De Nederlandse Veteranendag, zoals deze dag officieel heet, werd door de regering ingesteld in 2005. Als eerbetoon aan Prins Bernhard, die altijd nauw verbonden was met de veteranen (en op Bevrijdingsdag altijd hun defilé afnam in Wageningen), werd daarvoor zijn geboortedag gekozen, 29 juni. Toen in 2008 de 29e juni op een zondag viel, werd de Veteranendag één dag eerder, op zaterdag 28 juni gehouden.
Prins Bernhard (1911-2004) tijdens het afnemen van het defilé in Wageningen (fotograaf onbekend)
Dat beviel goed, omdat meer mensen gelegenheid hadden de dag mee te maken. Dit leidde tot het besluit om vanaf 2009 de jaarlijkse manifestatie op de laatste zaterdag van juni te houden. Naast de Nationale Veteranendag bestaan er ook talloze regionale en gemeentelijke veteranendagen, maar dat hoeft niet samen te vallen met de landelijke dag. Zo was bijvoorbeeld de Zeeuwse Veteranendag op 10 juni dit jaar.
Definitie
Maar wie vallen er precies onder de term “veteranen”? Welnu, dat heeft het Nederlands Veteraneninstituut als volgt gedefinieerd: “In Nederland vallen de volgende personen onder de definitie veteraan: De militair, de gewezen militair, of de gewezen dienstplichtige, van de Nederlandse krijgsmacht, dan wel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, alsmede degene die behoorde tot het vaarplichtig koopvaardijpersoneel, die het Koninkrijk der Nederlanden heeft gediend onder oorlogsomstandigheden dan wel heeft deelgenomen aan een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen. In 2014 kende minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert de veteranenstatus ook toe aan militairen die hebben deelgenomen aan de beëindiging van de gijzelingsacties in 1977”
Logo van het Nederlands Veteraneninstituut
Programma
De aftrap voor Veteranendag was eigenlijk gistermiddag al: rond 13.00 uur sprong een aantal parachutisten af boven de Haagse Hofvijver.
De Hofvijver in Den Haag vlak voor het springen (screenshot)De eerste parachutistlandt keurig in de Hofvijver(screenshot)En de tweede ook (screenshot)
Het programma voor dit jaar voorziet in een speciale ceremonie in de Koninklijke Schouwburg voor genodigden als begin van het programma. Het programma vermeldt de ontvangst van “honderden veteranen en andere gasten”, die toegesproken zullen worden door minister-president Mark Rutte en de voorzitter van het Nationaal Comité Veteranendag, drs. Jaap Smit.
Voorzitter van het Nationaal Comité Veteranendag, Jaap Smit (1957), tevens is hij Commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland (fotograaf onbekend)
Dit in aanwezigheid van Z.M. de Koning, de Ridders Militaire Willemsorde, leden van het parlement en andere autoriteiten. De muziek wordt verzorgd door het Orkest van de Koninklijke Luchtmacht met de jonge solisten Julian Thomas en Nyjolene Grey. In het programma staan de persoonlijke verhalen van vier veteranen centraal. De opening wordt uitgezonden door Omroep West en Omroep Brabant.
Nyjolene Grey tijdens een optreden in 2021 met de Air Force Allstars (screenshot)
De medaille-uitreiking die doorgaans op het Binnenhof plaatsvind, wordt vanwege verbouwing van de parlementsgebouwen verplaatst naar het Lange Voorhout, voor het Eschermuseum (het voormalige Paleis Lange Voorhout). Dit jaar zullen zo’n 70 militairen een medaille opgespeld krijgen om ze te bedanken voor hun inzet.
Het traditionele defilé van bijna 4.000 militairen en veteranen (mét fly-past) aan de Kneuterdijk start om 13.00 uur en wordt afgenomen door Koning Willem-Alexander.
Het gronddefilé wordt voorafgegaan door een luchtdefilé met achttien historische en moderne vliegtuigen. Nergens in Nederland is deze combinatie te zien van veteranen uit alle missies, militairen van de hele krijgsmacht, civiele en militaire muziekkorpsen en legervoertuigen, historisch en modern. Ook veteranen die nu bij de politie, douane of het Leger des Heils werken, lopen mee. Dit onderdeel is tot 14.30 uur gepland.
De dag wordt voortgezet op het Malieveld, waar militair materieel is te zien, tenten van veteranenorganisaties en militaire musea. En daarnaast is er vanaf ± 15.00 uur ook muziek, naast een hapje en een drankje.
De vlag
Veteranenvlag (2005-heden)
De Veteranenvlag bestaat uit drie centrale diagonale banen in rood, wit en blauw, die van de onderzijde van de broeking naar de bovenkant van de vlucht lopen. Het vlak aan de bovenkant van de broeking is lichtblauw, dat aan de onderkant van de vlucht legergroen. In het midden van de vlag zien we het goudkleurige logo van de veteranen.
Links: Het Draaginsigne Veteranen (foto: Spraak Verwarring) / Rechts: Piet Bultsma (1953) ontwerper van het insigne (fotograaf onbekend)
Wat het logo betreft: dit is een ontwerp van Piet Bultsma, een Nederlands heraldicus en wapentekenaar. Wat we hier zien is eigenlijk de bovenkant van het Draaginsigne Veteranen, ingesteld op 20 januari 2003. Het heeft de vorm van een gestileerde goudkleurige zwaardschede, die tevens de letter ‘V’ vormt. Het draaginsigne is 14 mm breed en 23 mm lang. Zoals het NederlandseVeteraneninstituut het verwoordt: “Het draaginsigne staat symbool voor de waardering voor het risicovolle werk dat veteranen in het verleden als militair in naam van de samenleving hebben verricht”.
Edo van den Berg (1974), ontwerper van de Veteranenvlag met de vlag om zijn schouders (in 1995 op missie Dutchbat 3, Bosnië-Herzegovina, als anti-tankschutter) (fotograaf onbekend)
Wat de gebruikte kleuren betreft: die zijn onlosmakelijk verbonden met de zoektocht naar een geschikte veteranenvlag door ontwerper Edo van den Berg, zelf een (Bosnië)veteraan. Die zoektocht begon eigenlijk doordat hij net als veel andere veteranen een posttraumatische stressstoring (PTSS) had opgelopen en daarvoor in therapie was. Het werd hem en zijn medeveteranen ten strengste af te raden om naar Den Haag af te reizen tijdens de Nationale Veteranendag omdat dit de slagingskans van de therapie in gevaar zou kunnen brengen. Van den Berg wilde de dag toch markeren, was het niet in Den Haag, dan thuis. Hij zei daarover: “Ik wilde met een signaal kunnen laten zien dat er iets bijzonders aan de hand was, en niet alleen in Den Haag. De gebruikelijke Nederlandse vlag wordt door sommige dorpsbewoners wel uitgehangen op 4 en 5 mei en tijdens de Nationale Veteranendag, maar ik wilde een aparte vlag voor veteranen ontwerpen waardoor mensen ook vragen zouden gaan stellen.”
Edo van den Berg met “zijn” vlag(fotograaf onbekend)
Zijn eerste idee was heel eenvoudig: het veteranenlogo op de Nederlandse vlag zetten. Maar daar stak de vlaggenproducent een stokje voor, omdat het direct bewerken van de officiële Nederlandse vlag verboden is. “Het werd daardoor een stuk ingewikkelder om iets te ontwerpen waarin de Nederlandse identiteit wel herkenbaar zou zijn, want dat wilde ik graag.” Terug bij af begon hij, zoals hij het zelf verwoordt “wat gaan aanklooien” op de pc in de therapieruimte.
Dat leidde tot een ontwerp waarbij de Nederlandse kleuren diagonaal op de vlag werden geplaatst, wat wél mag. De lichtblauwe kleur wilde hij er graag bij als veteraan van een V.N.-missie. Maar in zijn therapie groep zaten tevens veteranen die in Afghanistan, Libanon en Nieuw-Guinea hadden gediend en één van hen vroeg zich af of de vlag niet symbool zou moeten staan voor álle Nederlandse veteranen, en niet alleen voor diegenen die in Bosnië waren geweest. Naast de kleur lichtblauw voegde Van den Berg ook legergroen toe.
Zodoende hebben alle kleuren ook een symbolische betekenis: de lichtblauwe, blauwe en legergroene kleuren staan symbool voor alle veteranen die zich als onderdeel van de landmacht (legergroen), de marine, de marechaussee (beide blauw) of de luchtmacht (lichtblauw, maar tevens V.N.-missies) hebben ingezet. te land, ter zee, en in de lucht. De kleur wit staat voor de vrede, rood voor alle gesneuvelde militairen en andere oorlogsslachtoffers. Daarnaast staan de kleuren rood-wit-blauw uiteraard ook voor Nederland.
Het duurde een aantal jaren voordat de Veteranenshop zich over de vlag ontfermde en daarmee Van den Berg ontlastte, die tot die tijd de verkoop zelf deed. Zodoende werd haar voortbestaan gegarandeerd en groeide de vlag zelfs uit tot een nationaal symbool dat tegenwoordig op Veteranendag op veel plaatsen prominent aanwezig is.
Vandaag de 38e verjaardag van de vlag van Sint Maarten.
