het weer slecht en winters, waardoor de Italiaanse luchtmacht niet in actie kon komen, wat in het voordeel van de Grieken was. Aan beide kanten vielen echter veel slachtoffers. De Grieken wisten weerstand te bieden en op 14 november werden de Italianen teruggedreven, ver Albanië in.
Italië had aan bondgenoot Duitsland willen tonen dat ze niet voor hen onderdeden, maar slaagde hier dus niet in. Het was dan ook het Duitse leger dat Griekenland binnenviel op 6 april 1941 en het land uiteindelijk vier jaar lang zou bezetten.
Vanaf 1942 wordt Óchi-dag door Grieken overal ter wereld herdacht en na de Tweede Wereldoorlog werd het een officiële feestdag. Het is een dag met veel parades van militairen en scholieren, herdenkingsbijeenkomsten en veel vlagvertoon.
De vlag heeft in een kanton een wit kruis op een blauw vlak. De rest van het veld wordt ingenomen door vijf blauwe en vier witte horizontale strepen, om en om. Op 15 maart 1822 werd deze vlag ingevoerd, maar was toen alleen nog maar te zien op schepen. Tegelijkertijd werd er nog een vlag ingevoerd: deze toonde het blauw-witte kruis solo. Dit was de nationale vlag voor gebruik aan land. Deze vlag heeft lang bestaan naast die met de strepen, maar werd in 1969 afgeschaft. maar wordt nog wel door de marine gebruikt als geus.
Variant van de Griekse vlag, 1822-1969
De streepvlag werd in 1833 gepromoveerd tot nationale vlag (naast de kruisvlag dus). Het kruis in de vlag herinnert aan het christelijke geloof, de kleuren gaan terug op de eerste Griekse koning Otto I. De strepen worden op verschillende manieren uitgelegd. Ze staan voor de lucht en de zee (blauw) en de rechtvaardigheid van de vrijheidsstrijd (wit). Dat er negen stepen zijn verwijst naar de vrijheidsleus van toen, Vrijheid of dood, die in het Grieks negen lettergrepen heeft. Het duidt ook op de negen jaar die de vrijheidsstrijd duurde. Als laatste link zou Achilles negen strepen op zijn schild gehad hebben.
De vlag staat ook bekend onder de namen I Galanolefki (de Blauw-witte) en I Kyanolefki (de Azuurblauw-witte).
Vlag van de president
Vlag van de Griekse president (1979-heden)
De vlag van de president van Griekenland (officieel de Helleense Republiek) is vierkant met een blauw veld, in het midden het Griekse staatswapen, een gelijkarmig wit kruis op een blauw schild met een gouden rand. Het wapen wordt omkranst door twee lauriertakken van goud, die elkaar onderaan kruisen.
De presidentiële vlag van Griekenland (met gouden franje) in het kantoor van Prokopis Pavlopoulos (1950), president van 2015-2020 (fotograaf onbekend)
De vlag werd ingevoerd in april 1979 middels Besluit 274, gepubliceerd in de Griekse staatscourant nummer 78, uitgave A, van 13-17 april. President van Griekenland is sinds 13 maart 2020 Katerina Sakellaropoulou.
Katerina Sakellaropoulou (1956), president van Griekenland, geflankeerd door de vlaggen van Griekenland en de EU (fotograaf onbekend)
Nauru is een eilandstaat in de Grote Oceaan en is met een oppervlakte van 21 km² een van de kleinste landen ter wereld (ter vergelijking: Waddeneiland Schiermonnikoog is met 40.5 km² een keer zo groot).
Het eiland werd relatief laat ‘ontdekt’ door de Britse zee- en walvisvaarder John Fearn, op 8 november 1798, hij noemde het eiland Pleasant Island.* De bevolking op het afgelegen eiland bestond uit Polynesiërs en Melanesiërs. In tegenstelling tot de meeste eilanden in de Grote Oceaan werd Nauru hierna niet gekoloniseerd. De dagelijkse leiding was in handen van de verschillende stamhoofden, van wie er één als leider fungeerde.
