Tagarchief: Union Jack

Noord-Ierland – Domhnach na Fola / Bloody Sunday (1972)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Bloody Sunday is de naam die werd gegeven aan zondag 30 januari 1972, toen het Britse leger 26 ongewapende demonstranten neerschoot in Derry, Noord-Ierland’s tweede stad.
De dag staat ook wel bekend onder de naam Bogside Massacre (Bogside Bloedbad), naar het stadsdeel Bogside waar dit alles plaatsvond.

Overzichtskaart van een deel van de wijk Bogside in Derry ten tijde van het bloedbad, met de namen van de doden en gewonden (© PA Graphics)

Op die 30e januari 1972, vandaag 52 jaar geleden, vond er een door de Britten verboden demonstratie voor burgerrechten plaats, meer specifiek tegen het zonder proces gevangenzetten van personen die het Britse leger verdacht van banden met de Irish Republican Army (IRA), een militante organisatie die strijd voerde voor aansluiting van Noord-Ierland bij de Ierse Republiek.
De demonstratie was geïnitieerd door de protestantse politicus Ivan Cooper en georganiseerd door de Northern Ireland Civil Rights Association (NICRA) en hoewel er ook protestanten meeliepen was het merendeel van de betogers katholiek.

De demonstratie vóór het bloedbad (fotograaf onbekend)

De demonstratie, die van Bishop’s Field naar de Guildhall in het centrum van Derry had moeten lopen, bestond uit zo’n 10.000 tot 15.000 mensen.
Toen het Britse leger de demonstratie kort na vier uur ’s middags de toegang tot het centrum probeerde te ontzeggen met opgeworpen barricades, ging het mis, de spanning liep op en er ontstonden schermutselingen, die uiteindelijk uitmondden in de schietpartij door het 1st Batallion Parachute Regiment.

Father Edward Daly (1933-2016) wappert met een bebloede witte vlag om de gewonde Jackie Duddy (17) doorgang te verlenen., kort hierna zou Duddy overlijden en Father Daly hem de laatste sacramenten geven (screenshot)

26 jongens en mannen raakten gewond, waarvan er 13 overleden (een 14e slachtoffer bezweek vier maanden later alsnog aan zijn verwondingen).
Veel van de slachtoffers werden in de rug door kogels geraakt toen ze op de vlucht sloegen, anderen terwijl ze trachtten gewonden te helpen.
Gewonden vielen er door rondvliegende scherven, kogels, rubberkogels en de wapenstok. Twee mensen werden omver gereden door legervoertuigen.
Alle slachtoffers waren katholiek.

De veertien slachtoffers van Bloody Sunday (publiek domein)
Voorpagina van de Irish Independent van 31 januari 1972 (© Irish Independent)

De onderzoeken

Twee dagen hierna besloot de regering in Londen dat er een officieel onderzoek moest komen naar het bloedbad.
Het rapport van dit onderzoek, het Widgery Inquiry (naar de Lord Chief Justice Widgery), verscheen ongewoon snel, al op 19 april.
De belangrijkste conclusie was dat de militairen “niet schuldig” konden worden geacht aan de dood van de slachtoffers. Volgens de Lord Chief Justice kon de soldaten wel “roekeloos” gedrag worden verweten, maar deze diskwalificatie bleef zonder strafrechtelijke gevolgen.

Links: Het Widgery Inquiry uit 1972 (publiek domein) / Rechts: John Passmore Widgery (1931-1981), Lord Chief Justice of England and Wales (publiek domein)

Het rapport werd door velen in Noord-Ierland met ongeloof ontvangen en werd gezien als ‘witwas’-actie. Op veel muren in de regio verscheen de leus “Widgery washes whiter”.

Aan de vooravond van het Goedevrijdagakkoord van 1998 (een belangrijke stap in het Noord-Ierse vredesproces), werd er overeengekomen alsnog een grondig onderzoek naar Bloody Sunday te laten doen.

Links: Het volumineuze Saville Inquiry uit 2010 (foto: Paul Faith) / Rechts: Lord Mark Saville (1936) (foto: Paul Faith)

Dit onderzoek, het Saville Inquiry (naar de voorzitter Lord Saville) was grondig en het verscheen dan ook pas na twaalf jaar, op 15 juni 2010 en was het het duurste en langste in de Britse justitiële geschiedenis.
De conclusies stonden lijnrecht tegenover die van de Widgery Inquiry.
Volgens Lord Saville was de dood van de veertien betogers “onrechtvaardig en onverdedigbaar”.
Het rapport concludeerde dat soldaten leugens hadden verzonnen in een poging hun daden te verhullen. En verder dat in tegenstelling tot eerdere beweringen, dat betogers stenen en benzinebommen naar de soldaten hadden gegooid voordat er een schot viel, niet klopten.

Premier David Cameron (1966) terwijl hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aanbiedt voor de gebeurtenissen van Bloody Sunday, 15 juni 2010 (screenshot)

Premier David Cameron noemde de conclusies “schokkend” en op 15 juni 2010 bood hij in het Lagerhuis namens de Britse regering zijn excuses aan.
Hoewel er pogingen zijn gedaan om individuele soldaten berecht te krijgen, is dat tot nu toe onsuccesvol gebleken.

Het op 26 januari 1974 onthulde monument met de namen van de 14 slachtoffers van Bloody Sunday, Joseph’s Place, Derry (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Noord-Ierland (1953-1972 cq heden)

Zelden hoeft men in Noord-Ierland te graven naar allerlei kwesties waar protestanten en katholieken het niet over eens zijn, hoewel er sinds het Goedevrijdagakkoord van 1998 veel verbeterd is.

Kwesties zijn er ook rond de Noord-Ierse vlag, die ooit officieel was, maar het nu niet meer is. Totdat er een officiële nieuwe vlag is (maar daarover verderop meer), zullen we het moeten doen met de zogenaamde Ulster Banner.

De vlag is wit met een rood Sint-Joriskruis (net als de vlag van Engeland), maar de Noord-Ierse vlag heeft twee extra symbolen: midden op het kruis zien we een witte zespuntige ster met daarin een geopende rode hand. Daarboven is de kroon van Sint-Edward (de Britse kroningskroon) afgebeeld.
De vlag was tussen 1953 en 1972 in gebruik bij het Noord-Ierse parlement en tevens gepropageerd als civic flag (een vlag voor algemeen gebruik).
Toen echter in 1972 het parlement werd opgeschort en in 1973 afgeschaft, werd de vlag buiten gebruik gesteld.
Maar waar kwam de vlag vandaan?

Historie

De oorsprong van de vlag gaat terug tot 1924 en was het gevolg van een Royal Warrant (Koninklijk Volmacht) voor Noord-Ierland om een eigen wapen te (laten) ontwerpen wat desgewenst ook op een vlag kon worden afgebeeld.

Ontwerper van de Noord-Ierse vlag Sir Neville Wilkinson (1869-1940) met zijn vrouw Lady Betty Wilkinson (1878-1957) in 1936 (publiek domein)

Het wapen werd ontworpen door Sir Neville Wilkinson van de Ulster King of Arms (de Noord-Ierse heraldische instantie). Het werd tussen1924 en 1972 gebruikt door de Noord-Ierse regering.

Het wapen van Noord-Ierland, compleet met schildhouders, in gebruik bij de Noord-Ierse regering (1924-1973)

Naast het wapen werd ook een vlag ontworpen met dezelfde symbolen. Op zowel wapen als vlag werden symbolen gebruikt die heel ver terug gaan. Hoe ver is onbekend, maar in ieder geval tot 1264.

In dat jaar werd Walter de Burgh de eerste earl (graaf) van het Graafschap Ulster. Daarmee werden het wapen van de De Burgh-familie (een rood kruis op een geel veld) samengevoegd met die van het over-kingdom Ulaid (een samenvoeging van verschillende koninkrijken). Het over-kingdom voerde als symbool de Rode Hand van Ulster (Lámh Dhearg Uladh), De oorsprong van dit symbool is onbekend, maar moet een oud Keltisch symbool zijn geweest.

Links: Locatie van het ‘over-kingdom’ Ulaid in het noordoosten van Ierland (publiek domein) / Rechts: Zegel uit de 12e eeuw met de Rode Hand (© National Library of Ireland)

De symbolen gingen in de 12e eeuw over op de familie Ó Néill (tegenwoordig O’Neill) toen zij het koningschap over Ulster aanvaardden. Een van de oudst bewaarde afbeeldingen van de Rode Hand (op een zegel) stamt uit deze tijd.
Het wapen kwam daarna ook als symbool op een vlag terecht en staat nu bekend als The Flag of Ulster, een van de historische provincies van Ierland.

Historische vlag van Ulster

De vlag is geel met een liggend rood kruis, in het midden een wit schild met een geopende rode hand.

Zowel vlag als wapen die in 1924 uit de bus kwamen rollen borduurden voort op deze vlag. Het rode kruis werd overgenomen (maar op de vlag versmald, zodat het op het Engelse Sint-Joriskruis ging lijken) en tevens lijkt het wit uit de Engelse vlag overgenomen te zijn.

Vlag van Noord-Ierland, eerste versie met heraldische Tudorkroon (1924-1953)

De Rode Hand kreeg in plaats van een schild- een stervorm. De zes punten verwijzen naar de zes graafschappen van Noord-Ierland: Fermanagh, Tyrone, Derry, Antrim, Down en Armagh.
De kroon die erboven werd gezet was een heraldische Tudorkroon.

Hoewel de vlag dus officieel sinds 1924 bestond lijkt ze nauwelijks te zien te zijn geweest. Dat veranderde met de (her)introductie in 1953, naar aanleiding van de kroning van Koningin Elizabeth II.
De enige verandering die werd doorgevoerd betrof de kroon: de Tudorkroon werd vervangen door de kroon van Sint-Edward, de Britse kroningskroon.
Deze verandering was een ietwat merkwaardig, omdat het Noord-Ierse wapen (zie eerdere afbeelding) dat dezelfde heraldische Tudorkroon heeft, onveranderd bleef.