Satellietfoto van Sint Maarten/Saint-Martin (publiek domein)
De vlag
De vlag van Sint Maarten (1985-heden)
Tot 13 juni 1985 werd de vlag van de Nederlandse Antillen op Sint Maarten gebruikt. Vanaf die datum werd er een eigen vlag ingevoerd. Na de omvorming tot een land binnen het koninkrijk werd de vlag gehandhaafd.
De twee versies van de vlag van de Nederlandse Antillen. Links met zes sterren (1959-1986) en rechts met vijf sterren na de uittreding van Aruba (1986-2010)
De vlag is een horizontale tweekleur in rood en blauw, met een witte driehoek aan de broekingszijde. De kleuren rood, wit en blauw geven de verbondenheid weer met Nederland.
Het wapen van Sint Maarten (1982-heden)
In de witte driehoek is het wapen van Sint Maarten afgebeeld. Het is een blauw schild, oranje omzoomd (het oranje symboliseert de verbondenheid met het Huis van Oranje-Nassau). Op het schild is een gebouw in zilver afgebeeld: het voormalige Paleis van Justitie in de hoofdstad Philipsburg. Twee symbolen zijn boven het gebouw afgebeeld: links een boeket van de wisselbloem (lantana camara) in goud (de nationale bloem van Sint Maarten) en rechts het monument van de Frans-Nederlandse vriendschap in zilver.
Twee van de onderdelen uit het wapen van Sint Maarten (en daarmee ook van de vlag): Het Constitutioneel Hof (Courthouse) In Philipsburg, gebouwd in 1793, oorspronkelijk het kantoor van John Philips (1688-1746), een (Schotse) commandeur in Nederlandse dienst, waar de hoofdstad naar vernoemd is, plus rechts het silhouet van een pelikaan (foto links: Richie Diesterheft / foto rechts: publiek domein)
Boven het schild is een ondergaande zon te zien met daarvoor een bruine pelikaan in vlucht. Een gouden banderol omkranst de onderkant van het schild met daarop in groene kapitalen de wapenspreuk van Sint Maarten: Semper progrediens (Altijd op weg). Het wapen werd vastgesteld op 17 november 1982.
Om nog kort iets te zeggen over de Franse kant van het eiland: de officiële vlag hier is de Franse tricolore. Lokaal wordt er een onofficiële logo-vlag gevoerd.
De Franse tricolore en de logo-vlag van Saint-Martin
Op het internet circuleert verder een vlag die tot nu toe niet op het Franse Saint-Martin is aangetroffen. Waarschijnlijk heeft iemand zich vexillologisch vermaakt met het ontwerpen van een vlag.
Een hoax?
Vlaggen-afficionado Hernán Bustelo had de volgende theorie in 2012 over deze mysterieuze vlag: “Het vlagontwerp lijkt op een wit martini-glas tegen een blauwe achtergrond met daarin een rode vloeistof en een schijfje citroen erboven. Ik vermoed dat iemand met de naam (Saint)-Martin en Martini speelde en zo met een eigen ontwerp kwam.”
De in Buenos Aires, Argentinië geboren Máxima Zorreguieta leert kroonprins Willem-Alexander in april 1999 kennen tijdens de jaarlijkse Feria de Abril in de Andalusische hoofdstad Sevilla, Spanje. In de maanden daarna komt het tot een relatie met geheime ontmoetingen in New York (waar Máxima bij de Deutsche Bank werkt), Argentinië en Nederland.
De pers komt er al snel achter, hoewel het dan nog gissen is naar haar achternaam. De naam Herzog doet eerst de ronde, maar kort daarna wordt haar echte naam bekend, Zorreguieta, in eerste instantie frequent verkeerd gespeld als Zorreguita.
Vader
Ook al snel wordt bekend dat haar vader Jorge Zorreguieta (1928-2017) staatssecretaris en minister van landbouw was geweest tijdens het regime van dictator Jorge Videla (1976-1981). Na een uitgebreid onderzoek komt onderzoeker Michiel Baud tot de conclusie dat vader Zorreguieta op de hoogte geweest moet zijn geweest van excessen tijdens het regime, maar dat het “praktisch uit te sluiten is” dat hij betrokken was bij onderdrukking of schendingen van mensenrechten.
De weg is vrij voor de verloving op 30 maart 2001, gevolgd door een tournee van Willem-Alexander en Máxima door alle provincies. Het huwelijk in Amsterdam volgt snel, op 2 februari 2002, waarbij als eis wordt gesteld dat vader Zorreguieta thuisblijft. Het is pijnlijk voor de bruid, zeker ook omdat ook haar moeder besluit niet te gaan, maar het is voor iedereen duidelijk dat het eigenlijk niet anders kan.
In de kroonprinselijke periode (de wachtkamer voor de troon) wordt Máxima mateloos populair. Het paar krijgt drie dochters en als koningin Beatrix op 30 april 2013 afstand doet van de troon, wordt Máxima koningin-gemalin, een positie die sinds de dood van koning Willem III op 23 november 1890 niet meer voorkwam. Haar voorgangster in die rol was koningin Emma van Waldeck-Pyrmont.
Koningin Máxima in gezelschap van de Britse Koningin Elizabeth II (1926-2022), bij de opening van Royal Ascot op 18 juni 2019 (screenshot)Koningin Máxima tijdens het galadiner bij het staatsbezoek aan Zweden in 2022
De vlag
Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).
De Koninklijke Standaard (1815-1908)Links: Vlag voor de Prinsen der Nederlanden (1815-1908) / Rechts: Ingehoekte vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (1815-1908)
Dit veranderde allemaal in 1908 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en hij liet in 1902, kort na zijn huwelijk, al weten een voorstander te zijn van een ander, traditioneler systeem van koninklijke vlaggen.
Links: Frederik Henri Alexander Sabron (1849-1916), generaal-majoor der Infanterie, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda, minister van Oorlog en ontwerper van het type koninklijke standaarden zoals we ze nu nog kennen (publiek domein) / Rechts: Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934), de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina, bronzen borstbeeld van de hand van Katinka van Rood (1913-2000), in opdracht van Koningin Wilhelmina (1880-1962) vervaardigd, maar pas na haar dood door haar schoonzoon Prins Bernhard in 1963 onthuld op de Soerense Heide op Kroondomein Het Loo (publiek domein)
Hij moest nog even geduld uitoefenen, maar vanaf 1908 ging generaal-majoor F.H.A. Sabron, die veel heraldische kennis bezat, met het verzoek aan de slag en vanaf 27 augustus 1908 deden de modellen zoals we ze nu nog kennen, hun intrede, middels Koninklijk Besluit nr. 87.
Bij haar huwelijk met (toen nog) kroonprins Willem-Alexander op 2 februari 2002, werden de nieuwbakken prinses Máxima zowel een wapen als een koninklijke onderscheidingsvlag verleend.
Dit ‘besluit’ werd op 25 januari 2002 gepubliceerd in Staatsblad 42 van dat jaar. Om het Staatsblad te citeren:
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, van 22 januari 2002, nr. 02M423598; Gelezen het advies van de Hoge Raad van Adel van 17 januari 2002;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Met ingang van het tijdstip van de voltrekking van haar huwelijk met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg, wordt aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Máxima der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, mevrouw van Amsberg de volgende onderscheidingsvlag verleend:
Een ingehoekte blauwe vlag met een oranje kruis, waarop het gekroonde Rijkswapen, met in het veld linksboven (het broektopkanton) de hoorn van Oranje en in het veld linksbeneden (het broekhoekkanton) een burcht met deur en drie kantelen.
‘s-Gravenhage, 25 januari 2002
Beatrix
Voorwaar een heel verhaal! Maar hoe kwam men nu bij deze vlag? Het bekendst is natuurlijk de Koninklijke Standaard, gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.
De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.
De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.
De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).
De Koninklijke Standaard
Andere onderscheidingsvlaggen lijken op het eerste gezicht wellicht ook vierkant, maar ze onderscheiden zich van de Koninklijke Standaard door hun maat, een verhouding 5:6. Verder zijn ze met slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1909-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)
In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.
Het formaat van haar vlag die vandaag bij Vlagblog wappert, zal niet snel te zien zijn, omdat de Koninklijke Standaard altijd ‘voorrang’ heeft boven de onderscheidingsvlag van de Koningin, als men ten paleize vertoeft. Als de koningin, zoals vandaag solo een activiteit in het land heeft, is haar vlag wél altijd in mini-versie te zien voorop de hofauto.
(N.B.: Bij de tekst uit het Staatsblad is het gedeelte over het wapen van de toenmalige Prinses Máxima weggelaten).
Vandaag 83 jaar geleden brandde een deel van de Middelburgse binnenstad af. Opmerkelijk is dat na al die jaren nog steeds niet duidelijk is wie er verantwoordelijk was voor deze ramp.
Toen op 15 mei 1940 het Nederlandse leger capituleerde voor de Duitse bezetters, gold dat niet voor héél Nederland. De strijd in Zeeland ging gewoon door, onder het afzonderlijke commando van de Commandant Zeeland, schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad.
Sinds de Duitse inval van 10 mei werden Franse troepen aangevoerd via de haven van Vlissingen, om het Nederlandse leger bij te staan. De commisaris van de koningin, jonkheer Johan Willem Quarles van Ufford, week uit van hoofdstad Middelburg naar Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen.
Op 15 mei, de dag van de capitulatie in de rest van het land, vielen Duitse troepen Zeeland binnen en veroverden binnen twee dagen het grootste deel van de provincie. Op 16 mei week ook de Commandant Zeeland uit naar Zeeuws-Vlaanderen, nadat hij het opperbevel over de achtergebleven troepen had overgedragen aan de Franse admiraal Charles Platon.
