Vlagblog wenst u prettige kerstdagen!

Vlagblog wenst u prettige kerstdagen!

Vlagblog wenst u prettige kerstdagen!


Het Fèt Kaf is een nationale feestdag op het eiland Réunion. Het herinnert aan de afschaffing van de slavernij in 1848. 63.000 slaven kregen de vrijheid, een groot deel van hen kwam van oorsprong van Madagaskar en het vasteland van Afrika.Joseph

Een naam onlosmakelijk hiermee verbonden is die van Joseph Sarda Garriga, die op 13 oktober 1848 als gouverneur vanuit Frankrijk arriveerde om het een en ander uit te laten voeren. Hij reisde dat najaar het hele eiland over om slaven en hun ‘meesters’ hiervan op de hoogte te stellen. Aangezien het middenin de suikeroogst viel, werd de slaven gevraagd het werk af te maken. De slaven-eigenaars kregen een geldelijke compensatie. De slaven waren op 20 december definitief vrij en onmiddellijk ‘volwaardige’ burgers, dus met dezelfde rechten als de blanke Franse bevolking.

Op deze dag is er normaliter een uitgebreid feestprogramma met straatmarkten, praalwagens, zingen, traditionele dansen, officiële toespraken, debatten, workshops over de geschiedenis van de slavernij. Toespraken en debatten zullen op een veilige manier plaatsvinden, maar de gebruikelijke straatfeesten komen vanwege de corona-pandemie te vervallen.
De vlag

Hoewel op 1 maart 2003 door de locale vexillologische vereniging (vlagdeskundigen) gekozen en ‘ingevoerd’, stamt het ontwerp uit 1975. Guy Pignolet, een ingenieur uit Saint-Rose, ontwierp hem en noemde hem Lo Mahavéli. De naam, in de regionale malagasische taal, beduidt zoveel als De ster die je naar het mooie land leidt. Weliswaar heeft de vlag dus geen officiële status, maar sinds 2014 wappert hij van tal van overheidsgebouwen.

De vlag bestaat uit een blauw veld met een rode driehoek op de onderste helft. Vanuit de punt van de driehoek ontspringen vijf gele balken of stralen: twee horizontale, één verticale en twee diagonale, de stralen verbreden zich naar de buitenkant toe. De driehoek stelt de schildvulkaan Piton de la Fournaise (2632 m) voor, de gele balken zijn zonnestralen die vanachter de vulkaan tegen de blauwe hemel tevoorschijn komen.


Deze officiële Qatarese feestdag herinnert aan 18 december 1878, de dag waarop Jassim bin Mohammed Al Thani zijn overleden vader Mohammed bin Thani opvolgde.
Het lukte Jassim om de verschillende stammen van het Qatarese schiereiland te verenigen in een tijd waarin dit gebied onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, het huidige Turkije. Onder Jassim kreeg Qatar een zekere mate van autonomie.

Vanaf 1916, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd Qatar (net als Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten) een Brits protectoraat, waarbij de Qatarese emirs gewoon op hun troon bleven. Het Verenigd Koninkrijk nam de verdediging van het emiraat voor zijn rekening, net als de buitenlandse betrekkingen.
In 1968 was er sprake van dat Qatar en Bahrein onderdeel zouden worden van de Verenigde Arabische Emiraten, maar dit ging uiteindelijk niet door. Drie jaar daarna, op 3 september 1971, werd Qatar onafhankelijk onder emir Ahmad bin Ali Al Thani, die kort daarna op 22 februari 1972 werd afgezet door zijn neef Khalifa bin Hamad Al Thani (die in 1995 op zijn beurt weer werd afgezet door zijn zoon Hamad bin Khalifa Al Thani).

Het was diens zoon, kroonprins Tamim bin Hamad Al Thani, die op 21 juni 2007 een decreet uitvaardigde waarbij de 18e december de nationale feestdag werd. De dag staat ook bekend als Stichtingsdag.
Tot 2007 was de nationale feestdag de 3e september, de dag van de onafhankelijkheid in 1971.
Kroonprins Tamim volgde zijn vader op als emir na diens abdicatie op 25 juni 2013.

