Tokelau – Authority passes from U.K. to New Zealand / Gezag overgeheveld van V.K. naar Nieuw-Zeeland (1926)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Vandaag is het 98 jaar geleden dat de autoriteit van Tokelau werd overgeheveld van het Verenigd Koninkrijk naar Nieuw-Zeeland.

Tokelau is een klein overzees gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland. Het bestaat uit drie atollen met een gezamenlijke oppervlakte van 10 km², met een bevolking van zo’n 1500 zielen.
Vanwege de geringe omvang heeft het gebied de kleinste economie ter wereld. De export, € 67.000 per jaar, bestaat uit postzegels, munten, kopra (kokos), vlechtwerk en 10% van de winst van het in 2000 aan de Nederlandse internetondernemer Joost Zuurbier verkochte toplevel-domein ‘.tk’.

Een Tokelause munt van 10 cent uit 2012, met op de beeldenaar het portret van Koningin Elizabeth II (1926-2022) en daaronder de vlag van Tokelau, de ommezijde toont een speervisser (publiek domein)

De import echter bedraagt zo’n € 200.000, voor voeding, bouwmaterialen en brandstof. Het verschil wordt dan ook bijgepast door Nieuw-Zeeland.
Een groot aantal Tokelauers woont in Nieuw-Zeeland en ondersteunt familieleden financieel.

De drie atollen van Tokelau zijn Atafu, Fakaofo en Nukunonu. Ze zijn gelegen ten noorden van Samoa en Amerikaans-Samoa, ten oosten van Tuvalu, ten zuiden van de Phoenixeilanden (behorend bij Kiribati) en ten noordwesten van de Cookeilanden (zie kaart hieronder).

De locatie van Tokelau in de Grote of Stille Oceaan: het rechthoekige blok rechtsboven (© reliefweb)

Om wat verder in te zoomen op Tokelau, hieronder een detailkaart:

Nogmaals de locatie van Tokelau op de wereldbol (in rood, net ten oosten van de rode internationale datumgrens), plus vergrotingen van de drie atollen en de locaties ten opzichte van elkaar (© National Library of New Zealand)

De eerste van de eilanden die werd ontdekt, was Atafu, door de Britse commodore John Byron, op zijn schip de HMS Dolphin, in 1765. Hij gaf het atol de naam Duke of York’s Island.
In 1791 werd het eiland opnieuw aangedaan door Britten, ditmaal door kapitein Edward Edwards van de HMS Pandora, die op zoek was naar de muiters van de Bounty.
Edwards trof wel hutten aan, maar geen bewoners. Na een zuidoostelijke koers te hebben ingelegd stuitte hij op het nog onbekende Nukunonu, dat hij de naam Duke of Clarence’s Island gaf. Hier werden wel bewoners ontdekt, naar verkenners slaagden er niet in contact te maken.

Links: John Byron (1723-1786), ontdekker van Atafu, portret door Joshua Reynolds (1723-1792), collectie National Maritime Museum Greenwich (publiek domein) / Rechts: Drie postzegels uit 1970 met de drie schepen die de atollen ‘ontdekten’, v.l.n.r.: HMS Dolphin (Atafu), HMS Pandora (Nukunonu) en de General Jackson (Fakaofo)

Voor wat het laatste eiland Fakaofo betreft: dit werd officieel ‘ontdekt’ in 1835 door de Amerikaanse kapitein Smith van de walvisvaarder General Jackson. Hij doopte het D’Wolf’s Island.
In 1841 werd het ‘opnieuw ontdekt’ door de US Exploring Expedition en vervolgens omgedoopt tot Bowditch Island.
De namen voor de eilanden beklijfden niet, de eilanden hadden al hun eigen Polynesische namen.

Hoewel miniem in grootte, arriveerden er al gauw missionarissen op de drie eilanden: tussen 1845 en 1870 werden er door de Fransen vanaf het eiland Wallis plaatselijke ‘bekeerders’ naar Nukunonu gestuurd om daar het katholicisme te verspreiden.
De Engelsen op hun beurt stuurden vanuit Samoa een delegatie van de London Missionary Society naar Atafu om de bewoners tot het protestantisme te bekeren.
Fakaofo kreeg beide groeperingen op bezoek, waardoor sommige bewoners katholiek werden en anderen protestant.