Admiraal Charles Platon (1886-1944) (publiek domein)
Op 17 mei waren alleen Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen nog onbezet en nu onder Frans militair gezag. Wat er vervolgens precies gebeurde op deze dag is zoals gezegd, niet helemaal duidelijk. Zeker is wel dat ’s ochtends Duitse verkenningsvluchten plastsvonden boven Walcheren. Pas aan het begin van de middag werd er strijd geleverd, waarbij Duitse bommenwerpers Franse en Nederlandse troepen en artillerie-stellingen bestookten.
De Markt in Middelburg vóór de Tweede Wereldoorlog, links het stadhuis, rechts de Lange JanMarktdag in Middelburg voor de Tweede Wereldoorlog op een ansichtkaart
Hoewel achteraf beweerd wordt dat daarbij ook de Middelburgse binnenstad werd gebombardeerd, waardoor er daarna een grote stadsbrand ontstond, zijn daar nooit sluitende bewijzen voor gevonden.
Wat wel vaststaat is dat de Duitse overmacht te groot was en dat de Franse troepen zich terugtrokken vanaf de Sloedam en Middelburg, richting Vlissingen om vandaar de oversteek naar Zeeuws-Vlaanderen te maken.
Bij gebrek aan brisantgranaten vuurden de Fransen vanuit Breskens zeedoel-granaten af richting het Middelburgse centrum. Zo tegen de 40 stuks. De schade bij het inslaan van dit type granaat is minder verwoestend dan dat van een bom, maar de hoeveelheid energie die vrijkomt is evengoed enorm en zeker is dat er meerdere branden door ontstonden.
Achteraf gezien lijkt het dan ook het waarschijnlijkst dat die verschillende brandhaarden uitgroeiden tot één grote stadsbrand. Middelburg was vanaf 14 mei voor een groot deel geëvacueerd, waardoor er te weinig mensen waren om de branden te blussen, waarbij de harde noordoostenwind niet hielp.
Plattegrond van de Middelburgse binnenstad, het donkere gedeelte markeert het verwoeste gebied (Gemeentewerken Middelburg)
Het trieste resultaat was dat een deel van het historische centrum in vlammen opging, waaronder het stadhuis, het abdij-complex met de hoogste kerktoren van Zeeland, de Lange Jan, de Sint Jorisdoelen en veel winkels, bedrijfspanden en woonhuizen. Het aantal doden bedroeg 11, het aantal verwoeste panden tegen de 600.
Verwoestingen in Middelburg: het stadhuis (links) en het abdijcomplex met een gehavende Lange Jan (rechts)
Tegen de avond liet de waarnemend Commandant Zeeland in Middelburg de witte vlag wapperen. Een deel van de Franse troepen ontkwam die dag door vanuit Vlissingen de Westerschelde over te steken naar Breskens. Even goed werden er zo’n 2000 Franse militairen krijgsgevangen gemaakt en aan Nederlandse zijde plusminus 6000.
Links: De Sint Jorisdoelen aan de Balans rond 1897/98 (publiek domein) / Rechts: De uitgebrande Sint Jorisdoelen in 1940 (publiek domein)
Het puin werd in de weken daarna geruimd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de binnenstad in fases herbouwd, waarbij niet alles terugkeerde zoals het was, zelfs de stratenloop veranderde deels. Wel gereconstrueerd werden het stadhuis, het abdijcomplex met Lange Jan en de Sint Jorisdoelen.
Het (inmiddels voormalige) stadhuis van Middelburg, nu University College Roosevelt
De vlag
De vlag van Middelburg is rood met een dubbele burchttoren in goud (geel) in het midden.
De vlag van Middelburg
Het curieuze is dat deze vlag, die al eeuwen bestaat, pas sinds april 1974, na overleg met de Hoge Raad van Adel, de officiële Middelburgse vlag werd. Middelburg had tot die tijd namelijk nóg een vlag, een horizontale driekleur van geel, wit en rood, hoewel die in de praktijk eigenlijk al niet meer te zien was, maar in 1962 door vlaggendeskundige Klaes Sierksma nog als officiële vlag in zijn Nederlands vlaggenboek wordt opgevoerd. De vlag met de burchttoren noemt hij echter ook, maar dan onder de noemer ‘andere vlaggen’.
Beide vlaggen zijn echter al in gebruik sinds de Noordelijke Nederlanden zich afscheidden van het Spaanse Rijk en als zeven autonome gewesten samen een republiek vormden.
Waar de geel-wit-rode vlag vandaan kwam staat niet vast, maar hij lijkt op de Koningsvlag die vóór de omwenteling in gebruik was tijdens de regering van keizer Karel V, maar dan in omgekeerde volgorde.
De ándere vlag van Middelburg (links) en de koningsvlag uit de tijd van Karel V (rechts)
De geel-wit-rode vlag is o.a. te zien op maritieme schilderijen uit de 16e en 17e eeuw. Hetzelfde kan overigens gezegd worden over de (huidige) rode vlag met burchttoren.
Dit type vlag, rood met een stadssymbool, komt in deze tijd meer voor, getuige twee andere Zeeuwse stadsvlaggen, die van Vlissingen (die nog steeds bestaat) en die van Veere (niet meer in gebruik). Ze werden meestal als geus op schepen gevoerd, zodat men meteen kon zien waar een schip vandaan kwam.
De vlag van Vlissingen (links) en de voormalige vlag van Veere (rechts)
Overigens nam men het in voorgaande eeuwen niet zo nauw met vlaggen. Van Middelburg (maar ook voor talloze andere steden) komen allerlei vlagvariaties voor. Zo duikt de burchttoren ongekleurd op op een groene vlag, of is hij in het klein afgebeeld op een rood-wit-blauwe vlag. Zelfs een geheel groene vlag komt voor, zonder enig symbool. Zo doen we dat tegenwoordig niet meer!
Nog meer Middelburgse vlaggen! (zie tekst hierboven)
De gouden dubbele burchttoren op de huidige vlag is afkomstig van het wapen van Middelburg. De oudst bekende afbeelding is op een zegel uit 1299, waarbij de afgebeelde toren er nogal anders uitziet dan de huidige,
Het wapen van Middelburg
Het huidige stadswapen van Middelburg stamt uit de 16e eeuw en toont een adelaar met de keizerskroon van keizer Maximiliaan I van het Heilige Roomse Rijk. Deze kroon is overigens nooit officieel aan de stad verleend om in het wapen opgenomen te worden. Maar omdat de keizer een rechtscollege in Middelburg had, mocht de enkelkoppige adelaar wel apart op een vaandel gevoerd worden, terwijl Maximiliaan zelf een dubbelkoppige adelaar voerde. Op de een of andere manier is de kroon dus zwevend boven de kop van de adelaar terechtgekomen!
Een nationale feestdag in Paraguay en wel de Onafhankelijkheidsdag.
De geschiedenissen van de verschillende Zuid-Amerikaanse landen zijn vaak behoorlijk ingewikkeld en met elkaar verweven en ook niet altijd even simpel uit de doeken te doen. Dus ik zal trachten de eenvoudige versie weer te geven.
Vlag van het Onderkoninkrijk Río de la Plata (1776-1812)
Zoals bekend mag worden verondersteld was in de 18e eeuw een groot deel van Zuid-Amerika in Spaanse handen. In 1776 stelde de Spaanse koning Carlos III het Onderkoninkrijk van de Río de la Plata in. Dit gebied bestond uit delen van de huidige landen Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Rio Grande do Sul (het zuiden van het huidige Brazilië). Hoofdstad was Buenos Aires.
Het Onderkoninkrijk van Río de la Plata (in geel) en een deel van het Onderkoninkrijk van Perú (in licht oranje)
Het Spaanse Rijk kwam danig op z’n kop te staan in de tijd van Napoleon, waarbij een groot deel van Spanje uiteindelijk bezet werd door Frankrijk. Dit bleef natuurlijk niet onopgemerkt in de kolonies en revoluties broeiden. Na de Mei-revolutie van 1810 in Buenos Aires en de vorming van een voorlopige regering, de Primera Junta, trachtte men het hele gebied onder centraal gezag te krijgen.
Het nieuwe bewind stuurde kolonel José de Espinola op pad naar de hoofdplaats, Asunción van de provincie Paraguay, om dit gebied ook onder controle van Buenos Aires te stellen. In Asunción was men echter niet van plan zich dat te laten welgevallen: de lokale gouverneur, Bernardo de Velasco y Huidobro, wenste trouw te blijven aan de Spaanse koning Ferdinand VII. Kolonel De Espinola werd de provincie uitgejaagd.
Links: Bernardo de Velasco y Huidobro (1742-1821), geschilderd in 1890 door Guillermo da Re (1867-1910) / Rechts: Manuel Belgrano (1770-1820) tijdens een bezoek aan Londen 1815 geportretteerd door François Casimir Carbonnier (1787-1873) (Collectie Museo Municipal de Artes Plásticas Dámaso Arce de Olavarría te Buenos Aires)
Uiteindelijk besloot Buenos Aires in september 1810 troepen te sturen om de provincie eronder te krijgen. Onder leiding van generaal Manuel Belgrano vielen de revolutionairen de gezagsgetrouwe troepen van Paraguay aan. De militaire campagne van Belgrano was geen succes: hij werd verslagen bij de Slag van Tacuarí en bij de Slag van Paraguarí. Gouverneur Velasco had zich bij deze slagen niet bepaald onderscheiden: hij vluchtte van het strijdtoneel weg. Revolutionaire groepen in Paraguay, bestaande, uit de Creoolse elite, onder leiding van Fulgencio Yegros en Pedro Juan Caballero begonnen zich echter nu ook te roeren en keerden zich tegen gouverneur Velasco. Toen deze vervolgens hulp zocht bij de Portugezen in Brazilië in ruil voor de macht, was de maat vol.