De huidige emir heeft drie vrouwen bij wie hij in totaal 12 kinderen heeft, 7 zonen en 5 dochters.
De vlag

De vlag van Qatar is wat verhoudingen betreft de breedste ter wereld, met een ratio van 11:28.
De mastzijde van de vlag is wit, terwijl het uitwaaiende gedeelte paarsbruin van kleur is en ongeveer tweederde van de vlag inneemt. De scheiding van de twee delen heeft een gezaagd of getand patroon, waardoor negen witte driehoeken ontstaan. Dit getal negen staat symbool voor de in totaal negen Arabische emiraten: de zeven van de Verenigde Arabische Emiraten, als achtste Bahrein (en als negende Qatar dus).
De vlag werd aangenomen op 9 juli 1971, in het jaar van de onafhankelijkheid, maar was slechts op de ratio na (11:30) gelijk aan de vlag die Qatar tussen 1949 en 1971 voerde.
De witte kleur van de vlag staat symbool voor de vrede. Het paarsbuin was tijdens de Ottomaanse overheersing oorspronkelijk rood, maar de verfstof die gebruikt werd, had de neiging in de zon te verkleuren, waardoor de vlaggen een soort chocoladekleur kregen. In 1949 werd de paarsbruine kleur in de vlag gestandaardiseerd. Het voormalige rood en nu het paarsbruin, staat voor het vergoten bloed voor het vaderland.

Bahrein, dat een soortgelijke vlag heeft als Qatar, heeft zijn rode kleur tot op heden behouden. Deze vlag heeft een ratio van 3:5 en sinds 2002 slechts vijf driehoeken, deze staan symbool voor de vijf zuilen van de islam.

17 december is een Bhutaanse feestdag. Herdacht wordt dat op die dag in 1907 de monarchie werd ingevoerd onder het Huis van Wangchuck.
Met behulp van het toen nog machtige Britse Rijk kwam Ugyen Wangchuck als eerste koning op de troon.

Sinds 2006 regeert de 5e koning, de nu 39-jarige Jigme Khesar Namgyel Wangchuck. Hij werd gekroond op 1 november 2008.
De vlag

In het Tibetaans heet Bhutan Drugyul, wat zoveel als Drakenrijk betekent. De draak (Druk genaamd, oftewel Donderdraak) is dan ook prominent aanwezig op de vlag, die diagonaal verdeeld is van de onderkant van de broekingszijde naar de bovenkant van de vluchtzijde.
Het schuine gedeelte aan de bovenkant is saffraangeel en symboliseert de macht en de autoriteit van de koning, de andere helft is oranje en staat voor de geestelijke macht van het boeddhisme.
De witte kleur van de draak staat voor zuiverheid en eerlijkheid. In zijn klauwen houdt hij vier kogels vast. Deze zogenaamde norbu stellen juwelen voor, de ‘eieren’ van de kennis, ze staan tevens voor de ruimte, het heelal.

Het basisontwerp van de vlag stamt uit 1947, aangepast in 1949, waarbij de draak toen nog groen was en de onderste kleur rood.
In 1956 werd de draak wit en werd hij omgedraaid, zodat hij niet meer naar de mast kijkt, maar naar de vlucht. Vanaf 1969 is de kleur rood veranderd in oranje.

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

The Day of Reconciliation of Verzoeningsdag is een nationale feestdag in Zuid-Afrika. De dag werd voor het eerst gevierd in 1995, vijf jaar na het einde van de apartheid. De datum van 16 december werd specifiek gekozen omdat het zowel voor de blanke Afrikaner bevolking, alsmede voor de gekleurde Afrikaanse bevolkingsgroepen historische betekenis had.
Voor de Afrikaners stond de dag bekend als Geloftedag of Dingaansdag. Het herdacht de overwinning van de Voortrekkers (een groep van blanke boeren) op de Zulu’s bij de Slag bij Bloedrivier in 1838. Op die dag werden 470 Voortrekkers aangevallen door tienduizenden Zulu’s onder leiding van Dingane kaSenzangakhona (meestal kortweg aangeduid als Dingane of Dingaan). 3000 Zulu’s sneuvelden in die slag en het wordt gezien als het begin van de Afrikaner identiteit, cultuur en patriottisme. In 1952 werd de naam van de dag veranderd in Verbondsdag en in 1980 tot Eedsdag. Het enorme Voortrekker Monument in Pretoria uit 1949, herinnert aan deze historische gebeurtenis.
Voor gekleurde Zuid-Afrikanen heeft de dag een andere betekenis. In 16 december 1910, een paar jaar na de Tweede Boerenoorlog, demonstreerden zij tegen raciale ongelijkheid, waardoor zij ook geen stemrecht hadden. De protesten leidden niet tot enige vooruitgang. Op 16 december 1961 werd daarom door het ANC (Afrikaans Nationaal Congres), een bewapende militaire vleugel opgericht, de Umkhonto we Sizwe of Speer van de Natie. Op die dag vonden de eerste ‘sabotage-aanslagen’ plaats bij overheidsgebouwen in Johannesburg, Port Elizabeth en Durban.
Met het einde van de apartheid in 1990 werd het tijd voor een nationale dag voor alle groeperingen. in 1994 werd besloten dat 16 december dat moest worden, met als idee dat de dag moest dienen als dag van verzoening en nationale eenheid. Nelson Mandela was een van de initiatiefnemers. De eerste viering vond plaats in 1995. De dag wordt gebruikt om ieder jaar opnieuw verzoening in het zonnetje te zetten en zin te geven. Elk jaar wordt een nieuw thema gekozen. Dat voor 2018 luidt: The year of Nelson Mandela and Albertina Sisulu: liberators for reconciliation.
De vlag

