Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 191 jaar geleden. Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.
Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)
Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.
In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland. Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles
Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost. Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken. Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald. In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren. In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.
Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)
De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging. Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken. Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,
In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen. Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie. Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821. Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.
Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)
Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen. Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.
Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef. De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.
Viering/Herdenking
De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.
Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)
Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius. In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven. Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.
*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.
Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)
Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.
Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)
De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.
Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Mauritius (1968-heden)
De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd. Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.
Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)
Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp. Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur. Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp. Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.
De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.
De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).
De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): FourBands and Les Quatre Bandes.
Bloody Sunday is de naam die werd gegeven aan zondag 30 januari 1972, toen het Britse leger 26 ongewapende demonstranten neerschoot in Derry, Noord-Ierland’s tweede stad. De dag staat ook wel bekend onder de naam Bogside Massacre(BogsideBloedbad), naar het stadsdeel Bogside waar dit alles plaatsvond.
Op die 30e januari 1972, vandaag 52 jaar geleden, vond er een door de Britten verboden demonstratie voor burgerrechten plaats, meer specifiek tegen het zonder proces gevangenzetten van personen die het Britse leger verdacht van banden met de Irish Republican Army (IRA), een militante organisatie die strijd voerde voor aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse Republiek. De demonstratie was geïnitieerd door de protestantse politicus Ivan Cooper en georganiseerd door de Northern Ireland Civil RightsAssociation (NICRA) en hoewel er ook protestanten meeliepen was het merendeel van de betogers katholiek.
De demonstratie vóór het bloedbad (fotograaf onbekend)
De demonstratie, die van Bishop’s Field naar de Guildhall in het centrum van Derry had moeten lopen, bestond uit zo’n 10.000 tot 15.000 mensen. Toen het Britse leger de demonstratie kort na vier uur ’s middags de toegang tot het centrum probeerde te ontzeggen met opgeworpen barricades, ging het mis, de spanning liep op en er ontstonden schermutselingen, die uiteindelijk uitmondden in de schietpartij door het 1st Batallion Parachute Regiment.
Father Edward Daly (1933-2016) wappert met een bebloede witte vlag om de gewonde Jackie Duddy (17) doorgang te verlenen., kort hierna zou Duddy overlijden en Father Daly hem de laatste sacramenten geven (screenshot)
26 jongens en mannen raakten gewond, waarvan er 13 overleden (een 14e slachtoffer bezweek vier maanden later alsnog aan zijn verwondingen). Veel van de slachtoffers werden in de rug door kogels geraakt toen ze op de vlucht sloegen, anderen terwijl ze trachtten gewonden te helpen. Gewonden vielen er door rondvliegende scherven, kogels, rubberkogels en de wapenstok. Twee mensen werden omver gereden door legervoertuigen. Alle slachtoffers waren katholiek.
Twee dagen hierna besloot de regering in Londen dat er een officieel onderzoek moest komen naar het bloedbad. Het rapport van dit onderzoek, het Widgery Inquiry (naar de Lord Chief Justice Widgery), verscheen ongewoon snel, al op 19 april. De belangrijkste conclusie was dat de militairen “niet schuldig” konden worden geacht aan de dood van de slachtoffers. Volgens de Lord ChiefJustice kon de soldaten wel “roekeloos” gedrag worden verweten, maar deze diskwalificatie bleef zonder strafrechtelijke gevolgen.
Links: Het Widgery Inquiry uit 1972 (publiek domein) / Rechts: John Passmore Widgery (1931-1981), Lord Chief Justice of England and Wales (publiek domein)
Het rapport werd door velen in Noord-Ierland met ongeloof ontvangen en werd gezien als ‘witwas’-actie. Op veel muren in de regio verscheen de leus “Widgery washes whiter”.
Aan de vooravond van het Goedevrijdagakkoord van 1998 (een belangrijke stap in het Noord-Ierse vredesproces), werd er overeengekomen alsnog een grondig onderzoek naar Bloody Sunday te laten doen.
Links: Het volumineuze Saville Inquiry uit 2010 (foto: Paul Faith) / Rechts: Lord Mark Saville (1936) (foto: Paul Faith)
Dit onderzoek, het Saville Inquiry (naar de voorzitter Lord Saville) was grondig en het verscheen dan ook pas na twaalf jaar, op 15 juni 2010 en was het het duurste en langste in de Britse justitiële geschiedenis. De conclusies stonden lijnrecht tegenover die van de Widgery Inquiry. Volgens Lord Saville was de dood van de veertien betogers “onrechtvaardig en onverdedigbaar”. Het rapport concludeerde dat soldaten leugens hadden verzonnen in een poging hun daden te verhullen. En verder dat in tegenstelling tot eerdere beweringen, dat betogers stenen en benzinebommen naar de soldaten hadden gegooid voordat er een schot viel, niet klopten.
Premier David Cameron (1966) terwijl hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aanbiedt voor de gebeurtenissen van Bloody Sunday, 15 juni 2010 (screenshot)
Premier David Cameron noemde de conclusies “schokkend” en op 15 juni 2010 bood hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aan. Hoewel er pogingen zijn gedaan om individuele soldaten berecht te krijgen, is dat tot nu toe onsuccesvol gebleken.
Het op 26 januari 1974 onthulde monument met de namen van de 14 slachtoffers van Bloody Sunday, Joseph’s Place, Derry (fotograaf onbekend)
De vlag
Vlag van Noord-Ierland (1953-1972 cq heden)
Zelden hoeft men in Noord-Ierland te graven naar allerlei kwesties waar protestanten en katholieken het niet over eens zijn, hoewel er sinds het Goedevrijdagakkoord van 1998 veel verbeterd is.
Kwesties zijn er ook rond de Noord-Ierse vlag, die ooit officieel was, maar het nu niet meer is. Totdat er een officiële nieuwe vlag is (maar daarover verderop meer), zullen we het moeten doen met de zogenaamde Ulster Banner.
De vlag is wit met een rood Sint-Joriskruis (net als de vlag van Engeland), maar de Noord-Ierse vlag heeft twee extra symbolen: midden op het kruis zien we een witte zespuntige ster met daarin een geopende rode hand. Daarboven is de kroon van Sint-Edward (de Britse kroningskroon) afgebeeld. De vlag was tussen 1953 en 1972 in gebruik bij het Noord-Ierse parlement en tevens gepropageerd als civic flag (een vlag voor algemeen gebruik). Toen echter in 1972 het parlement werd opgeschort en in 1973 afgeschaft, werd de vlag buiten gebruik gesteld. Maar waar kwam de vlag vandaan?
Historie
De oorsprong van de vlag gaat terug tot 1924 en was het gevolg van een Royal Warrant (Koninklijk Volmacht) voor Noord-Ierland om een eigen wapen te (laten) ontwerpen wat desgewenst ook op een vlag kon worden afgebeeld.
