Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland Mauritius was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Vandaag viert Belize Baron Bliss Day, een officiële feestdag. De dag werd ingesteld kort na de dood van Henry Edward Ernest Victor Bliss, 4e baron van Bliss in 1926, toen het land nog bekend stond onder de naam Brits Honduras.
In 1964 kreeg de toenmalige Britse kolonie zelfbestuur. In 1973 werd de naam van het land in Belize veranderd, waarna het op 21 september 1981 onafhankelijk werd.
Terug naar de baron van Bliss. Geboren in 1869 in Buckinghamshire in Engeland, raakte hij in 1911 deels verlamd, waarschijnlijk door polio en kwam daardoor in een rolstoel terecht. Hij had inmiddels zakelijk goed geboerd en zat er mede door de erfenis van zijn vader (die in 1890 was overleden) warmpjes bij.
Zijn grootste hobby was zeilen en in 1920 liet hij z’n vrouw in Engeland achter om aan een lange zeiltocht te beginnen. Of hij van tevoren wist dat hij niet meer terug zou keren is niet bekend, maar dat is wel wat er gebeurde!
De baron zeilde naar het Caribisch gebied en heeft die regio nooit meer verlaten. Hij woonde vervolgens vijf jaar op de Bahamas en vertrok toen naar Trinidad. Hier bleef hij maar kort en op het moment dat hij weer vertrok, had hij een ernstige voedselvergiftiging opgelopen. Nadat hij op Jamaica weer enigszins hersteld was, besloot hij op een uitnodiging in te gaan van zijn vriend Willoughby Bullock, procureur-generaal in Brits Honduras.
Baron Bliss in zijn rolstoel op zijn jacht de Sea King (publiek domein)
Zodoende arriveerde Bliss op 14 januari 1926 in de haven van Belize City. Zijn gezondheid verbeterde verder en in de weken daarna verkende hij de kust van de Britse kolonie en gaf zich over aan zijn hobby: vissen. Hij voelde zich helemaal in zijn element.
Baron Bliss op de Sea King (publiek domein)
Helaas zou dat niet lang duren. In de tweede week van februari werd hij ziek en artsen stelden vast dat hij niet lang meer te leven had. Op 17 februari veranderde hij zijn testament en liet vastleggen dat het grootste deel van zijn fortuin zou worden nagelaten aan Brits Honduras. Op 9 maart overleed hij op zijn boot, waarna hij begraven werd in Belize City.
Na aftrek van inkomstenbelasting voor de Britse schatkist en toelages voor zijn vrouw en personeel, bleef er ruim een half miljoen pond over voor Brits Honduras. Dit geld werd vastgezet in een trustfonds, waarbij een deel hiervan in aandelen werd belegd. Van de rente werden (en worden) allerlei projecten in Brits Honduras/Belize betaald, waarvan vooral de gezondheidszorg en het onderwijs geprofiteerd hebben.
Een vast bedrag was bestemd voor een jaarlijkse zeilwedstrijd en die wordt tot op heden nog steeds gehouden op Baron Bliss Day. Sinds 2010 staat deze dag ook bekend onder de naam National Heroes and Benefactors Day(Nationale Helden en Weldoeners-dag), maar dat ligt toch minder makkelijk in de mond!
De vlag
Vlag van Belize (1981-heden)
De vlag is blauw met het staatswapen in het midden en twee rode banen, boven en onder.
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen. Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Mahonieboom Swietenia mahagoni (publiek domein)
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren.
Bladeren van de mahonieboom (publiek domein)
Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Mahoniehout (publiek domein)
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).
De tweede vlag van vandaag is een koninklijke standaard en wel een historische. Vandaag is het 324 jaar geleden dat Koning-Stadhouder Willem III overleed.
Koning-Stadhouder Willem III, portret door Jan-Hendrik Brandon (1660-1714) naar het voorbeeld van Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie Landgoed Fraeylemaborg, Slochteren)
De levensloop van Prins Willem III uit het Huis van Oranje-Nassau was op z’n zachtst gezegd bijzonder. Hoe een stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het tot koning van Engeland, Ierland en Schotland schopte.
Sinds zijn voorvader Prins Willem van Oranje (Willem de Zwijger) was het stadhouderschap in de Republiek in de belangrijkste gewesten Holland, Zeeland en Utrecht, steeds uitgeoefend door een prins uit het Huis van Oranje-Nassau, hoewel de positie niet erfelijk was en er dus een benoeming voor nodig was, iets waar de gewesten zelf over gingen.
Huwelijksportret uit 1641 van Willem II, Prins van Oranje en Mary Stuart, Princess Royal, door Anthony van Dyck (1599-1641), het was een politiek huwelijk, gesloten op 2 mei 1641 in de Chapel Royal van Whitehall Palace in Londen, zij was 9 jaar, hij 15 jaar oud (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
De geboorte van erfprins Willem Hendrik van Oranje in Den Haag op 14 november 1650 vond plaats acht dagen na het overlijden (aan de pokken) van zijn 24-jarige vader, stadhouder Willem II. Zijn moeder was Mary Stuart, dochter van de Engelse koning Charles I van Engeland, Schotland en Ierland. Ze was de eerste Engelse prinses die de titel van Princess Royal voerde.
Eerste Stadhouderloze Tijdperk
Door het plotselinge wegvallen van Willem II werd door de regentenpartij onder leiding van Cornelis de Graeff en Andries Bicker van de gelegenheid gebruik gemaakt om het Eerste StadhouderlozeTijdperk (1650-1672) uit te roepen. Gedurende deze periode waarin Prins Willem opgroeide was Johan de Witt (vanaf 1652) raadspensionaris van het belangrijkste gewest Holland en daarmee de machtigste politicus in de Republiek.
Willem III op jeugdige leeftijd, portret uit circa 1662, hoofd door Jan Vermeer van Utrecht (1630-±1696), guirlandes door Jan Davidsz. de Heem (1606-1683/84) (Collectie Musée des Beaux Arts, Lyon)
Op 5 augustus 1667 werd de bijna 17-jarige prins middels het EeuwigEdict aan de kant geschoven door de Staten van Holland. Met het edict werd het stadhouderschap afgeschaft, waardoor de Staten die functie(s) zelf konden uitvoeren. Holland verzocht de andere zes, grotendeels zelfstandige gewesten om het stadhouderschap onverenigbaar te laten verklaren met het kapitein-generaalschap (de titel van militair bevelhebber in de Republiek). Vanuit de Staten van Holland was dit een zet die de Oranjepartij, die Willem aan de macht wilde brengen, de pas afsneed. De andere zes gewesten (Zeeland, Utrecht, Friesland, Gelderland, Stad en Lande (Groningen) en Overijssel) zouden op 31 mei 1670 met de Akte van Harmonie de algemene strekking van het Eeuwig Edict onderschrijven. Uiteindelijk schaften Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel het stadhouderschap helemaal af. Een militaire loopbaan lag dus wel voor Willem open.
