Een nationale feestdag in Mexico en Latijns-Amerika: Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe. Het gaat terug op een verschijning van de Maagd Maria tussen 9 en 12 december 1531 aan Juan Diego Cuauhtlatoatzin, een tot het katholicisme bekeerde Azteek in het dorp Tlatilolco, tegenwoordig in Mexico-Stad gelegen.
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Saba Day is de feestdag van het kleinste eiland van Caribisch Nederland. De viering is iedere eerste vrijdag in december. Het wordt ook wel aangeduid als Saba Flag Day.
Sinds 1960 is 5 december de nationale feestdag van Thailand. Het was de verjaardag van de op 13 oktober 2016 overleden Koning Bhumibol Adulyadej, die regeerde onder de koningsnaam Rama IX. Op 22 november datzelfde jaar, maakte regeringswoordvoerder kolonel Taksada Sangkhachan bekend dat ook dat jaar, ondanks de rouwperiode van een jaar, 5 december vooralsnog de nationale feestdag bleef. Tot op heden is dat zo gebleven.
Waarschijnlijk hebben veel Albanezen vandaag wel iets anders aan hun hoofd dan feestvieren na de aardbeving van eerder deze week, waarbij tot nu toe 41 slachtoffers werden geteld. Toch is het vandaag weer Onafhankelijkheidsdag.
Vandaag 107 jaar geleden werd in de havenstad Vlorë, tegenwoordig de tweede stad van het land, de Albanese onafhankelijkheid uitgeroepen. Tot die tijd had Albanië als ‘vilayet’ (provincie) onderdeel uitgemaakt van het Ottomaanse Rijk.
De onafhankelijkheidsverklaring van 28 november 1912, o.a. ondertekend door Ismail Qemali (1844-1919), de eerste premier van Albanië en Luigj Gurakuqi (1879-1925), onafhankelijkheidsstrijder (het document is hoogstwaarschijnlijk verloren gegaan; de foto werd genomen door Kel Marubi op 28 november 1937) (publiek domein)
Van januari tot augustus 1912 was er een ware revolte uitgebroken tegen de Ottomaanse machthebbers, die belastingverhogingen hadden aangekondigd, alsmede dienstplicht voor de Albanezen en het ontwapenen van de bevolking. Dit bleek op de Albanezen een averechts effect te hebben. De daarop volgende strijd werd beëindigd op 4 september 1912, nadat de revolutionairen de stad Skopje hadden veroverd, waarbij de Ottomanen inbonden en hun voorgestelde maatregelen van tafel veegden.
Mede-ondertekenaars van de Albanese onafhankelijkheidsverklaring, links: vrijheidsstrijder Luigj Gurakuqi (1879-1925) en rechts: eerste premier van Albanië, Ismail Qemali (1844-1919)
Dat de Albanezen daarna de onafhankelijkheid uitriepen was wat het Ottomaanse Rijk betrof niet echt de bedoeling, maar de geest was uit de fles. Tijdens de London Conference of Ambassadors op 12 december 1912 werd de onafhankelijkheid van Albanië de facto al erkend. Dit werd geformaliseerd op 29 juli 1913.
Albanië ging daarna door verschillende transformaties, van vorstendom (1914-1925) naar republiek (1925-1928), vervolgens naar koninkrijk (1928-1939), Italiaans protectoraat (1939-1943), door nazi-Duitsland bezet gebied als koninkrijk (1943-1944), Volksdemocratie (1946-1976) en Socialistische Volksrepubliek (1976-1991) tot de republiek die we nu kennen
De vlag
Vlag van Albanië (2002-heden)
Shqipëria noemen de Albanezen hun land, “Land van de adelaars”, en dat is ook gelijk het symbool van het land, in dit geval een tweekoppige adelaar. Op de egaal rode vlag is deze vogel afgebeeld.
