Mozambique – Dia dos Heróis Moçambicanos / Dag van de Mozambikaanse Helden

De 3e februari is de sterfdatum van Eduardo Mondlane. Bij zijn dood in 1969 (door een bom), was hij voorzitter van FRELIMO, het Mozambikaanse bevrijdingsfront, dat streed tegen de Portugese overheersing.

Affiche voor de 3e februari, de Dia dos heróis moçambicanos

Hoewel de datum van Mondlane’s dood is gekozen, worden op deze dag ook andere vrijheidsstrijders geëerd, zoals Samora Machel, Romão Farinha en Luís Marra.
Het is een officiële dag in Mozambique met militaire parades en speeches van diverse politieke groeperingen.

Kaart van Mozambique (© freeworldmaps.net)

Eduardo Mondlane

Eduardo Mondlane werd in 1920 geboren in een groot gezin met 16 kinderen in Manjacaze, in de zuidelijke provincie Gaza in Mozambique, toen een Portugese kolonie.
Zijn vader was een Tsonga-stamhoofd. Eduardo was de enige binnen het gezin die onderwijs genoot.
Niet alleen dat, maar hij ging serieus aan de studie: zo ging hij naar een Zwitserse missieschool in Manjacaze, het Lemana College in Transvaal (Zuid-Afrika), de Jan H. Hofmeyr School of Social Work en de Witwatersrand Universiteit, beide in Johannesburg (Zuid-Afrika), de Universiteit van Lissabon (Portugal) en het Oberlin College in Ohio (V.S.).

Eduardo Mondlane (1920-1969), foto uit 1953, toen hij studeerde aan het Oberlin College in Ohio in de V.S. (© Oberlin College / publiek domein)

Gedurende de drie jaar Ohio behaalde hij graden in zowel in antropologie en sociologie.
Vandaar ging het naar de Northwestern University in Evanston, Illinois (V.S.), waar hij een MA (Master of Arts) en zijn PhD behaalde. Die laatste graad met het onderwerp “Rolconflict, referentiegroep en ras”.
Door zijn deskundigheid werd hij een V.N.-medewerker, waardoor hij geregeld naar Afrika reisde.
Hij raakte steeds meer geïnteresseerd in het ontwakende politiek activisme en het streven naar onafhankelijkheid van Afrikaanse landen en in het bijzonder dat van zijn eigen land.

Een Mozambikaans bankbiljet van 1000 meticais uit 1991 met het portret van Eduardo Mondlane

In 1961 verliet hij de V.N. en ging aan de slag bij Syracuse University (New York State), waar hij hielp met het opzetten van het East African Studies Program, maar ook hier bleef hij niet lang: nog in hetzelfde jaar keerde hij terug naar Mozambique, waar hij zich aansloot bij de anti-koloniale beweging.
Hij vestigde zich uiteindelijk in Dar es Salaam, de hoofdstad van buurland Tanzania, waar hij er in 1962 in slaagde de drie rivaliserende anti-koloniale verzetsgroepen UDE-NAMO, MANU en UNAMI samen te voegen tot één brede verzetsgroep onder de naam FRELIMO (Frente de Libertação de Moçambique/Mozambique Bevrijdingsfront).

Mondlane was geen fanaticus en zocht vaak het midden op en was bereid tot het sluiten van compromissen, zelfs met de Portugezen.
Door dit pragmatisme slaagde hij erin zowel steun van Europa als van de Sovjetunie te krijgen.
De linkervleugel van FRELIMO vond hem echter te gematigd, terwijl de rechtervleugel bang was dat hij teveel flirtte met de Russen.
Deze spagaat legde hoogstwaarschijnlijk de kiem voor de moordaanslag op Mondlane.

Op 3 februari 1969 opende Mondlane in het huis van zijn voormalige secretaresse Betty King -blijkbaar niets vermoedend- een pakket met een bom, die vervolgens ontplofte en hem doodde.
Vermoed wordt dat er een opdracht in Lourenço Marques (de tegenwoordige hoofdstad Maputo) zou zijn opgesteld door PIDE, de Portugese geheime politie, om Mondlane uit de weg te ruimen, maar hoe het pakket bij hem terechtkwam en waarom hij het opende, is nooit duidelijk geworden.