De kroon van Sint-Edward uit 1661, een van de Britse regalia, die alleen gebruikt wordt voor de kroning van de vorst of vorstin (publiek domein)

Na 1972

Na afschaffing van de vlag als overheidsvlag in 1972, werd de Britse Union Flag of Union Jack de officiële vlag van Noord-Ierland en is dat nu nog.
De eigen vlag verdween echter niet uit beeld en wordt nog steeds veel gebruikt, maar dan voornamelijk door de zogenaamde Loyalists of Unionisten, een protestantse bevolkingsgroep.
Tevens wordt de vlag nog immer gebruikt bij verschillende sportmanifestaties, zoals de Commonwealth Games, de PGA Tour (golf) en door de FIFA (de internationale voetbalorganisatie).

Dat de vlag veelal door verschillende groepen protestanten wordt gebruikt heeft tot gevolg dat katholieken haar als (te) Engels zien en op hun beurt gebruiken zij doorgaans de vlag van de Ierse Republiek (een verticale driekleur van groen, wit en oranje).
De verschillende vlaggen geven vaak de afbakening van ofwel protestantse en katholieke wijken aan en worden veelal aan lantaarnpalen gehangen, of eromheen gewikkeld of erop geschilderd.

Links: Begrenzing van een protestantse wijk d.m.v. de Union Jack en de Ulster Banner (fotograaf onbekend) / Rechts: Begrenzing van een katholieke wijk met de vlag van de Ierse Republiek (fotograaf onbekend)

Dat Noord-Ierland momenteel officieel geen eigen vlag heeft is opvallend, maar daar lijkt inmiddels verandering in te gaan komen.
In december 2021 publiceerde de Commission on Flags, Identity, Culture and Tradition (FICT) een 168 pagina’s tellend rapport* (kosten: £ 800.000) waarin een aanbeveling werd gedaan voor een eigen Noord-Ierse vlag voor algemeen gebruik.
De commissie stelde voor dat de vlag uitingen van Britishness and Irishness zou moeten bevatten en tevens de diversiteit van Noord-Ierland zou moeten tonen.

Links: Voorpagina van het rapport uit december 2021 om tot een eigen Noord-Ierse vlag te komen / Rechts: Voorzitter van de commissie, professor Dominic Bryan (fotograaf onbekend)

Kritiek op het rapport van verschillende kanten was overigens niet mals, o.a. vanwege de kosten( en omdat er nog geen actieplan voor Stormont (de Noord-Ierse Assemblee) aan is gekoppeld.
Tot op heden is er nog steeds geen nieuwe vlag. Het laatste bericht hierover dateert van november 2024 toen het Noord-Ierse bestuur liet weten dat het rapport van de Commissie “…zal worden beschouwd als onderdeel van een evaluatie van haar strategie voor gemeenschapsrelaties.” Een ingewikkelde manier om te zeggen dat het nog wel even kan duren.

*) Zoals de titel al doet vermoeden handelt het rapport niet uitsluitend over een nieuwe vlag en het algemeen gebruik van vlaggen in Noord-Ierland, maar ook over de identiteit van de verschillende bevolkingsgroepen, hun cultuur en identiteit en poogt handvatten te geven voor een harmonieuzere samenleving.

Afdeling curiosa

Nog twee onofficiële curiosa staan hieronder afgebeeld. De zwart-wit foto toont de vlag van het Verenigd Koninkrijk met in het midden de wapenschildversie van het Rode Hand-symbool. De foto is ongedateerd maar zal vermoedelijk in de eerste helft van de 20e eeuw zijn genomen.
Zoals we kunnen zien hangt de vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph. Deze krant had een kantoor in Fleet Street in Londen.

Links: De onofficiële vlag bij het kantoor van de Belfast Telegraph in Fleet Street, London (publiek domein) / Rechts: Onoffiiciële Noord-Ierse vlag met de Britse Union Jack of Union Flag in het kanton

De afbeelding rechts toont een andere onofficiële vlag. Op de Noord-Ierse vlag (versie 1924-1973, want met Tudorkroon) is het kanton voorzien van de Britse Union Jack of Union Flag.
Deze vlag is duidelijk pro-Brits en zal dus zijn ontsproten aan het brein van een Loyalist of Unionist.

Canada – Flag Gets Royal Consent / Drapeau Royalement Approuvé / Vlag Koninklijk Goedgekeurd (1965)

Vandaag is het 61 jaar geleden dat Koningin Elizabeth II in haar rol als Canadees staatshoofd goedkeuring verleende aan de nieuwe vlag.

Kaart van Canada (© freeworldmaps.net)

De vlag

Vlag Canada
Vlag van Canada (1965-heden)

Tussen 1868 en 1965 voerde Canada als vlag een red ensign, een rode vlag met in het kanton de Britse Union Flag of Union Jack. Op het uitwaaiende gedeelte was het Canadese wapen afgebeeld.
In totaal waren er drie versies van deze vlag, omdat zowel in 1921 als in 1957 het wapen gewijzigd werd, waardoor dus ook de vlag aangepast diende te worden.

canada drie vlaggen
De drie Canadese red ensigns, van links naar rechts: 1868-1921, 1921-1957 en 1957-1965 (zoek de verschillen!)

Vanaf 1963 kwam er een discussie op gang om het Britse model te vervangen voor een eigen ontwerp. In 1964 culmineerde dit in het zogenaamde Great Flag Debate. Een belangrijk punt van aandacht waren de te gebruiken symbolen: moest de Britse Unievlag er opnieuw bij? Of de fleur-de-lys voor de Franstalige Canadezen?
Men wilde liever geen Frans-Canadese en Engels-Canadese sentimenten aanwakkeren.
Uiteindelijk werd er voor een symbool gekozen dat in alle versies van het staatswapen voorkwam: de maple leaf (esdoornblad) en waar de meesten zich in konden vinden. In het wapen kwam (en komt nog steeds) de maple leaf voor met drie bladeren. Voor de vlag werd voor een enkel blad gekozen.

george stanley
George F.G. Stanley (1907-2002), ontwerper van de Canadese vlag (© Canadian Encyclopedia)

Na 6 maanden van discussies en 33 politieke debatten werd uit de ruim 4000 ontwerpen die van historicus en schrijver George Stanley op 15 december 1964 goedgekeurd in het Canadese House of Commons, met 163 stemmen voor en 78 tegen.

Canadese parlementsleden met hun favoriete vlagontwerp na maanden van discussies, Ottawa, december 1964 (© Library and Archives Canada)

Als officieel staatshoofd van Canada had Koningin Elizabeth II het laatste woord, hoewel dat strikt genomen niet meer dan een formaliteit was. Op 28 januari 1965 echter werd de koninklijke goedkeuring gegeven.

debuut
Het debuut van de vlag op 15-2-1965, Parliament Hill, Ottawa (© National Film Board of Canada)

Australië – Australia Day / Australiëdag (1788)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Screenshot

Australia Day is de nationale feestdag van Australië. De datum refereert aan het binnenlopen bij Port Jackson in 1788 van de First Fleet, bestaande uit elf Britse schepen. Doel was hier een strafkolonie te stichten. Meer dan 1000 veroordeelden kwamen met deze eerste reis mee.

Kaart van Australië (© freeworldmaps.net)

Gouverneur Arthur Phillip liet ter verwelkoming de Britse vlag hijsen boven het gebied wat toen nog New Holland heette. De plek, Port Jackson, is tegenwoordig beter bekend onder de naam Sydney Harbour.

first fleet
The First Fleet, één dag na aankomst

Hoewel Australia Day al sinds 1808 gevierd wordt, was dat pas onder die naam en door alle deelstaten vanaf 1935. Vanaf 1994 is het een officiële vrije dag in alle staten en territories.

Affiche voor Australia Day (publiek domein)

De oorspronkelijke bewoners van Australië hebben begrijpelijkerwijs een andere kijk op deze dag. De dag staat vanuit hun zienswijze bekend als Invasion Day, Survival Day of Day of Mourning.

De vlag

Australië - vlag
De vlag van Australië (1901-heden)

De Australische vlag is een zogenaamde Britse blue ensign, een egaal blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Ieder Gemenebest-land dat een blue ensign als nationale vlag voert, zoals Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld ook doet, gebruikt de vluchtzijde voor zijn eigen symbolen.

australie 01
V.l.n.r.: De Britse blue ensign / National Colonial Flag of Australia (1823/1824-1831) / Australian Federation Flag (1831-1901)

In 1823 of 1824 kreeg Australië voor het eerst z’n eigen vlag, de National Colonial Flag of Australia. De basis was de vlag van Engeland, een wit veld met het Saint George’s cross (Sint Joriskruis), de Britse Union Flag of Union Jack in het kanton en vier witte sterren op de armen van het kruis (voor de vier grootste sterren van het Zuiderkruis-sterrenbeeld).
De directe opvolger hiervan was de Australian Federation Flag van 1831. Het kruis van de eerste vlag veranderde van rood naar blauw en er werd een ster toegevoegd, zodat het hele Zuiderkruis nu vertegenwoordigd was.
Er bleef echter vraag naar een geheel nieuwe vlag en net na de eeuwwisseling was het zover.

De ontwerpwedstrijd van 1901

De vlag kwam er na een ontwerpwedstrijd, uitgeschreven op 29 april 1901. Er kwamen 32.823 inzendingen binnen en uiteindelijk werd er gekozen voor een combinatie van vijf inzendingen die heel erg op elkaar leken. Ze hadden alle de blue ensign als leeg canvas gekozen en dat vervolgens ‘beladen’ (zoals dat heet) met onder het kanton de Commonwealth Star, (toen nog met zes punten) voor de staten en territories, plus vijf sterren in het uitwaaiende gedeelte als symbool voor het Zuiderkruis-sterrenbeeld (de sterren Acrux, Becrux, Gacrux, Delta Crusis en Epsilon Crucis).