Links: Fulgencio Yegros y Franco de Torres (1780-1821) door een onbekende schilder (publiek domein) / Rechts: Pedro Juan Caballero (1786-1821) door een onbekende schilder (publiek domein)
Op 14 maart 1811 trokken Creoolse militairen op naar het gouverneurspaleis, het Cabildo en stelden een ultimatum aan Velasco. Hun eisen waren: overgave van het Cabildo, alle wapens en de installatie van een driekoppige junta, waarbij Velasco mocht aanblijven, maar twee Creolen naast zich moest dulden. Velasco strubbelde eerst tegen, maar toen er acht kanonnen op het plein voor het Cabildo werden opgesteld, koos hij eieren voor zijn geld. Hij accepteerde het ultimatum in de vroege ochtend van de 15e mei. En daarmee hebben we de aanleiding voor de dag van vandaag.
Overigens duurde het nog tot 12 oktober 1813 voordat de Republiek Paraguay werd uitgeroepen. Argentinië echter weigerde zich erbij neer te leggen en het was pas na de Paraguayaanse Oorlog, waarbij Paraguay hulp kreeg van het Keizerrijk Brazilië, dat de definitieve onafhankelijkheid gegarandeerd werd op 25 november 1842.
Voorzijde van de vlag van ParaguayKeerzijde van de vlag van Paraguay
De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!
De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay. Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.
Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)
Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.
De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.
Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)
Vandaag 78 jaar geleden, op 5 mei 1945 werd de Duitse capitulatie getekend in Hotel De Wereld in Wageningen. Daarmee kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De bevrijding verliep in fases: op 12 september 1944 werden de eerste (Zuid-Limburgse) dorpen door Amerikaanse troepen bevrijd. Maastricht volgde twee dagen later. Diezelfde herfst volgde de bevrijding van Zuid-Nederland, met een hevige strijd in Zeeland, de Slag om de Schelde.
De Nederlandse vlag gaat in top boven de toren van het Stadhouderlijk Kwartier aan het Binnenhof, Den Haag (screenshot)
Noord- en Midden-Nederland gingen een hongerwinter tegemoet, de bevrijding daar kwam in de lente van 1945. En dan komen we weer op de 5e mei uit. Overigens was toen nog niet heel Nederland bevrijd: op de eilanden Texel en Schiermonnikoog kon de bevrijding pas op respectievelijk 20 mei en 11 juni worden gevierd.
Feestvierende burgers, mei 1945 (screenshots)Het laatste nummer van de Vliegende Hollander van 10 mei 1945 (deze krant werd vanaf mei 1943 door de RAF op hun weg naar Duitsland, gedropt boven Nederland)Warm onthaal van de bevrijders (screenshot)
De 5 mei-lezing wordt elk jaar in een andere provincie gehouden, dit jaar is Overijssel gastheer van de Nationale Viering Bevrijding. De lezing wordt verzorgd door Herman Van Rompuy, voormalig voorzitter van de Europese Raad en oud-premier van België. Aanwezig zijn onder meer premier Mark Rutte en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Maarten van Ooijen. Aansluitend ontsteekt minister-president Rutte het Bevrijdingsvuur als startsein van de veertien Bevrijdingsfestivals.
De jaarlijkse H.M. van Randwijklezing in de Sint Jacobskerk in Vlissingen zal dit jaar worden uitgesproken door Kim Putters, voorzitter van de Sociaal- Economische Raad.
Festivals en 5-mei concert
De veertien Bevrijdingsfestivals zullen ondanks financiële problemen in sommige provincies weer normaal doorgang hebben. De Ambassadeurs van de Vrijheid zijn dit jaar Tabitha, Froukje en MEAU, één ambassadeur te weinig om alle festivals te bestrijken. Klaarblijkelijk was er een vierde ambassadeur, maar die zou afgevallen zijn.
Het comité heeft hier nooit duidelijkheid over willen verschaffen, maar dat het hier om om de groep Goldband zou gaan, lijkt het meest waarschijnlijk. Aanleiding zou dan kunnen liggen in het openlijke cocaïnegebruik van zanger Milo Driessen op het podium in januari van dit jaar. Dat zorgt ervoor dat de festivals in Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland geen ambassadeurs op bezoek krijgen.
Canvas-affiches voor het Bevrijdingsfestival in Vlissingen (foto: Vlagblog)
De Bevrijdingsfestivals in Gelderland (Wageningen), Noord-Brabant (Den Bosch) en Zeeland (Vlissingen) hebben daar een mouw aangepast door Goldband apart voor hun festivals te boeken (daarnaast wordt ook Zuid-Holland (Euromastpark Rotterdam) deze dag nog aangedaan.
De Oekraïense groep Kommuna Lux: vandaag Ambassadeurs van de Vrijheid in Vlissingen (foto: kommunalux.com)
Voor wat Zeeland betreft: Vlissingen heeft ook nog een ‘eigen’ ambassadeur, in de vorm van de Oekraïense band (uit Odessa) Kommuna Lux, die aan een Europese tournee bezig is.
Foto-impressie Bevrijdingsfestival Vlissingen
Een van de vele festivalterreinen van het Bevrijdingsfestival in Vlissingen, aan de Dokhaven (foto: Vlagblog)Optreden van Van Dik Hout (foto: Vlagblog)Peperdijk, aan de overkant van de Dokhaven (foto: Vlagblog)Optreden Emma Heesters in haar ‘eigen’ provincie (foto: Vlagblog)Emma Heesters kreeg haar publiek moeiteloos mee (foto: Remco van Schellen)Twee enthousiaste danseressen zorgden voor een wervelend geheel (foto: Remco van Schellen)Het Vrijheidsvuur werd vanuit Wageningen naar Vlissingen overgebracht (foto: Vlagblog)De Vlissingse ambassadeurs van de vrijheid, de Oekraïense klezmergroep Kommuna Lux (foto: Vlagblog)De Oekraïeners kregen het publiek met gemak mee in hun enthousiasme (foto: Vlagblog)Gitarist en benjamin van de groep, Vitya Kirillov, was gehuld in de Oekraïense vlag… (foto: Vlagblog)…die als een cape om hem heen zwierde (foto: Vlagblog)
Naast alle festivals is er ’s avonds in Amsterdam het traditionale 5-mei concert op een ponton in de Amstel, waarbij koning en koningin aanwezig zijn. Optredende artiesten zijn Trijntje Oosterhuis, Jenny Arean, Wibi Soerjadi, Claude en het Orkest Koninklijke Luchtmacht, net als Alain en Dane Clark, Tabitha en de 14-jarige violiste Adinda van Delft. De uit Syrië afkomstige balletdanser en choreograaf, Ahmad Joudeh, verzorgt een dansoptreden. De avond wordt gepresenteerd door Soy Kroon en Dieuwertje Blok.
Commentaar overbodig! (screenshot)
Wat de vlag betreft: die gaat vandaag in top (zonder oranje wimpel).
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
Op 4 mei vindt zoals ieder jaar de Nationale Dodenherdenking plaats. Tot 1961 was dit om de doden die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen waren, te herdenken, maar vanaf dat jaar werd het breder getrokken en worden ook de gevallenen van andere militaire conflicten en vredesmissies herdacht.
De Dam
In 2020 en 2021 moesten de herdenkingen op de Dam in Amsterdam vanwege de corona-pandemie klein worden gehouden, met slechts een handjevol genodigden, maar vorig jaar kon de plechtigheid weer op de normale manier plaatsvinden. Voorafgaand aan de kransleggingen is er de 4-mei voordracht in de Nieuwe Kerk, die dit jaar door auteur Marcel Möring wordt gegeven.
Koningin Máxima en Koning Willem-Alexander op weg naar het Monument op de Dam (screenshot)Koning en Koningin met hun gevolg, waaronder burgemeester Halsema van Amsterdam, komen aan bij het monument… (screenshot)…waar net voor achten de eerste krans gelegd zal worden (screenshot)Koning en Koningin op weg om de krans over te nemen (screenshot)Het koningspaar buigt na de kranslegging (screenshot)Close-up van de linten met de monogrammen van Koning en Koningin (screenshot)
Vlak voor 20.00 uur zullen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima als eersten een krans leggen bij het Nationaal Monument. Hierop volgend wordt het Taptoe-signaal gespeeld. Dit luidt de twee minuten stilte om 20.00 uur in, met daarna het volkslied.
Vlak voor achten… (screenshot)...de taptoe wordt geblazen en de Dam valt stil (screenshot)
Screenshots van de twee minuten stilte
Zicht over het Damplein met op de voorgrond het beeld van de Vrede, net onder de koepel van het koninklijk PaleisDe paleisvlagNa de twee minuten stilte: het volksliedMilitairen in de houding tijdens het spelen van Het Wilhelmus
Dit wordt gevolgd door een toespraak van de 17-jarige Loewana Weiss over het oorlogsverleden van haar Sinti-familie. waarna de overige kransen worden gelegd.