Ontwerper van de Noord-Ierse vlag Sir Neville Wilkinson (1869-1940) met zijn vrouw Lady Betty Wilkinson (1878-1957) in 1936 (publiek domein)
Het wapen werd ontworpen door Sir Neville Wilkinson van de Ulster King of Arms (de Noord-Ierse heraldische instantie). Het werd tussen1924 en 1972 gebruikt door de Noord-Ierse regering.
Het wapen van Noord-Ierland, compleet met schildhouders, in gebruik bij de Noord-Ierse regering (1924-1973)
Naast het wapen werd ook een vlag ontworpen met dezelfde symbolen. Op zowel wapen als vlag werden symbolen gebruikt die heel ver terug gaan. Hoe ver is onbekend, maar in ieder geval tot 1264.
In dat jaar werd Walter de Burgh de eerste earl (graaf) van het Graafschap Ulster. Daarmee werden het wapen van de De Burgh-familie (een rood kruis op een geel veld) samengevoegd met die van het over-kingdom Ulaid (een samenvoeging van verschillende koninkrijken). Het over-kingdom voerde als symbool de Rode Hand van Ulster (Lámh Dhearg Uladh), De oorsprong van dit symbool is onbekend, maar moet een oud Keltisch symbool zijn geweest.
De symbolen gingen in de 12e eeuw over op de familie Ó Néill (tegenwoordig O’Neill) toen zij het koningschap over Ulster aanvaardden. Een van de oudst bewaarde afbeeldingen van de Rode Hand (op een zegel) stamt uit deze tijd. Het wapen kwam daarna ook als symbool op een vlag terecht en staat nu bekend als The Flag of Ulster, een van de historische provincies van Ierland.
Historische vlag van Ulster
De vlag is geel met een liggend rood kruis, in het midden een wit schild met een geopende rode hand.
Zowel vlag als wapen die in 1924 uit de bus kwamen rollen borduurden voort op deze vlag. Het rode kruis werd overgenomen (maar op de vlag versmald, zodat het op het Engelse Sint-Joriskruis ging lijken) en tevens lijkt het wit uit de Engelse vlag overgenomen te zijn.
Vlag van Noord-Ierland, eerste versie met heraldische Tudorkroon (1924-1953)
De Rode Hand kreeg in plaats van een schild- een stervorm. De zes punten verwijzen naar de zes graafschappen van Noord-Ierland: Fermanagh, Tyrone, Derry, Antrim, Down en Armagh. De kroon die erboven werd gezet was een heraldische Tudorkroon.
Hoewel de vlag dus officieel sinds 1924 bestond lijkt ze nauwelijks te zien te zijn geweest. Dat veranderde met de (her)introductie in 1953, naar aanleiding van de kroning van Koningin Elizabeth II. De enige verandering die werd doorgevoerd betrof de kroon: de Tudorkroon werd vervangen door de kroon van Sint-Edward, de Britse kroningskroon. Deze verandering was een ietwat merkwaardig, omdat het Noord-Ierse wapen (zie eerdere afbeelding) dat dezelfde heraldische Tudorkroon heeft, onveranderd bleef.
De kroon van Sint-Edward uit 1661, een van de Britse regalia, die alleen gebruikt wordt voor de kroning van de vorst of vorstin (publiek domein)
Na 1972
Na afschaffing van de vlag als overheidsvlag in 1972, werd de Britse Union Flag of Union Jack de officiële vlag van Noord-Ierland en is dat nu nog. De eigen vlag verdween echter niet uit beeld en wordt nog steeds veel gebruikt, maar dan voornamelijk door de zogenaamde Loyalists of Unionisten, een protestantse bevolkingsgroep. Tevens wordt de vlag nog immer gebruikt bij verschillende sportmanifestaties, zoals de Commonwealth Games, de PGA Tour (golf) en door de FIFA (de internationale voetbalorganisatie).
Dat de vlag veelal door verschillende groepen protestanten wordt gebruikt heeft tot gevolg dat katholieken haar als (te) Engels zien en op hun beurt gebruiken zij doorgaans de vlag van de Ierse Republiek (een verticale driekleur van groen, wit en oranje). De verschillende vlaggen geven vaak de afbakening van ofwel protestantse en katholieke wijken aan en worden veelal aan lantaarnpalen gehangen, of eromheen gewikkeld of erop geschilderd.
Links: Begrenzing van een protestantse wijk d.m.v. de Union Jack en de Ulster Banner (fotograaf onbekend) / Rechts: Begrenzing van een katholieke wijk met de vlag van de Ierse Republiek (fotograaf onbekend)
Dat Noord-Ierland momenteel officieel geen eigen vlag heeft is opvallend, maar daar lijkt inmiddels verandering in te gaan komen. In december 2021 publiceerde de Commission on Flags, Identity,Culture and Tradition (FICT) een 168 pagina’s tellend rapport* (kosten: £ 800.000) waarin een aanbeveling werd gedaan voor een eigen Noord-Ierse vlag voor algemeen gebruik. De commissie stelde voor dat de vlag uitingen van Britishness and Irishness zou moeten bevatten en tevens de diversiteit van Noord-Ierland zou moeten tonen.
Links: Voorpagina van het rapport uit december 2021 om tot een eigen Noord-Ierse vlag te komen / Rechts: Voorzitter van de commissie, professor Dominic Bryan (fotograaf onbekend)
Kritiek op het rapport van verschillende kanten was overigens niet mals, o.a. vanwege de kosten( en omdat er nog geen actieplan voor Stormont (de Noord-Ierse Assemblee) aan is gekoppeld. Tot op heden is er nog steeds geen nieuwe vlag. Het laatste bericht hierover dateert van november 2024 toen het Noord-Ierse bestuur liet weten dat het rapport van de Commissie “…zal worden beschouwd als onderdeel van een evaluatie van haar strategie voor gemeenschapsrelaties.” Een ingewikkelde manier om te zeggen dat het nog wel even kan duren.
*) Zoals de titel al doet vermoeden handelt het rapport niet uitsluitend over een nieuwe vlag en het algemeen gebruik van vlaggen in Noord-Ierland, maar ook over de identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, hun cultuur en identiteit en poogt handvatten te geven voor een harmonieuzere samenleving.
Afdeling curiosa
Nog twee onofficiële curiosa staan hieronder afgebeeld. De zwart-wit foto toont de vlag van het Verenigd Koninkrijk met in het midden de wapenschildversie van het Rode Hand-symbool. De foto is ongedateerd maar zal vermoedelijk in de eerste helft van de 20e eeuw zijn genomen. Zoals we kunnen zien hangt de vlag bij het kantoor van de BelfastTelegraph. Deze krant had een kantoor in Fleet Street in Londen.
