De 10e februari is een Maltese feestdag en herinnert aan de schipbreuk van de apostel Paulus (ca. 3 na Chr.-ca 64 na Chr.).
Paulus was een vroeg-christelijk kerkleider. In het jaar 57 werd hij in Jeruzalem gearresteerd na beschuldigingen dat hij heidenen in de Tempel had toegelaten.
Hij werd gevangengezet in de havenstad Caesarea (vlakbij het tegenwoordige Haifa) en eind 59 werd hij met enkele andere gevangenen op een Romeins schip gezet om in Rome berecht te worden.
Het schip kwam echter in een storm terecht voor de kust van Malta en leed schipbreuk. De eilanders vingen de drenkelingen gastvrij op.
Paulus dankt God na de schipbreuk
Grote verbazing onder de Maltezers toen Paulus, terwijl hij een vuur maakte, door een giftige slang in zijn hand werd gebeten, maar hij daar totaal geen last van ondervond.
Schilderij van Cornelis Troost (1696-1750): Paulus wordt gebeten door de slang
Reputatie als een heelmeester kreeg hij kort daarna, toen hij de ernstig zieke vader van de Maltese gouverneur Publius door handoplegging genas. Ook andere zieken werden door hem op deze manier genezen.
Drie maanden later, als de winter voorbij is, wordt de reis in 60 voortgezet, waarna Rome wordt bereikt. Om het verhaal af te maken: Paulus verbleef er nog een paar jaar onder huisarrest, totdat hij bij zijn proces schuldig werd bevonden en werd onthoofd.
De vlag
Vlag Malta 1964-heden
Voor de onafhankelijkheid in 1964 was Malta een Britse Kroonkolonie en had het een hele trits aan vlaggen, waarbij de eerste een Britse red ensign is met een St. George’s Cross en de vier overige blue ensigns zijn met verschillende badges in het uitwaaiende gedeelte, hoewel twee ervan alleen op details verschillen.
De Maltese kroonkolonie-vlaggenparade, van links naar rechts: vlag tot 1875, 1875-1898, 1898-1923, 1923-1943, 1943-1964
De huidige vlag van Malta is ingevoerd op bij de onafhankelijkheid op 21 september 1964. Het is een verticale tweekleur, wit aan de broekingszijde, rood aan de vlucht. In de bovenhoek van de broekingszijde is het George Cross afgebeeld.
De kleuren wit en rood gaan ruim negen eeuwen terug: het zijn de kleuren van de Normandische graaf Roger de Hauteville, die in 1090 het eiland bezette. Hij is beter bekend als Roger I van Sicilië (van 1071 tot 1101 was hij grootgraaf van Sicilië).
Het George Cross (Sint Joriskruis) werd Malta door koning George VI verleend op 15 april 1942. Het is de hoogste Britse niet-militaire onderscheiding. Het was bedoeld als huldeblijk aan de bevolking voor de betoonde moed tijdens Duitse en Italiaanse luchtaanvallen.
De onderscheiding werd ingesteld door koning George VI op 24 september 1940 en wordt maar zelden verleend. Het kruis is zilverkleurig, met armen van gelijke lengte. In een cirkel middenin het kruis is de beeltenis van Sint Joris te zien terwijl hij de draak verslaat. Het randschrift rond de afbeelding luidt: For gallantry (Voor dapperheid).
Prešeren-dag is een officiële feestdag in Slovenië. Het herdenkt de sterfdag in 1849 van de bekendste dichter van het land: France Prešeren. Hij werd in 1800 geboren in Vrba, in de historische streek Krain, toen onderdeel van het Oostenrijks-Habsburgse Rijk, nu gelegen in het noorden van de republiek Slovenië.
Links: France Prešeren, schilderij door Franz Kurz zum Thurn und Goldenstein (1807-1878) rond 1850 (publiek domein) / Rechts: Sloveense 2-euromunt uit 2007 met het portret van France Prešeren
Prešeren wordt gezien als de vader van de Sloveense literatuur, en hij was een grote inspiratie voor auteurs die na hem kwamen. Zijn romantische gedichten worden omschreven als emotioneel, maar nooit sentimenteel.
Julija Primic, schilderij door Matej Langus (1792-1855), rond 1850
Zijn leven was grotendeels ongelukkig en ongetwijfeld daarom een bron van inspiratie. Zijn grote liefde, Julija Primic, trouwde met een ander in 1835.
