Net als Oost- en West-Souburg werd Ritthem op 1 juli 1966 onderdeel van de Gemeente Vlissingen.
De vlag
Vlag van Ritthem
Van de Ritthemse vlag heb ik niet kunnen achterhalen wanneer hij is ingevoerd, noch of hij ‘officieel’ is. Maar aangezien naast het stadhuis van de Gemeente Vlissingen de vlaggen van de drie kernen (Vlissingen, Oost- en West-Souburg & Ritthem) naast elkaar wapperen, waarbij die van Ritthem dezelfde is als die bij Vlagblog, ga ik op z’n minst uit van een oogluikend officiële versie.
Vermoedelijk is de vlag niet door een vexilloloog (vlaggendeskundige) ontworpen. Die zou namelijk nooit de naam Ritthem op de vlag hebben afgebeeld. Hoewel namen tegenwoordig wel vaker op vlaggen worden afgebeeld, gaat het tegen de eeuwenoude vlagtradities in.
Ritthem, een dorp met ruim 500 inwoners, vanuit de lucht (foto: A.F. Dingemanse, ZB, Beeldbank Zeeland, rec.nr. 51486)
Zonder de naam op de vlag zou hij historisch volkomen acceptabel zijn, want de kleuren van Ritthem zijn groen en wit en hij bevat het dorpswapen (voortgekomen uit de ambachtsheerlijkheid). Voor de goede orde een korte beschrijving:
De vlag wordt diagonaal in tweeën gedeeld van de top van de mast- of broekzijde naar de onderkant van de vluchtzijde. De driehoek aan de broekzijde is wit, die aan de vlucht is donkergroen. Midden op het witte vlak is het wapen van Ritthem afgebeeld. Dat wapen is officieel bevestigd op 8 december 1819 door de Hoge Raad van de Adel, als ‘zijnde een schild van zilver, beladen met vijf klaverbladen in natuurlijke kleuren, kruiswijs geplaatst’.
Tweemaal het wapen van Ritthem, links een versie in kleur van Helraldry of the World, rechts een afbeelding uit de Collectie Sierksma, berustend bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag / foto: Vlagblog)
De naam ‘Ritthem’ is in goudgeel aan de onderkant van de vlag geplaatst, half over het witte, half over het groene gedeelte heen.
Sierksma
Dat Ritthem het lange tijd zonder vlag moest stellen blijkt ook uit de correspondentie tussen vexilloloog Klaes Sierksma en toenmalig burgemeester van Ritthem, Pieter Daniëlse, in 1958.
Links: Ongedateerde foto van Klaes Sierksma (fotograaf onbekend)/ Rechts: Pieter Daniëlse, burgemeester van Ritthem van 1939 tot en met 1 juli 1966, foto van circa 1965 (fotograaf onbekend)
Sierksma schreef dat jaar alle Nederlandse gemeenten aan om na te gaan of er een gemeentevlag gevoerd werd en zo ja, wilde hij weten hoe die eruit zag. Dit ten behoeve van zijn in 1962 verschenen “Nederlands vlaggenboek” in de Prisma-serie van uitgeverij Het Spectrum.
Brief van burgemeester Pieter Daniëlse (1908-1984) van Ritthem aan vlaggendeskundige Klaes Sierksma (1918-2007) (Collectie Sierksma, berustend bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag/ foto: Vlagblog)
Burgemeester Daniëlse beschrijft in zijn brief (hierboven) wel het gemeentewapen, maar merkt bij punt 3 op: “Deze gemeente bezit geen gemeentevlag, welke officieel bij raadsbesluit is vastgesteld”. In zijn boek kon Sierksma dan ook kort zijn en behandelde Ritthem in één zin: “De gemeentekleuren zijn groen en wit,”
Plattegrond van het in het zuidoosten van Walcheren gelegen Ritthem op een topografische gemeentekaart (Topografische Dienst/OpenStreetMap)
Op 1 juli 1966 werd bij de gemeentelijke herindeling van Walcheren de gemeente Oost- en West-Souburg (samen met de gemeente Ritthem) bij Vlissingen gevoegd. (Op een kleine strook in het noorden na, die bij Middelburg werd gevoegd en een strook in het westen, die naar Valkenisse ging, nu op zijn beurt inmiddels onderdeel van de gemeente Veere).
Het nieuws van de voorgenomen fusie van Oost- en West-Souburg (èn Ritthem) met Vlissingen, werd breed uitgemeten op de voorpagina van de PZC van 20 oktober 1965 (Krantenbank Zeeland)
Oost- en West-Souburg waren tot 1842 afzonderlijke gemeenten, elk met een eigen wapen. Het wapen van West-Souburg heeft een gouden veld met een rode burcht, dat van Oost-Souburg een zwart veld met een gouden burcht.
De voormalige wapens van West-Souburg (links) en Oost-Souburg (rechts)
De Hoge Raad van Adel voegde bij de gemeentelijke herindeling op 23 november 1842 beide wapens samen, zodat de linkerhelft werd ingenomen door Oost-Souburg en de rechterhelft door West-Souburg.
Het werd als volgt omschreven: Gepartiseerd van sabel en goud, waarop een burgt, gepartiseerd van goud en keel. Tegenwoordig wordt het omschreven als: Gedeeld van zwart en goud, met een van goud en rood gedeelde dubbele burcht over de delingslijn.
De vlag
Vlag van Oost- en West-Souburg
De vlag van Oost- en West-Souburg heeft het wapen middenin de vlag, die in twee kleuren is verdeeld: het goud (in de praktijk geel) van de “Oost-Souburgse burcht” aan de broekingszijde, en het rood van “West-Souburgse burcht” aan de vluchtzijde. Hoewel de vlag geen officiële status heeft, is het zonder meer een passende vlag: het wapenbeeld ‘vertaald’ naar een dundoek.
Interessant is natuurlijk te bedenken dat, hoewel de vlag bijna uitsluitend in Oost-Souburg te zien is, het evengoed de vlag van West-Souburg is (tegenwoordig de facto een wijk van Vlissingen). De vlag is bepaald succesvol te noemen en is zeker in de belangrijkste winkelstraten van Oost-Souburg (de Kanaalstraat en de Paspoortstraat) op meerdere plekken te zien.
Defileervlag
Overigens werd in Souburg tot aan de herindeling op 1 juli 1966 een andere vlag gebruikt, die steevast als de “gemeentevlag” werd aangeduid. Die term dekte de lading echter niet.
De vlag die hiermee werd bedoeld, was niets anders dan de Souburgse defileervlag uit 1938. De defileervlaggen werden voor het merendeel van de Nederlandse gemeenten ontworpen in verband met het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1938. Dit gebeurde volgens een vast systeem. Van de toenmalige elf provincies werden de kleuren uit het provinciewapen omgezet in horizontale banen. In het geval van Zeeland ging dat om de kleuren geel, rood, blauw en wit. Van iedere gemeente werd vervolgens het wapen in het kanton (de linkerbovenhoek) geplaatst. Op 8 september 1938, de dag van het jubileum kwamen jeugdorganisaties uit de honderden deelnemende gemeenten naar de Dam in Amsterdam, voor het huldebetoon aan de koningin, voorzien van hun eigen defileervlag.
Links: een foto van medio jaren ’60 van een sportieve bijeenkomst bij het toenmalige gemeentehuis van Oost- en West-Souburg (nu het studiogebouw van Omroep Zeeland), waarbij we de uit 1938 daterende defileervlag van het balkon zien hangen / Rechts: het wapen van Oost- en West-Souburg (1842-heden)
Hoewel de vlaggen na de festiviteiten hun functie verloren, waren er nogal wat gemeenten die hun defileervlag, bij gebrek aan een officiële gemeentevlag, deze vlag als zodanig gingen beschouwen. Na verloop van tijd wisten de meeste mensen vaak niet meer wat de achtergrond van de vlag was.
Bericht over de bestemming van de Souburgse “gemeentevlag” in de PZC van 26 april 1966 (Krantenbank Zeeland)
Kennelijk was dit ook in Souburg het geval, gezien de berichtgeving van de PZC in de aanloop naar de overgang van Oost-en West-Souburg naar Vlissingen. De Souburgse raad is op zoek naar een goede bestemming voor “de gemeentevlag” en opteert voor de vereniging “Souburgs Burgerzin”, in plaats van “een of ander museum”. Waar de vlag sindsdien gebleven is, is nog in onderzoek.