Links: De onofficiële vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph in Fleet Street, London (publiek domein) / Rechts: Onoffiiciële Noord-Ierse vlag met de Britse Union Jack of Union Flag in het kanton
De afbeelding rechts toont een andere onofficiële vlag. Op de Noord-Ierse vlag (versie 1924-1973, want met Tudorkroon) is het kanton voorzien van de Britse Union Jack of Union Flag. Deze vlag is duidelijk pro-Brits en zal dus zijn ontsproten aan het brein van een Loyalist of Unionist.
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld. In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren. Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.
Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.
Shetland, ook wel bekend onder de naam Shetlandeilanden, is een Schotse archipel op de grens van de Noordzee en de Noorse Zee, ten noordoosten van de Orkneyeilanden, die op hun beurt weer ten noorden van het Schotse vasteland liggen.
Shetland omvat zo’n 100 eilanden, waarvan er 15 bewoond zijn. Het grootste eiland is het centraal gelegen Mainland, dat bijna 19.000 inwoners telt. Ook de hoofdstad Lerwick (ruim 7.000 inwoners) is hier gelegen. De totale bevolking bedraagt ruim 23.000.
De archipel werd in eerste instantie bevolkt door de Picten, totdat de Vikingen in de 7e of 8e eeuw binnenvielen en de eilanden koloniseerden. En hoewel zowel Shetland als Orkney in 1472 overgingen naar de Schotse Kroon, bleef het van het Oudnoors afgeleide Noors tot in de 18e eeuw de voertaal op de eilanden, totdat het Engels uiteindelijk de boventoon ging voeren.
Up Helly Aa
Up Helly Aa is de ietwat mysterieus aandoende naam van de belangrijkste feestdag van Shetland, die altijd op de laatste dinsdag van januari valt. De oorsprong van de naam Up Helly Aa is niet geheel duidelijk, maar komt deels waarschijnlijk uit het Oudnoors. De naam (en het feest) houden in ieder geval verband met het einde van de joelperiode, het slot van de van oorsprong Scandinavische midwintervieringen.
‘Up’ betekent in dit geval dus ‘op’, in de zin van ‘einde van’, ‘helly’ is ‘heilig’, samengevoegd met ‘aa’ (‘helly aa’ dus), zou het ‘heiligendag’ (‘holy day’) kunnen betekenen. Vrij vertaald kom je dan tot ‘einde van de heilige dagen’.
Brandende teervaten
Up Helly Aa is een uitbundig volksfeest, waarvan de grootste viering in hoofdstad Lerwick plaatsvindt. In de 19e eeuw bestond het feest eruit dat jongemannen brandende vaten met teer door de straten droegen of op sledes voorttrokken, daarbij zoveel mogelijk herrie veroorzakend door middel van hoorns, trommels en luid gezang. De autoriteiten hadden gedurende die tijd de nodige zorgen aangaande de veiligheid (de brandende vaten met teer) in samenhang met de openbare dronkenschap. De locale Total Abstinence Society (Totale Onthoudingsvereniging) speelde een rol in het tegengaan daarvan.
Voor zover bekend het oudste document (1877) waar Up Helly Aa wordt genoemd (met een andere spelling: Uphelly ‘a) (publiek domein)
Vanaf 1874 groeide het verzet tegen deze vorm van feestvieren en vanaf 1880 werd het verboden en vervangen door fakkeloptochten, waarvan de eerste in 1881 plaatsvond.
Guizers
De daaropvolgende jaren werd de oude Vikingtijd steeds meer in het feest geïntegreerd, wat in 1889 leidde tot het bouwen van een replica vikingschip dat als hoogtepunt van Up Helly Aa in brand werd gestoken en dat tot op de dag van vandaag onderdeel van het feest is.
Up Helly Aa Vikingen in 1906 (publiek domein)
Daarmee werd het ook een verkleedfeest: mannen die in de stoet meeliepen (de zogenaamde ‘guizers’) begonnen zich steeds vaker als Vikingen te verkleden en tegenwoordig is dat de standaard. Uit de gelederen werd een hoofdguizer benoemd die de benaming jarl kreeg, een titel die in het Engels bekend is als earl. De eerste jarl werd in 1882 benoemd.
Jarl John Nicholson, in de rol van Thorstein Egilsson, en zijn assistent, bij het Up Helly Aa-plakkaat in Lerwick, in 2019 (screenshot)
Vanaf 1889 wordt er aan het Market Cross, in het centrum van Lerwick, ’s morgens om zes uur een plakkaat opgehangen. Oorspronkelijk stonden hier instructies op, maar na verloop van jaren kwam er steeds meer bij, waaronder Up Helly Aa-liedteksten, maar ook grappige verhalen. De guizers marcheren rond half negen door de stad, daarna wordt er ontbeten. Hierna gaat men het plakkaat bij het Market Cross lezen. Doorgaans staan er dan een ontvangst op het stadhuis en een bezoek aan het Shetland Museum op het programma.
De fakkeloptocht in Lerwick (screenshot)
Zodra het tegen vijven donker is, gaat de fakkeloptocht met het vikingschip van start. Aan het einde van de processie worden de fakkels in het schip geworpen, waarna het in vlammen opgaat.
Het replica-vikingschip trekt door de straten (screenshot)
Na de processie bezoeken de guizers lokaliteiten zoals scholen, sportfaciliteiten en hotels, waar privéfeesten worden gehouden. Op iedere locatie voert een groep guizers een act op, wat een parodie kan zijn op een populaire tv-show of film, een sketch over lokale evenementen, of zang of dans.
Bij het eindpunt aangekomen verzamelt de menigte zich rond het schip (screenshot)
Up Helly Aa wordt niet alleen in Lerwick gevierd, over de eilanden verspreid zijn er nog tien festivals, maar dan aanzienlijk kleiner. Het zijn juist die kleinere festivals waar voor het eerst vrouwen als guizers werden toegelaten, zoals vanaf 2015 in South Mainland. Sinds 2023 kunnen vrouwen ook in Lerwick deelnemen.
De fakkels verdwijnen in het schip, dat vervolgens in vlammen opgaat (screenshot)
De vlag
Vlag van Shetland (1969/2005-heden)
De vlag van Shetland is blauw met een wit Scandinavisch kruis. Ze werd in 1969 ontworpen door twee studenten, Roy Grønneberg en Bill Adams. De aanleiding was de 500e verjaardag van de overgang van de Scandinavische heerschappij naar de Schotse Kroon, die de facto inderdaad in 1469 plaatsvond, maar pas officieel in 1472.
Links: Roy Grønneberg (1947-1997) / Rechts: Bill Adams (fotograaf onbekend)
Gezien de Scandinavische roots van Shetland is het niet verwonderlijk dat er juist voor het Scandinavische kruis werd gekozen. De gebruikte kleuren echter, blauw en wit, symboliseren de verbondenheid met Schotland. Sinds 1540 gebruikt Schotland als vlag een wit andreaskruis op een blauw veld.