Loewana Weiss tijdens haar toespraak (screenshot)
Aansluitend houdt televisie- en radiopresentator Dieuwertje Blok een toespraak tijdens de herdenkingsplechtigheid op de Dam.
Dieuwertje Blok tijdens haar aangrijpende toespraak (screenshot)
Schoolkinderen uit Amsterdam en Zwolle leggen vervolgens bloemen bij het monument.
De herdenking nadert zijn einde met schoolkinderen uit Amsterdam en Zwolle… (screenshot)—die bloemen bij het monument leggen (screenshot)
Het slot van het programma is het defilé van de aanwezigen langs de kransen om 20.20 uur.
Het koningspaar opent het defilé langs de bloemen en kransen tot besluit van de herdenking (screenshot)
Waalsdorpervlakte
Naast de plechtigheid op de Dam is ook de herdenking op de Waalsdorpervlakte in de duinen van Den Haag en Wassenaar altijd druk bezocht en in tegenstelling tot de herdenking op de Dam zeer ingetogen. In de Tweede Wereldoorlog werden in dit duingebied zo’n 250 tot 280 burgers gefusilleerd, onder wie veel verzetsstrijders.
De eerste dodenherdenking op 3 mei 1946 op de Waalsdorpervlakte (publiek domein)
Op 3 november 1946 werden hier door een groepje verzetsvrienden vier houten fusilladekruisen geplaatst. Op die dag werd de eerste oorlogsherdenking georganiseerd, een stille tocht van het Oranjehotel (de Polizeigefängnis in Scheveningen) naar het monument. Aan deze tocht, die ook op de radio werd uitgezonden, namen zo’n 30.000 mensen deel.
In 1949 werd er een muurtje bij de kruizen gebouwd en in 1959 werd op de ernaast gelegen hoogte een klokkenstoel met een Bourdonklok geplaatst. In 1975 werd er een gedenksteen aan het monument toegevoegd met de tekst: Hier brachten vele landgenoten het offer van hun leven voor uw vrijheid. Betreed deze plaats met gepaste eerbied. In 1980 werden de bronzen kruisen vervangen door bronzen replica’s. De originele kruisen bevinden zich nu in het Fries Verzetsmuseum te Leeuwarden.
De Bourdonklok wordt geluidHet spelen van de taptoeTwee minuten stilte bij het monument
Vlagprotocol
Het vlagprotocol voor de 4e mei is verankerd in de officiële vlaghijsinstructie van de Rijksoverheid. Dat houdt in dat de vlag bij Rijksgebouwen om 18.00 uur gehesen wordt. Tot en met 2019 gold dit ook voor particulieren, in 2020 en 2021 werd dit losgelaten en sindsdien gecontinueerd. Dat houdt in dat iedereen die in het bezit is van een Nederlandse vlag, opgeroepen wordt die de HELE DAG, vanaf zonsopkomst, uit te hangen.
Bij het hijsen dient de vlag eerst tot bovenin de top te komen, om daarna zover te zakken tot er een ruimte ontstaat, waar theoretisch nog een vlag zou passen (de symbolische en onzichtbare vlag van de dood). Daarmee hangt de vlag halfstok.
De vlag dient weer gestreken te worden tegen zonsondergang, waarbij ze opnieuw eerst weer in top gaat en daarna pas naar beneden.
Op 4 mei wordt, zoals dat heet ‘uitgebreid’ gevlagd, wat inhoudt dat de vlag op alle Rijksgebouwen gehangen wordt.
NB: Voor de geschiedenis van de Nederlandse vlag: zie de post van morgen (Bevrijdingsdag)
Rincón is het oudste dorp op Bonaire, in de 16e eeuw gesticht door de Spanjaarden. Alle andere dorpen die Bonaire telde zijn inmiddels ‘samengesmolten’ met de hoofdstad Kralendijk, daarmee is Rincón eigenlijk de enige andere nederzetting op het eiland.
Rincón met z’n karakteristieke Sint Ludovicus Bertranduskerk uit 1907
Vandaag wordt de Dia di Rincón gevierd, die vanwege het gemak, tot 2013 altijd samenviel met Koninginnedag. Dat laatste is nu niet meer het geval, daar Koningsdag een paar dagen eerder is. Maar de Dia di Rincón bleef gehandhaafd op 30 april.
De vlag
Vlag van Bonaire (1981-heden)
De vlag van Bonaire is diagonaal in tweeën gedeeld, van de onderkant van de broekingszijde tot de bovenkant van de vluchtzijde, in wit en blauw Het witte gedeelte is op zijn beurt aan de bovenkant van de broekingszijde ook weer diagonaal gedeeld, met een kleiner driehoekig geel vlak in het kanton. Midden in het witte gedeelte is een gestileerd zwart kompas afgebeeld met daarin een zeskantige rode ster.
Met z’n drieën bij elkaar: de vlaggen van Bonaire, Nederland en Rincón (fotograaf onbekend)
Het gele vlak staat voor de zon en voor de Bonaireaanse bloemen, waarvan er vele geel zijn, zoals de kibra hacha, kelki hel en sente bibu (aloë). Het witte gedeelte symboliseert vrede, vrijheid en rust, terwijl het blauwe vlak voor de zee staat.
De zwarte kompasring met vier punten voor noord, zuid, oost en west symboliseert de verschillende bevolkingsgroepen, die, waar ze ook vandaan kwamen, aan elkaar gelijk zijn. De zeskantige rode ster staat voor de zes oorspronkelijke dorpen op Bonaire: Antriol, Nikiboko, Noord Saliña, Playa, Tera Korá en Rincón. De eerste vijf zijn inmiddels aan elkaar vastgegroeid en vormen nu de hoofdstad Kralendijk. Rincón ligt in het noorden van het eiland (en heeft een eigen vlag).
Op 11 december 1981 werd de vlag van Bonaire geïntroduceerd. In het comité voor het vlagontwerp zat de befaamde Amerikaanse vexilloloog (vlaggendeskundige) Whitney Smith. Hij is o.a. de ontwerper van de vlag van Guyana (1966).
Een jubileum waar drie dagen geleden met Koningsdag reeds bij stilgestaan werd, maar vandaag is het dan echt op de kop af tien jaar geleden dat kroonprins Willem-Alexander koning werd.
Koning Willem-Alexander legt de eed op de Grondwet af in de Nieuwe Kerk in Amsterdam op 30 april 2013 (screenshot)
Cijfers
Begon zijn koningschap met hoge cijfers, de laatste paar jaar zijn zijn populariteit en steun voor de monarchie in het algemeen afgenomen. Bij zijn aantreden was het vertrouwen in de koning 75%. In de jaren daarna stegen de cijfers, met 2018 als ‘topjaar’, met maar liefst 85%. Vanaf het eerste corona-jaar (2020) was er een daling naar 75%, net zo hoog als het begin van zijn koningschap.
Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima tijdens hun “excuus-video” na hun uitgelekte Griekenland-vakantie, oktober 2020 (screenshot)
Door de beperkingen tijdens de pandemie daalden de cijfers verder, nog ‘geholpen’ door corona-uitglijders als de Griekenland-reis (terwijl thuisblijven het devies was) en het verjaardagsfeestje voor Kroonprinses Amalia met teveel gasten. Daardoor zakte het vertrouwenscijfer in 2021 naar 63% en in 2022 naar het voorlopige dieptepunt van 54%. Dit jaar lijkt het zich te stabiliseren en is het cijfer 55%. Als we enigszins uitzoomen is het duidelijk dat de verminderde populariteit in een groter plaatje past: het vertrouwen in overheden is de laatste jaren navenant afgenomen.
Lange termijn
Zoals zijn moeder vóór hem, heeft de koning aangegeven dat het koningschap iets van de lange termijn is, dat bezwaarlijk beoordeeld kan worden op ‘dagkoersen’. Wordt vervolgd dus.
Vlaggen van de bij de vliegramp met de MH-17 betrokken landen hangen halfstok op de vliegbasis Eindhoven op 23 juli 2014 bij de repatriëring van de eerste veertig slachtoffers, duidelijk zichtbaar van links naar rechts: Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk, België, de Filipijnen, Australië en Maleisië (screenshot)
In tien jaar tijd is Willem-Alexander in zijn rol gegroeid, volgens 60% van de bevolking. Het werk van een monarch is altijd zeer uiteenlopend en dat is ook bij hem niet anders: op het netvlies staat in ieder geval de MH-17 herdenking van 23 juli 2014 op de vliegbasis Eindhoven, waar de eerste veertig slachtoffers van de vliegramp uit Oekraïne werden gerepatrieerd, waarbij naast 1.200 nabestaanden, ook de koning, koningin, premier Rutte en commissaris van de Koning in Noord-Brabant, Wim van de Donk aanwezig waren.
Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima tijdens de plechtigheid in Eindhoven (screenshot)
Staatsbezoeken
Naast de vele streek- en werkbezoeken in den lande zijn in- en uitgaande staatsbezoeken bij uitstek momenten waarbij het koningspaar zich inspant als gastheer en -vrouw, dan wel ons land vertegenwoordigd in het buitenland, waarbij een koning en een koningin toch nét wat meer aandacht genereren.