Begrafenis in Dar es Salaam van Eduardo Mondlane, met in het midden zijn weduwe Janet Rae Johnson en hun drie kinderen (publiek domein)

Mondlane liet een weduwe achter, de Amerikaanse Janet Rae Johnson en drie kinderen.
Wat hij ook naliet: het manuscript voor een boek met de titel “Lutar por Moçambique” (“Strijden voor Mozambique”), dat een paar maanden na zijn dood werd gepubliceerd.
Hierin beschreef hij hoe het koloniale systeem in Mozambique werkte en wat er nodig zou zijn om het land te ontwikkelen.

Het postuum uitgegeven boek “Lutar por Moçambique”, van Eduardo Mondlane, editie van Terceiro Mundo (publiek domein)

De strijd door FRELIMO tegen de Portugese overheersing ging echter door.
De grote ommekeer voor Mozambique (en diverse andere Portugese kolonies) kwam op 25 april 1974 uit onverwachte hoek, met de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal. Het was een geweldloze militaire staatsgreep die een einde maakte aan veertig jaar autocratisch en pro-koloniaal bewind van António de Oliveira Salazar en (vanaf 1968) van Marcello Caetano.
De nieuwe regering was voor een algehele en snelle dekolonisatie, waardoor de Portugezen bijna van de een op de andere dag Mozambique verlieten.

Een button uit de tijd van de onafhankelijkheid in 1975 met een aantal symbolen die nog steeds op de vlag voorkomen (publiek domein)

Met FRELIMO werd onderhandeld over onafhankelijkheid: nog datzelfde jaar, op 20 september 1974 verkreeg Mozambique als ‘opstapje’ alvast verregaande autonomie.
Een klein jaar later, op 25 juni 1975 werd het land onafhankelijk als Volksrepubliek Mozambique, een socialistische één-partijstaat.
Tot 1989 verkeerde het land in een bijna constante staat van burgeroorlog, tussen de aanhangers van FRELIMO en de conservatieve verzetsgroep RENAMO.
Het FRELIMO presenteerde in 1989 een nieuwe ontwerp-grondwet, dat uitging van een meerpartijenstelsel.
In november 1990 werd de grondwet goedgekeurd en veranderde de Volksrepubliek Mozambique in de Republiek Mozambique.
De burgeroorlog had geresulteerd in plusminus één miljoen doden, 5,7 miljoen ontheemden en 1,7 miljoen vluchtelingen.

De vlag

Vlag van Mozambique (1983-heden)

De vlag van Mozambique is een horizontale driekleur van legergroen, zwart en geel. De banen worden van elkaar gescheiden door twee smalle witte banen.
Aan de mastzijde is een rode driehoek geplaatst, waarop een gele vijfpuntige ster. Hier weer overheen zien we een boek (in wit) en een gekruiste schoffel en een geweer (beide in zwart).

Links: Vlag van FRELIMO, als nationale vlag gebruikt tussen september 1974 en en 25 juni 1975 / Midden: Vlag van Mozambique van 25 juni 1975 tot medio april 1983 / Rechts: De kortstondige vlag van Mozambique tussen medio april 1983 en 1 mei 1983

Het ontwerp van deze vlag is afkomstig van de verzets- en onafhankelijkheidsbeweging FRELIMO, het is exact dezelfde vlag, maar dan zonder de symbolen op de rode driehoek. Bij de verleende autonomie van 20 september 1974 werd deze vlag al als nationale vlag gebruikt en wel tot de dag van de onafhankelijkheid, 25 juni 1975.

Het hijsen van de nationale vlag met de diagonale banen in het Salazar Stadion op onafhankelijkheidsdag, 25 juni 1975 (publiek domein)

Op die dag werden de kleuren op de vlag herschikt en de driehoek verdween: de kleuren groen, rood, zwart en geel ontspringen diagonaal en verbredend vanuit de bovenzijde van de mastkant, van elkaar gescheiden door dunne witte strepen.
Net onder het vertrekpunt van de diagonale banen werd een wit tandwiel geplaatst, waarin we de drie symbolen herkennen die de huidige vlag nu nog heeft: boek, schoffel en geweer en een kleine vijfpuntige ster in rood.

De ‘diagonale’ vlag van Mozambique op een postzegel van 20 ¢ van de Verenigde Naties uit 1982 (publiek domein)

De derde versie van de vlag heeft maar kort bestaan: van medio april 1983 tot 1 mei daaropvolgend.
Men keerde terug naar het FRELIMO-basismodel met horizontale banen en plaatste het tandwiel met symbolen in de rode driehoek. Onder het tandwiel een gele vijfpuntige ster.
De huidige versie ontstond op 1 mei 1983 door het tandwiel voortaan weg te laten.

