De nationale feestdag van Catalonië is een interessante, voor zover het de datum betreft. Vaak grijpen dit soort dagen terug op overwinningen. Maar de Catalaanse nationale feestdag (kortweg meestal La Diada genoemd), herinnert aan het verlies van de zelfstandigheid als gevolg van de Spaanse Successieoorlog.
De datum van 11 september 1714 is die van de val van het laatste bolwerk van Catalaans verzet tegen Spaanse overheersing: het Kasteel van Cardona, ten noorden van Barcelona. Deze stad had zich iets daarvoor al over gegeven.
De Spaanse verovering betrof tevens het Koninkrijk Aragón, dat samen met het Graafschap Barcelona de zogenaamde Kroon van Aragón vormde, onder één dynastie.
Links: De laatste koning vóór inlijving door Spanje: Carles III de Catalunya, alias keizer Karel VI (1685-1740), door een onbekende schilder / Rechts: Koning Philips V van Spanje (1683-1746), geschilderd in 1723 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743)
Met de verovering van deze gebieden kwam het gezag in handen van de Spaanse koning Filips V van Borbón en verloor Catalonië zijn verregaande zelfstandigheid.
De 11e september was voor de Catalanen dan ook in eerste instantie geen feestdag, maar een rouwdag, waarop de doden werden geëerd. Naarmate de tijd verstreek en de ooggetuigen van de nederlaag overleden, begon er echter een kentering te komen. Vooral tijdens de 19e eeuw, een tijdperk waarin een romantisch nationalisme in Europa opbloeide, kantelde de symboliek van de 11e september steeds meer richting viering.
Er was een nieuw optimisme, deels door de Industriële Revolutie, maar ook door de hernieuwde belangstelling voor de eigen Catalaanse cultuur en taal. Het werd uiteindelijk zelfs een beweging met de naam Renaixença catalana (Catalaanse renaissance). Catalaanse helden werden geëerd met standbeelden.
Uiteindelijk verwerd de 11e september zo van een rouwdag tot een feestdag. De dag beleefde z’n ups en downs tijdens de verschillende regimes in de 20e eeuw, speciaal in de Franco-tijd. Gedurende deze periode (1939-1975) werden alle Catalaanse uitingen zoveel mogelijk onderdrukt, zoals ook het Catalaans.
Met de dood van dictator Franco in 1975 en het aantreden van koning Juan Carlos, braken er betere tijden aan. Sinds 1977 had Catalonië een autonome status en een eigen parlement, de Generalitat de Catalunya. Op 12 juni 1980 werd de 11e september tot nationale feestdag verklaard.
Het is een dag van vieringen, maar ook van betogingen. Zeker de laatste jaren zijn deze manifestaties steeds politieker geworden en de roep om zelfstandigheid van Catalonië groter.
De Catalaanse vlag bestaat uit afwisselende horizontale strepen, vijf gele en vier rode. Het is één van de oudste Europese vlaggen. Waarschijnlijk was hij al in de vroege Middeleeuwen in gebruik, maar in ieder geval vanaf 1137, wanneer het Koninkrijk Aragón één dynastie gaat vormen met het Graafschap Barcelona. Gezamenlijk als Kroon van Aragón (zie de inleiding) bereiken ze het toppunt van hun macht: naast Aragón en Catalonië omvatte dit rijk ook de Balearen, Corsica, Sardinië, zuidelijk Italië en het oostelijke deel van de het Griekse vasteland.
De Kroon van Aragón (kleuren in blauw en lichtblauw) op zijn machtigst
Sinds begin 18e eeuw, na de Spaanse Succesieoorlog, kwamen Aragón en Catalonië onder centraal Spaans gezag vanuit Madrid te staan (zie de inleiding). De overige gebieden werden ‘verdeeld’ onder enkele andere van de strijdende partijen. Het noordelijke deel van Catalonië kwam uiteindelijk onder Frans bestuur.
V.l.n.r.: de vlaggen van Aragón, de Balearen en Mallorca
Dit verklaart tevens waarom de Catalaanse vlag met de nodige toevoegingen en/of variaties in allerlei gebieden nog steeds gebruikt wordt. In Spaans en Frans Catalonië de basisvorm.
V.l.n.r.: de vlaggen van Ibiza, Formentera en Menorca
Ook Aragón gebruikt hem nog met toevoeging van het wapen en dat geldt ook voor de regiovlag van de Balearen en tevens voor de eilanden Mallorca, Ibiza, Formentera en Menorca onderling en de steden Barcelona en Valencia.
V.l.n.r.: de vlaggen van Barcelona, Valencia en de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur
Zelfs de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur gebruikt hem nog, maar dan in verticale vorm.
De vlag heeft ook z’n eigen naam: Senyera, wat zoveel beduidt als standaard of banier. Een ieder die Catalonië bezoekt kan niet om een veelgebruikte variatie van de Catalaanse vlag heen, nl. de onafhankelijkheidsvlag, de zogenaamde Bandera Estelada of kortweg Estelada genoemd.
La Bandera Estelada of Estelada
Deze vlag heeft over de Senyera heen een blauwe driehoek aan de broekingszijde. In de driehoek is een vijfpuntige witte ster geplaatst.
De vlaggen van Puerto Rico (links) en Cuba (rechts)
Deze vlag stamt uit het begin van de 20e eeuw, de driehoek met ster is waarschijnlijk afgeleid van de vlaggen van Cuba en Puerto Rico.
Andorra is gelegen in de Pyreneeën en heeft een oppervlakte van 468 vierkante km en ruim 76.000 inwoners.
De Pyreneeeën, met net rechts van het midden Andorra
De hoofdstad Andorra la Vella is de hoogstgelegen hoofdstad van Europa op 1.023 meter. Het land is het enige op de wereld waar Catalaans de voertaal is, hoewel er ook Spaans en Frans wordt gesproken.
Op 8 september 1275 werd het Verdrag van de co-vorsten gesloten, waarbij de soevereiniteit van Andorra in handen kwam van twee co-prinsen, de koning van Frankrijk en de bisschop van La Seu d’Urgell (een Spaans plaatsje net ten zuiden van Andorra).
De co-prinsen van Andorra: Emmanuel Macron (1977), president van Frankrijk en Joan Enric Vives i Sicília (1949), bisschop van La Jeu d’Urgell)
Die situatie bestaat heden ten dage nog, Andorra is in naam nog steeds een co-vorstendom (en net als San Marino een diarchie), met als staatshoofden president Macron van Frankrijk (bij gebrek aan Franse koningen; president sinds 2017) en de huidige bisschop van La Seu d’Urgell (sinds 2003), Joan Enric Vives i Sicília.
Als staatshoofden is hun macht in Andorra grotendeels symbolisch. De dagelijkse leiding van het land is in handen van de minister-president, sinds 16 mei 2019 is dat Xavier Espot Zamora van de Demòcrates per Andorra.
De vlag bestaat uit 3 verticale banen: blauw, geel en rood, met het staatswapen in het midden van de gele baan, maar komt ook voor zonder wapen. Het blauw werd er in 1866/67 aan toegevoegd en toont de verbintenis met Frankrijk wat duidelijker dan vóór die tijd.
Vlag van Andorra van (1806-1866)
Vanaf 1806 had de Andorrese vlag twee banen in geel en rood, afkomstig van de graven van Foix (Frankrijk) én van de bisschop van La Seu d’Urgell (Catalonië/Spanje).
Het wapen is in vieren gedeeld: 1e kwartier: mijter en staf van de bisschop van La Seu d’Urgell, 2e kwartier: drie rode balken op een gouden achtergrond staan voor de graven van Foix, 3e kwartier: vier rode balken op een gouden achtergrond, afkomstig uit het wapen van Catalonië, 4e kwartier: twee koeien, uit het wapen van de graven van Béarn.
Wapen van Andorra
De wapenspreuk op de barokke sierrand van het schild luidt: Virtus unit fortior en beduidt zoveel als ‘Eendracht maakt macht’.
Strikt genomen kun je de bevrijding van Parijs tijdens de Tweede Wereldoorlog niet op één dag vieren, officieel wordt de periode van 19-25 augustus 1944 als ‘bevrijding’ gezien, vanwege de opeenvolging van gebeurtenissen.
Parijs gezien vanaf de 209 m hoge Tour Montparnasse (fotograaf onbekend)
Sinds de geallieerde landingen op 6 juni (D-day) in Normandië was er een gestage opmars ten nadele van de Duitse bezetter. Tussen 15 en 18 augustus braken er in Parijs verschillende stakingen uit, bij de metro, de politie en de posterijen. Op de 18e werden de stakingen algemeen en werd het stadhuis bezet.
Vanaf de 19e vonden er steeds meer schermutselingen plaats, die op de 22e hun hoogtepunt bereikten. Bemiddeling door de Zweedse consul in Parijs, Raoul Nordling, tussen de verschillende verzetsgroepen en de Duitse bezettingsmacht mocht niet baten.
Vlak hierna trok generaal Philippe Leclerc met zijn Tweede Franse Pantserdivisie de stad binnen, op 25 augustus gevolgd door generaal Charles de Gaulle, de bevelhebber van de Franse strijdkrachten. Luitenant-generaal Dietrich van Choltitz, de bevelhebber van Parijs, gaf zich op die dag over. Op 26 augustus werd er een overwinningsparade gehouden op de Champs-Élysées.
De vlag van Parijs bestaat zowel met als zonder wapen.
De wapenloze versie bestaat uit twee verticale banen blauw en rood, afkomstig van Saint Martin de Tours (Sint Maarten) en Saint Denis de Paris (Sint Denijs), dezelfde kleuren die we, tesamen met het wit, ook in de Franse vlag tegenkomen.
Vlag van Parijs, variaties: zonder wapen / mét wapen én krans
De tweede versie heeft het wapen van Parijs midden op de vlag en toont een schip: het staat voor de Parijse handel en is afkomstig van het plaatselijke schippersgilde. Het schildhoofd toont gouden fleur-de-lys tegen een blauwe achtergrond, akomstig van de Franse koningen. De versie mét wapen is er ook nog in twee variaties: één mét en één zónder krans. De wapenspreuk (alleen op de vlag mét krans) luidt Fluctat nec margitur (‘Het schommelt op de golven, maar gaat niet onder’).
De vlag van Parijs is niet vaak in ‘het wild’ te zien: hier zien we de vlag (met wapen en krans) na de dood van Jacques Chirac in 2019 in het kantoor van de Parijse burgemeester Anne Hidalgo (Chirac was naast president van Frankrijk, ook burgemeester van Parijs, tussen 1977 en 1995) (screenshot)
Deze dag herdenkt de Curaçaose slavenopstand van 1795 en meer in het bijzonder Tula, de leider van de opstand. Hij werd in 2010 uitgeroepen tot nationale held van Curaçao.
Van Tula’s leven vóór 1795 weten we zo goed als niets, zo weten we ook niet waar en wanneer hij geboren werd. Hij werkte als slaaf op plantage Knip in het westen van Curaçao. De plantage was genoemd naar het (nog steeds bestaande) landhuis op het terrein. De naam komt van de knippavrucht die hier verbouwd werd. In het Papiaments staat de vrucht bekend als kenepa, en daarom is de plantage onder deze naam ook bekend.
