Jersey is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein) Hoewel alle Kanaaleilanden ontegenzeggelijk Brits
Hoewel Jersey en Guernsey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantieverblijven telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Jersey vanuit de lucht (foto: Copernicus Sentinel-2, ESA / publiek domein)
Jersey en Guernsey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq. Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou.
Jersey telt ruim 103.000 inwoners, waarvan er zo’n 36.000 in St. Helier wonen, tevens de hoofdstad van de Kanaaleilanden,
Baljuw
De huidige baljuw van Jersey is Sir Timothy Le Cocq, die op 17 oktober 2019 aantrad. In oktober vorig jaar maakte hij bekend dat hij op 17 oktober 2025 zal aftreden. De lijst van baljuws is indrukwekkend lang, hoewel niet precies bekend is hoeveel er waren: vanaf 1277 zijn alle namen bekend, maar het baljuwschap gaat in ieder geval terug tot 1204, maar is mogelijk nog ouder.
Sir Timothy Le Cocq (1956), baljuw van Jersey met naast hem de eilandvlag (screenshot)
De vlag
Vlag van Jersey (1979/1981-heden)
De vlag van Jersey is wit met een rood andreaskruis, voorzien van het wapen van Jersey boven het snijpunt van het kruis. Het wapen is rood met drie ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel) en gedekt met een zogenaamde Plantegenet-kroon in goud (of geel).
De vlag werd aangenomen door de States of Jersey op 12 juni 1979, vandaag 46 jaar geleden, door Koningin Elizabeth II koninklijk goedgekeurd op 10 december 1980 en voor het eerst gehesen op 7 april 1981. Het ontwerp kwam niet uit de lucht vallen, want de vlag verschilt niet veel van de vorige: alleen het wapen ontbreekt en het andreaskruis was iets breder.
Vlag van Jersey vóór 1981
Hoe lang deze vlag in gebruik was is niet precies bekend, maar gaat in ieder geval terug tot 1783, maar is waarschijnlijk ouder. Plannen om de vlag te veranderen ontstonden in 1977. Veel eilandbewoners vonden de vlag niet onderscheidend genoeg, daar er vaak verwarring was met het Ierse St. Patrickskruis (Saint Patrick’s saltire) en dat hetzelfde rode kuis op een witte achtergrond gebruikt. Tevens werd aangevoerd dat dezelfde voorstelling gebruikt wordt als de letter V bij internationale seinvlaggen (hoewel die vierkant zijn en niet rechthoekig).
Het wapen
Wapen van Jersey
Anderen zagen liever het het wapen van Jersey op een vlag verschijnen: de drie leeuwen op een rode achtergrond die al eeuwenlang -maar pas officieel sinds 1907- als zodanig dienst doen.
De vlag die het niet werd
Deze van oorsprong Normandische leeuwen kwamen als wapen van Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, in Engeland (én op de Kanaaleilanden) terecht, toen deze in 1066 in de Slag bij Hastings Engeland veroverde op de Angelsaksen. Als zodanig komen de leeuwen nog steeds voor op de Britse Koninklijke Standaard.
Links: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk – Schotland heeft een eigen versie met één keer de drie leeuwen en twee keer de zogenaamde Schotse Lion Rampant(de rode leeuw op het gele veld) / Rechts: Vlag van Normandië
En ook wapen en vlag van Normandië tonen de leeuwen nog steeds (maar dan twee stuks, hoewel sommige Normandiërs liever een versie met drie leeuwen voeren, net als de afgeschoten leeuwenvlag van Jersey dus).
Compromis
Uiteindelijk werd er een compromis bereikt door het wapen van Jersey toe te voegen aan de witte vlag met andreaskruis. Aan het wapen werd een heraldische kroon toegevoegd van het Huis van Plantegenet (het Koninklijk Huis dat tussen 1154 en 1485 in Engeland regeerde).
Afbeelding van een heraldische Plantagenet-kroon (publiek domein)
Kamehameha Day is een officiële feestdag in de Amerikaanse staat Hawaii. Het herinnert aan de Hawaiiaanse koning Kamehameha I (circa 1758-1819).
Links: Portret van koning Kamehameha I (ca. 1758-1819) in 1816, door Louis Choris (1795-1828), het enig naar leven geschilderde portret (in waterverf) van de koning (Collectie Honolulu Museum of Art) / Rechts: Veel portretten van Kamehameha I zijn gebaseerd op dat van Louis Choris, zoals dit voorbeeld door een onbekende schilder
Hij verenigde de verschillende eilanden vanaf zijn ‘eigen’ eiland Hawai’i (The Big Island) tot één Hawaiiaans Rijk. Dat gebeurde vanaf 1795 met de eilanden O’ahu, Molaka’i, Maui en Lana’i. Kaua’i en Ni’ihau volgden in 1810.
Kamehameha Day werd ingesteld op 22 december 1871 door koning Kamehameha V en werd voor het eerst op 11 juni 1872 gevierd. In 1893 werd de Hawaiiaanse monarchie omver geworpen door een groepje Amerikaanse en Europese zakenlui en politici. De laatste koningin, Lili’uokalani werd onder huisarrest geplaatst.
Koning Kamehameha V (1830-1872) (Hawai’i State Archives / publiek domein) / Koningin Lili’uokalani (1838-1917) (foto: George Prince / publiek domein)
Van 1894 tot 1898 was Hawaii een onafhankelijke republiek. Op 12 augustus 1898 werd het een Amerikaansterritorium en vanaf 21 augustus 1959 de (tot op heden) 50e en laatste staat van de Verenigde Staten.
De vlag
Vlag van Hawaii (1816-heden)
De vlag van Hawaii is een beetje een vreemde. Mensen die hem nooit eerder gezien hebben kunnen zich niet voorstellen dat dát de Hawaiiaanse vlag is. Het doek vertoont acht gelijke horizontale banen: wit, rood, blauw, wit, rood, blauw, wit en rood. Het gekke zit ‘m in de Britse Union Flag ofUnion Jack in het kanton.
Er was echter de nodige Britse aanwezigheid geweest in de Stille Oceaan, te beginnen met de reizen van kapitein James Cook, die de Hawaii-eilanden in 1778 ‘ontdekte’. Hij noemde ze overigens de Sandwich Eilanden. Cook’s Britse opvolger George Vancouver deed de eilanden eind 18e eeuw ook aan.
James Cook (1728-1779), schilderij uit ca. 1775 door Nathaniel Dance-Holland (1735-1811) (National Maritime Museum, Greenwich) / George Vancouver (1757-1798) door een onbekende schilder (National Portrait Gallery, Londen)
Volgens de overlevering zou hij koning Kamehameha I een Britse vlag hebben gegeven en wel een red ensign, de Britse zeevlag.
Red ensign
Dit als teken van vriendschap met koning George III. De vlag werd vervolgens enthousiast uitgehangen van verschillende belangrijke gebouwen. Toen de koning duidelijk werd gemaakt dat dit gezien kon worden als een te pro-Britse houding, besloot hij een Amerikaanse vlag vanuit zijn huis te laten wapperen. Dit op zijn beurt leidde weer tot protesten van Britse hoogwaardigheidsbekleders aan het hof van Kamehameha. Kennelijk had hij er daarna genoeg van, want de vlag die vervolgens in 1816 uit de bus rolde, was een soort van samensmelting van beide vlaggen.
De acht strepen staan voor de verschillende eilanden: Hawai’i, O’ahu, Kuau’i, Kaho’olawe, Lana’i, Maui, Moloka’i en Ni’ihau. Er is ook ooit een versie geweest met negen strepen (voor het mini-eiland Nihoa) en een met zeven strepen (waarbij een van de ‘onbelangrijkere’ eilanden niet gerepresenteerd werd, óf Kaho’olawe óf Ni’ihau).
Vandaag is het 81 jaar geleden dat de geallieerde landingen in Normandië plaatsvonden, die mede de opmaat tot het einde van de Tweede Wereldoorlog inluidden.
Amerikaanse troepen naderen de kust van Normandië (publiek domein)
Hoewel ‘D-day’ nu min of meer synoniem is met 6 juni 1944, is het in feite een algemene term tijdens de planning van een militaire operatie, uiteindelijk uitmondend in een datum waarop het daadwerkelijk ‘losgaat’.
De geallieerden kozen in 1944 voor een amfibische operatie, aangevuld met luchtsteun. Voorafgaand hieraan werden er echter eerst afleidingsmanoeuvres uitgevoerd, onder de naam Operation Fortitude, waarbij respectievelijk twee divisies Narvik aanvielen en de zes overige Stavanger, beide in Noorwegen (Operation Fortitude North).
Het andere deel van het plan bestond eruit de Duitsers te laten denken dat de invasie in het Nauw van Calais zou plaatsvinden. Vlakbij Dover werd een geheel fictieve Eerste AmerikaanseLegergroep gecreëerd, compleet met nepgebouwen, nepuitrusting (zoals opblaastanks) en fictief radioverkeer (Operation Fortitude South). Dit plan werd nog verder doorgevoerd door het gebied rond Calais voorafgaand aan de 6e juni zwaar te bombarderen en namaakparachutisten af te werpen.