Symbolisme

De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: groen voor de landbouw, zwart voor het Afrikaanse continent en geel voor de rijkdom aan grondstoffen.
De twee smalle witte banen staan voor vrede en gerechtigheid.
De kleur rood van de driehoek staat symbool voor de onafhankelijkheidsstrijd tegen Portugal, de gele ster voor het internationalisme.
Van de drie symbolen op de ster staat het boek voor vorming en onderwijs, de schoffel voor landbouw en het geweer voor nationale verdediging en waakzaamheid.
Hoewel er meer vlaggen zijn waar wapens op worden afgebeeld, gaat dat meestal om historische wapens. In het geval van Mozambique zien we echter een AK-47, een Kalasjnikov en dat maakt deze vlag toch wel enigszins ongebruikelijk.

Een Kalasjnikov AK-47 (© PawełMM / publiek domein)

In 2005 zijn er pogingen ondernomen door de oppositie (RENAMO) in Mozambique om zowel ster als geweer van de vlag te verwijderen. De regeringspartij (FRELIMO) voelde daar echter niets voor en alle 169 inzendingen (waar zelfs al een winnaar uit was gekozen) werden weggestemd.


Oekraïne – Один рік і сорок дев’ять тижнів війни / Een jaar en negenenveertig weken oorlog

Gevangenenruil

Rusland en Oekraïne zeggen beide dat ze afgelopen woensdag gevangengenomen soldaten hebben uitgewisseld – de eerste ruil sinds de crash van een Russisch vliegtuig waarvan Moskou beweerde dat het 65 Oekraïense krijgsgevangenen aan boord had.
Het Russische leger liet weten dat beide partijen 195 soldaten hebben teruggekregen, hoewel de Oekraïense president Zelensky zei dat 207 Oekraïense soldaten zijn teruggekeerd.

Kiev trekt de beweringen van Moskou in twijfel dat Oekraïense krijgsgevangenen in het vliegtuig zaten dat vorige week neerstortte.
De Russische president Poetin beweerde dat het militaire transportvliegtuig Il-76 door Oekraïne in de westelijke regio van Belgorod was neergehaald met behulp van een Amerikaans Patriot-systeem, maar leverde geen bewijs.

Een gisteren vrijgegeven satellietfoto van Planet Labs van 31 januari van het spoor van plusminus 500 m dat het neergestorte transportvliegtuig achterliet in de sneeuw, de foto werd naar buiten gebracht door Skhemy, een onderzoeksrapportageproject van Radio Liberty (© Skhemy Project)

Rusland heeft tot nu toe geen hard bewijs geleverd voor zijn beweringen en Moskou heeft een lange en bewezen geschiedenis van leugens en desinformatie.
Kiev heeft de Russische verklaringen niet rechtstreeks ontkend, maar houdt het erop dat er niets is bevestigd.

Velen in Oekraïne vragen zich af waarom Rusland geen beelden heeft getoond van tientallen dode lichamen na de vliegtuigcrash om zijn beweringen te onderbouwen.
Geen van de details is onafhankelijk geverifieerd en beide partijen hebben opgeroepen tot een internationaal onderzoek.

Vrijgelaten Oekraïense krijgsgevangenen in de bus op weg naar huis (foto: Ministerie van Defensie van Oekraïne)

Beelden gemaakt door de Oekraïense autoriteiten, laten zien hoe sommige vrijgelaten krijgsgevangenen met grote grijnzen uit bussen stromen en “Glorie voor Oekraïne!” roepen. Eén soldaat valt op de grond en rolt door de sneeuw, overduidelijk blij om terug te zijn.
De mannen droegen Russische gevangenisuniformen, hun hoofden waren gladgeschoren en velen zagen er mager uit na hun tijd in gevangenschap.

Een bevrijde Oekraïense krijgsgevangene probeert zijn emoties te verbergen in de Oekraïense vlag (foto: Telegram-kanaal van president Zelensky)

Sommigen waren in tranen en telefoneerden met familieleden. Aan het einde van de video staan ​​ze allemaal, gehuld in de nationale blauw-gele vlaggen van Oekraïne, en zingen ze het nationale volkslied Sjtsje ne vmerla Oekrajiny (Oekraïne is nog niet vergaan).