Ana Jelovsek, ongedateerde foto
Hij zocht daarna troost bij Ana Jelovšek, een dienstmeisje, hij kreeg met haar drie kinderen, maar trouwde nooit. Daarnaast had hij relaties met allerlei andere vrouwen. Dit alles leidde tot een drankprobleem en hij overleed uiteindelijk dan ook aan een leverziekte, 48 jaar oud.
De 7e februari als nationale dag bestaat sinds 1945 op voorstel van Bogomil Gerlanc, de cultureel medewerker van het Sloveens Bevrijdingsfront, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De dag was niet alleen bedoeld om Prešeren te herdenken en te eren, maar het werd breder getrokken: het moest een echte cultuurdag worden en het zelfvertrouwen van de Slovenen bevorderen. Ook als deelrepubliek van Joegoslavië na de oorlog bleef het een officiële feestdag, het was echter pas in 1991, het jaar van onafhankelijkheid, dat het een vrije dag voor iedereen werd.
Affiche voor Prešernov dan (Prešeren-dag)
Dit laatste werd door velen dan weer als een banalisering van de gedachte achter de dag gezien, waardoor ook de geboortedag van Prešeren, 3 december, als alternatieve culturele dag breed wordt gevierd. Alleen de 8e februari echter is wettelijk vastgelegd.
De vlag
Vlag Slovenië (1991-heden)
De vlag van Slovenië is er een uit de zgn. pan-slavische vlaggenfamilie, met als oorsprong de Nederlandse vlag. Toen tsaar Peter de Grote zijn licht opstak in de Nederlanden in 1697, kwam hij danig onder de indruk van de Nederlandse scheepsbouw en de organisatie van de marine. Terug in Rusland introduceerde hij een handelsvlag gebaseerd op de Nederlandse driekleur: wit-blauw-rood (nu de nationale vlag). Dit op zijn beurt beïnvloedde weer andere landen dezelfde driekleur te gebruiken en die enigszins aan te passen. We zien de kleuren terug in de huidige vlaggen van Servië, Slovenië en Slowakije.
Slovenië tot 1945
Het eerste gebruik van de pan-slavische kleuren in het gebied wat we nu kennen als Slovenië was bij de directe voorloper van het land, de regio Krain. Deze vlag was een horizontale driekleur van wit-blauw-rood (net als die van Rusland dus). Overigens werden deze kleuren al op wapenschilden vóór de 19e eeuw in deze regio gebruikt, dus historisch gezien klopte het helemaal!
Sloveense verzetsvlag 1941-1945
In de Tweede Wereldoorlog werd er door het verzet (de partizanen) een vijfpuntige rode ster op de blauwe baan gezet.
Slovenië als deelrepubliek van Joegoslavië 1945-1991
Vanaf 1945, als onderdeel van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië werd de ster gehandhaafd, maar groter en geel omrand.
Slovenië 1991-heden
Met de onafhankelijkheid in 1991 kwam er ook een vlagwijziging. Het nieuwe staatswapen, een ontwerp van beeldhouwer Marko Pogačnik, werd op de witte en blauwe baan geplaatst, dicht bij de broekingszijde.
Wapen Slovenië (ontwerp: Marko Pogacnik)
Het wapen heeft de vorm van een schild met een blauw veld met een rood kader aan de zijkanten, met daarop in wit een gestileerde afbeelding van de hoogste berg in Slovenië, de Triglav (2863 m).
Aan de basis van de berg zijn twee golvende blauwe lijnen te zien, zij staan voor zowel de Adriatische Zee als de rivieren. Boven de berg zijn drie zeskantige gele sterren geplaatst in een driehoek met de punt naar beneden. Deze sterren zijn afkomstig van het Middeleeuwse wapen van de graven van Celje, historisch gezien de belangrijkste adelsfamilie uit de streek.
Wapen van de graven van Celje
De vlag werd ingevoerd op 25 juni 1991.
In 2003 kwam er een beweging op gang die de vlag graag veranderd wilde zien vanwege het feit dat hij teveel op die van Rusland en Slowakije lijkt. In 2004 konden mensen ontwerpen insturen, waarbij een ontwerp met 11 strepen won. Het gebruikt opnieuw dezelfde kleuren en ook de Triglav komt er weer in terug.