Australië - vlagcommissie
De vijf juryleden + twee officials, v.l.n.r.: Captain Edie, Captain Mitchell, J.S. Blackham (samensteller van de tentoonstelling), Captain Evans, Captain Clare, G. Stewart (heraldisch specialist) & Lieutenant Thompson

Het winnende ontwerp kon rekenen op £ 200* (nu zo’n € 17.852), maar omdat er vijf winnaars waren, moest het prijzengeld verdeeld worden en ontving ieder ‘slechts’ £ 40*  (€ 3.570).
*) In 1901 werd in Australië nog met het Britse pond sterling betaald, vanaf 1910 werd dat het Australische pond, in 1966 opgevolgd door de Australische dollar

Australië - Ivor William Evans.png
De jongste prijswinnaar: Ivor William Evans (1887-1960)
australie 03
Foto’s van de prijswinnaars gepubliceerd in de Review of Reviews, waarbij de redactie kennelijk geen foto van Ivor William Evans voorhanden had en daarom een foto van zijn vader publiceerde, v.l.n.r.: Evan Evans (vader van Ivor William Evans), Leslie John Hawkins (1883-1966) en Egbert John Nuttall (1866-1963)

De winnaars waren Ivor William Evans, een 14-jarige schooljongen uit Melbourne (de enige die ook echt een vlag had gemaakt, wellicht geholpen door zijn vader, die zelf vlaggenmaker was), Leslie John Hawkins, een tiener die in Sydney voor opticien studeerde, Egbert John Nuttall, een architect uit Melbourne, Annie Dorrington, een kunstenares uit Perth en William Stevens, een scheepsofficier uit Auckland, Nieuw-Zeeland.

australie 04
V.l.n.r.: Annie Dorrington (1866-1926) & William Stevens (1866-1928) / Het winnende ontwerp, toen nog met een zespuntige Commonwealth Star 
australie 11
Hedendaagse interesse in Ivor William Evans in stripvorm (© Department of the Prime Minister and Cabinet)

Gezien het aantal inzendingen werd besloten een tentoonstelling samen te stellen waar een groot aantal ontwerpen te bewonderen viel. In de Review of Reviews van 20 september 1901 verbaast de journalist die de expositie bezoekt zich over de diversiteit.

australie 06
De Review of Reviews van 20 september 1901 (© Australian National Flag Association) / De expositie (publiek domein)

Zo ontdekt hij naast de talloze Union Flags of Union Jacks die op de juiste wijze in het kanton zijn geplaatst ook exemplaren die alle andere hoeken van de vlag bezetten en zelfs een waarbij de Britse vlag uit elkaar getrokken is, met in iedere hoek een deel en een kaart van Australië en Nieuw-Zeeland in het midden en vier foto’s van passagiersschepen op de armen van het kruis.

Australië - Ontwerp met uit elaar getrokken Union Jack
De ‘uit elkaar getrokken’ Union Flag of Union Jack met Australië en Nieuw-Zeeland in het midden

De verslaggever vergaapt zich ook aan een ontwerp waar vanuit het uitwaaiende gedeelte van de vlag zes handen te zien zijn, die met hun wijsvingers allemaal wijzen naar de symbolische figuur van Britannia die “zich niet bewust lijkt te zijn van een gebrek aan winterkleding”. (Helaas lijkt hier geen foto van te zijn gemaakt).
En ook de kangoeroe was ruim vertegenwoordigd!

australie 05
Twee van de vele kangoeroe-ontwerpen

Op 3 september 1901 werd de vlag voor het eerst gehesen. Dat gebeurde bij de Royal Exhibition Building in Melbourne. De vrouw van de gouverneur-generaal, Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow, maakte de namen van de winnaars bekend en ontvouwde vervolgens de vlag, die toen op de koepel van het majestueuze gebouw werd gehesen.

australie 07
Links: Hersey Alice Hope, gravin van Hopetoun en markiezin van Linlithgow (1867-1937) / De Royal Exhibition Building te Melbourne, gebouwd 1879-1880, rond 1900

Een kleine wijziging was er op 8 december 1908, toen de Commonwealth Star van zes naar zeven punten ging, voor de Papoea’s en eventuele toekomstige territories. In de jaren daarna is er nog wat gemorreld met het aantal punten van de verschillende sterren, totdat in 1909 het ontwerp definitief was. Sindsdien is de vlag ongewijzigd.

Australië - vlag rood
De Australische red ensign (1901-heden)

Naast de blauwe versie van de vlag werd er ook een rode gemaakt, wat niet zo ongewoon is, zo’n red ensign wordt normaliter gebruikt door de koopvaardij. Het curieuze is dat dit in Australië  aanvankelijk niet zo was. Zowel de blauwe als rode versie werden door elkaar gebruikt, dus ook aan land. Op een gegeven moment waren er meer rode dan blauwe vlaggen in omloop.

Zo werd er ook onder een red ensign tijdens de Eerste Wereldoorlog gevochten in Europa. Een van deze vlaggen wapperde in 1917 bij het hoofdkwartier van Generaal William Birdwood aan het westelijk front.
Na de oorlog keerde de rode vlag terug en kreeg een plaatsje in de kathedraal van Newcastle in New South Wales. Na enkele tientallen jaren begon de vlag echter zo slecht te worden, dat ze in de opslag verdween. En vervolgens vergeten.
Tot enkele jaren geleden deken Stephen Williams van de kathedraal stuitte op een kartonnen doos bij het reorganiseren van de grote inloopkluis. In de doos zat een plastic zak, waarin een een andere plastic zak, die op zijn beurt een derde zak bleek te bevatten, waarin een onduidelijke bruinrode massa van iets dat wel op confetti leek.

Links: De vrijwel verteerde restanten van de zogenaamde Birdwood-vlag / Rechts: De oude vlag na de restauratie van 2017 (foto’s: Jake Sturmer)

Bij nadere beschouwing begon het te dagen dat dit wellicht de restanten van de historische red ensign waren. Die aanname was correct. De uit elkaar vallende zijden fragmenten werden overgedragen aan restaurateur Julian Bickersmith in Sydney, die meer oude vlaggen onder handen had gehad, maar nooit zoiets. Achttien maanden lang werkten Bickersmith en zijn team aan deze enorme puzzel.
In 2017 zat de klus erop en keerde de vlag terug naar de kathedraal, waar ze op 30 juli werd gezegend. De vlag staat nu bekend als de Birdwood-vlag.

Scheiding van blauw en rood

Vanaf de jaren ’40 van de vorige eeuw werd de blauwe versie gepropageerd als de enige juiste en in 1953 werd dit vastgelegd in de Flags Act, waarbij de rode versie aan de koopvaardij werd toegewezen.

Er zijn al diverse pogingen ondernomen om tot een nieuwe Australische vlag te komen, één zonder de Britse unievlag. Tot nu toe zijn die pogingen niet succesvol gebleken. In een enquête uit 2004 bleek 32% voorstander te zijn van een nieuwe vlag, maar een overgrote meerderheid van 57% was tegen, 11% had geen mening.

Uit een onderzoek van 2013, 9 jaar later dus, bleek op de vraag welk nationaal symbool het meeste betekent voor Australiërs, de vlag als eerste uit de bus te komen. 95% is trots op de vlag en 50% zelfs heel trots.

Overige vlaggen

Overigens kent Australië nog een aantal vlaggen, waarbij de twee luchtvaartvlaggen zijn afgeleid van de nationale vlag.

australie 08
V.l.n.r.: Royal Australian Air Force ensign (1982-heden) / Australian Civil Aviation ensign (1948-heden) / White ensign (1967-heden)

De eerste is de Royal Australian Air Force ensign. Twee eerder versies gingen hier aan vooraf in 1922 en 1948. De huidige versie werd ingevoerd op 6 mei 1982. De vlag is gelijk aan de nationale vlag, maar dan in luchtmacht-blauw. Rechtsonder in de vlucht is een rode kangoeroe op een wit veld in een blauwe cirkel geplaatst.

De tweede is de Australian Civil Aviation ensign, de burgerluchtvaart dus, waarvan de eerste versie in 1935 werd ingevoerd. De huidige vlag stamt uit 1948 en heeft dezelfde kleur als de luchtmachtvlag en de Britse vlag in het kanton, maar is verder duidelijk anders. Het veld wordt in vieren gedeeld door een blauw kruis met witte randen en de sterren van het Zuiderkruis zijn hier 45 graden gekanteld, waardoor de kleinste ster op de rechterkant van de balk staat.

De derde is de white ensign, vlag van de marine en tevens oorlogsvlag. Omdat het veld hier wit is zijn de sterren in blauw uitgevoerd. Deze vlag verving de eerste marinevlag die vanaf 1911 in gebruik was.

Qua ontwerp totaal anders is de vlag van de Australian Defense Force. Deze vlag werd in gebruik genomen op 14 april 2000 en is de vlag voor de gezamenlijke strijdkrachten. Het is een verticale driekleur in donkerblauw-rood-lichtblauw, met in het midden de volgende symbolen in geel: de Commonwealth Star en de boemerang staan voor Australië, het anker, de zwaarden en de gespreide vleugels voor marine, land- en luchtmacht.

australie 09
V.l.n.r.: Australian Defense Force Flag (2000-heden) / Aboriginese-vlag (1995-heden) / Torres Strait Islanders-vlag (1995-heden)

De vlag voor de Aborigines stamt uit 1971, maar werd pas officieel aangenomen op 14 juli 1995. Het is een horizontale tweekleur in zwart en donkerrood met een gele cirkel in het midden. De vlag werd ontworpen door Harold Thomas, zelf een Aborigine.
De kleur zwart staat voor de Aborigines, het roodbruin voor de kleur van de aarde en de gele cirkel symboliseert de zon.