Het lijkt op de vlag van Zeeland, maar toch niet helemaal. Dat klopt, het is de vlag van het Amerikaanse stadje Zeeland in de staat Michigan. In 1847 zeilden 457 mensen vanuit Zeeland via Antwerpen en Rotterdam in drie schepen naar de Verenigde Staten onder leiding van hereboer Jannes van de Luyster uit Borssele. Hij financierde de hele onderneming.
Waarom vertrokken ze? De hoofdreden was religieuze vrijheid. Hoewel die vrijheid er in Nederland in theorie ook was, waren daar nog wel wat kanttekeningen bij te maken, zeker voor een groepering als de Afgescheidenen, die de invloed van de staatskerk wilde ontvluchten. Maar in de jaren daarna waren er ook nog andere redenen: de economische toestand, alsook de moeite die deze streng gereformeerde groep had met de vooruitgang op wetenschappelijk en sociaal gebied.
Er bestaat geen portret van Jannes van de Luyster (1789-1862), links is zijn graf, rechts het later toegevoegde monument, waarop ook zijn vrouw Dina Naaije wordt vermeld
De eerste groep die aankwam op de plek waar nu Zeeland ligt, was de groep onder Van de Luyster, op 27 juni 1847. De groep o.l.v. aannemer Jan Steketee arriveerde op 4 juli en de hekkesluiters kwamen op 1 augustus o.l.v. dominee van der Meulen.
Geïllustreerde kaart van Michigan uit 1946 door Jacques Lizou, met net rechts naast de cartouche een dame in klederdracht met een tulp in de hand bij de plaats Holland
Het eerste gebouw dat verrees, was niet geheel verrassend, een kerk. Binnen 25 jaar was Zeeland een gezond groeiend dorp en in 1907 werd het een stad. De plaats is inmiddels gegroeid tot ruim 5.500 inwoners, waarvan er velen nog steeds Nederlandse achternamen hebben.
De grootste stad in de buurt is Holland, met zo’n 33.000 inwoners, maar ook vinden we er plaatsjes met namen als Vriesland, Overisel, Drenthe, Graafschap, Zutphen en Noordeloos.
Als we nog wat verder inzoomen zien we Zeeland net ten noordoosten van Holland liggen (publiek domein)
De vlag
Vlag van Zeeland, Michigan
Zeeland heeft toestemming gekregen de vlag van de Nederlandse provincie Zeeland te gebruiken en heeft er wat eigen inbreng aan toegevoegd: de verticale strepen aan de broekingszijde en de tekst City of Zeeland, Michigan boven het wapen, plus Zeeland’s wapenspreuk Luctor et emergo eronder.
Links: Ter vergelijking, de vlag van de provincie Zeeland / Rechts: Stadslogo van Zeeland, Michigan, FEEL THE ZEEL
Zeeland, Michigan heeft ook een stadslogo: een donkerrode cirkel met een kapitale letter Z in het wit, die links op twee plekken de cirkelrand raakt, gevolgd door een (eveneens wit) uitroepteken. Eronder het motto FEEL THE ZEEL, waarbij de eerste twee woorden grijs zijn en het derde donkerrood. Rechts naast de cirkel ZEELAND in grijze kapitalen.
Welcome to Zeeland! (publiek domein)
Lewes, Delaware
Vlag van Lewes, Delaware
Naast Zeeland, Michigan is er overigens nóg een plaats in de V.S. die zijn vlag gebaseerd heeft op de Zeeuwse: Lewes, Delaware. De link met de provincie Zeeland is op z’n zachtst gezegd dunnetjes, maar dat heeft de ontwerper niet kunnen weerhouden.
Kaart uit 1639 van Johannes Vingbooms (1616/1617-1670) van het deel van Nieuw-Nederland gelegen in het tegenwoordige Delaware; op de linkeroever de (toen inmiddels verwoeste) nederzetting Swanendael
Bekend zijn de Nederlandse WIC-vestigingen uit de 17e eeuw in de tegenwoordige staat New York, maar ook zuidelijker, in wat nu de staat Delaware is, hebben de Nederlanders (net als de Zweden) hun sporen nagelaten.
Op 3 juni 1631 werd hier Swa(a)nendael (ook wel Zwa(a)nendael) gesticht door kolonisten uit Hoorn. Vóór de grote oversteek zeilde men eerst van Hoorn naar Veere (Zeeland dus), waar extra proviand werd ingeladen. De overtocht met het schip De Walvis verliep goed, maar Swa(a)nendael als kolonie was geen lang leven beschoren, want reeds in 1632 werden de Hollanders door de lokale Lenape-Indianen aangevallen en vermoord. Slechts twee jongens, de broers Pierre en Hendrick Wiltsee, wisten te ontsnappen.
Hoewel de WIC het gebied officieel niet opgaf, werden er ook geen serieuze pogingen meer ondernomen om het te herkoloniseren. In 1662 werd door Engelsen op de plek van het voormalige Swa(a)nendael Lewes gesticht, vernoemd naar de gelijknamige plaats in East Sussex.
En daarmee komen we bij de vlag van Lewes, Delaware. Hij werd in 1991 ontworpen door Alan Keffer. Op 13 september 2004 werd de stadsvlag officieel ingevoerd. Het is een samenvoeging van de wit-blauwe golven van de Zeeuwse vlag met daaroverheen het (ietwat uitgerekte) wapen van de Engelse stad Lewes. Verder twee gele banderollen: één boven het wapen met het stichtingsjaar 1631 (Swa(a)nendael dus) en één eronder met in kapitalen de naam van de stad LEWES, DELAWARE.
Hoewel de link met Zeeland er nogal bijgesleept lijkt, was de gedachte van Alan Keffer dat vanwege de naam Zeeland (zee en land) dit te verdedigen was, bij een kustplaats als Lewes. Plus dat de golven hem bevielen,
Dat de Slag bij Vlissingen op 17 april 1573 in ons collectief geheugen is verankerd, kunnen we niet echt zeggen. Het is dan ook niet een van die slagen die de loop van de geschiedenis veranderde. Even goed interessant om deze geschiedenis af te stoffen en een mooie aanleiding om een alternatieve Zeeuwse vlag te laten wapperen.
Kaart van Zeeland door Abraham Ortelius (1527-1598), uit de atlas “Miroir de Monde” (1598) (publiek domein)
Ruim een jaar eerder, op 6 april 1572, was Vlissingen in opstand gekomen tegen de Spaanse bezetters. Tussen 6 en 13 april werd de bezettingsmacht (een Waals garnizoen) de stad uitgejaagd, de laatste dagen geholpen door de Watergeuzen, die op 1 april Den Briel al hadden ontzet, waardoor deze twee steden zich aan de zijde van Prins Willem van Oranje schaarden.
Plattegrond van Vlissingen, gedateerd 1582, door Lodovico Guiccardini (1521-1589) (publiek domein)
Hoewel een jaar later al verscheidene steden dit voorbeeld hadden gevolgd, waren de Spaanse Nederlanden een lappendeken van gebieden die of wel of niet nog onder Spaans gezag stonden. Voor wat Zeeland betreft: belangrijke steden als Middelburg en Goes waren trouw gebleven aan de Spaanse Koning Filips II. Middelburg werd op dat moment door de Geuzen belegerd.
Links: Fernando Álvarez de Toledo y Pimentel, derde hertog van Alba (1507-1582) (hier beter bekend onder zijn vernederlandste naam Alva), portret uit 1549 door Antonio Moro (1519-1575) (Collectie Fondación Casa de Alba) / Rechts: Sancho d’Ávila (ook wel Dávila) (1523-1583), ets door Jacobus Eeffs (1610-na 1660) (Collectie Scottish National Gallery)
De landvoogd, de Hertog van Alva, kreeg de twee steden niet bevoorraad, omdat men dan langs het vijandige Vlissingen moest varen. Om dat op te lossen stelde Alva de Spaanse veldheer Sancho d’Ávila aan om Vlissingen te heroveren.
Plattegrond van Vlissingen (Flissinga) uit 1596 door Georg Braun en Frans Hogenberg (publiek domein)
D’Ávila stond bekend als een van de grootste militaire leiders uit die tijd, zijn bijnaam was ‘Oorlogsbliksem’. De herovering van Vlissingen was bepaald op 17 april. Met een overmacht van 15 schepen (assabres) verscheen de Spaanse vloot op de Vlissingse rede. De nog deels aanwezige geuzenvloot onder leiding van Lieven Keersemaker, koos ervoor dit gevecht niet aan te gaan en zeilde weg.