Het jaar 1795 was een jaar van grote veranderingen in Europa door de gebiedsuitbreidingen van Napoleon. In dat jaar werd Nederland een vazalstaat van Frankrijk onder de naam Bataafse Republiek, wat als verder gevolg had dat de Nederlandse Antillen ook onder Frans gezag kwamen.
Tula moet behoorlijk op de hoogte geweest zijn. Het gerucht dat in de Franse kolonie Haïti de slavernij was afgeschaft had ook hem bereikt. En dat was inderdaad het geval: op 4 april 1792 werd de slavernij door Frankrijk hier afgeschaft (overigens voerde Napoleon het in 1802 weer in).
De situatie voor slaven op Curaçao was vanwege de verslechterde omstandigheden niet benijdenswaardig. Hoewel slavenhouders zich aan het Slavenreglement dienden te houden, wat o.a. inhield dat ze slaven dienden te voeden, pakte dat in de praktijk anders uit: op hun enige rustdag, de zondag, moesten ze óók werken om hun eigen voedsel te bekostigen, wat ook nog eens duur en schaars was.
Dit, en de aanhoudende verhalen over het relatief dichtbij gelegen Haïti, zorgde ervoor dat bij Tula de overtuiging postvatte dat de tijd rijp was om voor hun vrijheid te vechten. Met twee medestanders, Bastiaan Carpata en Pedro Wacao, begon hij bijeenkomsten te organiseren en het duurde niet lang voordat hij een legertje van zo’n 40 tot 50 gelijkgestemden had verzameld, die bereid waren in opstand te komen.
Op 17 augustus 1795 weigerden deze slaven aan het werk te gaan en Tula eiste een onderhoud met hun meester, Caspar Lodewijk van Uytrecht. Deze wist kennelijk niet goed wat hij hier mee aan moest en verwees ze naar gouverneur Johannes de Veer, in Willemstad.
De groep vertrok vervolgens naar Willemstad. Onderweg kwamen ze langs verschillende plantages, zoals Lagun, Santa Cruz, Porto Marie, San Nicolas, Santa Martha en San Juan, waarbij telkens meer slaven zich aansloten. De groep groeide tot zo’n 2.000 slaven uit en wist uiteindelijk ook aan wapens te komen.
De Koloniale Raad stuurde verschillende gezanten naar het slavenleger en probeerde hen te overreden terug te keren naar hun plantages. Van sommige van deze pogingen zijn geschreven bronnen bewaard gebleven, zodat we weten dat Tula als leider werd gezien en er dus ook met hem onderhandeld werd.
Eén van de onderhandelaars was de franciscaner pater Jacobus Schinck. Hij schreef o.a. het volgende over zijn ontmoeting op 7 september:
“Toen ik het huis binnentrad, trof ik een neger genaamd Tula, voorzien van een degen en men noemde hem kapitein. Veel negers kwamen rondom mij staan. Tula begon te spreken: ‘Wij zijn al te erg mishandeld. Wij willen niemand kwaad doen, maar we willen onze vrijheid. De Franse negers hebben hun vrijheid gekregen, Holland is ingenomen door de Fransen en daarom moeten wij ook hier vrij zijn'”.
De Koloniale Raad dacht hier anders over en dat leidde in de weken daarna tot een aantal bloedige slagen met het koloniale leger, nog voordat men Willemstad kon bereiken. Op 18 september werd Tula gevangen genomen, waarna hij na marteling gedwongen werd een verklaring af te leggen dat het zijn doel geweest was om alle blanken op Curaçao te vermoorden.
Vanwege zijn zogenaamde ‘bekentenis’ werd er niet geschroomd om hem op afschuwelijke wijze te executeren: bij het galgeveld te Rif werd hij op een kruis vastgebonden, waarna met een ijzeren staaf de botten van zijn ledematen kapot werden geslagen, een vorm van radbraken dus. Daarna werd met fakkels zijn gezicht verbrand en uiteindelijk werd hij onthoofd.
Ook zijn ‘adjudanten’ Bastiaan Carpata en Pedro Wacao moesten het ontgelden. Carpata moest eerst de executie van Tula bijwonen om daarna hetzelfde lot te ondergaan. Wacao werd aan zijn voeten gebonden, rond het schavot gesleept, waarna zijn handen werden afgehakt en zijn hoofd met een moker verbrijzeld. De afgehakte hoofden van Tula en Carpata werden als afschrikmiddel bij het galgeveld op staken gezet, terwijl hun lichamen met die van Wacao in zee werden gegooid. Nog eens 29 slaven werden opgehangen.
Hoewel de slavenopstand was neergeslagen, leidde het toch tot aanpassingen. De autoriteiten eisten van de planters strenge naleving van de het Slavenreglement, waarvan op 20 november een herziene versie verscheen. Naast de verplichte zondag vrijaf, werd er een maximale werktijd in opgenomen en kwam er een minimale verstrekking van kleding en voedsel. Pas veel later, in 1863, werd de slavernij afgeschaft.
Nog langer duurde het voordat het belang van Tula en de slavenopstand van 1795 hun plek in de geschiedenis kregen die ze verdienden. Van Nederlandse zijde werden hij en zijn medestanders als een stelletje misdadigers weggezet. Op school in Curaçao werd er niet over gesproken en als dat al gebeurde werd dat afgedaan als bloeddorstige rebellie. Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw begon dat beeld te kantelen door twee boeken en een toneelstuk. De boeken werden in het Papiaments uitgegeven. De eerste is E rais ku no ke muri (De onsterfelijke wortel) van Guillermo Rosario uit 1968, een roman waarin het leven van Tula (in het boek Kato geheten) deels fictief ten tonele wordt gevoerd (inclusief jeugd). De sociale bewogenheid van Tula/Kato speelt hier een belangrijke rol.
De tweede, Kuenta pa kaminda van Pierre Lauffer, uit 1969, is een verhalenbundel. In het verhaal Tula krijgt de hoofdpersoon eindelijk de plek in de geschiedenis die hem toekomt. Zijn gedachtegoed, geënt op de vrijheidsidealen van de Franse Revolutie, komt goed uit verf.
Het toneelstuk Tula, e Rebelion di 1795(Tula en de Opstand van 1795) van Pacheco Domaccassé uit 1971 complementeerde het eerherstel van Tula. Het liet het publiek kennis maken met de eigen geschiedenis. Het zorgde voor een omslag in de perceptie van deze periode en voor een antikoloniale bewustwording.
Net na de twee boeken, maar nog vóór het toneelstuk, werd er op Curaçao een standbeeld van Tula onthuld van de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars. Het beeld werd toen door een deel van de bevolking nog als controversieel ervaren (dat het een naakt was hielp ook niet) en het beeld keerde terug naar Nederland, waar het eerst in de voortuin van de beeldhouwster in Winschoten stond. Hierna verhuisde het naar Theater de Tramwerkplaats en daarna naar Cultuurhuis de Klinker.
Een nieuw slavernijmonument, van Narcisio (Nel) Simon, een zuil waarop een vuist met een gebroken keten, werd in 1997 onthuld op de plek van het vroegere galgeveld. Tegenover de zuil is een beeldengroep van drie personen, waarvan de middelste persoon met een hamer en beitel de op het punt staat de ketenen van de andere twee personen kapot te slaan.
Op 25 juni 2013 ging de film Tula, the revolt in het Tropenmuseum in Amsterdam in première (op Curaçao, waar de film ook was opgenomen, was dat op 11 juli). De regie was van Jeroen Leinders. Tula wordt in de film vertolkt door Oba Abili.
De uiteindelijke rehabilitatie van Tula in Nederland kwam in stappen: toen op 19 december 2022 premier Rutte namens de Nederlandse regering excuses aanbood voor het slavernijverleden, noemde hij Tula met name. Op 4 oktober 2023 volgde een verder eerherstel toen staatssecretaris van Koninkrijksrelaties Alexandra van Huffelen hem “een held voor ons allemaal” noemde, “…het was een man die streed voor vrijheid, gelijkheid en broederschap”.
Medardo de Marchena
Bij de Tula-lezing van vanmiddag in Rotterdam werd er gepleit voor nóg een rehabilitatie: die van de Curaçaose verzetsheld Medardo de Marchena (1899-1968). Gedurende de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw was hij een uitgesproken criticus ten opzichte van de koloniale Nederlandse regering, de kerk en oliebedrijf Shell, de grootste werkgever op het eiland.
Medardo de Marchena (1899-1968) (foto: collectie L.A. Abraham, Bonaire)
Hij leverde kritiek op het racisme en de hypocrisie van de blanke bovenlaag en het uitbuiten van de Afro-Curaçaose bevolking. Hij werd als staatsgevaarlijk aangemerkt en tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij gedeporteerd naar een interneringskamp op Bonaire, waar ook nazi-sympathisanten vast werden gehouden.
De vlag
Vlag van Curaçao (1984-heden)
Het Curaçaose bestuurscollege riep in 1981 een commissie in het leven met als doel voor het eerst een eigen eilandvlag te ontwerpen. Hoewel hij er eigenlijk niet mee bezig was, stimuleerde de vader van de toen 20-jarige Martin den Dulk om mee te doen, omdat hij zo creatief was. Hij was nog maar net op tijd: hij leverde zijn ontwerp een halfuur voor de sluiting van de wedstrijd in. Van de maar liefst 1.782 inzendingen kwamen er uiteindelijk 10 bovendrijven, waar uit gekozen moest worden. De ontwerpers van deze 10 vlaggen, konden vervolgens hun ontwerp bij de vlaggencommissie presenteren en ‘verdedigen’.
Martin was aan het werk in het restaurant van zijn ouders toen de kokkin opgetogen binnenkwam met de Curaçaose krant Èxtra in de hand: groot op de voorpagina het gekozen vlagontwerp. Martin kon zijn ogen niet geloven toen hij zijn eigen ontwerp zag. Op 2 juli 1984 werd de vlag voor het eerst officieel gehesen.
Curaçao, de Handelskade in hoofdstad Willemstad (fotograaf onbekend)
Het blauw bovenin staat voor de lucht, het blauw onderin voor de zee. De gele balk daartussen stelt de zonneschijn voor, maar staat tevens voor de opgewektheid en de levenslust van het eilandbewoners. De grote ster staat voor Curaçao, de kleine voor Klein Curaçao, een eilandje van drie vierkante kilometer dat zo’n tien kilometer ten zuidoosten van Curaçao ligt. De vijf punten van de sterren staan voor de vijf bevolkingsgroepen van Curaçao.
De gouverneursvlag van Curaçao (fotograaf foto rechts onbekend)
De gouverneur van Curaçao heeft een eigen vlag. Het is een witte vlag met zowel boven- als onderin drie smalle banen in rood-wit-blauw. In het midden zien we een cirkel met daarin (een gedeelte) van de Curaçaose vlag.
De vlag wappert boven het gouverneurspaleis Fort Amsterdam. Gouverneur van Curaçao is sinds 4 november 2013 Lucille George-Wout.
Beëdiging van Lucille George-Wout (1950) tot gouverneur van Curaçao op Paleis Noordeinde in Den Haag, 4 november 2013, met links haar echtgenoot Herman George en rechts Koning Willem-Alexander (screenshot)
De 14e augustus herdenkt de Bevrijding van Madrid van de Napoleontische bezetting. De stad was sinds mei 1808 bezet en het duurde niet lang voordat Napoleon de Spaanse koning had gedwongen af te treden en daarna zijn oudere broer Joseph Bonaparte op de troon te zetten.
