Tagarchief: Cuba

Cuba – Día de la Liberación / Vrijheidsdag (1959)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.

Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )

Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917.
Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen.
Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.

Fulgencio Batista (1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)

Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt.
Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd.
Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam.
Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.

Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)

Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende.
Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.

Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden.
Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.

Links: Fidel Castro (1926-2016) rond 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Raúl Castro (1931) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista.
Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet.
In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders.
De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.

Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista (1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)

Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden.
Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.

Links: Frank País (1934-1957), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Ernesto “Che” Guevara (1928-1967), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma.
Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.

De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden.
Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.

Links: Camilo Cienfuegos (1932-1959), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Juan Almeida (1927-2009), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg.
Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.

Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.

Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt.
Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra.
Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba.
Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.

Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen.
Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen.
Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara.
Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.

Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)

Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden.
Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 66 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.

Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)

In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.

Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)

Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.

Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)

Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken.
Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen.
Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.

Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht.
Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.

Kaart van Cuba met de locatie van de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay (© Rafał Pocztarski / publiek domein)

Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider.
Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Cuba – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1868/1902)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?

Kaart uit 1762 van Spaans Cuba met linksboven een inzet van Havana (publiek domein)

Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.

Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)

Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.

Links: Carlos Manuel de Céspedes (1819-1874) (© publiek domein) / Rechts: Máximo Gómez (1836-1905) (© publiek domein)

De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886.
Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen.
De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten.
Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.

20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)

Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.

Links: Fulgencia Batista (1901-1973), op een foto uit 1938 (© Harris & Ewing Collection / publiek domein) / Rechts Fidel Castro (1926-2016), op een foto uit circa 1959 (publiek domein)

Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen.
Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis.
In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen.
Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.

Links: Raúl Castro (1931), foto uit 2015 (© Nick.mon) / Rechts: Miguel Díaz Canel (1960), de huidige president van Cuba op een foto uit 2015 (© Jakob990)

Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij.
In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden.
Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Cuba – Día de la Liberación / Vrijheidsdag (1959)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.

Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )

Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917.
Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen.
Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.

Fulgencio Batista (1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)

Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt.
Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd.
Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam.
Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.

Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)

Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende.
Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.

Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden.
Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.

Links: Fidel Castro (1926-2016) rond 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Raúl Castro (1931) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista.
Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet.
In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders.
De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.

Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista (1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)

Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden.
Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.

Links: Frank País (1934-1957), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Ernesto “Che” Guevara (1928-1967), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma.
Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.

De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden.
Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.

Links: Camilo Cienfuegos (1932-1959), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Juan Almeida (1927-2009), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg.
Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.

Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.

Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt.
Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra.
Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba.
Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.

Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen.
Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen.
Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara.
Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.

Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)

Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden.
Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 66 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.

Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)

In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.

Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)

Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.

Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)

Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken.
Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen.
Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.

Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht.
Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.

Kaart van Cuba met de locatie van de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay (© Rafał Pocztarski / publiek domein)

Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider.
Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Cuba – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1868/1902)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 2:

Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?

Kaart uit 1762 van Spaans Cuba met linksboven een inzet van Havana (publiek domein)

Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.

Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)

Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.

Links: Carlos Manuel de Céspedes (1819-1874) (© publiek domein) / Rechts: Máximo Gómez (1836-1905) (© publiek domein)

De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886.
Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen.
De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten.
Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.

20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)

Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.

Links: Fulgencia Batista (1901-1973), op een foto uit 1938 (© Harris & Ewing Collection / publiek domein) / Rechts Fidel Castro (1926-2016), op een foto uit circa 1959 (publiek domein)

Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen.
Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis.
In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen.
Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.

Links: Raúl Castro (1931), foto uit 2015 (© Nick.mon) / Rechts: Miguel Díaz Canel (1960), de huidige president van Cuba op een foto uit 2015 (© Jakob990)

Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij.
In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden.
Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Catalonië – Diada Nacional de Catalunya / Nationale Feestdag van Catalonië (1714)

De nationale feestdag van Catalonië is een interessante, voor zover het de datum betreft. Vaak grijpen dit soort dagen terug op overwinningen. Maar de Catalaanse nationale feestdag (kortweg meestal La Diada genoemd), herinnert aan het verlies van de zelfstandigheid als gevolg van de Spaanse Successieoorlog.

Kasteel van Cardona
Castell de Cardona (Kasteel van Cardona) (© cardona1714.cat)

De datum van 11 september 1714 is die van de val van het laatste bolwerk van Catalaans verzet tegen Spaanse overheersing: het Kasteel van Cardona, ten noorden van Barcelona. Deze stad had zich iets daarvoor al over gegeven.

De Spaanse verovering betrof tevens het Koninkrijk Aragón, dat samen met het Graafschap Barcelona de zogenaamde Kroon van Aragón vormde, onder één dynastie.

catalonie portretten
Links: De laatste koning vóór inlijving door Spanje: Carles III de Catalunya, alias keizer Karel VI (1685-1740), door een onbekende schilder / Rechts: Koning Philips V van Spanje (1683-1746), geschilderd in 1723 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743)

Met de verovering van deze gebieden kwam het gezag in handen van de Spaanse koning Filips V van Borbón en verloor Catalonië zijn verregaande zelfstandigheid.