De Vlissingers waren echter niet van plan zich opnieuw te laten knechten en namen met hun kanonnen de Spaanse vloot onder vuur. Er ontstond zoveel schade aan de Spaanse schepen, dat de Geuzen de steven wendden om alsnog de strijd aan te gaan. Uiteindelijk wisten ze vier schepen in te nemen. De rest van de Spaanse vloot kon ontkomen en slaagde er in het ten oosten van Vlissingen gelegen Fort Rammekens (Zeeburg) te bereiken, waar twee lichte Spaanse oorlogsschepen lagen. Dit leidde in juni tot de Slag bij Rammekens.
Fort Rammekens anno 1649 door kaartenmaker Joan Blaeu (1596-1673) (publiek domein)
Slag bij Rammekens
De oorlogsschepen waren in Middelburg uitgerust. Het plan was met de verenigde Spaanse schepen de vloot van de opstandelingen te Vlissingen aan te tasten.
Links: Prent van een smakschip door Gerrit Groenewegen (1754-1826) uit ±1786-1789 (Collectie Zuiderzeemuseum, Enkhuizen) / Rechts: Fort Rammekens (1547), ten oosten van Vlissingen, nabij Ritthem (fotograaf onbekend)
Met smakschepen (lichte kustvaartuigen) vielen de Vlissingers de Spaanse vloot aan, terwijl ze vanuit Rammekens hevig werden beschoten. De assabres kapten hun ankertouwen, waarna ze strandden door de wind en de stroming. De bemanning sprong over boord, redde zich zwemmend of werd door de Zeeuwen afgemaakt. De assabres werden verbrand, op twee na die te Vlissingen werden binnengebracht. De Zeeuwen verloren in dit gevecht acht schepen.
Middelburg werd overigens alsnog via het heroverde Arnemuiden bevoorraad. Het zou nog tot 18 februari 1574 duren voordat het Spaanse garnizoen in Middelburg zich overgaf.
De vlag
Wat nu? Een nieuwe Zeeuwse vlag? Ja en nee. Ja, de vlag is recent, en nee, toch ook weer niet, want we kennen soortgelijke vlaggen uit de geschiedenis.
Van zowel de Slag bij Vlissingen als de Slag bij Rammekens zijn afbeeldingen bekend. Het interessante hiervan is dat er (voor zover valt na te gaan) voor het eerst afbeeldingen van een Zeeuwse vlag worden gebruikt.
Een afbeelding van de Slag bij Vlissingen getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen, 1573” door Frans Hogenberg (1535-1590) (Collectie Rijksmuseum)
De eerste daarvan zien we hierboven. Het is een tekening van Frans Hogenberg, getiteld “Overwinning op de Spaanse vloot bij Vlissingen,1573″. Op de prent zien we een zeeslag tussen een fiks aantal schepen (waarschijnlijk meer dan er waren). Het opvallendste echter is een kleine galei vlak boven de onderrand, iets links van het midden. Met enige moeite kunnen we zien dat dit schip een Zeeuwse vlag voert.
Detail uit de prent van Hogenberg: de galei met Zeeuwse vlag, waarschijnlijk de oudste afbeelding van deze vlag (Collectie Rijksmuseum)
Hierboven zien we de galei uitvergroot en kunnen we de vlag beter zien. Het laat het wapen van Zeeland zien (dat al veel langer bestond): een leeuw die uit de golven rijst.
“De Slag bij Rammekens, overwinning van de Vlissingse admiraal Ewout Pietersz. Worst, op de Spaanse transportschepen” door J. van de Graft, 1863 (Collectie Rijksmuseum)
Van de Slag bij Rammekens bestaan ook afbeeldingen, zoals hierboven, door J. van de Graft uit 1863, hij maakte dit naar het voorbeeld van een groot Zeeuws wandtapijt, dat heden ten dage in het Zeeuws Museum in Middelburg te zien is.
Wandtapijt van de Slag bij Rammekens, vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht, 1596 (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Het tapijt “De slag bij Rammekens” is er een uit een serie van zes die de Staten van Zeeland van 1593 tot 1604 lieten maken met daarop de zeeslagen in een nabij Zeeland tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebeeld. Het eerst tapijt werd gemaakt bij de Delftse tapijtweverij van François Spierincx, naar ontwerpen van zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom. De overige werden vervaardigd door het weversatelier van Jan de Maecht in Middelburg. Het Rammekens-tapijt stamt uit 1596.
Als we inzoomen op dit tapijt zien we de Zeeuwse vlag op een van de schepen (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)
Pas met je neus bovenop het meterslange tapijt is tussen alle schepen, vlaggen en vaandels ook hier een Zeeuwse vlag te zien en nu voor het eerst in kleur. Standaardisering van vlaggen was er niet in deze tijd, dus de Zeeuwse vlag van weleer is er in verscheidene variaties, maar consequent is wel steeds de leeuw die uit de golven lijkt te komen, het eeuwenoude Zeeuwse wapen. Hoewel het heraldisch gezien niet correct is om een wapenbeeld op een vlag te zetten is dat toch wat hier gebeurd is.
Nog verder inzoomend zien we de vlag duidelijker: banen in blauw en wit en een rode leeuw op een geel (gouden) veld (Collectie Zeeuws Museum, Middelburg)“Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg” uit 1615 door Adriaen van de Venne (1589-1662) (Collectie Rijksmuseum)
Ook op schilderijen komt de vlag voor, een mooi voorbeeld is het uit 1615 daterende werk van Adriaen van de Venne: “Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg”, waar aan een van de scheepsmasten prominent de Zeeuwse vlag in beeld is.
Detail uit het schilderij van Adriaen van de Venne waar we de Zeeuwse vlag duidelijk kunnen zien, hier in gezelschap van de Middelburgse geus (Collectie Rijksmuseum)
Na de Napoleontische tijd en de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden in 1813, verdween dit soort regionale vlaggen. Tot die tijd waren ze symbolen geweest van gewesten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, die het grotendeels in hun eigen gebied voor het zeggen hadden. In de begin 19e eeuw ontstane eenheidsstaat was dit niet langer aan de orde.
Provincievlag van 1949
Voor wat de huidige Zeeuwse vlag betreft: die werd net als veel andere provincievlaggen in de jaren na de Tweede Wereldoorlog vastgesteld, in een tijd dat er een nieuw regionaal besef was ontstaan. Gedeputeerde Staten lieten eind 1947 rijksarchivaris Willem Unger uitzoeken of Zeeland vroeger een eigen vlag had gehad. Hij kwam met twee vlaggen op de proppen, allereerst het tot vlag verwerkte Zeeuwse wapen dat we hierbovenzagen en een latere variatie, de Nederlandse vlag met in de middelste baan het Zeeuwse wapen.
Links: Voorbeeld van een Zeeuwse vlag waarbij het Zeeuwse wapen op de Nederlandse driekleur is geplaatst (Vlaggenkaart Tableau des pavillons que la plupart des nations arborent à la mer, 1756) / Rechts: Willem Unger (1889-1963), rijksarchivaris van Zeeland (publiek domein)
Het provinciebestuur liet de ontwerpen toetsen door de Hoge Raad van Adel in Den Haag, maar voorzitter Frans Beelaerts van Blokland liet geen spaan heel van de ontwerpen. Hij was streng in de leer, wat betekende dat wapens niet op vlaggen thuishoorden: “Op grond daarvan moge het U duidelijk zijn, dat de door U overlegde afbeeldingen bij de vaststelling van een vlag voor de provincie Zeeland geen van beide gevolgd kunnen worden”, aldus Beelaerts van Blokland in een brief van 3 juli 1948.
Links: Frans Beelaerts van Blokland (1872-1956) (publiek domein) / Rechts: Ontwerp van Beelaerts van Blokland voor een Zeeuwse vlag
De Raad was in deze tijd van mening dat alleen banenvlaggen goede vlaggen waren. Men was bereid voor de provincie een vlag te ontwerpen, in de kleuren van het Zeeuwse wapen, waardoor er een vlag met vijf horizontale banen zou moeten komen in de kleuren rood-geel-blauw-wit-blauw. Het Zeeuws provinciebestuur was teleurgesteld en vond de voorgestelde banenvlag niet mooi. Wat nu?
Inmiddels was het eeuwenoude Zeeuwse wapen voor het eerst officieel vastgesteld middels een Koninklijk Besluit van 4 december 1948, getekend door de kersverse Koningin Juliana. Het provinciebestuur liet n.a.v. het vaststellen van een vlag weten “dat er een bepaald verband behoort te bestaan tussen het wapen ener gemeenschap en de vlag”, duidelijke taal: toch het wapen weer.