Slovenië – ontwerp voor een nieuwe vlag (2004)
Er is echter nog steeds geen besluit tot verandering genomen door het Sloveense parlement en het lijkt tot nu toe op de lange baan geschoven te zijn.
Twee weken na het binnenlopen van de First fleet op 26 januari 1788 en de feitelijke stichting van Sydney (Australië) door gouverneur Arthur Phillip, werd op 7 februari de officiële proclamatie hiervan wereldkundig gemaakt en daarmee is het dus zo’n beetje de verjaardag van de stad. De 233e vandaag.
Thomas Townshend, 1st Viscount Sydney (portret toegeschreven aan Gilbert Stuart, ± 1785)
De stad is vernoemd naar Thomas Townshend, 1st Viscount (burggraaf) Sydney (1733-1800). Hij was als Engels politicus (onderminister van Buitenlandse Zaken) verantwoordelijk voor het aanstellen van Arthur Phillip als gouverneur.
Zijn titel als burggraaf Sydney werd hem verleend op 6 maart 1783. De titel was tot dan toe tweemaal uitgestorven, bij gebrek aan erfgenamen. De eerste keer dat de naam Sydney in de adelstand werd verheven was bij Robert Sydney als baron in 1603, en hij is dan ook de naamgever van de adellijke titel.
(De titel stierf overigens defintief uit bij de dood in 1890 van de kleinzoon van Thomas Townshend, John Robert Townshend, 3rd Viscount Sydney, omdat hij geen nakomelingen had. De titel is daarna niet opnieuw in het leven geroepen).
De vlag
Vlag van Sydney (1908-heden)
De vlag van Sydney is in basis een horizontale driekleur, waarbij de bovenste baan geheel in beslag wordt genomen door twee wapens en één mini-vlag. De middelste baan is geel (of goud) en de onderste baan blauw. Een volledig getuigde driemaster vaart over de onderste banen van de vlucht naar de broeking.
Het wapen aan de broekingszijde is dat van Thomas Townshend, 1st Viscount Sydney, naar wie de stad vernoemd is.
In het midden is de vlag van Engeland afgebeeld (het zogenaamde St. George’s Cross), dit als eerbetoon aan Arthur Phillip.
Arthur Phillip (portret door Francis Wheatley, 1766)
Twee symbolen uit het wapen van kapitein James Cook zijn hieraan toegevoegd: een globe en twee sterren, als postuum eerbewijs voor het ‘ontdekken’ van Australië. Het wapen in de vluchtzijde tenslotte is dat van de eerste Lord Mayor van Sydney, Thomas Hughes.
De officiële ‘geboorte’ van Nieuw-Zeeland: op 6 februari 1840 (vandaag dus 181 jaar geleden) werd in Waitangi, in het noorden van het land, een document ondertekend door gouverneur William Hobson en lokale Maori-leiders, waardoor Nieuw-Zeeland als land een feit werd. Sinds 1934 is de 6e februari een officiële feestdag.
De vlag
Vlag van Nieuw-Zeeland (1869-heden)
De vlag van Nieuw-Zeeland is een Britse blue ensign met vier rode sterren aan de vluchtzijde.
Vanaf 1840 werd de Britse blue ensign gebruikt, een vlag met een blauw veld en de Union Flag of Union Jack in het kanton.
Links: Vlag van Nieuw-Zeeland (1840-1867), de blue ensign / Rechts: Vlag van Nieuw-Zeeland (1867-1869)
Vanaf 1867 werd aan de vluchtzijde een eigen symbool toegevoegd, NZ in rode letters, met een wit kader eromheen. Vanaf 23 oktober 1869 verschijnen dan de huidige sterren, die daarmee het NZ vervangen. Het was een ontwerp van de Nieuw-Zeelandse marine-officier Sir Albert Hastings Markham.