EU bereikt overeenstemming over € 50 miljard voor Oekraïne

Alle 27 EU-landen bereikten gisteren een akkoord over een bedrag van € 50 miljard aan giften en goedkope leningen, dat uitgesmeerd wordt over een termijn van vier jaar.
Hongarije, in de vorm van premier Orbán, lag tot gisterochtend dwars, waardoor er geen unanimiteit was, zodat het erop leek dat het geld op een andere en omslachtiger manier buiten de EU-begroting om naar Oekraïne zou moeten gaan, een ingewikkeld proces dat veel meer tijd in beslag zou nemen.

Een aantal EU-leiders, waaronder demissionair premier Rutte en de kersverse en zeer anti-Russische Poolse premier Tusk, hadden gisterochtend gesprekken met Orbán. Door o.a. te dreigen met (financiële) sancties voor Hongarije kon Orbán kennelijk op andere gedachten gebracht worden.
Daarbij moet wel opgemerkt worden dat het om een compromis ging, wat inhoudt dat geld aan Oekraïne wordt toegewezen onder de volgende voorwaarde: “Een garantie dat het besluit om geld te blijven sturen elk jaar zal worden herzien.”
In de praktijk zal dit Hongarije feitelijk elk jaar een nieuwe kans geven om de hulp op te houden. Wordt vervolgd dus.

Russische korvet na aanval gezonken

Soldaten van de speciale eenheid Groep 13 van de Defensie-inlichtingendienst van Oekraïne hebben in de nacht van 31 januari op 1 februari 2024 de geleide-raketkorvet Ivanovets, onderdeel van de Russische Zwarte Zeevloot, aangevallen met drones, waarna het zonk.

De Ivanovets op een archieffoto (fotograaf onbekend)

Het schip bevond zich op de rede van het Donuzlavmeer in het zuidwesten van het door Rusland bezette Krim-schiereiland.
Als gevolg van een aantal directe aanvallen op de romp liep de korvet zoveel schade op, dat de voortstuwing uitviel, waarna het naar achteren helde en vervolgens zonk.

Beeld van de nachtelijke aanval van Groep 13 op de Ivanovets (screenshot)
Kaart van Oekraïne (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Oekraïne (1992-heden)

De vlag van Oekraïne bestaat uit twee even brede horizontale banen van blauw en geel.

Er zijn voldoende aanwijzingen dat de kleuren blauw en geel van de vlag ver terug gaan, zelfs tot de 15e eeuw. De kleuren gaan er echter pas echt toe doen wanneer de twee keizerrijken waar Oekraïne onderdeel van uitmaakte (het Russische en het Oostenrijks-Hongaarse), ophouden te bestaan.

Ook in 1918/1919 lag Oekraïne (toen de West-Oekraïense Nationale Republiek) onder vuur, zoals op deze prent wordt weergegeven: een Russische bolsjewiek in het noorden, een Rus van het Witte Leger (anti-sovjet) in het oosten met de Russische vlag met dubbelkoppige adelaar, een Poolse soldaat (liggend) naast een Hongaarse (in het rood) in het westen en twee Roemeense soldaten in het zuiden; we zien in het midden een vroege afbeelding van de Oekraïense vlag, de tekst onderin luidt “Wereldvrede in Oekraïne” (publiek domein)

De West-Oekraïense Nationale Republiek gebruikt tussen 1918 en 1919 de blauw-gele vlag. De vlag wordt gecontinueerd  bij het samengaan van de twee Oekraïnes tot de Oekraïense Staat.

Tot aan 1949 heeft Oekraïne als Russische sovjet-republiek verschillende variaties van egaal rode vlaggen met de letters YCCP (Ukrayinskaya Sotsialisticheskaya Sovetskaya Respublika – oftewel Socialistische Sovjet Republiek Oekraïne) erop.

In 1949 krijgen alle Russische republieken een vlag-‘make-over’, variaties op de vlag van de Sovjet-Unie met eigen accenten. Die van Oekraïne heeft een blauwe balk aan de onderkant.

De grootste Oekraïense vlag meet 40 x 60 meter en weegt 300 kilo, hier zijn we die vlag vóór de oorlog in Charkov (fotograaf onbekend)

Vanaf 1990, dus nog vóór de onafhankelijkheid, wordt de blauw-gele vlag her en der al aarzelend waargenomen. Met het opnieuw zelfstandig worden, wordt de vlag officieel ingevoerd. Wettelijke status krijgt de vlag op 28 januari 1992.
De eerste vlag die ooit boven het Verchovna Rada (het Oekraïnse parlement) wapperde is nu in het parlementsmuseum te zien.