De vlag van Zuid-Afrika werd ingevoerd op 27 april 1994. De basis is een rood-wit-blauwe driekleur. Daaroverheen werd een een groene, zich in tweeën splitsende baan gelegd, in de vorm van een horizontale letter Y. De poten van de Y strekken zich uit naar de mastzijde. Binnen de daardoor gevormde driehoek is een zwarte driehoek zichtbaar. Een gele rand ligt tussen de groene en zwarte kleuren.

Het is een ontwerp van vexilloloog (vlaggendeskundige) Frederick Brownell. De vele kleuren in de vlag laten de diversiteit van de bevolking zien. Het rood-wit-blauw representeert de Nederlandse en Engelse wortels en de blanke bevolking. De andere kleuren, zwart, groen en geel vinden we terug in de vlaggen van het ANC, het Pan Africanist Congress en de Inkatha Freedom Party, en staan voor de zwarte bevolking. De Y-vorm staat voor het samengaan van de verschillende etnische groepen en het voorwaarts gaan van een verenigd Zuid-Afrika.
Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Victory Day in Bangladesh herdenkt de overwinning op 16 december 1971 van de geallieerde troepen van India en Bangladesh op Pakistan. Tot die tijd stond Bangladesh bekend als Oost-Pakistan en vormde één land met West-Pakistan (nu: Pakistan).
De oorzaak lag in verkiezingen in West-Pakistan in 1970, die niet erkend werden door de militaire junta, die gezeteld was in West-Pakistan. Bij de verkiezingen wonnen de Bengaalse nationalisten, die zich wilden afscheiden van West-Pakistan.

Om de nationalisten uit te schakelen begon West-Pakistan met de Operation Searchlight op 25 maart 1971. Het behelsde de systematische eliminatie van burgers, studenten, intelligentsia, religieuze minderheden en legereenheden.
Het offensief mondde uit in een genocide, waarbij minimaal 26.000 Bengalezen werden vermoord (een schatting die door Pakistan wordt aangehouden) en maximaal 3.000.000 mensen (volgens sommige Bengaalse bronnen). Hoewel het verschil tussen de geschatte aantallen gigantisch is, is ook de laagste schatting van 26.000 schokkend.
10.000.000 Bengalezen vluchtten naar India, terwijl 30.000.000 binnenslands een goed heenkomen probeerde te zoeken. De internationale verontwaardiging over de genocide en de oorlog was groot. Het leidde er toe dat India zich op 3 december 1971 in de strijd mengde. Dit was het kantelpunt in de oorlog.
Op 16 december gaven de West-Pakistaanse troepen o.l.v. commandant Amir Abdullah Khan Niazi zich over.
De onafhankelijkheid, die eerder dat jaar, op 26 maart al eenzijdig was uitgeroepen, werd door vrijwel alle bij de Verenigde Naties aangesloten landen in de maande hierna erkend. (West-)Pakistan erkende in 1974 schoorvoetend de onafhankelijkheid van Bangladesh na druk van verschillende andere moslim-landen.

De viering van Victory Day wordt in Bangladesh altijd groots aangepakt, met militaire parades en fly-overs, maar ook met parades, vuurwerk, versierde straten en veel vlagvertoon.
Zoals bij de meeste vieringen dit jaar zal vanwege de corona-crisis vandaag minder groots gevierd worden.
De vlag
De vlag van Bangladesh is groen met een rode cirkel iets links van het midden. De vlag stamt uit februari 1971 en is een creatie van schilder Quamrul Hassan.

Op de 26e maart 1971 werd-ie voor het eerst gehesen en hij zag er toen iets anders uit: in de rode cirkel was in het geel het silhouet van Bangladesh te zien. Dit was de vlag zoals in gebruik tijdens de guerrilla-oorlog van 1971.

Kort na de overgave van Pakistan (16 december 1971), werd op 25 januari 1972 de vlag definitief vastgesteld en kwam de landkaart te vervallen. Wanneer men de vlag van de achterkant zag, zag men het land in spiegelbeeld (een probleem waar Cyprus bijvoorbeeld ook mee kampt).