De 11e september was voor de Catalanen dan ook in eerste instantie geen feestdag, maar een rouwdag, waarop de doden werden geëerd. Naarmate de tijd verstreek en de ooggetuigen van de nederlaag overleden, begon er echter een kentering te komen. Vooral tijdens de 19e eeuw, een tijdperk waarin een romantisch nationalisme in Europa opbloeide, kantelde de symboliek van de 11e september steeds meer richting viering.

Er was een nieuw optimisme, deels door de Industriële Revolutie, maar ook door de hernieuwde belangstelling voor de eigen Catalaanse cultuur en taal. Het werd uiteindelijk zelfs een beweging met de naam Renaixença catalana (Catalaanse renaissance). Catalaanse helden werden geëerd met standbeelden.

catalonie boek badge
Links: La Renaixença catalana, een boek uit 1967 door Rafael Tasis i Marca (1906-1966) (© todocoleccion.net) / Rechts: Antiek speldje met het logo van de Renaixença catalana (© en.todocoleccion.net)

Uiteindelijk verwerd de 11e september zo van een rouwdag tot een feestdag. De dag beleefde z’n ups en downs tijdens de verschillende regimes in de 20e eeuw, speciaal in de Franco-tijd. Gedurende deze periode (1939-1975) werden alle Catalaanse uitingen zoveel mogelijk onderdrukt, zoals ook het Catalaans.

Met de dood van dictator Franco in 1975 en het aantreden van koning Juan Carlos, braken er betere tijden aan. Sinds 1977 had Catalonië een autonome status en een eigen parlement, de Generalitat de Catalunya. Op 12 juni 1980 werd de 11e september tot nationale feestdag verklaard.

catalonie 05 embleem
Het embleem van de Generalitat de Catalunya / Het Catalaanse parlementsgebouw, de Generalitat de Catalunya met de Spaanse en Catalaanse vlaggen in top (© fotonostra.com)

Het is een dag van vieringen, maar ook van betogingen. Zeker de laatste jaren zijn deze manifestaties steeds politieker geworden en de roep om zelfstandigheid van Catalonië groter.

Vlaggen Barcelona
La Diada Nacional de Catalunya: Senyera’s en Esteladas (© meet.barcelona.cat)

De vlag

Senyera, de vlag van Catalonië (± 1137-heden)

De Catalaanse vlag bestaat uit afwisselende horizontale strepen, vijf gele en vier rode. Het is één van de oudste Europese vlaggen. Waarschijnlijk was hij al in de vroege Middeleeuwen in gebruik, maar in ieder geval vanaf 1137, wanneer het Koninkrijk Aragón één dynastie gaat vormen met het Graafschap Barcelona. Gezamenlijk als Kroon van Aragón (zie de inleiding) bereiken ze het toppunt van hun macht: naast Aragón en Catalonië omvatte dit rijk ook de Balearen, Corsica, Sardinië, zuidelijk Italië en het oostelijke deel van de het Griekse vasteland.

Krron van Aragon kaart
De Kroon van Aragón (kleuren in blauw en lichtblauw) op zijn machtigst

Sinds begin 18e eeuw, na de Spaanse Succesieoorlog, kwamen Aragón en Catalonië onder centraal Spaans gezag vanuit Madrid te staan (zie de inleiding). De overige gebieden werden ‘verdeeld’ onder enkele andere van de strijdende partijen. Het noordelijke deel van Catalonië kwam uiteindelijk onder Frans bestuur.

catalonie 02 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Aragón, de Balearen en Mallorca

Dit verklaart tevens waarom de Catalaanse vlag met de nodige toevoegingen en/of variaties in allerlei gebieden nog steeds gebruikt wordt. In Spaans en Frans Catalonië de basisvorm.

catalonie 03 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Ibiza, Formentera en Menorca

Ook Aragón gebruikt hem nog met toevoeging van het wapen en dat geldt ook voor de regiovlag van de Balearen en tevens voor de eilanden Mallorca, Ibiza, Formentera en Menorca onderling en de steden Barcelona en Valencia.

catalonie 04 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Barcelona, Valencia en de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur

Zelfs de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur gebruikt hem nog, maar dan in verticale vorm.

De vlag heeft ook z’n eigen naam: Senyera, wat zoveel beduidt als standaard of banier. Een ieder die Catalonië bezoekt kan niet om een veelgebruikte variatie van de Catalaanse vlag heen, nl. de onafhankelijkheidsvlag, de zogenaamde Bandera Estelada of kortweg Estelada genoemd.

Estelada
La Bandera Estelada of Estelada

Deze vlag heeft over de Senyera heen een blauwe driehoek aan de broekingszijde. In de driehoek is een vijfpuntige witte ster geplaatst.

catalonie 01 vlaggen ster
De vlaggen van Puerto Rico (links) en Cuba (rechts)

Deze vlag stamt uit het begin van de 20e eeuw, de driehoek met ster is waarschijnlijk afgeleid van de vlaggen van Cuba en Puerto Rico.

Cuba – Día de la Liberación / Vrijheidsdag (1959)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 3:

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

Deze officiële Cubaanse feestdag herinnert aan het omverwerpen van het bewind van president en dictator Fulgencio Batista, die na een jarenlange strijd en revolutie onder leiding van Fidel Castro, op 1 januari 1959 Cuba ontvluchtte.