Links: Sir Albert Hastings Markham (1841-1918), foto uit 1904 (publiek domein) / Rechts: Leerlingen Jack en Rewi Moynihan hijsen de Nieuw-Zeelandse vlag bij de Shannon School (Noordereiland) in 1901 (publiek domein)
De vier rode sterren, wit omzoomd, stellen het sterrenbeeld Zuiderkruis voor. Net als in het sterrenbeeld worden de sterren naar onderlinge grootte afgebeeld: de grootste onderin, de kleinste aan de vluchtzijde en de overige twee daar net tussenin. Het gaat dan om de sterren Acrux, Becrux (ook wel Mimosa genaamd), Gacrux en Delta Crucis. Een vijfde, kleinere ster, Epsilon Crucis, wordt wel afgebeeld op de Australische vlag, maar niet op de Nieuw-Zeelandse.
Vanaf de jaren ’90 van de vorige eeuw gingen er steeds meer stemmen op voor een nieuwe vlag. Op 11 maart 2014 kondigde toenmalig premier John Key een referendum aan voor 2015, waarin het volk een keus had tussen vijf vlagontwerpen (de shortlist). Op de 11e december kwam de winnaar uit de bus, de zogenaamde Silver Fern Flag, een ontwerp van Kyle Lockwood.
De silver fern (Cyathea dealbata), zilveren boomvaren in het Nederlands, is een van de symbolen van Nieuw-Zeeland. De varen verdeelt de vlag diagonaal in tweeën. Het vlak aan de broekingszijde is zwart, dat aan de vluchtzijde blauw met de gehandhaafde rode sterren uit 1869.
Tussen 3 en 24 maart 2016 werd vervolgens een 2e referendum gehouden, waarin de Nieuw-Zeelanders hun keus konden uitspreken voor de nieuwe Silver Fern Flag of voor handhaving van de ‘oude’ vlag. De uitslag van dit referendum was 56,7% voor de bestaande vlag en 43,3% voor de nieuwe, waarbij dus alles bij het oude bleef. Desalniettemin is de Silver Fern her en der in het straatbeeld te zien, weliswaar officieus, maar wel populair.
Links: Tino Rangatiratanga (Maori-vlag) / Rechts: Linda Munn, een van de ontwerpers van de vlag
Naast deze twee vlaggen is er nog een derde belangrijke vlag in Nieuw-Zeeland, nl. die van de Maori, de oorspronkelijke bewoners van het land (dat zij Aotearoa noemen). Deze vlag, Tino Rangatiratanga genaamd, werd in 1990 ontworpen door Hiraina Marsden, Jan Smith en Linda Munn. De traditionele kleuren van Nieuw-Zeeland, zwart, wit en rood zijn hier gebruikt (net als bij de Silver Fern).
De vlag laat een witte balk zien die op 1/3 van de broeking deels tot bijna een cirkel inkrult. Boven de balk is het veld zwart, eronder rood. Het symboliseert de natuurlijke balans, zoals actief/passief, mannelijk/vrouwelijk, aarde/lucht, enz.
Zeker op de dag van vandaag, Waitangi Day, is deze vlag op veel plekken te zien, zoals op de Auckland Harbour Bridge, broederlijk naast de officiële vlag.
Auckland Harbour Bridge op Waitangi Day met de twee vlaggen
Overige vlaggen
Naast deze vlaggen is er nog een fiks aantal andere vlaggen in gebruik in Nieuw-Zeeland. Hieronder een kleine dwarsdoorsnee:
Links: Red ensign van Nieuw-Zeeland (koopvaardijvlag) / Rechts: White ensign van Nieuw-Zeeland (marinevlag)Links: Luchtmachtvlag van Nieuw-Zeeland / Rechts: Burgerluchtvaartvlag van Nieuw-ZeelandLinks: Politievlag van Nieuw-Zeeland / Rechts: Koninklijke standaar van Nieuw-Zeeland, met de gekroonde letter E van Koningin Elizabeth II
Op 4 februari 1948 eindigde de koloniale Britse tijd en werd Sri Lanka (toen nog Ceylon geheten) een onafhankelijk dominion binnen het Gemenebest.
Onafhankelijkheidsceremonie op 4 februari 1948 in de Independence Hall in Colombo (publiek domein)
In 1972 werd de staatsvorm gewijzigd: het land werd een republiek binnen het Gemenebest en veranderde de naam in Sri Lanka, wat zoveel als ‘schitterend eiland’ betekent.