En dan hebben we nog de Torres Strait Islander Flag, ontworpen door Bernard Namok in 1992, maar ook op 14 juli 1995 werd ingevoerd, op dezelfde dag als de vlag voor de Aborigines.
De Torres Straiteilanden bevinden zich tussen Cape York (de noordoostelijke punt van Australië) en Papoea-Nieuw-Guinea.
De vlag is een horizontale driekleur in groen-blauw-groen, waarbij de smalle groene banen van het blauw worden gescheiden door zwarte balken. In het midden in wit een traditionele hoofdtooi in wit met daar binnenin een witte vijfpuntige ster.

australie 12
V.l.n.r.: Locatie van de Torres Straiteilanden, tussen Cape York en Papoea-Nieuw-Guinea / Twee Torres Strait Islanders, ieder getooid met een dhari (© tbarttravels.com) / Een dhari in het Queensland Museum in Brisbane (foto: Jeff Wright)

De groene banen staan voor het grondgebied, het blauw voor de Torres Strait. De twee zwarte balken symboliseren de eilandbevolking, terwijl de de vijfpuntige ster voor de vijf eilandengroepen staat: Western, Eastern, Central, Port Kennedy en Mainland en hij staat tevens voor navigatie. De hoofdtooi, een dhari genaamd, staat voor de inheemse bevolking. De witte kleur van dhari en ster samen symboliseren vrede.

Het mysterie van de verdwenen vlag

Tot besluit: sinds begin 2017 is de Australian National Flag Association (ANFA) een zoektocht gestart naar de eerste officiële vlag die op 3 september 1901 op de koepel van de Royal Exhibition Building in Melbourne werd gehesen.
Niemand lijkt te weten wat er met deze historische vlag is gebeurd. De vlag zou aan een museum zijn geschonken, maar aanknopingspunten wanneer dat gebeurd zou zijn en om welk museum het gaat, zijn er niet.
Voorzitter Allan Pidgeon van de ANFA riep daarom ieder museum, archief en particulieren op naar het historische artefact te gaan zoeken.
De vlag is te herkennen aan de zespuntige Commonwealth Star en aan de afmetingen: de vlag zou 11 x 5,5 m groot zijn.

De allereerste vlag van Australië (voordat ze uit het zicht verdween!) (publiek domein)

Een paar jaar terug dook er een foto op van de verloren vlag, die volgens de beschrijving een aantal jaren ná het debuut in 1901 is genomen.
Helaas is de vlag tot op heden nog niet boven water (dus checkt allen uw zolders!).

Schotland – Burns Night / Burns-nacht (1801)

Burns Night (Schots: Burns Nicht) herdenkt de geboorte van de Schotse dichter Robert Burns in 1759. De dag van vandaag staat ook wel bekend als Robert Burns Day, Robbie Burns Day of Burns Supper.

robert burns
Robert Burns (publiek domein)

Robert Burns (1759-1796) is een van Schotland’s bekendste dichters, zo niet de bekendste. Zijn gedicht/lied Auld Lang Syne (1788) kennen we ook nu nog en komt vooral langs bij Nieuwjaarsvieringen. Hij schreef zijn gedichten oorspronkelijk in het dialect van Ayrshire.
Oud is hij niet geworden: hij stierf door hartproblemen op 37-jarige leeftijd.

Traditioneel Schots gerecht op Burns Night: haggis, netties (koolraap) en tatties (aardappelpuree) (fotograaf onbekend)

Om hem te gedenken worden al sinds 1801 ieder jaar diners (Burns Supper) gegeven, zowel formeel als informeel. Het is Schots wat de klok slaat: er wordt Schots gegeten, zoals haggis (een vleesgerecht gemaakt van schapen-hart, -long en -lever) en cranachan (een toetje waar whisky in verwerkt wordt), er wordt Schots gedronken (whisky uiteraard), Schotse muziek ten gehore gebracht en natuurlijk worden er gedichten van Burns voorgedragen.

“Piping in the haggis”: de haggis wordt binnengebracht voorafgegaan door een doedelzakspeler (© Visit Scotland)

De haggis is het hoofdgerecht en die wordt meestal met de nodige ceremonie binnengebracht (als het even kan met doedelzak-begeleiding) en allen gaan staan.

auld lang syne
Auld Lang Syne bladmuziek

Bij sommige diners wordt ook gezongen (uiteraard teksten van Burns) en/of gedanst. Traditioneel wordt het diner afgesloten met het zingen van Auld Lang Syne, waarbij iedereen gaat staan en elkaars hand vasthoudt.

Kaart van Schotland (© freeworldmaps.net)

De vlag(gen)

Vlag van Schotland (1540-heden)

De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.

Lion Rampant of Scotland

Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).

Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.

Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots.
Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant).
In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.

De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:

Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland

De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland.
Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp).
Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.

De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)

De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.

Gebruik Lion Rampant

Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet.
Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!

De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire.
De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.

Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)

Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.

Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissioner zien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)

Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.

Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.

Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)

Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!

Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Pitcairn – Bounty Day / Bounty-dag (1790)

Pitcairn, in de Stille Oceaan, is het enige bewoonde eiland van de vijf Pitcairneilanden. De andere eilanden zijn Henderson, Ducie, Oeno en Sandy. De laatste twee zijn de boven de zeespiegel uitstekende delen van een en hetzelfde atol.

Kaart van de Pitcairneilanden (© Mikko Vedru)
bounty
Kapitein Bligh en de HMAV Bounty op een postzegel uit 1940

Ondanks dat Pitcairn maar 5 km² groot is, geniet het toch een behoorlijke bekendheid, omdat de bewoners afstammen van de muiters van de HMAV Bounty.
De muiterij op de Bounty vond plaats op 25 april 1789 na Tahiti te hebben aangedaan. Negentien man, waaronder de van tirannie beschuldigd kapitein Bligh werden midden op de oceaan overboord gezet in een sloep. De muiters keerden terug naar Tahiti.

mutiny
De muiterij op een postzegel uit 2014

Dankzij het zeemanschap van Bligh bereikte de sloep met de bemanning meer dood dan levend op 14 juni de Nederlandse kolonie Timor. Via Batavia (nu Jakarta) reisde Bligh vervolgens terug naar het Verenigd Koninkrijk.

Na verslag uitgebracht te hebben aan de admiraliteit, werd de HMS Pandora er op uitgestuurd om de muiters te gaan zoeken. Toen de Pandora in maart 1791 bij Tahiti aankwam, bleken zich daar 14 van de muiters te bevinden. Zij werden gevangen genomen. De overige muiters en enige Tahitiaanse mannen en vrouwen bleken ruim één jaar eerder met de Bounty vertrokken te zijn.

De Pandora zette zijn zoektocht voort in de Stille Oceaan. Op geen enkel eiland was een spoor van de overige muiters. Ze werden nooit gevonden. Pas in 1808 bleek waar ze waren gebleven, toen het Amerikaanse schip de Topaz Pitcairn herontdekte. Het eiland dat ten tijde van de muiterij al bekend was, bleek verkeerd op de zeekaarten te staan.
De enige muiter die nog in leven was, was John Adams, maar dankzij geboortes was er een kleine gemeenschap ontstaan.

hms blossom
HMS Blossom op een postzegel van 1988

Toen de HMS Blossom Pitcairn in 1825 aandeed, was muiter John Adams nog steeds in leven en deed zijn verhaal tegenover de kapitein, waaruit bleek dat na aankomst op Pitcairn de Bounty 23 januari 1790 in brand was gestoken, om ontdekking door de autoriteiten te voorkomen. Adams kreeg amnestie op zijn oude dag.

Pitcairn, de noordkust met zicht op Adamstown (screenshot uit een mini-documentaire van Tony Probst)

Op 30 november 1838 werd Pitcairn een Britse kolonie, de overige eilanden werden in 1902 geannexeerd en vormden daarmee als groep de Pitcairneilanden.
Heden ten dage bestaat de gehele bevolking uit zo’n 50 inwoners, die in de enige plaats op Pitcairn wonen: Adamstown (uiteraard tevens de hoofdstad).

Pitcairn, de zuidkust (screenshot uit een mini-documentaire van Tony Probst)

Gouverneur van Pitcairn is sinds 8 augustus 2022 de Britse Iona Thomas, tevens is zij de Britse Hoge Commissaris voor Nieuw-Zeeland en gouverneur van Samoa.
Vanwege de afgelegen ligging van Pitcairn, is de gouverneur zelden op het eiland en ze wordt dan ook vertegenwoordigd door een administrateur, (doorgaans) een eilandbewoner die de facto ook de eilandraad voorzit.
Sinds 3 april 2024 wordt deze functie uitgeoefend door Lindsy Thompson.
Alsof dat nog niet genoeg is heeft Pitcairn ook nog een burgemeester: sinds 1 augustus 2025 is Rachael Midlen.

Een leuk weetje is dat deze kleinste democratische gemeenschap ter wereld het homohuwelijk in 2015 invoerde, terwijl er momenteel geen homopaar te vinden is. Maar je kunt maar voorbereid zijn!

bounty day
Bounty Day op een postzegel uit 1978

Zoals we eerder zagen herinnert de 23e januari aan het in brand steken van de Bounty. Het hele gebeuren wordt door de eilanders nagespeeld, inclusief het verbranden van (kleine) replica’s van het schip. Daarna wordt er gefeest.

Het bevoorradingsschip de MV Silver Supporter (© visitpitcairn.pn)

Alleen het vaste bevoorradingsschip uit Nieuw-Zeeland, de MV Silver Supporter, doet Pitcairn ieder kwartaal aan.

De vlag

De vlag van Pitcairn is net als veel meer Britse overzeese territoria een zogenoemde blue ensign, een blauwe vlag met de Union Flag of Union Jack in het kanton. Op het uitwaaiende gedeelte is het wapen van Pitcairn afgebeeld.

vlag pitcairn

Voorstel en ontwerp voor de vlag werden in december 1980 ingediend. Na goedkeuring door Koningin Elizabeth II in april 1984 werd de vlag voor het eerst gehesen in mei 1984, bij het bezoek van gouverneur Sir Richard Stratton.

wapen pitcairn

Het wapen op de vlag is ouder dan de vlag zelf en dateert van 4 november 1969.
Het groene vlak op het schild is Pitcairn, het blauw de hemel erboven. Op het groene vlak zijn verder afgebeeld het anker van de Bounty en de scheepsbijbel.