Mezzotint van een nog vrij jonge Willem III door Jacob de Later (±1680-1728) (Collectie Boijmans van Beuningen, Rotterdam)
Geheim verdrag
Voordat het zover was, wezen de Staten van Zeeland in 1668 Willem aan als eerste edele, een belangrijke politieke benoeming, waarmee hij de voornaamste vertegenwoordiger werd van het na Holland machtigste gewest. In 1670 werd hij lid van de Raad van State, het belangrijkste nationale adviesorgaan, met vol stemrecht.
Links: Charles II (1630-1685), portret uit circa 1680, toegeschreven aam Thomas Hawker (1641-1722) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Lodewijk XIV (1638-1715), portret uit circa 1700/1701 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743) (Collectie Musée du Louvre, Parijs)
Datzelfde jaar werd er door Willem’s oom, Koning Charles II van Engeland, Schotland en Ierland, een geheim verdrag gesloten met zijn Franse collega, Koning Lodewijk XIV. In dit Verdrag van Dover werd overeengekomen dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse vazalstaat zouden maken.
Het Rampjaar
Dit leidde uiteindelijk in 1672 tot het zogenaamde Rampjaar, wat sommigen onder ons zich wellicht nog herinneren uit de lessen Vaderlandse Geschiedenis. Het was het jaar waarin de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisdommen van Münster en Keulen. Het conflict met Engeland werd bekend onder de naam van de DerdeEngels-Nederlandse Oorlog (1672-1674). De Fransen noemden hun oorlog met de Republiek de Hollandse Oorlog (1672-1679).
Het Rampjaar duurde langer dan een jaar, namelijk 17 maanden, een periode waarin banken, scholen, winkels, rechtbanken en schouwburgen werden gesloten. Kunsthandelaren en -schilders gingen failliet als gevolg van deze ernstige crisis. Het zou te ver voeren om dit tijdelijke dieptepunt in de geschiedenis van de Republiek uit te diepen, daarom de korte versie.
Toch stadhouder
Prins Willem werd in februari 1672 benoemd tot kapitein-generaal, toen hij 21 jaar oud was. In eerste instantie waren hij en zijn troepen niet erg succesvol en de Fransen stootten door tot halverwege het land. Deze nationale ramp zorgde die zomer voor een volksoproer, waardoor de Oranjepartij zijn kans schoon zag en de macht greep. Op 4 juli werd Willem tot stadhouder van Holland benoemd, waarna Zeeland op 16 juli volgde. Een verdere Franse opmars werd tot staan gebracht door de overstromingen wegens het inzetten van de Hollandse Waterlinie op 7 juli. Hert volk werd tegen raadspensionaris Johan de Witt opgezet en hij en zijn broer Cornelis werden op 20 augustus door een orangistische burgerwacht gelyncht. Het is niet onmogelijk dat Willem een rol speelde in dit moordcomplot.
De Slag bij Kijkduin, 11 augustus 1673, de laatste zeeslag tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, een werk van Willem van de Velde, de Jonge (1633-1707) uit 1687, centraal zien we de Gouden Leeuw, het vlaggenschip van luitenant-admiraal Cornelis Tromp (Collectie Royal Museums Greenwich)
Voor wat de Engelsen (en Fransen) op zee betreft: die oorlog verliep gunstig voor de Republiek, waarbij admiraal Michiel de Ruyter vier zeeslagen wist te winnen (1672/1673). Twee andere commandanten, Cornelis Tromp en Adriaen Banckert lieten zich ook niet onbetuigd in deze oorlog. Engeland gaf wegens geldgebrek de strijd op en tekende op 19 februari 1674 de Vrede van Westminster.
Het Engelse parlement had inmiddels lucht gekregen van het geheime Verdrag van Dover, wat Charles II met Lodewijk XIV had gesloten. Hieruit bleek dat Charles sympathiseerde met het katholicisme, iets wat in het protestantse (Anglicaanse) Engeland niet goed viel, waardoor er een groeiende oppositie tegen Charles ontstond.
Het Beleg van Bonn door Willem III in 1573, kopergravure van Romeyn de Hooghe (1645-1708) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
In 1673 boekte Willem succes bij de omsingeling van Bonn, de regeringsstad van de keurvorst van Keulen, met een leger van 12.000 man, waarna deze capituleerde. Dit had tot gevolg dat Frankrijk zich terugtrok, omdat de aanvoerlinies via de Rijn waren afgesneden en Keulen en Münster werden tot vrede gedwongen. Zo kwam er een einde aan het Rampjaar, waarbij de Republiek al zijn grondgebied terug had op Grave en Maastricht na. Hierna werd Willem ook stadhouder van Utrecht en Overijssel.
Huwelijk
In vorstelijke kringen werd er vaak politiek getrouwd en bij Willem was het niet anders. Op 4 november 1677 trad hij in Londen in het huwelijk met zijn nicht Mary Stuart (die dus de zelfde naam had als zijn moeder, daarom wordt ze ook wel Mary Stuart II genoemd). Ze was een Engelse prinses en de dochter van James, de jongere broer van de Engelse koning Charles II, die we al eerder tegenkwamen.
Het huwelijk van Willem III met zijn nichtje Mary Stuart te Londen op een ets getiteld ‘Afbeeldinge van het Houwelyk van syn Hoogheyt den Heere Prince van Oranje met Princes Maria ouste dochter van den Hartogh van Jorck voltrocken op Withal den 14 November 1677, zynde de Geboorte dagh van syn Hoogheydt den Heere Prince van Oranjen’ (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Willem was bijna 27 toen hij trouwde, terwijl Mary nog maar 15 was. Hij was uiterlijk niet een heel aantrekkelijke partij: hij had een lichte bochel en een nogal lang gezicht met een grote kromme neus. Hij was ook astmatisch en nukkig van karakter. Mary was daarentegen een knappe verschijning en zeer levendig. Ze verhuisde van Engeland naar de Republiek en hoewel Mary toegewijd was aan haar man, was hij vaak onvriendelijk tegen haar. Dynastieke belangen waren belangrijk, maar helaas liepen drie zwangerschappen uit op miskramen en één keer op een doodgeboren kind. Desalniettemin bleef het paar getrouwd en in latere jaren ontstond er alsnog een diepe genegenheid tussen de twee.
De Engelse Koning Charles II was kort voor zijn dood in 1685 katholiek geworden en werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer James, Willem’s schoonvader dus. Hij was tot onvrede van de Anglicaanse kerk óók katholiek en dat zou hem drie jaar later opbreken. Als Koning James II trachtte hij de absolute monarchie opnieuw in te voeren en daarmee het parlement te verzwakken. Tevens streefde hij naar een versoepeling jegens het katholicisme door godsdienstvrijheid te bepleiten. Het Engelse parlement was hierop tegen.