Vlag van Schotland (1540-heden)
De eilandvlag was onmiddellijk populair en was (hoewel toen nog niet officieel goedgekeurd) al gauw zowel op land als op zee overal te zien. In 2005 werd de vlag na 36 jaar officieel goedgekeurd en vastgesteld door de Lord Lyon King of Arms, de heraldische autoriteit van Schotland. Twee jaar later stelde de eilandraad een speciale vlagdag in op 21 juni, de langste dag van het jaar, een dag die door een ander noordelijk gebied, Groenland, gebruikt wordt als nationale dag.
Gelijkenis met Hvítbláinn
De vlag van Shetland is exact gelijk aan de eerste (onofficiële) IJslandse vlag, die bekend staat als Hvítbláinn(‘de wit-blauwe’). Als overzees gebiedsdeel gebruikte IJsland vroeger de Deense vlag, de Dannebrog. op 13 maart 1897 echter deed de dichter Einar Bendiktsson een voorstel in het dagblad Dagskrá om een eigen vlag in te voeren: een blauwe vlag met een wit Scandinavisch kruis, net als de kleuren van het IJslandse wapen.
Ongedateerde foto van Einar Benediktsson (1864-1940) (publiek domein)
Het voorstel voor deze vlag sloeg aan bij de bevolking, zeker bij groepen die onafhankelijkheid van Denemarken nastreefden, maar de Deense Koning Christiaan IX verzette zich tegen dit ontwerp, dat volgens hem teveel leek op de marinevlag van Griekenland. De Hvítbláinn leidde een min of meer ondergronds bestaan, totdat de koning in 1913 per Koninklijk Besluit bekend liet maken dat IJsland het recht had om een vlag te voeren en dat het ontwerp door hem goedgekeurd diende te worden.
Vlag van IJsland (1913/1915-heden)
Daarmee viel het doek voor de wit-blauwe vlag: in 1915 keurde de koning het nieuwe ontwerp uit 1913 goed, waarbij er een smaller rood Scandinavisch kruis aan het blauw-witte ontwerp werd toegevoegd.
Burns Night (Schots: Burns Nicht) herdenkt de geboorte van de Schotse dichter Robert Burns in 1759. De dag van vandaag staat ook wel bekend als Robert Burns Day, Robbie Burns Day of Burns Supper.
Robert Burns (publiek domein)
Robert Burns (1759-1796) is een van Schotland’s bekendste dichters, zo niet de bekendste. Zijn gedicht/lied Auld Lang Syne (1788) kennen we ook nu nog en komt vooral langs bij Nieuwjaarsvieringen. Hij schreef zijn gedichten oorspronkelijk in het dialect van Ayrshire. Oud is hij niet geworden: hij stierf door hartproblemen op 37-jarige leeftijd.
Traditioneel Schots gerecht op Burns Night: haggis, netties (koolraap) en tatties (aardappelpuree) (fotograaf onbekend)
Om hem te gedenken worden al sinds 1801 ieder jaar diners (Burns Supper) gegeven, zowel formeel als informeel. Het is Schots wat de klok slaat: er wordt Schots gegeten, zoals haggis (een vleesgerecht gemaakt van schapen-hart, -long en -lever) en cranachan (een toetje waar whisky in verwerkt wordt), er wordt Schots gedronken (whisky uiteraard), Schotse muziek ten gehore gebracht en natuurlijk worden er gedichten van Burns voorgedragen.
De haggis is het hoofdgerecht en die wordt meestal met de nodige ceremonie binnengebracht (als het even kan met doedelzak-begeleiding) en allen gaan staan.
Auld Lang Syne bladmuziek
Bij sommige diners wordt ook gezongen (uiteraard teksten van Burns) en/of gedanst. Traditioneel wordt het diner afgesloten met het zingen van Auld Lang Syne, waarbij iedereen gaat staan en elkaars hand vasthoudt.
De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.
Lion Rampant of Scotland
Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).
Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.
Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots. Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant). In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.
De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:
Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland
De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland. Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp). Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.
De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)
De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.
Gebruik Lion Rampant
Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet. Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!
De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire. De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.
Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)
Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.
Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissionerzien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)
Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.
Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)
Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.
Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)
Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!
Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)
Pitcairn, in de Stille Oceaan, is het enige bewoonde eiland van de vijf Pitcairneilanden. De andere eilanden zijn Henderson, Ducie, Oeno en Sandy. De laatste twee zijn de boven de zeespiegel uitstekende delen van een en hetzelfde atol.
Ondanks dat Pitcairn maar 5 km² groot is, geniet het toch een behoorlijke bekendheid, omdat de bewoners afstammen van de muiters van de HMAV Bounty. De muiterij op de Bounty vond plaats op 25 april 1789 na Tahiti te hebben aangedaan. Negentien man, waaronder de van tirannie beschuldigd kapitein Bligh werden midden op de oceaan overboord gezet in een sloep. De muiters keerden terug naar Tahiti.
De muiterij op een postzegel uit 2014
Dankzij het zeemanschap van Bligh bereikte de sloep met de bemanning meer dood dan levend op 14 juni de Nederlandse kolonie Timor. Via Batavia (nu Jakarta) reisde Bligh vervolgens terug naar het Verenigd Koninkrijk.
Na verslag uitgebracht te hebben aan de admiraliteit, werd de HMS Pandora er op uitgestuurd om de muiters te gaan zoeken. Toen de Pandora in maart 1791 bij Tahiti aankwam, bleken zich daar 14 van de muiters te bevinden. Zij werden gevangen genomen. De overige muiters en enige Tahitiaanse mannen en vrouwen bleken ruim één jaar eerder met de Bounty vertrokken te zijn.
De Pandora zette zijn zoektocht voort in de Stille Oceaan. Op geen enkel eiland was een spoor van de overige muiters. Ze werden nooit gevonden. Pas in 1808 bleek waar ze waren gebleven, toen het Amerikaanse schip de Topaz Pitcairn herontdekte. Het eiland dat ten tijde van de muiterij al bekend was, bleek verkeerd op de zeekaarten te staan. De enige muiter die nog in leven was, was John Adams, maar dankzij geboortes was er een kleine gemeenschap ontstaan.
HMS Blossom op een postzegel van 1988
Toen de HMS Blossom Pitcairn in 1825 aandeed, was muiter John Adams nog steeds in leven en deed zijn verhaal tegenover de kapitein, waaruit bleek dat na aankomst op Pitcairn de Bounty 23 januari 1790 in brand was gestoken, om ontdekking door de autoriteiten te voorkomen. Adams kreeg amnestie op zijn oude dag.
Pitcairn, de noordkust met zicht op Adamstown (screenshot uit een mini-documentaire van Tony Probst)
Op 30 november 1838 werd Pitcairn een Britse kolonie, de overige eilanden werden in 1902 geannexeerd en vormden daarmee als groep de Pitcairneilanden. Heden ten dage bestaat de gehele bevolking uit zo’n 50 inwoners, die in de enige plaats op Pitcairn wonen: Adamstown (uiteraard tevens de hoofdstad).