Henderson Island (fotograaf onbekend)

Het schild wordt gedekt door een helm in grijs met daarachter een naar beneden hangende krans van geel en groen. De helm is op zijn beurt eveneens gedekt, en wel met een Pitcairnse kruiwagen in grijs en bladeren (in groen) en bloesem (in geel en rood) van een locale strandpopulier (Thespesia populnea).

Oeno Island (fotograaf onbekend)
Ducie Island (© Angela K. Kepler)

Québec – Jour du Drapeau / Flag Day / Dag van de Vlag (2013)

Op 21 januari 2013 maakte premier Pauline Marois van Québec bekend dat de (Franstalige Canadese) provincie op deze datum een officiële Dag van de Vlag zou krijgen. Het is een dag waarop de toch al populaire vlag op nog meer plaatsen te zien is.

Een grote verzameling Québecse vlaggen in Montréal op de Jour du Drapeau (fotograaf onbekend)

Op scholen wordt aandacht besteed aan de geschiedenis van de vlag, er zijn speeches en ook de Québecse onafhankelijkheidsbeweging Mouvement souverainiste du Québec, laat van zich horen.

Kaart van Québec (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Québec is blauw met een wit staand kruis dat de vlag in vier vakken verdeeld. In elk van de vakken een fleur-de-lys in wit.

Vlag van Québec (1948-heden)

Tot 1948 werd in Québec de Union Jack of Union Flag gebruikt. Hoewel er ooit eerdere pogingen waren ondernomen om tot een eigen vlag te komen, duurde het dus tot 1948 voordat hiertoe werd besloten.
Eind 19e eeuw was er een ontwerp voor een Québecse versie van een blue ensign (met het provinciewapen op de vluchtzijde), maar die lijkt nooit gebruikt te zijn.

quebec blue ensign
De blue ensign van Québec

In 1902 werd er door de abt Ephège Filiatreault een vlag ontworpen, de zogenaamde Drapeau de Carillon, die in feite de directe voorloper is van de huidige vlag.

Ook die vlag werd echter niet ingevoerd.
Deze vlag heeft echter onmiddellijk na de aanname van de huidige vlag op 21 januari 1948 kortstondig vanaf het parlementsgebouw gewapperd, omdat de nieuwe vlag pas op 2 februari beschikbaar was.

Drapeau de Carillon

De vlag van Québec heeft een naam: Fleurdélisé. Hij is in vieren verdeeld door een wit kruis, afkomstig van de Franse koninklijke vlag. De vier fleur-de-lys op de blauwe velden lijken ook te verwijzen naar de vroegere Franse koningsvlag, maar dat is niet het geval.
Deze zijn afkomstig van een vlag die gebruikt werd door een Frans-Canadese militie onder bevel van luitenant-generaal Louis-Joseph de Montcalm, bij de Slag van Carillon in 1758.

‘Victoires des troupes de Montcalm à Carillon’ door Henry Alexander Ogden (1854-1936), met rechts op de voorgrond Louis Joseph de Montcalm (Fort Ticonderoga Museum, New York / publiek domein)

Schotland – Là Naomh Aindrea / Saint Andrew’s Day / Sint-Andreasdag

Drie vlaggen vandaag. Vlaggen 1 en 2:

30 november is de naamdag van Saint Andrew (Sint Andreas). Andreas was één van de discipelen van Jezus en sinds de 11e eeuw bekend als beschermheilige van Schotland (hij is dit ook van Griekenland, Roemenië, Rusland, Polen en Oekraïne).

Sint Andreas (tussen 5 en 10 v. Chr.-60 na Chr.) op een 19e eeuwse ansichtkaart

Sinds 2006 is St. Andrew’s Day (Là Naomh Aindrea in het Schots Keltisch) een officiële feestdag en dient de Schotse vlag te wapperen van ‘alle gebouwen met een vlaggenstok’. Voorheen werd er ook al gevlagd, maar dat was met de Britse vlag, de zgn. Union Flag of Union Jack.

Kaart van Schotland (freeworldmaps,net)

De vlag(gen)

Vlag van Schotland (1540-heden)

De Schotse vlag is blauw met een wit andreaskruis, Saint Andrew’s cross of Saltire genaamd. De Schotse vlag heeft een lange geschiedenis, waarvan verschillende vermeldingen in legendes, maar de oudste op schrift stamt uit 1165. Na een gedaanteverwisseling van een wit andreaskruis op een rode vlag naar een blauwe vlag, is het dundoek sinds 1540 onveranderd gebleven. De Schotse vlag is nu tevens onderdeel van de Britse unievlag, Union flag of Union Jack, die heel ingenieus de vlaggen van Schotland, Engeland en Noord-Ierland (maar niet Wales!) verenigt.

Lion Rampant of Scotland

Naast de Saltire is er nog een nationale vlag in gebruik, die zowel door officiële instanties als door de bevolking gebruikt wordt (in dit laatste geval is het aan bepaalde regels gebonden).

Lion Rampant of Scotland

Het is de vlag die we hierboven zien afgebeeld: de vlag is geel met een rode ‘klimmende’ leeuw (‘lion rampant’), blauw getongd en genageld, binnen een dubbel uitgevoerde rode sierrand, voorzien van fleur-de-lys.

Het is de Koninklijke Standaard van Schotland, die bekend staat als The Lion Rampant of Scotland of Banner of the King of Scots.
Voordat het Koninkrijk Schotland met dat van Engeland en Ierland werd samengevoegd was dit de koninklijke banier van de Schotse koningen en koninginnen (maar dan vierkant).
In 1603 werd James Charles Stuart koning van Engeland en Ierland onder de naam James I en koning van Schotland als James VI, waardoor er een koninklijke standaard ontstond die in vakken werd verdeeld om de verschillende symbolen er op weer te geven.

De huidige Koninklijke Standaard van een Britse monarch (onveranderd sinds het aantreden van Koningin Victoria in 1837) kent twee versies: één voor gebruik in Engeland, Wales en Noord-Ierland en één voor gebruik in Schotland. We zien ze hieronder:

Links: Koninklijke Standaard van Engeland, Wales en Noord-Ierland / Rechts: Koninklijke Standaard van Schotland

De linkerversie is die voor Engeland, Wales en Noord-Ierland en de rechterversie die voor Schotland.
Versie één laat tweemaal het Engelse wapen zien (drie ‘gaande’ leeuwen), eenmaal het Schotse (de ‘klimmende’ leeuw) en eenmaal Ierland (de harp).
Versie twee echter heeft tweemaal de ‘klimmende’ leeuw van Schotland en slechts eenmaal de drie Engelse leeuwen.

De kist met het lichaam van Koningin Elizabeth II (1926-2022), gedekt met de Schotse Koninklijke Standaard, arriveert bij haar paleis in Edinburgh, opgewacht door o.a. The Princess Royal (Prinses Anne) en haar echtgenoot Sir Timothy Laurence (screenshot)

De Schotse Koninklijke Standaard kwam ook prominent in beeld na het overlijden van Koningin Elizabeth op 8 september 2022. Omdat zij in Schotland overleed werd de kist met haar lichaam, gedekt met deze koninklijke vlag, naar The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh overgebracht.

Gebruik Lion Rampant

Nu zou het in de lijn der verwachting liggen dat daarmee de eerste Schotse Koninklijke Standaard (de gele vlag) van het toneel zou verdwijnen, maar dat gebeurde niet.
Zodoende zijn er nu eigenlijk twee koninklijke standaarden voor Schotland. Er is echter wel degelijk verschil in gebruik!

De vlag met de vier kwartieren wordt alleen door een Britse vorst gebruikt bij verblijf in Schotland en wappert doorgaans boven de desbetreffende residentie als hij of zij daar aanwezig is. In de praktijk zijn dit The Palace of Holyroodhouse in Edinburgh en Balmoral Castle in Aberdeenshire.
De monarch kan echter ook voor de geelrode Lion Rampant kiezen, zoals we op de foto hieronder zien.

Balmoral Castle in Aberdeenshire met de Lion Rampant in top (fotograaf onbekend)

Deze vlag wordt in officiële vorm verder gebruikt door vertegenwoordigers van de monarch in Schotland: de Lord High Commissioner to the General Assembly of the Church of Scotland, de Lord Lyon King of Arms, de Keeper of the Great Seal (de officiële naam van de eerste minister van Schotland) en de Lord Lieutenants of the Counties.

Processie bij de opening in 2019 van de General Assembly of the Church of Scotland, de Lord High Commissioner zien we achter de man met de staf, vóór hem de Lion Rampant-vlag en ook de Saltire maakt haar opwachting (screenshot)

Vanaf 1934 echter mag de vlag ook gebruikt worden door ‘het volk’. Bij de voorbereiding van het Zilveren Jubileum (in 1935) van Koning George V, werd er een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de Schotse bevolking toestemming gaf om de Lion Rampant te gebruiken als teken van trouw en (feest)viering, maar wel op de voorwaarde dat de vlag bij gebruik door een particulier persoon of een vereniging, niet van een vlaggenmast wappert, maar in de hand gehouden dient te worden.

Schotse voetbalfans temidden van een zee van vlaggen, zowel de Saltire als de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Deze regel geldt ook heden ten dage nog, waardoor naast de blauw-witte Saltire ook de geel-rode Lion Rampant te zien is bij festiviteiten en sportwedstrijden.

Links: William I (William the Lion) (1142-1214), koning van Schotland van 1165 tot en met 1214, ongedateerd portret door een onbekende artiest (publiek domein) / Rechts: Alexander II (1198-1249), koning van Schotland van 1214 tot en met 1249, 18e eeuwse gravure van John Hall English (1739-1797) (Collectie Scottish National Portrait Gallery, Edinburgh)

Tot slot: wat de ouderdom van deze vlag betreft: ze werd waarschijnlijk voor het eerst gebruikt door Koning William I (William the Lion) (circa 1142-1214) of door zijn zoon Koning Alexander II (1198-1249) en heeft dus inmiddels een respectabele leeftijd!

