De zogenaamde Local Government Act 1888 zorgde ervoor dat Engeland en Wales in graafschappen werden onderverdeeld, de wet ging het jaar daarop in, om precies te zijn op 1 april 1889.
Een fiks aantal historische graafschappen bestond al langere tijd, zoals Kent, maar er werden ook 10 grote steden aangewezen als seperate ‘stadsgraafschappen’: Liverpool, Birmingham, Manchester, Leeds, Sheffield, Bristol, Bradford, Nottingham, Kingston-on-Hull en Newcastle upon Tyne. Hoofdstad Londen was iets eerder, op 21 maart, al voorgegaan.
Kent, onze ‘buurprovincie’ bestaat onder die naam al heel lang. Vanaf 1067 was het al een deels autonoom gebied met als hoofstad Canterbury. Ver daarvoor was Kent zelfs een apart koninkrijk, volgens overlevering gesticht in 449 door de uit Jutland afkomstige Hengest, die het gebied veroverde, tesamen met zijn broer Horsa.
De vlag
Vlag van Kent (de Invicta Flag)
De vlag van Kent is donkerrood van kleur met een afbeelding van een steigerend wit paard. Dit paard was het symbool van bovengenoemde Horsa. Na de verovering van het gebied door de Juten werd het ook het symbool van Kent. Hoewel het paard dus al heel lang als symbool voor Kent gebruikt wordt, wordt het voor zover we nu weten, voor het eerst op een vlag gezet in 1605 (zie afbeelding hieronder).
Hengest en Horsa met rechts de banier van Horsa (uit: A restitution of Decayed Intelligence, 1605)
De vlag staat ook bekend als de Invicta flag, naar de wapenspreuk van Kent, Invicta, wat zoveel als ‘onverslagen’ of ‘nooit veroverd’ betekent.
Andere witte paarden
Daarmee is het witte paard ‘familie’ van een ander gebied op het Europese vasteland met dit symbool: Nedersaksen, dat min of meer ‘op de route’ lag vanuit Jutland. Ook daar zien we een wit paard op een rode ondergrond.
De vlaggen van Nedersaksen en Twente
Ook de Nederlandse regio Twente bedient zich van dit symbool, maar in dit geval was de wens de vader van de gedachte. Het was de regionale amateur-historicus Jacobus (Ko) Joännes van Deinse die rond 1930 van de stelling uitging dat Twentenaren van oorsprong Saksen zouden zijn en daarom ook “het recht hadden” een wit paard op een rood veld te voeren. Het leidde tot een eigen vlag met dit symbool. Achteraf gezien bleek Van Deinse hier echter historiserend bezig te zijn geweest: Albert Mensema, archivaris bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle, bewees in 1981 dat het Saksische ros helemaal geen inheems Twents symbool was, maar toen was het als zodanig inmiddels al ingeburgerd.
Hoewel Malta al sinds 21 september 1964 onafhankelijk was geworden van het Verenigd Koninkrijk, bleef de Britse koningin Elizabeth II staatshoofd. Dit veranderde op 13 december 1974, toen Malta een onafhankelijke republiek werd.
Al die tijd hadden de Britten een militaire basis op Malta aangehouden, waar de eilandstaat weliswaar pacht voor ontving (het bedrag hiervoor werd tussen 1971 en 1979 flink verhoogd), maar waar de Maltezers toch graag vanaf wilden.
Op 1 april 1979 verlieten de laatste Britse troepen Malta, waarna de eilandstaat voor 100% baas in eigen huis was. De dag van de terugtrekking wordt sindsdien als een feestdag gevierd en staat in het Maltees bekend als Jum il-Ħelsien en in het Engels (de tweede taal van het land) als Freedom Day. De dag wordt echter niet op 1 april gevierd, maar één dag eerder, op 31 maart.
Op deze dag vindt altijd een ceremonie plaats bij het Freedom Day Monument in Birgu.
Freedom Day Monument (foto: Steve Zammit Lupi, Times of Malta)
De grootste festiviteit echter is de jaarlijkse regatta, waar deelnemers uit de steden Birgu, Bormla en Isla tegen elkaar strijden; een evenement dat altijd duizenden toeschouwers trekt, maar gezien de huidige corona-pandemie niet op dezelfde manier zal kunnen plaatsvinden. De regatta op deze dag is de eerste van twee: regatta nummer twee vindt plaats op 8 september, Victory Day (Overwinningsdag).