Een neptank en een nepvliegtuig ten behoeve van de Operation Fortitude South (beide publiek domein)
De invasie moest plaatsvinden bij laag water, om eventuele versperringen goed in het zicht te hebben. Na maanden voorbereiding werd door de Amerikaanse generaal Eisenhower, die het opperbevel had, de datum van 5 juni gekozen. Vanaf 4 juni echter kwam het weer onder invloed van een uitgebreid lagedrukgebied, dat veel wind en neerslag in het Kanaal veroorzaakte. Uiteindelijk bleek het weer te slecht en moest de operatie worden afgeblazen.
Weerkaart van 6 juni 1944
Zo kwam het dat de legerleiding zich moest baseren op de verschillende meteorologen, die het niet helemaal met elkaar eens waren in hoeverre de 6e juni geschikt was. Het was uiteindelijk de Britse meteoroloog James Stagg, die Eisenhower kon overtuigen. Volgens zijn berekeningen zou een zwakke rug van hoge druk in de nacht van 5 op 6 juni tijdelijk voor gunstiger condities zorgen, waarna een nieuw lagedrukgebied het weer opnieuw zou doen verslechteren. Eisenhower volgde zijn advies op en Stagg bleek het bij het juiste eind te hebben.
Links: Meteoroloog James Stagg (1900-1975), ongedateerde foto / Rechts: Generaal Dwight D. Eisenhower(1890-1969), foto uit 1947 (van beide foto’s is de fotograaf onbekend, beide publiek domein)
Gezien het toch voornamelijk slechte weer, verwachtten de Duitsers niet dat de geallieerden rond deze tijd zouden aanvallen. Veldmaarschalk Rommel, verantwoordelijk voor de kustverdediging, was op 4 juni zelfs afgereisd naar Duitsland, om daar de 50e verjaardag van zijn vrouw te vieren.
Links: Kaart van de Atlantikwall (publiek domein) / Rechts: Veldmaarschalk Erwin Rommel (1891-1944) en zijn vrouw Lucie Rommel-Mollin (1894-1971) (publiek domein)
De invasiemacht over zee bestond uit 185.000 man en een vloot van 1.000 schepen en werd voorafgegaan door bombardementen en luchtlandingstroepen. Amerikaanse en Britse schepen waren veruit in de meerderheid, maar de invasievloot werd aangevuld met marineschepen uit Canada, Frankrijk, Griekenland, Nederland, Noorwegen en Polen. De drie luchtlandingsdivisies bestonden uit zo’n 20.000 man, waarbij de Amerikaanse 82nd en 101st in het westen van het landingsgebied landden en de Britse 6th in het oosten. Belangrijke taken voor deze troepen was om een aantal bruggenhoofden in te nemen, zodat het oprukken van troepen doorgang kon vinden.
De 185.000 man invasietroepen (6 divisies met ondersteunende eenheden) werden verdeeld over 90 km kust, waarbij de legerleiding 5 landingsplaatsen had gekozen, 5 stranden, die van west naar oost de codenamen Utah Beach, Omaha Beach, Gold Beach, Juno Beach en Sword Beach hadden gekregen. De landingen werden uitgevoerd door de Amerikaanse 1st, 4th en 29th divisions, de Britse 3rd en 50th divisions en de Canadese 3rd division.
Invasiekaart, de pijlen wijzen naar de vijf stranden, de vlaggen zijn nogal moeilijk te onderscheiden, maar de Canadese vlag is hier nog de oude versie, een Britse red ensign met het Canadese wapen in de vlucht (publiek domein)
Ondanks het verrassingseffect was de strijd niet bepaald makkelijk, zoals bijvoorbeeld bij Omaha Beach, waar lucht- en zeebombardementen hun doel misten, evenals raketbeschietingen, met als gevolg dat van de Amerikaanse 1st en 29th divisions duizenden militairen sneuvelden.
Links: De eerste, voorlopige begraafplaats in juni 1945, niet ver van de huidige locatie (The Foreign Office Political Intelligence Department / publiek domein) / Rechts: American Military Cemetery bij Colleville-sur-Mer (foto: Tristan Nitot, 2005)
De meesten van hen zijn begraven op de American Military Cemetery van het nabijgelegen Colleville-sur-Mer. Ruim 93.000 soldaten vonden hier hun laatste rustplaats. Maar makkelijk was het nergens: op Juno Beach liet de helft van de eerste golf van Britse en Canadese soldaten het leven.
Amerikaanse troepen ontschepen vanuit een LCVP (Landing Craft Vehicle Personnel) bij Omaha Beach op 6 juni 1944 (foto: Robert F. Sargent, publiek domein)
Niet alle doelen werden op de eerste invasiedag gehaald, zo was de havenstad Caen nog niet ingenomen en waren de verschillende landingsplaatsen nog niet samengevoegd tot één doorlopend bruggenhoofd. Verantwoordelijk voor de grondtroepen was de Britse generaal, later veldmaarschalk Montgomery.
Op 7 juni was het uiteindelijk gelukt om een doorlopend bruggenhoofd van 35 km te creëren. In de dagen daarna slaagde men erin alle sectoren met elkaar te verbinden, met op 12 juni als laatste: de Slag om Carentan.
Op 17 juni waren er zo’n half miljoen soldaten aan land gebracht, 80.000 voertuigen en 180.000 ton aan voorraden. Op 26 juni lukte het Cherbourg te veroveren. De door de Duitsers zwaar verdedigde stad Caen viel uiteindelijk op 6 augustus, waarna de weg naar Parijs open lag. De Franse hoofdstad werd tussen 19 en 25 augustus veroverd en vormde het sluitstuk van de operatie.
Caen in juli 1944: de oude binnenstad in puin (publiek domein)
Het aantal doden en gewonden tijdens de gehele Operation Overlord is enorm. Aan Amerikaanse zijde 125.847 doden en gewonden, bij het Verenigd koninkrijk en Canada bedroeg dit aantal 83.045. Daarnaast vielen er ook nog eens 15.000 tot 20.000 Franse burgerdoden. Ook aan Duitse zijde waren de verliezen groot, een schatting van het aantal doden en gewonden ligt rond de 200.000.
Zoals gezegd was ook de Nederlandse Koninklijke Marine betrokken bij de invasie en wel met de kanonneerboten Hr.Ms. Flores en Hr.Ms. Soemba. De twee vaartuigen stonden bekend onder de naam de terrible twins, een koosnaam die ze verdiend hadden bij de geallieerde landingen in Italië in 1943. In 1944 namen ze Duitse stellingen onder vuur.
Hr. Ms. Sumatra bij Pearl Harbor, Oahu, Hawaii in 1927 (foto: Koninklijke Marine, inmiddels publiek domein)
Een heel andere rol speelde de uit 1920 daterende kruiser Hr.Ms Sumatra. Dit schip, dat in 1940 Prinses Juliana en haar dochters naar Canada bracht, werd bij Arromanches tot zinken gebracht en werd daarmee onderdeel van een dam die als golfbreker diende voor de kunstmatige Mulberry-haven. De in Londen opgerichte Prinses Irenebrigade kwam op 8 juni aan land in het invasiegebied. Op 26 augustus bevrijdde deze brigade Pont Audemer, tussen Rouen en Le Havre.
De vlag
Vlag van Normandië (‘Les P’tits Cats’)
De vlag van Normandië is rood met daarop twee zogenaamde ‘gaande leeuwen’ in goud (of geel), blauw getongd en genageld. Het is een heraldische vlag, gebaseerd op het Normandische wapen, waarop dezelfde afbeelding te zien. De officiële omschrijving luidt: ‘de gueules à deux léopards d’or’ (‘rood met twee gouden luipaarden’).
Hoewel de twee dieren dus officieel ‘luipaarden’ genoemd worden, worden ze heraldisch gezien als ‘leeuwen’. Op dezelfde wijze afgebeelde luipaarden/leeuwen op wapens van Engelse koningen worden altijd omschreven als ‘lions léopardé’, ‘geluipaarde leeuwen’ dus. Het feit dat de dieren met manen worden afgbeeld, pleit ook voor leeuwen en niet voor luipaarden. Desondanks is de officiële beschrijving altijd gehandhaafd.
Links: Kroning van Willem de Veroveraar tot koning van Engeland in de Westminster Abbey, op 25 december 1066 – miniatuur uit de 12e eeuwse “Flores Historiarum” (Collectie Bodleian Library te Oxford) (publiek domein) / Rechts: Willem de Veroveraar afgebeeld op het Tapijt van Bayeux, scene 23 – wandtapijt van 70 m x 50 cm, vervaardigd in Engeland in 1068 (Collectie Musée de la Tapisserie te Bayeux, Normandië / publiek domein)
Het Normandische wapen is waarschijnlijk terug te voeren op Willem de Veroveraar, hertog van Normandië, die er in slaagde in 1066 Engeland te veroveren, waar hij zijn bijnaam ‘de veroveraar’ aan te danken heeft. Daarvoor stond hij als buitenechtelijk kind van hertog Robert de Duivel, bekend als Willem de Bastaard.
Links: Richard Leeuwenhart in stripvorm, compleet met zijn schild met drie leeuwen, uit “Het zwaard en het kruis” door Yves Duval (scenario) en Philippe Delaby (tekeningen), Lombard Uitgeverij, 1991 / Rechts: Waarschijnlijk een van de oudste afbeeldingen van het wapen met drie leeuwen, circa 1250/1259, afkomstig uit “Historia Anglorum” door Matthew Paris (±1200-1259) (Royal MS 14 C VII, collectie British Library, Londen)
Met de verovering van Engeland kwam het wapen ook in Engeland terecht. Tegen de tijd dat Richard Leeuwenhart koning van Engeland was (en tevens hertog van Normandië), eind 12e eeuw, kwam het wapen ook met drie leeuwen voor (waarschijnlijk vanaf 1189 , terwijl de versie met twee leeuwen voor Normandië gehandhaafd bleef.