The Glorious Revolution
Toen James’ tweede vrouw, de eveneens katholieke Koningin Maria van Modena, hem in 1688 een zoon baarde, wat dynastiek van belang was, waren de rapen gaar. James’ protestante tegenstanders vreesden voor een katholieke dynastie. Dit leidde tot een samenzwering, de zogenaamde Glorious Revolution, met het doel James te vervangen door zijn protestantse dochter Mary, de vrouw van stadhouder Willem III.
Links: James II (1633-1701), broer van Charles II, vader van Mary Stuart en schoonvader van Willem III, portret uit circa 1690 door een onbekende schilder (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: Maria van Modena (1658-1718), tweede vrouw van James II, portret uit 1685 door Willem Wissing (1656-1687) (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Zeven Engelse protestantse Lagerhuisleden en kerkleiders onder leiding van Robert Spencer, de tweede graaf van Sunderland, vroegen Willem middels een uitnodigingsbrief om hulp. Willem (en Mary) stemden toe in het plan om James van de troon te stoten. Begin november 1688 vertrok Willem met een grote vloot richting Engeland met een leger van naar schatting 21.000 man, waarvan 14.000 Nederlanders, en 7.000 buitenlandse soldaten (in die tijd niet ongebruikelijk): Engelsen, Schotten, Duitsers, Denen, Fransen, Zweden, Finnen (in berenvellen), Polen, Grieken en Zwitsers.
‘Het Lande van syn K Hoogh in Engelant’, ets van Bastiaen Stoopendal (1637-1707) uit het boek ‘Engelands gods-dienst en vryheid hersteldt’ uit 1689, waarop de landing van Willem en zijn troepen bij Torbay wordt afgebeeld (publiek domein)
De armada van maar liefst 500 schepen vertrok uit Hellevoetsluis en landde in Brixham en Torbay, aan de Engelse zuidkust, tegenover Torquay. Vanaf de kust trok men op richting Londen. Uiteraard was James inmiddels op de hoogte van wat er op hem afkwam en al gauw kwam zijn leger in gevecht met dat van Willem. Hoewel de Engelse troepen in eerste instantie successen boekten, keerde het tij vrij snel, zeker toen protestantse officieren uit James’ leger overliepen naar Willem, waaronder John Churchill, de latere (en eerste) Hertog van Marlborough.
Willem vaardigde een bevel uit aan alle troepen in en rond Londen, om zich terug te trekken, wat de meeste ook deden. Op 11 december probeerde James te vluchten naar Frankrijk. Op zijn vlucht wierp hij het Grootzegel van het Koninkrijk in de Theems. Hij werd opgepakt in Kent voordat hij het land kon verlaten en in Londen onder huisarrest geplaatst. Op 18 december trokken Willem en Mary Londen binnen, waarna de stad maandenlang door Nederlandse troepen werd bezet. Willem liet James vervolgens ontsnappen op 23 december, omdat hij geen martelaar van hem wilde maken. Eenmaal in Frankrijk kreeg hij van Koning Lodewijk XIV een paleis aangeboden en een pensioen.
Koning en Koningin
Op 28 januari 1689 besloot het parlement dat James met zijn vlucht afstand had gedaan van de troon en dat Willem en Mary hem wettig konden opvolgen. Op 13 februari aanvaardden ze beiden de Kronen van Engeland, waarmee ze dus allebei regerend koning en koningin werden. Op 11 april werden ze gekroond in Westminster Abbey.
Koningin Mary II en Koning William III afgebeeld als gezamenlijk vorstenpaar, detail van een plafondstuk uit The Painted Hall, Royal Hospital, Greenwich, door Sir James Thornhill (1675-1734) (publiek domein)
Op diezelfde dag stemde het Schotse parlement in met de troonswissel, waarna Willem en Mary op 11 mei ook de Schotse troon aanvaardden. Hoewel Willem in Engeland King William III heette, regeerde hij in Schotland onder de naam King William II (Engeland had twee Williams als koning gehad en Schotland één).
Frontispice uit het boek ‘The new state of England’ van Guy Miège (1644-±1788) met een afbeelding van Willem en Mary als koningskoppel, circa 1691-1693 (publiek domein)
Bill of Rights / Slag bij de Boyne
In december 1689 accepteerde het parlement een van de belangrijkste constitutionele documenten in de Engelse geschiedenis: de Bill of Rights, een wettelijk document dat de basis vormde voor de democratische parlementaire monarchie in het land.
De Bill of Rights wordt aangeboden aan Koning William III en Koningin Mary II, getekend door Samuel Wale (1721-1786), gegraveerd door J. Carey in 1783 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Overigens was er nog steeds heel wat steun voor Willem’s verdreven schoonvader James, vooral in Ierland en Schotland, maar ook in Engeland, zo zeer zelfs dat Willem en Mary zich slechts konden handhaven dankzij de buitenlandse troepen. Dit veranderde op 11 juli 1690, toen Willem opnieuw de strijd aanging met zijn schoonvader, nu in Ierland, in de zogenaamde Slag aan de Boyne. Deze slag werd overtuigend gewonnen door de troepen van Willem en maakte een einde aan de aspiraties van James om zijn troon te heroveren. Hij vluchtte opnieuw naar Frankrijk, waar hij de laatste 11 jaar van zijn leven in het koninklijk paleis van Saint-Germain-en-Laye sleet. Hij overleed op 16 september 1701 aan een hersenbloeding.
‘Battle of the Boyne between James II and William III, 11 June 1690’, ongedateerd olieverfschilderij van Jan van Huchtenburgh (1647-1733) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Koning/Stadhouder
De nieuwe positie zorgde ervoor dat Willem in feite twee ‘banen’ had: koning van Engeland, Ierland en Schotland en stadhouder in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hoewel Willem en Mary beiden regerend vorst en vorstin van de Britse Eilanden waren, regeerde Willem grotendeels alleen. Als hij echter in de Republiek was als stadhouder, nam Mary de regeringstaak van hem over, als Queen Mary II.
Koningin Mary II (1662-1694), schilderij uit circa 1677-1680 van Peter Lely (1618-1680) (Collectie James Stunt)
Mary
Ze was een kundige staatsvrouw en schrok er niet voor terug haar eigen oom Henry Hyde, de tweede Graaf van Clarendon, te laten arresteren. Hij werd ervan beschuldigd in een complot te zitten om haar vader, ex-Koning James II, terug op de troon te krijgen. In 1692 beschadigde ze haar relatie met haar zuster Anne, toen ze de invloedrijke John Churchill, de Hertog van Marlborough ontsloeg, wiens vrouw Sarah een goede vriendin was van Anne. Ze stierf op 28 december 1694 op slechts 32-jarige leeftijd op Kensington Palace aan de pokken.