Links: Wapen van de Provincie Zeeland, koninklijk goedgekeurd op 4 december 1948 / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse provincievlag (publiek domein)
Het was uiteindelijk Statenlid jonkheer mr. Tjalling Schorer, die met een ontwerp kwam waar het Zeeuwse bestuur zich in kon vinden, de huidige Zeeuwse vlag: een een blauw veld met drie golvende witte banen en het gekroonde Zeeuwse wapen in het midden.
Provincievlag van Zeeland (1949-heden)
De vlag werd op 14 januari 1949 goedgekeurd en op 30 maart aan Zeeland voorgesteld, middels een artikel in de Provinciale ZeeuwseCourant en een interview met jonkheer Schorer. Wat dhr. Beelaerts van Blokland van de Hoge Raad van Adel hiervan vond, is niet bekend, maar positief zal het niet geweest zijn!
Anno nu
We spoelen vooruit naar onze huidige tijd. Hoewel de Zeeuwse vlag sinds 1949 uitermate populair is geworden en dus een succesverhaal genoemd kan worden, zijn er ook genoeg mensen die vinden dat er in 1949 een grote fout is gemaakt door niet te kiezen voor de historische vlag van een beeldvullend wapen, net als op de wandtapijten en diverse schilderijen.
Een van deze mensen, Charles Schouw, die op Facebook actief is onder de naam Carolus Caminus, brak in 2020 een lans voor het herintroduceren van de historische vlag van Zeeland middels een bericht met de kop “Wie is er voor om de Zeeuwse vlag weer in zijn oude glorie te herstellen?”, Vervolgens was het was de Middelburgse makelaar Arjen de Pagter, een Facebookvriend van Caminus, die met dit idee aan de haal ging, door de vlag daadwerkelijk te laten maken, want met de huidige Zeeuwse vlag heeft hij niks, desgevraagd laat De Pagter me weten: “ik vind het een beetje een toeristenvlag.”
Het viel min of meer samen met het zoeken naar een logo voor het dan te openen van het restaurant ‘Zeeuwse Streken’, van zijn dochter en schoonzoon. Het logo werd het wapenbeeld zoals het vroeger op de Zeeuwse vlag voorkwam.
Rond dezelfde tijd nam De Pagter contact op met een vlaggenfabrikant om de historische Zeeuwse vlag te laten namaken volgens op internet gevonden voorbeelden van het Zeeuwse wapen.
Dat had nog wel wat voeten in de aarde, het logo van het restaurant was iets breder dan lang, maar een normale vlaggenmaat is 2:3, waardoor het wapenbeeld uitgerekt diende te worden. De Pagter: “De vlaggenmaker kwam steeds via de mail met een voorbeeld (“Is dit goed?”), maar dan zei ik: nee, die leeuw moet groter, maar ze konden hem op de een of andere manier niet opblazen.”
Kop van de nieuwe oude leeuw
Om de leeuw wat meer ruimte te geven moesten de golven enigszins zakken en wat smaller worden en vervolgens werd het dier enigszins uitgetrokken. En nog was het niet goed. De Pagter: “En toen ging de vlaggenmaker failliet. Maar ja, ik zei: we willen toch de vlag hebben. Toen stuurden ze’m op en toen bleken er langs beide zijden twee grote blauwe balken aan te zijn toegevoegd!” Een tweede zending zonder balken bleek wel naar de zin, waarmee de oude Zeeuwse vlag opnieuw het licht zag.
Eerste editie van de nieuwe oude Zeeuwse vlag met blauwe balken aan de zijkant! (screenshot)
Hoewel De Pagter dus niks met de huidige Zeeuwse vlag heeft, is hij er niet op uit om die met dit nieuwe oude ontwerp te laten vervangen. “Ik hoef er helemaal geen statement mee te maken, zo van: die vlag moet veranderd, ik vind het gewoon leuk en af en toe geef ik er een weg of ik verkoop er ‘ns een, meer als grapje”. Een vriend van hem uit Amsterdam heeft een boot en die voert er een aan boord. “dat vind ik prachtig, midden in Amsterdam”.
Op 15 april 1964 werd middels raadsbesluit nr. 7 de al eeuwenoude vlag officieel vastgesteld, opnieuw vastgesteld met raadsbesluit nr. 6 van 17 februari 1970.
Officiële beschrijving van de vlag van Goes (Collectie Hoge Raad van Adel, Den Haag / publiek domein)
De vlag
Vlag van Goes (vóór 1696-heden)
De vlag bestaat uit dertien rood-witte banen, zeven rode en zes witte. Vanaf de 15e eeuw wordt er voor het eerst gewag gemaakt van een Goese vlag We zien we haar aan het eind van die eeuw bijvoorbeeld afgebeeld op een uit 1696 daterende prent met de naam Zeeland veredelt.
“Zeeland veredelt”, kopergravure uit 1696 door Gerard Lairesse en Joseph Mulder, uitgave Christiaan Vermey (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen/ publiek domein)
Het toont de wapens van de “Gecommitteerde Raden van Zeeland, ter Admiraliteit en Rekenkamer en de raadsheren in de Raad van Vlaanderen”, met stadhouder Willem III op een zetel met baldakijn met het wapen van Zeeland, omringd door de vertegenwoordigers van de zeven Zeeuwse steden van de Eerste Edele (Willem III), allen voorzien van vlag en wapen van hun stad.
Links: Detail uit “Zeeland veredelt”, waarbij we links de Goese vertegenwoordiger zien met de gestreepte vlag van zijn stad en het wapenschild, naast hem zien we zijn Vlissingse collega/ Rechts: Vlag en wapen van Goes uit de historisch-topohrafische atlas “Zelandia Illustrata”, uit circa 1800(beide (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen/ publiek domein)
Ook in de historisch-topgrafische atlas Zelandia Illustrata uit circa 1800 van Jacob Verheye van Citters, komen we een afbeelding tegen van de Goese vlag.
Het centrum van Goes vanuit de lucht: midden op de foto de Grote of Maria Magdalenakerk, gebouwd tussen 1423 en 1621, links daarvan de katholieke Heilige Maria Magdalenakerk, gebouwd tussen 1905 en 1908, rechtsboven de Grote Markt (foto: Gemeente Goes / publiek domein)
*Met dank aan Olivier Mertens van de Hoge Raad van Adel
Vandaag is het 453 jaar geleden dat Vlissingen in opstand kwam tegen de Spaanse bezetting.
Het officiële logo (met het wapen van Vlissingen) voor de viering van de Vlissingse Opstand
6 april is de dag van de opstand van de Vlissingse bevolking tegen de Spaanse bezetters. Het jaar is 1572 en een paar dagen daarvoor, op 1 april hebben de Watergeuzen (het illegale anti-Spaanse verzet), Den Briel ingenomen. Niet op de Spanjaarden veroverd dus, zoals nog steeds, tot op de dag van vandaag wordt volgehouden. Viering en re-enactment worden dit jaar op zaterdag 12 april gehouden.
Watergeuzen gesommeerd te vertrekken
Om bij de Watergeuzen te beginnen: de vloot van circa 20 schepen van deze verzetsgroepering lag eind maart 1572 in Engeland bij de rivier de Medway, een vertakking van de Theems), buiten bereik van de Spanjaarden. Toen de Engelsen hun verhouding met Spanje wilden verbeteren, paste het herbergen van de Geuzen daar beslist niet bij. Ze werden dan ook gesommeerd te vertrekken.
Den Briel
Op 1 april vertrok de vloot richting Hollandse kust, maar er was geen vooropgezet plan waar ze heen zouden gaan. Toen ze bij Den Briel de kust bereikten, vernamen ze dat het Spaanse garnizoen kort daarvoor de stad had verlaten. Een gelukkig toeval was het zeker: besloten werd de stad in te nemen, zodat ze gelijk een nieuwe basis hadden. Zo geschiedde, De Briel werd ingenomen door de Watergeuzen.
Inname van Den Briel (Brielle) door de Watergeuzen op 1 april 1572, een prent van Johan Bierens de Haan (1867-1951), naar een ets van Frans Hogenberg (voor 1540-1590) (Collectie Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam)
Omdat men de stad in feite op een presenteerblaadje kreeg aangeboden, kunnen we bezwaarlijk van een revolutionaire daad spreken en een opstand kunnen we het al helemaal niet noemen. Het laat onverlet dat Den Briel de eerste stad was die vanaf 1 april niet meer onder Spaans gezag stond. Een tweede stad zou binnen een week volgen: Vlissingen, en wel na een daadwerkelijke opstand.