Voor de onafhankelijkheid in 1964 was Malta een Britse Kroonkolonie en had het een hele trits aan vlaggen, waarbij de eerste een Britse red ensign is met een St. George’s Cross en de vier overige blue ensigns zijn met verschillende badges in het uitwaaiende gedeelte, hoewel twee ervan alleen op details verschillen.
Dec Maltese kroonkolonie-vlaggenparade, v.l.n.r.: tot 1875, 1875-1898, 1898-1923, 1923-1943, 1943-1964
De huidige vlag van Malta is ingevoerd op bij de onafhankelijkheid op 21 september 1964. Het is een verticale tweekleur, wit aan de broekingszijde, rood aan de vlucht. In de bovenhoek van de broekingszijde is het George Cross afgebeeld.
De kleuren wit en rood gaan ruim negen eeuwen terug: het zijn de kleuren van de Normandische graaf Roger de Hauteville, die in 1090 het eiland bezette. Hij is beter bekend als Roger I van Sicilië (van 1071 tot 1101 was hij grootgraaf van Sicilië).
Het George Cross (Sint Joriskruis) werd Malta door koning George VI verleend op 15 april 1942. Het is de hoogste Britse niet-militaire onderscheiding. Het was bedoeld als huldeblijk aan de bevolking voor de betoonde moed tijdens Duitse en Italiaanse luchtaanvallen.
De onderscheiding werd ingesteld door koning George VI op 24 september 1940 en wordt maar zelden verleend. Het kruis is zilverkleurig, met armen van gelijke lengte. In een cirkel middenin het kruis is de beeltenis van Sint Joris te zien terwijl hij de draak verslaat. Het randschrift rond de afbeelding luidt: For gallantry (Voor dapperheid).
Alaska is de grootste staat van de Verenigde Staten qua oppervlakte. Om daar ongeveer een idee van te krijgen: voeg Duitsland, Frankrijk, Spanje en de Benelux samen en dan komen we in de buurt. De totale oppervlakte is 1.481.347 km². Het aantal inwoners echter is slechts 728.903, volgens de laatste gegevens uit 2020.
Vanaf het derde kwart van de 17e eeuw tot 1867 was Alaska een Russische kolonie onder de naam Russisch Amerika, met als hoofdstad Novo-Arkhangelsk (tegenwoordig Sitka genaamd).
Sitka,tot 1867 Novo Archangelsk, hoofdstad van Russisch Amerika, tekening uit 1869 van Frederick Whymper (1838-1901)
De Russen besteedden nooit veel aandacht aan het immense gebied en koloniseerden het nauwelijks, waardoor het onder leiding van de Russisch-Amerikaanse Maatschappij, ternauwernood winstgevend was. In de jaren ’60 van de 19e eeuw gingen de cijfers van Alaska zelfs in het rood. De Russisch-Amerikaanse Maatschappij liet zijn charter voor het gebied in 1861 verlopen en in de jaren erna werden de geluiden dat Rusland van Alaska afwilde steeds sterker.
Kaart van Russisch Amerika uit “Mitchell’s New General Atlas, containing maps of the various countries of the world, plans of cities, etc.”, published by S. Augustus Mitchell, Jr., 1860 (publiek domein)
Het was de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, William H. Seward, die er in 1864 van vernam. Seward was met zijn grote belangstelling voor de walvisvaart zeer geïnteresseerd en kreeg toestemming onderhandelingen te starten met een persoonlijke vriend van hem, de Russische minister en ambassadeur voor de V.S., baron Eduard von Stoeckl.
Links: William H. Seward (1801-1872) in de jaren ’60 van de 19e eeuw; onbekende fotograaf, restauratie door Adam Cuerden (publiek domein) / Rechts: Eduard von Stoeckl (1804-1892), portret tussen 1855 en 1865, van fotograaf Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein)
Von Stoeckl was een groot voorstander van verkoop. Hij was bang dat het Verenigd Koninkrijk vanuit zijn kolonie Canada Alaska zou kunnen veroveren als Rusland met het V.K. in oorlog kwam. Tevens wilden de Russen zich primair richten op ontginning van grondstoffen in Oost-Siberië. Ook Stoeckl’s baas, Alexander II, tsaar van Rusland, koning van Polen en groothertog van Finland, was voorstander van verkoop.