Links: Napoleon Bonaparte (1769-1821), detail uit een portret van 1821, door schilder Jacques-Louis David (1748=1825) (Privécollectie, Beijing) / Rechts: Joseph Bonaparte (1768-1844), detail uit een portret van ± 1809, door schilder Josée Flaugier (1757-1813) (Collectie Museu Nacional d’Art de Catalunya, Barcelona)
Vier jaar later, in juli 1812, leed een deel van de Franse troepen een gevoelige nederlaag in de Slag bij Salamanca, waar Britse troepen 7.000 man doodden en evenzoveel man krijgsgevangen maakte.
De Slag bij Salamanca op 22 juli 1812, ets door JohnHeaviside Clark (±1771-1863), inkleuring door Matthew Dubourg (1786-1838) (publiek domein)
Het maakte de weg naar Madrid vrij voor Engelse en Portugese troepen onder leiding van Sir Arthur Wellesley, de 1e hertog van Wellington, die op 12 augustus de stad binnentrokken. De 1.700 Fransen die zich op voorhand hadden teruggetrokken in de nog in aanbouw zijnde fortificatie Retiro, op de gelijknamige heuvel, zagen al gauw in dat noch een strijd, noch een beleg tot een gunstige uitslag zouden leiden.
De Franse bevelhebber Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac zond op 14 augustus een boodschapper vanuit de Retiro met een witte vlag als teken van overgave.
Links: Sir Arthur Wellesley, 1e hertog van Wellington (1769-1833) door Thomas Lawrence (1769-1830), circa 1815 of 1816 (Collectie Apsley House, Londen) / Rechts: Guillaume Joseph Nicolas de Lafon-Blaniac (1773-1833), anonieme gravure uit de 19e eeuw(publiek domein)
Wellington accepteerde en liet de Fransen ‘met eer’ vertrekken: de officieren mochten hun zwaarden, paarden en bagage behouden, de manschappen hun ransels. Om vier uur ’s middags marcheerden de Franse troepen af en was Madrid bevrijd.
Een keizerlijke adelaar(Collectie Louvre des Antiquaires, Parijs)
De oorlogsbuit na de Franse aftocht bestond uit o.a. 20.000 musketten, 180 kanonnen en vier Franse Keizerlijke Adelaars, de symbolen van de Napoleontische troepen. Joseph Bonaparte had Spanje vóór Retiro al verlaten en de eerder afgedankte Spaanse koning Ferdinand VII nam zijn plaats op de troon weer in.
De vlag
De vlag van Madrid is karmozijn van kleur, met in het midden het stadswapen.
Vlag Madrid (1982-heden)
Het wapenschild is blauw omzoomd met daarop zeven zes-puntige sterren. Op het schild is een aardbeiboom (Arbutus unedo) afgebeeld. De stam is lichtbruin, de bladerkroon is ovaal en groen. In het groen zijn tien rode vruchten zichtbaar.
De boom is afgebeeld staand op een groene ondergrond en tegen een witte achtergrond. Aan de rechterkant van de boom is een bruinzwarte beer te zien, die staand op zijn achterpoten met zijn voorpoten tegen de stam aan staat, de kop omhoog gericht, richting vruchten. Het wapen wordt gedekt door een antieke koninklijke kroon.
Wapen van Madrid
De beer en de sterren komen reeds in de 13e eeuw voor, alhoewel niet geheel zeker is wat de achtergrond is. De zeven sterren (én de beer) zouden kunnen staan voor het hemellichaam Grote Beer (Ursa major). Een andere theorie is dat de Romeinse naam voor de stad, Ursaria, de oorsprong is van de beer.
Wat de aardbeiboom betreft zijn er ook verschillende theorieën. Eén ervan is, dat deze boom veel voorkwam in de regio, maar sommige historici betwisten dat en vermoeden dat de boom met rode vruchten eigenlijk een lijsterbes (Sorbus) is.
De autonome regio Madrid heeft zijn eigen vlag, zoals we op de foto van het Casa de la Panadería kunnen zien. Deze vlag is donkerrood met zeven vijfpuntige sterren in wit, vier boven, drie onder.
Kaart van de autonome regio Madrid (publiek domein)
De donkerrode kleur staat voor de historische landstreek Castilië, de zeven sterren voor de zeven administrative gebieden van de autonome regio: Madrid (stad), Alcalá de Henares, Torrelaguna, San Martín de Valdeiglesias, El Escorial, Getafe en Chinchón. De sterren staan ook voor sterrenbeeld de Grote Beer (Ursa major), wat dan weer een verwijzing is naar de stadsvlag van Madrid, met beer.
José María Cruz Novillo (1936), ontwerper van de vlag van de autonome regio Madrid (fotograaf onbekend)
De vlag werd aangenomen op 23 december 1983 en is een ontwerp van José María Cruz Novillo, die naast ontwerper ook beeldhouwer, graveur en schilder is.
De vereniging van het hertogdom Bretagne met de Kroon van Frankrijk was het hoogtepunt van een politiek proces dat aan het einde van de 15e eeuw begon in de nasleep van de Guerre Folle (De Gekke Oorlog) (1485-1488). Het resulteerde in het Verbindingsverdrag van 13 augustus 1532 en de aansluiting van het hertogdom bij het Koninkrijk Frankrijk.
Het Hertogdom Bretagne genoot een grote mate van autonomie, waarbij de hertogen van Bretagne de status van vorst hadden. Bretagne was grotendeels neutraal tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453), waarbij claims op de Franse troon werden bevochten door de Huizen van Valois en Plantagenet (Anjou).
Kaart van het Hertogdom Bretagne in 1513
In de tweede helft van de 15e eeuw was de incompetente Bretonse hertog Frans II van Montfort niet opgewassen tegen de toenemende macht van de Franse koningen Lodewijk XI en zijn opvolger Karel VIII. Gedwongen tot oorlog, werd hertog Frans door de Fransen verslagen in 1477.
Het enige portret uit zijn tijd van hertog Frans II van Montfort (1435-1488), hier afgebeeld met zijn vrouw Marguerite de Foix , detail uit het missaal van de Karmelieten van Nantes, circa 1474-1477 (Collectie Princeton University / publiek domein)
In het vredesverdrag (het Verdrag van Le Verger) werd bepaald dat hertog Frans tot zijn dood kon aanblijven, maar dat zijn opvolger zich onder de Kroon van Frankrijk diende te plaatsen, waarbij Bretagne nog steeds een aanzienlijke mate van autonomie genoot. Die opvolger was zijn dochter Anna, die op haar 12e was uitgehuwelijkt aan de Franse koning Lodewijk XII, waardoor zij naast hertogin van Bretagne ook koningin-gemalin van Frankrijk werd. Als hertogin van Bretagne werd ze na haar dood opgevolgd door haar zoon Frans III.
Links: Anna, hertogin van Bretagne en koningin-gemalin van Frankrijk (1477-1514), detail uit een schilderij (±1503-1508) van Jean Boudrichon (1457-1521) / Rechts: Lodewijk XII, koning van Frankrijk (1462-1515), portret uit ±1514 uit het atelier van Jean Perréal (?-1530) (Royal Collection, Hampton Court Palace / publiek domein)
Diens zus, Claude, werd uitgehuwelijkt aan een achterneef van de Franse koning. Deze Frans I, de hertog van Angoulême, werd na de dood van Lodewijk XII (die dus Frans’ schoonvader was), koning van Frankrijk, waardoor zijn vrouw Claude koningin-gemalin werd, net als haar moeder.
Het Verbindingsverdrag van 13 augustus 1532 (Archives nationales, Parijs / Lettres patentes d’août 1532. Cote AE/II/587 / publiek domein)
Het was tijdens de regeringsperiode van hertog Frans III (1524-1536), dat Bretagne definitief bij Frankrijk werd gevoegd middels het eerdergenoemde Verbindingsverdrag van 13 augustus 1532, waardoor Bretagne een Frans kroondomein werd.
Links: Frans III, hertog van Bretagne (1518-1536), postuum portret uit ± 1540 door Corneille de Lyon (1500/1510-1575) (Collectie Musée Condé, Chantilly / publiek domein) / Rechts: Hendrik II, koning van Frankrijk en hertog van Bretagne (1519-1559), portret uit 1539 naar François Clouet (1510-1572) (Collectie Palais de Versailles / publiek domein)
Frans III stierf in 1536, vanaf die tijd waren de Franse koningen tevens hertogen van Bretagne, de eerste koning met deze dubbele titel was Hendrik II. Deze situatie zou van kracht blijven tot aan 1792, toen er een einde kwam aan het Koninkrijk Frankrijk tijdens de woelige jaren van de Franse Revolutie, waarna het departementaal systeem werd ingevoerd.
De vlag
De Bretonse vlag bestaat uit negen horizontale banen van afwisselend zwart en wit (vijf zwarte en vier witte). Op een wit kanton staan elf gestileerde hermelijnstaarten afgebeeld. De vlag wordt Gwenn-ha-du (Wit en zwart) genoemd.
Gezien de lange geschiedenis van Bretagne, eerst als hertogdom en vanaf 1792 als departement, zou men kunnen denken dat de Bretonse vlag al eeuwenlang meegaat, maar dat is niet het geval. Hoewel de hermelijnstaarten zeker historisch zijn, zijn ze pas in 1923 bijeengebracht met de zwart-witte banen.
Morvan Marchal (1900-1963), ontwerper van Gwenn-ha-du, de Bretonse vlag op een ongedateerde foto
Ontwerper van de vlag is Morvan Marchal (1900-1963), die als fanatiek nationalist lid was van de Union Régionaliste Bretonne, een conservatieve beweging die zich inzette voor het behoud van de Bretonse culturele identiteit en taal en regionale onafhankelijkheid nastreefde.
De vlag die Marchal in 1923 ontwierp was gemodelleerd naar de Amerikaanse vlag: een kanton + horizontale banen. De gebruikte symbolen zijn echter veel ouder dan die van de Amerikaanse vlag. De elf gestileerde hermelijnstaarten kwamen van de vroegere vlag en wapen van het Hertogdom Bretagne: een wit veld met achtentwintig van deze zwarte staarten. We zien de vlag hieronder:
Vlag van het Hertogdom Bretagne met achtentwintig hermelijnstaarten
Hermelijnstaarten komen we vaak tegen in de heraldiek (wapenkunde), maar kennen we ook van k(r)oningsmantels, waar de randen en voering vaak van daadwerkelijke hermelijnstaarten en de wintervacht van het roofdiertje was vervaardigd. Zo is bijvoorbeeld de Nederlandse koningsmantel afgezet met hermelijnstaarten. In de heraldiek worden de staarten op allerlei manieren afgebeeld, pluriformiteit is eerder de norm dan de uitzondering, zoals de afbeelding hieronder laat zien.
De negen horizontale balken of strepen symboliseren de negen verschillende historische bisdommen van Bretagne. De vijf zwarte balken staan voor de Gallo- en Franstalige bisdommen Dol, Nantes, Rennes, Saint-Malo en Saint-Brieuc, de witte voor de Bretonstalige bisdommen Trégor, Léon, Cornouaille en Vannes.