De adelaar wordt voor het eerst gebruikt door de nationale held van de Albanezen, Skanderberg (eigenlijke naam: Gjergj Kastrioti), die in de 15e eeuw tegen de Ottomanen streed. Bij de onafhankelijkheid in 1912 werd dit symbool dan ook prominent op de nieuwe vlag geplaatst.
De vlag is in de loop der jaren op details na (zoals een toegevoegde ster, een helm, bliksemschichten in de klauwen van de adelaar) onveranderd gebleven. De adelaar bleef waar hij was. Sinds 1992 is de vlag niet meer aangepast.
De vlag van Albanië in enkele van zijn vele verschijningsvormen, v.l.n.r.: 1912-1914, 1914-1920 en 1928-1939
De vlag wordt aangeduid als Flamuri Kombëtar (Nationale Vlag).
44 jaar geleden werd Suriname op deze dag een onafhankelijk land. Nederland had het sinds de koloniale tijd (1667) voor het zeggen hier. Pas in 1954 trad er met de invoering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden* een theoretische gelijkstelling van de verschillende koninkrijksdelen in werking, waarbij Suriname en de Nederlandse Antillen als gelijkwaardige partners van Nederland werden behandeld, met meer autonomie.
15 december 1954: Koningin Juliana ondertekent het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in de Ridderzaal onder het toeziend oog van Marie Anne Tellegen, directeur van het Kabinet van de Koningin (screenshot)
Met het verstrijken der jaren werd het verlangen naar een onafhankelijke staat in Suriname echter steeds sterker. Toen in 1974 het progressieve kabinet Den Uyl aantrad was de tijd rijp. In een achteraf gezien behoorlijk rap tempo werden de verschillende hordes genomen om het land politiek en praktisch los te weken van Nederland. Op 24 november waren Prinses Beatrix, Prins Claus en premier Den Uyl er bij toen tijdens een avond van festiviteiten de Nederlandse vlag voor het laatst gestreken werd en de Surinaamse gehesen. Om middernacht, bij het begin van de 25e november barstte er een groot volksfeest los.
25 november 1975, 00.00 uur, in het André Kamperveen Sportstadion in Paramaribo: de Nederlandse vlag is zojuist voor het laatst gestreken (rechts) en de nieuwe Surinaamse vlag gehesen (screenshot)Links: Johan Ferrier, de laatste gouverneur van Suriname en vanaf dat moment de eerste president van het land, valt in de armen van parlementsvoorzitter Jagernath Lachmon (screenshot) / Rechts: V.l.n.r.: Minister van Districtsbestuur en Decentralisatie (tevens vice-minister-president) Olton van Gelderen (1921-1990), Kroonprinses Beatrix (1938), President Johan Ferrier (1910-2010) en parlementsvoorzitter Jagernath Lachmon (1916-2001) (screenshot)
Tegelijkertijd werd in Nederland door koningin Juliana in de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch het soevereiniteitsverdrag ondertekend in het bijzijn van vice-premier Van Agt en minister Van der Stoel van Buitenlandse Zaken.
De plechtigheid in Nederland: Koningin Juliana tekent in de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch de onafhankelijkheidsverklaring van Suriname. Op het linkse screenshot is het kabinet Den Uyl achter de vorstin te zien, naast haar de directeur van het Kabinet van de Koningin, mr. Fuus de Graaff (screenshots)
In haar korte toespraak zei de koningin onder meer: “Een wens wordt werkelijkheid nu Suriname zelfstandig en onafhankelijk is geworden. Deze staatkundige ontwikkeling is iets waar ieder volk recht op heeft”.
De vlag
Vlag van Suriname (1975-heden)
De vlag van Suriname werd ingevoerd op 25 november 1975, de dag dat het land onafhankelijk werd van Nederland. Voor het ontwerp was een wedstrijd uitgeschreven waarvoor meer dan 270 inzendingen binnenkwamen. Geen van deze ontwerpen werd uiteindelijk gekozen. Wel kwamen verschillende onderdelen van verschillende inzenders uiteindelijk terug in de vlag.