Gedurende deze periode (1863) deden ook Peruaanse slavenhandelaars de drie eilanden aan, met minder nobele bedoelingen. Vanaf hun basis op het zuidelijker gelegen Swains Island, ontvoerden ze alle mannen die konden werken, 253 in totaal, bijna de gehele mannelijke bevolking, waardoor het aantal inwoners werd gereduceerd tot 85.
Slechts enkelen zouden hun eilanden terug zien: velen stierven aan dysenterie en pokken.

“Cry of the stolen people”, een kunstproject over het wegvoeren van 253 mannen van Tokelau door Peruaanse slavenhandelaars, door Jack Kirifi, Zac Mateo en Moses Viliamu (screenshot)

Zowel tijdens als na deze periode kwamen er veel Polynesische immigranten naar de eilanden, waardoor het tekort aan mannen enigszins herstelde, gevolgd door de nodige avonturiers uit Schotland, Frankrijk, Portugal en Duitsland, die zich vermengden met de plaatselijke bevolking.

In de 19e eeuw waren de meeste eilanden in de Stille Zuidzee inmiddels wel ‘verdeeld’ tussen de koloniale grootmachten. De Tokelau-eilanden zijn echter zo klein en ‘onbelangrijk’, dat ze in eerste instantie over het hoofd werden gezien.
Vanaf 1856 claimden de Verenigde Staten de eilanden, maar zonder actie te ondernemen. Zo kon het dus gebeuren dat de Britten in 1877 alle eilanden in de Stille Zuidzee claimden die nog niet geclaimd waren, waar volgens hen ook de Tokelau-eilanden toe behoorden.

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson (1850-1894) doet in mei 1890 op een van zijn reizen ook Tokelau aan, waar hij poseert met de plaatselijke bevolking, er is niet bekend op welk atol de foto is genomen (© publiek domein)

Toch hadden ook de Britten kennelijk geen haast, want pas in 1889 werd de Britse vlag op de eilanden geplant, waarbij de eilanden tot een Brits protectoraat werden gemaakt.
Hoewel dus Engels, bleven de Amerikanen de eilanden claimen en ze hielden dit zelfs vol tot 1979.

Overdracht aan Nieuw-Zeeland

Tokelau bleef een Brits protectoraat tot 11 februari 1926 (vandaag dus 98 jaar geleden), toen het werd overgedragen aan Nieuw-Zeeland, wat een beetje ‘vestzak-broekzak’ was, omdat Nieuw-Zeeland in die tijd ook nog Brits was.
Toen dit land in 1947 werd losgeweekt van het Verenigd Koninkrijk, ging Tokelau geruisloos met Nieuw-Zeeland mee.

Zowel in 2006 als 2007 werden er referenda gehouden om te kijken of Tokelau net als de Cookeilanden en Niue zelfbestuur of een ‘vrije associatie’ wilde. Voor een ‘ja’ was tweederde meerderheid nodig, maar beide pogingen strandden, zodat de status als gebiedsdeel van Nieuw-Zeeland gehandhaafd bleef.

Atafu, luchtfoto, linksonder Atafu Village (© publiek domein)

De drie atollen bestaan ieder uit tientallen koraaleilanden of motu. Atafu en Nukunonu herbergen beiden slechts één plaats, respectievelijk Atafu Village en Nukunonu Village, terwijl Fakaofo twee plaatsen telt: Fale (de ‘hoofdstad’) en Fenua Fala.

Het dorp Fale dat een complete motu van atol Fakaofo inneemt (screenshot)

Wat het binnenlands bestuur betreft: ieder atol wordt vertegenwoordigd door een faipule (een dorpschef), met een ambtstermijn van drie jaar. Elk van die drie faipule is tijdens zijn of haar termijn tevens één jaar lang premier op nationaal niveau. De huidige premier (sinds 8 maart 2021 en herkozen op 6 maart 2023) is Kerisiano Kalolo.

Links: Premier Kerisiano Kalolo (1946) met de vlag van Tokelau (foto: Mackenzie Smith) / Rechts: Administrator Don Higgins (screenshot)

Daar Koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk in naam het staatshoofd is van Nieuw-Zeeland, is hij dat ook van Tokelau. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn administrator. Sinds 1 juni 2023 is dat Don Higgins, die eerder hoge commissaris was op de Salomonseilanden en Kiribati.

Nukunonu Village, het enige dorp op het atol Nukunonu (screenshot)

Toklelau is sinds 2012 volledig overgestapt op zonne-energie. Daarvoor waren de eilanden afhankelijk van generatoren die per jaar 73.000 liter fossiele brandstof verstookten.