Pitcairn, de zuidkust (screenshot uit een mini-documentaire van Tony Probst)
Gouverneur van Pitcairn is sinds 8 augustus 2022 de Britse Iona Thomas, tevens is zij de Britse Hoge Commissaris voor Nieuw-Zeeland en gouverneur van Samoa. Vanwege de afgelegen ligging van Pitcairn, is de gouverneur zelden op het eiland en ze wordt dan ook vertegenwoordigd door een administrateur, (doorgaans) een eilandbewoner die de facto ook de eilandraad voorzit. Sinds 3 april 2024 wordt deze functie uitgeoefend door Lindsy Thompson. Alsof dat nog niet genoeg is heeft Pitcairn ook nog een burgemeester: sinds 1 augustus 2025 is Rachael Midlen.
Een leuk weetje is dat deze kleinste democratische gemeenschap ter wereld het homohuwelijk in 2015 invoerde, terwijl er momenteel geen homopaar te vinden is. Maar je kunt maar voorbereid zijn!
Bounty Day op een postzegel uit 1978
Zoals we eerder zagen herinnert de 23e januari aan het in brand steken van de Bounty. Het hele gebeuren wordt door de eilanders nagespeeld, inclusief het verbranden van (kleine) replica’s van het schip. Daarna wordt er gefeest.
Alleen het vaste bevoorradingsschip uit Nieuw-Zeeland, de MV Silver Supporter, doet Pitcairn ieder kwartaal aan.
De vlag
De vlag van Pitcairn is net als veel meer Britse overzeese territoria een zogenoemde blue ensign, een blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Op het uitwaaiende gedeelte is het wapen van Pitcairn afgebeeld.
Voorstel en ontwerp voor de vlag werden in december 1980 ingediend. Na goedkeuring door Koningin Elizabeth II in april 1984 werd de vlag voor het eerst gehesen in mei 1984, bij het bezoek van gouverneur Sir Richard Stratton.
Het wapen op de vlag is ouder dan de vlag zelf en dateert van 4 november 1969. Het groene vlak op het schild is Pitcairn, het blauw de hemel erboven. Op het groene vlak zijn verder afgebeeld het anker van de Bounty en de scheepsbijbel.
Henderson Island (fotograaf onbekend)
Het schild wordt gedekt door een helm in grijs met daarachter een naar beneden hangende krans van geel en groen. De helm is op zijn beurt eveneens gedekt, en wel met een Pitcairnse kruiwagen in grijs en bladeren (in groen) en bloesem (in geel en rood) van een locale strandpopulier (Thespesia populnea).
Alderney is een van de Kanaaleilanden, gelegen in het Kanaal, ten westen van Normandië.
Locatie van de Kanaaleilanden voor de Normandische kust (Bewerking van kaart uit het CIA World Factbook / publiek domein) Hoewel alle Kanaaleilanden ontegenzeggelijk Brits
Hoewel Guernsey en Jersey de grootste en bekendste Kanaaleilanden zijn, behoren ook de kleinere eilanden Alderney, Sark en Herm tot de archipel. Al deze eilanden zijn bewoond. Daarnaast zijn er twee nog kleinere eilanden, Brecqhou (met slechts één bewoner) en Jethou, dat geen vaste inwoners heeft, maar wat wel één huis en twee vakantiehuizen telt, die verhuurd worden door de Britse zakenman Sir Peter Ogden. De archipel omvat verder de nodige onbewoonde eilandjes en rotspunten.
De Kanaaleilanden zijn in alles ontegenzeggelijk Brits, maar toch horen ze officieel niet tot het Verenigd Koninkrijk en zijn dus ook geen EU-lid. Samen met het eiland Man (in de Ierse Zee gelegen), vormen ze het zogenaamde Britse Kroonbezit (Crown Dependencies). De Britse Koning Charles III is wel het staatshoofd van al deze eilanden, niet als koning echter, maar onder de titel Hertog van Normandië.
Guernsey en Jersey zijn beide baljuwschappen (bailiwicks). Het baljuwschap Guernsey omvat naast het hoofdeiland ook de eilanden Alderney, Herm, Sark, Jethou en Brecqhou. Het baljuwschap Jersey omvat naast het hoofdeiland de onbewoonde (mini)eilandgroepen Minquiers, Ecréhous en Les Pierres de Lecq.
De 90e baljuw (bailiff) van Guernsey (en daarmee dus van Alderney) is sinds 11 mei 2020 Sir Richard McMahon. Daarnaast is er een luitenant-generaal, die het staatshoofd (Charles III) vertegenwoordigt, sinds 15 februari 2022 is dit luitenant-generaal Richard Cripwell, wiens rol grotendeels ceremonieel is.
Baljuw van Guernsey, Sir Richard McMahon (1962) (screenshot)
Guernsey heeft ruim 67.000 inwoners, waarvan er zo’n 19.000 in de hoofdstad Saint Peter Port wonen. De overige hoofdeilanden van het baljuwschap zijn aanzienlijk spaarzamer bevolkt: Alderney heeft ruim 2.400 inwoners, Sark zo’n 600 en Herm telt rond de 60 personen.
Saint Anne, de hoofdstad van Alderney (screenshot)
Alderney heeft een lengte van 5 km en gemiddeld 2,4 km breed. De hoofdstad Saint Anne (2.000 inwoners) is de enige plaats van betekenis. De overige 400 inwoners wonen verspreid op het eiland.
Town
Hoewel Saint Anne de officiële naam is van Alderney’s hoofdstad, wordt de plaats op het eiland zelf altijd als ‘Town’ aangeduid.
Alderney’s hoofdstad Saint Anne (‘Town’), met Braye Bay en zijn ver in zee stekende golfbreker (screenshot)
De vlag
Vlag van Alderney (1993-heden)
De vlag van Alderney is wit met een rood Sint Joriskruis (St. George’s cross), net als de andere eilanden van het baljuwschap Guernsey. Voor Alderney is over het midden van de vlag het wapen van het eiland geplaatst.
Wapen van Alderney (1993-heden)
Dit wapen, dat net als de vlag op 20 december 1993 werd aangenomen, toont een gekroonde leeuw met een takje (heidebrem) van vier bladeren en een bloem in zijn rechterpoot, op een groen veld. Wat onmiddellijk opvalt is dat het wapenbeeld bepaald niet één op één op de vlag is overgenomen en dat maakt het enigszins ongebruikelijk: de leeuw op het wapen oogt aanzienlijk gestileerder dan de versie op de vlag, die bijna amateuristisch overkomt. Het wapen heeft op de vlag bovendien geen schildvorm, maar is rond, en is zo in feite een badge. De badge is gevat in een gouden sierrand. De vier takjes van het wapen zijn er op de vlagversie nog maar drie.
Ouder dan 1993
Hoewel zowel wapen en vlag officieel op 20 december 1993 (vandaag 32 jaar geleden) werden aangenomen, zijn beide in feite aanzienlijk ouder, maar lijken voor de tijd administratief nooit juist bevestigd te zijn.