De vlag werd in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw geadopteerd door verschillende Bretonse nationalistische en culturele groepen. De populariteit van de vlag nam vanaf de Tweede Wereldoorlog vanwege het nationalistische karakter sterk af en het duurde tot de jaren ’60 voordat de interesse in de vlag weer toenam, omdat de automatische link met separatisme naar de achtergrond verdween. Sindsdien begon de vlag aan een gestage opmars en werd ze in brede kring populair in de regio, zodat Gwenn-ha-du tegenwoordig overal in het straatbeeld te zien is, ook bij overheidsgebouwen en aan boord van schepen.
De Bretonse vlag aan boord van een schip (fotograaf onbekend)
Aangezien de Bretonse vlag nooit officieel is beschreven, komt ze met verschillende variaties van hermelijnstaarten voor, hoewel het aantal van elf sinds de jaren ’70 gestandaardiseerd lijkt te zijn.
Vandaag komen de 33e Olympische Spelen tot hun eind. Vanavond vanaf 21.00 uur vindt de Sluitingsceremonie plaats in het Stade de France in de Parijse voorstad Saint-Denis.
Op het moment van schrijven is er nog een wedstrijddag te gaan, dus kunnen er nog veranderingen plaatsvinden in het aantal gewonnen medailles voor de Nederlandse afvaardiging, maar dat het sowieso een succesvol gebeuren was, is wel duidelijk. Op zondagochtend staat Nederland met 13 gouden, 7 zilveren en 12 bronzen medailles (32 in totaal dus) op de 8e plaats in het landenklassement.
Duidelijke koplopers zijn China en de Verenigde Staten met respectievelijk 39 en 38 gouden plakken. Geen enkel ander land komt daarbij in de buurt, Australië (nummer 3 op de lijst) heeft 18 gouden medailles.
Update na de laatste speeldag
Na de deze laatste speeldag kan de balans worden opgemaakt: stond Nederland vanmorgen nog op de 8e plaats in het klassement, met het winnen van 2 extra gouden medailles, schuift ons land 2 plaatsen op naar de 6e plaats, de hoogste plaats ooit, drie jaar geleden in Tokio werd de 7e plaats bereikt.
Op de lijst kunne we ook zien dat de Verenigde Staten China van de 1e plaats heeft verdrongen. De landen hebben beide 40 keer goud gewonnen, maar de V.S. heeft maar liefst 44 zilveren en 42 bronzen medailles gewonnen. Bij China gaat het om respectievelijk 27 en 24 keer zilver en brons.
Wat de sluiting van vanavond betreft: veel is er nog geheim, zoals te doen gebruikelijk. Wat wel vast staat is dat Tom Cruise zijn opwachting zal maken, maar op welke wijze is nog even afwachten. Het ligt echter voor de hand dat de acteur dat op “Mission Impossible”-achtige wijze zal doen. Cruise is al geruime tijd in Parijs voor opnames van het achtste deel van de “Mission Impossible”-filmserie.
Tom Cruise op de motor met witte (?) vlag (screenshot)
Hij werd gesignaleerd bij de Arc de Triomphe op een motor met een witte vlag, met een filmploeg tien meter voor hem.
Daarnaast zijn er volop geruchten over eventueel optredende artiesten, zoals Billie Eilish, Snoop Dogg en de Red Hot Chili Peppers. Ook de in Frankrijk zeer populaire Belgische zangeres Angèle wordt genoemd, net als haar Franse collega Yseult.
Screenshots Sluitingsceremonie
Vlaggenparade van de Olympiërs, we zien o.a. Senegal (links), Burundi (midden met sterren), Bulgarije (driekleur) en Burkina Fasso (rechts)De vlag van de Cookeilanden werd gedragen door zwemster Lanihei ConnollyDe vlagdragers op het centrale element, een gestileerde wereldkaart, in het Stade de FranceRuim 200 vlaggen kwamen het stadion binnenTriatlete Edda Hannesdóttir droeg de IJslandse vlagTe onderscheiden vlaggen zijn die van Zuid-Korea (geheel links, wit met trigrammen), Brunei (geel), de verticale driekleur van Ivoorkust (oranje-wit-groen), Cuba (rode driehoek met ster) en Djibouti (witte driehoek met rode ster)De Nederlandse vlagdragers Harrie Lavreysen (baanwielrennen) en Femke Bol (hordenloopster/estafette), rechts de vlag van PolenEen grote verzameling vlaggen, herkenbaar die van de Marshalleilanden (geheel links), Luxemburg (rood-wit-lichtblauw) en Micronesia (lichtblauw met sterren)Herkenbare vlaggen op dit screenshot: Sierra Leone (geheel links, groen-wit-lichtblauw), Servië (rood-blauw-wit met wapen), Sao Tomé en Pricipe (groen-geel-groen met sterren), Rwanda (blauw-geel-groen), Samoa (blauw kanton op rood veld) en Saint Vincent en de Grenadines (blauw-geel-groen met drie groene ruiten)Een kleurig geheel met herkenbaar Noord-Macedonië (geel-rode stralen), Maleisië (blauw kanton en rood-witte strepen), Kroatië (rood-wit-blauw met wapen), Cookeilanden blauw met witte sterren in een cirkel) en Denemarken (rood met wit kruis)De vlaggenparade werd luid toegejuichtDe vlagdragers verzameld rond de ‘wereldkaart’Nederlands goud en bronsBlije PortugezenDe Nederlandse ploegDe Olympische ploeg van GuatemalaUiteraard veel Fransen in het stadionDe Chinese ploegDe Nederlandse ploegEen bijzonder moment: de laatste medaille-uitreiking vindt plaats tijdens de sluitingsceremonie en wel voor de vrouwenmarathon, waarbij de Nederlandse Sifan Hassan goud won, het edelmetaal wordt haar hier omgehangen door IOC-voorzitter Thomas BachHassan won de marathon met een Olympisch record in 2 uur, 22 minuten en 55 secondenSifan Hassan toont haar gouden medailleAl even bijzonder was het dat het Nederlandse volkslied, het Wilhelmus, in het stadion klonk en daarmee de hele wereld overgingSaluut terwijl de vlaggen van Nederland, Ethiopië en Kenia worden gehesenDe drie medaillewinnaars luisteren naar het WilhelmusV.l.n.r.: Tigst Assefa (zilver voor Ethiopië), Sifan Hassan (goud voor Nederland) en Hellen Obiri (brons voor Kenia)Burgemeester Karen Bass van Los Angeles ontvangt de Olympische vlag uit handen van IOC-voorzitter Thomas BachLos Angeles zal de 34e Olympische Spelen in 2028 organiserenActeur Tom Cruise landt in het Stade de France……en neemt bezit van de Olympische vlag……en gaat er met de vlag vandoor op een motor, op naar de Verenigde StatenEr wordt even geschakeld met Los Angeles waar op het strand van Long Beach vast een voorschot op de Spelen van 2028 wordt genomen in ‘party style’……compleet met vuurwerkOok in Parijs laat men zich niet onbetuigd, het slotakkoord is een spetterend vuurwerk
De vlag
De Olympische vlag (1920-heden)
De vlag van de Olympische Spelen is wit met vijf in elkaar gevlochten ringen, drie boven, twee onder, in de kleuren blauw, geel, zwart, groen en rood. Dit kan haast niet anders dan een van de bekendste vlaggen ter wereld zijn: er zullen maar weinig mensen zijn die de vlag met de gekleurde ringen niet onmiddellijk herkennen.
Uiteraard zijn er Olympische vlaggen in soorten en maten: de ‘officiële’ Olympische vlag is de vlag die van de ene gaststad naar de volgende verhuist en die doorgaans voordat de Spelen werkelijk beginnen in het plaatselijke stadhuis te zien is en moet niet verward worden met de enorme Olympische vlag die boven alles uit torent in een stadion, die na de Spelen onmiddellijk afgedankt wordt. Vaak wordt zo’n vlag daarna tentoongesteld.
Het logo
De vlag werd geïntroduceerd tijdens de Spelen van 1920 in Antwerpen. Dat betekent tevens dat de vijf daaraan voorafgaande edities van de moderne Spelen het zonder dit symbool deden waar we nu zo aan gewend zijn geraakt.
Het originele ontwerp van Pierre de Coubertin uit 1913 (publiek domein)
Het logo met de ringen is echter iets ouder dan 1920. Het werd in 1913 ontworpen door de Franse baron Pierre de Coubertin, die toentertijd voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité(IOC) was. Hij was de grote instigator van de moderne Olympische Spelen, waarvan de eerste editie in 1896 plaatsvond in de Griekse hoofdstad Athene, waarmee tevens de link werd gelegd met de Olympische Spelen van de Klassieke Oudheid, die in Olympia werden gehouden, tussen (naar we nu aannemen) 776 v. Chr. tot en met 393 na Chr.
Links: Pierre de Coubertin (1863-1937), ongedateerde, ingekleurde foto (publiek domein) / Rechts: Het graf van Pierre de Coubertin op het Cimétière Bois-de-Vaux in Lausanne, Zwitserland, compleet met ‘zijn’ Olympische ringen (publiek domein)
Hoewel nogal eens wordt aangenomen dat de ringen van De Coubertin’s ontwerp de vijf continenten symboliseerden (Europa, Afrika, Azië, Amerika en Oceanië), lagen de bedoelingen van De Coubertin toch net iets anders: Zelf schreef hij daarover in de augustus-editie van 1913 van het blad Olympique:
“…de zes kleuren (met de witte achtergrond) gecombineerd vertegenwoordigen op deze wijze de vlaggen van ieder land op aarde, zonder uitzondering. Het blauw en geel van Zweden, het blauw en wit van Griekenland, de driekleuren van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, België, Italië, Hongarije plus het geel en rood van Spanje zijn vertegenwoordigd, net als de innovatieve vlaggen van Brazilië en Australië en die van het oude Japan en het moderne China. Dit is echt een internationaal symbool”
Hiermee was er een logo dat tevens op een vlag gebruikt kon worden. We mogen er vanuit gaan dat dat bij de 6e Olympiade geweest zou zijn. Deze Spelen van 1916 zouden in Berlijn plaatsvinden. Ondanks het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gingen de voorbereidingen hiervoor gewoon door: men ging er vanuit dat de oorlog niet zo lang zou duren. Maar dit bleek te optimistisch gedacht, de oorlog sleepte zich voort tot 1918 en de 6e Olympiade werd afgelast.
Het Olympisch Stadion in Antwerpen op de openingsdag 20 april 1920, toen de Olympische vlag debuteerde (publiek domein)
Zodoende was het de 7e Olympiade (er werd dus gewoon doorgenummerd) van 20 april tot 12 september 1920 gehouden in Antwerpen, waar de Olympische vlag voor het eerst werd gehesen. (Berlijn was als organiserende stad “nicht mehr im Frage”, na de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog en het land was dan ook uitgesloten van deelname in 1920, net als Oostenrijk).