*Hoewel het een sympathieke naam is, beklijfde deze benaming niet en bleef de inheemse naam Nauru in gebruik
Kapitein John Fearn (±1768-?), de Britse ontdekker van Nauru (fantasieportret), met links zijn schip de Snow Hunter, op een herdenkingspostzegel uit 1998
Duits, Japans en Australisch bestuur
Toch kon ook Nauru uiteindelijk niet aan kolonisatie ontkomen en wel door Duitsland, dat zich pas na de Duitse unificatie van 1871 ging inlaten met het zich toe-eigenen van gebieden in Afrika en de Grote Oceaan.
In 1884 werd de kolonie Duits-Nieuw-Guinea een feit, dat toen nog bestond uit het noordoostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea, inclusief de Bismarck-archipel (New Britain, New Ireland en verschillende kleinere eilanden), ten noorden van Nieuw-Guinea. De noordelijke Salomonseilanden werden in 1885 tot Duits protectoraat verklaard. Het gebied werd steeds verder uitgebreid: zo werden in 1899 de Carolinen, Palau en de Marianen (behalve Guam) van Spanje gekocht. In 1906 annexeerde Duits-Nieuw-Guinea het (sinds 1888) afzonderlijke Duitse protectoraat van de Marshalleilanden, waartoe ook Nauru behoorde.
Koning Aweida (± 1850-1821), in het midden van een groep landgenoten op 3 oktober 1888, op de dag dat Nauru een Duits protectoraat werd, poserend voor de vlag van het Rijkskoloniaal Ministerie, de zwart-wit-rode vlag van het Duitse Keizerrijk met de Duitse adelaar in het midden (publiek domein)
Duitsland liet het systeem van stamhoofden met één prominente leider intact. Die leider was op dat moment Aweida, die vanaf 1906 de titel ‘koning van Nauru’ gebruikte. Aweida was als leider aangetreden rond circa 1875.
Koning Aweida in 1916 met aan zijn zijde de koninklijke pandanus (schroefpalmfruit) drager (foto van Thomas John McMahon (1864-1933 / Collectie National Archives of Australia / publiek domein)
Na de voor Duitsland desastreus verlopen Eerste Wereldoorlog (1914-1918) verloor Duitsland zijn kolonies. Vanaf 1920 werd het eiland beheerd door Australië. Kort daarna overleed koning Aweida, waarna de monarchie werd afgeschaft.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd Nauru door Japan bezet, van 26 augustus 1942 tot 13 september 1945. Vanaf die tijd nam Australië het bestuur weer over. In 1947 werd een overeenkomst gesloten met de Verenigde Naties waarin werd bepaald dat Nauru in 1968 zelfstandig zou worden, tot die tijd zou de soevereiniteit rouleren tussen Australië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk. In de praktijk kwam daar niets van terecht en bleef Australië Nauru’s zaken beheren tot het eiland op 31 januari 1968 een onafhankelijk eilandstaat werd.
Fosfaat
Normaliter zou zo’n klein eiland als staat nauwelijks bestaansrecht hebben, ware het niet dat vanaf het begin van de twintigste eeuw werd begonnen met het ontginnen van fosfaten op het eiland. Dit bleek dermate lucratief dat het industrieel werd aangepakt, het zorgde ervoor dat Nauru zeer welvarend werd. Vrijwel het hele binnenland van Nauru had fosfaatafzettingen en die werden in dagbouw ontgonnen. Maar gezien de grootte van het eiland kon dit niet eeuwig duren: in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw bleek het einde in zicht, de voorraad raakte uitgeput en de resterende reserves waren economisch niet rendabel voor winning.
Het grootste deel van het binnenland van Nauru is veranderd in een troosteloos landschap (fotograaf onbekend)
Het binnenland van Nauru is door deze jarenlange ontginning inmiddels in een maanlandschap veranderd, waardoor alleen de kuststrook bewoond wordt. Een trust, opgericht om de verzamelde mijnbouwrijkdommen van het eiland te beheren, voor het moment dat de reserves uitgeput zouden raken, daalde in waarde. Om toch inkomsten te genereren, werd Nauru korte tijd een belastingparadijs en een illegaal witwas-centrum.