Zo begonnen de onderhandelingen. De V.S. dachten eerst aan een aankoopsom van $ 5 miljoen dollar, maar dat vonden de Russen te weinig.
De cheque van $ 7,2 miljoen voor de aankoop van Alaska, gedateerd op 1 augustus 1868 (publiek domein)
Uiteindelijk werd men het op 30 maart 1867 eens over een prijs van $ 7,2 miljoen (zo’n $ 132 miljoen nu) en kon de overeenkomst getekend worden.
Niet iedereen was blij met de aankoop: de publiek opinie was zeer verdeeld. Tegenstanders noemden aankoop Seward’s Folly (Seward’s Dwaasheid), Walrussia en Polar Bear Garden (IJsbeertuin).
Eerste pagina van de officiële ratificatie van de verkoop van Alaska, gedateerd 20 juni 1867; deze pagina vermeldt de complete titulatuur van Tsaar Alexander II (1818-1881) (National Archives and Records Administration / publiek domein)
De officiële overdracht was een half jaar later, op 18 oktober 1867 in het fort van Sitka, waarbij de Russische vlag gestreken werd en de Amerikaanse gehesen. In eerste instantie werd Alaska, onder de naam Department of Alaska, bestuurd door militairen, maar vanaf 1884 werd het omgevormd tot het District of Alaska, met aan het hoofd een gouverneur die benoemd werd door de Amerikaanse president.
De eerste paar jaren was er van grote activiteit in de nieuwe aankoop nog geen sprake. Toen er echter in de jaren ’90 van de 19e eeuw goud gevonden werd in Alaska (en in het Canadese Yukon Territory) barstte de Gold Rush (Goudkoorts) los, waardoor duizenden mensen naar het gebied trokken om ook een graantje mee te pikken.
In 1906 werd Juneau de hoofdstad en vanaf 1912 werd Alaska een territorium (officieel een organized incorporated territory of the United States). Pas op 7 juli 1958 geeft het Amerikaanse Congres toestemming voor toetreding van Alaska als staat binnen de Unie. Op 3 januari 1959 tenslotte, wordt Alaska de 49e staat.
De vlag
Vlag van Alaska (1927-heden)
De vlag is blauw met het sterrenbeeld Grote Beer (7 vijfpuntige gele sterren) plus de Poolster (een grotere vijfpuntige gele ster in de top van het uitwaaiende gedeelte).
In 1926 werd door het Alaska Department of the American Legion besloten dat Alaska zijn eigen vlag moest krijgen en organiseerde daartoe een ontwerpwedstrijd, maar dan wel een bijzondere: alleen schoolkinderen uit Alaska tussen de 12 en 18 jaar oud mochten meedoen.
Van de 142 inzendingen werd uiteindelijk het ontwerp van de toen 13-jarige John Bell (Benny) Benson, een weeskind uit Seward, gekozen. Hij verdiende daarmee een schoolbeurs van $ 1.000, een gouden horloge met een inscriptie van zijn vlagontwerp en een trip naar Washington, D.C., om zijn ontwerp te presenteren bij President Calvin Coolidge. Het reisje vond uiteindelijk niet plaats, maar op 2 mei 1927 werd de vlag officieel door het toenmalige territorium Alaska aangenomen.
Wat de symboliek van de vlag betreft: Benny Benson koos voor het blauw als verwijzing naar de kleur van de lucht boven Alaska en tevens voor het veel voorkomende vergeet-me-nietje (vanaf 1949 de ‘staatsbloem’). Wat de Grote Beer (Ursa Major) betreft: net als in Nederland is dit sterrenbeeld circumpolair, wat zo veel wil zeggen dat hij nooit onder de horizon verdwijnt en mits onbewolkt, altijd aan de nachtelijke hemel te zien is.
Het sterrenbeeld Grote Beer (Ursa Major) (publiek domein)
Hoewel de Grote Beer uit veel meer sterren bestaat, zijn alleen de 7 helderste op de vlag vertegenwoordigd: deze sterren zijn ook met het blote oog makkelijk te zien, het gaat om Alioth, Dubhe, Alkaid, Mizar, Merak, Phad en Megrez. Verder staat de Grote Beer ook symbool voor de in Alaska in groten getale voorkomende beren.