Over een vlag die kwijtraakte en weer boven water kwam(Antwerpen-vlag nr.1)(1920)
De allereerste officiële Olympische vlag uit 1920, die bekend staat als de Antwerpen-vlag, bestaat nog steeds, na jarenlang spoorloos te zijn geweest. We spoelen even vooruit naar 1997: tijdens een diner georganiseerd door het Amerikaans Olympisch Comité, interviewde een journalist de toen 100-jarige Hal Haig Prieste, die in 1920 een bronzen plak voor de V.S. had gewonnen bij het platform-duiken. De journalist merkte op dat het IOC niet kon achterhalen wat er met de originele Olympische vlag van 1920 was gebeurd. “Daar kan ik je mee helpen”, was het antwoord van Prieste, “die zit in m’nkoffer”.
Links: Affiche voor de Olympische Zomerspelen 1920 in Antwerpen (publiek domein) / Rechts: Duke Kahanamoku (1890-1968) (Library of Congress / publiek domein)
Prieste vertelde vervolgens dat hij, opgehitst door een nachtelijke weddenschap met landgenoot Duke Kahanamoku*, tegen het einde van de Spelen in Antwerpen in de vlaggenmast van het stadion was geklommen en de vlag had gestolen.
*Duke Kahanamoku behaalde in 1920 twee gouden medailles: één bijhet 100 m zwemmen en de andere bij het estafette-zwemmen
Dat het IOC niet wist wat er met de vlag gebeurd was is een ietwat curieus, want dat de vlag gestolen was moet bekend zijn geweest, omdat Prieste betrapt werd door de politie tijdens zijn actie. Maar wellicht doelden ze op het feit dat ze niet wisten wat er vervólgens met de vlag gebeurde: Prieste liep sneller dan de politie en ontkwam met de vlag als zijn trofee.
Het Olympisch Stadion te Antwerpen in 1920 (publiek domein)
Met een speciale ceremonie tijdens de Olympische Spelen van 2000 in Sydney overhandigde (de toen inmiddels 103-jarige) Prieste de vlag uit 1920 aan toenmalig IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch.
De 103-jarige Hal Haig Prieste (1896-2001) met de door hem ontvreemde oervlag van de Olympische Spelen, bij de overhandiging aan IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch op 11 september 2000 te Sydney, een paar dagen voor het begin van de Zomerspelen (publiek domein)
De vlag werd vervolgens tentoongesteld in het Olympisch Museum in Lausanne in Zwitserland, maar bleef daar niet. Vanaf het begin van de ‘herontdekking’ had de stad Antwerpen ook belangstelling voor de vlag. De stad was succesvol in zijn pogingen voor een terugkeer: in 2004 keerde de vlag terug naar de Scheldestad. Vanaf 2013, toen Antwerpen Europese Sporthoofdstad was, was de vlag in de entreehal van het stadhuis te bewonderen. Vanwege de renovatie van het gebouw (vanaf 2017) is de vlag nu onderdeel van de collectie van het MAS (Museum aan de Stroom) in het noorden van de stad.
Antwerpen-vlag nr. 2(1924)
Het was de bedoeling dat de Olympische vlag van 1920 naar de volgende gaststad Parijs zou verhuizen, maar omdat de officiële vlag zoek was, moest er een nieuw exemplaar gemaakt worden. Deze tweede vlag werd eveneens Antwerpen-vlag genoemd, naar het waarom wordt nog steeds gegist: één verklaring is dat de vlag nu eenmaal debuteerde in Antwerpen, een andere is dat de nieuwe vlag in Antwerpen werd gemaakt.
Opening van de Olympische Zomerspelen 1924 in het Stade Olympique Yves-du-Manoir te Colombes, vlakbij Parijs, door de voorzitter van het Comité Olympique Français, graaf Justinien Clary (1860-1933); of de Olympische vlag, die over het spreekgestoelte is gedrapeerd, ‘dé’ nieuwe ‘Antwerpen-vlag’ is, vertelt de historie niet (publiek domein)
Hoe dan ook: dit nieuwe exemplaar wapperde in 1924 voor het eerst tijdens de openingsceremonie in het Stade Olympique Yves-du-Manoir in Colombes, een voorstad van Parijs. Deze nieuwe officiële versie zou het uithouden tot en met de Zomerspelen van 1984 in Los Angeles, waarna de vlag na 60 jaar ‘met pensioen mocht’.
Links: Affiche van de 1e editie van de Olympische Winterspelen in 1924 in Chamonix, Frankrijk, een ontwerp van Auguste Matisse (1866-1931) (publiek domein) / Rechts: Officiële Olympische eedaflegging door de vertegenwoordigers van de 16 deelnemende landen aan de Winterspelen van 1924 in Chamonix (publiek domein)
1924 was tevens het debuut van de Olympische Winterspelen die tot en met 1992 in hetzelfde jaar als de Zomerspelen werden gehouden, toen er besloten werd ze los te koppelen, zodat de Winterspelen in de andere even jaren dan die van de Zomerspelen plaatsvinden (zie ook verderop).
Seoul-vlag(1988)en Rio de Janeiro-vlag (2016)
Voor de 24e Olympiade in 1988 in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul kwam er dus een nieuwe vlag, die dan ook bekend staat als de Seoul-vlag. Ze deed 24 jaar dienst, tot en met de 30e Olympiade in Londen in 2012.
De vlag die nu in gebruik is (met franje langs de randen) debuteerde tijdens de Zomerspelen van 2016 in Rio De Janeiro in Brazilië, maar werd aan het einde van de Zomerspelen in Londen in 2012 al overhandigd aan burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro.
12 augustus 2012: tijdens de sluitingsceremonie van de Zomerspelen in Londen ontvangt burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro, Brazilië, de nieuwe officiële Olympische vlag, compleet met franje langs de randen (screenshot)
Deze vlag is nu te bewonderen in het stadhuis van Tokio, het Tōkyō-to Chōsha.
Vlaggen Winterspelen
Zoals boven vermeld, werden de Olympische Winterspelen voor het eerst gehouden in 1924 en wel in Chamonix, Frankrijk. Tot 1952 werden voor de Winterspelen geen speciale vlaggen vervaardigd.
Links: Logo van de Olympische Winterspelen van 1952 in Oslo, Noorwegen (publiek domein) / Rechts: De Oslo-vlag (publiek domein)
Bij die Spelen, gehouden in en rond de Noorse hoofdstad Oslo, kreeg voorzitter van het IOC, Sigfrid Edström, uit handen van burgemeester Brynjulf Bull, een Olympische vlag overhandigd, die net als bij de Zomerspelen overgedragen zou worden aan de volgende organiserende stad.
Aldus geschiedde, maar daar moet wel bij aangetekend worden dat de vlag alleen gebruikt werd bij de openingsceremonies. Normaliter was de vlag opgeborgen in een vitrine met daarbij de namen van alle gaststeden op bronzen plaquettes. Voor de sluitingsplechtigheden werd een replica gebruikt. In 2014 werd de Oslo-vlag met pensioen gestuurd.
IOC-voorzitter Thomas Bach overhandigt de (nieuwe) officiële vlag van de Winterspelen aan burgemeester Chen Jining van de Chinese hoofdstad Beijing, waar de editie van 2022 zal plaatsvinden (sluitingsceremonie van de Winterspelen 2018 in PyeongChang, Zuid-Korea, op 25 februari 2018 / screenshot)
In 2018, bij de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse PyeongChang, bood de stad het IOC een nieuwe officiële vlag aan. Na de Winterspelen 2022 in Beijing is de vlag inmiddels doorgegeven aan de Italiaanse stad Milaan, waar de Winterspelen van 2026 zullen plaatsvinden (een deel van de wedstrijden vindt plaats in Cortina d’Ampezzo).
Olympische Jeugdspelen
Sinds 2010 zijn er ook Olympische Jeugdspelen voor 14- tot 18-jarigen. Deze Spelen (zowel Zomer- als Winterspelen) worden ook iedere vier jaar gehouden, maar precies omgekeerd als de ‘volwassen’ Spelen: de Zomer Jeugdspelen vinden dus plaats in het zelfde jaar als de Olympische Winterspelen en de Winter Jeugdspelen in het jaar van de Olympische Zomerspelen.
Logo van de Olympische Jeugdspelen
De eerste zomer-editie vond plaats in Singapore van 14 tot 26 augustus 2010. Eén dag voor de opening overhandigde IOC-voorzitter Jacques Rogge de officiële vlag voor de Jeugdspelen aan premier Lee Hsien Loong van Singapore.
Hoewel her en der vermeld wordt dat deze Olympische vlag naast de ringen ook de naam van de gaststad en het jaar van de Spelen laat zien, is daar op foto’s niets van waar te nemen! En dat zou ook vreemd zijn, want ook deze vlag is een doorgeef-vlag. In 2014 waren de Zomer Jeugdspelen in Nanjing (China) en in 2018 in Buenos Aires (Argentinië).
Links: Logo van de Olympische Zomer Jeugdspelen van 2018 in Buenos Aires, Argentinië (publiek domein) / Rechts: Voorlopig logo van de uitgestelde Olympische Zomer Jeugdspelen van 2026 in Dakar, Senegal (publiek domein)
De editie 2022 kwam wegens de coronapandemie te vervallen en werd vooruit geschoven naar november 2026 en wordt gehouden in Dakar (Senegal).
Logo van de Winter Jeugdspelen 2024 die in januari/februari dit jaar in Gangwon (Zuid-Korea) werden gehouden
De eerste Winter Jeugdspelen werden gehouden van 13 tot 22 januari 2012 in Innsbruck (Oostenrijk). De 2016 en 2020 edities waren in respectievelijk Lillehammer (Noorwegen) en Lausanne (Zwitserland). In 2024 werd het evenement in de provincie Gangwon (Zuid-Korea) gehouden.
Een heel verhaal! Maar hebben we nu alles gehad? Nee, want een goeie twee weken na de sluiting van de Olympische Zomerspelen beginnen de Paralympische Spelen 2024, eveneens in Parijs.
Paralympische vlag
Over de vlag en het logo van de Paralympische Spelen is heel wat te vertellen en dat gaat dan ook gebeuren! Woensdag 28 augustus gaat dit sportevenement van start: dan wordt de Paralympische vlag niet alleen in Parijs gehesen, maar ook bij Vlagblog en kunt u alles lezen over deze andere Olympische vlag.
Vandaag 68 jaar geleden, in 1955, vond de stichting plaats van dit Frans overzees gebiedsdeel, dat in het Frans officieel Terres australes et antarctiques françaises heet. Het is een verzameling van onbewoonde eilanden in het zuidelijke gedeelte van de Indische Oceaan, plus een (onofficieel) stuk van Antarctica . Het is een curieus geheel, wat geografisch bepaald geen eenheid vormt, daar de gebiedsdelen ver uit elkaar liggen.
Waar gaat het om? Het gebied omvat de volgende deelgebieden: 1. Île Saint-Paul en Île Nouvelle Amsterdam 2. Archipel des Crozet 3. Archipel des Kerguelen 4. Terre Adélie 5. Îles Éparses de l’Océan Indien
De eerste drie deelgebieden (de eilanden Saint-Paul en Nouvelle Amsterdam, de Crozeteilanden en de Kergueleneilanden) bevinden zich verspreid over een groot gebied in de zuidelijke Indische Oceaan.