Links: Gecombineerd wapen van Koning-Stadhouder Willem III van Oranje (1650-1702) en zijn vrouw Koningin Mary Stuart II (1662-1694), een op zijn zachtst gezegd ‘druk’ wapen, waarin de drie leeuwen maar liefst acht keer voorkomen: vier maal drie voor hem en vier maal drie voor haar, het combinatie-wapen is omhangen met de Orde van de Kouseband / Rechts: Koninklijke Standaard van het Verenigd Koninkrijk, waar de drie leeuwen, symbool voor England, twee kwartieren vullen
Hoewel in Engeland door de eeuwen heen verschillende Huizen hebben geregeerd en wapens daarmee ook regelmatig veranderingen ondergingen, bleef er één constante: het rode schild met de gouden leeuwen (inmiddels gestandaardiseerd tot drie leeuwen). Ook het huidige Huis van Windsor heeft de leeuwen prominent op de Koninklijke Standaard, zelfs op twee van de vier kwartieren.
Terug naar Normandië. De naam is te danken aan de Noormannen (ook bekend als Vikingen), die vanuit Scandinavië vanaf plusminus 800 plundertochten ondernamen en overvallen pleegden in grote delen van Europa. De Kanaalkust werd zelfs gekoloniseerd door de Noormannen. De Scandinaviërs vormden echter slechts een kleine bovenlaag, die zich uiteindelijk vermengde met de plaatselijke bevolking.
Normandië was tot 1790 een hertogdom, hierna ging het verder als provincie. In 1956 werd Normandië opgedeeld in twee bestuurlijke regio’s: Basse-Normandie (Laag-Normandië) en Haute-Normandie (Hoog-Normandië). Vanaf 1 januari 2016 zijn deze twee gebieden bestuurlijk weer samengevoegd onder de aloude naam Normandie, waarvan het grondgebied in grote lijnen samenvalt met de streek met dezelfde naam.
Twee of drie?/Drie of twee?
De vlag is populair in Normandië en je komt haar dan ook veelvuldig tegen. Maar zeker rond Coutances zien we ook vlaggen met drie leeuwen in plaats van twee.
Vlag van Normandië met drie leeuwen (‘Les Treis Cats’)
Het zijn vlaggen die gebruikt worden door aanhangers van de theorie dat het oorspronkelijke wapen van Normandië drie leeuwen had in plaats van twee. Er wordt daarbij ook verwezen naar de nabij gelegen Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, die beide ook drie leeuwen in het wapen hebben.
V.l.n.r.: de wapens van de Kanaaleilanden Jersey, Guernsey en Sark
Dit argument houdt uiteraard geen stand, daar de Kanaaleilanden onder de Britse Kroon vallen, die zoals we gezien hebben, al sinds jaar en dag drie in plaats van twee leeuwen gebruikt. Wat niet wil zeggen dat de ‘drie leeuwen-aanhangers’ geen gelijk zouden kunnen hebben, maar te bewijzen valt het niet. Tegenstanders van de drie leeuwen verwerpen het Jersey en Guernsey-argument door te wijzen op het kleinere Kanaaleiland Sark, wat een wapen met twee leeuwen heeft!
De vlag van Normandië heeft als bijnaam in het Normandisch: ‘Les P’tits Cats’ (‘De Katjes’), terwijl de versie met drie leeuwen ‘Les Treis Cats’ (‘De Drie Katten’) wordt genoemd.
Links: Jean Adigard des Gautries (1899-1974), ontwerper van de vlag van Sint Olaf / Rechts: Vlag van Sint Olaf (1939-heden)
Hebben we dan alles gehad? Nee, er is meer! In 1939 werd er een vlag geïntroduceerd door Jean Adigard des Gautries. Het is de vlag van Sint Olaf, een rode vlag met een geel omzoomd, rood Scandinavisch kruis, waarmee hij de band met de Noormannen wilde onderstrepen, hoewel de Normandiërs net zo goed van de Kelten en de Franken afstammen. In de jaren ‘70 van de vorige eeuw werd het enigszins vergeten ontwerp omarmd door Le Mouvement Normand (De Normandische Beweging), een politieke organisatie die meer autonomie voor Normandië wil, maar separatisme verwerpt.
Links: Logo van Le Mouvement Normand (1969) / Rechts: Le Croix de Falaise, de aangepaste versie van de vlag van Sint Olaf, met in het kanton de twee leeuwen van Normandië, gebruikt door Le Mouvement Normand
De organisatie voegde in het kanton van het ontwerp van Des Gautries ‘Les P’tits Cats’ toe. Deze vlag staat bekend als ‘le Croix de Falaise’ (‘het Kruis van Falaise’), de stad waar Willem de Veroveraar werd geboren.
De 4e juni is Devon-dag. Het is een “nationale dag van erkenning en promotie voor alles wat Devon te bieden heeft”, zoals de toeristische site visitdevon.co.uk het verwoordt. De dag werd ingesteld in 2016.
Sint Petroc (±468-±564) op een gebrandschilderd raam uit circa 1907 in de kathedraal van Truro, Cornwall (publiek domein)
De 4e juni is volgens de Heiligenkalender de feestdag van Sint Petroc, de beschermheilige van zowel Devon als het aangrenzende graafschap Cornwall.
Petroc was een monnik en heilige uit de 5e eeuw, afkomstig uit Wales, maar als geestelijke was hij actief in zowel Devon als Cornwall. Hij wordt vaak afgebeeld naast een wolf, die hij naar verluidt temde tijdens een bedevaart.
Exeter Cathedral, gereedgekomen in 1400 (foto: Vlagblog, 2023)
Volgens een manuscript in bezit van de kathedraal van Exeter zouden relieken van Sint Petroc ooit in bezit zijn geweest van het godshuis. Devon-dag is voor de bewoners van het graafschap een uitgelezen kans om allerlei markten te houden, taarten te bakken en meer van die typische activiteiten waar de Engelsen zich graag mee bezighouden.
Kaart van Devon (Nilfanion/Ordnance Survey / publiek domein)
De vlag
Vlag van Devon (2003-heden)
De vlag van Devon is groen met een wit liggend kruis, omzoomd door een zwarte rand. In tegenstelling tot buurgraafschap Cornwall, dat een eeuwenoude vlag heeft, is die van Devon vrij recent.
Geïnterviewd door BBC Radio Devon in 2002, vroeg een groep scouts zich af of er een vlag voor het graafschap bestond, zij wilden die graag meenemen op hun reis naar de 20ste Wereldjamboree in Sattahip, Thailand. Dit bleek echter niet het geval.
De regionale BBC-zender vroeg vervolgens aan zijn luisteraars ontwerpen in te sturen, opdat Devon niet langer vlagloos zou zijn. De oproep leverde een groot aantal inzendingen op. Op deze ontwerpen kon vervolgens gestemd worden en dat leverde een shortlist van twaalf vlaggen op, we zien ze hieronder:
Van deze twaalf waren er twee waarvan de percentages in de eerste ronde dicht bij elkaar lagen: nummer 4 met 21,3% en nummer 2 met 21%, nummer 1 lag daar een stuk onder met 14%. Op deze twaalf kon in 2003 opnieuw gestemd worden en in deze tweede ronde won vlagontwerp nummer 4 overtuigend met 49%, een ontwerp van student Ryan R. Sealey.
Dartmoor National Park (foto: Vlagblog, 2023)
Volgens de Devon Flag Group is groen de kleur van de glooiende en weelderige heuvels van Devon, het zwart vertegenwoordigt de hoge en winderige heidevelden (Dartmoor en Exmoor) en het wit staat voor zowel de zoutnevel van de twee kustlijnen van Devon als de China Clay-industrie (en mijnbouw in het algemeen).
In Cornwall werd met gemengde gevoelens tegen de vlag van Devon aangekeken en door sommigen werd zelfs gesteld dat Devon hun cultuur probeerde te kapen, zeker nadat de nieuwe vlag werd opgedragen aan Sint Petroc, die de aanleiding is voor deze dag en die we in de inleiding al tegenkwamen.
De bezwaren mochten echter niet baten: de vlag staat nu ook bekend onder de naam Saint Petroc’s Cross en is in de nog korte tijd dat ze bestaat mateloos populair geworden. In 2006 werd de vlag ook omarmd door de Devon County Council in Exeter, waar de vlag nu voor het gebouw wappert.
Vergelijkbare vlaggen
Naast de vlag van Cornwall, zijn er nog acht andere graafschappen die ook allemaal een liggend kruis op hun vlag hebben, al dan niet vergezeld van een symbool of wapen, we zien ze hieronder:
Links: Vlag van Cornwall (Saint Piran’s Flag) (1838 of ouder) / Rechts: Vlag van Derbyshire met een Tudor-roos (2006)Links: Vlag van Dorset (2008) / Rechts: De langgerekte vlag van Gloucestershire (2008)Links: Vlag van Lincolnshire met een fleur-de-lys (2005) / Rechts: Vlag van Northamptonshire met een roos (2014)Vlag van Nottinghamshiremet Robin Hood (2011) / Rechts: Vlag van Pembrokeshire met een Tudor-roos (1988)
Zes van deze vlaggen dateren dus van later datum dan die van Devon.