Vriendenkring
Hierna stond Willem er dus alleen voor, hoewel hij een kleine club van trouwe vrienden om zich had, waar hij sterk aan gehecht was, waaronder Hans Willem Bentinck en Arnold Joost van Keppel. Het staat niet onomstotelijk vast, maar het lijkt niet onmogelijk dat Willem met sommige van zijn vrienden seksuele relaties onderhield.
Links: Hans Willem Bentinck (1649-1709), eerste Graaf van Portland, portret uit circa 1698/99 door Hyacinthe Rigaud (1698-1743) (Portland Collection, Harley Gallery, Welbeck, Nottinghamshire) / Rechts: Arnold Joost van Keppel (1669-1718), eerste Graaf van Albemarle, portret uit 1701 door Sir Godfrey Kneller (1646-1723) (Collectie National Trust)
Vast staat dat ze doorgaans beloond werden met invloedrijke posities en titels, zo werd Bentinck de eerste Graaf van Portland en Van Keppel de eerste Graaf van Albemarle.
Willem III te paard door een onbekende schilder, circa 1690 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Dood
Op 20 februari 1702 brak Willem zijn sleutelbeen bij Hampton Court Palace, toen zijn paard struikelde over een molshoop. Hij werd overgebracht naar Kensington Palace, waar hij longontsteking kreeg. Hij kreeg hevige koorts en overleed op 8 maart, vandaag 322 jaar geleden.
Hij werd naast zijn vrouw Mary begraven in de Westminster Abbey in Londen. De graven zijn ongewoon sober: slechts twee tegels in de vloer met hun namen en jaar van overlijden. Willem is daarmee een van de weinige Oranjes die niet is begraven in de koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.
Opvolging Engeland, Ierland en Schotland
Omdat Willem en Mary kinderloos waren gebleven, werd hij door zijn 37-jarige schoonzuster Anne opgevolgd. Omdat haar laatste levende kind (William, de Hertog van Gloucester) al in 1700 was overleden, ontstond er opnieuw een toekomstig opvolgingsprobleem. Hierdoor werd door het parlement de Act of Settlement in het leven geroepen, die regelde dat na Anne’s dood het dichtstbijzijnde protestantse familielid, Sophia van de Palts en haar nakomelingen de nieuwe troonopvolgers zouden worden.
Links: Anne (1665-1714), zuster van Mary II en de laatste monarch uit het Huis Stuart, portret uit 1705 door Michael Dahl (1659-1743) (Collectie National Portrait Gallery, Londen) / Rechts: George I (1660-1727) eerste koning uit het Huis Hannover, portret uit de Studio van Sir Godfrey Kneller, circa 1714-1725, naar een origineel uit 1714 (Collectie National Portrait Gallery, Londen)
Toen Anne in 1714 overleed, werd ze opgevolgd door Sophia’s zoon Georg, die als Koning George I zou regeren, als eerste koning uit het Huis Hannover, waar de huidige Britse koninklijke familie vanaf stamt.
Opvolging Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
Ook in de Republiek was er in 1702 geen opvolger voorhanden, waardoor Het Tweede Stadhouderloze Tijdperk ontstond. Omdat de gewesten nog steeds veelal hun eigen zaken regelden, verschilt de tijdsduur van dit tijdperk per gewest. Voor Holland, Zeeland en Utrecht en Overijssel van 1702 tot 1747, voor Gelderland en Drenthe van 1702 tot 1722, voor Groningen (Stad en Lande) van 1711 tot 1718, en voor Friesland van 14 juli tot 1 september 1711.
Erfstadhouder Willem IV (1711-1751), door een onbekende schilder, circa 1750 (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Het tijdperk eindigde met het instellen van het erfelijk stadhouderschap. De eerste stadhouder van een zijlijn (de Friese tak) van de Oranje Nassau’s, was Willem IV. Hij werd (per gewest opnieuw verschillend) de eerste erfstadhouder van de Republiek. Het huidige koningshuis in Nederland stamt van hem af.
De standaard
Om eerst iets te zeggen over de naam van het koninkrijk waar Willem en Mary over regeerden: hoewel ze koning en koningin van Engeland (inclusief Wales), Schotland en Ierland waren, heette het land nog niet het Verenigd Koninkrijk (United Kingdom). Het werd doorgaans aangeduid als het Koninkrijk van Engeland, Ierland en Schotland, maar ook als Koninkrijk van Engeland, Schotland en Ierland.
Het was in 1707, tijdens de regeringsperiode van Koningin Anne (Willem’s opvolgster), dat de Acts of Union werden gesloten. waarbij de parlementen van Engeland en Schotland de vereniging van beide koninkrijken regelden, waardoor de nationale parlementen werden vervangen door een Brits parlement. Vanaf 1707 is de naam van het land Het Koninkrijk Groot-Brittannië, maar ook wel als Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië.
Het Koninkrijk Ierland, viel daar dus niet onder, hoewel het in een personele unie met het nieuw gevormde koninkrijk dezelfde koningen en koninginnen deelde (een situatie die al bestond sinds 1541). Een nieuwe Act of Union uit 1800 (die inging in 1801) zorgde ervoor dat ook Ierland onderdeel werd van het geheel, waarmee het Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittanniëen Ierland werd gevormd. De huidige situatie ontstond in 1921 toen Ierland zich afscheidde (minus Noord-Ierland) en een republiek werd.
Huis Stuart
Koninklijke standaard van het Huis Stuart
Toen Willem III koning van Engeland, Ierland en Schotland werd, werd hem ook een koninklijke standaard verleend. De basis van deze standaard is de banier die we hierboven zien: die van het Huis Stuart (waaruit zijn vrouw Mary dus ook afkomstig was). Het Koninklijk Huis van Stuart volgde het Huis van Tudor op in 1603, toen Koningin Elizabeth I kinderloos overleed en er uitgeweken werd naar de dichtstbijzijnde familiale zijtak. De eerste koning van het Huis Stuart was James I (die in Schotland James VI heette).
Kwartieren
De Stuart-standaard is gevierendeeld. De kwartieren I en III zijn op hun beurt ook weer gevierendeeld en gelijk aan elkaar. Zodoende zien we vier maal drie zogenaamde gaande leeuwen van goud op een rood veld, het symbool van Engeland, ze zijn afkomstig van Willem de Veroveraar (zie ook Normandië). Het andere symbool is de gouden fleur-de-lys op een blauw veld (ook weer vier maal drie), deze staan symbool voor Frankrijk. Dit heeft eveneens met Willem de Veroveraar te maken die in 1066 vanuit Normandië Engeland veroverde. De koningen die na hem kwamen hebben theoretisch altijd een claim behouden op de Franse troon. Die claim werd pas ingetrokken in 1800, waardoor de fleur-de-lys-symbolen van de koninklijke standaarden verdwenen.