Promotie van de Cubaanse toeristenorganisatie om Amerikanen naar het eiland te ‘lokken’ (publiek domein )

Hoewel Cuba sinds 20 mei 1902 al een onafhankelijke republiek was, had grote buurman, de V.S., het achter de schermen voor het zeggen en beschouwden ze Cuba de facto als een kolonie. Zo behielden ze zich het recht voor om, als dat nodig was, militair in te grijpen als iets hen niet beviel, wat ook daadwerkelijk gebeurde in 1906, 1912 en 1917.
Rijke Amerikanen beschouwden Cuba min of meer als een soort exotische achtertuin, waar het goed toeven was in luxe hotels, casino’s en bordelen.
Veel landbouwgronden en productiebedrijven waren in handen van Amerikaanse personen en bedrijven. De ‘gewone’ Cubaan had het niet echt breed.

Fulgencio Batista (1901-1973) in zijn jonge jaren, als sergeant (fotograaf onbekend / publiek domein)

Cubaanse presidenten waren veelal zwak en/of corrupt.
Na het dictatorschap van president Gerrado Machado (1925-1933), zien we de opkomst van de eerder genoemde Batista, toen nog een legersergeant, die al snel tot kolonel werd bevorderd.
Hoewel hij op dat moment niet zelf president werd, trok hij op de achtergrond wel aan de touwtjes. Zo volgde een hele lijst aan zwakke presidenten elkaar op, waarbij Batista zelf tijdens de Tweede Wereldoorlog het gezag waarnam.
Na 1944 volgden twee burgerpresidenten elkaar op. Bij de presidentsverkiezingen van 1952 stelde Batista (inmiddels generaal) zichzelf kandidaat.

Batista (links) houdt een persconferentie na zijn coup, 10 maart 1952 (screenshot)

Het werd al gauw duidelijk dat hij bij de stembus weinig kans zou maken, het was de anti-imperialistische Partido Ortodoxo (Orthodoxe Partij) die op een overwinning afstevende.
Batista wachtte het niet af en pleegde een militaire coup en werd zelf president.

Links: Abel Santamaría (1927-1953) in 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Haydée Santamaría (1922-1980) in 1953 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Fervente aanhangers van de Partido Ortodoxo waren broer en zus Abel en Haydée Santamaría en de broers Fidel en Raúl Castro, die met andere getrouwen een revolutionaire groepering vormden.
Op 26 juli 1953 werd onder leiding van Fidel Castro door 119 rebellen een aanval gedaan op de Moncadakazerne in Santiago de Cuba, de tweede stad van het land.

Links: Fidel Castro (1926-2016) rond 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Raúl Castro (1931) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De aanval mislukte, 55 van de rebellen (waaronder Abel Santamaría) werden opgepakt, gefolterd en vermoord door de troepen van Batista.
Een andere groep opstandelingen, waaronder Fidel Castro, vluchtte de bergen in. Toch werden ze later alsnog opgepakt en vastgezet.
In de rechtszaak die volgde, voerde Fidel Castro (advocaat van beroep), de verdediging, voor hemzelf en zijn mede-strijders.
De hele groep werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.

Fulgencio Batista kort na zijn beëdiging als president, met zijn vrouw Marta Fernández Miranda de Batista (1923-2006), 24 februari 1955 (screenshot)

Toen Batista in 1955 de frauduleus verlopen verkiezingen ‘won’, liet hij als propagandastunt een aantal gevangenen vrij, waaronder ook Fidel Castro, die kort daarna naar Mexico uitweek, om een nieuwe revolutie voor te bereiden.
Eén van zijn medestanders, Frank País, bleef op Cuba achter om de Movimiento 26 de Julio (Beweging van de 26e juli), afgekort M-26-7, ondergronds uit te breiden.

Links: Frank País (1934-1957), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Ernesto “Che” Guevara (1928-1967), omstreeks 1952 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het door Castro geleide opstandelingenleger, waaronder o.a. zijn broer Raúl en de Argentijnse rebellenleider Che Guevara, scheepte zich in Mexico in op het jacht de Granma.
Op 2 december 1956 landde de groep van 81 man bij Playa Las Coloradas, in het zuidoosten van Cuba.

De rebellengroep ontscheept vanaf het jacht de Granma bij Playa las Coloradas, 2 december 1956 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Slechts een paar dagen later werd de groep echter al ontdekt door troepen van Batista en braken er gevechten uit, die in het voordeel van de dictator beslecht werden.
Onder de twaalf man die wisten te ontsnappen waren de broers Castro, Che Guevara en de latere commandanten Camilo Cienfuegos en Juan Almeida.

Links: Camilo Cienfuegos (1932-1959), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein) / Rechts: Juan Almeida (1927-2009), omstreeks 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Ze konden zich tijdelijk schuilhouden in de Sierra Maestra, het zuidelijk kustgebergte, met behulp van leden van de M-26-7, de groepering die steeds meer aanhangers kreeg.
Het eerste succes was de verovering van een kleine legerpost op 17 januari 1957.