De vlag
De vlag van Sri Lanka heeft een geel (gouden) veld met twee vakken: het kleinere veld aan de broekingszijde heeft twee balken in groen en saffraan, het grotere vlak is kastanjebruin met een naar de broeking gekeerde gele (gouden) leeuw met een opgeheven zwaard in een van zijn klauwen. In de hoeken van dit grotere veld vier bladeren van de bodhiboom, diagonaal naar elkaar toegekeerd.
Tot 4 februari 1948 had Ceylon als Britse kolonie een blue ensign (met de Union Jack of Union Flag in het kanton). In het uitwaaiende gedeelte het toenmalige symbool voor Ceylon: een olifant voor een zogenaamde dagoba, een koepelvormig bouwwerk met relieken van Boeddha of van een heilige.
Blue ensign van Brits Ceylon (1815-1948)Het symbool voor Ceylon op de blue ensign
Op die bewuste 4e februari werd de eigen vlag voor het eerst gehesen en wel om 07.30 precies, precies zoals astrologen het hadden uitgerekend.
Vlag van het dominion Ceylon (1948-1951)
De vlag van 1948 lijkt op de huidige vlag, maar dan zonder de verticale banen aan de broeking. Het hele beeld werd gevuld met de gouden leeuw met zwaard in een van de klauwen. Dit was de vlag van het Singhalese koninkrijk Kandy (in gebruik tot 1815). De vlag ondervond vanaf 1948 onmiddellijk veel kritiek van de moslims en de Tamils. Beide groepen voelden zich niet vertegenwoordigd.
Vlag van het dominion Ceylon (1951-1972)
Nadat een commissie zich over de kwestie gebogen had, werden in 1951 de twee vertikale banen toegevoegd. Groen voor de moslimgemeenschap, oranje voor de Tamils.
In 1972 werd met de naamsverandering van Ceylon naar Sri Lanka ook de vlag weer aangepast. De vier boeddhistische torenspitsjes die in de hoeken van het veld met de gouden leeuw diagonaal naar elkaar toewezen, werden vervangen door vier bladeren van de bodhiboom (ook wel banyan genaamd), een binnen het hindoeïsme heilige boom. Vanaf 1978 worden deze bladeren ‘naturalistischer’ afgebeeld. Sinds die tijd is de vlag onveranderd.
Vandaag is het 68 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.
De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.
In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort. Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.
Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.
Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden
Daarnaast een groot deel van Tholen , geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder. Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.
Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)
In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.
Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.
Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken
Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.
Zoals ieder jaar is er op deze dag om 10.00 een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum. Vanwege de corona-pandemie zal dat dit jaar zonder publiek plaatsvinden.
De vlag
Vlag van Zeeland (1949-heden)
In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.
Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.
Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)
Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten. Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is). Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.
Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)
De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.
Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.
Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)
En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.
Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.
Vandaag viert de Spaanse Koning Felipe VI zijn 53e verjaardag. Hoewel Felipe het derde kind is van Koning Juan Carlos en Koningin Sofía, had hij als zoon ‘voorrang’ op de troon boven zijn twee oudere zusters, de prinsessen Elena en Christina.
Hoewel vrouwen niet zijn uitgesloten van de troon, hebben mannen voorrang op vrouwen. Er gaan al langer stemmen op om deze wet op de troonsopvolging aan te passen, maar vooralsnog is er niets veranderd. Aangezien Felipe en zijn vrouw Koningin Letizia twee dochters hebben, de prinsessen Leonor en Sofía, doet het opvolgingsprobleem naar geslacht zich momenteel niet voor en zal in principe prinses Leonor op termijn het staatshoofd zijn.
Felipe VI (1968)
Felipe werd op 30 januari 1968 in Madrid geboren. Dictator Franco was nog steeds aan de macht, maar had wel bepaald dat na zijn dood de monarchie (die nooit officieel was afgeschaft) zou worden hersteld.
Felipe’s vader, Juan Carlos I, was dan ook voorbereid op het koningschap, toen Franco in 1975 stierf. Op 27 november dat jaar werd hij geïnstalleerd als koning, waarmee de directe lijn van koningen één generatie oversloeg.
Alfonso XIII (1886-1941)
Juan Carlos volgde dus eigenlijk zijn grootvader Alfonso XIII op, terwijl zijn vader Juan nooit koning is geweest. Met het herstel van de monarchie werd Spanje ook een moderne democratie.