Kwartier II is het wapen van Schotland, bestaande uit een klimmende leeuw van keel (rood), met nagels en tong van azuur (blauw), op een veld van goud binnen een dubbelgebloemde en tegengebloemde smalle binnenzoom. Dit wapen stamt uit de 13e eeuw.
Kwartier III is het wapen van Ierland, een gouden harp met zilveren snaren op een blauw veld, door Koning Hendrik VIII (1491-1547) gekozen, maar pas in het koninklijk wapen opgenomen in 1603.
Willem’s versie
Dit is de koninklijke standaard die Willem’s schoonvader James II voerde. Toen Willem hem echter samen met zijn vrouw Mary opvolgde in 1588 moest zijn dynastie ook op de standaard vertegenwoordigd worden. Het toevoegen van een hartschild over het midden van de banier was de simpelste methode en zo geschiedde.
Over de koninklijke standaard van het Huis van Stuart werd Willem’s wapenschild van het Huis van Nassau aangebracht: een naar rechts gewende gouden leeuw met een tong, kroon, en nagels van keel (rood) in een azuur (blauw) veld, dat bezaaid is met blokjes van goud. Daarmee was (en is) deze banier een unicum: het is de enige die de symbolen van Engeland, Schotland, Ierland, Frankrijk en Nederland combineert.
De naamdag van Sint Piran is 5 maart en aangezien deze 5e-eeuwse abt de beschermheilige is van Cornwall, wordt deze dag in het Engelse graafschap annex hertogdom gevierd.
Sint Piran op een gebrandschilderd raam in St. Piran’s Chapel in Trethevy, Cornwall (publiek domein)
De vlag
Vlag van Cornwall
De vlag van Cornwall is egaal zwart met een wit liggend kruis er overheen. In het Cornish, een Keltische taal, staat de vlag onder twee verschillende namen bekend: BanerPeran (Piran’s vlag) en An Gwynn ha Du (De wit-zwarte).
Cornwall’s westelijkste punt, Land’s End (foto: Vlagblog)
Het is een dermate oude vlag dat er met enige zekerheid omtrent de geschiedenis niets te zeggen valt. Dat wil niet zeggen dat er niet eindeloos veel theorieën over zijn!
Kynance Cove (foto: Vlagblog)
Eén van de verhalen is dat het zwart en het wit in de vlag te maken hebben met de ontdekking van tin in Cornwall door Sint Piran, toen hij een wit metaal ontwaarde in de as van een door hem aangelegd vuur. Het zou ook gebaseerd kunnen zijn geweest op het 15e-eeuwse wapen van de Saint-Piran familie, of van de Heer van Cornwall. Een andere theorie is dat de vlag is afgeleid van de zwart-witte Bretonse vlag.
Vlag van Bretagne
Weer een andere theorie beweert dat het een variatie op het Engelse Saint George’s cross is, een rood kruis op een wit veld, maar dan in de zwart-witte kleuren van Cornwall. En zo kunnen we nog wel even doorgaan…
Saint George’s cross, de vlag van Engeland
Daar komen we dus niet uit. Verder weten we ook niet heel veel over de ouderdom. Volgens sommigen zou de vlag in 1188 al bekend zijn geweest, ten tijde van de Kruistochten. Iets zekerder lijkt de claim dat de vlag door een contingent soldaten uit Cornwall werd meegevoerd in de Slag bij Agincourt in 1415. Hoe het ook zij, vanaf de 19e eeuw is het de algemeen erkende vlag van het graafschap.
1 maart is de nationale feestdag van Wales. Het is de dag waarop (volgens de overlevering) Sint David stierf in 569, maar andere bronnen vermelden 588 of 589. Tijdens zijn leven stichtte hij een Keltische kloostergemeenschap in Glyn Rhosyn, in het westen van Pembrokeshire, waar nu St. David’s Cathedral staat.
Naast de Welshe vlag, die overal te zien is, is ook de vlag van Sint David zelf aanwezig, een zwarte vlag met een geel liggend kruis.
Vlag van Sint David
De vlag
Vlag van Wales (1953-heden)
De vlag van Wales heeft een naam, hij heet Y Draig Goch (De Rode Draak) en het is duidelijk waarom. De draak vult het hele vlagdoek tegen een horizontaal in tweeën gedeelde achtergrond van wit en groen. De draak is als symbool van Wales terug te voeren tot de 4e eeuw, vanaf de 7e eeuw werd het als symbool geadopteerd door Cadwaladr, koning van Gwynedd.
De draak komt in ieder geval vanaf 1807 op een vlag voor, maar dan op een geheel wit veld. In 1953 wordt dit veranderd in twee banen van wit en groen.
Vlag van Wales (1807-1953)
De kleuren wit en groen zijn die van het Welshe vorstenhuis Llewellyn, maar ook van de Engelse Tudors. De vlag werd op 23 februari 1959 officieel erkend.
Hoewel de vlaggen van Engeland, Schotland en Noord-Ierland de Britse Unievlag (Union Flag of Union Jack) vormen, komt Wales niet op die vlag voor. De reden daarvoor is dat Wales reeds eeuwen daarvoor was ingelijfd als integraal onderdeel van het koninkrijk Engeland.
Het is vandaag 59 jaar geleden dat de vlag van Antigua en Barbuda werd aangenomen.
De vlag
Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967. Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
Postzegel met de vlag van Antigua en Barbuda uit 1967, het jaar van de onafhankelijkheid
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA. Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
Vandaag viert Guyana zijn onafhankelijkheid als republiek, nu precies 56 jaar geleden, nadat het in 1966 al een apart land binnen het Britse Gemenebest werd.
Tot 1815 was het huidige Guyana in Nederlandse handen en bestond het uit vier koloniën: Pomeroon, Essequebo, Demerara en Berbice. De Nederlandse koloniën in Zuid-Amerika, werden tijdens het napoleontische bewind (1795-1813) in Nederland, door het Verenigd Koninkrijk bestuurd. In het Verdrag van Londen uit 1814 werden de westelijke gebieden definitief overgedragen aan het Verenigd Koninkrijk. Overigens waren de onderhandelingen toen nog niet afgerond. De overname werd tijdens het Congres van Wenen (1814-1815) bekrachtigd en werd op 20 november 1815 officieel, met de Corantijn als nieuwe grensrivier met Suriname, dat een Nederlandse kolonie bleef.
Daarnaast is er ook nog de Franse kolonie Frans Guyana (tegenwoordig een Frans overzees departement), waardoor er dus drie Guyana’s op een rij zijn (Suriname werd ook vaak aangeduid als Nederlands Guyana).
Guyana, officieel de Coöperatieve Republiek Guyana, had bij de laatste schatting van 2024 een bevolking van 817.607 inwoners. Gezien het relatief lage bevolkingscijfer, mag het dan ook geen verbazing wekken dat zo’n 80% van het land nog is bedekt met bossen en oerwoud.