Een gewonde student wordt afgevoerd bij de aanval op het presidentieel paleis (tegenwoordig het Museum van de Revolutie), 13 mei 1957 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Een directe aanslag op Batista door 35 studenten in het presidentieel paleis in hoofdstad Havana, op 13 mei 1957, mislukte, waarna 32 van hen de dood vonden.

Een ongedateerde groepsfoto van een aantal rebellen, waaronder de broers Raúl (links) en Fidel Castro (midden) (fotograaf onbekend / publiek domein)

De revolutionairen boekten ondertussen gestaag meer succes: op 28 mei 1957 werd een legerpost in El Uvero (vlakbij Santiago de Cuba) veroverd, waarbij een grote voorrad munitie en wapens werd buitgemaakt.
Eind 1957 hadden de opstandelingen onder leiding van Fidel Castro, een vaste commandopost in La Plata, hoog in het zuidelijk kustgebergte, de Sierra Maestra.
Een tweede hoofdkwartier stond onder leiding van Raúl Castro in de Sierra Cristal, in het noordoosten van Cuba.
Vanaf februari 1958 kwam de opstandelingenzender Radio Rebelde in de lucht.

Twee opstandelingen in de studio van Radio Rebelde, 1958 (fotograaf onbekend / publiek domein)

Batista had er inmiddels schoon genoeg van en in mei 1958 stuurde hij een troepenmacht van 10.000 man de bergen in, om de rebellen eens en voor altijd uit te schakelen.
Maar dat is niet wat er gebeurde: nog vóór de zomer was het regeringsleger verslagen en was het grootste deel van hun uitrusting in revolutionaire handen.
Te voet richting het westen lukte het de commandanten Che Guevara en Camilo Cienfuegos met hun troepen twee nieuwe fronten te openen in de noordelijke provincie Villa Clara.
Belangrijke overwinningen regen zich aaneen, zoals in de Sierra del Escambray, in het midden-zuiden.

Wrak van de gepantserde trein bij Santa Clara (fotograaf onbekend / publiek domein)

Op 28 december 1958 overmeesterden troepen onder leiding van Che Guevara een gepantserde trein in Santa Clara in het midden van het eiland en op 30 december won Camilo Cienfuegos overtuigend in Yaguajay, in het midden-noorden.
Op 30 december besefte Batista dat de situatie voor hem inmiddels hopeloos was en in de nieuwjaarsnacht van 1 januari 1959, vandaag 65 jaar geleden, vluchtte hij uit Cuba.

Voorpagina van de extra editie van Últimas Noticias met als kop; “De val van Batista – de dictator vluchtte naar de Dominicaanse Republiek”, de kop daaronder luidt: “Andere leden van de regering van Fulgencio Batista vluchtten per vliegtuig naar Mexico en de Verenigde Staten” (publiek domein)

In de loop van deze dag ondertekende het regeringsleger de capitulatie in Santa Clara.

Che Guevara en Camilo Cienfuegos kort na de overwinning (fotograaf onbekend / publiek domein)

Che Guevara en Camilo Cienfuegos trokken op 2 januari Havana binnen, op 8 januari gevolgd door Fidel Castro.

Che Guevara en Fidel Castro vieren de overwinning in Havana (fotograaf onbekend / publiek domein)

Met de overwinning van de opstandelingen veranderde er veel op Cuba: onder leiding van Fidel Castro (die minister-president tot 1976 en van 1976 tot 2008 president was, waarna zijn broer Raúl hem opvolgde), werd er een marxistisch-leninistische staat gevestigd en werd de band met de Verenigde Staten verbroken.
Met het aanknopen van nauwe betrekkingen tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam de Koude Oorlog, (die sinds de Tweede Wereldoorlog tussen het kapitalistische Westen en de communistische Sovjet-Unie bestond) bij wijze van spreken voor de voordeur van de Verenigde Staten te liggen.
Veel Cubanen die niets van het communisme en Castro moesten hebben vluchtten naar de V.S., het merendeel naar het nabijgelegen Florida.

Havana in de jaren vijftig van de vorige eeuw, net vóór de revolutie, de nieuwste modellen Amerikaanse bolides staan zij aan zij aan de Refugio, met op de achtergrond het Presidentieel Paleis, nu het Museo de la Revolución) (fotograaf onbekend / publiek domein)

Het uitbundige Amerikaanse toerisme behoorde tot het verleden. Toch verdween de V.S. niet compleet van het eiland: de uit 1898 daterende marinebasis Guantánamo Bay in het zuidoosten van Cuba, behoort formeel tot het grondgebied van Cuba, maar wordt sinds het einde van de Spaans-Amerikaanse Oorlog door de V.S. van Cuba gepacht.
Het pachtcontract kan alleen worden ontbonden als beide partijen daarmee instemmen.

Kaart van Cuba met de locatie van de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay (© Rafał Pocztarski / publiek domein)

Cuba onder Fidel Castro tot en met heden, betwijfelt de geldigheid van de concessie, maar omdat de V.S. er niet over denkt de strategisch gelegen basis op te geven, blijft de situatie zoals-ie is.