De Poolster (Polaris) is als de Grote Beer in het zicht is, altijd makkelijk te vinden. Het is de helderste ster van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minor). Benny Benson wilde de noordelijke Poolster er graag bij hebben omdat hij er vanuit ging dat Alaska op termijn officieel een staat zou worden, waarmee Alaska dan de noordelijkste staat zou zijn. Dit maakte hij gelukkig nog mee in 1959, toen hij 46 was (hij overleed in 1972). De vlag werd zonder wijzigingen van territoriumvlag een staatsvlag.
De vlag is altijd populair geweest. Dat bleek ook In 2001, toen de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) onderzocht hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Alaska op een mooie 5e plaats.
Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.
In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.
Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.
Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!
De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.
Baron Bliss in zijn rolstoel op zijn jacht de Sea King (publiek domein)
Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.
Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.
Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.
Een vast vedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day. Sinds 2010 staat deze dag ook bekend onder de naam National Heroes and Benefactors Day(Nationale Helden en Weldoeners-dag), maar dat ligt toch minder makkelijk in de mond!
De vlag
Vlag van Belize (1981-heden)
De vlag is blauw met het staatswapen in het midden en twee rode banen, boven en onder.
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen. Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).
De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall
De vlag
De vlag van Cornwall is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal, staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: BanerPeran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).
Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn! Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.
Vlag van Bretagne
Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…
Saint George’s cross, de vlag van Engeland
Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.
De dag wordt in Cornwall uitgebreid gevierd met optochten, markten en toespraken. In verband met de corona-pandemie, zal dat dit jaar virtueel georganiseerd worden.
1 maart is de nationale feestdag van Wales. Het is de dag waarop (volgens de overlevering) Sint David stierf in 569, maar andere bronnen vermelden 588 of 589. Tijdens zijn leven stichtte hij een Keltische kloostergemeenschap in Glyn Rhosyn, in het westen van Pembrokeshire, waar nu St. David’s Cathedral staat.
Naast de Welshe vlag, die overal te zien is, is ook de vlag van Sint David zelf aanwezig, een zwarte vlag met een geel liggend kruis.
Vlag van Sint David
De vlag
Vlag van Wales, 1953-heden
De vlag van Wales heeft een naam, hij heet Y Draig Goch (De Rode Draak) en het is duidelijk waarom. De draak vult het hele vlagdoek tegen een horizontaal in tweeën gedeelde achtergrond van wit en groen. De draak is als symbool van Wales terug te voeren tot de 4e eeuw, vanaf de 7e eeuw werd het als symbool geadopteerd door Cadwaladr, koning van Gwynedd.
De draak komt in ieder geval vanaf 1807 op een vlag voor, maar dan op een geheel wit veld. In 1953 wordt dit veranderd in twee banen van wit en groen.
Vlag van Wales, 1807-1953
De kleuren wit en groen zijn die van het Welshe vorstenhuis Llewellyn, maar ook van de Engelse Tudors. De vlag werd op 23 februrari 1959 officieel erkend.
Hoewel de vlaggen van Engeland, Schotland en Noord-Ierland de Britse Unievlag (Union Flag of Union Jack) vormen, komt Wales niet op die vlag voor. De reden daarvoor is dat Wales reeds eeuwen daarvoor was ingelijfd als integraal onderdeel van het koninkrijk Engeland.
Het sultanaat Brunei, gelegen aan de noordkant van het eiland Borneo, was tot 1 januari 1984 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk. Het bestaat uit twee aparte delen, beide aan de Zuid-Chinese Zee gelegen, van elkaar gescheiden door het grondgebied van Maleisië.
Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg het land steeds meer autonomie, resulterend in volledige onafhankelijkheid op 1 januari 1984. Het volledige afbouwen van het Britse bestuur was echter pas een feit op 23 februari 1984 en dat is dan ook de reden dat Brunei’s onafhankelijkheidsdag niet op 1 januari maar op 23 februari wordt gevierd.
De vlag
Vlag van Brunei (1959-heden)
Tot 1906 (invoering van het Britse protectoraat), had Brunei een geheel gele vlag, de kleur van de sultan. Vanaf dat jaar worden er diagonaal twee strepen aan toegevoegd: een witte en een zwarte. Deze strepen staan voor de twee voornaamste raadgevers van de sultan, de zogenaamde viziers.