Tot 1815 was het huidige Guyana in Nederlandse handen en bestond het uit vier koloniën: Pomeroon, Essequebo, Demerara en Berbice. De Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika, werden tijdens het napoleontische bewind (1795-1813) in Nederland, door het Verenigd Koninkrijk bestuurd. In het Verdrag van Londen uit 1814 werden de westelijke gebieden definitief overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk. Overigens waren de onderhandelingen toen nog niet afgerond. De overname werd tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) bekrachtigd en werd op 20 november 1815 officieel, met de Corantijn als nieuwe grensrivier met Suriname, dat een Nederlandse kolonie bleef.
Daarnaast is er ook nog de Franse kolonie Frans Guyana (tegenwoordig een Frans overzees departement), waardoor er dus drie Guyana’s op een rij zijn (Suriname werd ook vaak aangeduid als Nederlands Guyana).
Guyana, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana, had bij de laatste schatting van 2024 een bevolking van 817.607 inwoners. Gezien het relatief lage bevolkingscijfer, mag het dan ook geen verbazing wekken dat zo’n 80% van het land nog is bedekt met bossen en oerwoud.
De Kaieteurwatervallen in Guyana, een van de krachtigste ter wereld (fotograaf onbekend)
Het land heeft dan ook een van de hoogste biodiversiteitniveaus ter wereld. Het is de thuisbasis van meer dan 225 soorten zoogdieren, 900 soorten vogels, 880 soorten reptielen en meer dan 6.500 verschillende soorten planten. Onder deze categorieën dieren zijn de bekendste de arapaima (de grootste zoetwatervis ter wereld), de reuzenmiereneter, de reuzenotter, ’s werelds grootste en zeldzaamste rivierotter en de oranje rotshaan.
De vlag van Guyana is in 1962 ontworpen door Whitney Smith, een Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige), hij zou in 1981 ook de vlag van Bonaire ontwerpen. De vlag werd gekozen als beste na een internationale competitie. De verwachting was dat Guyana dat jaar onafhankelijk zou worden, maar dat ging uiteindelijk niet door en hoewel her en der op internet te vinden is dat de vlag in 1966 werd ingevoerd, klop dat niet helemaal.
Kleurenbeeld uit een Britse Pathéfilm, geschoten n.a.v. het bezoek van Prins Philip in 1962 aan het Zuid-Amerikaanse continent dat jaar, de toen nog gloednieuwe vlag wappert hier boven het Guyaanse parlement (screenshot)
De vlag werd vanaf 1962 al gevoerd, maar wel na enige wijzigingen in het ontwerp. Overigens is het niet ondenkbaar dat in de jaren 1962-1966 zowel de nieuwe als de koloniale vlag nog gebruikt werden.
Whitney Smith (1940-2016), ontwerper van de vlaggen van Guyana en Bonaire (publiek domein)
Als we dat oorspronkelijke ontwerp eens nader bekijken, dan zien we dat er bij het invoeren in 1962 (en dus niet bij de onafhankelijkheid als land binnen het Britse Gemenebest in 1966) wat aan geknutseld is!
Het oorspronkelijke ontwerp van Whitney Smith uit 1962
Het originele ontwerp bestond uit een groene driehoek aan de mastzijde, die over een gele driehoek is gelegd, waarvan de punt halverwege de vluchtzijde eindigt, waardoor er twee driehoeken overblijven, in de kleur rood.
Allereerst zijn de kleuren geel en rood omgewisseld. Maar de opvallendste verschillen, doorgevoerd door het English College of Arms, zijn de belijningen van de rode en de gele driehoeken: respectievelijk zwart en wit. Dat juist dit heraldische genootschap met deze aanpassing kwam, is merkwaardig. Binnen de heraldiek worden de kleuren wit (zilver) en geel (goud) “metaal” genoemd . Volgens heraldische regels is het niet correct om metaal naast metaal te plaatsen, maar dat is wel wat het genootschap deed: heraldisch clasht de witte (zilveren) belijning met de gele (gouden) driehoek.
Hoe het ook zij: het is die gewijzigde versie die in 1962 al in gebruik was, maar uiteindelijk op 26 mei 1966 als nationale vlag officieel werd ingevoerd en die ook bij de overgang naar republiek op 23 februari 1970 ongewijzigd bleef. Het land bleef wel lid van het Britse Gemenebest.
Een zee van vlaggen in 1966 in hoofdstad Georgetown (screenshot)
De vlag staat ook wel bekend als Golden Arrowhead (Gouden speerpunt). Symbolisch hebben de kleuren de volgende betekenis: groen (landbouw en bossen), wit (rivieren en water), goud (hoop op een gouden toekomst en rijkdom aan mineralen), zwart (doorzettingsvermogen) en rood (ijver, daadkracht en de bereidheid tot opoffering voor de natie).
Voorgaande vlaggen
De Golden Arrowhead verving een vlag die tussen 1875 in gebruik was en vier versies kende, maar die alleen in details verschilden. Die vier zien we hieronder:
De vlaggen behoren tot de grote familie van Britse blue ensigns, die het Verenigd Koninkrijk doorgaans gebruikt(e) voor zijn overzeese gebiedsdelen. Zoals te doen gebruikelijk, zien we de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Ze tonen allemaal in een zogenaamde badge op de vlucht, het unieke symbool voor het desbetreffende gebied.
De eerste badge van Guyana, in gebruik tussen 1875 en 1906
Bij Guyana was dat een stuurboord-boegaanzicht van een vierkant getuigde driemaster op volle zee. Wat hier typisch Guyaans aan is, is onduidelijk, los van het feit dat om Brits Guyana vanuit het Verenigd Koninkrijk te bereiken men een schip nodig had, maar dat gold voor alle Britse overzeese gebiedsdelen!
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1875-1906 en rechts: 1906-1919
In de eerste versie van deze vlag (1875) is er nog geen sprake van een Britse red ensign (de Britse handelsvlag ter zee), wapperend van de achtersteven, zoals dat wel het geval is bij de drie latere versies. Wat die drie latere versies óók hebben en de eerdere versie niet, is het motto van de kolonie: Damus petimusque vicissum (Wij geven en vragen in ruil).
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1919-1955 en rechts: 1955-1962/1966
De versies van 1906 en 1919 hebben dit motto op een vergulde kousenband. De 1906-versie heeft de ovalen afbeelding in de cirkelvormige badge, wat visueel niet ideaal is. Dat is waarschijnlijk de reden dat vanaf 1919 dezelfde ovalen afbeelding zelf als badge gaat dienen en de cirkel verdwijnt. In 1955 komt de laatste versie van deze vlag in gebruik: de cirkelvormige badge komt terug, de kousenband is verdwenen, de afbeelding van het schip is op nu op een schild afgebeeld en het motto staat nu op een sierlijke banderol onder dit schild.
Luilekkerland van presidentiële vlaggen
Waar presidentiële vlaggen doorgaans bij het ambt horen en niet bij de persoon van de president, is het beslist opmerkelijk dat Guyana een kleurrijke uitzondering vormt. Sinds 1970 heeft bijna iedere president van Guyana (tot nu toe tien in totaal) zijn of haar persoonlijke standaard gevoerd. De enige uitzondering is Sam Hinds, die kortstondig als interim-president inviel, toen Cheddi B. Jagan in maart 1997 onverwacht overleed, zijn weduwe Janet Jagan zou hem later dat jaar opvolgen. Hieronder de parade van de presidentiële vlaggen:
Presidentiële standaard vanArthur Chung (1970-1980)Presidentiële standaard van Forbes Burnham (1980-1985)Presidentiële standaard van Hugh Desmond Hoyte(1985-1992)Presidentiële standaard van Cheddi B. Jagan (1992-1997)Presidentiële standaard van Janet Jagan (1997-1999), echtgenote van de voorgaande presidentPresidentiële standaard van Bharrat Jagdeo (1999-2011), een oude bekende: de nationale vlag, maar nu voorzien van gouden franjePresidentiële standaard van Donald Ramotar (2011-2015)Presidentiële standaard van David A. Granger (2015-2020)Presidentiële standaard van Mohamed Irfaan Ali(2020-heden)
24 mei is Bermuda Day, een officiële feestdag op het eiland Bermuda. De datum is die van de verjaardag van Koningin Victoria.
Koningin Victoria (1819-1901) in 1887 gefotografeerd door Alexander Bassano (publiek domein)
Tijdens haar regeerperiode stond de dag op Bermuda bekend als Empire Day. Na haar dood in 1901 hield de bevolking van het eiland vast aan de 24e mei en kreeg het de nieuwe naam Bermuda Day.
Bermuda op een ansichtkaart
De datum markeert tegenwoordig het begin van het zomerseizoen op Bermuda en traditioneel is het de eerste dag in het jaar waarop de Bermudanen zich weer op het water wagen. En hoewel ze tegenwoordig ook het hele jaar door worden gedragen, is het vanouds ook de eerste dag waarop de befaamde Bermuda shorts worden gedragen (op het eiland vaak officieel tenue).