Nauru vanuit de lucht: het binnenland is een doodse woestenij geworden (screenshot)
Maar liefst 23% van de bevolking (van in totaal ruim 12.000 inwoners) is werkloos (in Nederland is dat cijfer 3,6%). 95% van de mensen die wél een baan hebben, werkt voor de overheid.
Vrijwel alle Nauranen wonen in de kuststrook (screenshot)
Asielzoekerscentrum
Wat ook geld in het laatje brengt is een door Australië opgezet en uitgebaat peperduur asielzoekerscentrum, dat enige jaren gesloten is geweest, maar in 2012 weer werd heropend. Nauru krijgt in ruil van Australië een bedrag van 1,7 miljard Australische dollar (ruim 1 miljard euro), wat in 2012 in een vermeerdering van het Nauruaanse BNP met een factor 450 resulteerde. Nauru is het land dat het hoogste aantal asielprocedures afhandelt voor een ander land.
Het overvolle interieur van het asielzoekerscentrum op Nauru (screenshot)
Er is internationaal kritiek op deze constructie vanwege de slechte omstandigheden in het centrum en omdat Australië hiermee haar verantwoordelijkheid zou afschuiven, de asielzoekers in eigen land op te vangen. Ook in het Australische parlement heeft dit tot hoogoplopende discussies geleid. Een delegatie van Amnesty International die het kamp in 2012 bezocht, beschreef het als een ramp voor de mensenrechten.
Bijna iedereen op Nauru woont in de kuststrook van het ovaalvormige eiland, op Arenibek na, dat als een groene oase in het afgegraven fosfaatlandschap ligt.
Het parlementsgebouw van Nauru met vlag en staatswapen (fotograaf onbekend)
Nauru heeft geen hoofdstad, maar het parlement is te vinden in het district Yaren, in het zuiden van het eiland, bij het internationale vliegveld.
Nauru heeft een éénkamer-parlement met 19 parlementsleden, waarvan er één fungeert als president en regeringsleider tegelijk. Die functie wordt sinds 30 oktober 2023 uitgeoefend door David Adeang, wiens vader Kennan Adeang maar liefst drie termijnen als president volmaakte. Adean junior is de 17e president van de eilandstaat.
President en regeringsleider van Nauru, David Adeang (1969), poseert hier met de vlag (fotograaf onbekend)
Angam Day
Angam Day is een officiële feestdag op Nauru. Het Nauruaanse woord “angam” betekent “gejubel”, “viering”, “over alle ontberingen gezegevierd” of “een bepaald doel bereikt hebben” of “thuiskomen”.
Aankondiging voor Angam Day (publiek domein)
Angam Day is een feestdag en een tijd van bezinning voor het Nauruaanse volk. Twee keer in zijn geschiedenis daalde de bevolking onder de 1.500, en werd de Nauruaanse etnische groep met uitsterven bedreigd. Bij beide gelegenheden (1932 en 1949) herstelde de bevolking zich. Nadat het bevolkingscijfer boven de 1.500 mensen uitkwam (een aantal dat werd beschouwd als het minimum aantal mensen dat nodig was om het bestaan op het eiland te waarborgen), werd Angam Day als feestdag ingesteld.
De vlag
Vlag van Nauru (1968-heden)
De vlag van Nauru werd ingevoerd bij het verkrijgen van de onafhankelijkheid op 31 januari 1968. De vlag heeft een koningsblauw veld met een gele (of gouden) streep in het midden en een witte ster met twaalf punten aan de broekingszijde onder de streep.