De Kaieteurwatervallen in Guyana, een van de krachtigste ter wereld (fotograaf onbekend)
Het land heeft dan ook een van de hoogste biodiversiteitniveaus ter wereld. Het is de thuisbasis van meer dan 225 soorten zoogdieren, 900 soorten vogels, 880 soorten reptielen en meer dan 6.500 verschillende soorten planten. Onder deze categorieën dieren zijn de bekendste de arapaima (de grootste zoetwatervis ter wereld), de reuzenmiereneter, de reuzenotter, ’s werelds grootste en zeldzaamste rivierotter en de oranje rotshaan.
De vlag van Guyana is in 1962 ontworpen door Whitney Smith, een Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige), hij zou in 1981 ook de vlag van Bonaire ontwerpen. De vlag werd gekozen als beste na een internationale competitie. De verwachting was dat Guyana dat jaar onafhankelijk zou worden, maar dat ging uiteindelijk niet door en hoewel her en der op internet te vinden is dat de vlag in 1966 werd ingevoerd, klop dat niet helemaal.
Kleurenbeeld uit een Britse Pathéfilm, geschoten n.a.v. het bezoek van Prins Philip aan het Zuid-Amerikaanse continent dat jaar, de toen nog gloednieuwe vlag wappert hier boven het Guyaanse parlement (screenshot)
De vlag werd vanaf 1962 al gevoerd, maar wel na enige wijzigingen in het ontwerp. Overigens is het niet ondenkbaar dat in de jaren 1962-1966 zowel de nieuwe als de koloniale vlag nog gebruikt werden.
Whitney Smith (1940-2016), ontwerper van de vlaggen van Guyana en Bonaire (publiek domein)
Als we dat oorspronkelijke ontwerp eens nader bekijken, dan zien we dat er bij het invoeren in 1962 (en dus niet bij de onafhankelijkheid als land binnen het Britse Gemenebest in 1966) wat aan geknutseld is!
Het oorspronkelijke ontwerp van Whitney Smith uit 1962
Het originele ontwerp bestond uit een groene driehoek aan de mastzijde, die over een gele driehoek is gelegd, waarvan de punt halverwege de vluchtzijde eindigt, waardoor er twee driehoeken overblijven, in de kleur rood.
Allereerst zijn de kleuren geel en rood omgewisseld. Maar de opvallendste verschillen, doorgevoerd door het English College of Arms, zijn de belijningen van de rode en de gele driehoeken: respectievelijk zwart en wit. Dat juist dit heraldische genootschap met deze aanpassing kwam, is merkwaardig. Binnen de heraldiek worden de kleuren wit (zilver) en geel (goud) “metaal” genoemd . Volgens heraldische regels is het niet correct om metaal naast metaal te plaatsen, maar dat is wel wat het genootschap deed: heraldisch clasht de witte (zilveren) belijning met de gele (gouden) driehoek.
Hoe het ook zij: het is die gewijzigde versie die in 1962 al in gebruik was, maar uiteindelijk op 26 mei 1966 als nationale vlag officieel werd ingevoerd en die ook bij de overgang naar republiek op 23 februari 1970 ongewijzigd bleef. Het land bleef wel lid van het Britse Gemenebest.
Een zee van vlaggen in 1966 in hoofdstad Georgetown (screenshot)
De vlag staat ook wel bekend als Golden Arrowhead (Gouden speerpunt). Symbolisch hebben de kleuren de volgende betekenis: groen (landbouw en bossen), wit (rivieren en water), goud (hoop op een gouden toekomst en rijkdom aan mineralen), zwart (doorzettingsvermogen) en rood (ijver, daadkracht en de bereidheid tot opoffering voor de natie).
Voorgaande vlaggen
De Golden Arrowhead verving een vlag die tussen 1875 in gebruik was en vier versies kende, maar die alleen in details verschilden. Die vier zien we hieronder:
De vlaggen behoren tot de grote familie van Britse blue ensigns, die het Verenigd Koninkrijk doorgaans gebruikt(e) voor zijn overzeese gebiedsdelen. Zoals te doen gebruikelijk, zien we de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton. Ze tonen allemaal in een zogenaamde badge op de vlucht, het unieke symbool voor het desbetreffende gebied.
De eerste badge van Guyana, in gebruik tussen 1875 en 1906
Bij Guyana was dat een stuurboord-boegaanzicht van een vierkant getuigde driemaster op volle zee. Wat hier typisch Guyaans aan is, is onduidelijk, los van het feit dat om Brits Guyana vanuit het Verenigd Koninkrijk te bereiken men een schip nodig had, maar dat gold voor alle Britse overzeese gebiedsdelen!
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1875-1906 en rechts: 1906-1919
In de eerste versie van deze vlag (1875) is er nog geen sprake van een Britse red ensign (de Britse handelsvlag ter zee), wapperend van de achtersteven, zoals dat wel het geval is bij de drie latere versies. Wat die drie latere versies óók hebben en de eerdere versie niet, is het motto van de kolonie: Damus petimusque vicissum (Wij geven en vragen in ruil).
De koloniale vlaggen van Guyana, links: 1919-1955 en rechts: 1955-1962/1966
De versies van 1906 en 1919 hebben dit motto op een vergulde kousenband. De 1906-versie heeft de ovalen afbeelding in de cirkelvormige badge, wat visueel niet ideaal is. Dat is waarschijnlijk de reden dat vanaf 1919 dezelfde ovalen afbeelding zelf als badge gaat dienen en de cirkel verdwijnt. In 1955 komt de laatste versie van deze vlag in gebruik: de cirkelvormige badge komt terug, de kousenband is verdwenen, de afbeelding van het schip is op nu op een schild afgebeeld en het motto staat nu op een sierlijke banderol onder dit schild.
Luilekkerland van presidentiële vlaggen
Waar presidentiële vlaggen doorgaans bij het ambt horen en niet bij de persoon van de president, is het beslist opmerkelijk dat Guyana een kleurrijke uitzondering vormt. Sinds 1970 heeft bijna iedere president van Guyana (tot nu toe tien in totaal) zijn of haar persoonlijke standaard gevoerd. De enige uitzondering is Sam Hinds, die kortstondig als interim-president inviel, toen Cheddi B. Jagan in maart 1997 onverwacht overleed, zijn weduwe Janet Jagan zou hem later dat jaar opvolgen. Hieronder de parade van de presidentiële vlaggen:
Presidentiële standaard vanArthur Chung (1970-1980)Presidentiële standaard van Forbes Burnham (1980-1985)Presidentiële standaard van Hugh Desmond Hoyte(1985-1992)Presidentiële standaard van Cheddi B. Jagan (1992-1997)Presidentiële standaard van Janet Jagan (1997-1999), echtgenote van de voorgaande presidentPresidentiële standaard van Bharrat Jagdeo (1999-2011), een oude bekende: de nationale vlag, maar nu voorzien van gouden franjePresidentiële standaard van Donald Ramotar (2011-2015)Presidentiële standaard van David A. Granger (2015-2020)Presidentiële standaard van Mohamed Irfaan Ali(2020-heden)
Het sultanaat Brunei, gelegen aan de noordkant van het eiland Borneo, was tot 1 januari 1984 een protectoraat van het Verenigd Koninkrijk. Het bestaat uit twee aparte delen, beide aan de Zuid-Chinese Zee gelegen, van elkaar gescheiden door het grondgebied van Maleisië.
Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg het land steeds meer autonomie, resulterend in volledige onafhankelijkheid op 1 januari 1984. Het volledige afbouwen van het Britse bestuur was echter pas een feit op 23 februari 1984 en dat is dan ook de reden dat Brunei’s onafhankelijkheidsdag niet op 1 januari maar op 23 februari wordt gevierd.
De vlag
Vlag van Brunei (1959-heden)
Tot 1906 (invoering van het Britse protectoraat), had Brunei een geheel gele vlag, de kleur van de sultan. Vanaf dat jaar worden er diagonaal twee strepen aan toegevoegd: een witte en een zwarte. Deze strepen staan voor de twee voornaamste raadgevers van de sultan, de zogenaamde viziers.
Links: Vlag van Brunei (1368-1906) / Rechts: Vlag van Brunei (1906-1959)
De vlag blijft vervolgens onveranderd tot op 29 september 1959. Op die dag wordt de nieuwe grondwet van kracht en dat is de aanleiding om het staatswapen midden op de vlag te plaatsen. Dit staatswapen had zijn eigen kleine evolutie: de halve maan werd in 1950 toegevoegd en de twee armen aan weerszijden in 1959, bij plaatsing op de vlag.
De evolutie van het Bruneise staatswapen, v.l.n.r.: 1932-1950 / 1950-1959 / 1959-nu
Het rode wapen bestaat uit verschillende onderdelen. In het midden is een pyloon zichtbaar, met boven het derde segment een paar vleugels, daarboven een parasol en in de top een vlaggetje. De parasol en het vlaggetje symboliseren de monarchie en macht van de sultan. De vier segmenten in iedere vleugelhelft staan voor recht, rust, welvarendheid en vrede. De pyloon is het symbool van een stabiele en rechtvaardige regering.
De halve maan is het symbool van de islam, de staatsreligie in Brunei. Op de sikkel van de maan staat in Arabisch schrift, maar in de Maleisische taal vrij vertaald, de volgende tekst te lezen: الدائمون المحسنون بالهدى, oftewel Onder goddelijke leiding altijd goede dadendoen. Onder de halve maan is nóg een tekst te zien op een banderol. Er staat بروني دارالسلام, oftewel Brunei Darussalam, wat zoveel betekent als Brunei, plek van de vrede.
De in 1959 toegevoegde armen staan voor aanhankelijkheid en gehechtheid van het land aan de regering (lees: de sultan) en de verplichting van dezelfde regering om zorg en handhaving van de hoge levensstandaard, vrede en welvaart.
Vlag en wapen van de Sultan
Sultan Hassanal Bolkiah* is een van de langst zittende staatshoofden ter wereld en een van de weinige absolute monarchen. Naast staatshoofd is hij ook premier en minister van defensie.
De sultan is bepaald niet onomstreden. In 2014 kondigde hij aan de sharia (islamitisch recht) stapsgewijs te zullen invoeren. Onder zulk een wetgeving zouden strenge straffen opgelegd kunnen worden, zoals gevangenisstraf voor zwangerschappen buiten het huwelijk, of steniging voor homoseksuele handelingen of seks zonder huwelijksband. Na deze aankondiging kwam er grote internationale druk en protest, waar de sultan niet goed raad mee wist. In eerste instantie werd de invoering uitgesteld, maar vervolgens in april 2019 toch ingevoerd, maar een maand later weer ingetrokken.
Persoonlijke standaard van Sultan Hassanal Bolkiah
De persoonlijke standaard van de sultan is geel met middenin zijn wapen in rood. De maansikkel heeft dezelfde tekst als die op de nationale vlag. Het wapen zelfstandig afgebeeld, is in full colour en stamt uit 1999. De buitenste cirkel is in goud en bestaat uit twee rijstplant-aren. Daarbinnen is een groene halve maan (islam) afgebeeld, met in goud de tekst تبارك الذي بيده الملك, wat zich laat vertalen als Gezegend is degene in wiens hand het Koninkrijk is.
Laatste versie van het wapen van de sultan (1999-heden)
Binnen de halve maan komen de symbolen van de nationale vlag terug: de pyloon, de parasol met het vlaggetje en de twee vleugels. Hierboven (en door de geopende rijst-aren heenstekend) is de kroon van de sultan afgebeeld. Deze kroon, mahkota genaamd, heeft een ontwerp dat gebaseerd is op de brokaten tulbanden die door Hassanal Bolkiah’s voorgangers werden gebruikt.
De brokaten tulbanden van Hassan Bolkiah’s voorgangers. Links: Ahmad Tajuddin (1913-1950), sultan van 1924 tot 1950, gefotografeerd in 1941 / Rechts: Omar Ali Saifuddien III (1914-1986), die zijn broer in 1950 als sultan opvolgde en aftrad in 1967, ten gunste van zijn zoon Hassan Bolkiah, foto uit 1950 (beide foto’s: publiek domein)
Hij werd in 1968 vervaardigd voor de kroning van Hassanal Bolkiah, door goudsmit Pehin Abdul Rahman en de Singaporese juwelier S.P.H. De Silva. De gouden kroon heeft twee afhangende pendiliah van goud en robijnen. Bovenaan een zogenaamde sarpech (in het Nederlands zouden we dat een aigrette noemen), een gouden tulbandsieraad, bestaand uit een maansikkel en een tienpuntige ster, die uitloopt in een zevenpuntig ornament. De middelste punt van dit ornament loopt uit in een halve maan met ster erboven. De zes andere punten worden bekroond door parels, symbool voor de Zes Zuilen van Iman (Geloof).
Links: De gouden kroon van Brunei, de mahkota, vervaardigd in 1968 / Rechts: Kroning van Sultan Hassan Bolkiah, op 1 augustus 1968, met de nog nieuwe kroon (beide foto’s: publiek domein)
Vanuit de zijkanten van de kroon steken vier (twee aan iedere kant) driedubbel uitgevoerde parasolletjes van goud en robijnen op, in Zuidoost-Azië symbool voor de hoogste rang. Verder staan ze voor suprematie, glorie en heldhaftigheid. Ze worden aangeduid met de naam Payung Ubor-Ubor Tiga Ringkat.
De deels gebogen onderkant van de kroon is versierd met 99 saffieren. deze staan voor de 99 namen van Allah. Het wapen wordt bekroond door de gekalligrafeerde naam van Allah in goud: الله.