Vlissingen
De Vlissingse bevolking wordt kort gehouden, moet een massale inkwartiering van Waalse troepen ondergaan en men ondervindt hinder bij het uitoefenen van het werk, wat voor veel Vlissingers bestaat uit de visvangst. Tevens worden er in opdracht van landvoogd Alva voorbereidingen getroffen voor de bouw van een citadel op een plek waar eigenlijk een nieuwe haven stond gepland. Eind maart komt er bericht dat er vanwege de fortificatie het Waalse garnizoen op termijn zal worden vervangen door een nog groter garnizoen van 1.000 Spaanse soldaten. In het vroege voorjaar van 1572 arriveren Spaanse kwartiermeesters voor het in gang zetten van verdere voorbereidingen. In de stad ontstaat een groeiende onvrede en een wens de bezetters de stad uit te werken.
Plattegrond van Vlissingen met daarop geprojecteerd de geplande citadel van Alva, waarvan in 1572 de fundamenten gelegd waren, maar die uiteindelijk nooit gebouwd werd (publiek domein)
Het belang van Vlissingen was Alva’s (en daarmee Koning Filips II’s) tegenstander Willem van Oranje duidelijk en hij stuurde een van zijn volgelingen, Johan van Kuyk (ook wel Jan van Cuyk), heer van Erpt, als verkenner naar Vlissingen, waar hij eind maart of begin april aankwam. Hoewel 6 april de datum van de opstand is, begon de opmaat waarschijnlijk al op 2 april.
Het werd Van Kuyk duidelijk dat het stadsbestuur (‘de magistraten’) op de hand van Spanje was, ook al hadden ook zij moeite met de maatregelen van Alva, zoals de bouw van de citadel. Maar ja, pluche is pluche: ze waren bang hun posities te verliezen. Echter vier kapiteins van de schutterij (de bewapende burgerwacht) waren wél bereid tot samenwerking en actie onder leiding van Van Kuyk. Het ging om Jacob de Zwijghere (ook wel Zwighere), Hendrick van Baerle (beiden waren ook wijnkoopman), Glaude Willemsz. (afkomstig uit Normandië) en Pieter de Geldersman.
“Gezicht op Vlissingen”, schilderij uit 1669 door Pieter (of Petrus) Segaers (?-?) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)
6 april, de dag van de opstand
Op zondagochtend 6 april (Paaszondag) liet pastoor Derksen in de Onze Lieve Vrouwekerk (nu de Sint Jacobskerk) zich niet onbetuigd. Er werd door hem afgrijselijck gedonderd tegen de hardvochtige Spaanse bezetting. Daar een meerderheid van de Vlissingse bevolking nog steeds rooms-katholiek was, was het belangrijk dat zij ook ‘rijp’ gemaakt werden voor actie.
Detail van het hierboven afgebeelde schilderij van Segaers, met links de Westpoort met de Gevangentoren, iets rechts daarvan, met hoge topgevel, het Vlissingse stadhuis (1594 – afgebrand in 1809), helemaal rechts de 14e eeuwse Grote- of Sint Jacobskerk, iets links daarvan bij de ophaalbrug het Beursgebouw (1635), plus de verdedigingswerken aan de zeezijde: links het Keizersbolwerk (1548) en aan de andere kant van de haven het Rondeel (±1440) (Collectie Zeeuws Maritiem MuZEEum, Vlissingen)
Ondertussen was bij het stadhuis* een woedende menigte bijeengekomen die nog verder werd opgehitst door Johan van Kuyk. De groep werd nog groter na half elf, toen de kerkgangers de kerk verlieten en zich bij hen aansloten. Het was het startschot van de Vlissingse Opstand.
*) Dit ‘stads- en gevangenhuis’ bevatte de huidige panden Bellamypark 35 en 37 (tegenwoordig in gebruik bij Reptielenzoo Iguana) en het linkerdeel van Breestraat 8 (net om de hoek). Wat nu Bellamypark is, was vroeger deel van de haven, het westelijk deel waar het stadhuis zich bevond, heette toen de Bierkade. Tweeëntwintig jaar later zou het fraaie nieuwe stadhuis op de Grote Markt verrijzen, wat in 1809 na een beschieting door Engelse schepen geheel afbrandde).
Plattegrond van Vlissingen uit 1649 door Joan Blaeu (1598/99-1673) (publiek domein)
De verzamelde menigte toog vervolgens naar de zeedijk waar een Spaanse vloot van zeven schepen was gearriveerd. Johan van Kuyk loofde een beloning uit voor diegene die het eerste schot durfde te lossen op een van de schepen. Met deze vijandige behandeling vanaf de wal dacht de Spaanse bevelhebber dat er een grootscheepse aanval op handen was. Een van de opvarenden zwom als onderhandelaar naar de wal. De uitkomst was dat de Spanjaarden beloofden te vertrekken.
Artist’s impression door Cees van der Burght (1931-2015) van het moment dat er vanaf het Rondeel een schot wordt gelost op de Spaanse schepen(tekening gebruikt als kaft voor het boekje “Vlissingen in opstand tegen de Spanjaarden” van Doeke Roos, uit 1991)
Het zorgde voor een overwinningsroes bij de Vlissingers en de menigte verplaatste zich terug naar het stadhuis aan de Bierkade, waar ze werd toegesproken door de stadhouder van Zeeland, Anthonie van Bourgondië, die meedeelde dat als iedereen rustig naar huis zou gaan, er niets aan de hand zou zijn en dat de bevolking niet hoefde te vrezen voor represailles, maar de sfeer werd steeds vijandiger. Aan de vier rebelse kapiteins vroeg hij hun eigen handelwijze en die van de menigte schriftelijk te verklaren. Dat antwoord luidde: “Redenmoverende den gemeente der stadt van Vlissinghe omme de wapenenan te grijppen ende geen Spaensche soldaten binnen derzelver stede te ontvanghen in ’t geheel ofte deel”.
“Een ontmoeting van Anthonie van Bourgondië, stadhouder en luitenant-admiraal van Zeeland (voor de Spaanse zijde) met het hoofd van de Geuzen Van Kuyk (voor de Staatse zijde) te Vlissingen”, fantasieportret (kopergravure) van de ontmoeting van Anthonie van Bourgondië (?-1573), heer van Wakkene en Kapelle, stadhouder van Zeeland en luitenant-admiraal van Zeeland, Holland en Vlaanderen, met Johan van Kuyk, door Jacob Smies (1764-1833) en Jacob Ernst Marcus (1774-1826) (Zeelandia Illustrata, deel III, n.34)
De sfeer werd uiteindelijk dermate bedreigend dat de Zeeuwse stadhouder Anthonie van Bourgondië, besloot de stad onmiddellijk te verlaten, gevolg door de Spaanse kwartiermakers.
Portretpenning met de beeltenis van Anthonie van Bourgondië, de Zeeuwse stadhouder, die op 6 april de wijk nam van Vlissingen naar Middelburg , het randschrift luidt: Antonius a Burgondia, Do(minus) de Wacken(e), A(rchithalassus) F(landriæ), vrij vertaald: Anthonie van Bourgondië, Heer van Wakkene, Admiraal van Vlaanderen – Op de keerzijde een hand met een ontbloot zwaard in een vuurzee bovenop een voetstuk, met het randschrift: Virtuti Fortuna Cedit (Het geluk zwicht voor de dapperheid) (Collectie Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen)
Diezelfde middag nog trad er een deels nieuw stadsbestuur aan. Een aantal bestuurders mocht aanblijven, maar wel onder toezicht van een comité van hoplieden, waar onder meer de vier kapiteins (die we al eerder tegenkwamen) deel van uitmaakten, waaruit we kunnen afleiden dat de opstand op 6 april niet zomaar uit de lucht kwam vallen, maar dat er wel degelijk een plan klaarlag. De bevolking joeg tussen 6 en 13 april de Spaanse bezettingsmacht (het Waalse garnizoen) de stad uit, de laatste dagen geholpen door de inderhaast gealarmeerde Watergeuzen.
