Canarische Eilanden – Introducción de la bandera / Invoering vlag (1982)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag is het 43 jaar geleden dat de Canarische Eilanden, een autonome regio van Spanje, hun vlag invoerden.

Kaart van de Canarische Eilanden (© freeworldmaps.net)

De Canarische Eilanden liggen zo’n 100 km ten westen van Zuid-Marokko, in de Atlantische Oceaan. De archipel bestaat uit de zeven hoofdeilanden Hierro, La Palma, Gomera, Tenerife, Gran Canaria, Fuerteventura en Lanzarote en een aantal kleinere, waaronder Alegranza, Isla de Lobos, Montaña Clara, Roque del Oeste en Roque del Este.
De eilanden vormen samen één van de zeventien autonome regio’s van Spanje, die vervolgens is onderverdeeld in twee provincies: Santa Cruz de Tenerife en Las Palmas.

Links: Kaart van de provincie Santa Cruz de Tenerife / Rechts: Kaart van de provincie Las Palmas (beide © OpenStreetMap)

Tezamen tellen de eilanden bijna 2,7 miljoen inwoners, waarvan de overgrote meerderheid op de twee hoofdeilanden woont: 43% op Tenerife en 40% op Gran Canaria.

Naam

De naam van de archipel (Islas Canarias in het Spaans) is waarschijnlijk afgeleid van de Latijnse naam voor de eilanden, Canariae Insulae, wat zoveel betekent als Hondeneilanden.
De naam zou gekozen kunnen zijn vanwege het grote aantal zeehonden in de wateren rond de archipel, maar volgens de Romeinse letterkundige en amateur-wetenschapper Plinius de Oudere kwamen er op Gran Canaria “enorme aantallen honden van zeer grote omvang” voor.
Het zou daarbij kunnen gaan om de Presa Canario, een mastiff-achtige hond, die vroeger als waak- en herdershond werd gehouden.

Een teef van de Presa Canario (© Smok Bazyli / publiek domein)

De constatering van Plinius heeft er in ieder geval voor gezorgd dat twee honden op wapen en vlag van de Canarische Eilanden terecht zijn gekomen.
De archipel is zeker niet vernoemd naar de kanarie, het is juist andersom, de vogel is oorspronkelijk afkomstig van de eilanden (alsook van de Azoren en het eiland Madeira) en is dus vernoemd naar de Canarische Eilanden.

De vlag

Vlag van de Canarische Eilanden (1982-heden)

De vlag van de Canarische Eilanden is een verticale driekleur in wit, blauw en geel. In het midden van de blauwe baan is het wapen van de Canarische Eilanden geplaatst, dit is de vlag die in gebruik is bij overheidsinstellingen.
De vlag bestaat ook zonder wapen en dat is de versie die de bevolking gebruikt.

‘Burgervlag’ van de Canarische Eilanden, zonder wapen (1982-heden)

De in 1982 ingevoerde vlag (met en zonder wapen) is gebaseerd op een eerder versie uit 1961, een ontwerp van de Movimiento Canarias Libre, een vrij kleine groepering die in de Franco-tijd naar meer autonomie streefde, maar met de arrestatie van de leden in 1962 weer verdween.

Vlag van de Movimiento Canarias Libre (1961-1962)

De door deze beweging ontworpen vlag was een kleurencombinatie van de provincies Santa Cruz de Tenerife (wit en blauw) en Gran Canaria (blauw en geel). Een groot verschil met de huidige vlag is de breedte van de blauwe baan, die dubbel zo breed was als de witte en gele banen.