Links: Vlag van Brunei (1368-1906) / Rechts: Vlag van Brunei (1906-1959)
De vlag blijft vervolgens onveranderd tot op 29 september 1959. Op die dag wordt de nieuwe grondwet van kracht en dat is de aanleiding om het staatswapen midden op de vlag te plaatsen. Dit staatswapen had zijn eigen kleine evolutie: de halve maan werd in 1950 toegevoegd en de twee armen aan weerszijden in 1959, bij plaatsing op de vlag.
De evolutie van het Bruneise staatswapen, v.l.n.r.: 1932-1950 / 1950-1959 / 1959-nu
Het rode wapen bestaat uit verschillende onderdelen. In het midden is een pyloon zichtbaar, met boven het derde segment een paar vleugels, daarboven een parasol en in de top een vlaggetje. De parasol en het vlaggetje symboliseren de monarchie en macht van de sultan. De vier segmenten in iedere vleugelhelft staan voor recht, rust, welvarendheid en vrede. De pyloon is het symbool van een stabiele en rechtvaardige regering.
De halve maan is het symbool van de islam, de staatsreligie in Brunei. Op de sikkel van de maan staat in Arabisch schrift, maar in de Maleisische taal vrij vertaald, de volgende tekst te lezen: الدائمون المحسنون بالهدى, oftewel Onder goddelijke leiding altijd goede dadendoen. Onder de halve maan is nóg een tekst te zien op een banderol. Er staat بروني دارالسلام, oftewel Brunei Darussalam, wat zoveel betekent als Brunei, plek van de vrede.
De in 1959 toegevoegde armen staan voor aanhankelijkheid en gehechtheid van het land aan de regering (lees: de sultan) en de verplichting van dezelfde regering om zorg en handhaving van de hoge levensstandaard, vrede en welvaart.
Vlag en wapen van de Sultan
Sultan Hassanal Bolkiah* is een van de langst zittende staatshoofden ter wereld en een van de weinige absolute monarchen. Naast staatshoofd is hij ook premier en minister van defensie.
De sultan is bepaald niet onomstreden. In 2014 kondigde hij aan de sharia (islamitisch recht) stapsgewijs te zullen invoeren. Onder zulk een wetgeving zouden strenge straffen opgelegd kunnen worden, zoals gevangenisstraf voor zwangerschappen buiten het huwelijk, of steniging voor homoseksuele handelingen of seks zonder huwelijksband. Na deze aankondiging kwam er grote internationale druk en protest, waar de sultan niet goed raad mee wist. In eerste instantie werd de invoering uitgesteld, maar vervolgens in april 2019 toch ingevoerd, maar een maand later weer ingetrokken.
Persoonlijke standaard van Sultan Hassanal Bolkiah
De persoonlijke standaard van de sultan is geel met middenin zijn wapen in rood. De maansikkel heeft dezelfde tekst als die op de nationale vlag. Het wapen zelfstandig afgebeeld, is in full colour en stamt uit 1999. De buitenste cirkel is in goud en bestaat uit twee rijstplant-aren. Daarbinnen is een groene halve maan (islam) afgebeeld, met in goud de tekst تبارك الذي بيده الملك, wat zich laat vertalen als Gezegend is degene in wiens hand het Koninkrijk is.
Laatste versie van het wapen van de sultan (1999-heden)
Binnen de halve maan komen de symbolen van de nationale vlag terug: de pyloon, de parasol met het vlaggetje en de twee vleugels. Hierboven (en door de geopende rijst-aren heenstekend) is de kroon van de sultan afgebeeld. Deze kroon, mahkota genaamd, heeft een ontwerp dat gebaseerd is op de brokaten tulbanden die door Hassanal Bolkiah’s voorgangers werden gebruikt.