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
De roep om onafhankelijkheid van Spanje werd in de 19e eeuw steeds luider.
Vanwege zijn betrokkenheid bij de anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak. De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later brak de Tienjarige Oorlog (1868-1878) uit, onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Cuba – Día de la Independencia / Onafhankelijkheidsdag (1868/1902)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Hoewel de 10e oktober 1868 de datum voor de viering van Cuba’s onafhankelijkheid is, dekt dat niet helemaal de lading. Eigen baas was Cuba vanaf 1902. Hoe zit dat?

Kaart uit 1762 van Spaans Cuba met linksboven een inzet van Havana (publiek domein)

Vanaf de 15e eeuw was het eiland Cuba een Spaanse kolonie. Door de corrupte en autoritaire Spaanse overheersing nam in de tweede helft van de 19e eeuw de roep om onafhankelijkheid toe, waar Spanje niets van wilde weten.

Artist’s impression van het uitroepen van de onafhankelijkheid door Carlos Manuel de Céspedes op 10 oktober 1868 , met de revolutionaire vlag die tussen 1868 en 1878 gebruikt zou worden (publiek domein)

Carlos Manuel de Céspedes, een rijke eigenaar van een suikerfabriek, en zijn bondgenoten riepen op 10 oktober 1868 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Het betekende het begin van de Tienjarige Oorlog. Die eerste vrijheidsoorlog in mei 1878 eindigde met een overgave aan de Spanjaarden.

Links: Carlos Manuel de Céspedes (1819-1874) (© publiek domein) / Rechts: Máximo Gómez (1836-1905) (© publiek domein)

De gebeurtenissen van oktober 1868 maakten de weg vrij voor de afschaffing van de slavernij door Cuba in 1886.
Overigens slaagde een reeks opstanden tussen 1868 en 1898, onder leiding van de Dominicaanse generaal Máximo Gómez, er niet in de Spaanse macht te breken: het resulteerde in de dood van honderdduizenden Cubanen.
De geest was echter uit de fles en Cuba kreeg in 1898 hulp van de Verenigde Staten in de zogenaamde Spaans-Amerikaanse oorlog, die wél resultaat had en eindigde met de Spaanse evacuatie van het eiland in datzelfde jaar, waarna de Amerikanen het eiland bezetten.
Tussen 1898 en 1902 had Cuba vervolgens te maken met een Amerikaanse militaire bezetting.

20 mei 1902, de Amerikaanse vlag wordt gestreken en de Cubaanse gaat in top (publiek domein)

Op 20 mei 1902 verleende de V.S. Cuba alsnog soevereiniteit, maar bleef het eiland tot 1934 evengoed een Amerikaans protectoraat en moest het verschillende stukken land aan de V.S. overdragen, zoals Guantánamo Bay, dat ook heden ten dage nog steeds een Amerikaanse marinebasis is.

Links: Fulgencia Batista (1901-1973), op een foto uit 1938 (© Harris & Ewing Collection / publiek domein) / Rechts Fidel Castro (1926-2016), op een foto uit circa 1959 (publiek domein)

Tussen 1934 en 1959 had Cuba te maken met kolonel Fulgencia Batista als sterke man, die aanvankelijk stromannen als presidenten liet benoemen, later door zichzelf als president te laten verkiezen en uiteindelijk als dictator de lakens uit te delen.
Nadat hij in 1952 voor de tweede keer dictator van het land werd, begon de revolutionair Fidel Castro een opstand, die mislukte, waarna hij werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenis.
In 1955 kwam Castro vrij als gevolg van een generaal pardon en ging hij in ballingschap in Mexico en de Verenigde Staten. In 1956 keerde hij met een kleine groep getrouwen terug. Een nieuwe opstand was succesvoller, en op 1 januari 1959 wist Castro de macht over te nemen.
Vanaf 1959 is Cuba een marxistisch-leninistische staat, een unicum in dit deel van de wereld.

Links: Raúl Castro (1931), foto uit 2015 (© Nick.mon) / Rechts: Miguel Díaz Canel (1960), de huidige president van Cuba op een foto uit 2015 (© Jakob990)

Fidel Castro had het 49 jaar lang voor het zeggen in Cuba, eerst als minister-president, later als president, maar tevens als eerste secretaris van de Communistische Partij.
In 2008 volgde zijn broer Raúl Castro hem op, die op zijn beurt in 2019 het stokje doorgaf aan de huidige president, Miguel Díaz-Canel.

Kaart van Cuba (© freeworldmaps.net)

De vlag

De vlag van Cuba bestaat uit vijf horizontale strepen, drie blauwe en twee witte met een rode driehoek aan de broekingszijde met daarin een witte vijfpuntige ster.

Ontwerp

Hoewel de vlag op 20 mei 1902 officieel werd ingevoerd is ze aanzienlijk ouder.
Zoals we eerder zagen werd de roep om onafhankelijkheid van Spanje in de 19e eeuw steeds luider. Nog vóór de gebeurtenissen van 1868 met Carlos Manuel de Céspedes waren er al bewegingen die die soevereiniteit nastreefden.
Vanwege zijn betrokkenheid bij een anti-koloniale beweging in Cuba, moest de Venozolaan Narciso López in 1849 naar de Verenigde Staten uitwijken, net als de Cubaanse dichter Miguel Teurbe Tolón.
In New York ontwierpen de twee bannelingen samen de Cubaanse vlag zoals we haar heden ten dage kennen. Dat de Amerikaanse vlag als inspiratie diende, lijkt wel zeker.