Een (fantasie)tekening van Simon Fokke (1712-1784) waarop uitgebeeld hoe de Spanjaarden en Walen uit Vlissingen worden verdreven (Collectie Rijksmuseum)
Opgehangen
In de tussentijd was op woensdag 9 april een brik op de Vlissingse rede verschenen. Aan boord was onder meer Hernando Pacheco, een kapitein van de Spaanse infanterie. Hij werd gevangengezet in het ‘stads- en gevangenhuis‘ aan de Bierkade (nu Bellamypark 35-37). Op 29 april werd hij voor dit gebouw opgehangen, samen met twee Spanjaarden uit zijn gevolg. Een steen in het wegdek met het jaartal 1572 herinnert hier nog aan.
Links: Markeringssteen met het jaartal 1572 in het wegdek op de plek waar de galg gestaan moet hebben / Rechts: Vlissingen rond 1550, het zuiden boven, noorden beneden, fragment uit het “Panorama van Walcheren” een werk in pen en waterverf van maar liefst 10,2 m x 43 cm, door Antoon van den Wijngaerde (±1525-1571), Museum Plantin-Moretus, Antwerpen
Pacheco/Pacieco
Curieus is dat er vele jaren later verwarring ontstond over de figuur van Hernando Pacheco en dat had, voor zover nu nog na te gaan is, alles te maken met onderstaande gravure uit 1703, waar de ophanging van de Spanjaarden op de Bierkade wordt afgebeeld. Het bijschrift vermeldt dat het om Don Pedro Pacieco gaat, bouwmeester van de landvoogd, de hertog van Alva.
“Don Pedro Pacieco opper krijgt bouwmeester des H. van Alva nevens twee Spaensche jonkers opgehangen tot Vlissingen in den Jaare 1572”, gravure uit 1703 van Jan Luyken (1649-1712) (publiek domein)
De namen Pacheco en Pacieco lijken erg op elkaar en in een tijd waarbij men het met de spelling niet altijd even nauw nam, is ergens tussen 1572 en 1703 dit verhaal een eigen leven gaan leiden. Hernando Pacheco werd edelman Don Pedro Pacieco, Alva’s neef en opperbouwmeester. Dat we dit nu weten is te danken aan Clazien Rooze-Stouthamer, die uitgebreid onderzoek deed voor haar in 2009 verschenen boek “Opmaat tot de opstand – Zeeland en het centraal gezag (1566-1572)“. Ze ontcijferde in Brusselse archieven in oud-Frans geschreven documenten, waarbij de persoonsverwisseling boven water kwam.
Plattegrond van Vlissingen uit 1582 (dus tien jaar na de opstand) door Lodovico Guicciardini (1521-1589), waarop we duidelijk de galg op deBierkade kunnen zien, iets linksonder de toren van de Sint Jacobskerk (publiek domein)
De bevrijdingen van Den Briel en Vlissingen vormden de opmaat voor de volksopstand tegen de Spaanse bezetter onder Willem van Oranje en in feite de ‘geboorte’ van Nederland.
Het belang van de opstand in Vlissingen ontging Willem van Oranje geenszins en op 7 mei 1572 schreef hij een bedankbrief aan de stad. Hij schreef onder meer: “U zal lof en eer oogsten van de andere landen, omdat u de eerste bent geweest die het vaderland zo’n goede en trouwe dienst hebt bewezen in deze ongemakkelijke tijd. U heeft daarbij eenvoorbeeld gesteld voor alle anderen, net als u, het juk van tirannie enslavernij van zich afwerpen”.
Voorzijde van de bedankbrief van Willem van Oranje (1533-1584) aan de stad Vlissingen, gedateerd 7 mei 1572 (Collectie Zeeuws Archief, Middelburg)
Viering en re-enactment
Omdat 6 april dit jaar op een zaterdag valt is het complete programma ook op deze dag voorzien, waarbij traditiegetrouw de ‘bulderpreek’ van pastoor Derksen -op de Oude Markt, naast de Sint Jacobskerk- op het programma staat.
‘Pastoor Derksen’ tijdens zijn bulderpreek in de Sint Jacobskerk tijdens een eerdere editie (2022) van de viering van de Vlissingse Opstand (fotograaf onbekend)
De viering en populaire re-enactment staan gepland vanaf 14.15 uur, te beginnen op het Rondeel aan de haven. De jaarlijkse optocht van ‘het volk in opstand’ begint om 15.00 uur, eindigend op het Bellamypark, waar Don Pacheco tussen 15.30 uur en 16.00 uur ‘opnieuw’ wordt opgehangen. Dat gebeurt voor de reptielenzoo, waar vroeger de galg stond.
Re-enactment van het opstandige Vlissingse volk, compleet met Vlissingse stadsvlaggen (foto: Firi den Hoedt)
De hele dag door is er in de binnenstad een middeleeuwse markt, er is een workshop middeleeuws vechten, Oud-Hollandse kinderspelen en er zijn diverse muziekoptredens. De ‘familievoorstelling’ “Meisje in verzet” wordt vandaag tweemaal opgevoerd in boekhandel ’t Spui aan de Oude Markt om 14.30 en 16.00 uur. Het stuk is van regisseur Pip Kelting.
De Prinsenvlag is de Nederlandse revolutievlag en is waarschijnlijk voor het eerst te zien geweest bij de inname van Den Briel. Al sinds jaar en dag wappert hij tegenwoordig op 6 april vanaf de Sint Jacobstoren als herinnering aan de Vlissingse Opstand.
De kleuren oranje, wit en blauw komen waarschijnlijk van de livreikleuren van prins Willem van Oranje, als kopstuk van het verzet tegen de Spanjaarden. En na de innames van Den Briel en Vlissingen kreeg hij dan ook al gauw de naam waaronder hij tegenwoordig nog steeds bekend is: Prinsenvlag (Princevlag in 1572).
Kussenblad met het wapen van de Gecomitteerde Raden ter Admiraliteit van Zeeland (wol en zijde, 1670) (Collectie Rijksmuseum, Amsterdam)
Eind 16e eeuw werd de Prinsenvlag door de Zeeuwse Admiraliteit ingevoerd voor schepen van oorloge voor Vlissingen en Veere, dan inmiddels met drie banen. Op verschillende schilderijen is de vlag ook op Zeeuwse schepen te zien.
De Prinsenvlag is de eerste vlag met horizontale banen, de vraag is alleen: hóéveel banen? Het precieze aantal banen van de vlag is nooit vastgesteld en komt in vele, vele varianten voor, van drie tot en met twaalf en alles er tussenin! Ook de onderlinge kleurvolgorde is nooit vastgesteld, met als gevolg dat de ene Prinsenvlag de andere niet is!
Links: Prinsenvlag met 3 banen / Rechts: Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia
De Prinsenvlag is tevens de basis voor de huidige Nederlandse vlag, waarbij het oranje inmiddels rood is geworden (dit gebeurde geleidelijk aan in de eeuwen daarvoor) en men drie banen meer dan genoeg vond.
Prinsenvlag met 11 banen op de replica van de Batavia, op de spiegel het wapen van Amsterdam (foto rechts)
De versie die hier vandaag wappert is opgebouwd uit het drie maal herhaalde oranje, wit blauw, van elkaar gescheiden door twee extra witte banen, een totaal van elf banen dus. Deze versie wordt ook gebruikt op de replica’s van 17e-eeuwse schepen van de Batavia-werf in Lelystad, maar dan met rode in plaats van oranje banen.
Vandaag is het 710 jaar geleden dat Vlissingen stadsrechten kreeg, verleend door Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337). Op 2 april 1315 tekende hij de oorkonde met 47 artikelen, waarin alle rechten, geboden en verboden werden opgesomd.
Links: Willem III, graaf van Holland en Zeeland (1287-1337), door Hendrik van Heessel (?-1470), tekening uit 1456 (publiek domein) / Rechts: Vlissingen in 1582 door Lodovico Guicciardini (1521-1589) (publiek domein)
Naast zaken als het recht stadsmuren te bouwen, (week)markten te houden of tol te heffen, kon een stad ook zijn eigen rechtspraak regelen. Willem III en zijn opvolgers profiteerden daar ook van: van opgelegde boetes verdween het grootste deel richting het grafelijke hof.
Plattegrond van Vlissingen (Filissinga) , handgekleurde kopergravure uit 1612 van Willem Jansz. Blaeu (1571-1638) naar een kaart van van Lodovico Da Guicciardini (1521-1589) uit zijn “Beschrijvinghe van alle de Nederlanden anderssins ghenoemt Neder-Duytslandt” uit 1567 (publiek domein)Uitvergroting van de wapens op de kaart hierboven: Zeeland, Oranje-Nassau en Vlissingen (publiek domein)
Andere plaatsen
Vlissingen was bij lange na niet de eerste stad in Zeeland, zeker 12 steden gingen Vlissingen voor: Aardenburg (1127), Hulst (1180), Biervliet (1183), Axel (1213), Middelburg (1217), Westkapelle (1223), Domburg (1223), Oostburg (1237), Sint Anna ter Muiden (1242), Zierikzee (1248), Sluis (1290) en IJzendijke (1303). Zeeuwse hekkensluiter is Terneuzen (1584).