De vlag van Bermuda is een ongebruikelijke red ensign. Gebruikelijk bij Britse kroonkolonies (of voormalige kroonkolonies) is om een blue ensign te voeren, een blauwe vlag met de Britse Unievlag in het kanton en het eigen wapen in de vlucht.
Blue en red ensign
Hoe dit zo gekomen is, is niet exact bekend, maar waarschijnlijk historisch gegroeid, doordat de eerste immigranten op Bermuda via koopvaardijschepen arriveerden. Deze schepen voerden de Britse red ensign, de koopvaardijvlag. Net als de blue ensign is de Britse Unievlag (Union Flag of Union Jack) te zien in het kanton. De vlucht vertoont het wapen van Bermuda. Dit wapen, verleend in 1910, bestaat uit een wapenschild, vastgehouden (opnieuw heel ongebruikelijk) door één enkele schildhouder, een rode Britse leeuw. Normaal is een duo van schildhouders, terzijde van het schild. Deze eenzame schildhouder doet het in z’n eentje en staat dan ook achter het schild (en kijkt extra streng de wereld in).
Het wapen van Bermuda
Het schildwapen zelf vertoont een schipbreuk. Het is de Sea Venture, het vlaggenschip van de Virginia Company, een Brits territorium aan de kust van Virginia. Op 25 juli 1609 liet admiraal Sir George Somers het schip bewust op een Bermudaans rif lopen, omdat het het schip vanwege een grote lekkage niet meer te redden was. De bemanning van 150 man (en één hond) kon veilig aan land komen. Het is het begin van de Britse aanwezigheid op het eiland.
Sir George Somers (1554-1610) en de Sea Venture (en koningin Elizabeth) op een Bermudaanse postzegel uit 1953
Waarom de ontwerper van het wapen het schip heeft afgebeeld terwijl het te pletter slaat tegen een hoog klif is een raadsel, het ging namelijk om een rif wat nauwelijks boven de oceaan uisteekt. De wapenspreuk “Quo fata ferunt” (niet op de vlag) betekent “Waar het lot ons zal brengen”.
Het vergaan van de Sea Venture, een werk van de Bermudaanse maritieme schilder Christopher Grimes (1948)
Sint Helena vormt samen met de eilanden Ascension en Tristan da Cunha een Brits overzees gebiedsdeel. En alhoewel alle drie de eilanden in de zuidelijke Atlantische Oceaan liggen, liggen ze niet bepaald bij elkaar in de buurt, zoals op de kaart hieronder te zien is.
Locatie van de drie eilanden die samen een overzees gebiedsdeel van het Verenigd Koninkrijk vormen (publiek domein)
Het toen nog onbewoonde eiland werd waarschijnlijk ‘ontdekt’ door de Portugese zeevaarder João da Nova op 21 mei 1502, vandaag 523 jaar geleden.
Herdenkingsmunt uit Sint Helena van 2002 ter gelegenheid van de 500-jarige verjaardag van de ontdekking van Sint Helena door João da Nova (±1460-1509) in 1502, een ontwerp van Willem Vis (1936-2007) (publiek domein)
Met volop bomen en vers water, werd het voor de Portugezen een verversingsstation op hun reizen naar Azië. Ze brachten er vee, fruitbomen en groenten, en bouwden een kapel en een paar huizen, waar zieke bemanningsleden konden recupereren.
Kaart van Sint Helena, gedecoreerd met drie zeemonsters; uit de Engelse vertaling van John Huyghen van Linschoten’s “Itinerario”, gepubliceerd in 1598 (publiek domein)
Ook de Spanjaarden en Engelsen, waaronder de ontdekkingsreiziger Sir Francis Drake, begonnen het eiland in de 16e eeuw aan te doen, waarbij Portugese schepen op hun retourreizen soms werden aangevallen. Schepen van de sterk opkomende Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden lieten het eiland ook niet links liggen en claimden het in 1633, maar nadat de Republiek in 1652 Kaap de Goede Hoop stichtte, keerde men er niet meer terug. In 1657 verleende Oliver Cromwell de Britse East India Company(EIC) een charter om Sint Helena te besturen. Het jaar daarop besloot het bedrijf het eiland te versterken en te bevolken met plantagehouders en slaven. In 1659 arriveerde de eerste gouverneur op het eiland en vanaf die tijd begon men met het bouwen van een nederzetting, de tegenwoordige hoofdstad Jamestown in een nauwe vallei tussen twee hoge kliffen.
Franse kaart van het nog kleine Jamestown, circa 1690 (publiek domein)
Het was moeilijk kolonisten te vinden die zich op het afgelegen eiland wilden settelen. In 1670 bedroeg de bevolking slechts 66 personen. Ontbossing en de daar uit voortvloeiende erosie hielpen niet. Gouverneur Isaac Pyke suggereerde in 1715 zelfs dat de bevolking misschien beter naar Mauritius kon worden verplaatst, maar daar werd geen gevolg aan gegeven. De EIC bleef de gemeenschap subsidiëren vanwege de strategische ligging van het eiland. Bij een volkstelling in 1723 was de bevolking flink gegroeid en werden er 1.110 inwoners geregistreerd, waaronder 610 slaven.
“The island of St. Helena belonging to the East India Company of England”, door Jan van Ryne (±1712-±1760), 1754, naast een aantal Britse schepen zien we rechts ook een Nederlands schip, Jamestown, tussen de kliffen, is onmiddellijk herkenbaar
Achttiende-eeuwse gouverneurs probeerden de problemen van het eiland op te lossen door herbebossings-programma’s, het verbeteren van vestingwerken, het bestrijden van corruptie en het bouwen van een ziekenhuis. Daarnaast werd de verwaarlozing van gewassen en vee aangepakt, werd de inname van alcohol ingedamd en werden er juridische hervormingen doorgevoerd. Het eiland kende vanaf ongeveer 1770 een lange periode van welvaart.
Zoals in al zijn overzeese gebieden importeerden de Britten tot slaafgemaakten uit Afrika, voor Sint Helena waren dat er circa 25.000. En hoewel de import van slaven op Sint Helena in 1792 werd verboden, duurde het nog tot 1839 voor de slavernij werd afgeschaft.
Napoleon
Zonder enige twijfel was Napoleon Bonaparte de bekendste inwoner van Sint Helena, hoewel dit verblijf niet uit eigen wil was. Hij werd als gevangene na zijn nederlaag bij de Slag van Waterloo op 18 juni 1815 naar het geïsoleerde eiland verbannen.
“Napoléon à Sainte-Hélène” door František Xaver Sandmann (1805-1856), circa 1820 (publiek domein)
Op 17 oktober 1815 kwam hij aan bij zijn verbanningsoord. Op 5 mei 1821 overleed hij aan maagkanker. Hij werd op Sint Helena begraven, maar in 1840 werd zijn lichaam naar Frankrijk gerepatrieered en in Parijs herbegraven onder de koepel van de Dôme des Invalides.
Na Napoleon
In 1833, twaalf jaar na de dood van Napoleon, ging het bezit van Sint Helena over van de EIC naar de Britse Kroon. Toen in 1869 het Suezkanaal in Egypte werd geopend, verbleekte de bevoorrechte positie van Sint Helena op de handelsroutes. Daling van het aantal schepen dat het eiland aandeed, daalde spectaculair: van 1.100 in 1855 naar slechts 288 in 1889.
Kaart van Sint Helena uit 1894, uit de “Historical Geography of West Africa, vol.3”, door Sir Charles Prestwood Lucas (1853-1931)
De British Nationality Act 1981 classificeerde Sint Helena en 14 andere kroonkolonies over heel de wereld als British Dependent Territories. De grondwet van Sint Helena werd in 1989 van kracht en bepaalde dat het eiland zou worden bestuurd door een gouverneur, een opperbevelhebber en een gekozen uitvoerende en wetgevende raad.
In 2002 verleende de British Overseas Territories Act 2002 het volledige Britse staatsburgerschap aan de eilandbewoners en werden de afhankelijke gebieden (inclusief Sint-Helena) omgedoopt tot de British Overseas Territories.
De eerste pagina van de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 (publiek domein)
Op 1 september 2009, verleende de St. Helena, Ascension en Tristan da Cunha Constitution Order 2009 alle drie de eilanden dezelfde status; het Britse overzeese gebied werd omgedoopt tot Sint Helena, Ascension en Tristan da Cunha.
Saint Helena Airport (foto: Paul Tyson / publiek domein)
Tot aan de opening van Saint Helena Airport in 2017, was het eiland alleen per schip bereikbaar en zeer geïsoleerd: het ligt 2.000 km ten westen van de Afrikaanse kust.
Jamestown, hoofdstad van Sint Helena (foto: Andrew Neaum / publiek domein)
Sint Helena heeft 4.439 inwoners, de hoofdstad Jamestown had bij de laatste telling 629 inwoners, met de buitenwijk Half Tree Hollow erbij in totaal 1.614.
De vlag
Vlag van Sint Helena (2019-heden)
De vlag van Sint Helena stamt weliswaar uit 2019, maar scheelt eigenlijk nauwelijks van die van 1984, terwijl de oorsprong van de vlag al in 1874 te vinden is. Hoe zit dat?
Allereerst de beschrijving: de vlag van Sint Helena is een blue ensign (Brits blauw vaandel), dat voor de meeste Britse overzeese gebieden in gebruik is, met op de vlucht het wapen van het eiland.