Links: Narciso López (1797-1851) (© Libro de Historia de Cuba) / Rechts: Miguel Teurbe Tolón (1820-1857) (publiek domein)

De drie blauwe banen vertegenwoordigen de drie departementen waarin Cuba destijds verdeeld was, de witte banen staan voor de zuiverheid van de patriottische zaak De rode driehoek is een symbool van kracht en standvastigheid, de witte ster voor de gelijkheid van eenieder in het land.
Tolón’s vrouw naaide vervolgens het eerste exemplaar van de vlag.

López gebruikte de vlag in 1850 bij zijn poging tot staatsgreep om Cuba te bevrijden van de Spaanse overheersing, wat op een mislukking uitliep. De kustplaats Cárdenas was de eerste stad waar op 19 mei 1850 de enige sterrenvlag werd gehesen tijdens de inname van de stad door Cubaanse rebellen.
De Spanjaarden wisten de opstand echter neer te slaan en de vlag verdween van het toneel.

De tweede vlag

Achttien jaar later komen we dan bij de gebeurtenissen die in de inleiding de revue passeerden: de Tienjarige Oorlog (1868-1878), onder leiding van Carlos Manuel de Céspedes.
In deze periode werd er een nieuwe vlag gebruikt en die zien we hieronder.

De Cubaanse vlag tijdens de Tienjarige Oorlog (1868-1878)

Deze vlag bestaat uit twee horizontale banen, wit boven en blauw onder met een rode rechthoek in de broeking, waarop een witte vijfpuntige ster.
Deze vlag lijkt veel op die van Chili, waar het rood en blauw omgedraaid zijn.

1902

Bij de onafhankelijkheid op 20 mei 1902 werd er voor de eerste vlag van López en Tolón gekozen als nationale vlag, maar werd die van Céspedes niet vergeten: het werd de officiële vlag van zijn geboortestad Bayamo.

De Nationale Assemblee van Cuba, waar het staatswapen geflankeerd wordt door beide vlaggen (© Twitter OnCubaNews.com)

En daar bleef het niet bij: tegenwoordig hangt ze in de Nationale Assemblee naast de nationale vlag en op andere plaatsen waar de volksvertegenwoordigers samenkomen, verder dient de vlag ook als geus bij de marine.

Affiche voor de 10e oktober met het portret van Carlos Manuel de Céspedes en de twee vlaggen van Cuba (X – @BrunoRguezP)
Een woud van Cubaanse vlaggen op El Malecón, de boulevard van hoofdstad Havana (© Bryan Ledgard)

Catalonië – Diada Nacional de Catalunya / Nationale Feestdag van Catalonië (1714)

De nationale feestdag van Catalonië is een interessante, voor zover het de datum betreft. Vaak grijpen dit soort dagen terug op overwinningen. Maar de Catalaanse nationale feestdag (kortweg meestal La Diada genoemd), herinnert aan het verlies van de zelfstandigheid als gevolg van de Spaanse Successieoorlog.

Kasteel van Cardona
Castell de Cardona (Kasteel van Cardona) (© cardona1714.cat)

De datum van 11 september 1714 is die van de val van het laatste bolwerk van Catalaans verzet tegen Spaanse overheersing: het Kasteel van Cardona, ten noorden van Barcelona. Deze stad had zich iets daarvoor al over gegeven.

De Spaanse verovering betrof tevens het Koninkrijk Aragón, dat samen met het Graafschap Barcelona de zogenaamde Kroon van Aragón vormde, onder één dynastie.

catalonie portretten
Links: De laatste koning vóór inlijving door Spanje: Carles III de Catalunya, alias keizer Karel VI (1685-1740), door een onbekende schilder / Rechts: Koning Philips V van Spanje (1683-1746), geschilderd in 1723 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743)

Met de verovering van deze gebieden kwam het gezag in handen van de Spaanse koning Filips V van Borbón en verloor Catalonië zijn verregaande zelfstandigheid.

De 11e september was voor de Catalanen dan ook in eerste instantie geen feestdag, maar een rouwdag, waarop de doden werden geëerd. Naarmate de tijd verstreek en de ooggetuigen van de nederlaag overleden, begon er echter een kentering te komen. Vooral tijdens de 19e eeuw, een tijdperk waarin een romantisch nationalisme in Europa opbloeide, kantelde de symboliek van de 11e september steeds meer richting viering.

Er was een nieuw optimisme, deels door de Industriële Revolutie, maar ook door de hernieuwde belangstelling voor de eigen Catalaanse cultuur en taal. Het werd uiteindelijk zelfs een beweging met de naam Renaixença catalana (Catalaanse renaissance). Catalaanse helden werden geëerd met standbeelden.

catalonie boek badge
Links: La Renaixença catalana, een boek uit 1967 door Rafael Tasis i Marca (1906-1966) (© todocoleccion.net) / Rechts: Antiek speldje met het logo van de Renaixença catalana (© en.todocoleccion.net)

Uiteindelijk verwerd de 11e september zo van een rouwdag tot een feestdag. De dag beleefde z’n ups en downs tijdens de verschillende regimes in de 20e eeuw, speciaal in de Franco-tijd. Gedurende deze periode (1939-1975) werden alle Catalaanse uitingen zoveel mogelijk onderdrukt, zoals ook het Catalaans.