Trotse Schot met de Lion Rampant (fotograaf onbekend)

Tasmanië – Discovery of Tasmania / Ontdekking van Tasmanië (1642)

Vandaag 383 jaar geleden werd het Australische eiland Tasmanië ‘ontdekt’.
De term ‘ontdekken’ (door Europese ontdekkingsreizigers) van tot dan toe onbekende gebieden, heeft altijd iets vermakelijks: de inwoners van die gebieden waren uiteraard altijd al op de hoogte van het bestaan van hun grondgebied.
Maar vanuit het centrum van de toenmalige wereldmacht (Europa) gedacht, klopt het natuurlijk wel: Tasmanië stond tot 1642 nog niet op de kaart.

Kaart van Tasmanië (© freeworldmaps.net)

De ontdekker in dit geval was Abel Janszoon Tasman, een Nederlandse ontdekkingsreiziger uit Lutjegast, die in dienst was van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC).
Tasman voer voor het eerst naar de Oost in 1633. Hij had voor tien jaar bij de VOC getekend.
Vanuit standplaats Batavia, de belangrijkste handelspost van Nederlands-Indië, voer hij mee met een aantal expedities, waaronder een ontdekkingsreis o.l.v. Matthijs Quast in de wateren ten oosten van Japan.
Ook voer hij als schipper op Nederlands Formosa (nu Taiwan).

Abel Tasman, detail van het familieportret hieronder (publiek domein)

Tijdelijk terug in de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden, bereidde hij zijn definitieve emigratie voor: zijn tweede vrouw Jannetje Tjaers en zijn dochtertje Claesgen (uit zijn eerste huwelijk) gingen met hem mee. Vanaf 1636 vestigden ze zich in Batavia.

Schilderij waarvan wordt aangenomen dat het de familie Tasman voorstelt: Abel Tasman (1603-1659), zijn tweede vrouw Jannetje Tjaers (1610-1661) en Abel’s dochter Claesgen (uit zijn eerste huwelijk met Claesgen Heyndrix), lange tijd werd aangenomen dat dit een werk was van Jacob Gerritsz Cuyp (1594-1652), maar onderzoek heeft aangetoond dat het waarschijnlijk moet worden toegeschreven aan de Amsterdamse schilder Dirck Dirksz van Santpoort (1610-1680) (Collectie National Library of Australia – het Abel Tasman-museum bezit een geschilderde kopie van dit werk)

De expeditie – westwaarts

Tasman’s befaamde ontdekkingsreis, met twee kleine schepen, vond plaats tussen 14 augustus 1642 en 15 juni 1643. Het eerste deel van zijn reis was echter in bekende wateren: hij voer namelijk eerst westwaarts, naar het eiland Mauritius, waar de VOC een vestiging had (het diende tevens als verversings- en tussenstation voor de lange zeereizen) om goederen af te leveren en post op te halen.

Mauritius, tekening uit het scheepsjournaal v an Abel Tasman (Collectie Nationaal Archief / publiek domein)

Op 5 september kwamen de Heemskerck en de Zeehaen aan te Mauritius. Beide schepen waren bij aankomst in slechte staat en er werd dan ook de tijd genomen om eerst te kalefateren en verse voorraden in te slaan.
Op 8 oktober vertrokken de schepen voor hun ontdekkingsreis oostwaarts.

Kaart met Tasman’s route in 1642/1643 (rode lijn), ook zijn tweede reis (groene lijn) is aangegeven (© Encyclopædia Britannica)

De expeditie – oostwaarts

Tasman had opdracht gekregen het in 1606 door Willem Janszoon ontdekte gebied, de westkust van Australië (toen bekend onder de naam Nieuw-Holland) verder te verkennen, om te zien of de ontdekte landmassa deel uitmaakte van Terra Australis, een zuidelijk gelegen continent, waarvan verondersteld werd dat het moest bestaan, om de aarde in evenwicht te houden. En -uiteraard!- werd er gehoopt dat dit een nieuwe handelsroute met gunstige afzetmogelijkheden zou opleveren.

De twee schepen van de expeditie, de Zeehaen en de Heemskerck, tekening uit 1898 van een onbekende tekenaar (publiek domein)

Onder een gunstige wind maakte men goede vorderingen, waarbij een zuidelijker breedte werd aangehouden dan die van voorgangers. Op 6 november begon het echter te sneeuwen en te hagelen en Tasman besloot een iets noordelijker koers te varen.
Op 24 november, na een reis van zo’n 9.000 km, stuitten de schepen op een nog onbekende landmassa: het eiland wat later zijn naam zou dragen.

Anthoonij van Diemenslandt

Tasman doopte het Anthoonij van Diemenslandt (Anthony Van Diemenland), naar de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Deze naam zou in gebruik blijven tot 1856, toen het eiland werd omgedoopt in Tasmanië.
De expeditie bevond zich aan de westkust, ter hoogte van een fjord die tegenwoordig bekend staat als Macquarie Harbour.
Tasman volgde de kust, rondde de zuidpunt van het eiland, waarna de koers noordoost werd.

Links: Anthony van Diemen (1593-1645), 9e gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, portret door een onbekende schilder, ± 1800 (Collectie Rijksmuseum / publiek domein) / Rechts: Kaart van Bruny Island, voor de oostkust van Tasmanië (Kompakt, 2012 / publiek domein)

Ter hoogte van Bruny Island, voor de zuidoostkust gelegen, trachtte hij te landen in de baai (Adventure Bay) tussen South en North Bruny, met elkaar verbonden door een landengte. Vanwege een stormachtige wind lukte dit echter niet, waardoor de schepen verder noordwaarts werden gedwongen. De baai waar hij vervolgens in terecht kwam, tussen North Bruny en het Tasman Peninsula, doopte hij Stormbaai (Storm Bay), een naam die het nog steeds heeft.

Tasman voer vervolgens verder noordwaarts en rondde het Tasman Peninsula. Aan de noordkant van het schiereiland lukte het om te ankeren bij een kaap, die Tasman Kaap Frederik Hendrik (Cape Frederick Hendrick) doopte, naar de stadhouder van de Republiek.

Het in kaart gebrachte deel van Tasmanië (Anthony van Diemens Land), uit het scheepsjournaal van Abel Tasman, waarbij rechts het noorden is (Collectie Nationaal Archief / publiek domein)

Plaatsing Prinsenvlag

Op 1 december werd er aan land gegaan in een baai, die de naam Frederik Hendrikbaai (nu Blackman Bay) kreeg: ten westen van de gelijknamige kaap van het schiereiland.
Men ging op zoek naar zoet water en groente.
Hoewel de bemanning in de verte muziek hoorde en rook omhoog zag kringelen, liet de lokale bevolking zich niet zien.

Het stuk kust waar de vlag geplant werd, tekening uit het scheepsjournaal van Abel Tasman (Collectie Nationaal Archief / publiek domein)

Op 3 december toen het weer omsloeg en men niet opnieuw kon landen, zwom timmerman Peter Jacobsen als vrijwilliger door de hoge golven naar het strand met een vlaggenstok, waaraan de Prinsenvlag was bevestigd. Met het planten van deze vlag claimde Tasman het eiland voor de Republiek.

Het door Tasman in kaart gebrachte deel van Tasmanië (op de kaart als Terre de Diemens aangeduid), detail uit de kaart getiteld “Hollandia Nova en Terre Australe” uit 1663 van Melchisédech Thévenot (1620-1692), een kopie van een kaart van Joan Blaeu (1598/99-1673) uit 1659 (publiek domein)

Omdat er niet genoeg vers water was gevonden, werd de tocht noordwaarts langs de oostkant van het eiland voortgezet. Toen de schepen Eddystone Point rondden en het duidelijk werd dat de kust zich verder naar het westen uitstrekte in plaats van naar het oosten, besloot Tasman om de nieuw ontdekte kust verder niet te volgen en verlegde de koers naar het oosten.

De expeditie – vervolg

De rest van deze tocht valt buiten het bestek van deze herdenkingsdag, maar om in het kort het vervolg van Tasman’s historische reis te schetsen: Tasman stak de naar hem genoemde Tasmanzee (Tasman Sea) over (die zijn naam toen uiteraard nog niet droeg) en ontdekte op 13 december Nieuw-Zeeland, dat hij Stateland noemde, maar wat toen bij de bewoners zelf al bekend stond onder de naam Aotearoa.
Tasman vermoedde dat het nieuw ontdekte land verbonden was met Stateneiland (een eiland ten oosten van Vuurland, Zuid-Amerika). Toen zijn landgenoot Hendrik Brouwer een jaar later bewees dat dit niet het geval was, kreeg het de naam Nova Zeelandia, naar de Nederlandse provincie Zeeland.

De kust van Nieuw-Zeeland (Stateland), tekeningen uit het scheepsjournaal van Abel Tasman (Collectie Nationaal Archief / publiek domein)

Vanaf Okarito op het Zuidereiland, ging de reis verder langs de kust van het Noordereiland. Tasman hield een noordoostelijke koers en zo kwam hij op 20 januari 1743 aan bij de Tonga-archipel, waar hij landde op het hoofdeiland Tongatapu (dat hij Amsterdam noemde).

Detail uit het scheepsjournaal van Abel Tasman, de ontdekking van het eiland Amsterdam (nu Tangatapu) op 20 januari 1743 (Collectie Nationaal Archief / publiek domein)

De expeditie – huiswaarts

Na Tonga werd er een noordwestelijke koers gevaren, waardoor hij langs de Fiji- en Salomonseilanden kwam. De reis ging verder langs de noordkust van Nieuw-Guinea, waarna de expeditie weer in de vertrouwde wateren van Nederlands-Indië arriveerde. Via Halmahera (een van de Molukken) kwam op 15 juni de reis ten einde met het binnenvaren van de haven van Batavia.