De brokaten tulbanden van Hassan Bolkiah’s voorgangers. Links: Ahmad Tajuddin (1913-1950), sultan van 1924 tot 1950, gefotografeerd in 1941 / Rechts: Omar Ali Saifuddien III (1914-1986), die zijn broer in 1950 als sultan opvolgde en aftrad in 1967, ten gunste van zijn zoon Hassan Bolkiah, foto uit 1950 (beide foto’s: publiek domein)
Hij werd in 1968 vervaardigd voor de kroning van Hassanal Bolkiah, door goudsmit Pehin Abdul Rahman en de Singaporese juwelier S.P.H. De Silva. De gouden kroon heeft twee afhangende pendiliah van goud en robijnen. Bovenaan een zogenaamde sarpech (in het Nederlands zouden we dat een aigrette noemen), een gouden tulbandsieraad, bestaand uit een maansikkel en een tienpuntige ster, die uitloopt in een zevenpuntig ornament. De middelste punt van dit ornament loopt uit in een halve maan met ster erboven. De zes andere punten worden bekroond door parels, symbool voor de Zes Zuilen van Iman (Geloof).
Links: De gouden kroon van Brunei, de mahkota, vervaardigd in 1968 / Rechts: Kroning van Sultan Hassan Bolkiah, op 1 augustus 1968, met de nog nieuwe kroon (beide foto’s: publiek domein)
Vanuit de zijkanten van de kroon steken vier (twee aan iedere kant) driedubbel uitgevoerde parasolletjes van goud en robijnen op, in Zuidoost-Azië symbool voor de hoogste rang. Verder staan ze voor suprematie, glorie en heldhaftigheid. Ze worden aangeduid met de naam Payung Ubor-Ubor Tiga Ringkat.
De deels gebogen onderkant van de kroon is versierd met 99 saffieren. deze staan voor de 99 namen van Allah. Het wapen wordt bekroond door de gekalligrafeerde naam van Allah in goud: الله.
*De volledige naam van de sultan luidt: Haji Hassanal Bolkiah Mu’izzaddin Waddaulah ibni Al-Marhum Sultan Haji Omar Ali Saifuddien Sa’adul Khairi Waddien.
Vandaag is het 56 jaar geleden dat Koningin Elizabeth II in haar rol als Canadees staatshoofd goedkeuring verleende aan de nieuwe vlag.
De vlag
Vlag van Canada (1965-heden)
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld. In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren. Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen. Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.
Burns Night (Schots: Burns Nicht) herdenkt de geboorte van de Schotse dichter Robert Burns in 1759. De dag van vandaag staat ook wel bekend als Robert Burns Day, Robbie Burns Day of Burns Supper.
Robert Burns
Robert Burns (1759-1796) is een van Schotland’s bekendste dichters, zo niet de bekendste. Zijn gedicht/lied Auld Lang Syne (1788) kennen we ook nu nog en komt vooral langs bij Nieuwjaarsvieringen. Hij schreef zijn gedichten oorspronkelijk in het dialect van Ayrshire. Oud is hij niet geworden: hij stierf door hartproblemen op 37-jarige leeftijd.
Om hem te gedenken worden al sinds 1801 ieder jaar diners (Burns Supper) gegeven, zowel formeel als informeel. Het is Schots wat de klok slaat: er wordt Schots gegeten, zoals haggis (een vleesgerecht gemaakt van schapen-hart, -long en -lever) en cranachan (een toetje waar whisky in verwerkt wordt), er wordt Schots gedronken (whisky uiteraard), Schotse muziek ten gehore gebracht en natuurlijk worden er gedichten van Burns voorgedragen. De haggis is het hoofdgerecht en die wordt meestal met de nodige ceremonie binnengebracht (als het even kan met doedelzak-begeleiding) en allen gaan staan.
Auld Lang Syne bladmuziek
Bij sommige diners wordt ook gezongen (uiteraard teksten van Burns) en/of gedanst. Traditioneel wordt het diner afgesloten met het zingen van Auld Lang Syne, waarbij iedereen gaat staan en elkaars hand vasthoudt.
De vlag
Vlag van Schotland (1540-heden)
De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.
Pitcairn, in de Stille Oceaan, is het enige bewoonde eiland van de vijf Pitcairneilanden. De andere eilanden zijn Henderson, Ducie, Oeno en Sandy. De laatste twee zijn de boven de zeespiegel uitstekende delen van een en hetzelfde atol.
Ondanks dat Pitcairn maar 5 km² groot is, geniet het toch een behoorlijke bekendheid, omdat de bewoners afstammen van de muiters van de HMAV Bounty. De muiterij op de Bounty vond plaats op 25 april 1789 na Tahiti te hebben aangedaan. Negentien man, waaronder de van tirannie beschuldigd kapitein Bligh werden midden op de oceaan overboord gezet in een sloep. De muiters keerden terug naar Tahiti.