De Hébé-vallei op het Île de la Possession, een van de Crozeteilanden (publiek domein)
Het vierde gebied, Terre Adélie (Adélieland), is gelegen op het vasteland van Antarctica. Dit continent is door zeven landen in ‘plakken’ verdeeld en zij claimen hun verschillende territoria. De claims zijn echter niet officieel en sinds 1961 allemaal ‘bevroren’ in het Antarctisch Verdrag, ook wel bekend als het Verdrag inzake Antarctica. De Franse claim, Terre Adélie is daarbij nog bescheiden van afmeting.
Links: Île Nouvelle Amsterdam / Rechts: Île TromelinLinks: Île du Lys / Rechts: Juan de Nova
Het vijfde deelgebied, Îles Éparses de l’Océan Indien (De verspreide eilanden in de Indische Oceaan), bevinden zich allemaal in de wateren rond het eiland Madagaskar. Dit deelgebied omvat op zijn beurt weer vijf deelgebieden: het atol Bassas da India, Île Europa, Îles Glorieuses (bestaand uit Grande Glorieuse, het Île du Lys plus acht kleine rotseilandjes), het rifeiland Juan de Nova en het Île Tromelin.
Links: Bassas da India / Rechts: Île Europa
Alle delen van het gebied zijn onbewoond, op de gebruikelijke bases van militairen en wetenschappers na dan (bij elkaar 196 personen). De enige permanente bewoners zijn de dieren en de planten.
TAAF-postzegel uit 1986 met de Îlots des Apôtres (Aposteleilanden), onderdeel van de Crozet-archipel (publiek domein)
Dat is dan ook de reden dat het gebied bestuurd wordt vanuit Saint-Pierre op het Franse eiland Réunion, ten oosten van Madagaskar. De huidige prefect, sinds 12 oktober 2020 is Charles Giusti.
Vlag van de Terres australes et antarctiques françaises (2007-heden)
De vlag van het gebiedsdeel (gebiedsdelen) is egaal blauw met in het kanton een afbeelding van de Franse vlag, de Tricolore. Diagonaal daartegenover, in de vluchtzijde dus, is een monogram te zien: vier verstrengelde kapitalen in wit, TAAF. Deze letters staan voor de Franse naam van het gebiedsdeel, Terres australes et antarctiques françaises.
De vijf witte sterren rondom het monogram staan voor de vijf deelgebieden. de vlag is ingevoerd op 23 februari 2007. Hij kan op ieder van de gebieden gevoerd worden en is ook te zien bij de officiële residentie van de prefect op Réunion.
Wallis en Futuna is een Frans overzees gebiedsdeel en bestaat uit twee eilandengroepen in de Stille Oceaan, tussen Tuvalu in het noordoosten en Fiji in het zuidwesten.
Wallis is het grootste eiland en tevens hoofdeiland van de Walliseilanden. Zo’n 20 onbewoonde eilandjes liggen eromheen.
230 km ten zuidwesten van Wallis liggen de twee zogenaamde Hoornse Eilanden, met Futuna als grootste en Alofi als kleinste eiland.
Wallis (Uvea in het Polynesisch) heeft ruim 8.000 inwoners, ruim 1.000 van hen wonen in de hoofdstad Mata Utu (Matāʻutu in het Polynesisch). Futuna heeft ruim 3.000 inwoners en Alofi slechts 2 (voor zover bekend!).
Hoofdstad Mata Utu vanuit de lucht, in het midden het dubbele rode dak, het Koninklijk Paleis van Uvea (Wallis) en rechts de Cathédrale Notre-Dame-de-l’Assomption de Matâ’Utu, gebouwd tussen 1952 en 1959 (publiek domein)
De eilanden waren al bewoond en vormden drie koninkrijkjes voordat de eerste Europeanen opdoken in de 17e eeuw. Het waren de Nederlanders Willem Schouten en Jacob le Maire die tijdens hun ontdekkingsreis van 1616 Futuna en Alofi ‘ontdekten’ en daarmee op de kaart konden zetten. Ze noemden de eilanden de Hoornse Eylanden, naar Hoorn, de plaats waar ze vandaan kwamen. De twee eilanden samen hebben die naam ook in het Frans behouden als les Îles Horn, ook wel les Îles de Horne.
V.l.n.r.: Willem Schouten (1567-1625), tekening van Matthäus Merian de Oude, 1625 / Jacob le Maire (±1585-1616), ingekleurde kopie naar een tekening uit Antonio de Herrera’s “India Occidentales” uit 1622 / Samuel Wallis (1728-1795), schilder onbekend (alle: publiek domein)
Wallis moest langer wachten op ‘ontdekking’. Het is vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger Samuel Wallis die in 1767, nadat hij eerst Tahiti aandeed, langs het eiland zeilde wat nu zijn naam draagt.
Kaart van Wallis (publiek domein)
Het waren de Fransen die als eerste Europeanen de eilanden koloniseerden, door middel van missionarissen die vanaf 1837 trachtten de bevolking tot het katholicisme te bekeren, wat uiteindelijk ook lukte. Dat niet alles pais en vree was blijkt wel uit het feit dat de missionarissen in 1842 om Franse bijstand vroegen vanwege rebellie van de bevolking.
Voor zover bekend de enige foto van Koningin Amelia Tokagahahau Aliki (1845-1895), op de foto staat ze achteraan, voor een groep van meisjes uit vooraanstaande families (aliki) bij het Koninklijk Paleis van Wallis in 1887 (publiek domein)
De Fransen hielden de eilanden in bezit en op 5 april 1887 tekende Koningin Amelia Tokagahahau Aliki van Uvea (Wallis) onder druk een overeenkomst waarbij het eiland officieel een Frans protectoraat werd. Koning Anise Tamole van Sigave (het westelijke deel van Futuna) en Koning Soane Malia Musulamu van Alo (het oostelijk deel van Futuna plus Alofi) tekenden op 16 februari 1888.
De Hoornse Eilanden: Futuna in het westen en Alofi in het oosten (publiek domein)
Wallis en Futuna werd ingedeeld bij de veel westelijker gelegen Franse kolonie Nieuw-Caledonië. Vanaf 29 juli 1961 werden de eilanden losgekoppeld van Nieuw-Caledonië als territoire d’outre mer (overzees territorium). Vanaf deze datum is ook de status van de drie koninkrijken, die nog steeds bestaan, verankerd. Wallis en Futuna kent geen erfopvolging: koningen worden gekozen.
De macht van de koningen is grotendeels symbolisch, maar ze hebben rechtsprekende macht, een overlevering uit de stammentijd, maar tegenwoordig beperkt zich dat tot niet-criminele zaken. Voorts hebben de koningen ook een zetel in de adviesraad, die verder bestaat uit drie mensen die door de Hoge Administrateur (uit Frankrijk) worden aangewezen. De Franse president Emmanuel Macron is het staatshoofd.
De laatste administratieve verandering dateert van 28 maart 2003 als Wallis en Futuna een collectivité d’outre mer (overzees land) worden.
Leava, het grootste dorp op Futuna (fotograaf onbekend)
Vanwege de beperkte mogelijkheden op de eilanden zijn veel inwoners in de loop der jaren naar het grotere en welvarender Nieuw-Caledonië geëmigreerd. Zo’n 18.000 van hen wonen en werken er, waardoor er dus meer Wallisiens en Futuniens wonen dan op de eilanden zelf (ruim 11.000 inwoners).
De vlag De Franse vlag, de Tricolore, is de officiële vlag, maar er is sinds 1985 wel degelijk een vlag voor de eilanden, de officieuze dus en die zien we hier vandaag.
Links: Vlag van Wallis en Futuna / Rechts: Alternatieve versie van de vlag
De vlag is rood met een wit omzoomde Tricolore in het kanton. Midden op het rode veld, aan de vluchtzijde, is een wit vierkant met daarin een rood andreaskruis, waardoor er optisch vier naar elkaar gerichte driehoeken ontstaan.
De vier driehoeken symboliseren de drie koninkrijken met hun koningen, plus de Franse administrateur (en staat daarmee dus voor Frankrijk).
De kleur rood staat voor moed en het wit voor de zuiverheid van idealen. Dit is de meest gebruikte versie van de vlag, maar er bestaat nog een tweede versie, waarbij het andreaskruis is vervangen door een zogenaamd kruis pattée in wit. In feite hebben we dan echter te maken met de vlag van het eiland Wallis (of Uvea) en komen we tegelijk bij de oorsprong van de vlag.
V.l.n.r.: Vlag van Uvea (Wallis) / Vlag van Sigave / Vlag van Alo
Uvea De vlag begon zijn leven als koninklijke standaard van Koning (Laveluain in het Wallisisch) Soane-Patita Vaimua van Uvea (Wallis), die twee keer op de troon zat, eerst tussen 1826 en 1829 en daarna van 1830 tot en met 1858.
Links: De koninklijke standaard van Soane-Patita Vaimua / Rechts: “Palaver voor het Koninklijk Paleis, Sagato Soane-plein te Mata Utu (Wallis), 1900”, tekening uit “À travers l’Océanie Centrale auteur du monde” uit 1907 door M.P. de Myrica
Deze vlag, mét Tricolore in het kanton werd uiteindelijk de eilandvlag en wordt in die versie ook als koninklijke vlag gevoerd (de eerste van de 3 koninklijke vlaggen boven)
Sigave De andere twee koninkrijken hebben hun eigen vlag. Sigave (het westelijk deel van Futuna) heeft een vlag die diagonaal in tweeën gedeeld is, van de onderkant van de mastzijde naar de bovenkant van het uitwaaiende gedeelte, rood boven, zwart onder. De wit omrande Tricolore bevindt zich in het kanton. Over het rood-zwarte vlak is een gele cirkel geplaatst met daarin twee gekruiste zwarte speren met daar tussenin een groen palmblad, volgens de overlevering symbool voor de eerste koning van Sigave, wiens kaken en tanden in een palmblad werden bewaard.
Alo Alo, het koninkrijk dat het oostelijk deel van Futuna beslaat, plus het ernaast gelegen eiland Alofi, heeft een rode vlag met de Tricolore in het kanton. In het midden van het veld is een groen gearceerd palmblad met daaroverheen in geel een knots en een bijl. De knots en bijl staan symbool voor de dood van missionaris Pierre Chanel, die de inwoners van Futuna tot het katholicisme trachtte te bekeren. Hij werd op 37-jarige leeftijd bij een aanval met een knots en een bijl in 1841 vermoord.
Links: Pierre Chanel (1803-1841) als heilige / Rechts: De moord op Pierre Chanel op een gebrandschilderd raam
Paus Leo XIII verklaarde hem zalig op 17 november 1887, zodat hij nu als Sint Pierre Chanel bekend staat.
Hoewel de Spelen de 33e Olympiade worden genoemd, zijn dit eigenlijk de 30e (moderne) Spelen, nadat het evenement in 1896 nieuw leven werd ingeblazen. Dit als gevolg van drie niet doorgegane edities tijdens de twee wereldoorlogen uit de 20e eeuw. Hoe dan ook: in Parijs gaan vandaag de Spelen opnieuw van start en wel met een ongebruikelijke openingsceremonie, die wordt namelijk niet in een stadion gehouden, maar vanaf 19.30 uur langs een 6 km lang gedeelte van de rivier de Seine.