Links: De vlag van de provincie Tenerife (tevens de eilandvlag van Tenerife) / Rechts: De vlag van de provincie Gran Canaria (tevens de vlag van het gelijknamige eiland)

Zowel de vlag van Tenerife als die van Gran Canaria vinden hun oorsprong bij die van weer een andere indeling: die van Spaanse maritieme provincies (in totaal is de Spaanse kust in 30 maritieme provincies verdeeld).
De vlag van Tenerife stamt uit 1845 en toont een wit andreaskruis op een marineblauw veld. Hoewel de vlag daarmee heel erg op die van Schotland lijkt, is het blauw van de vlag van Tenerife iets donkerder.
De vlag van Gran Canaria stamt uit 1869 en wordt diagonaal gedeeld van de onderkant van de broeking naar de bovenhoek van de vlucht, geel boven en blauw onder. In 1989 werd aan deze vlag het wapen toegevoegd.

Het wapen

Het wapen van de Canarische Eilanden dat ook op de vlag is afgebeeld, bestaat uit een blauw schild met daarop in wit (of zilver) zeven vulkanische eilanden, het is gedekt met de Spaanse koningskroon, waarboven op een witte banderol het devies in zwarte kapitalen: OCEANO (OCEAAN).
Twee bruine honden met blauwe halsbanden dienen als schildhouders, refererend aan de oorsprong van de naam Canarische Eilanden en de Presa Canario.
Het wapen werd aangenomen op 10 augustus 1982, hoewel het in oorsprong tot zeker 1722 teruggaat.

Het wapen zoals afgebeeld in “Noticias de la Historia General de las Islas de Canaria”, van José de Viera y Clavijo uit 1772 (publiek domein)

Controverse

De twee honden kwamen eerder deze eeuw onder vuur te liggen doordat er nogal wat eilanders waren die de honden teveel als een oorspronkelijk symbool van Gran Canaria beschouwen, maar niet van de overige eilanden.
In 2017 besloot de regering van de Canarische Eilanden het wapen “moderner en herkenbaarder te maken voor burgers”, door de honden voortaan weg te laten op de schilden aan de openbare gebouwen en op briefpapier en dergelijke.
Officieel zijn ze echter nog steeds onderdeel van het wapen en op de vlag zijn ze dan ook nog present.

Paraguay – Día del Niño / Dag van het Kind (1869)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

In Paraguay wordt vandaag de Día del Niño (Dag van het Kind) gevierd. Het herinnert aan een slag in de Paraguyaanse Oorlog, die ook bekend staat als de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870). Het zou in dit verband te ver voeren om deze ingewikkelde en bloedige strijd hier ten tonele te voeren, maar heel in het kort komt het er op neer dat Paraguay, onder dictator Carlos Antonio López in oorlog kwam met Brazilië, Uruguay en Argentinië. Aangezien Paraguay nergens aan water grenst, was het López’ wens zijn land zodanig uit te breiden, dat het aan de Rio de la Plata zou grenzen.

paraguay 01 kaartje portret
Links: Locatie van Paraguay / Rechts: Carlos Antonio López (1792-1862), portret uit 1862

Dit alles ten behoeve van de niet onaanzienlijke export van o.a. wapens. De oorlog die toen ontstond, was minstens zo gruwelijk als de Amerikaanse Burgeroorlog, die toen net achter de rug was. Paraguay had een sterk leger, maar toen het in 1870 het onderspit delfde, was het inwoneraantal van 525.000 gedaald naar 221.000, waarvan slechts 28.000 mannen.

Wat heeft dit nu allemaal met kinderen te maken? Dat komt door één beruchte veldslag, de Batalla de Acosta Ñu ook wel Campo Grande (Grote Strijd) genoemd, van 16 augustus 1869. López was aan de verliezende hand, veel militairen waren inmiddels omgekomen. Waarschijnlijk om zelf te kunnen vluchten, trommelde hij een legertje op van 3.500 kinderen van tussen de zes en vijftien jaar oud, deels vermomd met baarden en met verouderde wapens.

paraguay 04 schilderij
Links: Paraguayaanse kindsoldaten in 1869 (publiek domein) / Rechts: Schilderij uit 1877 van Pedro Américo (1843-1905), getiteld Batalha da Campo Grande (Collectie Museu Imperial de Petrópolis, Brazilië)

De kinderen stonden tegenover een geallieerde overmacht van 20.000 man. Het kinderleger werd in de pan gehakt, 2000 van hun kwamen om tijdens de slag, de rest werd gevangen genomen, velen van hen zwaargewond. Dictator López kwam uiteindelijk aan zijn einde in de laatste slag van de oorlog, de Combate de Cerro Corá, op 1 maart 1870, toen hij, terwijl hij omsingeld was, zich weigerde over te geven. Hij liep een lanswond op in zijn buik en werd niet lang daarna doodgeschoten.