De muiterij op een postzegel uit 2014
Dankzij het zeemanschap van Bligh bereikte de sloep met de bemanning meer dood dan levend op 14 juni de Nederlandse kolonie Timor. Via Batavia (nu Jakarta) reisde Bligh vervolgens terug naar het Verenigd Koninkrijk.
Na verslag uitgebracht te hebben aan de admiraliteit, werd de HMS Pandora er op uitgestuurd om de muiters te gaan zoeken. Toen de Pandora in maart 1791 bij Tahiti aankwam, bleken zich daar 14 van de muiters te bevinden. Zij werden gevangen genomen. De overige muiters en enige Tahitiaanse mannen en vrouwen bleken ruim één jaar eerder met de Bounty vertrokken te zijn.
De Pandora zette zijn zoektocht voort in de Stille Oceaan. Op geen enkel eiland was een spoor van de overige muiters. Ze werden nooit gevonden. Pas in 1808 bleek waar ze waren gebleven, toen het Amerikaanse schip de Topaz Pitcairn herontdekte. Het eiland dat ten tijde van de muiterij al bekend was, bleek verkeerd op de zeekaarten te staan. De enige muiter die nog in leven was, was John Adams, maar dankzij geboortes was er een kleine gemeenschap ontstaan.
HMS Blossom op een postzegel van 1988
Toen de HMS Blossom Pitcairn in 1825 aandeed, was muiter John Adams nog steeds in leven en deed zijn verhaal tegenover de kapitein, waaruit bleek dat na aankomst op Pitcairn de Bounty 23 januari 1790 in brand was gestoken, om ontdekking door de autoriteiten te voorkomen. Adams kreeg amnestie op zijn oude dag.
Op 30 november 1838 werd Pitcairn een Britse kolonie, de overige eilanden werden in 1902 geannexeerd en vormden daarmee als groep de Pitcairneilanden. Heden ten dage bestaat de gehele bevolking uit zo’n 50 inwoners, die in de enige plaats op Pitcairn wonen: Adamstown (uiteraard tevens de hoofdstad).
Een leuk weetje is dat deze kleinste democratische gemeenschap ter wereld het homohuwelijk in 2015 invoerde, terwijl er momenteel geen homopaar te vinden is. Maar je kunt maar voorbereid zijn!
Bounty Day op een postzegel uit 1978
Zoals we eerder zagen herinnert de 23e januari aan het in brand steken van de Bounty. Het hele gebeuren wordt door de eilanders nagespeeld, inclusief het verbranden van (kleine) replica’s van het schip. Daarna wordt er gefeest.
Vanwege de afgelegen ligging van Pitcairn en het ontbreken van een vliegveld, heeft het coronavirus het eiland nog niet bereikt. De schaarse toeristen zijn momenteel niet welkom.
Alleen het vaste bevoorradingsschip uit Nieuw-Zeeland, de MV Silver Supporter, doet Pitcairn ieder kwartaal aan, waarbij alle Covid-voorzorgsmaatregelen worden genomen, waaronder quarantaine. So far, so good!
De vlag
De vlag van Pitcairn is net als veel meer Britse overzeese territoria een zogenoemde blue ensign, een blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Op het uitwaaiende gedeelte is het wapen van Pitcairn afgebeeld.
Voorstel en ontwerp voor de vlag werden in december 1980 ingediend. Na goedkeuring door Koningin Elizabeth II in april 1984 werd de vlag voor het eerst gehesen in mei 1984, bij het bezoek van gouverneur Sir Richard Stratton. (Gezien het geringe aantal bewoners deelt Pitcairn een gouverneur met Fiji, waar deze normaliter resideert).
Het wapen op de vlag is ouder dan de vlag zelf en dateert van 4 november 1969. Het groene vlak op het schild is Pitcairn, het blauw de hemel erboven. Op het groene vlak zijn verder afgebeeld het anker van de Bounty en de scheepsbijbel.
Het schild wordt gedekt door een helm in grijs met daarachter een naar beneden hangende krans van geel en groen. De helm is op zijn beurt eveneens gedekt, en wel met een Pitcairnse kruiwagen in grijs en bladeren (in groen) en bloesem (in geel en rood) van een locale strandpopulier (Thespesia populnea).