Kaart getiteld “Hollandia Nova en Terre Australe” uit 1663 van Melchisédech Thévenot (1620-1692), een kopie van een kaart van Joan Blaeu (1598/99-1673) uit 1659, links de westkust van Australië (Nieuw-Holland), middenonder het grootste gedeelte van Tasmanië (Van Diemensland) en rechts het toen bekende stuk van de westkust van Nieuw-Zeeland (Nova Zeelandia) (publiek domein)

Er volgden twee verdere expedities in 1644 (Nieuw-Guinea en Australië) en 1648 (Filipijnen).
In 1652 nam Tasman ontslag bij de VOC. Tot aan zijn dood in 1659 was hij een van de vermogendste burgers van Batavia. Na zijn overlijden werd zijn vermogen verdeeld tussen zijn weduwe en zijn dochter. Een bedrag van 25 gulden was gereserveerd voor de diaconie van zijn geboorteplaats Lutjegast, ten behoeve van de armen.

Detail van de laatste bladzijde van het scheepsjournaal van Abel Tasman, met onderin zijn handtekening (Collectie Nationaal Archief / publiek domein)

De claim van Tasman op het eiland hield geen stand en de VOC deed ook geen moeite om terug te keren. Vanaf het einde van de 18e eeuw werd het eiland gekoloniseerd door de Engelsen die er een strafkolonie van maakten. Tussen 1833 en 1853 werden de grootste misdadigers hier naartoe gebracht.
Nadat de meeste strafkampen waren gesloten, werd ook besloten de naam van het eiland te veranderen. “Van Diemensland” (“Van Diemen’s Land” in het Engels) klonk in Angelsaksische oren als “demon’s land” (duivelsland).
Op 1 januari 1856 werd de naam in Tasmanië veranderd, waarmee Abel Tasman na 114 jaar ‘zijn eigen eiland’ had!

De vlag

Vlag van Tasmanië (1876-heden)

De vlag van de Australische deelstaat Tasmanië is er een uit de grote familie van Britse blue ensign-vlaggen (zoals de vlaggen van Australië en Nieuw-Zeeland).
De blue ensign bestaat uit een blauw veld met de Britse vlag, de Union Flag of Union Jack in het kanton.
De Tasmaanse versie heeft als onderscheidingsteken een witte cirkel in het uitwaaiende gedeelte (de zogenaamde badge), met daarin een een zogenaamde “gaande leeuw”, een heraldische term voor een leeuw met drie poten op de grond en één opgeheven, de term in het Engels is “lion passant”.
De Tasmaanse leeuw is rood en kijkt in de richting van de broeking (de kant van de vlaggenmast).

De vlag werd ingevoerd op 25 september 1876, middels een proclamatie van gouverneur Sir Frederick Weld die dezelfde dag gepubliceerd werd in de Tasmanian Gazette.
Het is niet exact bekend waar de rode leeuw vandaan komt, maar aangenomen wordt dat hij symbool staat voor het moederland, het Verenigd Koninkrijk.
Sinds de invoering van de vlag is ze alleen in 1976 enigszins aangepast: het betrof een kleine wijziging in het uiterlijk van de leeuw. De vlag werd toen tevens tot officiële vlag verklaard, wat op z’n minst een ietwat curieus was, omdat ze in 1876 al officieel was aangenomen.

Naast Tasmanië zijn er nog vijf Australische deelstaten die een blue ensign met een staats-badge voeren: New South Wales, Queensland, South Australia, Victoria en Western Australia.

Het Van Diemen’s Land-vaandel

De vlag met de rode leeuw is echter niet de eerste vlag van het eiland, ze had twee voorgangers, hoewel de eerste nooit officieel was. Hoe de vlag tot stand kwam en wanneer is in nevelen gehuld.

Van Diemen’s Land-vaandel

Voor zover bekend kwam deze vlag halverwege de 19e eeuw in gebruik, toen Tasmanië nog de naam Van Diemen’s Land droeg (vandaar de naam).
De vlag werd gebruikt aan boord van schepen in de kustwateren van hoofdstad Hobart en in de Tamar-rivier tussen Launceston en de monding in Bass Strait (de zeestraat tussen Tasmanië en het vasteland).
Schepen van de grote vaart gebruikten aan boord de Britse handelsvlag, de red ensign.

Links: Vlag van de East India Company / Rechts: Grand Union Flag, eerste vlag van de Verenigde Staten van Amerika

Waarschijnlijk was de vlag gebaseerd op de vlag van de Britse East India Company, waarbij de rode strepen werden vervangen door blauwe. Daaroverheen werd een rood Sint Joriskruis geplaatst.
Ook de eerste vlag van de onafhankelijke Verenigde Staten van Amerika stamt van deze vlag af en staat bekend als de Grand Union Flag.

Vlaggenkaart getiteld: Signals Hobart Town by Edward Murphy, private 99. Regt., getekend en ingekleurd circa 1855 door Edward Murphy (1823-1871), uitgave: Mr. O.H. Hedberg, Swedish House, Argyle Street, Hobarton (tegenwoordig: Hobart), Van-D-Land, het Van Diemen’s Land-vaandel is op de onderste rij rechts van het midden te zien (Collectie State Library of Tasmania)

Voor zover bekend is er geen enkel exemplaar van deze vlag overgebleven, maar ze komt wel voor op een vlaggenkaart uit die tijd, nu in de collectie van de State Library of Tasmania.

Close-up van het Van Diemen’s Land-vaandel van de bovenstaande vlaggenkaart, hier aangeduid als V.D.L. Ensign (Collectie State Library of Tasmania)

De vlag van 1875

De tweede vlag was de eerste officiële, ook al heeft dat vaandel het maar twee weken volgehouden!
Middels een proclamatie van koloniaal gouverneur Sir Frederick Weld, werd er per 9 november 1875 een Tasmaanse vlag ingevoerd.

Vlag van Tasmanië (9 november-23 november 1875)

Die vlag zien we hierboven afgebeeld. In een Colonial Office Circular van december 1865 (dus tien jaar eerder), was bepaald dat de kolonie Tasmanië een Britse blue ensign zou voeren, daar was echter in de daarop volgende tien jaar geen actie op ondernomen.
Via een departementale brief van 28 mei 1874, vroeg het Britse ministerie voor Koloniale Zaken of er al schot in de zaak zat.
Het duurde echter nog ruim een jaar voordat er antwoord kwam uit Tasmanië: in een brief van gouverneur Sir Frederick Weld, gedateerd 14 oktober 1875, aan de Britse minister voor Koloniale Zaken Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon, putte hij zich uit in verontschuldigingen. Hij schreef:

“I regret the delay which has taken place, which I will ask your Lordship to believe, has not been occasioned by any forgetfulness on my part”.

Links: Henry Herbert, 4th Earl of Carnarvon in 1881 (1831-1890) / Rechts: Sir Frederick Weld (1823-1891) (van beide foto’s is de fotograaf onbekend / beide publiek domein)

Vervolgens liet hij weten dat er na advies met zijn ministers een vlag was gekozen, waarvan hij een voorbeeld meestuurde.
Gebruikelijk was voor koloniën om een Britse blue ensign te voeren met in de vlucht een badge met daarin een symbool van de kolonie, maar het meegestuurde ontwerp zag er heel anders uit!

Zoals we op de afbeelding kunnen zien, is er over de blue ensign heen een liggend wit kruis gelegd en aan de vluchtzijde vijf vijfpuntige sterren toegevoegd (vier grote en één kleine), symbool voor het sterrenbeeld Zuiderkruis.

Zonder eerst een antwoord af te wachten, werd de vlag op 9 november 1875 ingevoerd, maar Lord Carnarvon, de minister voor Koloniale Zaken, was “not amused”.
Hij liet de gouverneur kort na de invoering van de vlag weten, dat dit ontwerp niet de bedoeling was: alleen een blue ensign met badge in de vlucht was acceptabel.
Zodoende werd op 23 november, twee weken na invoering van de vlag, deze weer ingetrokken.
Vervolgens duurde het nog tot 25 september 1876, voordat de nieuwe vlag werd ingevoerd, de vlag die we nu nog kennen.

Een woord van dank aan Anthony Black van de State Library of Tasmania, die zeer behulpzaam was de vlaggenkaart boven water te krijgen

Verenigd Koninkrijk – Remembrance Day – Armistice Day / Herdenkingsdag – Wapenstilstand

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 107 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog. De 11e november is sinds die tijd een officiële herdenkingsdag in het Verenigd Koninkrijk en in de landen van het Gemenebest.

Exacte cijfers over het aantal doden zijn er niet, maar het totale aantal slachtoffers wordt geschat op 40 miljoen, waarvan zo’n 1 miljoen Britten.

Remembrance Day poppies.jpg
Poppy Day (Klaproosdag) (© Royal British Legion)

Op deze dag, die in het Verenigd Koninkrijk ook wel Poppy Day (Klaproosdag) genoemd wordt (naar het symbool van hoop uit deze oorlog), worden er twee minuten stilte in acht genomen. Daarna worden er kransen gelegd.
Dit wordt meestentijds georganiseerd door lokale afdelingen van de Royal British Legion, bij de meeste oorlogsmonumenten in het Verenigd Koninkrijk om 11.00 uur, met twee minuten stilte.

Big Ben (eigenlijk de Elizabeth Tower) geeft elf uur aan (screenshot)

De stilte wordt ook uitgezonden als een speciaal programma op de BBC, met een voice-over die gewoonlijk zegt: “Dit is BBC One. Nu op het 11e uur, van de 11e dag van de 11e maand. De traditionele stilte van twee minuten voor Wapenstilstand.”
Het programma begint met een close-up van de klok van de Big Ben die 11 uur slaat, waarna het programma verschillende delen van de wereld laat zien waar deze traditie ook bestaat. Het programma eindigt met een hoornblazer die “The Rouse” speelt, waarna de normale programmering wordt hervat.

De kransleggingen bij The Cenotaph vinden plaats op Remembrance Sunday, dat is de zondag die het dichtst bij de 11e november ligt. Dit jaar was dat dus de 9e november, eergisteren.

Remembrance Day zelf is altijd de 11e november, een dag die waar overigens niet alleen in het Verenigd Koninkrijk bij wordt stilgestaan, maar ook door de meeste Gemenebest-landen. Ook in België en Frankrijk is dit een belangrijke herdenkingsdag. In de Verenigde Staten wordt deze dag Veterans Day genoemd.