Zegel van Alderney uit 1745, waarop we de leeuw voor het eerst tegenkomen, inclusief de oerversie van de sierrand van de latere badge, de tekst “Sugillum Curiae Insulae Origny 1745”, dat zoveel betekent als “Zegel van de Staten van Alderney”
Het wapen van Alderney, dat al sinds 1745 als zegel in gebruik was, werd in 1902 bevestigd door Koning Edward VII. Er was echter geen officiële machtiging voor het wapen van het eiland. Documenten in het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken uit 1906 vermelden dat een verzoek van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken aan de koning, waarin om zijn goedkeuring voor het voortgezette gebruik van de wapens van Guernsey en Alderney werd gevraagd, werd goedgekeurd.
Links: Edward VII (1841-1910), koning van het Verenigd Koninkrijk van 1901 tot 1910 (fotograaf onbekend) / Rechts: Het College of Arms in Queen Victoria Street, met de koepel van Saint Paul’s Cathedral op de achtergrond (foto: Andreas Praefcke / publiek domein)
Maar hoewel Barrington Bulkeley Campbell, 3rd Baron Blythswood, de toenmalige luitenant-gouverneur van Guernsey, hiervan op de hoogte werd gesteld, stuurde hij de bevestiging van de toekenning niet naar het College of Arms (het Britse heralsiche instituut dat wapens vaststelt), maar archiveerde hij de brief slechts. Mocht er ooit een kopie op Alderney zijn ontvangen, dan is deze waarschijnlijk samen met de rest van de eilandarchieven, tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verdwenen.
Voor wat de vlag betreft: die lijkt in dezelfde periode (1902-1906) te zijn ontworpen, maar was door dezelfde administratieve verwarring niet officieel. Overigens lijkt het erop dat de vlag in eerste instantie als vlag voor de luitenant-gouverneur was bedoeld en niet als eilandvlag.
Kaart van Alderney uit 1944(United Kingdom War Office, General Staff, Geographical Section (publiek domein)
Nieuwe machtiging
Begin jaren negentig van de vorige eeuw werd onderzoek gedaan naar de oorsprong van het wapen van Alderney en werd de situatie opgehelderd. Koningin Elizabeth werd vervolgens verzocht de toekenning van haar overgrootvader te bevestigen, wat zij in 1993 deed. Opnieuw was geen officiële machtiging nodig en op 20 december 1993 werd het wapen eindelijk officieel geregistreerd bij het het College of Arms. Het werd vervolgens, onder begeleiding van een formele brief gedateerd 5 januari 1994, naar de toenmalige luitenant-gouverneur gestuurd.
Heidebrem (Planta genista)(publiek domein)
Het wapen, geschilderd op perkament, wordt officieel beschreven als: “Groen, een leeuw staande op zijn achterpoten, gekroond met een gouden kroon, die in zijn rechterpoot een takje heidebrem vasthoudt”. De officiële beschrijving bevestigt daarmee dat het takje in de poot van de leeuw een heraldische voorstelling is van heidebrem, de Planta genista van de Plantagenet-koningen (1448-1541): de dynastie van het Huis Plantegenet is naar de plant vernoemd.
Deze officiële Qatarese feestdag herinnert aan 18 december 1878, de dag waarop Jassim bin Mohammed Al Thani zijn overleden vader Mohammed bin Thani opvolgde. Het lukte Jassim om de verschillende stammen van het Qatarese schiereiland te verenigen in een tijd waarin dit gebied onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, het huidige Turkije. Onder Jassim kreeg Qatar een zekere mate van autonomie.
Vanaf 1916, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd Qatar (net als Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) een Brits protectoraat, waarbij de Qatarese emirs gewoon op hun troon bleven. Het Verenigd Koninkrijk nam de verdediging van het emiraat voor zijn rekening, net als de buitenlandse betrekkingen. In 1968 was er sprake van dat Qatar en Bahrein onderdeel zouden worden van de Verenigde Arabische Emiraten, maar dit ging uiteindelijk niet door. Drie jaar daarna, op 3 september 1971, werd Qatar onafhankelijk onder emir Ahmad bin Ali Al Thani, die kort daarna op 22 februari 1972 werd afgezet door zijn neef Khalifa bin Hamad Al Thani (die in 1995 op zijn beurt weer werd afgezet door zijn zoon Hamad bin Khalifa Al Thani).
Links: Khalifa bin Hamad Al Thani (1932-2016) (foto: Randy Taylor) / Rechts: Hamad bin Khalifa Al Thani (1952) (foto: Dragan Tatic)
Het was diens zoon, kroonprins Tamim bin Hamad Al Thani, die op 21 juni 2007 een decreet uitvaardigde waarbij de 18e december de nationale feestdag werd. De dag staat ook bekend als Stichtingsdag. Tot 2007 was de nationale feestdag de 3e september, de dag van de onafhankelijkheid in 1971. Kroonprins Tamim volgde zijn vader op als emir na diens abdicatie op 25 juni 2013.
Links: Tamim bin Hamad Al Thani (1980), de huidige emir van Qatar (foto: Ahmad Thamer Al Kuwari) / Rechts: Het officiële logo van de nationale feestdag
De huidige emir heeft drie vrouwen bij wie hij in totaal 24 kinderen heeft, 11 zonen en 13 dochters.
De vlag
Vlag van Qatar (1971-heden)
De vlag van Qatar is wat verhoudingen betreft de breedste ter wereld, met een ratio van 11:28. De mastzijde van de vlag is wit, terwijl het uitwaaiende gedeelte paarsbruin van kleur is en ongeveer tweederde van de vlag inneemt. De scheiding van de twee delen heeft een gezaagd of getand patroon, waardoor negen witte driehoeken ontstaan. Dit getal negen staat symbool voor de in totaal negen Arabische emiraten: de zeven van de Verenigde Arabische Emiraten, als achtste Bahrein (en als negende Qatar dus).
De vlag werd aangenomen op 9 juli 1971, in het jaar van de onafhankelijkheid, maar was slechts op de ratio na (11:30) gelijk aan de vlag die Qatar tussen 1949 en 1971 voerde.
De witte kleur van de vlag staat symbool voor de vrede. Het paarsbuin was tijdens de Ottomaanse overheersing oorspronkelijk rood, maar de verfstof die gebruikt werd, had de neiging in de zon te verkleuren, waardoor de vlaggen een soort chocoladekleur kregen. In 1949 werd de paarsbruine kleur in de vlag gestandaardiseerd. Het voormalige rood en nu het paarsbruin, staat voor het vergoten bloed voor het vaderland.
Vlag van Bahrein (2002-heden)
Bahrein, dat een soortgelijke vlag heeft als Qatar, heeft zijn rode kleur tot op heden behouden. Deze vlag heeft een ratio van 3:5 en sinds 2002 slechts vijf driehoeken, deze staan symbool voor de vijf zuilen van de islam.