De eilanden zijn letterlijk afgelegen, omdat ze alleen per boot te bereiken zijn. Tweemaal per maand is er een bootverbinding met Apia, de hoofdstad van Samoa, ruim een dag varen, waarvandaan overgestapt kan worden op het vliegtuig. Vanaf Samoa zijn er directe vluchten naar Nieuw-Zeeland, Australië, Hawaii, Fiji, Amerikaans Samoa en Tonga.

De MV Mataliki gefotografeerd bij zijn eerste reis vanuit de haven van Apia (Samoa), februari 2016 (© tokelau.org.nz)

In 2016 werd een nieuw schip in bedrijf genomen, de MV Mataliki, die de sterk verouderde MV Tokelau verving. Het schip heeft een capaciteit van 60 passagiers op zijn reis van Samoa naar Tokelau en voor de aansluitende reis langs alle drie eilanden kunnen 120 mensen mee.

Een langgekoesterde wens om een vliegveld(je) aan te leggen is nog weinig concreet, gezien de kosten. Wellicht dat een verbinding voor watervliegtuigen een optie is.

De vlag

Vlag van Tokelau (2009-heden)

De vlag van Tokelau is donkerblauw en heeft als centraal symbool een gestileerde Tokelause kano (een outrigger canoe) in geel, met daarnaast aan de broekingszijde, vier witte vijfpuntige sterren in de vorm van het sterrenbeeld Zuiderkruis.
Deze vlag werd ingevoerd op 7 september 2009, maar er gingen een aantal afgeschoten ontwerpen aan vooraf.

Een traditionele kano uit Tokelau op een postzegel van 5 cent uit 1983

Tot 2009 werd de Nieuw-Zeelandse vlag gebruikt. De eerste poging om tot een eigen vlag te komen dateert echter al van rond 1989.
Wie er achter het ontwerp zit weten we niet, maar de vlag lijkt te zijn ontworpen voor een sportmanifestatie. Of er überhaupt een exemplaar van de vlag is gemaakt is bij gebrek aan fotografisch bewijs moeilijk na te gaan.

Onofficieel ontwerp uit ±1989 voor een nationale vlag?

Het ontwerp kennen we van een tekening: het heeft een donkerblauw veld met drie concentrische ringen in geel, op twee plaatsen onderbroken. In het ‘gat’ richting de broekingszijde zien we drie witte vijfpuntige sterren en het ‘gat’ richting de vluchtzijde een kokospalm in groen.
De drie sterren staan ongetwijfeld voor de drie atollen, de cirkels wellicht voor de drie langgerekte landmassa’s (met de lagune in het midden), waarbij de twee ‘gaten’ toegangen door het rif zouden kunnen zijn. De kokospalm tenslotte is in grote getale aanwezig in de archipel.

De ‘General Fono’, het parlement van Tokelau tijdens een sessie in 2018 (© Tokelau Media)

Het duurde vervolgens tot juni 2007 voordat een serieus vlagontwerp zich aandiende, ingediend door de General Fono (het parlement van Tokelau).
Dit ontwerp kennen we van slechts één foto en daar staat de vlag maar voor de helft op! Ondanks dat kunnen we wel vaststellen dat dit de directe voorloper van de huidige vlag is.

Het eerste officiële (maar afgekeurde) ontwerp voor een eigen vlag (© tokelau.org.nz)

De vlag is eveneens donkerblauw met een gele traditionele kano. Het afwijkende zit ‘m in de vier witte vijfpuntige sterren. Ze zijn niet alleen aan de andere kant van de kano geplaatst maar bovendien in een andere positie. Zonder al teveel moeite kunnen we hier de geografische ligging in zien van de drie atollen van Tokelau, maar dan mét een extra ster, die op de plek van Swains Island ligt.

Dat dit ontwerp het uiteindelijk niet zou halen stond eigenlijk bij voorbaat vast. De kwestie rond Swains Island was inmiddels in het voordeel van de Verenigde Staten beslecht met het Verdrag van Tokahega, dus de V.S. zou dit ongetwijfeld niet pikken.

De nieuwe vlag wordt voor het eerst in Tokelau gehesen op 21 oktober 2009 op Fakaofo (screenshot)

Zodoende werd in februari 2009 het huidige ontwerp door het parlement goedgekeurd, waarbij de sterren naar de andere kant van de kano waren verhuisd en de positie hadden aangenomen van het Zuiderkruis, net zoals bij moederland Nieuw-Zeeland.
In augustus dat jaar werd het ontwerp officieel goedgekeurd door Koningin Elizabeth en op 21 oktober wapperde de vlag voor het eerst.