Wapen van Sint Helena(2019-heden)
Het wapen heeft een schildvorm en is horizontaal in tweeën gedeeld, in de verhouding 1:2. Bovenin is tegen een bruingroene achtergrond de nationale vogel van Sint Helena afgebeeld: de Sint Helena-plevier (Charadrius sanctaehelenae), een vogel die alleen op Sint Helena voorkomt en lokaal “wire bird” genoemd wordt.
Postzegel uit 1993 van 5 Saint Helena pence met de nationale vogel, de Sint Helena-plevier (publiek domein)
Tweederde van het schild wordt gevuld met een kusttafereel van het eiland, een driemaster die de vlag van Engeland voert, het bergachtige eiland zien we aan de linkerkant. Zoals gezegd: de vlag verschilt nauwelijks van haar voorgangster. Hieronder zien we die vlag.
Vlag van Sint Helena (1984-2019)
Het enige verschil zit ‘m in de plevier (en de gele achtergrond), die volgens kenners niet correct was afgebeeld. Deze vlag was ook in gebruik bij de ‘zustereilanden” Tristan da Cunha en Ascension, totdat die hun eigen vlag kregen, in respectievelijk 2002 en 2013. Deze vlag (en daarmee ook die van 2019) borduurde voort op de allereerste vlag van 1874, zie hieronder:
Vlag van Sint Helena (1874-1984)
We zien hetzelfde tafereel met de Oost-Indiëvaarder, de vlag van Engeland en de rotskust van Sint Helena, maar nog geen plevier. Het wapen is op de vlag in een sierrand gevat, met een rood lint langs de bovenzijde. De vlag werd tegelijk met het wapen ingevoerd, alhoewel dat laatste al als zegel van het eiland bekend was.
Victory in Europe Day (V-dag in het Nederlands) is natuurlijk niet een typisch Londens feest of een exclusief Engelse aangelegenheid. Het markeert het einde van de Tweede Wereldoorlog. Op 7 mei 1945 werd de capitulatie van het gehele Duitse leger in Reims getekend door generaal Alfred Jodl.
Krantenkoppen: ‘Vrijheid’ (links) en ‘Duitsland kapt ermee’ (rechts) (screenshots)VE Day in Londen
De volgende dag, 8 mei, was het nieuws algemeen bekend in Europa. In Londen liep de bevolking massaal uit en dromde samen voor Buckingham Palace waar premier Winston Churchill op het balkon toegejuicht werd, tesamen met de de Britse koninklijke familie.
8 mei 1945, het balkon van Buckingham Palace – Links: kroonprinses Elizabeth, Winston Churchill en koning George VI / Rechts: kroonprinses Elizabeth, koningin Elizabeth, Winston Churchill, koning George VI en prinses Margaret (screenshots)8 mei 1945 – Links: Mensen dansen op straat in Londen / Rechts: Grote drukte voor de hekken van Buckingham Palace tijdens de balkonscène (screenshots)8 mei 1945 – Links: Winston Chuchill zwaait naar de toegestroomde menigte / Rechts: Winston Churchill (hier op de rug gezien) toast op de overwinning in Whitehall (screenshots)
In sommige landen werd de bevrijding eerder gevierd, zoals Nederland en Denemarken (5 mei) of later, zoals in Rusland (9 mei), maar feest was het!
De vlag
Vlag van The City of London
Omdat Londen een grote rol speelde in de Tweede Wereldoorlog vandaag de vlag van Engeland’s hoofdstad. Strikt genomen heeft Londen twee vlaggen: één (onofficieel!) voor Greater London, afgeleid van het inmiddels afgeschafte wapen van de Greater Coucil of London en één voor The City of London. Die laatste wappert vandaag.
V.l.n.r.: Het voormalige wapen van de Greater Coucil of London / Onofficiële vlag van Greater London / Vlag van Engeland
De vlag is vrijwel gelijk aan die van Engeland: een wit veld met een St. George’s cross(Sint Joriskruis) in rood. Het enige verschil is dat de vlag van Londen een rood zwaard heeft in het kanton. Het zwaard zou terug te voeren zijn op de beschermheilige van Londen, de heilige Paulus, die door het zwaard onthoofd werd. De Engelse vlag is al heel oud en gaat in ieder geval terug tot de 13e eeuw. Het is een van de drie vlaggen die over elkaar heen gelegd de vlag van het Verenigd koninkrijk vormen, de Union Flag of Union Jack.
Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk
Vlag van de Lord Mayor
Vlag van de Lord Mayor of London
De ceremoniële burgemeester van London (The Lord Mayor) voert zijn eigen vlag en de basis daarvan is de vlag van de City of London. In het midden over het kruis heen is het wapen van de City of London geplaatst. De vlag van de Lord Mayor is te zien bij Mansion House, de officiële residentie, soms ook bij de Guild Hall. De ceremoniële functie bestaat al sinds 1189 en de huidige Lord Mayor, Alastair King, is sinds 8 november 2024 de 696e op deze post.
Alastair King(1968), de huidige Lord Mayor of London, op de dag van zijn installatie, 8 november 2024 (screenshot)
Het wapen gaat al zeker sinds de 14e eeuw mee, maar werd toen nog geflankeerd door twee leeuwen als schildhouders. Sinds minimaal 1633 zijn die veranderd in twee draken.
Wapen van The City of London
De officiële beschrijving luidt als volgt: Het schild is van zilver (wit), gekwartierd door een kruis van keel (rood) met in het eerste kwartier een opwaarts staand zwaard van keel (rood). Het helmteken (kuif) staat op de rand van het schild, het bestaat uit een linker zilveren (witte) drakenvleugel met daarop in keel (rood) een kruis. De schildhouders staan aan beide zijden van het schild, zijn van zilver (wit) en hebben aan de onderkanten van de vleugels een kruis van keel (rood). De draken staan op een lint met daarop het motto: Domine Dirige Nos(Heer, leid ons).
Het complete wapen is sinds 30 april 1957 toegekend door het College of Arms, het wapen solo (dus alleen het schild) is merkwaardig genoeg nooit officieel vastgelegd door dit college.
Zuid-Georgia is een Brits overzees gebied in de Zuidelijk Atlantische Oceaan, 1.400 km ten oosten van de Falklandeilanden. Het langgerekte eiland is 170 km lang en gemiddeld 34 km breed.
Samen met de Zuidelijke Sandwicheilanden vormt het vanaf 1985 één bestuurlijk gebied, voor die tijd behoorden beide gebieden administratief bij de Falklandeilanden.
De Zuidelijke Sandwicheilanden bevinden zich zo’n 700 km ten zuidoosten van Zuid-Georgia en 1.700 km ten noorden van de uiterste punt van het Antarctisch schiereiland en liggen in een lichte noord-zuid-boog
De archipel van de Zuidelijke Sandwicheilanden bestaat uit 11 eilanden, waarvan Montagu Island het grootst is. Ze bestaan uit vier groepen: van noord naar zuid zijn dat de Traversay, Candlemas, Central en Southern Tule Islands.
Op de Zuidelijke Sandwicheilanden komen met enige regelmaat hevige aardbevingen voor. In de laatste honderd jaar waren er bijvoorbeeld negen bevingen met kracht 7 of meer op de Richterschaal, de laatste was die van augustus 2021: een 8,1. Omdat de archipel onbewoond is, is er nooit sprake van schade.
Op Montagu Island bevindt zich de 1.370 m hoge Mount Belinda, een stratovulkaan, die eind juli 2001 uitbarstte en jarenlang aanhield en een 3,5 km lange lavastroom opleverde, van de krater tot aan de zee. In 2007 kwam de vulkaan weer tot rust.
Zuid-Georgia
Zuid-Georgia was onbewoond toen het werd ontdekt in april 1675. Die ontdekking staat op naam van de Britse koopman en ontdekkingsreiziger Anthony de la Roché, die tijdens een reis naar Zuid-Amerika vanwege slecht weer zo ver uit koers raakte dat hij het eiland ‘per ongeluk’ ontdekte. Toen het eiland voor het eerst op kaarten verscheen heette het nog Roché Island.
Het was ontdekkingsreizigerJames Cook, die hier met zijn schip de HMS Revolution op 17 januari 1775 voor anker ging en in opdracht van de Amiraliteit van Engeland aan land ging om het eiland voor Engeland te claimen. Het kreeg gelijk een nieuwe naam: Isle of Georgia, vernoemd naar de Engelse Koning George III.
Grytviken en de walvisvaart
Door de geschiedenis heen diende het als basis voor de walvisvaart en de zeehondenjacht, met een incidentele bevolking verspreid over verschillende walvisjacht-bases, waarvan Grytviken historisch gezien de belangrijkste was.
Grytviken in 1914, gefotografeerd door de Shackleton-expeditie (publiek domein)
Dat deze plaats en voormalige hoofdstad een niet bepaald Britse naam draagt, is te danken aan de Noorse walvisvaarder en poolonderzoeker Carl Anton Larsen, die deze plaats en walviskolonie in 1904 stichtte en het zijn naam gaf. ‘Grutviken’ is Zweeds en betekent ‘potbaai’. Larsen’s onderneming, de Compañía Argentina de Pesca, werd gefinancierd met Argentijns, Noors en Brits kapitaal.