23 oktober 2018, staatsbezoek aan het Verenigd Koninkrijk, tijdens het galadiner in Buckingham Palace houdt wijlen Koningin Elizabeth II een tafelrede, links naast Koning Willem-Alexander, de toenmalige Hertogin van Cornwall, Camilla, helemaal rechts de toenmalige Prins van Wales, Charles (screenshot)
Wat uitgaande staatsbezoeken betreft: dat waren er inmiddels zesentwintig, met de zevenentwintigste (België) gepland voor 22 tot en met 23 juni. Voor inkomende staatsbezoeken staat de teller op acht, de laatste was die van de Franse president Macron.
11 april 2023, inkomend staatsbezoek van de Franse president Macron en zijn vrouw Brigitte, vóór het galadiner in het Koninklijk Paleis in Amsterdam wordt er geposeerd voor fotografen (screenshot)
Troonrede
Een jaarlijks terugkerende taak is het uitspreken op de derde dinsdag in september (Prinsjesdag), van de door de regering opgestelde troonrede, ten overstaan van een gezamenlijke vergadering van beide Kamers van de Staten Generaal, waarin het zittende kabinet terugkijkt op het achterliggende jaar en plannen bekendmaakt voor de komende periode.
Naast het politieke verhaal is dit een dag waarop alle pracht en praal van de monarchie getoond worden: paleis, koetsen, paarden, rijtoer, lakeien, uniformen, galakleding, troonzetels en een balkonscène.
Een ander jaarlijks terugkerende plechtigheid is het leggen van de eerste krans bij het Monument op de Dam in Amsterdam tijdens de Nationale Dodenherdenking op 4 mei.
Kranslegging door het koninklijk paar bij het Monument op de Dam in Amsterdam, 4 mei 2022 (screenshot)
Van plechtig naar vrolijk op 5 mei, Bevrijdingsdag, waarbij Koning en Koningin traditiegetrouw aanwezig zijn bij het Bevrijdingsconcert in Amsterdam op een ponton in de Amstel.
Koning en Koningin tijdens het optreden van Anita Meyer op het Bevrijdingsconcert 2022 (screenshot)
Beëdigingenen audiënties
Woendagochtenden zijn doorgaans gereserveerd voor beëdigingen van nieuwe ambassadeurs (binnen- en buitenland) of raadsheren, advocaten-generaal en staatsraden bij de Hoge Raad der Nederlanden. Ook veel audiënties van bezoekende buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders zijn op woensdag.
1 september 2021, de nieuwe Zweedse ambassadeur, Truls Folke Johannes Oljelund, arriveert per galaberline bij Paleis Noordeinde in Den Haag om zijn geloofsbrieven aan Koning Willem-Alexander aan te bieden (screenshot)
Lid van de regering
Volgens de Grondwet is de Koning lid van de regering. Dat houdt in dat hij alle wetten en Koninklijke besluiten ondertekent en internationale verdragen bekrachtigt. Het zorgt er ook voor dat de Koning de premier iedere maandag op bezoek krijgt en ministers en staatssecretarissen benoemt en ontslaat en dat zij ten overstaan van het staatshoofd worden beëdigd. Daarnaast is hij formeel voorzitter van de Raad van State, hoewel deze functie puur ceremonieel is, de dagelijkse leiding is in handen van de vice-voorzitter (momenteel Thom de Graaf).
Groepsfoto van het zojuist beëdigde Kabinet Rutte IV inclusief de Koning, op de trappen van Paleis Noordeinde in Den Haag, 10 januari 2022 (screenshot)
Nieuwjaarsontvangstenen Diplomatendiners
Vaste prik zijn ook de Nieuwjaarsontvangsten in het Koninklijke Paleis in Amsterdam, half januari, één voor Nederlandse genodigden en één voor buitenlandse diplomaten en vertegenwoordigers van in Nederland gevestigde internationale organisaties.
Koning en Koningin verlaten het Koninklijk Paleis na het Diplomatendiner, 22 juni 2022 (screenshot)
Halverwege het jaar, doorgaans in juni, is er het Diplomatendiner, eveneens in het Koninklijk Paleis.
Koningsdag
Tien jaar geleden veranderde Koninginnedag in Koningsdag, maar een grote verandering was het niet, de datum ging van 30 april (de verjaardag van wijlen Koningin Juliana) naar 27 april, de verjaardag van Willem-Alexander. Na de ‘magere’ coronajaren is Koningsdag weer ‘normaal’ zij het dat de veiligheidsmaatregelen inmiddels een uitdaging zijn, na bedreigingen van de Mocro-maffia aan het adres van de Prinses van Oranje.
Koningsdag 2022 in Maastricht (screenshot)Koningsdag 2023 in Rotterdam (screenshot)
Oranje Fonds
Bij hun huwelijk in 2002 ontvingen Willem-Alexander en Máxima het Oranje Fonds als huwelijksgeschenk. Dit fonds verstrekt financiële middelen om de sociale kant van de samenleving te versterken, jaarlijks heeft het fonds 26 miljoen euro te besteden. Koning en Koningin zijn beschermheer en beschermvrouwe van het Oranje Fonds.
De Koning bakt en serveert pannenkoeken in ’t Hofland in Pijnacker in het kader van de NL DOET-vrijwilligersdag, op 10 maart 2018 (screenshot)
Het budget is afkomstig uit de opbrengsten van de Nationale Postcode Loterij en De Lotto, de rest is afkomstig uit giften van particulieren en bedrijven. Begunstigden zijn “buurthuizen, jongerencentra en ouderensociëteiten, opvanghuizen en projecten begeleid wonen, vrijwillige hulpdiensten, thuiszorg, mantelzorg en maaltijdvoorzieningen voor ouderen, instellingen voor verslavingszorg en opvang voor dak- en thuislozen, peuterspeelzalen en speel-o-teken, zelforganisaties van bijvoorbeeld ouderen, etnische minderheden, vrouwen en homoseksuelen, alsmede reclassering en maatschappelijk advies- en informatiewerk”. Ook de landelijke vrijwilligersdag NL DOET wordt door het Oranje Fonds georganiseerd en Koning en Koningin zijn dan altijd van de partij.
Rangorde naar jaar per monarchie
Tien jaar is een mooi jubileum, maar voor monarchieën niets bijzonders, de vorig jaar overleden Britse Koningin Elizabeth II was daar een goed voorbeeld van: zij zat sinds 6 februari 1952 maar liefst 70 jaar, 7 maanden en 1 dag op de troon.
Was hij vergeleken met 26 andere monarchieën op 30 april 2013 nog de hekkensluiter, momenteel is Willem-Alexander inmiddels gestegen naar de 16e plaats en is het Verenigd Koninkrijk van de 1e naar de 27e plaats gezakt. Hieronder staan ze op een rijtje met de datum van aantreden:
Brunei – Sultan Hassanal Bolkiah (4-10-1967)
Denemarken – Koningin Margrethe II (14-1-1972)
Zweden – Koning Carl XVI Gustaf (15-9-1973)
Eswatini – Koning Mswati III (25-4-1986)
Liechtenstein – Vorst Hans Adam II (13-11-1989)
Noorwegen – Koning Harald V (17-1-1991)
Lesotho – Koning Letsie III (7-2-1996)
Jordanië – Koning Abdoellah II (7-2-1999)
Marokko – Koning Mohammed VI (23-7-1999)
Luxemburg – Groothertog Henri (7-10-2000)
Bahrein – Koning Hamad bin-Isa al-Khalifa (14-2-2002)
Cambodja – Koning Norodom Sihamoni (14-10-2004)
Monaco – Prins Albert II (6-4-2005)
Tonga – Koning Tupou VI (27-9-2006)
Bhutan – Koning Jigme Singye Wangchuck (14-12-2006)
Nederland – Koning Willem-Alexander (30-4-2013)
België – Koning Filip (21-7-2013)
Qatar – Emir Tamin bin-Hamad al-Thani (25-6-2013)
Spanje – Koning Felipe VI (19-6-2014)
Saoedi-Arabië – Koning Salman (23-1-2015)
Thailand – Koning Rama X (13-10-2016)
Maleisië – Koning Abdullah van Pahang (31-1-2019)¹
Japan – Keizer Naruhito (1-5-2019)
Oman – Sultan Haitham bin-Tariq al-Said (11-1-2020)
Verenigde Arabische Emiraten – Emir Mohammed bin-Zayed al-Nahyan van Abu Dhabi (13-5-2022)²
Verenigd Koninkrijk – Koning Charles III (8-9-2022)³
¹ Maleisië is een federale monarchie waarbij het koningschap bij toerbeurt door een van de negen sultans wordt waargenomen, telkens voor een periode van vijf jaar ² De Verenigde Arabische Emiraten bestaan uit zeven emiraten, waarvan Abu Dhabi de grootste is, de sultan van dit emiraat vervult tevens de rol van staatshoofd (president), terwijl de emir van Dubai zowel minister-president, vicepresident als minister van Defensie is ³ De Britse koning is de monarch van de vier landsdelen Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland, maar ook staatshoofd van de volgende Gemenebestlanden: Antigua en Barbuda, Australië, de Bahama’s, Belize, Canada, Grenada, Jamaica, Nieuw-Zeeland, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden en Tuvalu
Tot en met 1908 zagen de koninklijke vlaggen er totaal anders uit. Er waren toen drie modellen: de Koninklijke Standaard (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op de witte baan), een vlag voor de Prinsen der Nederlanden (de Nederlandse vlag met het Rijkswapen op een oranje achtergrond op de witte baan) en een vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (bijna gelijk aan die van de Prinsen, alleen in dit geval ingesneden of ingehoekt).