Catherine, de prinses van Wales, legde vandaag een krans bij het National Memorial Aboretum in Alrewas, Staffordshire (screenshot BBC-tv)

De vlag

De Union Flag of Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk (1801-heden)

De vlag is een samenvoeging van drie verschillende vlaggen, die van Engeland (een rood St. George’s Cross op een wit veld), die van Schotland (een wit St. Andrew’s Cross op een blauw veld) en Ierland (een rood St. Patrick’s Cross op een wit veld).

De Engelse vlag gaat in ieder geval terug tot zeker 1277 en stamt uit de tijd van de Kruisvaarders. De Schotse vlag wordt voor het eerst genoemd in 1165. De Ierse vlag (die staat voor het gehele eiland) staat bekend als St. Patrick’s Saltire en stamt van rond 1780.

Combinatie

De drie vlaggen kwamen niet in één keer tezamen. Toen in 1603 Engeland en Schotland één monarch gingen delen (maar wel onafhankelijke koninkrijken bleven), werd er een vlag ontworpen die de twee gebieden samen vertegenwoordigde. In 1606 kwam er een vlag uit de bus rollen die de Schotse en Engelse vlaggen combineerde. Toen in 1801 Ierland een onderdeel van het Engels/Schotse koninkrijk werd St. Patrick’s Saltire toegevoegd, en daarmee was de huidige unievlag geboren.

Het enige deel van het koninkrijk wat niet in de vlag is vertegenwoordigd, is Wales. De reden daarvoor is dat Wales door Engeland in 1282 werd geannexeerd en door de Laws in Wales Acts van 1535-1542 officieel onderdeel werd van Engeland. Toen de eerste versie van de unievlag  werd ingevoerd in 1603, was er dus geen reden om Wales daarop te representeren.

vlag uk ontwikkeling

Voorrang

Wat wel eens over het hoofd wordt gezien is dat de vlag een een onder- en bovenkant heeft! Zeker bij onofficieel gebruik wordt hij nogal eens ondersteboven gehangen. De correcte positie van de vlag is die waarbij de bredere diagonale witte streep aan de broekingszijde (bij de mast) boven de rode diagonaal gepositioneerd is. De reden daarvoor is dat de witte diagonaal van het Schotse St. Andrew’s Cross officieel ‘voorrang’ krijgt boven het Ierse St. Patrick’s Cross!

Daartegenover staat een totaal andere uitleg: namelijk dat de onregelmatige vormen van het schuinkruis op het wit een banistieke verfijning is, om te voorkomen dat men zou zeggen dat het Ierse kruis op het Schotse kruis ligt, of omgekeerd. Dat is natuurlijk een veel sympathiekere uitleg, want zo wordt er niemand ‘voorgetrokken’, maar toch is de eerste versie de officiële!

Brits Indische Oceaanterritorium (BIOT) – Formation of this region / Vorming van dit gebied (1965)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op 8 november 1965 werd dit territorium in het leven geroepen. Op dat moment bestond het uit de Chagos-archipel, een groep van zeven atollen ten zuiden van de Malediven, die gezamenlijk zo’n 60 eilanden en eilandjes herbergen, plus de eilanden Aldabra, Farquhar en Desroches. De laatste drie eilanden behoren strikt genomen bij de eilandengroep van de Seychellen. Toen de hoofdeilanden van de Seychellen op 29 juni 1976 hun onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk verkregen, werden deze drie eilanden administratief ‘teruggegeven’ aan de Seychellen.
In 2024 volgde een nieuwe overeenkomst aangaande de souvereiniteit van de Chagos-eilanden met Mauritius (zie verderop).

BIOT locatie
Locatie van BIOT ten opzichte van de rest van de regio (© worldjusticenews.com)

Momenteel bestaat het Brits Indische Oceaanterritorium (British Indian Ocean Territory, meestal aangeduid met de afkorting BIOT) uit de bovengenoemde groep van de Chagos-archipel. Het belangrijkste eiland in de eilandengroep is Diego García.

biot 02
Links: Kaart van Diego García, op de inzet het Brits Indische Oceaanterritorium / Rechts: Kaart van Diego García met de belangrijkste herkenningspunten, waaronder de militaire basis in het noordwestelijke deel van het atol

Dit atol heeft een oppervlakte van 44 km2 en het bezit een belangrijke militaire basis, die gebruikt wordt door zowel het Verenigd Koninkrijk als de Verenigde Staten. De hele archipel wordt ook geclaimd door de eilandstaat Mauritius en dat leidde dit jaar eindelijk tot een doorbraak. Gezien de strategische militaire belangen zal er in de status van Diego García vooralsnog echter weinig veranderen.

diego garcia pic
De militaire basis op Diego García vanuit de lucht (© mirandamelcher.wordpress.com)

Tussen 1967 en 1973 werd het eiland ‘ontvolkt’, de bevolking van zo’n 2.000 man werd gedwongen naar Mauritius te verhuizen, zodat het hele eiland nu onder militaire controle staat.
Hetzelfde gebeurde met de twee andere bewoonde eilanden van de archipel: Peros Banhos en het Salomon-atol.

Souvereiniteit Chagos-archipel naar Mauritius

Op 3 oktober 2024 maakten de Britse premier Keir Starmer en de Mauritiaanse premier Pravind Jugnauth gezamenlijk bekend dat er een overeenkomst was bereikt waarbij het Verenigd Koninkrijk de soevereiniteit over de Chagos-archipel aan Mauritius zal gaan overdragen.
Volgens de deal zal Diego Garcia worden uitgesloten van elke hervestiging van voormalige bewoners en zal het Verenigd Koninkrijk het militair belangrijke eiland nog minstens 99 jaar blijven besturen.
Voormalige Chagos-eilandbewoners zouden mogen terugkeren naar de andere eilanden van de archipel en er zal een fonds worden opgericht om de terugkeer van de voormalige bewoners te ondersteunen.

Navin Ramgoolam, premier van Mauritius (screenshot)

De nieuwgekozen premier van Mauritius, Navin Ramgoolam, verwierp echter de voorgestelde overeenkomst en vroeg om heropening van de onderhandelingen in december 2024.
Na nieuwe onderhandelingen werd op 22 mei 2025 een verdrag getekend dat slechts op details verschilt van het vorige. De militaire basis Diego Garcia blijft gedurende de nieuwe huurovereenkomst nog 99 jaar onder Britse controle. De Britse regering verwacht dat het verdrag tegen het einde van 2025 zal worden geratificeerd.

Bertice Pompe & Bernadette Dugasse met hun advocaat bij de High Court in Londen (screenshot)

Twee Chagossiaanse vrouwen, Bertice Pompe en Bernadotte Dugasse, hadden vlak voor de ondertekening een verzoek bij de High Court in Londen ingediend om dit te blokkeren: zij vonden dat de oorspronkelijke bewoners niet voldoende zijn gehoord tijdens de onderhandelingen. Ze wilden dat de autochtonen ook weer terug zouden moeten kunnen keren naar Diego Garcia. Dat ze in de toekomst ook geen Brits staatsburger meer zijn, maar dat ze “over worden gedaan” aan Mauritius, stuitte op hun bezwaren.
De rechter ging hier echter niet in mee.

Een deel van het langgerekte atol Peros Banhos (met het Isle Pierre op de voorgrond), onderdeel van de Chagos-archipel, komt onder het bestuur van Mauritius, waarbij voormalige bewoners zullen kunnen terugkeren (fotograaf onbekend)

Premier Ramgoolan van Mauritius noemde het akkoord een grote overwinning voor zijn land. “Met de overeenkomst voltooien we het totale dekolonisatieproces”, zei hij.

biot 01
Links: De militaire basis Camp Justice op Diego García (publiek domein) / Rechts: De airstrip van Diego García (© space4peace.net)

Omdat Diego García alleen maar militairen op zijn grondgebied heeft, is er ook geen gouverneur. De waarnemende autoriteit op het eiland is officieel een commisaris, bijgestaan door een administrateur. Momenteel zijn dat Nashi Dholakia (sinds 16 december 2024) en Mike Vidler, die hun taken vanuit Londen uitvoeren.

V.l.n.r.: Nishi Dholakia, commissaris voor het Brits Indische Oceaanterritorium (fotograaf onbekend) / Commander Andrew Williams, opperbevelhebber van het territorium sinds 24 januari 2025 (fotograaf onbekend) / De vlag van het Brits Indische Oceaanterritorium op het gebouw van het Foreign Office (Buitenlandse Zaken) in Londen

De hoogste gezagsdrager op het eiland is daarmee een militair, namelijk de basiscommandant. Sinds 24 januari 2025 is dat Commander Andrew Williams.

De vlag

BIOT vlag
Vlag van het Brits Indische Oceaanterritorium (1990-heden)

De vlag is ingevoerd op 8 november 1990, dus 25 jaar na de vorming van het territorium. In het kanton is de Britse Union Flag of Union Jack afgebeeld. De rest van de vlag bestaat uit een wit veld met zes blauwe golvende banen, drie korte naast het kanton, drie lange over de volle breedte van de vlag. Midden op de vluchtzijde, over de golvende banen heen is een palmboom afgebeeld.

biot 09
Links: St. Edward’s Crown uit 1661 / Rechts: Koningin Elizabeth (1926-2022) wordt in 2018, 65 jaar na haar kroning, opnieuw geconfronteerd met de kroningskroon, bij de opnames van een tv-documentaire (screenshot)

Over de stam van de boom is de Engelse koningskroon, St. Edward’s Crown, te zien. Het is de kroon die iedere Britse monarch maar één keer in zijn leven draagt, en wel tijdens de kroning. De massief gouden kroon stamt uit 1661 en weegt 2,2 kg, hij werd voor het laatst gebruikt bij de kroning van Koningin Elizabeth II, op 2 juni 1953, maar zal volgend jaar (70 jaar later) opnieuw in beeld komen bij de kroning van Koning Charles III op zaterdag 6 mei.

De vlag op een postzegel uit 1990 van 20 pence (© Royal Mail)