Kaart van Paraguay (© freeworldmaps.net)

De vlag

Voorzijde van de vlag van Paraguay
Keerzijde van de vlag van Paraguay

De vlag van Paraguay heeft officieel twee verschillende kanten, net als die van de Amerikaanse staat Oregon. Hoewel die laatste dubbelzijdige vlag zich in de Vlagblog-collectie bevindt, is dat niet het geval met Paraguay, simpelweg omdat er niet de hand op te leggen is. Alleen in het land zelf kom je de officiële dubbelzijdige versie tegen, meestal bij overheidsgebouwen. Dubbelzijdige vlaggen zijn uiteraard niet erg praktisch, omdat ze duurder zijn om te maken en ook zwaarder, wat het wapperen niet ten goede komt!

De vlag is een horizontale driekleur in rood, wit en blauw. In het midden van de witte baan aan de voorzijde is het rijkszegel geplaatst. Het rijkszegel heeft in het midden een vijfpuntige gouden ster en is geplaatst in een blauwe cirkel. Deze cirkel wordt omkranst door palm- en olijftakken op een witte cirkel. Daar weer omheen bevindt zich een rode cirkel met in goud en in kapitalen de tekst Republica del Paraguay.  Hier omheen ligt dan nog een witte cirkel, omkaderd door een zwarte cirkel.

Op de achterkant van de vlag staat in het midden van de witte baan het zegel van het Ministerie van Financiën. Het is een witte cirkel, omkaderd in blauw en rood. In de cirkel is een gouden leeuw geplaatst; achter dit dier is een gouden speer te zien met een rode Frygische muts (symbool voor de vrijheid) er bovenop. In de cirkel boven de afbeelding in kapitalen de tekst Paz y justicia (Vrede en gerechtigheid).

paraguay symbolen naast elkaar
De symbolen op de vlag: het rijkszegel (voorkant) en het zegel van het Ministerie van Financiën (achterkant)

Over waar het rood, wit en blauw van deze vlag vandaan komen zijn verschillende theorieën, maar het waarschijnlijkst is dat Paraguay’s eerste president, José Gaspar Rodriguez de Francia de kleuren introduceerde, als groot bewonderaar van de Franse Revolutie. Daarmee zouden ze dus ‘geleend’ zijn van de Franse tricolore en vervolgens een slag gedraaid naar horizontaal. Maar ook het ‘lenen’ van de Nederlandse vlag wordt niet uitgesloten.

De Francia
President José Gaspar Rodriguez de Francia (1766-1840) (© rtv.com.py)

De eerste versie van deze vlag werd ingevoerd op 15 augustus 1812, waarbij de witte baan iets breder was dan de rode en de blauwe. Op 27 november 1842 werd de vlag opnieuw vastgesteld, nu met drie banen van dezelfde breedte. Het rijkszegel miste toen nog de rode cirkel met de tekst, die werd toegevoegd in 1883. Hoewel alleen bij de officiële (overheids)versies van de vlag, is nog vermeldenswaardig dat de verhoudingen van hoogte en breedte 11:20 zijn.

Het presidentieel paleis, het Palacio de López (1894), in de hoofdstad Asunción, met de vlag in top (screenshot)

Dominicaanse Republiek – Día de la Restauración Dominicana / Dominicaanse Restauratiedag (1863)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Restauratiedag is een officiële feestdag in de Dominicaanse Republiek, waarmee de strijd herdacht wordt die uiteindelijk leidde tot de tweede onafhankelijkheid van het land van Spanje.
Het is een dag waarbij mensen deelnemen aan optochten, braderieën en militaire parades.