De Koninklijke Standaard (1815-1908)Links: Vlag voor de Prinsen der Nederlanden (1815-1908) / Rechts: Ingehoekte vlag voor de Prinsessen der Nederlanden (1815-1908)
Dit veranderde allemaal in 1908 op voordracht van Prins Hendrik, de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina. Hij interesseerde zich erg voor heraldiek en hij liet in 1902, kort na zijn huwelijk, al weten een voorstander te zijn van een ander, traditioneler systeem van koninklijke vlaggen.
Links: Frederik Henri Alexander Sabron (1849-1916), generaal-majoor der Infanterie, gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie te Breda, minister van Oorlog en ontwerper van het type koninklijke standaarden zoals we ze nu nog kennen (publiek domein) / Rechts: Prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934), de prins-gemaal van Koningin Wilhelmina, bronzen borstbeeld van de hand van Katinka van Rood (1913-2000), in opdracht van Koningin Wilhelmina (1880-1962) vervaardigd, maar pas na haar dood door haar schoonzoon Prins Bernhard in 1963 onthuld op de Soerense Heide op Kroondomein Het Loo (publiek domein)
Hij moest nog even geduld uitoefenen, maar vanaf 1908 ging generaal-majoor F.H.A. Sabron, die veel heraldische kennis bezat, met het verzoek aan de slag en vanaf 27 augustus 1908 deden de modellen zoals we ze nu nog kennen, hun intrede, middels Koninklijk Besluit nr. 87.
Van alle koninklijke vlaggen is de Koninklijke Standaard de bekendste, hij wordt gevoerd door het staatshoofd, een oranje vierkant met een blauw kruis, met in het midden het Rijkswapen (tevens Koninklijk Wapen), omgeven door het kruis en het lint van de Militaire Willems-Orde.
Ook bij staatsbezoeken is de Koninklijke Standaard te zien, in mini-vorm, zoals hier tijdens het staatsbezoek van de Koning aan Denemarken in 2015, waarvan we hier zijn aankomst bij het Fredensborg Paleis zien (samen met collega Koningin Margrethe II) in de Deense hofauto “Store Krone”, zodat ook de Deense Koninklijke Standaard te zien is
De standaard en de onderscheidingsvlaggen voor geboren leden van het Koninklijk Huis zijn altijd oranje met een blauw kruis, waarbij de vlag van de vrouwelijke leden is ingesneden (dit wordt ook wel ingehoekt genoemd), waardoor er een vlag met twee punten ontstaat.
De aangehuwde leden van het Koninklijke Huis voeren een onderscheidingsvlag met de kleuren precies andersom, dus: een blauwe vlag met een oranje kruis. Ook hier geldt: de vlag voor de vrouwelijke leden is ingesneden of ingehoekt.
De Koninklijke Standaard heeft alle kwartieren ‘beladen’, zoals dat heet, waarmee bedoeld wordt dat elk van de vier vakken een symbool heeft (de jachthoorn van het Huis Oranje).
Andere onderscheidingsvlaggen lijken op het eerste gezicht wellicht ook vierkant, maar ze onderscheiden zich van de Koninklijke Standaard door hun maat, een verhouding 5:6. Verder zijn ze met slechts twee symbolen beladen, altijd aan de broekings- of mastzijde, tenzij er sprake is van een prins-gemaal, waarvan we er in Nederland een aantal hadden: Prins Hendrik, Prins Bernhard en Prins Claus. Hieronder een aantal vlaggen om het wat aanschouwelijker te maken:
Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Hendrik (1909-1934), Prinses Juliana (1909-1948 en 1980-2004), Prinses Beatrix (1938-1980 en 2013-heden; ook haar zusters voeren deze vlag)Koninklijke onderscheidingsvlaggen, van links naar rechts: Prins Claus (1966-2002), Prins Constantijn (1969-heden; wijlen Prins Friso had dezelfde vlag), Prinses Laurentien (2001-heden)
In het geval van Koningin Máxima’s onderscheidingsvlag zien we de jachthoorn van Oranje bovenin en de burcht uit het wapen van haar familie, Zorreguieta, onderin.
Koningsdag is de verjaardag van koning Willem-Alexander, hij wordt vandaag 56. Tevens wordt er stilgestaan bij zijn 10-jarig jubileum als koning, hoewel dat eigenlijk pas op 30 april is.
De koninklijke familie viert dit jaar het feest mee in Rotterdam. Het programma staat bol van de activiteiten, waarbij ook verschillende delen van de stad worden aangedaan. Er is ook een thema: “Wij zijn allemaal Kings & Queens”, want (zoals de organisatie het verwoordt),” iedereen is bijzonder. Op ieder hoofd past een kroon!”
Het koninklijk gezelschap wordt verwelkomd door burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam, v.l.n.r.: de Koning, Prins Maurits, de Prinses van Oranje, Prinses Anita, de Koningin en Prinses Aimée (screenshot)
Zuid
Het programma gaat om 11.00 uur van start vanaf het Afrikaanderplein in Rotterdam-Zuid, waar de koning met een “Lang zal hij leven” zal worden toegezongen door een gelegenheidskoor. De officiële ontvangst is door burgemeester Ahmed Aboutaleb, de Zuid-Hollandse Commissaris van de Koning, Jaap Smit en kinderburgemeester Louey Zerourou.
Het publiek wordt begroet op het Afrikaanderplein (screenshot)Burgemeester Aboutaleb, de Koningin, de Koning en de Prinses van Oranje (screenshot)
Hier vandaan voert de route via de Pretorialaan naar de hoek van de Maashaven. Langs deze route wacht het gezelschap volgens het programma “een swingend spektakel, verschillende culturen en nationaliteiten smelten samen in een mix van Surinaamse kotomisi’s, Hindoestaanse dansers, Marokkaanse folkloristische percussionisten buikdans en salsa.”
Dansspektakel vanuit de verschillende culturen uit Rotterdam (screenshot)Dansgroep uit Kaapverdië (inclusief de Kaapverdische vlag) (screenshot)De Koning, Prinses Ariane en de koningin genieten van het dansspektakel (screenshot)
Een serieuze noot tussendoor: de Koning zal in gesprek gaan met nazaten van tot slaafgemaakte mensen, terwijl de Koningin het gesprek aanging met slachtoffers van de toeslagenaffaire.
De Koning in gesprek met nazaten van tot slaafgemaakten (screenshot)
Tevens worden de koninklijke gasten getrakteerd op Circus Rotjeknor en Compagnie XY, straatvoetballer Soufiane Touzani met de FC Straat en zangeres Glenda Peters.
Watertaxi’s liggen klaar in de Maashaven (screenshot)Koningin Máxima, Prinses Ariane en de Prinses van Oranje zwaaien vanaf de watertaxi naar het publiek op de kant (screenshot)
Vaartocht
Vervolgens gaat het per watertaxi verder, waarbij Katendrecht wordt gerond (Scapinoballet op de SS Rotterdam) en steekt men de Nieuwe Maas over. De watertaxi is zeker niet solo op het water, het programma voorziet in een “kleurrijke stoet van eenmansjeugdzeilbootjes en enkele duurzame en innovatieve schepen.”
De watertaxi met het koninklijk paar neem een flinke spurt in de Nieuwe Maas met de Euromast op de achtergrond (screenshot)Met een ‘hoezee’ en het lichten van de pet wordt door opvarenden van de Zr. Ms. De Ruyter een protocollaire groet gebracht als het koninklijk gezelschap langsvaart (screenshot)
Zr. MS. De Ruyter, een luchtverdedigingsfregat van de Koninklijke Marine, zal een protocollaire groet uitvoeren.
Op Plein 1940 aangekomen, luistert het gezelschap naar woordkunstenaars Ivan Words (links) en Tyler Koudijzer (rechts) (screenshot)
Plein 1940
Na onder de Erasmusbrug te zijn doorgevaren steekt men de Leuvenhaven in en meert aan bij Plein 1940. Bij het beeld “De Verwoeste Stad” van Ossip Zadkine is er een voordracht van “word-artiesten” Ivan Words en Tyler Koudijzer, begeleid door de Marinierskapel der Koninklijke Marine en dans van het Scapino Ballet.
Vele handen worden gedrukt op de Blaak (screenshot)En dan is het swingen geblazen op de klanken van “I will survive” door de Hermes House Band (screenshot)
Blaak
Hierna gaat het richting Blaak voor een “Blaakparty”, begeleid door de Hermes House Band en de discokraker “I will survive.”
Amalia, de Prinses van Oranje krijgt de bal in één keer in de basketbalring (screenshot)
Eenmaal op de Blaak aangekomen kan het gezelschap muziek en sport verwachten: beatboxers, straatbasketballers, en jeugdspelers van de drie Rotterdamse clubs Feyenoord, Sparta en Excelsior, plus demonstraties kickboksen (Amiri Tahri), free running (Onur Eren) en breaking (Menno van Gorp en India Sardjoe).
De Markthal met ernaast een zee van mensen voor het podium op de Binnenrotte, met linksonder de toren van Laurenskerk (screenshot)De enthousiaste menigte op de Binnenrotte (screenshot)Zangeres Davina Michelle ontwaart vanaf het podium het koninklijk gezelschap dat net de Markthal heeft verlaten, zanger en stadsgenoot Lee Towers zit naast haar (screenshot)
Binnenrotte
Via de Ds. Jan Scharpstraat gaat het vervolgens dwars door de Markthal en via de uitgang komt het gezelschap op de Binnenrotte terecht, waar het koninklijk programma eindigt, maar waar de hele dag door (tot 17.00 uur) optredens zijn van o.a. Davina Michelle, Lee Towers, Ronnie Flex en Broederliefde.