Japan – 建国記念の日 / Kenkoku Kinen No Hi / Stichting van Japan-dag (660 v. Chr.)

Drie vlaggen vandaag: vlag 2:

Kenkoku kinen no hi is een nationale feestdag in Japan waarbij de stichting van het keizerrijk wordt herdacht. De elfde februari 660 voor Christus zou de datum zijn waarop de eerste Japanse keizer Jimmu zijn regeringsperiode begon.
De dag werd in 1873 als feestdag ingesteld.

Jimmu
Keizer Jimmu (711 v.Chr.-585 v.Chr.), detail uit een houtsnedeprint van Adachi Ginkō (1853-1908 of later) (publiek domein)

Op deze dag worden er veel vlaggen gehesen en er wordt gereflecteerd over de betekenis van het Japanse burgerschap, waarbij men er sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog voor waakt al te nationalistisch te worden.

Kaart van Japan (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag van Japan (1999-heden), de Nisshōki of Hinomaru

Japan was tot het midden van de 19e eeuw zo geïsoleerd naar de buitenwereld, dat het geen vlag had.
Toen het echter zachtjesaan relaties aanknoopte met de buitenwereld werd de tijd hiervoor rijp geacht.

De Japanse vlag begon zijn leven als zeevlag op 5 augustus 1854 en vanaf 27 februari 1870 ook als nationale vlag. Offcieel heet de vlag Nisshōki (Zonnesymbool-vlag), maar officieus is hij beter bekend onder de naam Hinomaru (Zonnecirkel).

Voortgang tijdens de Keizerlijke Inspectie te Ou, Matsushima, ukiyo-e (Japanse houtsnede) uit 1876 door Utagawa Hiroshige III (1842/1843-1894), waarop verschillende Japanse vlaggen te zien zijn (publiek domein)

De vlag is wit met een rode cirkel in het midden. Het wit staat voor zuiverheid en eerlijkheid, terwijl de rode kleur passie, openheid en enthousiasme symboliseert. Een verdere symboolwaarde heeft de rode cirkel ook voor Japan’s bijnaam Land van de rijzende zon.

Links: Vlag van Japan (1870-1999) met een nauwelijks waarneembare andere positie (1%) van de rode cirkel / Rechts: Jyūrokujō-Kyokujitsu-ki , de vlag van de Keizerlijke Marine (officieel de Japanse Maritieme Zelfverdedigingsmacht). Deze vlag werd tot in de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt als oorlogsvlag en is in het buitenland omstreden. De huidige versie van deze vlag werd ingevoerd in 1954 en verschilt op nauwelijks waarneembare details van die eerdere marine- en oorlogsvlag, die tussen 1889 en 1945 werd gebruikt.

Minieme wijzigingen in de vlag werden op 13 augustus 1999 doorgevoerd. Het is nauwelijks te zien met het blote oog, maar de rode cirkel staat vanaf die datum precies in het midden; bij de oude versie was de schijf 1% richting de broekings- of mastzijde geplaatst.
De rode kleur van de schijf is iets feller geworden en tevens zijn de maten van de vlag aangepast: van 7/10 is dat nu de meer gebruikelijk 2/3.

Twee officiële vlaggen die veel gebruikt worden zijn de Keizerlijke Standaard (links) en de vlag van de premier (rechts)

Europese Unie – European 112 Day / La Journée Européenne du 112 / Europese 112-dag (2009)

Drie vlaggen vandaag: vlag 1:

Het zou zomaar kunnen dat u er nog nooit van gehoord heeft, maar hij bestaat echt: de Europese 112-dag.
De dag werd in 2009 ingevoerd om de bekendheid en het ‘passend gebruik’ van het Europese noodnummer te bevorderen.

Kaart van de EU: 27 landen in totaal (publiek domein)

Het gratis noodnummer bestaat sinds 1991 en is bereikbaar in alle lidstaten van de Europese Unie, vanaf 2008 vanaf alle vaste en mobiele netwerken.
De datum van 11 februari is niet toevallig, omdat de datumnotatie 11-2 hetzelfde is als het noodnummer.