De gele ster in het midden staat voor eenheid en hoop. De twee groene en één rode baan staan voor de kleuren van de politieke partijen die ten tijde van de onafhankelijkheid aan de macht waren. Het rood staat tevens voor de liefde. De twee witte stroken daartussen staan voor gerechtigheid en vrijheid.
Over de positie van de ster ontstond nog enige discussie. Uiteindelijk werd gekozen voor een placering met twee punten naar beneden, of zoals toenmalig president John Ferrier het zei: “Met beide benen stevig op de grond”.
Eerdere vlag
Om kort nog iets te zeggen over de vorige vlag van Suriname: deze was in gebruik tussen 8 december 1959 en 25 november 1975.
Vlag van Suriname (1959-1975)
Deze vlag was wit met vijf vijf-puntige sterren in een ellips, verbonden door een zwarte lijn. De kleuren van de sterren stonden voor de verschillende bevolkingsgroepen: zwart voor de Creolen, bruin voor de Indiërs, geel voor de Chinezen, rood voor de Indianen en wit voor de blanke Europeanen.
Noni Lichtveld (1929-2017)
Het ontwerp was van illustratrice en schrijfster Noni Lichtveld (1929-2017).
Deze Venetiaanse feestdag herinnert aan de pestepidemieën van 1630 en 1631. Normaliter was het in dat tijdsgewricht zo, dat als een pestepidemie over z’n hoogtepunt heen was, het een aantal jaren of zelfs tientallen jaren ‘rustig’ bleef.
“Pianta prospettica della citta e della laguna settentrionale”, een kaart van Venetië in 1635, door Matthäus Merian (1593-1650) (publiek domein)
Na eind 1630 op z’n retour te zijn geweest, zwol de epidemie in 1631 echter opnieuw aan. In de stad vielen gedurende die twee jaar zo’n 50.000 doden en in het hele gebied van de stadstaat zo’n 100.000 slachtoffers.
Links: Nicolò Contarini (1553-1631), 97e doge van Venetië (publiek domein) / Rechts: Francesco Erizzo, 98e doge van Venetië (publiek domein)
Vanaf november 1631 bleek de pestepidemie eindelijk uitgeraasd te zijn. De doge van Venetië, (de doges waren gekozen leiders van de stadstaat), Nicolò Contarini, had in 1630 al beloofd dat hij, als alle ellende voorbij was, hij een prachtige kerk zou laten bouwen. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar inmiddels was hij zelf op 2 april 1631 aan de pest bezweken. Hij werd opgevolgd door Francesco Erizzo, die de eerste steen liet leggen. Op 21 november 1687 werd de kerk, de basiliek van Santa Maria della Salute ingewijd, tien doges later.
Santa Maria della Salute (midden op de foto) (publiek domein)
De vlag
Vlag van Veneto (1975-heden)
De vlag die vandaag wappert is die van de regio Veneto, waarvan Venetië de hoofdstad is. Het is een vlag waar veel op te zien is. Het borduurt voort op de vlag van de stadstaat Venetië (421-1797), als een soort 2.0.
Twee versies van de Venetiaanse vlag als stadstaat (421-1797)
De vlag is een gonfalone, een vlag of banier met puntstaarten. Die zeven puntstaarten zien we aan de vluchtzijde van de vlag. Ze laten de wapens zien van de zeven provinciehoofdsteden van de Veneto-regio, van boven naar beneden: Vicenza, Verona, Venetië, Treviso, Rovigo, Padua en Belluno.