Na het zingen van “You’ll never walk alone” door Lee Towers, Davina Michelle en Ronnie Flex, spreekt de Koning een dankwoord uit (screenshot)Het gezelschap op het podium, v.l.n.r.: Koning en Koningin, Prins Maurits, Prinses Ariane, Prinses Marilène, de Prinses van Oranje, Prinses Anita, Prins Pieter Christiaan en burgemeester Aboutaleb (screenshot)Het publiek op de Binnenrotte met rechts de uit 2014 daterende MarkthalLee Towers zet “You’ll never walk alone” nog een keer in, terwijl de Koning zwaaiend afscheid neemt (screenshot)Prins Pieter Christiaan en Prins Maurits nemen afscheid van Lee Towers (screenshot)Hoewel het koninklijk gezelschap vertrekt gaat het feest op de Binnenrotte nog tot 17.00 uur door (screenshot)
De vlag
Vlag van Nederland
De Nederlandse vlag stamt in oorsprong uit de 16e eeuwse vrijheidsstrijd onder Willem van Oranje tegen de Spaanse overheersers. De eerste versie is de Prinsenvlag, die verschillende verschijningsvormen kende, met een wisselend aantal strepen, maar in het begin bijna altijd met oranje in plaats van het nu gebruikte rood. De kleuren oranje, wit en blauw zelf zouden van de livreikleuren van Willem van Oranje kunnen komen, maar ook zijn er theorieën dat de kleuren ontleend zijn aan het wapen van Zeeland.
Links: Prinsenvlag met 11 banen / Rechts: Nederlandse vlag met oranje baan
Zeker is in ieder geval, dat geleidelijk aan, tussen 1597 en 1630 het oranje steeds meer werd vervangen door het rood. De reden daarvoor is waarschijnlijk dat de oranje baan in de vlag de neiging had te snel te verkleuren en daarmee bijna onzichtbaar werd. Ook op zee was de oranje baan in de vlag vaak moeilijk te onderscheiden. Rood had dat probleem als ‘sprekender’ kleur niet.
Pas op 19 februari 1937 werden de kleuren van de Nederlandse vlag bij Koninklijk Besluit vastgelegd: De kleuren van de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden zijn rood, wit en blauw. Op 16 augustus 1948 werden de exacte kleuren ten behoeve van de marine iets exacter vastgesteld: helder vermiljoen, wit en kobaltblauw.
Vlag Spaanse Nederlanden
Om in het kort iets te zeggen over twee vlaggen die ook ooit nationale vlaggen waren in wat nu Nederland is: Vóór de Nederlandse opstand tegen de Spaanse overheersing (de Tachtigjarige Oorlog, 1568-1648) stonden het tegenwoordige Nederland en België sinds 1482 bekend onder de naam Habsburgse of Spaanse Nederlanden.
Links: Vlag van de Habsburgse of Spaanse Nederlanden / Rechts: Kaart van de Spaanse Nederlanden (in oranje), donkerpaars: het Prins-bisdom Luik, roze: het Prinsdom van Stavelot-Malmédy, lichtpaars: het Prins-bisdom van Cambrésis
De vlag die toen gevoerd werd was wit met een rood Bourgondisch kruis, schuingeplaatst in de vorm van twee knoestige stokken. Het lijkt daarmee op het andreaskruis (dat kruis heeft echter geen knoesten). Met de revolutie van de Noordelijke Nederlanden (nu Nederland) ging dit gebied stukje bij beetje over op het oranje-wit-blauw (zie ook boven). De Zuidelijke Nederlanden (nu België) bleven de vlag met het kruis gebruiken tot aan 1715, toen dit gebied overging naar Oostenrijk onder de naam Oostenrijkse Nederlanden (met een andere vlag).
Kaart van de Bataafse Republiek in 1801 (door Joostik, gebaseerd op de “Groote historische schoolatlas ten gebruike bij het onderwijs in de vaderlandsche en algemene geschiedenis”, door H. Hattema, 1920) (publiek domein)
Vlag van de Bataafse Republiek
De andere vlag was die van de Bataafse Republiek en daarmee komen we in de tijd van Napoleon. Daags nadat stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte (19 januari 1795) werd de Bataafse Republiek een feit. Hoewel het op papier een autonome republiek was, was het land in feite een vazalstaat van Frankrijk, eufemistisch een zusterrepubliek genoemd. Het rood-wit-blauw van de vlag werd gehandhaafd maar in de broektop kwam een afbeelding te staan. Hoewel deze vlag oorspronkelijk als marinevlag werd ingevoerd, werd ze uiteindelijk ook aan land gevoerd.
Vlag van de Bataafse Republiek (1795-1806)
De afbeelding toont een zogenaamde Nederlandse of Bataafse maagd, ook wel de Vrijheidsmaagd genoemd. Haar gouden helm is getooid met veren in de kleur van de Nederlandse of Bataafse vlag. Naast haar zit de Nederlandse of Bataafse leeuw, die enigszins verbijsterd kijkt. Beiden houden een speer vast, waar bovenop een vrijheidshoed balanceert. De maagd houdt aan haar andere zijde een schild vast met daarop een Romeinse roedenbundel met bijlen (fasces). Het hele tafereel is geplaatst op een groene ondergrond met struikgewas en gezien de wapperende sjaal, verentooi en leeuwenmanen lijkt het flink te waaien!
Afbeelding op de vlag van de Bataafse Republiek
De afbeelding op de rode baan kwam weer te vervallen in 1806 toen de Bataafse Republiek door Napoleon werd vervangen door het Koninkrijk Holland, waarbij hij zijn derde broer, Lodewijk Napoleon, op de troon zette. Dit koninkrijk was maar een kort leven beschoren, Napoleon was ontevreden met zijn broer als koning, die hij ‘te Hollands’ vond worden. Hij zette Lodewijk Napoleon in 1810 af en lijfde Nederland bij zijn in 1804 gevormde Franse Keizerrijk in, waardoor de officiële vlag in Nederland de Franse tricolore werd.
Na een desastreus verlopen veldslag van Napoleon in Rusland, begon het keizerrijk te imploderen en verlieten de Fransen Nederland en werd door de geallieerde Europese machten (het Verenigd Koninkrijk, Rusland, Oostenrijk en Pruisen) in 1813 het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het leven geroepen: Nederland, België en Luxemburg samen onder Koning Willem I, zoon van de laatste stadhouder Willem V. En daarmee keerde de Nederlandse driekleur definitief terug.
Geuzen
Links: Geus van de Koninklijke Marine (‘dubbele of prinsengeus’) / Rechts: Geus van de watersport (‘enkele geus’ of ‘geusje’)
Tot slot een bekende verschijning op het water: de van de Nederlandse vlag afgeleide geus. Een geus is een vlag die op een schip gevoerd wordt. We kennen in Nederland twee geuzen.
De eerste, de dubbele of prinsengeus wordt gebruikt door de Koninklijke Marine. Het is een zogenaamde gegeerde vlag met twaalf segmenten in rood-wit-blauw, de kleuren van de nationale vlag, die krachtens Koninklijk Besluit 315 van 20 juli 1931 officieel werd vastgesteld, maar is terug te voeren tot de Tachtigjarige Oorlog.
De dubbele of prinsengeus wordt gebruikt als een schip op zon- en feestdagen voor anker of aan de kade ligt, als er een buitenlands marineschip in de haven ligt en als een Nederlands marineschip in een buitenlandse haven ligt, maar dus niet als een schip onderweg is.
Twee marineschepen aan de kade in Willemstad, Curaçao, van het linkerschip (de Hr.Ms. Karel Doorman) zien we de achtersteven met de Nederlandse vlag, het schip rechts voert de dubbele of prinsengeus op de boeg (fotograaf onbekend)
Het eenvoudiger ‘broertje’ van de dubbele of prinsengeus is de enkele geus of geusje, eveneens een gegeerde vlag in rood-wit-blauw, maar dan met acht segmenten in plaats van twaalf. Deze geus wordt gebruikt binnen de watersport en wel door ronde- en platbodemjachten op de botteloef of kluiverboom en door kotters en andere traditioneel getuigde schepen en jachten op de boegspriet. Ook motorjachten kunnen de enkele geus voeren en wel op het voorschip, maar alleen indien men eveneens de verenigingsstandaard of clubvlag in de top van een mast en hoger dan de geus heeft gezet.
De watersportetiquette in beeld met drie vlaggen: de Nederlandse vlag op de achtersteven, de verenigingsstandaard of clubvlag hoog aan de mast en de enkele geus of geusje op de boeg (fotograaf onbekend)
De wimpel
De oranje wimpel wordt alleen gebruikt op Koningsdag (of Koninginnedag) en/of op verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis. De geschiedenis van de wimpel gaat ruim 200 jaar terug. Bij het begin van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1813 onder Koning Willem I, gingen er stemmen op om de Prinsenvlag weer in te voeren. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar om toch de verbondenheid met het Huis van Oranje te tonen werd de oranje wimpel bedacht, als extra ‘versiering’ bij de rood-wit-blauwe vlag.