Juan Carlos I (1938)
Juan Carlos was tijdens de laatste jaren van zijn koningschap niet bepaald onomstreden, door allerlei schandalen en schandaaltjes, zoals een olifantenjacht in Botswana, terwijl hij erevoorzitter was van de Spaanse tak van het Wereldnatuurfonds. Dit ‘geheime’ tripje werd overigens pas bekend toen hij zijn heup brak en via een speciale vlucht werd gerepatrieerd. Wat ook niet hielp was dat hij kennelijk op reis was gegaan met zijn vriendin Corrina zu Sayn-Wittgenstein, waarvan vervolgens foto’s opdoken.
Hoewel Juan Carlos excuses maakte, kwam het in de publiek opinie niet meer goed, en op 19 juni 2014 deed hij afstand van de troon en volgde zijn zoon Felipe hem op. Vanwege een corruptieschandaal waarbij Juan Carlos betrokken was, is hij in augustus 2020 in ballingschap gegaan naar de Verenigde Arabische Emiraten. Zijn vrouw Sofia bleef in Spanje.
Troonswissel, 19-6-2014, Koninklijk Paleis Madrid, met de nieuwe koninklijke standaard als balkonversiering
De vlag
De vlag van een monarch wordt een standaard genoemd. In Spanje is het gebruikelijk dat iedere koning(in) zijn of haar eigen persoonlijke standaard heeft. Dit kan per monarchie verschillen. Zo zijn de koninklijke standaarden van Zweden, Noorwegen, Denemarken, Nederland* en Het Verenigd Koninkrijk strikt verbonden aan het ambt en niet aan de persoon. Hij blijft bij iedere nieuwe monarch dus ongewijzigd.
Koning Felipe met zijn gezin tijdens een officiële plechtigheid op 12 oktober 2020 op het Plaza de la Armería, voor het Koninklijk Paleis, achter het vorstenpaar de koninklijke standaard (screenshot)
In Spanje (en ook in België) is dit niet het geval. De standaard van Felipe is daarmee anders dan die van zijn vader en zijn overgrootvader. Interessant is dat Felipe qua kleur van de standaard teruggreep naar de standaarden die tussen 1556 en 1838 werden gebruikt, nl. karmozijnrood.
De koninklijke standaarden van Alfonso XIII in paars en Juan Carlos I in blauw
In 1838 werd de kleur in paars veranderd. Deze kleur was ook nog in gebruik toen dictator Franco in 1931 aan de macht kwam. Na het herstel van de monarchie in 1975 koos Juan Carlos voor een blauwe standaard. Met het aantreden van Felipe kwam de historische kleur na 176 jaar weer terug.
Standaard Koning Felipe VI
De standaard is vierkant met een karmozijnrood veld. In het midden het koninklijk wapenschild, gedekt door de kroon van Spanje en omhangen met de ketting van de Orde van het Gulden Vlies.
Wapen Koning Felipe VI
Het schild is verdeeld in vier kwartieren met de volgende betekenis: Het eerste kwartier heeft een rood veld met daarop een kasteel in geel met drie torens voor Castilië. Het tweede kwartier heeft een wit veld met een gekroonde purperen leeuw voor Léon. Het derde kwartier heeft een gouden veld met vier verticale rode balken voor Aragón. Het vierde kwartier heeft een rood veld met een gouden ketting, in het midden een smaragd voor Navarra. Op de insteek onderaan een granaatappel op een zilveren veld voor Granada. Over dit alles heen een klein ovaal schild met drie gele Franse lelies (fleur-de-lys) op een blauw veld voor het regerende Huis van Borbón.
Om dit alles heen hangt de keten van de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies, de hoogste Spaanse orde.
De koninklijke standaard is bij aanwezigheid van de koning te zien boven het Koninklijk Paleis in het centrum van Madrid, of bij het woonpaleis Zarzuela, aan de buitenkant van de hoofdstad. Een mini-versie van de standaard (80×80 cm), maar dan omzoomd met een gouden rand, wordt gebruikt op bijvoorbeeld auto’s, bij officiële bezoeken.
Kroonprinses Leonor, officieel de Prinses van Asturië, heeft overigens haar eigen standaard, behorend bij haar titel. Hij toont het koninklijk wapen op een hemelsblauw veld.