National Heroes Day of V.C. Bird Day is een nationale feestdag in Antigua en Barbuda op 9 december. Deze dag herdenkt de bijdragen van Sir Vere Cornwall Bird aan de natie, de datum van 9 december is die van zijn geboortedag.
Sir Vere Cornwall Bird (1910-1999) (fotograaf onbekend)
Vere Cornwall Bird werd geboren op 9 december 1910. Hij werd in 1981 de eerste premier van een onafhankelijk Antigua en Barbuda en wordt beschouwd als de vader van het land. (Overigens bekleedde hij tussen 1967 en 1971 en opnieuw tussen 1976 en 1981 al het ambt van premier, maar toen nog onder Brits gezag). Hij was de eerste die onderscheiden werd met de Orde van de Nationale Held (officieel The Most Exalted Order of the National Hero) in 1994.
Sir Lester Bryant Bird (1938-2021), premier van Antigua en Barbuda van 1994 tot 2004), naast een nationale vlag met bijzondere franje (fotograaf onbekend)
De feestdag werd ingesteld door Lester Bird, de zoon van Bird senior, die hij in 1994 als premier opvolgde. De dag stond toen bekend als V.C. Bird Day, maar nadat Lester Bird’s Antigua Labour Party (ALP) bij de verkiezingen van 2004 werd verslagen door de United Progressive Party (UDP), werd de dag omgedoopt tot National Heroes Day en werd uitgebreid om alle nationale helden te eren, een traditie die in het hele Caribisch gebied gebruikelijk is.
Affiche voor V.C. Bird Day (publiek domein)
In 2014, toen de ALP weer aan de macht kwam, werd de naam van de feestdag weer veranderd in V.C. Bird Day, met als reden dat Sir Vere zo’n impact op het land had, dat hij speciale erkenning verdient. Tevens werd er aangekondigd dat er een aparte dag zou worden gecreëerd om alle nationale helden te vieren. De datum van deze dag werd in 2016 vastgesteld op 26 oktober, maar het is geen officiële feestdag.
Sir Vere Cornwall Bird wordt sinds 2002 geëerd met een kleurig, 10 meter hoog monument in Antigua’s hoofdstad Saint John’s, het is een werk van de Cubaanse kunstenaar Andres Gonzalez (fotograaf onbekend)
De naam en focus van deze feestdag zijn daarmee onderwerp geworden van een politiek debat tussen de ALP en de UDP. Mocht de UDP weer aan de macht komen, dan is het nog maar de vraag of ze de feestdag niet opnieuw een nieuwe naam zullen geven. Eensgezindheid is er wél over het feit dat 9 december in ieder geval een officiële feestdag moet blijven.
De vlag
Vlag van Antigua en Barbuda (1967-heden)
De vlag van Antigua en Barbuda kwam er na een ontwerpwedstrijd in 1966 in aanloop naar het verkrijgen van de status van geassocieerde staat van het Verenigd Koninkrijk op 27 februari 1967 Ruim 600 mensen stuurden hun ontwerp in. Winnaar was de regionaal bekende kunstenaar en beeldhouwer Sir Reginald Samuel.
Reginald Samuel, ontwerper van de vlag van Antigua en Barbuda, legt de laatste hand aan zijn ontwerp (fotograaf onbekend)
De vlag bestaat uit een rood veld met een gelijkbenige driehoek met de punt naar beneden. Deze driehoek is horizontaal in drieën verdeeld in de kleuren zwart, blauw en wit. Vanuit de blauwe balk is een gele opgaande zon op het zwarte vlak afgebeeld, met zeven hele en twee halve punten.
De opkomende zon staat symbool voor het aanbreken van een nieuw tijdperk. De kleuren hebben verschillende betekenissen: rood staat voor energie en het leven van de mensen, het zwart voor de Afrikaanse afkomst van een deel van het volk, blauw voor hoop. De kleuren zwart, geel, blauw en wit staan ook voor de bodem, de zon, de Caribische Zee en het zand. De V-vorm is het symbool van de overwinning. De zeven punten van de zon vertegenwoordigen elk van de zes parochies op Antigua plus het eiland Barbuda.
Vlag kustwacht
De vlag van de kustwacht van Antigua en Barbados is een combinatie van twee vlaggen. Als basis dient de vlag van Engeland (dat ook bekend staat als de ‘white ensign’: een wit veld met een rood St. Joriskruis, het complete kanton wordt echter ingenomen door de nationale vlag van Antigua en Barbuda.
Vlag van de kustwacht van Antigua en Barbuda
Vlag van Barbuda
Dat Barbuda zich als “klein broertje” nogal eens stiefmoederlijk behandeld voelt door het belangrijkere Antigua, is niet geheel onverwacht. Het heeft ertoe geleid dat het eiland zich wilde onderscheiden met een eigen eilandvlag.
Vlag van Barbuda (1997-heden)
De vlag stamt uit 1997 en is een ontwerp van Hakim Akbar en Darlene Beazer, waarbij de blauwe balk in 2018 werd toegevoegd. Het veld is horizontaal verdeeld: rood boven en groen onder, van elkaar gescheiden door een blauwe balk. In het midden er overheen een gele cirkel (de zon) met daar overheen een zwarte mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met een rode keelzak.
Een mannelijke fregatvogel (Fregatidae) met rode keelzak (fotograaf onbekend)
Het symbolisme van de kleuren: rood staat voor de passie, kracht en de liefde voor het eiland, groen voor de groei ervan, blauw staat voor de Caribische Zee die voedt en ondersteunt, tevens symbool voor de rust op het eiland. Het geel van de rijzende zon staat voor hoop, de fregatvogel voor de vastberadenheid en vrijheid van de Barbudanen.
Vlag van de Barbuda Island Council
De vlag van de Barbuda Island Council is vrijwel gelijk aan die van het eiland, maar zonder de blauwe balk en een iets ander ontwerp van de fregatvogel.
Vlag van de Barbuda Island Council
Dat de fregatvogels van elkaar verschillen heeft waarschijnlijk geen andere reden dan dat de vlag geen specifieke specificaties heeft, waardoor vaak variaties ontstaan.
Foto uit 2020, waar de vlag van de Barbuda Island Council op te zien is, (foto gemaakt tijdens de begrafenis van Sir Thomas Hilbourne Frank (1931-2020), voormalig raadsvoorzitter van de Barbuda Island Council (fotograaf onbekend)
Vlag van de gouverneur-generaal
Vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda (2023-heden)
De vlag van de gouverneur-generaal van Antigua en Barbuda is koningsblauw met een Tudor-kroon, waarboven een Britse gekroonde en ‘gaande’ leeuw, de blik naar de toeschouwer, Onder de kroon een gele banderol met in kapitalen ANTIGUA AND BARBUDA. Een eerdere versie van de vlag had tot 2023 dezelfde afbeelding, maar dan met een andere kroon, nl. de Britse kroningskroon, St. Edward’s crown. De huidige gouverneur-generaal is de van Antigua afkomstige Sir Rodney Williams.