Het blauw in de vlag symboliseert de hemel, het geel de uitgestrekte tarwevelden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
De tentoongestelde ‘eerste’ vlag in het parlementsmuseum van Oekraïne (© rada.gov.ua)
Nóg een groot exemplaar van de nationale vlag (foto: Angelina Shostak, Facebook)

Symbool

Sinds het begin van de Oekraïense oorlog op 20 februari 2022, is de nationale vlag een symbool van hoop en verzet geworden.

Oekraïense troepen met de nationale vlag (© mil.gov.ua)

Mauritius – Abolition of slavery / Abolition de l’esclavage / Afschaffing van de slavernij (1835)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Op deze datum in 1835 werd op het eiland Mauritius de slavernij afgeschaft, vandaag dus 189 jaar geleden.
Het eiland, ten oosten van Madagaskar gelegen, was in de eeuwen voor 1835 nogal eens van kolonisator veranderd.

Locatie van Mauritius in de Indische Oceaan (publiek domein)

Het eiland was onbewoond toen de Portugezen er in 1507 landden, ze noemden het Cirne (Zwaan). Het werd enige tijd gebruikt als tussenstop op reizen naar Zuidoost-Azië, maar ze vestigden zich er niet.

Kaart van Mauritius (© freeworldmaps.net)

In 1598 landde er een Nederlandse vloot onder bevel van vice-admiraal Wybrand van Warwijck. Onder zijn leiding werd er op beperkte schaal gekoloniseerd aan de oostkant van het eiland.
Het eiland werd omgedoopt tot Mauritius, naar Prins Maurits van Oranje, stadhouder en legeraanvoerder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Maurits van Nassau, prins van Oranje (1567-1625). legeraanvoerder en stadhouder van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waar Mauritius zijn naam aan te danken heeft, detail van een schilderij uit 1608 door Michiel van Mierevelt (1566-1641), uit de collectie van het Paleis van Versailles

Net als de Portugezen gebruikten de Nederlanders het eiland als tussenstop naar de Oost.
Vanaf 1638 werd door de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) de rietsuikerteelt geïntroduceerd en daarmee ook 300 slaven om op de plantages te werken.
Omdat Mauritius los van de Nederlanders onbewoond was, werden slaven uit Madagaskar gehaald.
In 1695 werd het eiland zwaar getroffen door een orkaan, waarna de VOC er geen heil meer in zag om opnieuw in het eiland te investeren.
In 1710 verkaste de VOC naar Kaap de Goede Hoop, aan de zuidpunt van het huidige Zuid-Afrika.

Konvooi van slaven in Afrika door een onbekende schilder, circa 1859, collectie Musée Quai Branly (publiek domein)

De Nederlanders werden opgevolgd door de Fransen in 1715, waarna het eiland voortaan als Île de France door het leven ging.
Vanaf 1721 vond er een herkolonisatie plaats en werden er nieuwe slaven naar het eiland gebracht, niet alleen vanuit Madagaskar, maar ook vanuit het Afrikaanse vasteland om de suikerrietplantages te bewerken.
Om een idee te krijgen van het bevolkingsaantal: in 1735 woonden er 838 mensen, waarvan er 648 slaaf waren,

In 1810 was er een nieuwe machtswisseling, toen de Britten het eiland op de Fransen veroverden, in eerste instantie om de Franse kaperij waarvan veel Britse schepen het slachtoffer waren, te doen stoppen.
Het eiland kreeg onder de Britten zijn oude naam Mauritius terug en werd een kroonkolonie.
Het aantal slaven was inmiddels gegroeid naar 63.821.
Bij de Vrede van Parijs van 1814 (na de val van Napoleon) werd het officieel ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk.
En hoewel het Britse parlement in 1807 de Abolition of Slave Trade Act (Afschaffing van de Slavenhandelswet) had aangenomen, was de praktijk weerbarstiger en werd de slavernij nog illegaal in stand gehouden tot 1 februari 1835.

Affiche voor de herdenkingsdag. an. vandaag (publiek domein)

Omdat het werk op de plantages evenwel toch moest doorgaan, rekruteerde het V.K. goedkope contractarbeiders uit Brits-Indië (nu India), Maleisië en China, om de slaven te vervangen.
Het verklaart de diverse samenstelling van de bevolking van Mauritius.

Fastforward naar 1968: Mauritius wordt onafhankelijk, maar wel als lid van het Gemenebest, waardoor Koningin Elizabeth het titulair staatshoofd bleef.
De laatste verandering dateert van 12 maart 1992: vanaf die datum is Mauritius een onafhankelijke parlementaire republiek met een president als staatshoofd.