Standaard van de Prinses van Asturië
*Bij de troonswissel in Nederland op 30 april 2013 werden een paar nauwelijks zichtbare details in de koninklijke standaard aangebracht (zie verder de post over de Nederlandse koninklijke standaard).
De vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt (Sachsen-Anhalt in het Duits) werd officieel ingevoerd op 30 januari 1991.
Links: Locatie van Saksen-Anhalt in Duitsland / Rechts: Kaart van Saksen-Anhalt met districtsverdeling
Na de Tweede Wereldoorlog werd de voormalige Pruisische provincie Saksen door het toenmalige Sovjet-bestuur samengevoegd met het land Anhalt tot de nieuwe provincie Saksen-Anhalt. Twee jaar later, op 12 juli 1947, werd dit het land Saksen-Anhalt. Vanaf 1949, bij de vorming van West- en Oost-Duitsland, werd Saksen-Anhalt officieel onderdeel van Oost-Duitsland (de Duitse Democratische Republiek/DDR). Op 25 juli 1952 werd het land Saksen-Anhalt opgeheven en opgedeeld in de districten Halle en Maagdenburg. Na de hereniging van Duitsland in 1990 werd Saksen-Anhalt weer in ere hersteld, nu als deelstaat, met Maagdenburg als hoofdstad.
De vlag
Vlag van Saksen-Anhalt (1991-heden)
De vlag van Saksen-Anhalt is een horizontale tweekleur in geel en zwart, in het midden het wapen van de deelstaat.
Bij de vorming van het land Saksen-Anhalt werd ook de vlag vastgesteld, zijnde een zwart-gele tweekleur (dus precies het omgekeerde van de huidige vlag). De kleuren kwamen van de voormalige Pruisische provincie Saksen (1884-1935). Ideaal was dit niet, want de West-Duitse deelstaat Baden-Württemberg had (en heeft nog steeds) eenzelfde vlag. Deze situatie heeft niet zo lang geduurd, daar het land in 1952 door de DDR werd afgeschaft.
Na de val van de Berlijnse Muur (1989), de hereniging van Duitsland (1990) en de herintrede van Saksen-Anhalt als deelstaat, kwam het oude Baden-Württembergse probleem echter weer om de hoek kijken. In 1990 werd er toen een officieuze vlag gebruikt, waarbij de banen werden gekanteld, waardoor er een verticale tweekleur ontstond, met in het midden het wapen van Saksen-Anhalt dat tussen 1948 en 1952 werd gebruikt. De vlag werd geïntroduceerd bij de festiviteiten van de hereniging op 3 oktober 1990. Het lijkt er niet op dat de vlag daarna nog vaak is gezien.
Officieuze vlag van Saksen-Anhalt van oktober 1990
De wet waarin de nieuwe staatssymbolen werden vastgesteld werd goedgekeurd op 20 december 1990 en ging officieel in op 30 januari 1991, vandaag 30 jaar geleden. Bij aanname van de nieuwe Grondwet op 16 juli 1992 werd de vlag in Artikel 1 vastgelegd: opnieuw een horizontale tweekleur maar nu in geel-zwart en wel in twee variaties: één met wapen (voor de deelstaatsoverheid) en één zonder, voor de burgerij. In de praktijk bleek de verwisseling van Saksen-Anhalt met Baden-Württemberg echter niet uit te roeien, zodat op 27 april 2017 uiteindelijk gekozen werd voor alléén de vlag met wapen, zodat dit probleem was opgelost.
Wapen
Wapen van Saksen-Anhalt
Dat brengt ons bij het wapen. Het is horizontaal in tweeën gedeeld. Bovenin is het opnieuw gedeeld in 5 afwisselende gele (gouden) en zwarte balken. Diagonaal hier overheen een een zogenaamde ruitkrans in groen. Rechts boven in de hoek een wit (zilveren) schild, waarop een adelaar in zwart met gele snavel en poten en rode tong. Onderin: tegen een witte (zilveren) achtergrond is een gaande beer in zwart, bovenop een rode gekanteelde muur met zwarte voegen, in het midden een open poort.
Links:Wapen van Saksen / Rechts: Wapen van Anhalt
Zoals op bovenstaande illustraties te zien is, zijn de twee delen afkomstig van de wapens van Saksen en Anhalt.