*De volledige naam van de sultan luidt: Haji Hassanal Bolkiah Mu’izzaddin Waddaulah ibni Al-Marhum Sultan Haji Omar Ali Saifuddien Sa’adul Khairi Waddien.
Guernsey is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein) Hoewel alle Kanaaleilanden ontegenzeggelijk Brits
Hoewel Guernsey en Jersey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantiehuizen telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Guernsey vanuit de lucht (foto: Jon Le Ray Aerial Photography, 2016)
Guernsey en Jersey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou. Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.
De 90e baljuw (bailiff) van Guernsey is sinds 11 mei 2020 Sir Richard McMahon. Daarnaast is er een luitenant-generaal, die het staatshoofd (Charles III) vertegenwoordigt, sinds 15 februari 2022 is dit luitenant-generaal Richard Cripwell, wiens rol grotendeels ceremonieel is.
Baljuw van Guernsey, Sir Richard McMahon (1962) (screenshot)
Guernsey heeft ruim 67.000 inwoners, waarvan er zo’n 19.000 in de hoofdstad Saint Peter Port wonen. De overige hoofdeilanden van het baljuwschap zijn aanzienlijk spaarzamer bevolkt: Alderney heeft ruim 2.100 inwoners, Sark zo’n 600 en Herm telt rond de 60 personen
De vlag van Guernsey is wit met een rood St. George’s Cross (Sint Joriskruis) waaroverheen een goud of geel breedvoetig kruis met afgevlakte voeten.
Tot aan 1936 had Guernsey geen eigen vlag. Vanaf 1936 echter gebruikte het eiland de vlag van Engeland, na toestemming van Koning Edward VIII (die minder dan een jaar koning was en later dat jaar zou aftreden). Die toestemming gaf hij overigens niet in zijn hoedanigheid als koning, maar als Hertog van Normandië.
De vlag van Engeland, tussen 1936 en 1985 ook in gebruik als eilandvlag voor Guernsey
De Engelse vlag is wit met een rood St. George’s Cross. En hoewel de Kanaaleilanden in de Tweede Wereldoorlog door Duitsland werden bezet, werd het eilandbewoners toegestaan particulier de vlag aan land te blijven gebruiken.
Sir Charles Frossard (1922-2012), baljuw van Guernsey van 1982 tot 1992, in gezelschap van de Hertog(in) van Normandië, beter bekend als Koningin Elizabeth II, tijdens haar bezoek aan het eiland in 1989, t.g.v. de opening van de nieuwe jachthaven in Saint Peter Port (screenshot)
In 1983 pleitte Sir Charles Frossard, de baljuw van Guernsey voor de noodzaak van een nieuwe vlag voor het eiland vanwege de verwarring die werd veroorzaakt door het gebruik van de vlag van Engeland. De aanleiding hiervoor was de verwarring tijdens de Commonwealth Games van 1982, waar Guernsey onder de vlag van Engeland (en dus ook van Guernsey) deelnam: de deelnemers van sommige andere landen geloofden ten onrechte dat Engeland met twee teams aan de Spelen deelnam!
Er werd een Flag Investigation Committee ingesteld, onder leiding van de vice-baljuw Sir Graham Dorey. Na verschillende ideeën te hebben afgeschoten, zoals het gebruik van de kleur groen (de sportkleur van het voetbalteam van Guernsey) en plaatsing van het eilandwapen op de vlag. kwam Herbert Pitt uiteindelijk met het idee om het gouden kruis van Willem de Veroveraar over het St. George’s Cross heen te leggen en daarmee een duidelijke link te leggen met de Normandische geschiedenis.
Willem de Veroveraar (links) afgebeeld op het Tapijt van Bayeux (±1068) met zijn banier met het gouden kruis, dat hem verleend zou zijn door Paus Alexander II (publiek domein)
Willem de Veroveraar (±1028-1087), Hertog van Normandië, veroverde in 1066 Engeland, waarna hij de eerste Normandische koning van Engeland werd. Die verovering (bij Hastings), uitgebeeld op het beroemde Tapijt van Bayeux, waar Willem wordt afgebeeld met een banier waarop een gouden kruis, vormde de aanleiding om dit symbool op de vlag van Guernsey te gebruiken: als symbool dat de eilandbewoners van Normandische afkomst waren, maar loyaal aan de Engelse (en later Britse) Kroon.
De vlag van Guernsey op een postzegel uit 2016 (publiek domein)
De nieuwe vlag werd voor het eerst onthuld op 15 februari 1985, vandaag precies 40 jaar geleden. Op 30 april 1985 verleende Koningin Elizabeth II, als Hertog(in) van Normandië, een koninklijk bevel om de vlag de officiële vlag van Guernsey te laten worden. De vlag werd voor het eerst gehesen op op 9 mei 1985, (de veertigste) Bevrijdingsdag op de Kanaaleilanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Rood en blauw
Naast de eilandvlag hanteert Guernsey sinds 2000 in navolging van de Britse traditie twee variaties in de vorm van een red en een blue ensign (rode en blauwe vaandels). Beide vlaggen hebben de Britse Union Flag of Union Jack i het kanton en het gouden kruis op de vluchtzijde.
Civil ensign van Guernsey (2000-hedeen)
De rode handelsvlag (civil ensign) kan door eilandbewoners als alternatieve vlag voor Guernsey worden gebruikt, maar is in eerste instantie bedoeld als handelsvlag op zee.
Governement ensign van Guernsey (2000-heden)
De blauwe vlag (government ensign) volgens hetzelfde model, is bedoeld voor overheidsschepen ter zee.
Vandaag is het 100 jaar geleden dat de autoriteit van Tokelau werd overgeheveld van het Verenigd Koninkrijk naar Nieuw-Zeeland.
Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen. Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.
Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II (1926-2022) en daaronder de vlag van Tokelau, de ommezijde toont een speervisser (publiek domein)
De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland. Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.
De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).
De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island. In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty. Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.
Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)
Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island. In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island. De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.
Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden. De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren. Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.
Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85. Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.
“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)
Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.
In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien. Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.
Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt. Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.
Overdracht aan Nieuw-Zeeland
Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 11 februari 1926 (vandaag dus 100 jaar geleden), toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was. Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.
Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.
De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.
Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)
Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 8 maart 2021 en herkozen op 6 maart 2023) is Kerisiano Kalolo.
Links: Premier Kerisiano Kalolo (1946) met de vlag van Tokelau (foto: Mackenzie Smith) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)
Daar Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is hij dat ook van Tokelau. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn administrator. Sinds 1 juni 2023 is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.
Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)
Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.
De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.
In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.
Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.
De vlag
Vlag van Tokelau (2009-heden)
De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis. Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.
Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983
Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989. Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.
Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?
Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen. De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.
Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau). Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.
De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.
Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.
De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)
Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland. In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.