Het logo van de Olympische Zomerspelen van Parijs, een ontwerp van Sylvain Boyer, het Olympisch vuur is erin te herkennen, maar ook het gezicht van Marianne, sinds jaar en dag de verpersoonlijking van Frankrijk, tevens een knipoog naar de Spelen van 1900, die ook in Parijs plaatsvonden en waar vrouwelijke sporters voor het eerst werden toegelaten
Er is plaats voor in totaal 300.000 toeschouwers, 100.000 daarvan zijn betaalde plaatsen, de overige 200.000 zijn gratis. De gratis kaartjes werden in drie rondes uitgedeeld en zijn bedoeld voor gezinnen met lage inkomens die in achterstandswijken wonen, sportbewegingen, jongeren, mensen die helpen de Olympische Spelen te organiseren, waaronder handelaars en gemeentepersoneel. Zoals oorspronkelijk voorgesteld, werden er geen gratis kaartjes aan toeristen verstrekt.
Impressie van de openingsceremonie en botenparade op deSeine (screenshot promofilmpje)
De openingsceremonie op de rivier zal 160 vaartuigen omvatten. Zo’n 2.000 dansers zullen er te zien zijn (terwijl zo’n 6.000 tot 8.000 veiligheidsmedewerkers de ceremonie deels achter de schermen mogelijk gaan maken, naast zo’n 45.000 medewerkers op land, water en in de lucht). Choreografie is in handen van Maud le Pladec.
De 206 landenteams teams met 10.500 sporters, zullen met hun vlaggen langs de 6 km lange route varen, die zich uitstrekt vanaf de Pont d’Austerlitz naar de Pont d’Iéna ter hoogte van de Eiffeltoren en de Jardins du Trocadéro, waar de openingsceremonie zelf zich zal voltrekken. De Spelen zullen worden geopend door president Macron, het motto van de Olympiade luidt: Ouvrons grand les Jeux (Laten we de Spelen groots openen).
Hoewel de belangrijkste sport-accomodatie bij de Spelen het Stade de France is, zullen er ook heel wat wedstrijden op andere plekken in Parijs plaatsvinden en ver daarbuiten.
Zo zijn de basketbal-voorrondes in Lille (Rijsel), zeilen en enkele voetbalwedstrijden bij en in Marseille. Gevoetbald wordt er ook in Bordeaux, Décine-Charpieu (bij Lyon), Nantes, Nice en St.-Étienne.
Surfwedstrijden vinden aan de andere kant van de wereld plaats, namelijk bij Teahupo’o (Tahiti), 75 km buiten hoofdstad Pape’ete en 15.716 km van Parijs verwijderd.
Speciale teams
Naast de landenteams is er voor de derde keer ook een Olympisch vluchtelingenteam. Het gaat om 37 sporters met een vluchtelingenstatus uit 11 verschillende landen: Afghanistan, Congo-Brazzaville, Cuba, Eritrea, Ethiopië, Iran, Kameroen, Soedan, Syrië, Venezuela en Zuid-Soedan. De grootste groep binnen dit team bestaat uit 14 Iraniërs. Het vluchtelingenteam neemt deel onder de Olympische vlag.
Vlag van de Individuele Neutrale Atleten, goedgekeurd door het IOC op 24 maart van dit jaar
Individuele “neutrale” sporters uit Rusland en Wit-Rusland (Belarus) kunnen deelnemen aan de Spelen onder de vlag van de Individuele Neutrale Atleten (Athlètes Individuels Neutres), na goedkeuring van het Internationaal Olympisch Comité. De delegatie, die bestaat uit 32 sporters, neemt geen deel aan de openingsceremonie en wordt ook niet vermeld in de diverse klassementen. Een speciaal voor deze Spelen gecomponeerde compositie doet dienst als vervanging van de volksliederen van de twee landen.
De medailles
De Olympische medailles zijn een ontwerp van juwelier Chaumet, naast de metalen goud, zilver en brons bevat iedere plak een stukje Eiffeltoren: in het midden van de medailles zien we een ijzeren zeshoek, gemaakt van restanten van recente renovaties van de iconische toren. De zeshoek verwijst naar de globale vorm van Frankrijk, het Olympische Marianne-logo is erop aangebracht, compleet met ringen.
De twee metalen van iedere medaille zijn op de vijf hoeken van het ijzer vastgezet met een soort nagel die weer gebaseerd is op de klinknagels van de Eiffeltoren.
De afbeelding op de keerzijde van de medailles is een ontwerp van Elena Votsi en toont Athena Nike, de Griekse godin van de overwinning, die sinds 2004 standaard op de medailles wordt afgebeeld. Ze is hier verbeeld boven het Stadion Panathinaiko in Athene, waar de eerste moderne Olympische Spelen in 1896 werden gehouden. Links van haar herkennen we de Akropolis van Athene en rechts de Eiffeltoren.
Screenshots promotieclip
Een ruiter bij het 17e eeuwse Paleis van VersaillesEen breakdancer bij de 23 m hoge obelisk van de Egyptische farao Ramses II uit Luxor, die in 1836 op het Place de la Concorde werd geplaatstEen hardloper bij de Arc de Triomphe uit 1836Een schermer bij het Grand Palais uit 1900Een boogschutter en een zwemmer bij de piramide van het Louvre uit 1989Bestemming Parijs met hét symbool van de Franse hoofdstad: de Eiffeltoren uit 1889
Oeps! Vlag ondersteboven!
Bij het hijsen van de Olympische vlag op het Place du Trocadéro ging het mis: de vlag ging ondersteboven de mast in, wat niet onmiddellijk werd opgemerkt, zie screenshots hieronder:
De Olympische vlag is klaar om gehesen te worden: de blauwe ring die in de broektop (linksboven) hoort, zit hier onderaanDe gele ring die onderin hoort, zit bovenin, duidelijk zichtbaar zijn de gaten in de vlaggenmast, dit zijn de blazers waarmee men een vlag kan laten wapperen, ongeacht of er wind staatTony Estanguet, voorzitter van het Frans Olympisch comité en Thomas Bach, president van het Internationaal Olympisch Comité, kijken naar het hijsen van de Olympische vlag, of ze door hebben dat de vlag verkeerd hangt?De blazers staan aan en de vlag wappert duidelijk ondersteboven, de fout werd te laat ontdekt: om verder wapperen te voorkomen, werd het blaasmechanisme snel uitgeschakeldTijdens het spelen van de Olympische hymne (een compositie van Spiros Samaras uit 1896) hing de vlag dan ook slap langs de mast
Screenshots opening
Als opening van de botenparade is er vuurwerk in de Franse kleuren boven de fraai versierde Pont d’Austerlitz Zoals de traditie het voorschrijft, opent de Griekse delegatie de intocht der sportersTussen de boten door trad o.a. Lady Gaga op met het Zizi Jeanmaire-nummer “Mon truc en plumes”Intocht van de Nederlandse ploeg, de boot werd gedeeld met de delegatie uit PeruDe Nederlandse ploeg met als vlagdragers handbalster Lois Abbingh en basketballer Worthy de JongKoningin Máxima en Koning Willem-Alexander juichen vanaf de eretribune als de Nederlandse ploeg voorbijvaartDe nationale Franse ploeg vaart in de stromende regen als laatste langs het publiek……toegejuicht door het Franse publiekOok wordt er even geschakeld met Tahiti, waar de surfwedstrijden zullen plaatsvindenVlaggenparade op het Place du Trocadéro na aankomst van alle sportersLuchtopname van Parijs tijdens de tocht van de Olympische vlam van het Place du Trocadéro naar de TuilerieënHet Olympisch vuur wordt ontstoken door atlete Marie-José Perec en haar echtgenoot, judoka Teddy RinerHet Olympisch vuur hangt onder een heteluchtballonTot slot de verrassing van de avond: een optreden van Céline Dion vanaf de EiffeltorenDe Canadese zangeres brak haar wereldtoernee in 2022 af, nadat bij haar de zeldzame aandoening “stiff-person syndrome” was vastgesteldHet werd Dion’s eerste optreden sinds 2022, vol overgave zong ze de Édith Piaf-klassieker “Hymne à l’amour”Slotakkoord
De vlag
De Olympische vlag (1920-heden)
De vlag van de Olympische Spelen is wit met vijf in elkaar gevlochten ringen, drie boven, twee onder, in de kleuren blauw, geel, zwart, groen en rood. Dit kan haast niet anders dan een van de bekendste vlaggen ter wereld zijn: er zullen maar weinig mensen zijn die de vlag met de gekleurde ringen niet onmiddellijk herkennen.
Uiteraard zijn er Olympische vlaggen in soorten en maten: de ‘officiële’ Olympische vlag is de vlag die van de ene gaststad naar de volgende verhuist en die doorgaans voordat de Spelen werkelijk beginnen in het plaatselijke stadhuis te zien is en moet niet verward worden met de enorme Olympische vlag die boven alles uit torent in een stadion, die na de Spelen onmiddellijk afgedankt wordt. Vaak wordt zo’n vlag daarna tentoongesteld.
Het logo
De vlag werd geïntroduceerd tijdens de Spelen van 1920 in Antwerpen. Dat betekent tevens dat de vijf daaraan voorafgaande edities van de moderne Spelen het zonder dit symbool deden waar we nu zo aan gewend zijn geraakt.
Het originele ontwerp van Pierre de Coubertin uit 1913 (publiek domein)
Het logo met de ringen is echter iets ouder dan 1920. Het werd in 1913 ontworpen door de Franse baron Pierre de Coubertin, die toentertijd voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité(IOC) was. Hij was de grote instigator van de moderne Olympische Spelen, waarvan de eerste editie in 1896 plaatsvond in de Griekse hoofdstad Athene, waarmee tevens de link werd gelegd met de Olympische Spelen van de Klassieke Oudheid, die in Olympia werden gehouden, tussen (naar we nu aannemen) 776 v. Chr. tot en met 393 na Chr.
Links: Pierre de Coubertin (1863-1937), ongedateerde, ingekleurde foto (publiek domein) / Rechts: Het graf van Pierre de Coubertin op het Cimétière Bois-de-Vaux in Lausanne, Zwitserland, compleet met ‘zijn’ Olympische ringen (publiek domein)
Hoewel nogal eens wordt aangenomen dat de ringen van De Coubertin’s ontwerp de vijf continenten symboliseerden (Europa, Afrika, Azië, Amerika en Oceanië), lagen de bedoelingen van De Coubertin toch net iets anders: Zelf schreef hij daarover in de augustus-editie van 1913 van het blad Olympique:
“…de zes kleuren (met de witte achtergrond) gecombineerd vertegenwoordigen op deze wijze de vlaggen van ieder land op aarde, zonder uitzondering. Het blauw en geel van Zweden, het blauw en wit van Griekenland, de driekleuren van Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Duitsland, België, Italië, Hongarije plus het geel en rood van Spanje zijn vertegenwoordigd, net als de innovatieve vlaggen van Brazilië en Australië en die van het oude Japan en het moderne China. Dit is echt een internationaal symbool”
Hiermee was er een logo dat tevens op een vlag gebruikt kon worden. We mogen er vanuit gaan dat dat bij de 6e Olympiade geweest zou zijn. Deze Spelen van 1916 zouden in Berlijn plaatsvinden. Ondanks het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gingen de voorbereidingen hiervoor gewoon door: men ging er vanuit dat de oorlog niet zo lang zou duren. Maar dit bleek te optimistisch gedacht, de oorlog sleepte zich voort tot 1918 en de 6e Olympiade werd afgelast.