In Duitsland werd de bekendheid van het nummer bevorderd door een onwaarschijnlijke ‘cover girl’, Edelgard Huber von Gersdorff. Zij vierde op 7 december 2017 haar 112e (en laatste) verjaardag en op 112-dag 2018 poseerde zij met een Duitstalige versie van het logo.

Links: Het EU 112-logo / Rechts: Edelgard Huber von Gersdorf (1905-2018) op haar 112e verjaardag, 11 februari 2018, met de Duitstalige versie van het EU 112-logo (© Stredic)

Duitsland is sowieso een groot bevorderaar van deze dag. Op 112-dag 2014 gaven leerlingen van de muziekscholen uit Leinfelden-Echterdingen, Schönbuch en Stuttgart een uitvoering van het Europese volkslied op het vliegveld van Stuttgart in een 112-opstelling.

Links: Leerlingen van de muziekscholen uit Leinfelden-Echterdingen, Schönbuch en Stuttgart zingen het Europese volkslied op 11 februari 2014 (© Europe Direct) / Rechts: Manneken Pis in 112-outfit met een EU-vlaggetje rond z’n nek op 11 februari 2018 (screenshot)

Op 112-dag 2018 werd in België Manneken Pis (Brussel) opgetuigd in het rode pak van de European Emergency Number Association (EENA), met een EU-vlag rond z’n nek.

De vlag(gen)

Vlag EU
De EU-vlag (1985-heden)

De Europese Unie-vlag is officieel in gebruik sinds 1985, maar het ontwerp, een blauw vlak met twaalf gouden sterren in een cirkel, stamt al uit 1955. Het basis-idee kwam van de Fransman Arsène Heitz (1908-1989) en de Belg Paul Lévy (1910-2002) werkte het verder uit.

Europa portretten
Links: Arsène Heitz (1908-1989) (© sabemos.es) / Rechts: Baron Paul Lévy (1910-2002) (© 3cles.wordpress.com)

De twaalf sterren zijn puur symbolisch en staan dus niet voor het aantal lidstaten van destijds. Het is een getal wat in sommige culturen staat voor eenheid en perfectie. Verder komt het voor in het aantal uren op de klok, het aantal maanden in een jaar, het aantal tekens in de astrologische dierenriem. De sterren staan in een cirkel omdat die specifiek voor eenheid en gelijkheid staat.

Een directe voorloper van de EU-vlag is die van de Europese Beweging, opgericht op 17 juli 1947. In zekere zin is deze beweging dus óók een voorloper van de EU, maar toch ook weer niet helemaal.

De Europese Beweging was eigenlijk radicaler in zijn streven dan de EU (en zijn directe voorgangers) en was -en is!- kort door de bocht gezegd, voor een verregaande integratie. De beweging bestaat nog steeds en heet nu de European Movement International.

Europa vlaggen rood groen
De oer-versie van de vlag van de Europese Beweging (links) en de uiteindelijke versie (rechts)

De vlag bestaat uit een grote groene letter E (voor Europa) op een wit veld.
Dit ontwerp (waarschijnlijk door Churchill’s schoonzoon Ducan Sandys) was voor het eerst te bewonderen als logo bij het Congres voor Europa in de Ridderzaal in Den Haag in mei 1948, waarbij de grote E te zien was op de schouw van de haard in de Ridderzaal.

Overzicht van de Ridderzaal te Den Haag op 9 mei 1948 tijdens de speech van Winston Churchill, in aanwezigheid van Kroonprinses Juliana en Prins Bernhard en een giga-E op de schouw (screenshot)

Later dat jaar bij een vervolgvergadering in Straatsburg was de E weer present, maar nu in groen (voor hoop).
Als vlag wapperde hij voor het eerst 1949 in Londen bij de European Economic Congress. Sommigen zagen niets in het idee van de beweging en noemden de vlag ‘Churchill’s onderbroek’. Churchill was namelijk een groot voorstander.

De E-vlag werd uiteindelijk niet als symbool gekozen door de EEG/EG/EU.
De vlag bleef echter wel bestaan, zij het enigszins ‘slapend’.

jpg_bandiere_federaliste-9dd02
E-vlaggen! (© taurillon.org)

Hij werd niet vaak gezien, maar af en toe dook hij toch weer op, zoals in juni 1985, toen in Milaan meer dan 100.000 mensen demonstreerden om hun steun te betuigen voor het Spinelli-verdrag (een poging om tot een Europese Federatie te komen; het verdrag haalde het niet).