Debuut van de vlag op Nauru’s onafhankelijkheidsdag, 31 januari 1968, op de foto vertegenwoordigers van de drie trustee-landen van Nauru – v.l.n.r: D. J. Carter (een Nieuw-Zeelandse parlementaire ondersecretaris), Charles Barnes (Australische minister van Territoria) en Charles Johnson (Verenigd Koninkrijk) en Hammer DeRoburt (1922-1992), eerste president van het nieuwe onafhankelijke Nauru (fotograaf onbekend)
De vlag was het resultaat van een ontwerpwedstrijd. De naam van de ontwerper zelf is vooralsnog niet terug te vinden, het enige dat we weten is dat het ging om een inwoner van Nauru die werkte voor de Australische vlaggenfabrikant Evans. Het winnende ontwerp symboliseert de locatie van Nauru in de Stille Oceaan ten opzichte van de evenaar, slechts één graad bezuiden de denkbeeldige lijn.
De heren nogmaals en in kleur (fotograaf onbekend)
Het blauw staat voor de Stille Oceaan, de gele streep voor de evenaar en de witte ster voor Nauru zelf. Het wit werd gekozen vanwege de (toen nog) rijke fosfaatafzettingen op het eiland. De twaalf punten van de ster symboliseren de traditionele twaalf stammen: Deiboe, Eamwidara, Eamwit, Eamwitmwit, Eano, Eaoru, Emangum, Emea, Irutsi, Iruwa, Iwi en Ranibok.
De weg langs het vliegveld met een woud aan Nauru-vlaggen, met eronder afbeeldingen van de landenvlaggen van de mede-Oceaniërs (screenshot)
Net als Duitsland werd Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog opgedeeld door de vier geallieerde bezettingsmachten: het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Hetzelfde gebeurde met de hoofdstad Wenen (net als Berlijn dus).
Na de dood van Stalin en het staakt-het-vuren in de Korea-oorlog (1953) kwamen de vier partijen bijeen om de toekomst van Oostenrijk te bespreken. De besprekingen waren succesvol en op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag getekend, waarin werd vastgelegd dat Oostenrijk permanent neutraal diende te blijven.
In ruil daarvoor herkreeg het land zijn onafhankelijkheid. De laatste geallieerde troepen vertrokken op 25 oktober 1955. De dag erna, de 26e dus, werd de Verklaring van Neutraliteit afgelegd en was Oostenrijk weer baas in eigen land.
26 oktober werd daarmee een belangrijke herdenkingsdag, die tot 1965 gekenmerkt werd door het hijsen van de nationale vlag. Vanaf dat jaar echter werd de herdenkingsdag uitgeroepen tot nationale feestdag. Nu is het een vrije dag in Oostenrijk met overal allerlei evenementen, parades, tentoonstellingen en veel vlagvertoon.
De Oostenrijkse vlag is een horizontale driekleur in rood-wit-rood, Het is een van de oudste vlaggen ter wereld en kan tot zeker 1230 teruggevoerd worden. De vlag wordt zowel met als zonder staatswapen gebruikt. Bij Vlagblog wapperen vandaag beide vlaggen.
In eerste instantie werd de vlag nog niet als nationale vlag gebruikt, maar werd gevoerd als symbool van de Oostenrijkse monarchie. In 1786 bepaalde Keizer Josef II dat de driekleur (met wapen) voortaan als nationale vlag moest dienen. Vanaf die tijd is er dus een scheiding tussen nationale vlag en Keizerlijke Standaard.
Links: Keizerlijke Standaard tot 1915 / Rechts: Keizerlijke Standaard 1915-1918
Deze standaard werd gebruikt tot 1915. Een nieuwe standaard werd in de Eerste Wereldoorlog ingevoerd, maar werd samen met het keizerrijk afgeschaft in 1918.
Links: Vlag van Oostenrijk 1786-1869 / Rechts: Vlag van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, 1869-1918
Tussen 1869 en 1918 weerspiegelt de nationale vlag dat Oostenrijk met Hongarije een dubbelmonarchie vormt: een combinatie van de Oostenrijkse en Hongaarse vlaggen met ook twee staatswapens. Vanaf 1919, na het einde van het keizerrijk, werd de vlag zonder wapen gevoerd. De vlag mét wapen was vanaf die tijd voorbehouden aan de president, ministers en andere hoge functionarissen. Hoewel dit strikt genomen nog steeds zo is, is de versie mét wapen niet langer ongebruikelijk in het straatbeeld.