Affiche voor de Dominicaanse feestdag (publiek domein)

De naam Dominicaanse Restauratiedag impliceert dat er in de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek iets te herstellen viel en dat is dan ook zo: vanaf 1863 riep het land voor de tweede keer de onafhankelijkheid uit.

Het eiland Hispaniola wordt verdeeld tussen Haïti in het westen en de Dominicaanse Republiek in het oosten (publiek domein)

Hispaniola, het eiland wat de Dominicaanse Republiek en Haïti delen, was historisch gezien onder vrijwel voortdurende buitenlandse overheersing.
De Spanjaarden claimden Hispaniola voor zichzelf nadat Christoffel Columbus het eiland in december 1492 ‘ontdekte’, om vervolgens gedurende de 18e en begin 19e eeuw schermutselingen en claims tegen de Fransen en Britten te bestrijden.

Haïti, dat de westelijke helft van het eiland inneemt, was sinds 1697 Frans gebied.
Nadat de Haïtianen een door Napoleon gestuurd leger versloegen, riepen ze in 1804 de onafhankelijkheid uit en probeerden ze ook controle te krijgen over de oostkant van Hispaniola, het land dat uiteindelijk de Dominicaanse Republiek zou worden.

Kaart van Hispaniola uit 1822 met Haïti (Hayti op de cartouche) in het westen, de latere Dominicaanse Republiek in het oosten. die toen bekend stond onder de naam Santo Domingo (Saint Domingo op de cartouche), hoewel de kaart suggereert dat het om twee aparte landen of gebieden gaat, was het grootste deel van de oostelijke kant van Hispaniola op dat moment bezet door Haïti (kaart door Fielding Lucas, Jr. (1781-1854 / publiek domein)

Ze voerden een 22 jaar durende militaire bezetting van het grootste deel van het eiland uit, terwijl een aantal door Spanje bezette deelgebieden talloze malen werden aangevallen.

Kaart van Hispaniola (oorspronkelijk La Española) uit 1858, het eiland als geheel stond ook bekend als Santo Domingo (tevens de naam van de Dominicaanse hoofdstad), de inzet onderin de kaart toont de plattegrond van die stad (kaart door Sir Robert Hermann Schomburgk (1804-1865) / publiek domein)

De Dominicanen werden pas in 1844 bevrijd van de Haïtiaanse overheersing, toen rebellen de Haïtianen die hun land bezetten, verdreven, waarna de Dominicanen de onafhankelijkheid uitriepen.
Deze Eerste Republiek, zoals hij tegenwoordig wordt genoemd, was een economisch en politiek instabiele periode in de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek, waarbij er ook constant schermutselingen met Haïti waren.

Santiago Rodríguez (1809/1810-1879), portret door een onbekende artiest (publiek domein)

De onafhankelijkheid werd ruw onderbroken in 1861 toen de oude kolonisator Spanje de Dominicaanse Republiek binnenviel en het voor de Spaanse Kroon claimde.
Op 16 augustus 1863, vandaag 161 jaar geleden, voerde een groep Dominicanen onder leiding van Santiago Rodríguez een gewaagde aanval uit op Capotillo bij Dajabón, in het noordwesten van de Dominicaanse Republiek en hees de nationale Dominicaanse vlag op de Capotillo-heuvel. Deze actie, bekend als El grito de Capotillo, was het begin van een twee jaar durende oorlog tegen Spanje.

Artist impression van El grito de Capotillo op 16 augustus 1863 o.l.v. Santiago Rodriguez (1809-1879), hier afgebeeld met sabel (publiek domein)

Het werd een echte guerrillaoorlog, waarbij de meeste dorpen en steden zich van ganser harte aansloten bij de strijd tegen de Spanjaarden.
De Spanjaarden gaven de controle over het eiland in 1865 op na forse financiële en menselijke verliezen.
Het aantal Spaanse doden wordt geschat op zo’n 30.000 tot 40.000, die ofwel werden gedood in de strijd, of het leven lieten door besmettelijke ziektes.
Aan Dominicaanse kant vielen er circa 4.000 doden.