Het vierkante hoofdgedeelte laat een gemoderniseerde versie zien van wapen, vlag en/of banier van de vroegere stadstaat Venetië. Afgebeeld is een gevleugelde leeuw met zijn poot op een boek in een landschap van land, zee en lucht. In de blauwe lucht bovenin staat te lezen Regione del Veneto. De zee heeft een donkere kleur blauw en het bergachtige landschap is in bruin en groen. De leeuw is afgebeeld in bruin met witte vleugels. Het opengeslagen boek is in wit en toont een tekst in zwart, die luidt: Pax tibi Marce evangelista meus (Vrede met U, o Marcus mijn evangelist).
De leeuw staat symbool voor de evangelist Marcus, die op een van zijn reizen een van de Venetiaanse eilanden zou hebben aangedaan. Hij zou daar bezocht zijn door een engel (symbolisch weergegeven door de twee vleugels) die hem de tekst toegevoegd zou hebben die we in het boek zien afgebeeld (zie de alinea hierboven). Hij voegde er nog aan toe (en dat staat dus niet in het boek, of wellicht op de volgende pagina’s, die we natuurlijk niet kunnen zien): Hic requiescet corpus tuum (Hier zal Uw lichaam rusten). Marcus overleed in 63 en werd begraven in Alexandrië, Egypte.
De priester Teodoro en de monnik Stauracio dragen het lichaam van Marcus over aan de Venetiaanse zeelieden Rustico da Torcello en Bueno di Malamocco, mozaïek uit de Kapel van San Clemente in de Basiliek van San Marco (publiek domein)
Fastforward 765 jaar, naar 828. In dat jaar zouden, volgens de overlevering, delen van het lichaam van Marcus uit zijn graf zijn ontvreemd door twee Venetiaanse zeelieden en twee Griekse geestelijken, die ze vervolgens verborgen onder een stapel varkensvlees, zodat eventueel nieuwsgierige moslims daar niet onder zouden kijken. De relieken werden herbegraven in Venetië, volgens de profetie van de engel. Over het graf heen werd vervolgens de Basiliek van San Marco gebouwd.
Andere lichaamsdelen van Marcus zouden in Egypte zijn achtergebleven, in de overtuiging van de Kopten. Zijn hoofd zou in een naar hem genoemde kerk in Alexandrië liggen en andere relieken zouden zijn terechtgekomen in de koptisch-orthodoxe kathedraal van Sint Marcus in Caïro.
Wat hier ook van zij: vanaf die periode werd de gevleugelde leeuw het symbool voor stadstaat Venetië. In vredestijd werd de leeuw afgebeeld met een poot op het boek, in oorlogstijd met een geheven zwaard.
Historische oorlogsvlag van Venetië (leeuw met geheven zwaard)
Terug naar de vlag zelf. Het Venetiaanse wapen is gevat in een geometrische sierbalk in de kleuren scharlakenrood en okergeel, volgens hetzelfde ontwerp als de zeven gonfalones.
Twee vlaggen vandaag (+ nog één als bonus!). Vlag(gen) 2 (en 3):
Sinds 1949 is de 19e november de nationale feestdag in Monaco. In dat jaar kwam prins Rainier III op de troon en het was gebruikelijk om de feestdag te houden op de naamdag van de regerende prins, die van Saint Rainier was op 19 november. Toen zijn zoon, de huidige Prins Albert II hem bij zijn dood opvolgde, besloot hij het zo te laten (anders was het 15 november geworden, de naamdag van Saint Albert).
Prins Rainier III samen met zijn zoon Albert (nu Prins Albert II) op een postzegel van 10 francs uit 1982
’s Morgens is er een dank-mis, een Te Deum, in de kathedraal van Monaco met de hele prinselijke familie. ’s Middags worden er lintjes uitgedeeld bij het paleis en vindt er een inspectie van de troepen plaats (in dit geval de politie en de paleiswacht).
De vlag
Links Vlag van Monaco (1881-heden) / Rechts: Prinselijke staatsvlag van Monaco met het Grimaldi-wapen
De Monegaskische vlag is een horizontale tweekleur in rood en wit. De kleuren zijn afkomstig van het wapen van het regerend vorstenhuis Grimaldi.