Permanente bewoning heeft Grytviken nooit gekend, alhoewel er wel degelijk voor kortere of langere tijd ook gezinnen woonden. Tijdens zijn hoogtijdagen woonden en enkele honderden mensen. Toen de basis in 1966 sloot, wegens het instellen van walvisreservaten die grote walvisvaart niet langer mogelijk maakten, bleef Grytviken onbewoond achter en verviel de nederzetting tot een verzameling veelal roestige gebouwen en apparatuur.
De belangrijkste nederzetting en de huidige ‘hoofdstad’ is King Edward Point bij Grytviken, een onderzoeksstation van de British Antarctic Survey, met een bevolking van ongeveer 20 mensen. De ‘plaats’ is in feite niets anders dan een Brits onderzoeksstation, waar doorgaans tussen de 20 à 25 mensen verblijven.
King Edward Point diende vanaf 1909 als de residentie van de Britse vertegenwoordiger van het eiland. In 1925 richtte de Britse regering Discovery House op, een maritiem laboratorium.
Op 1 januari 1950 werd het station eigendom van de Falkland Islands Dependencies Survey. Het station was bemand van 1 januari 1952 tot 13 november 1969. De British Antarctic Survey zorgde tot 1982 voor de Britse aanwezigheid op het station. Vanaf 2001, toen het onderzoekscentrum nieuw leven werd ingeblazen, viel het complex niet langer onder het bestuur van de Falklandeilanden, maar onder onder dat van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden. De vervallen gebouwen werden vervangen door nieuwe, behalve Discovery House uit 1925 en de Gaol (de gevangenis) uit 1912.
Op deze dag in 1982 heroverde het Britse leger het eiland Zuid-Georgia op Argentinië. Op 19 maart, in aanloop naar de Falklandoorlog zette een groep van zo’n 50 Argentijnse mariniers voet aan land bij het voormalige walvisstation Leith Harbour. Ze deden zich voor als handelaars in oud metaal, maar plantten de Argentijnse vlag op het eiland.
De “handelaars in oud metaal” in Leith Harbour, Zuid-Georgia (fotograaf onbekend)
Op 2 april viel het Argentijnse leger de eveneens Britse Falklandeilanden binnen en bezette de archipel, waarmee de Falklandoorlog begon. Op 3 april gebeurde hetzelfde met Zuid-Georgia, toen het Argentijnse leger landde in Grytviken en het samen met King Edward Point bezette. De Britse premier Thatcher aarzelde niet en stuurde een complete vloot naar de antarctische wateren om orde op zaken te stellen.
De bezetting van de Falklandeilanden duurde tot 14 juni toen de Argentijnen zich overgaven. Zuid-Georgia was echter al eerder bevrijd met Operation Paraquet op 25 april, vandaag 43 jaar geleden.
Het moet gezegd dat in tegenstelling tot de Falklandeilanden, waar de Argentijnen zich behoorlijk hadden ingegraven, de situatie op Zuid-Georgia militair gezien minder complex was, de Argentijnen beschikten op 25 april over slechts één onderzeeër en 90 militairen.
De ‘white ensign’ (het witte vaandel) is de Britse oorlogsvlag op zee, ze staat ook wel bekend onder de naam St George’s Ensign, naar het rode kruis op het witte doek
De Britten beschikten bij de herovering over een torpedobootjager, twee fregatten, een onderzeeër, een patrouilleschip, acht helikopters en 250 man grondtroepen. Bij de herovering kwam één Argentijn om het leven en raakte er één gewond. De Argentijnse onderzeeër de Santa Fe ging verloren en zonk, de bemanning was toen al van boord, waardoor het totaal aantal krijgsgevangenen 155 betrof.
Premier Margaret Thatcher en kapitein Brian Young (1930-2009) (fotograaf onbekend)
Kapitein Brian Young, commandant van de Britse task group stuurde vervolgens een bericht naar het hoofdkwartier in het Verenigd Koninkrijk, dat via de pers gretig werd gedeeld: “Het verheugt mij Hare Majesteit te kunnen meedelen dat het witte vaandel (de Britse oorlogsvlag) naast de Union Jack wappert in South Georgia. God behoede de Koningin.”
Begin jaren ’50 van de vorige eeuw werd na drie expedities de eerste uitgebreide kaart van Zuid-Georgia geproduceerd door de Australiër Tony Bomford (1927-2003)(onderste foto op de kaart), met de onderzoekingstochten werden er ook zo’n 200 nieuwe geografische namen toegevoegd, een aantal daarvan vernoemd naar leden van de expedities (Collectie South Georgia Museum, Grytviken)
De vlag
Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1999-heden)
De vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden is een Britse blue ensign (blauw vaandel) met het wapen van de twee eilandgebieden in de vlucht en de Union Flag of Union Jack in het kanton. Daarmee is deze vlag er een uit de grote familie van blauwe-vaandels-met-wapen voor de Britse overzeese gebieden.
De vlag is al de tweede versie van dit gebied dat, zoals we eerder zagen, tot 1985 administratief onder de Falklandeilanden viel. Bij het instellen van het nieuwe territorium, op 3 oktober 1985, was er nog geen eigen vlag. Het was wachten op een eigen wapen, dat op 14 februari 1992 verleend werd, vooraleer er sprake kon zijn van een vlag.
Wapen
Het wapen van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden
Het wapen bestaat uit een blauw met wit ruitvormig schild, waarop een groene driehoek met de punt naar beneden waarop een gouden leeuw die een fakkel vasthoudt, twee gouden sterren in de hoeken.
De leeuw staat symbool voor het Verenigd Koninkrijk, de fakkel voor ontdekkingsreizen. De twee sterren komen uit het wapen van kapitein James Cook, net als de kleuren wit en blauw. De schilddragers zijn een Antarctische pelsrob die op een stuk rots zit en een macaronipinguïn die op ijs staat, beide dieren komen van nature voor op de eilanden.
Het wapen wordt gedekt door een helm met als helmteken een rendier, waarvan er enkele kuddes voorkomen op Zuid-Georgia. Het devies op een geel met rood lint luidt: Leo Terram Propriam Protegat (Laat de leeuw zijn eigen land beschermen).
Vlag van 1992-1999
Vlag van Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden (1992-1999)
Nadat Zuid-Georgia en de Zuidelijke Sandwicheilanden van een wapen waren voorzien, werd in hetzelfde jaar (1992) een vlag ingevoerd, die niet veel van de huidige verschilt. Zoals we al zagen, is de vlag er één uit de serie blue ensigns voor Britse overzeese gebieden. Die eerste vlag verschilt in zoverre van de huidige dat het wapen in een witte cirkel in de vlucht werd geplaatst, een zogenaamde badge.
Daar namen als Engeland, Verenigd Koninkrijk, Britse Eilanden en Groot-Brittannië heel vaak door elkaar gebruikt worden, is het wellicht een goed idee te beginnen met het ontwarren van al die geografische namen, ook al zullen ze tot in lengte der dagen ongetwijfeld door elkaar gebruikt blijven worden. Er gaat niets boven een duidelijke afbeelding in dit geval en die zien we hieronder.
Als we met het plaatje rechtsonder beginnen: daar zien we alles blauw gekleurd, de twee eilanden samen worden de Britse Eilanden (British Isles) genoemd. Linksboven zien we het grootste eiland blauw gekleurd: de naam van dit eiland is Groot-Brittannië (en bestaat dus uit Engeland, Schotland en Wales). Rechtsboven zien we het Verenigd Koninkrijk in blauw, waartoe dus Noord-Ierland behoort en het gehele eiland Groot-Brittannië. Linksonder tenslotte is het eiland Ierland, dat bestaat uit de Ierse Republiek en Noord-Ierland (dat tot het Verenigd Koninkrijk behoort).
Engeland beslaat met 62% landoppervlak het grootste deel van het eiland Groot-Brittannië.
Sint Jorisdag
Sint-Jorisdag is de feestdag van Sint-Joris, gevierd door christelijke kerken, landen, regio’s en steden waarvan hij de beschermheilige is, waaronder (naast Engeland) Albanië, Bulgarije, Ethiopië, Griekenland, Georgië, Portugal, Roemenië, Syrië, Palestina, Libanon, Castilië en León, Catalonië, Alcoy, Aragón, Genua en Rio de Janeiro. Sint-Joris heeft alles met de vlag van Engeland te maken, zoals we verderop zullen zien.
Op verschillende plaatsen in Engeland wordt Saint George’s Day gevierd met re-enactments van toernooien, zoals hier in Temworth, Staffordshire in 2024, waarbij de kleuren en de vlag van Sint-Joris niet ontbreken (fotograaf onbekend)
Sint-Jorisdag wordt gevierd op 23 april, de traditioneel aanvaarde datum van de dood van de heilige tijdens de ‘Diocletianus-vervolgingen’. Voor zover na te gaan lijkt Sint-Jorisdag in ieder geval sinds het begin van de 15e eeuw algemeen te zijn geworden In Engeland wordt het sinds die tijd gevierd, hoewel het geen officiële feestdag is. Recentelijk zijn er wel pogingen ondernomen om er een ‘public holiday’ van te maken, zo was het tijdens de algemene verkiezingen van 2017 en 2019 een van de campagnepunten van Labour.
Jorisvan Cappadocië
Zoals bij wel meer heiligen uit de vroegste periode is er maar weinig zeker over Sint-Joris en er zijn ook theorieën die er vanuit gaan dat Joris nooit bestaan heeft. De theorieën die er vanuit gaan dat hij wel degelijk bestaan heeft, houden het erop dat hij in de tweede helft van de 2e eeuw in Cappadocië (Griekenland) werd geboren en soldaat geweest zou zijn in het Romeinse leger. Hij zou gediend hebben bij de pretoriaanse garde, een speciale militaire eenheid gevormd door de Romeinse militaire elite die de keizerlijke lijfwacht vormde.