Kaart van de Dominicaanse Republiek (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van de Dominicaanse Republiek (1863-heden)

De vlag van de Dominicaanse Republiek bestaat uit een liggend wit kruis, de vier daardoor ontstane vlakken hebben de kleuren blauw en rood, beide diagonaal ten opzichte van elkaar: het blauw bovenaan de mastzijde en onderin aan het uitwaaiend gedeelte, voor het rood precies andersom.
In het midden van het witte kruis zien we het Dominicaanse staatswapen.
De burgerbevolking gebruikt veelal de civiele versie van deze vlag, zonder het wapen (zie hieronder).

Civiele versie van de Dominicaanse vlag

De kleuren hebben de volgende symbolische betekenis: rood voor “het bloed van de helden” (de strijd tegen de Haïtianen en Spanjaarden), blauw voor vrijheid en wit voor verlossing.

Juan Pablo Duarte (1813-1876) op een bankbiljet van 1 peso, in roulatie tussen 1947 en 1955 (© Banco Central de la República Dominicana)

De vlag is een ontwerp van een van de voorvechters voor de Dominicaanse onafhankelijkheid, Juan Pablo Duarte, die ook bekend staat als Padre de la Patria (Vader des Vaderlands).
Hoewel de vlag officieel werd ingevoerd op 6 november 1863, komt ze eigenlijk voort uit de eerdere vlag die de Dominicanen gebruikten tijdens de Eerste Republiek (zie artikel hierboven) tussen 1844 en 1861.

Vlag van de Eerste Republiek van de Dominicanen (1844-1861)

Die vlag zien we hierboven: het enige verschil is dat beide blauwe vlakken bovenin zijn geplaatst en de rode onderin.
In de korte periode (1861-1865) waarin de Spanjaarden opnieuw bezit hadden genomen van de Dominicaanse Republiek, had het land (toen tijdelijk een Spaanse provincie met als naam Santo Domingo) een totaal andere vlag.

Vlag tijdens de Spaanse bezetting (1861-1865), als de provincie Santo Domingo. met onderin het wapen het motto “Muy leal, muy noble” (“Zeer loyaal, zeer nobel”), loyaal zouden de Dominicanen zeker niet zijn, nog tijdens de inmiddels tanende Spaanse bezetting werd in 1863 de onafhankelijkheid opnieuw uitgeroepen en de nieuwe vlag ingevoerd

Het wapen

Tot slot kijken we nog even naar het staatswapen dat op de vlag is afgebeeld, hieronder kunnen we het in meer detail zien:

Het wapen werd op 6 november 1844 ingevoerd en stamt dus nog uit de tijd van de Eerste Republiek en is tussen toen en nu inmiddels meer dan twintig keer op onderdelen gewijzigd, hoewel het in basis min of meer hetzelfde bleef.
Centraal zien we het hier als achtergrond dienende schild dat dezelfde kleuren als de vlag heeft. Eroverheen zien we zes gouden speren, drie links, drie rechts, waarbij de de vier voorste speren tevens als vlaggenstokken dienen voor evenzoveel Dominicaanse vlaggen die naar beneden hangen en in in het midden bijeengebonden zijn.
Over die onzichtbare knoop heen ligt een bij het evangelie van Johannes 8:31-32, opengeslagen Bijbel, met daarboven een gouden kruis.

Het schild wordt omringd door een lauriertak links en een palmtak rechts, die onderin zijn samengebonden door middel van een rode strik.
Boven het schild zien we een blauwe banderol met het nationale motto in gouden kapitalen: DIOS PATRIA LIBERTAD (GOD VADERLAND VRIJHEID).
Het geheel wordt onderin gecomplementeerd door een rode banderol waarop in eveneens gouden kapitalen de naam van het land in het Spaans: REPUBLICA DOMINICANA.