Met de dood van dictator Franco in 1975 en het aantreden van koning Juan Carlos, braken er betere tijden aan. Sinds 1977 had Catalonië een autonome status en een eigen parlement, de Generalitat de Catalunya. Op 12 juni 1980 werd de 11e september tot nationale feestdag verklaard.

catalonie 05 embleem
Het embleem van de Generalitat de Catalunya / Het Catalaanse parlementsgebouw, de Generalitat de Catalunya met de Spaanse en Catalaanse vlaggen in top (© fotonostra.com)

Het is een dag van vieringen, maar ook van betogingen. Zeker de laatste jaren zijn deze manifestaties steeds politieker geworden en de roep om zelfstandigheid van Catalonië groter.

Vlaggen Barcelona
La Diada Nacional de Catalunya: Senyera’s en Esteladas (© meet.barcelona.cat)

De vlag

Senyera, de vlag van Catalonië (± 1137-heden)

De Catalaanse vlag bestaat uit afwisselende horizontale strepen, vijf gele en vier rode. Het is één van de oudste Europese vlaggen. Waarschijnlijk was hij al in de vroege Middeleeuwen in gebruik, maar in ieder geval vanaf 1137, wanneer het Koninkrijk Aragón één dynastie gaat vormen met het Graafschap Barcelona. Gezamenlijk als Kroon van Aragón (zie de inleiding) bereiken ze het toppunt van hun macht: naast Aragón en Catalonië omvatte dit rijk ook de Balearen, Corsica, Sardinië, zuidelijk Italië en het oostelijke deel van de het Griekse vasteland.

Krron van Aragon kaart
De Kroon van Aragón (kleuren in blauw en lichtblauw) op zijn machtigst

Sinds begin 18e eeuw, na de Spaanse Succesieoorlog, kwamen Aragón en Catalonië onder centraal Spaans gezag vanuit Madrid te staan (zie de inleiding). De overige gebieden werden ‘verdeeld’ onder enkele andere van de strijdende partijen. Het noordelijke deel van Catalonië kwam uiteindelijk onder Frans bestuur.

catalonie 02 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Aragón, de Balearen en Mallorca

Dit verklaart tevens waarom de Catalaanse vlag met de nodige toevoegingen en/of variaties in allerlei gebieden nog steeds gebruikt wordt. In Spaans en Frans Catalonië de basisvorm.

catalonie 03 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Ibiza, Formentera en Menorca

Ook Aragón gebruikt hem nog met toevoeging van het wapen en dat geldt ook voor de regiovlag van de Balearen en tevens voor de eilanden Mallorca, Ibiza, Formentera en Menorca onderling en de steden Barcelona en Valencia.

catalonie 04 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Barcelona, Valencia en de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur

Zelfs de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur gebruikt hem nog, maar dan in verticale vorm.

De vlag heeft ook z’n eigen naam: Senyera, wat zoveel beduidt als standaard of banier. Een ieder die Catalonië bezoekt kan niet om een veelgebruikte variatie van de Catalaanse vlag heen, nl. de onafhankelijkheidsvlag, de zogenaamde Bandera Estelada of kortweg Estelada genoemd.

Estelada
La Bandera Estelada of Estelada

Deze vlag heeft over de Senyera heen een blauwe driehoek aan de broekingszijde. In de driehoek is een vijfpuntige witte ster geplaatst.

catalonie 01 vlaggen ster
De vlaggen van Puerto Rico (links) en Cuba (rechts)

Deze vlag stamt uit het begin van de 20e eeuw, de driehoek met ster is waarschijnlijk afgeleid van de vlaggen van Cuba en Puerto Rico.

Catalonië – Diada Nacional de Catalunya (Nationale Feestdag van Catalonië)

De nationale feestdag van Catalonië is een interessante, voor zover het de datum betreft. Vaak grijpen dit soort dagen terug op overwinningen. Maar de Catalaanse nationale feestdag (kortweg meestal La Diada genoemd), herinnert aan het verlies van de zelfstandigheid als gevolg van de Spaanse Successieoorlog.

Kasteel van Cardona
Castell de Cardona (Kasteel van Cardona) (© cardona1714.cat)

De datum van 11 september 1714 is die van de val van het laatste bolwerk van Catalaans verzet tegen Spaanse overheersing: het Kasteel van Cardona, ten noorden van Barcelona. Deze stad had zich iets daarvoor al over gegeven.

De Spaanse verovering betrof tevens het Koninkrijk Aragón, dat samen met het Graafschap Barcelona de zogenaamde Kroon van Aragón vormde, onder één dynastie.

catalonie portretten
Links: De laatste koning vóór inlijving door Spanje: Carles III de Catalunya, alias keizer Karel VI (1685-1740), door een onbekende schilder / Rechts: Koning Philips V van Spanje (1683-1746), geschilderd in 1723 door Hyacinthe Rigaud (1659-1743)

Met de verovering van deze gebieden kwam het gezag in handen van de Spaanse koning Filips V van Borbón en verloor Catalonië zijn verregaande zelfstandigheid.