Vanwege het niet willen afzweren van zijn christelijke geloof zou Joris door Keizer Diocletianus ter dood zijn veroordeeld op 23 april 303. Joris was toen in Palestina, in de stad Lod (Lydda). Of dit echter ook daadwerkelijk gebeurd is weten we niet. Wat wél vaststaat is dat de keizer in 303 een edict uitvaardigde voor christenvervolgingen. Deze bloedige jacht op christenen duurde in het westen van het Romeinse Rijk tot 306 en in het oosten tot 313. In dat jaar proclameerde Keizer Costantijn de Grote het Edict van Milaan, waarbij godsdienstvrijheid werd ingevoerd.
17e eeuws marmeren borstbeeld van Diocletianus (244-311), Romeins keizer van 22 december 244 tot 3 december 311) (Collectie Château de Vaux-le-Vicomte, Frankrijk / publiek domein)
Dit niet willen afzweren van zijn christelijke geloof leidde in de 4e of 5e eeuw tot verering van Joris als christelijk martelaar, waarbij de verhalen rondom de persoon van Joris van Cappadocië steeds verder werden verfraaid en aangedikt.
Sint-Joris en de draak
Het bekendste verhaal over Joris is zonder enige twijfel dat over zijn overwinning op een draak, dat we gezien het feit dat draken niet bestaan zonder meer naar het rijk der fabelen kunnen verwijzen. Volgens het verhaal had deze draak het voorzien op het vee en de bezittingen van dorpelingen uit Cappadocië. Toen die na verloop van tijd niet meer voorhanden waren, eiste de draak dagelijks een menselijke offer.
‘Sint-Joris en de draak‘, schilderij van Vittore Carpaccio (1456-1526)(Collectie Scuola di San Giorgio degli Schiavoni, Venetië / publiek domein)
Op een dag werd prinses Sabra van het gebied gekozen als het volgende mensenoffer. Terwijl ze naar de drakengrot liep, zag Sint-Joris haar en vroeg haar waarom ze huilde. De prinses vertelde de heilige over de wreedheden van de draak en vroeg hem onmiddellijk te vluchten, uit angst dat hij ook gedood zou worden. Maar de heilige weigerde te vluchten, doodde de draak en redde de prinses.
Links: ‘Saint Georges terassant le dragon’, 14e eeuwse miniatuur uit het ‘Livre d’heures’, met een wel heel klein draakje (Collectie British Library / publiek domein) / Rechts: Sint-Joris op het wapen van de oblast Kiev, Oekraïne
En hoewel het verhaal zich oorspronkelijk voor het eerst afspeelde in Griekenland in de vroegste bronnen van de 11e en 12e eeuw, speelt het in de 13e-eeuwse Legenda aurea (een middeleeuwse verzameling over heiligenlevens) zich af in Libië.
‘San Giorgio e il drago‘, circa 1430/35 door Paolo Uccello (1397-1475), let op Joris’ kleuren: een rood kruis op een wit veld (Collectie Musée Jacquemart-André, Parijs / publiek domein)
Vanaf de 13e eeuw werd het verhaal over het verslaan van de draak door Sint-Joris een ‘hit’ zou je kunnen zeggen, want het heeft alle eeuwen overleefd, tot op de dag van vandaag.
De vlag
Vlag van Engeland (circa 1190-heden)
Hoewel de exacte herkomst. van de Engelse vlag -een rood kruis op een wit veld- niet te achterhalen is, staat wel vast dat dit een van de oudste nationale vlaggen is. De vlag zou zijn oorsprong kunnen vinden in de kruistochten naar het Heilige Land tussen 1095 en 1291, waarbij het doel was Jeruzalem en omgeving ge bevrijden van de islamitische overheersing, in opdracht van de Katholieke Kerk in samenwerking met wereldlijke Europese vorsten.
Vlaggen met symbolen van heiligen kwamen tijdens de kruistochten veel voor, waarvan de bekendste die van Edmond, Eduard de Belijder en Joris van Cappadocië (Sint-Joris) waren. De vlag van Sint-Joris, wit met een rood kruis, kwam als populairste uit de bus rollen bij gewone soldaten. In 1190 kwamen witte vlaggen met een rood kruis naar het schijnt voor bij Engelse schepen die de Middellandse Zee binnenvoeren om te profiteren van de bescherming van de Genuese vloot. De toenmalige Republiek Genua voerde een dergelijke vlag al eerder, wellicht al in 1113 (tegenwoordig de stadsvlag van Genua). De Engelse koning betaalde de doge van Genua jaarlijks voor dit voorrecht.
De vlag van de Republiek Genua, gepubliceerd in ‘Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili’, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providence, Rhode Isand / publiek domein)
Er zijn voldoende aanwijzingen uit 1249 en 1277 om aan te nemen dat in Engeland het rode kruis met witte ondergrond op schilden en vlaggen voorkwam, maar het werd pas ‘officieel’, zou je kunnen zeggen, bij het stichten van de Orde van de Kousenband (The Most Noble Order of the Garter) door Koning Eduard III in 1348, waarbij Sint-Joris de patroon van de orde werd. Het wapen van de orde is een schild in wit met rood kruis, met daaromheen de kousenband met het devies van de orde Honi soit qui mal y pense (Schande over hem die er kwaad van denkt).
Koning Eduard III (1312-1377), stichter van de Orde van de Kousenband: we zien hem hier afgebeeld met de badge van de orde op zijn blauwe mantel, miniatuur uit circa 1430-1440 uit het ‘Bruges Garter Book’ door William Bruges (1375-1450) (Collectie British Library, Stowe 594 ff. 7v / publiek domein)
De positie van het rode kruis op witte ondergrond werd nog verstevigd tijdens de overwinning van de Engelsen op de Fransen in de Slag bij Azincourt in 1415, tijdens de Honderdjarige Oorlog, onder aanvoering van Koning Hendrik V, met (volgens Shakespeare) het aanroepen van Sint-Joris. De koning bepaalde dat soldaten voortaan een Sint-Joris-armband dienden te dragen, zodat er geen verwarring op het slagveld kon ontstaan. Hij voegde daaraan toe: “…dat geen van onze tegenstanders dit teken van Sint-Joris mag dragen […] op straffe des doods”.
Illustratie uit circa 1470 uit Jean Froissart’s “Chronicles” waarop priester John Ball centraal is afgebeeld, aan weerszijden zien we soldaten met zowel de koninklijke banieren van Koning Hendrik IV als de Sint-Jorisvlag (Collectie British Library manuscript “Royal 18 E. I f.165v” / publiek domein)
De Sint-Jorisvlag werd daarna algemeen op Engelse schepen in combinatie met de koninklijke banieren.
Union of the Crowns
In 1603 werden de de koninkrijken Engeland en Schotland onder één kroon verenigd onder de Schotse Koning James VI, die in Engeland regeerde onder de naam James I. Door deze unificatie, de Union of the Crowns, werden de de Sint-Jorisvlag van Engeland en en de Sint-Andreasvlag (St. Andrew’s Cross) van Schotland (een blauw veld met een wit schuinkruis) gecombineerd tot één vlag, de Union Flag.
Union Flag: de samenkomst van de vlaggen van Engeland en Schotland (1606-1707), vanaf 1707 tot 1801 onder de naam Kingdom of Great Britain
De laatste verandering die deze vlag onderging was in 1801, toen Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd. Het Ierse rode schuinkruis op een witte ondergrond (St. Patrick’s Saltire) werd gecombineerd met de Union Flag van 1606, zodat de Union Flag of Union Jack, zoals we haar nu nog kennen het licht zag.
De Britse Union Flag of Union Jack (1801-heden)
Het grootste deel van Ierland werd vanaf 1921 onafhankelijk, maar Noord-Ierland bleef Brits, waardoor het Ierse schuinkruis in de vlag bleef.
De vlag nu
Hoewel vanaf 1606 de nationale vlag dus gecombineerd werd met eerst Schotland en vanaf 1801 met Ierland (Wales werd als onderdeel van Engeland beschouwd en werd dus niet vertegenwoordigd op de vlag), bleef de vlag van Engeland in eerste instantie op zee nog gecombineerd worden met de Union Flag, tot halverwege de 17e eeuw. Uiteraard bleef de vlag in Engeland zelf altijd wat ze was: de vlag van het land Engeland.
Engelse fans tijdens een cricket-wedstrijd (fotograaf onbekend)
Meer en meer identificeerden Engelsen zich echter met de nationale vlag van het Verenigd Koninkrijk en dat is eigenlijk heden ten dage nog steeds zo, met één grote uitzondering: de sportwereld. De vlag maakte uiteindelijk een glorieuze ‘comeback’ bij landenteams voor rugby, voetbal en cricket.
Kirby Estate in de Londense wijk Bermondsey staat erom bekend tijdens belangrijke voetbalwedstrijden van het nationale team voluit te gaan qua versiering (screenshot)
Ook op een dag als vandaag zou nationaal in Engeland de rood-witte vlag kunnen wapperen, maar wellicht is dat voor nu nog even toekomstmuziek.