Eén van de ceremoniële taken van de gouverneur-generaal is het uitspreken van de jaarlijkse troonrede (screenshot)
Tot aan 1921 was heel Ierland verenigd met Engeland, Schotland en Wales, onder de nam Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland.
Kaart van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, kaart uit 1793 van Robert Wilkinson (±1758-1825) (publiek domein)
In de 19e eeuw ontstond er in Ierland een stroming die zelfbestuur nastreefde. En hoewel dit lange tijd vanuit Londen niet op steun kon rekenen, veranderde dat in 1910, toen de liberalen in Engeland aan de macht kwamen. Zodoende werd er in 1912 een wet aangenomen waarbij heel Ierland zelfbestuur (‘Home Rule’) kreeg, tot groot ongenoegen van het grotendeels protestante Ulster (Noord-Ierland).
Dame Street in Dublin in 1918 (Collectie National Library of Ireland)
Uiteindelijk gooide het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 roet in het eten en werd de invoering van het zelfbestuur voor onbepaalde tijd uitgesteld. Na afloop van de wereldoorlog in 1918 werden er verkiezingen in Ierland gehouden, waarbij Sinn Féin de grootste partij werd. De partij streed voor zelfbestuur en de gekozen kandidaten weigerden zitting te nemen in het parlement in Londen en riepen zelf een parlement (Dáil Éireann) in het leven.
Burgers drommen samen op 8 juli 1921 voor Mansion House in Dublin, kort voor het beéindigen van de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog (Collectie national Library of Ireland)
Ierse Vrijstaat
Dit leidde tot de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog. Drie jaar later resulteerde dit tot het Anglo-Iers Verdrag van 6 december 1921 en het ontstaan van de zogenaamde Ierse Vrijstaat, waarbij de onafhankelijkheid van Ierland werd bekrachtigd, een status die te vergelijken viel met die van de dominions Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Net als die landen werd Ierland daarmee lid van het Britse Gemenebest, de Britse koning bleef het staatshoofd, met als zijn vertegenwoordiger een gouverneur-generaal. Noord-Ierland bleef onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, een situatie die nu nog steeds bestaat.
In 1937 nam de Ierse Vrijstaat een nieuwe grondwet aan en beschouwde Ierland zich zelf niet langer deel van het Gemenebest. Met het uitroepen van de republiek in 1949 werden ook de laatste banden met Londen verbroken en heet Ierland gewoon Ierland.
O’Connell Bridge en O’Connell Street in Dublin, 1949 (Collectie National Library of Ireland)
Dublin
Met het uitroepen van de Ierse Vrijstaat op 6 december 1921, vandaag 104 jaar geleden, werd Dublin de hoofdstad van het in de facto onafhankelijke land en dat bleef zo, ook na het uitroepen van de republiek in 1949.
De naam Dublin komt van Dubh Linn, wat in het Oud-Iers zoveel als ‘zwart water’ of ‘zwarte poel’ betekent. In het moderne Keltisch Iers draagt de stad de naam Baile Átha Cliath, wat te vertalen valt als ‘stad met de doorwaadbare plaats’. De naam wordt vaak afgekort tot Bleá Cliath or Blea Cliath.
Heel Ierland (minus Noord-Ierland) heeft ruim vijf miljoen inwoners, waarvan Groter Dublin er zo’n anderhalf miljoen heeft. De stad zelf komt op circa 600.000 inwoners.
De vlag
Vlag van Dublin (1885-heden)
De vlag van Dublin werd ingesteld in 1885 en is groen met een donkerblauw kanton dat een kwart van de vlag beslaat, waarop drie grijze kastelen met ieder drie brandende torens, twee boven en één onder. Op de vlucht van de vlag een gouden harp met zilveren snaren, het symbool van Ierland.
Ook binnenin Mansion House is de vlag van Dublin te zien (screenshot)
De vlag wordt gebruikt door het stadsbestuur en is doorgaans te zien op Mansion House, de officiële residentie van de burgemeester van Dublin, bij het gemeentehuis en bij gemeentelijke instellingen.
Wapen van Dublin compleet met schildhouders en wapenspreuk “Obedientia Civium Urbis Felicitas” (“De gehoorzaamheid van de burgers brengt een gelukkige stad voort“)
De drie brandende kastelen vormen het wapen van Dublin, dat al meer dan 400 jaar in gebruik is. De oorsprong is onbekend, maar er zijn talloze theorieën: de kastelen zouden wachttorens buiten de stadsmuren voorstellen, ook zou het kasteel Dublin Castle kunnen representeren en wordt het drie keer herhaald vanwege de mystieke betekenis van het getal drie.
Het wapen van Dublin (hier zonder schildhouders) is nooit gestandaardiseerd, waardoor de drie brandende kastelen in allerlei variaties voorkomen
Ook is er een theorie dat de kastelen geen kastelen zijn, maar dat ze de poorten naar de oude Vikingstad Dyflin (9e eeuw) symboliseren. Een andere mogelijkheid is dat de brandende kastelen symbool staan voor de bereidheid van de bewoners om de stad te beschermen tegen indringers.
De vier provincies van Ierland, met Leinster in het groen, het graafschap Dublin is aangegeven als Dub, de provincie Ulster (in het rood) is Noord-Ierland en behoort bij het Verenigd Koninkrijk, behalve Donegal (Don), dat tot de Ierse Republiek behoort (publiek domein)
De gouden harp is al eeuwenlang het symbool van zowel Ierland als van de provincie Leinster, een van de provincies van het land. De provincie omvat de graafschappen Dublin, Meath en Westmeath, Louth, Wicklow, Carlow, Wexford, Kilkenny, Laois. Offaly en Longford.
Vlag van de provincie Leinster
De vlag van Leinster (tevens het wapen) zien we hierboven. Ze is mosgroen met de bekende gouden harp met zilveren snaren en is waarschijnlijk al sinds de 17e eeuw in gebruik. De harp is een oud Keltisch symbool, dat zeker teruggaat tot de Middeleeuwen.
Trinity College Harp
Voor de harp zoals afgebeeld op de vlaggen van Dublin en Leinster en ook op Ierse euromunten, diende een Middeleeuwse harp die heden ten dage in bezit is van het Trinity College in Dublin.
De harp is de oudste van de drie nog bestaande Middeleeuwse harpen, de andere twee zijn de Queen Mary Harp en de Lamont Harp. De Trinity College Harp dateert uit de 14e of 15e eeuw. Deze zelfde harp werd ook gebruikt voor het beeldmerk van Guinness bier.
Links: De harp op een bierviltje van Guinness bier (publiek domein)/ Rechts: De harp op een Ierse 2-euromunt (publiek domein)