Links: Het oorspronkelijke wapen van Saksen / Midden: Het wapen van Pruisen: de adelaar / Rechts: Vroege versie van het wapen van Anhalt
Het Saksische wapen valt ook weer in tweeën te splitsen: het schild met de strepen is het oorspronkelijke wapen van de provincie Saksen, waarbij vanaf de bovenkant eerst een zwarte balk is te zien, tegen een gele nu. De adelaar is afkomstig van het koninkrijk (later vrijstaat en deelstaat) Pruisen waar de provincie Saksen deel van uitmaakte. Het wapen van Anhalt is eigenlijk ongewijzigd gebleven, maar wel gestileerd.
Het wapen van Saksen-Anhalt is het enige Duitse deelstaatwapen waarin nog een Pruisisch symbool voorkomt. Omdat Saksisch-Anhaltse wapen, op de vlag na, alleen door de overheden van de deelstaat gebruikt mag worden is er in 1994 een vrij te gebruiken versie ontworpen.
Vrij te geb ruiken logo-versie van het wapen van Saksen-Anhalt (1994-heden)
Kansas was op 29 januari 1861, vlak voor de Amerikaanse Burgeroorlog, de 34e staat die toetrad tot de Verenigde Staten.
“A new map of Kansas” uit 1846 (8 jaar voordat het in 1854 het Kansas Territory werd en 15 jaar voordat Kansas toetrad tot de Unie in 1861). Het stond toen bekend als ‘unorganized territory’.
Kansas hinkte bij het begin van die oorlog op twee gedachten: het was vóór slavernij, maar koos wel de kant van de Union (de ‘noordelijken’, die voor het grote merendeel anti-slavernij waren).
Symbolen van Kansas – Links: Quarter uit 2005 met bizon en zonnebloem / Rechts: Postzegel van 4 cent uit 1961 met zonnebloem, naar aanleiding van de viering van 100 jaar staat
De vlag
Vlag van Kansas (1961-heden)
In 1927, 62 jaar na het einde van de burgeroorlog werd er een vlag voor de staat vastgesteld. Zoals bij wel meer Amerikaanse staten, werd gekozen voor een afbeelding van het staatszegel, ontworpen door senator John James Ingalls.
Links: John James Ingalls (1833-1900), ontwerper van het staatszegel van Kansas, gefotografeerd op 12 maart 1873 door Mathew Brady (1822-1896) (publiek domein) / Rechts: Vroege versie van het staatszegel uit 1876 (publiek domein)
Het is op het midden van een egaal donkerblauw veld geplaatst en laat een vredelievende voorstelling zien van een ploegende boer, in huifkarren arriverende land-kolonisten en daarachter Indianen op de bizonjacht (in werkelijkheid was het echt niet allemaal pais en vree tussen iedereen in Kansas in 1927, maar dat is een ander verhaal).
Twee verschillende versies van het staatszegel nu (publiek domein)
Rechts op het staatszegel is de Kansas River afgebeeld met een raderstoomboot. De heuvels achteraan complementeren het plaatje en daarboven zijn 34 sterren afgebeeld, refererend aan het feit dat Kansas de 34e staat is. De bovenkant van het zegel bevat het staatsmotto Ad astra per aspera (Naar de sterren door moeilijkheden).
Vlag van Kansas (1927-1961)
Boven het staatszegel is het symbool van Kansas afgebeeld: de zonnebloem. Het ontwerp van de vlag is van Hazel Avery en stamt uit 1925. Van 1927 tot 1961 was dit de vlag van Kansas. In dat jaar (100 jaar na de toetreding dus) werd er besloten de naam ‘Kansas’ in gele koeieletters onder het zegel op de vlag te plaatsen. Sindsien is de vlag onveranderd.
In 2001 onderzocht de Amerikaanse vlaggenvereniging North American Vexillological Association (NAVA) hoe het stond met de populariteit van de staten- en territoria-vlaggen van de V.S. en de provincievlaggen van Canada, onder de naam Great NAVA Survey. Van de in totaal 72 vlaggen eindigde Kansas bijna onderaan met een 69e plaats.
Vandaag is het 56 jaar geleden dat Koningin Elizabeth II in haar rol als Canadees staatshoofd goedkeuring verleende aan de nieuwe vlag.
De vlag
Vlag van Canada (1965-heden)
Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld. In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)
Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen? Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren. Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.
Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen. Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.