Viering/Herdenking

De afschaffing van de slavernij op Mauritius wordt jaarlijk herdacht bij het International Slave Route Monument op het schiereiland Le Morne Brabant*, dat op 1 februari 2009 werd geopend en op de werelderfgoedlijst van UNESCO staat.

Le Morne Brabant, locatie van de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij (fotograaf onbekend)

Le Morne Brabant* is de naam van een schiereiland en een rotsformatie van 556 m hoogte in het zuidwesten van Mauritius.
In het begin van de 19e eeuw was het een toevluchtsoord voor gevluchte slaven.
Na de afschaffing van de slavernij op Mauritius op 1 februari 1835, reisde een politie-afvaardiging naar het schiereiland om de (ex-)slaven in te lichten. Helaas werd het doel van de expeditie verkeerd begrepen en een groot aantal van hen sprong van de rotsen af, hun dood tegemoet.

*Het “Brabant” in de naam komt van het VOC-schip Brabant dat hier op 29 december 1783 op de klippen liep.

Uitbeelding van een slaaf die zijn ketenen verbroken heeft (fotograaf onbekend)

Het International Slave Route Monument bestaat uit een park met kunstuitingen die de slavernij op verschillende wijzen uitbeelden.

Een ander kunstwerk toont twee handen die vertwijfeld de lucht insteken (fotograaf onbekend)

De archipel

Op deze kaart is goed te zien hoe ver de verschillende eilanden uit elkaar liggen (© Yashveer Poonit / publiek domein)

De eilandstaat Mauritius bestaat naast het hoofdeiland Mauritius uit de eilanden Rodrigues (560 km oostelijker), Agaléga (1.050 km noordelijker) en St. Brandon (een verzameling eilandjes, zandbanken en riffen (430 km noordoostelijker). Deze verzameling eilandjes staat ook bekend onder de naam Cargados Carajos.

Het eiland Agaléga vanuit de lucht (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Mauritius (1968-heden)

De vlag van Mauritius werd geïntroduceerd op 12 maart 1968, toen Mauritius een onafhankelijke republiek werd.
Het is een horizontale vierkleur in rood, donkerblauw, geel en groen.

Gurudutt Moher (1924-2017), ontwerper van de vlag van Mauritius? Of toch niet? (fotograaf onbekend)

Algemeen wordt aangenomen dat Gurudutt Moher, een onderwijzer aan de Maheswarnath Regeringsschool in Triolet, de vlag ontwierp.
Maar daar is niet iedereen van overtuigd: volgens Soonanda Toolsee-Bhungee zou de vlag zijn ontworpen door twee leerlingen van Gurudutt Moher, namelijk Sakurdutt Toolsee (haar vader) en een zekere Shyamsundur.
Volgens haar zou haar vader destijds ook een officieel document hebben ontvangen als dank voor het ontwerp.
Helaas lijkt het document verloren te zijn gegaan, waardoor haar verhaal niet bewezen kan worden.

De vier kleuren hebben zowel een symbolische als politieke betekenis, Rood vertegenwoordigt de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid, blauw staat voor de Indische Oceaan, waarin Mauritius gelegen is, geel vertegenwoordigt het licht van de vrijheid dat over het eiland schijnt en groen symboliseert de landbouw van Mauritius en tevens de overheersende kleur gedurende de twaalf maanden van het jaar.

De kleuren weerspiegelen tevens de politieke situatie zoals die in 1968 bestond en staan voor politieke partijen: rood voor de Parti Travailliste, (een sociaal-democratische partij), blauw voor de PMSD (een conservatieve partij), geel voor de IFB (socialistisch en Indo-Mauritiaans) en groen voor de CAM, (een islamistische partij).

De vlag staat bekend onder twee namen (Engels en Frans): Four Bands and Les Quatre Bandes.

Zeeland – Watersnoodramp (1953)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Vandaag is het 71 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.

Iconische foto van Henk Blansjaar (1910-1981) gemaakt tijdens een van de vele evacuaties uit het rampgebied (© Henk Blansjaar / Spaarnestad)

De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.

Weerkaart van 1 februari 00.00 uur (© KNMI)

In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort.
Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.

Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)

Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.

Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden

Daarnaast een groot deel van Tholen , geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.

Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)

Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.

Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland (Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)

In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.

“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)

Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.

Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken

Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.

Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)

Herdenkingen

Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.

De vlag

Vlag van Zeeland (1949-heden)

In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.

Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.

Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)

Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten.
Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is).
Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.

Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)

De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.

Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.

Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)

En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.

Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.