Links: Het keizerlijke wapen van Oostenrijk-Hongarije tot 1915 / Rechts: Wapen van Oostenrijk sinds 1945
Het rijkswapen gaat ook ver terug: de adelaar tot de 12e eeuw, het rood-wit-rode schild tot de 13e eeuw. Tot en met het einde van het keizerrijk was de adelaar getooid met een keizerskroon, met in zijn klauwen een zwaard en een scepter. Bij de invoering van de republiek kreeg de adelaar een muurkroon, als symbool van de burgerij. Zwaard en scepter werden vervangen door een sikkel en een hamer, symbolen voor boeren en arbeiders. Na de zogenaamde Anschluss bij Duitsland (1938) en gedurende de Tweede Wereldoorlog werd de Nazi-vlag met het hakenkruis ingevoerd. Vanaf 1945 keerde de adelaar terug met als toevoeging een gebroken keten in beide klauwen.
Zuid-Koreaanse parlementsleden kwamen er als eerste mee naar buiten: Noord-Korea zou 3.000 manschappen naar Rusland hebben gestuurd om in de Russisch-Oekraïense oorlog mee te gaan vechten. Volgens de parlementariërs gaan er nog duizenden volgen.
Eén van de satellietfoto’s waarop Noord-Koreaanse militairen op een Russische basis te zien zouden zijn (foto: NIS – Zuid-Koreaanse Inlichtingendienst)
Zuid-Korea deelde daarop zijn bevindingen met de Verenigde Staten, die aan de hand van satellietfoto’s concludeerden dat het inderdaad om Noord-Koreaanse militairen gaat. Volgens John Kirby, woordvoerder van de Nationale Veiligheidsraad van de V.S., worden de Noord-Koreaanse militairen getraind in Oost-Russische militaire bases. De militairen zouden tijdens de eerste helft van oktober vanuit de Noord-Koreaanse regio Wonsan naar de Russische marinebasis in Vladivostok zijn vervoerd, waarna ze werden verspreid over verschillende Russische trainingscentra.
De Noord-Koreaanse militairen zouden voorzien zijn van Russische uniformen en identiteitsbewijzen uit de Siberische regio’s Boerjatië en Jakoetië. De bevolking van deze regio’s hebben vaak dezelfde Oost-Aziatische trekken als Koreanen.
In eerste instantie noemde het Kremlin de berichten uit Zuid-Korea ‘nepnieuws’ en een Noord-Koreaanse VN-vertegenwoordiger deed de berichten af als ‘ongegronde geruchten’.
Vlaggenparade tijdens de BRICS-top in Kazan, Tatarije (fotograaf onbekend)
De Russische president Poetin, die deze week aanwezig was bij de internationale BRICS-top in Kazan in Tatarije, werd gisteren tijdens een drukbezochte persconferentie gevraagd of de berichtgeving rond Noord-Koreaanse militairen klopt. Poetin, ontkende noch bevestigde iets, maar liet wel weten dat de “strategische partnerschap” met Noord-Korea inmiddels was bekrachtigd. Gevraagd naar hoe die samenwerking er dan wel uit ziet, liet hij weten dat dat “onze zaken” zijn.
Volgens (vooralsnog ongeverifieerde) berichtgeving door de militaire inlichtingendienst van Oekraïne, zouden er inmiddels 12.000 Noord-Koreaanse troepen in Rusland zijn, waarvan een deel inmiddels ingezet wordt in de deels door Oekraïne bezette Russische oblast Koersk. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Lening van 35 miljard
Rusland gaat Oekraïne indirect en ongewild financieel helpen met een lening van 35 miljard euro. Het is een initiatief van het Europees parlement dat eerder deze week een akkoord bereikte over de lening, die betaald wordt uit rente over Russische tegoeden, die voor het merendeel bij Europese banken zijn ondergebracht.