Dat is de eerste vlag die hier vanmiddag wappert. Hoewel de vlag een breedte-lengte-verhouding van 4:5 heeft, is deze maatvoering eigenlijk alleen bij officieel gebruik te zien, standaard in vlaggenland is 2:3. De vlag werd ingevoerd op 4 april 1881.
De “bonus” is de prinselijke staatsvlag van Monaco, die ook vanaf het paleis wappert als Albert aanwezig is en die in de tweede helft van de middag bij Vlagblog zal wapperen. Deze vlag met wapen was tot 1881 de nationale vlag van het land.
Op deze vlag is in het midden het wapenschild van de Grimaldi’s te zien en bestaat uit zogenaamde lozenges (langwerpige ruiten) in rood en wit (officieel zilver). Sinds de familie aan de macht is, en dat is al sinds 1297, is dit het Monegaskische wapen.
Het wapen van Monaco, wat teruggaat tot 1342, gereviseerd in 1881
De twee schildhouders zijn twee monniken met zwaard, zij herinneren aan de legende hoe François Grimaldi in 1297 met een handlanger, beiden verkleed als monnik, met hun zwaarden verstopt onder de pij, de rotsvesting die Monaco toen was, veroverden.
Het schild en de monniken zijn geplaatst op de vorstelijke mantel, gevoerd met hermelijn en gedekt met de prinselijke kroon. Onder het wapenschild hangt de Monegaskische orde van Saint Charles, ingesteld door Charles III in 1858. Op een lint onderin staat de wapenspreuk ‘Deo juvante’ (Met Gods hulp). Dit alles geplaatst op een witte achtergrond.
Persoonlijke vlag Prins Albert II van Monaco
Daarnaast heeft Prins Albert ook nog een persoonlijke vlag. Deze vlag heeft een wit veld met een monogram van tweemaal de letter A in rood met daarboven de prinselijke kroon in goud, zilver en rood. Deze vlag wordt doorgaans alleen gezien in mini-vorm voorop een auto als hij officieel reist.
Garífuna Settlement Day is een officiële feestdag. De dag herdenkt, zoals de naam al doet vermoeden, het vestigen van deze etnische groep in Belize, maar viert in ruimere zin het erfgoed van deze bevolkingsgroep.
Eerst even iets over de naam Garífuna. Strikt genomen verwijst de term naar het individu of de taal. Het meervoud is Garanigu, dus dit woord zou beter op zijn plaats zijn voor de collectieve aanduiding van het volk. Toch is de meervoudsvorm eigenlijk nooit ingeburgerd geraakt voor deze bevolkingsgroep, dus houdt men het liever op Garífuna.
Deze etnische groep uit het Caribische gebied stamt af van Indianen en Afrikaanse slaven en vanwege hun huidskleur worden ze ook wel de Black Caribs genoemd. Ze waren vanaf de 17e eeuw voornamelijk woonachtig in de regio van wat nu Saint Vincent en de Grenadines is.
In de 18e eeuw raakte de bevolkingsgroep in conflict met Britse troepen, waarbij Garífuna-leider Joseph Chatoyer gedood werd. Vervolgens werden de Garífuna in 1797 door de Britten verbannen uit hun regio.
Een groep van 2000 kwam op 12 april 1797 aan op het eiland Roatán, voor de kust van Honduras. Hierna verspreidden ze zich over een groot gebied in Midden-Amerika, waaronder ook Brits Honduras, het tegenwoordige Belize.
Vooral in de 10.000 inwoners tellende zuidelijke stad Dangringa (tot 1975 Stann Creek Town geheten) wonen veel Garífuna.