Vlissingen anno 1740 door Adrianus ter Meer Derval, gedateerd 30 augustus 1931 (Collectie Zeeuws Archief)
Het zegt verder natuurlijk niets over de ouderdom van een plaats. In het geval van Vlissingen wordt nu aangenomen dat het dorp Vlissingen omstreeks 1150 is ontstaan. Nadat Walcheren in 1134 bij een grote stormvloed bijna geheel onder water kwam te staan, werd er in de jaren daarna hard gewekt aan herstel door middel van dijkaanleg. Het gebied waar nu Vlissingen ligt, had een natuurlijke haven en het plaatselijke veen leverde zout en brandstof. Het dorp begon dan ook als een vissersdorp en een plek waar je zout kon delven. Al met al is Vlissingen als plaats inmiddels dan dus zo’n 875 jaar oud.
De Vlissingse stadsvlag is een van de oudere en bekendere vlaggen van het land en komt op verschillende schilderijen vanaf de 15e eeuw voor, meestal zeegezichten en zeeslagen. Hieronder een voorbeeld: een schilderij van Hendrick Vroom:
Maar ook in verschillende oude vlaggenboeken en op vlaggenkaarten komt ze al voor. Hieronder een greep daaruit:
Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Christoph Weigel (1718) / Rechts: Detail uit Tableau des pavillons que la pluspart des nations arborent à la mer (1756)Links: Detail uit Flaggen aller Seefahrenden Potenzen und Nationen in der Gantzen Welt, vorgestellt von Matthæus Seutter in Augspurg (1764) / Rechts: Detail uit Schouw-park aller scheeps-vlaggen van Gerard van Keulen (1775)Links: Detail uit Bowles’s universal display of the naval flags of all nations in the world (1783) / Rechts: Detail uit A display of the naval flags of all nations (1838)Afbeelding van de Vlissingse vlag in “De Nederlandsche vlag” van C. de Waard uit 1900 (uitgave J.B. Wolters / publiek domein)
De vlag is rood met daarop in het midden afgebeeld het stadswapen van Vlissingen, als vanouds een (meestal gekroonde) fles. Het wapen werd pas officieel bevestigd bij een Besluit van de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 en luidde als volgt:
Van keel (rood), beladen met een Jacoba’s kruikje van zilver (wit), gekroond, geketend en gecierd van goud (geel). ’t Schild gedekt met een kroon, mede van goud.
Links: Wapens en namen van de Gecommiteerde Raden van Zeeland en de steden van Zeeland (Zeeland veredelt), door Joseph Mulder naar Gerard de Lairesse (1688-1691) (publiek domein) / Rechts: Detail uit deze voorstelling met de Vlissingse vlag en het Vlissingse wapenschild
In de eeuwen voor dit besluit, nam men het bij gebrek aan een officiële beschrijving van zowel wapen als vlag, niet zo nauw: de fles werd ook wel in geel afgebeeld, de kroon in wit, of zoals eerder vermeld, zónder kroon, mét en zónder ketens. Hoewel het rode veld redelijk consequent werd gebruikt zijn er ook afbeeldingen bekend met de Prinsenvlag als achtergrond, of het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag. Het rode veld is waarschijnlijk voortgevloeid uit de tijd van de kaapvaart. Kapers voerden vaak een rode vlag en Vlissingse kapers waren dan weer herkenbaar aan het stadswapen op zo’n vlag.
Hoewel de vlag sinds de 19e eeuw al aardig gestandaardiseerd was, werd hij pas officieel bevestig in een raadsbesluit van 31 augustus 1973 en dat luidde als volgt:
Rood met op het midden een wit jacobakannetje, geel geketend en gesierd en erboven een gele kroon van drie bladeren en twee parels, een en ander ter hoogte van vier vijfde van de vlaghoogte.
Op 14 maart 2003 werd de Westerscheldetunnel geopend en daarmee is hij vandaag 22 jaar oud. Met zijn 6,6 km lengte is het de langste tunnel in Nederland. Na de opening verdween het Westerschelde-veer tussen Kruiningen en Perkpolder. Dat tussen Vlissingen en Breskens werd een fiets/voet-veer, fast ferry genaamd
Uiteraard is dit vanuit het perspectief van ‘boven de Westerschelde’ geschreven: vanuit Zeeuws-Vlaanderen was nu plots de rest van Zeeland makkelijker te bereiken.
Sinds 30 december 2024 is de tunnel tolvrij, behalve voor vrachtverkeer.
De vlag
Vlag van Zeeuws-Vlaanderen (2009-heden)
De Zeeuws-Vlaamse vlag bestaat sinds 2009. Dingeman de Koning uit Axel ontwierp hem volgens heraldische regels.
Dingeman de Koning, ontwerper van de vlag (screenshot)
De bovenste rode strepen komen uit wapen en vlag van Sluis, de onderste blauwe strepen uit die van Terneuzen en stellen de Noordzee, de Westerschelde en het Zwin voor.
De vlaggen van Sluis (2003), Terneuzen (2003) en Hulst (1956)
De gele baan met Leeuw herinnert aan de vlag van Hulst en aan die van Vlaanderen, waarin ook een zwarte leeuw is afgebeeld. Zeeuws-Vlaanderen voelt zich verbonden met Nederland, en dat wordt uitgedrukt met de kleuren rood-wit-blauw. De verbondenheid met Vlaanderen komt terug door de kleuren zwart-geel-rood.
De vlaggen van Vlaanderen, Nederland en België
Dat juist symbolen van Sluis, Terneuzen en Hulst zijn gekozen, kwam niet alleen goed uit om die verbondenheid weer te geven, maar tevens omdat deze drie steden de naamgevers zijn van de huidige drie gemeentes waaruit Zeeuws-Vlaanderen bestaat.
In het oorspronkelijke ontwerp stond de Leeuw in het midden van de vlag, maar de Hoge Raad van Adel gaf als tip mee het dier iets meer naar de broekings- of mastzijde te plaatsen. Als het niet al te hard waait, is dit het vlaggedeelte wat als eerste zichtbaar is bij een zuchtje wind.
Het gedachtengoed van de vlag wordt bewaard en bewaakt door de Stichting De Zeeuws-Vlaamse vlag.
Vandaag is het 72 jaar geleden dat Zuidwest-Nederland door een zware noordwesterstorm, in combinatie met springtij, deels overstroomde. Daarbij vielen in totaal 1836 doden.
De zware storm stak op 31 januari de kop op. Een ‘voorproefje’ van de ellende die het zou veroorzaken, was het vergaan van de MV Princess Victoria, een roll-on/roll-off-veerboot die een dienst onderhield tussen Stranraer (Schotland) en Larne (Noord-Ierland), waarbij 133 van de 177 passagiers verdronken.
In de nacht naar 1 februari had de diepe depressie de Noordzee bereikt, waarbij de windrichting de stormvloed (verhoogd door springtij) het water hoog opstuwde. Steeds hoger naarmate de zuidelijke trechtervorm van de Noordzee bereikt werd, bij een gemiddelde windkracht van 10 Beaufort. Met ruim 4 meter boven NAP overstroomden in de vroege ochtend verschillende gebieden in het zuidwestelijke deltagebied.
Het Keizersbolwerk in Vlissingen met het standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter op 31 januari 1953 (foto: Charles Dert)
Vrijwel geheel Goeree-Overflakee en Schouwen-Duiveland liepen onder water, net als delen van Voorne-Putten en de zuidelijke oever van het Hollands Diep, inclusief de Biesbosch.
Kaart behorend bij het boek “De Ramp’, het officiële herdenkingsboek uit 1953 met in donkergroen de overstroomde gebieden
Daarnaast een groot deel van Tholen, geheel Sint Philipsland en grote delen van oostelijk Zuid-Beveland. Vanuit het Veerse Meer liep een deel van Noord-Beveland onder.
Evacués uit Tholen met hun huisdier in de trein (foto: Hans Akkersdijk)
Walcheren kwam er nog enigszins genadig af, net als Zeeuws-Vlaanderen, hoewel daar ook veel schade was. Ook de binnenstad van Vlissingen liep onder.