Het voorstel hierover haalde het met ruime meerderheid: 518 Europarlementariërs stemden voor, 56 tegen, 61 onthielden zich van stemming. Die brede steun was er dankzij de sociaal-democraten, het liberale Renew, de centrum-rechtse EVP en de rechts-conservatieve ECR.
Roberta Metsola, voor zitter van het Europees Parlement tijdens een bezoek aan president Zelensky in Lviv, 4 maart 2023 (screenshot)
Roberta Metsola, de voorzitter van het Europees Parlement noemde de uitslag “een historisch moment” en voegde daaraan toe dat het parlement hiermee “duidelijk maakt dat Rusland moet betalen voor de vernietigingen in Oekraïne”. Oekraïne is vrij om zelf te bepalen waar de miljarden aan besteed worden.
De vlag
Vlag van Oekraïne (1992-heden)
De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.
Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.
Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)
De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.
Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.
In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.
De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)
Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992. De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.
Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.
In de 19e eeuw koloniseerde het Verenigd Koninkrijk een groot deel van zuidelijk Afrika. Vanwege de rijkdommen aan grondstoffen (koper) in het gebied wat nu Zambia is, werd het vanaf 1895 bestuurd door de British South Africa Company (BSAC). Vanaf 1924 werd het gebied een Britse kroonkolonie onder de naam Noord-Rhodesië.
Een volgende verandering vond plaats in 1953 toen de Britten Noord-Rhodesië samenvoegden met Zuid-Rhodesië (het huidige Zimbabwe) en Nyasaland (nu Malawi) tot een geheel onder de naam Centraal-Afrikaanse Federatie.
Deze staatsvorm bleef slechts 10 jaar bestaan. Op 31 december 1963 werd de federatie weer ontbonden. Eén dag later, op 1 januari 1964 werd Kenneth Kaunda premier van Noord-Rhodesië. Hij was tevens voorzitter van de United National Independence Party (UNIP). Hetzelfde jaar nog, 24 oktober 1964, werd het land onafhankelijk onder de naam Zambia, met Kaunda als eerste president, een ambt wat hij maar liefst tot en met 1991 vervulde.
De vlag
Vlag van Zambia (1964/1996-heden)
De vlag van Zambia is groen met bovenin het uitwaaiende gedeelte een Afrikaanse zeearend (Haliaeetus vocifer) in oranje. Daaronder een rechthoek van drie verticale banen in rood-zwart-oranje. De Zambiaanse vlag is daarmee nogal ongewoon. In ‘vlaggenland’ is het erg ongebruikelijk om de symbolen op een vlag aan de vluchtzijde te zetten. De reden daarvoor is eigenlijk vrij simpel: bij weinig wind is het uitwaaiende gedeelte van de vlag nauwelijks of niet te zien, daarom wordt er meestal gekozen voor de mastzijde of anders middenin.
De kleuren groen en oranje zijn overgenomen van de vlag van de al eerder genoemde United National Independence Party (UNIP), waarvan Kenneth Kaunda tussen 1960 en 1964 voorzitter van was.
Deze vlag had een groen veld, aan drie zijden omzoomd met een donkeroranje rand. Middenin de vlag is in zwart een Afrikaanse schoffel of hak afgebeeld.
Vlag van de United National Independence Party (UNIP) tussen 1959 en 1964
Terug naar de nationale vlag. De kleur groen staat voor de natuurlijke rijkdommen van het land en de vegetatie, rood voor de vrijheidsstrijd, zwart voor de bevolking en oranje voor de rijkdom aan delfstoffen (waarvan koper de belangrijkste is). De zeearend staat voor de vrijheid en voor het vermogen van de bevolking om over problemen heen te komen. Overigens komt de vogel ook op het staatswapen voor.