Links: Joseph Chatoyer (?-1795) met zijn vrouwen, schilderij uit circa 1765-1768 door Agostino Brunias (±1730-1796) (publiek domein) / Rechts: Thomas Vincent Ramos (1887-1955) (publiek domein)
De herdenkingsdag van vandaag werd in 1941 ingevoerd op initiatief van Thomas Vincent Ramos, een burgerrechten-activist. Vanaf 1943 werd het een officiële feestdag in enkele zuidelijke districten van (toen nog) Brits Honduras. Vanaf 1977 is het een nationale feestdag.
Op deze dag wordt de historie van de Garífuna herdacht, maar tevens wordt de cultuur uitbundig gevierd.
In Belize wappert op deze dag de nationale vlag, maar de Garífuna hebben ook een eigen vlag. Het is een horizontale driekleur in zwart-wit-donkergeel (bijna oranje). De vlag komt in verschillende variaties voor, soms zijn de kleuren precies andersom. Vaak wordt op de middelste baan het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC) geplaatst.
Links: Vlag van de Garífuna / Rechts; Het wapen van de National Garífuna Coucil of Belize (NGC), wat soms wel, soms niet op de Garífuna-vlag voorkomt
De vlag
Vlag van Belize (1981-heden)
Vanaf 1870 tot aan de onafhankelijkheid in 1981 gebruikte Brits Honduras (Belize vanaf 1973) een Britse blue ensign, met de Union Flag of Union Jack in het kanton en het symbool voor de kolonie (de zogenaamde badge) op het uitwaaiende gedeelte.
Vlag van Brits Honduras/Belize 1870-1981
De badge is een in drieën gedeeld schild, waarop linksboven opnieuw de Union Flag of Union Jack, rechtsboven vier werktuigen (twee bijlen en twee zagen) en onderin een driemaster met volle zeilen en de red ensign (de Britse handelsvlag) voerend. Dit geheel vormde de ‘kleine’ versie van het staatswapen. Het ‘grote’ wapen is uitgebreider met o.a. twee schildhouders en een wapenspreuk.
Badge van Brits Honduras
De huidige vlag is bijna identiek aan de vlag die vanaf 1950 gevoerd werd door de People’s United Party (PUP), die streefde naar onafhankelijkheid van de toenmalige kolonie. Die vlag was blauw met daarop het ‘grote’ staatswapen.
Sinds 1967 is het wapen enigszins aangepast, dus laten we daar eerst eens naar kijken:
De onofficiële vlag van Brits Honduras/Belize van de PUP (1950), voorloper van de huidige vlag
De eerste versie van het ‘grote’ rijkswapen werd ingesteld op 28 januari 1907. De verschillen vanaf 1967 in het ‘kleine’ wapenschild: de Union Flag of Union Jack is verdwenen. Er zijn nog steeds vier werktuigen te zien, maar nu verdeeld over de twee bovenste schildvakken. In plaats van twee bijlen en twee zagen zien we nu een voorhamer en een roeispaan (linksboven) en een zaag en een bijl (rechtsboven). Het schip onderin is gehandhaafd.
Het rijkswapen van Brits Honduras/Belize, 1967-heden
De twee schildhouders zijn heel ongebruikelijk: het zijn twee personen met ontbloot bovenlijf, die tot 1967 een bruine huidskleur hadden en nu blank (soms ook geel) en bruin gekleurd zijn. De linker man heeft een bijl over zijn schouder, de rechter een roeispaan. Samen met het schild zijn ze op een ondergrond van gras geplaatst.
Boven het schild torent een mahonieboom en de onderkant wordt gevormd door een witte banderol met daarop de tekst Sub umbra floreo (Ik bloei in de schaduw). Het wapen wordt omkranst door een cirkel van 25 bladeren. Veel van de symboliek heeft te maken met de houtindustrie en dan speciaal die in mahoniehout.
Bij de onafhankelijkheid in 1981 werden twee smalle horizontale banen toegevoegd, één boven, één onder, voor de oppositiepartij, de United Democratic Party (UDP).