Molen “De Zwaan” uit 1886 bij Moriaanshoofd/Kerkwerve op het ondergelopen Schouwen-Duiveland(Archief Gemeente Schouwen-Duiveland)
In België liep Oostende onderwater en braken de dijken op 37 plaatsen, het aantal slachtoffers bleef beperkt tot 28. In Engeland werd zo’n 16 km aan kust verwoest en liepen delen van Norfolk, Sussex, Essex en Kent onder waarbij 307 slachtoffers vielen, waarvan 224 op zee.
“Hoogteligging van Nederland – voor zover lager dan 5 m + NAP”, kaart uit de jaren vijftig van de vorige eeuw (Topografische en Hydrografische Dienst)
Het zwaartepunt echter lag in Zuidwest-Nederland, waar in totaal 165.000 hectare land overstroomde en waarbij 1836 doden vielen, zo’n 100.000 mensen verloren huis en bezettingen. Vele tienduizenden dieren verdronken, zowel huisdieren als koeien, paarden, schapen en varkens.
Overzicht door Rijkswaterstaat van de Deltawerken
Het leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Deltawerken, ter bescherming van het laaggelegen deltagebied met al zijn eilanden en schiereilanden. Dammen werden aangelegd: de Veerse Gatdam, Oesterdam, Zandkreekdam, Brouwersdam, Grevelingendam, Philipsdam. Hellegatsdam, Haringvlietdam, Volkerakdam en de water doorlatende Oosterscheldekering, alsmede de Maeslantkering en de Hollandsche IJsselkering.
Het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het is gevestigd in vier Phoenix caissons, die gebruikt werden om het laatste dijkgat te sluiten (fotograaf onbekend)
Herdenkingen
Zoals ieder jaar is er op deze dag een herdenking ter nagedachtenis aan alle slachtoffers bij het Nationaal Monument Watersnoodramp in Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland), gelegen naast het Watersnoodmuseum.
De vlag
Vlag van Zeeland (1949-heden)
In een besluit van Gedeputeerde Staten wordt de Zeeuwse vlag als volgt omschreven: Een blauwe vlag, waarover drie gegolfde witte banen, ieder van een zevende der vlaggenhoogte en over alles heen in het midden, als hartschild, het gekroonde wapen van Zeeland.
Net als bij de meeste provincievlaggen, werd de Zeeuwse vlag pas na de Tweede Wereldoorlog officieel vastgesteld. Toch gaan vroege versies van de vlag wel degelijk ver terug en dat heeft eigenlijk alles te maken met het wapen.
Links: Titelblad van Le champion des dames (1451), Armoiries et devises de Philippe le Bon / Rechts: Detail van he titelblad met het wapen van Zeeland (Conte de Zellande) (publiek domein)
Reeds in 1451 komt het wapen voor op het titelblad van Le champion des dames. Op een afbeelding in dit boek zien we Hertog Filips de Goede omringd door de wapens van 16 gewesten. Later, zowel vóór, tijdens als na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), komt het wapen ook voor op vlaggen met de Nederlandse driekleur (waarbij het rood dan soms nog oranje is). Ook werd het wapen wel afgebeeld als vlag, waarbij het vaak het hele doek dus in beslag nam.
Links: Afbeelding van de Zeeuwse vlag, detail op het wandkleed van de Slag bij Rammekens (11-14 juni 1572), in bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg (foto: Vlagblog) / Rechts: Een afbeelding van de Zeeuwse vlag op het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag, detail van “Schouw-park aller Scheept-Vlaggen des gehele water-werelds’, door Peter Schenk (1711)
De wapenspreuk Luctor et emergo (Ik worstel en kom boven) stamt uit de Tachtigjarige Oorlog. Hij wordt nu vaak gelinkt aan de strijd tegen het water, maar stond destijds symbool voor de strijd tegen de Spaanse Koning Filips II.
Het duurde uiteindelijk tot 14 januari 1949 voordat de Zeeuwse vlag officieel werd vastgesteld. De ontwerper was de Zeeuwse gedeputeerde Tjalling Schorer. Het wapen werd door hem in het midden van de vlag geplaatst.
Links: Compleet wapen van Zeeland (officieel vastgesteld op 4 december 1948), mét schildhouders en wapenspreuk / Rechts: Jonkheer mr. Tjalling Schorer (1909-1988), ontwerper van de Zeeuwse vlag (publiek domein)
En hoewel het wapen drie blauwe banen toont, kreeg de vlag er vier, zodat zowel boven- als onderkant blauw zijn, wat optisch beter werkt.
Inmiddels is de Zeeuwse vlag niet meer weg te denken, ze is uitermate populair en is dan ook op heel veel plaatsen in de provincie te zien, zowel zakelijk, toeristisch als particulier.
Op 1 januari 1970 vond er op Zuid-Beveland (Zeeland) een grote gemeentelijke herindeling plaats. Het schiereiland ging van 24 naar 4 gemeentes: Goes, Reimerswaal, Kapelle en Borsele.
Van al deze gemeentes zouden we de vlag kunnen laten wapperen dus, maar gekozen is voor Borsele, dat het complete zuidelijke deel van het schiereiland omvat, de zogenaamde Zak van Zuid-Beveland.
De nieuwe gemeente Borsele (met één ‘s’) was een samenvoeging van 12 gemeentes (met in totaal 15 kernen): Borssele (met dubbel ‘s’), Baarland, Driewegen, Ellewoutsdijk, ‘s-Gravenpolder, ‘s-Heer Abtskerke, ‘s-Heerenhoek, Heinkenszand, Hoedekenskerke, Nisse, Oudelande, Ovezande en een gedeelte van ‘s-Heer Arendskerke (het andere deel ging naar Goes).
Locatie van de gemeente Borsele
Dat de gemeentenaam Borsele met één ‘s’ wordt geschreven en het dorp Borssele met dubbel ‘s’, is gedaan om verwarring te voorkomen.
De vlag
Vlag van de Gemeente Borsele (1971-heden)
De gemeentevlag werd ingevoerd op 5 januari 1971 en werd ontworpen door de Stichting voor Banistiek en Heraldiek. De officiële beschrijving luidt als volgt:
Gegeerd van twaalf stukken van blauw en wit rond de scheiding van broeking en vlucht; voor het geheel, eveneens op de scheiding van broeking en vlucht, een ruit met zijden van ¼ van de vlaghoogte, waarop drie horizontale banen van zwart en wit en van gelijke hoogte; deze ruit is omzoomd met een smalle rode rand.
Links: Wapen van het dorp Borssele / Rechts: Wapen van de Heren van Borssele, met het schild dat zowel voor het dorpswapen als het gemeentewapen is gebruikt en tevens op de gemeentevlag is te zien
De ruit in het midden, met de zwart-wit-zwarte horizontale banen, staat voor het adellijke geslacht Van Borssele (tevens het wapen van het dorp Borssele). De 12 blauw-witte geren (uitlopende banen) staan voor de 12 voormalige gemeentes waaruit Borsele is samengesteld. De 13e gemeente, ‘s-Heer Arendskerke, waarvan slechts een deel bij Borsele kwam, wordt vertegenwoordigd door de ruit. De invloed van het invloedrijke geslacht Van Borssele, die als een rode draad door de geschiedenis van dit gebied loopt, wordt voorgesteld door de rode omkadering van de ruit. Voor de kleuren wit en blauw is gekozen omdat die veelvuldig in de oude gemeentewapens voorkwamen en met het rood erbij zijn ook de kleuren van Nederland vertegenwoordigd.
De dorpsvlaggen
De vijftien dorpskernen hebben allemaal een eigen vlag, al of niet officieel. Tijd dus voor een vlaggenparade, de dorpen van de Gemeente Borsele:
Relatieve nieuwkomer in deze rij is Kwadendamme, waarvan de vlag in juni 2022 werd gepresenteerd en op 21 juli officieel werd aangenomen. Maar de nieuwste vlag is die van Nieuwdorp, eind vorig jaar konden de dorpsbewoners uit drie ontwerpen van Ad Beenhakker kiezen, zodat nu alle vijftien dorpen van een vlag zijn voorzien.
Omdat van ‘s-Heer Arendskerke alleen een klein deel ten zuiden van de A58 bij Borsele kwam, ontbreekt die dorpsvlag hier, maar dat kleine stukje wordt dus wel vertegenwoordigd door de ruit op de gemeentevlag.