Het Olympisch Stadion in Antwerpen op de openingsdag 20 april 1920, toen de Olympische vlag debuteerde (publiek domein)
Zodoende was het de 7e Olympiade (er werd dus gewoon doorgenummerd) van 20 april tot 12 september 1920 gehouden in Antwerpen, waar de Olympische vlag voor het eerst werd gehesen. (Berlijn was als organiserende stad “nicht mehr im Frage”, na de nederlaag van Duitsland in de Eerste Wereldoorlog en het land was dan ook uitgesloten van deelname in 1920, net als Oostenrijk).
Over een vlag die kwijtraakte en weer boven water kwam(Antwerpen-vlag nr.1)(1920)
De allereerste officiële Olympische vlag uit 1920, die bekend staat als de Antwerpen-vlag, bestaat nog steeds, na jarenlang spoorloos te zijn geweest. We spoelen even vooruit naar 1997: tijdens een diner georganiseerd door het Amerikaans Olympisch Comité, interviewde een journalist de toen 100-jarige Hal Haig Prieste, die in 1920 een bronzen plak voor de V.S. had gewonnen bij het platform-duiken. De journalist merkte op dat het IOC niet kon achterhalen wat er met de originele Olympische vlag van 1920 was gebeurd. “Daar kan ik je mee helpen”, was het antwoord van Prieste, “die zit in m’nkoffer”.
Links: Affiche voor de Olympische Zomerspelen 1920 in Antwerpen (publiek domein) / Rechts: Duke Kahanamoku (1890-1968) (Library of Congress / publiek domein)
Prieste vertelde vervolgens dat hij, opgehitst door een nachtelijke weddenschap met landgenoot Duke Kahanamoku*, tegen het einde van de Spelen in Antwerpen in de vlaggenmast van het stadion was geklommen en de vlag had gestolen.
*Duke Kahanamoku behaalde in 1920 twee gouden medailles: één bijhet 100 m zwemmen en de andere bij het estafette-zwemmen
Dat het IOC niet wist wat er met de vlag gebeurd was is een ietwat curieus, want dat de vlag gestolen was moet bekend zijn geweest, omdat Prieste betrapt werd door de politie tijdens zijn actie. Maar wellicht doelden ze op het feit dat ze niet wisten wat er vervólgens met de vlag gebeurde: Prieste liep sneller dan de politie en ontkwam met de vlag als zijn trofee.
Het Olympisch Stadion te Antwerpen in 1920 (publiek domein)
Met een speciale ceremonie tijdens de Olympische Spelen van 2000 in Sydney overhandigde (de toen inmiddels 103-jarige) Prieste de vlag uit 1920 aan toenmalig IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch.
De 103-jarige Hal Haig Prieste (1896-2001) met de door hem ontvreemde oervlag van de Olympische Spelen, bij de overhandiging aan IOC-voorzitter Juan Antonio Samaranch op 11 september 2000 te Sydney, een paar dagen voor het begin van de Zomerspelen (publiek domein)
De vlag werd vervolgens tentoongesteld in het Olympisch Museum in Lausanne in Zwitserland, maar bleef daar niet. Vanaf het begin van de ‘herontdekking’ had de stad Antwerpen ook belangstelling voor de vlag. De stad was succesvol in zijn pogingen voor een terugkeer: in 2004 keerde de vlag terug naar de Scheldestad. Vanaf 2013, toen Antwerpen Europese Sporthoofdstad was, was de vlag in de entreehal van het stadhuis te bewonderen. Vanwege de renovatie van het gebouw (vanaf 2017) is de vlag nu onderdeel van de collectie van het MAS (Museum aan de Stroom) in het noorden van de stad.
Antwerpen-vlag nr. 2(1924)
Het was de bedoeling dat de Olympische vlag van 1920 naar de volgende gaststad Parijs zou verhuizen, maar omdat de officiële vlag zoek was, moest er een nieuw exemplaar gemaakt worden. Deze tweede vlag werd eveneens Antwerpen-vlag genoemd, naar het waarom wordt nog steeds gegist: één verklaring is dat de vlag nu eenmaal debuteerde in Antwerpen, een andere is dat de nieuwe vlag in Antwerpen werd gemaakt.
Opening van de Olympische Zomerspelen 1924 in het Stade Olympique Yves-du-Manoir te Colombes, vlakbij Parijs, door de voorzitter van het Comité Olympique Français, graaf Justinien Clary (1860-1933); of de Olympische vlag, die over het spreekgestoelte is gedrapeerd, ‘dé’ nieuwe ‘Antwerpen-vlag’ is, vertelt de historie niet (publiek domein)
Hoe dan ook: dit nieuwe exemplaar wapperde in 1924 voor het eerst tijdens de openingsceremonie in het Stade Olympique Yves-du-Manoir in Colombes, een voorstad van Parijs. Deze nieuwe officiële versie zou het uithouden tot en met de Zomerspelen van 1984 in Los Angeles, waarna de vlag na 60 jaar ‘met pensioen mocht’.
Links: Affiche van de 1e editie van de Olympische Winterspelen in 1924 in Chamonix, Frankrijk, een ontwerp van Auguste Matisse (1866-1931) (publiek domein) / Rechts: Officiële Olympische eedaflegging door de vertegenwoordigers van de 16 deelnemende landen aan de Winterspelen van 1924 in Chamonix (publiek domein)
1924 was tevens het debuut van de Olympische Winterspelen die tot en met 1992 in hetzelfde jaar als de Zomerspelen werden gehouden, toen er besloten werd ze los te koppelen, zodat de Winterspelen in de andere even jaren dan die van de Zomerspelen plaatsvinden (zie ook verderop).
Seoul-vlag(1988)en Rio de Janeiro-vlag (2016)
Voor de 24e Olympiade in 1988 in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul kwam er dus een nieuwe vlag, die dan ook bekend staat als de Seoul-vlag. Ze deed 24 jaar dienst, tot en met de 30e Olympiade in Londen in 2012.
De vlag die nu in gebruik is (met franje langs de randen) debuteerde tijdens de Zomerspelen van 2016 in Rio De Janeiro in Brazilië, maar werd aan het einde van de Zomerspelen in Londen in 2012 al overhandigd aan burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro.
12 augustus 2012: tijdens de sluitingsceremonie van de Zomerspelen in Londen ontvangt burgemeester Eduardo Paes van Rio de Janeiro, Brazilië, de nieuwe officiële Olympische vlag, compleet met franje langs de randen (screenshot)
Deze vlag is nu te bewonderen in het stadhuis van Tokio, het Tōkyō-to Chōsha.
Vlaggen Winterspelen
Zoals boven vermeld, werden de Olympische Winterspelen voor het eerst gehouden in 1924 en wel in Chamonix, Frankrijk. Tot 1952 werden voor de Winterspelen geen speciale vlaggen vervaardigd.
Links: Logo van de Olympische Winterspelen van 1952 in Oslo, Noorwegen (publiek domein) / Rechts: De Oslo-vlag (publiek domein)
Bij die Spelen, gehouden in en rond de Noorse hoofdstad Oslo, kreeg voorzitter van het IOC, Sigfrid Edström, uit handen van burgemeester Brynjulf Bull, een Olympische vlag overhandigd, die net als bij de Zomerspelen overgedragen zou worden aan de volgende organiserende stad.
Aldus geschiedde, maar daar moet wel bij aangetekend worden dat de vlag alleen gebruikt werd bij de openingsceremonies. Normaliter was de vlag opgeborgen in een vitrine met daarbij de namen van alle gaststeden op bronzen plaquettes. Voor de sluitingsplechtigheden werd een replica gebruikt. In 2014 werd de Oslo-vlag met pensioen gestuurd.
IOC-voorzitter Thomas Bach overhandigt de (nieuwe) officiële vlag van de Winterspelen aan burgemeester Chen Jining van de Chinese hoofdstad Beijing, waar de editie van 2022 zal plaatsvinden (sluitingsceremonie van de Winterspelen 2018 in PyeongChang, Zuid-Korea, op 25 februari 2018 / screenshot)
In 2018, bij de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse PyeongChang, bood de stad het IOC een nieuwe officiële vlag aan. Na de Winterspelen 2022 in Beijing is de vlag inmiddels doorgegeven aan de Italiaanse stad Milaan, waar de Winterspelen van 2026 zullen plaatsvinden (een deel van de wedstrijden vindt plaats in Cortina d’Ampezzo).
Olympische Jeugdspelen
Sinds 2010 zijn er ook Olympische Jeugdspelen voor 14- tot 18-jarigen. Deze Spelen (zowel Zomer- als Winterspelen) worden ook iedere vier jaar gehouden, maar precies omgekeerd als de ‘volwassen’ Spelen: de Zomer Jeugdspelen vinden dus plaats in het zelfde jaar als de Olympische Winterspelen en de Winter Jeugdspelen in het jaar van de Olympische Zomerspelen.
Logo van de Olympische Jeugdspelen
De eerste zomer-editie vond plaats in Singapore van 14 tot 26 augustus 2010. Eén dag voor de opening overhandigde IOC-voorzitter Jacques Rogge de officiële vlag voor de Jeugdspelen aan premier Lee Hsien Loong van Singapore.
Hoewel her en der vermeld wordt dat deze Olympische vlag naast de ringen ook de naam van de gaststad en het jaar van de Spelen laat zien, is daar op foto’s niets van waar te nemen! En dat zou ook vreemd zijn, want ook deze vlag is een doorgeef-vlag. In 2014 waren de Zomer Jeugdspelen in Nanjing (China) en in 2018 in Buenos Aires (Argentinië).
Links: Logo van de Olympische Zomer Jeugdspelen van 2018 in Buenos Aires, Argentinië (publiek domein) / Rechts: Voorlopig logo van de uitgestelde Olympische Zomer Jeugdspelen van 2026 in Dakar, Senegal (publiek domein)
De editie 2022 kwam wegens de coronapandemie te vervallen en werd vooruit geschoven naar november 2026 en wordt gehouden in Dakar (Senegal).
Logo van de Winter Jeugdspelen 2024 die in januari/februari dit jaar in Gangwon (Zuid-Korea) werden gehouden
De eerste Winter Jeugdspelen werden gehouden van 13 tot 22 januari 2012 in Innsbruck (Oostenrijk). De 2016 en 2020 edities waren in respectievelijk Lillehammer (Noorwegen) en Lausanne (Zwitserland). In 2024 werd het evenement in de provincie Gangwon (Zuid-Korea) gehouden.
Een heel verhaal! Maar hebben we nu alles gehad? Nee, want een goeie twee weken na de sluiting van de Olympische Zomerspelen beginnen de Paralympische Spelen 2024, eveneens in Parijs.
Paralympische vlag
Over de vlag en het logo van de Paralympische Spelen is heel wat te vertellen en dat gaat dan ook gebeuren! Woensdag 28 augustus gaat dit sportevenement van start: dan wordt de Paralympische vlag niet alleen in Parijs gehesen, maar ook bij Vlagblog en kunt u alles lezen over deze andere Olympische vlag.