Bleven over: de groene kleur en rode cirkel.
Het groen staat voor de islam, de landbouw, de plantengroei en de jeugdige geest. De rode cirkel staat voor de strijd voor de onafhankelijkheid en het vergoten bloed, maar ook voor de verkregen vrijheid.

Afgeleiden van de Bengaalse vlag zijn de bovenstaande vlaggen, waarbij de nationale vlag telkens in het kanton te zien is.
Het zijn de handelsvlag (de zogenaamde civil ensign), de oorlogsvlag en de vlag van de Marine Fisheries Academy in Chittagong.

Een nationale feestdag in Mexico en Latijns-Amerika: Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe. Het gaat terug op een verschijning van de Maagd Maria tussen 9 en 12 december 1531 aan Juan Diego Cuauhtlatoatzin, een tot het katholicisme bekeerde Azteek in het dorp Tlatilolco, tegenwoordig in Mexico-Stad gelegen.
De mantel van Cuauhtlatoatzin wordt bewaard in de Basiliek van Guadalupe in Mexico-Stad. Hieruit groeide een verering voor Maria in de verschijningsvorm van de Maagd van Guadalupe. In 1737 werd ze de patroonheilige van de stad, in 1895 van het hele land en vanaf 1945 beschermheilige van Latijns-Amerika.

In Mexico wordt een hele week voorafgaand aan de 12e december feest gevierd en pelgrims trekken naar de Basiliek van Guadalupe.
De vlag

De Mexicaanse vlag vindt zijn oorsprong in 1821. Het was net als nu een verticale driekleur, maar dan met de kleuren omgekeerd, dus: rood, wit, groen. Het wapen ontbrak toen nog. De vlag werd ingesteld door generaal Augustín de Itúrbide (de latere Mexicaanse keizer Augustín I). De oorsprong ligt in de zogenaamde Drie-Garantiën Vlag uit de vrijheidsoorlog tegen Spanje.

Wit staat voor de godsdienst, groen voor de vrijheid en rood voor het samengaan van de Mexicaanse staten. Na nog geen jaar als keizer, waarbij hij zich ontpopte als een tiran, trad Augustín I af in 1823. Hierna werd de kleurenvolgorde in de vlag omgedraaid en het staatswapen op de witte baan toegevoegd.
Het staatswapen laat een oude Azteekse legende zien en illustreert de stichting van de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan, het huidige Mexico-Stad. Het volk zou daar een stad stichten waar het een adelaar vond, die een slang verslindt, gezeten op een schijfcactus, groeiend op een eilandje in een meer. De onderste helft van het wapen is gevat in een guirlande van eikenbladeren links en laurierbladeren rechts.

Het embleem is sinds 1823 nogal aan kleine aanpassingen onderhevig geweest. De laatste en (voorlopig definitieve?) versie werd ingesteld op 17 augustus 1968.

Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).

De vlag

De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompas afgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu (aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincón ligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).


Van 1808 tot 1917 was Finland een autonoom grootvorstendom als onderdeel van het Russische Rijk.

De op 7 november 1917 begonnen Oktober-revolutie in Rusland woelde zoveel om dat de Finse senaatsvoorzitter Pehr Evind Svinhufvud zijn kans schoon zag om Finland los te weken uit de Russische greep. Op 4 december diende hij het voorstel voor een onafhankelijkheidsverklaring in bij het parlement, wat op 6 december het voorstel aannam en bekrachtigde.
Op 31 december erkende de nieuwe sovjetrussische regering Finland’s onafhankelijkheid. Vanaf 1919 was Finland door de meeste landen als soevereine staat erkend.
De vlag

Vlag van Finland (1918-heden)
De eerste, voorlopige vlag van het onafhankelijke Finland was gebaseerd op het staatswapen: een rode vlag met de gekroonde gele Finse leeuw, staand op een kromsabel, met in zijn rechterpoot een geheven zwaard en negen witte rozen (voor de negen provincies).

Op 29 mei 1918 echter werd de huidige vlag ingevoerd, een egaal witte vlag met een blauw Scandinavisch kruis. Aan de wieg van deze vlag, die vanaf 1861 al op Finse pleziervaartuigen gebruikt werd, stond de dichter Zacharias Topelius, die het wit en het blauw in verschillende verschijningsvormen toepaste, voordat hij uiteindelijk definitief voor het kruis koos om de verbondenheid met de andere Scandinavische landen uit te drukken.

Het witte veld symboliseert de Finse winters en de kleur blauw de meren en de baaien. De vlag onderging zijn enige verandering op 25 april 1978, toen het lichte blauw van de vlag iets donkerder werd.
De vlag heeft ook een naam: Siniristilippu (De blauwe kruis vlag).