De 11e september was voor de Catalanen dan ook in eerste instantie geen feestdag, maar een rouwdag, waarop de doden werden geëerd. Naarmate de tijd verstreek en de ooggetuigen van de nederlaag overleden, begon er echter een kentering te komen. Vooral tijdens de 19e eeuw, een tijdperk waarin een romantisch nationalisme in Europa opbloeide, kantelde de symboliek van de 11e september steeds meer richting viering.

Er was een nieuw optimisme, deels door de Industriële Revolutie, maar ook door de hernieuwde belangstelling voor de eigen Catalaanse cultuur en taal. Het werd uiteindelijk zelfs een beweging met de naam Renaixença catalana (Catalaanse renaissance). Catalaanse helden werden geëerd met standbeelden.

catalonie boek badge
Links: La Renaixença catalana, een boek uit 1967 door Rafael Tasis i Marca (1906-1966) (© todocoleccion.net) / Rechts: Antiek speldje met het logo van de Renaixença catalana (© en.todocoleccion.net)

Uiteindelijk verwerd de 11e september zo van een rouwdag tot een feestdag. De dag beleefde z’n ups en downs tijdens de verschillende regimes in de 20e eeuw, speciaal in de Franco-tijd. Gedurende deze periode (1939-1975) werden alle Catalaanse uitingen zoveel mogelijk onderdrukt, zoals ook het Catalaans.

Met de dood van dictator Franco in 1975 en het aantreden van koning Juan Carlos, braken er betere tijden aan. Sinds 1977 had Catalonië een autonome status en een eigen parlement, de Generalitat de Catalunya. Op 12 juni 1980 werd de 11e september tot nationale feestdag verklaard.

catalonie 05 embleem
Het embleem van de Generalitat de Catalunya / Het Catalaanse parlementsgebouw, de Generalitat de Catalunya met de Spaanse en Catalaanse vlaggen in top (© fotonostra.com)

Het is een dag van vieringen, maar ook van betogingen. Zeker de laatste jaren zijn deze manifestaties steeds politieker geworden en de roep om zelfstandigheid van Catalonië groter.

Vlaggen Barcelona
La Diada Nacional de Catalunya: Senyera’s en Esteladas (© meet.barcelona.cat)

De vlag

Vlag Catalonië
Senyera, de vlag van Catalonië (± 1137-heden)

De Catalaanse vlag bestaat uit afwisselende horizontale strepen, vijf gele en vier rode. Het is één van de oudste Europese vlaggen. Waarschijnlijk was hij al in de vroege Middeleeuwen in gebruik, maar in ieder geval vanaf 1137, wanneer het Koninkrijk Aragón één dynastie gaat vormen met het Graafschap Barcelona. Gezamenlijk als Kroon van Aragón (zie de inleiding) bereiken ze het toppunt van hun macht: naast Aragón en Catalonië omvatte dit rijk ook de Balearen, Corsica, Sardinië, zuidelijk Italië en het oostelijke deel van de het Griekse vasteland.

Krron van Aragon kaart
De Kroon van Aragón (kleuren in blauw en lichtblauw) op zijn machtigst

Sinds begin 18e eeuw, na de Spaanse Succesieoorlog, kwamen Aragón en Catalonië onder centraal Spaans gezag vanuit Madrid te staan (zie de inleiding). De overige gebieden werden ‘verdeeld’ onder enkele andere van de strijdende partijen. Het noordelijke deel van Catalonië kwam uiteindelijk onder Frans bestuur.

catalonie 02 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Aragón, de Balearen en Mallorca

Dit verklaart tevens waarom de Catalaanse vlag met de nodige toevoegingen en/of variaties in allerlei gebieden nog steeds gebruikt wordt. In Spaans en Frans Catalonië de basisvorm.

catalonie 03 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Ibiza, Formentera en Menorca

Ook Aragón gebruikt hem nog met toevoeging van het wapen en dat geldt ook voor de regiovlag van de Balearen en tevens voor de eilanden Mallorca, Ibiza, Formentera en Menorca onderling en de steden Barcelona en Valencia.

catalonie 04 vlaggengalerij
V.l.n.r.: de vlaggen van Barcelona, Valencia en de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur

Zelfs de Franse regio Provence-Alpes-Côte d’Azur gebruikt hem nog, maar dan in verticale vorm.

De vlag heeft ook z’n eigen naam: Senyera, wat zoveel beduidt als standaard of banier. Een ieder die Catalonië bezoekt kan niet om een veelgebruikte variatie van de Catalaanse vlag heen, nl. de onafhankelijkheidsvlag, de zogenaamde Bandera Estelada of kortweg Estelada genoemd.

Estelada
La Bandera Estelada of Estelada

Deze vlag heeft over de Senyera heen een blauwe driehoek aan de broekingszijde. In de driehoek is een vijfpuntige witte ster geplaatst.

catalonie 01 vlaggen ster
De vlaggen van Puerto Rico (links) en Cuba (rechts)

Deze vlag stamt uit het begin van de 20e eeuw, de driehoek met ster is waarschijnlijk afgeleid van de vlaggen van Cuba en Puerto Rico.