De vlag is een ontwerp van Gabriel Ellison, een Zambiaanse kunstenares die tussen de jaren ’60 en ’80 van de vorige eeuw ook veel postzegels ontwierp.
In 1996 kreeg de vlag een iets lichtere kleur groen.
Eerdere vlaggen
De eerste vlag van Zambia was die van de British South Africa Company (BSAC), het eerder genoemde bedrijf voor het exploiteren van de minerale rijkdommen van Zuidelijk Afrika, opgericht in 1889 door Cecil Rhodes, een man waar later Noord- en Zuid-Rhodesië naar werden vernoemd.
Vlag van de British South Africa Company (BSAC) (1890-1924)
De vlag is een Union Flag of Union Jack met middenin de badge met het logo van de BSAC. Op deze rood-omcirkelde badge zien we een op een rood-geel gekleurd koord ‘gaande’ Britse leeuw, die in zijn rechterpoot een slagtand van een olifant omklemt, met daaronder in kapitalen de letters “B.S.A.C.”. Deze vlag was in gebruik tussen 1890 en 1924.
Toen het land in 1924 een Britse kroonkolonie werd, onder de naam Noord-Rhodesië, moest er ook een koloniale vlag komen, een blue ensign met het wapen als badge in het uitwaaiende gedeelte.,
Vlag van Noord-Rhodesië (1927-1963), met daarnaast het wapenschild
Het duurde echter nog tot 1927 voordat er een wapen was ontworpen. Officiële goedkeuring volgde in 1928. De bovenkant van het wapen laat de Afrikaanse zeearend met gespreide vleugels zien tegen een blauwe achtergrond, met een vis in de klauwen. De vogel is afgebeeld boven de Victoria-watervallen, die hier in de onderste helft van het schild worden afgebeeld in de vorm zwart-witte zigzag-lijnen.
Deze vlag bleef bestaan tot en met 1963, maar omdat Noord-Rhodesië tussen 1953 en 1963 tevens onderdeel werd van de Centraal-Afrikaanse Federatie, samen met Zuid-Rhodesië (Zimbabwe) en Nyasaland (Malawi), moest daar ook een vlag voor ontworpen worden.
Vlag van de Centraal-Afrikaanse Federatie (1953-1963), daarnaast het wapenschild van de drie territoria
En dat brengt ons bij de volgende blue ensign, één die delen van de drie wapens van de drie gebieden bovenop elkaar propte in de badge. Van boven naar beneden zien we een opkomende zon voor Nyasaland, een ‘gaande’ rode leeuw voor Zuid-Rhodesië en de Victoria-watervallen uit het wapen van Noord-Rhodesië.
Vlag van de president
De presidentiële vlag (volgens de vlaggenwet officieel een standaard genoemd) van Zambia is oranje, met in het midden het staatswapen. Dit wapen werd bij de onafhankelijkheid op 24 oktober 1964 ingevoerd.
Twee elementen zagen we eerder op zowel wapen als vlag van Noord-Rhodesië, de ‘voorloper’ ‘van Zambia: de Afrikaanse zeearend (eveneens op de nationale vlag) en het schild met de zwart-witte zigzaglijnen, symbool voor de Victoria-watervallen en de Zambezi Rivier, waar Zambia zijn naam aan ontleent.
Tussen schild en zeearend zien we een gekruiste schoffel (hak) en pikhouweel, symbool voor de economische ruggengraat van Zambia: land- en mijnbouw. De schildhouders zijn een man in groene kledij en een vrouw in een rode jurk, symbool voor de ‘gewone’ man en vrouw. Schildhouders en schild staan op een heuvelachtig landschap in groen, waarop we bij nadere inspectie nog een mijn kunnen herkennen (naast de man), een zebra (naast de vrouw) en een maïskolf (in het midden). De ondergrond wordt aan de onderkant omsloten door een witte banderol met het nationale motto “One Zambia, one nation”.
President Hakainde Hichilema (1962) geflankeerd door de presidentiële vlag (screenshot)
President van Zambia is sinds 24 augustus 2021 Hakainde Hichilema.