Tagarchief: Angola

Kaapverdië – Dia dos Heróis Nancionais / Dag van de Nationale Helden

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Kaapverdië, ook wel bekend onder de naam Kaapverdische Eilanden is een groep van tien eilanden en acht eilandjes voor de westkust van Afrika.
De eilandstaat bestaat uit twee geografische regio’s: de noordelijke of bovenwindse eilanden en de zuidelijke of benedenwindse eilanden.

Kaart van Kaapverdië (© CIA/Oona Räisänen)

De 20e januari is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat op die datum in 1973 Amílcar Cabral werd vermoord in Conakry, de hoofdstad van Guinee.

Affiche voor de feestdag met het portret van Amílcar Cabral (publiek domein)

Cabral was een voorvechter van onafhankelijkheid van Kaapverdië en Guinee-Bissau, beide Portugese kolonies toen.
Cabral, was geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Amílcar Cabral (1924-1973) (© dexamsabi.com)

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Kaapverdië ten opzichte van een deel van West-Afrika, met Guinee-Bissau in het paars (© PirateShip6)

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau (publiek domein)

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek met Aristides Pereira als eerste president van Kaapverdië.

Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)

De vlag

Vlag van Kaapverdië (1992-heden)

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3.
Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.51.52
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.

Eerste vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.

kaapverdie naast elkaar
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.

Kaapverdië – Dia dos Heróis Nancionais / Dag van de Nationale Helden

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Kaapverdië, ook wel bekend onder de naam Kaapverdische Eilanden is een groep van tien eilanden en acht eilandjes voor de westkust van Afrika.
De eilandstaat bestaat uit twee geografische regio’s: de noordelijke of bovenwindse eilanden en de zuidelijke of benedenwindse eilanden.

Kaart van Kaapverdië (© CIA/Oona Räisänen)

De 20e januari is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat op die datum in 1973 Amílcar Cabral werd vermoord in Conakry, de hoofdstad van Guinee.

Affiche voor de feestdag met het portret van Amílcar Cabral (publiek domein)

Cabral was een voorvechter van onafhankelijkheid van Kaapverdië en Guinee-Bissau, beide Portugese kolonies toen.
Cabral, was geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Amílcar Cabral (1924-1973) (© dexamsabi.com)

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Kaapverdië ten opzichte van een deel van West-Afrika, met Guinee-Bissau in het paars (© PirateShip6)

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau (publiek domein)

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek met Aristides Pereira als eerste president van Kaapverdië.

Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)

De vlag

Vlag van Kaapverdië (1992-heden)

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3.
Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.51.52
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.

Eerste vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.

kaapverdie naast elkaar
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.

Angola – Dia da Independência / Onafhankelijkheidsdag (1975)

Vijf vlaggen vandaag. Vlag 3:

De 11e november is een officiële feestdag in Angola. Op die dag in 1975 werd het land onafhankelijk van Portugal, dat al vanaf de 16e eeuw in dit deel van Afrika de kolonisator was, in eerste instantie alleen in de kuststreek, maar gaandeweg ook in het Angolese binnenland.

Kaart van Angola met administratieve indeling, circa 1960 (publiek domein)

De gewapende strijd voor de onafhankelijkheid van het land, de Angolese Onafhankelijkheidsoorlog (onderdeel van de grotere Portugese Koloniale Oorlog), begon op 4 februari 1961.
De strijd werd uitgevochten door drie onafhankelijkheidsbewegingen: de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), de Frente Nacional de Libertação de Angola (FNLA) en de União Nacional para a Independência Total de Angola (UNITA), die gezamenlijk tegen Portugal vochten, maar ook tegen elkaar.
De MPLA werd gesteund door communistische landen als de Sovjet-Unie en Cuba, de FNLA door Zaïre en later ook de V.S. en UNITA in eerste instantie door China, later Zuid-Afrika.
Tot aan de onafhankelijkheid in 1975, werden duizenden mensen gemarteld, gevangengezet, afgeslacht of geëxecuteerd in de strijd tegen de koloniale overheersing.

De omslag kwam niet door de strijd in Angola zelf, maar door de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal, waar militairen het autocratische Estado Novo-regime van Marcello Caetano omverwierp.
Dit autoritaire bewind had ruim veertig jaar met groot fanatisme vastgehouden aan het ‘bezit’ van de talloze Portugese koloniën in Afrika en Azië.
Het nieuwe militaire regime dacht hier heel anders over, net als de een jaar later democratisch gekozen regering.
Het maakte de weg vrij voor een zeer snelle (achteraf misschien te snelle) dekolonisatie van niet alleen Angola, maar ook van Mozambique, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor.

Agostinho Neto (1922-1979) -met bril en redevoering in de hand-, roept als leider van de MPLA de onafhankelijkheid uit van Angola op 11 november 1975, tot aan zijn dood op 10 september 1979 diende hij als eerste president van Angola (publiek domein)

Voor wat Angola betrof, werd op 15 januari 1975 de Alvor-overeenkomst gesloten, die voorzag in de totale onafhankelijkheid op 11 november, ondertekend door Portugal en de drie onafhankelijkheidsbewegingen.
De Portugezen verlieten volgens afspraak Angola op 10 november 1975 en één dag later riep de communistische MPLA de Volksrepubliek Angola uit.

Kaart van Angola )© freeworldmaps.net)

De drie onafhankelijkheidsbewegingen konden niet door één deur en het leidde onmiddellijk na de onafhankelijkheid tot de Angolese Burgeroorlog die tot 4 april 2002 zou duren, waar ook buitenlandse partijen aan deelnamen, zoals Cuba, Zaïre en onafhankelijkheidspartijen uit Zuidwest-Afrika (nu Namibië) en Zuid-Afrika.
De MPLA die altijd al de overhand had, kwam als overwinnaar uit de strijd en werd een politieke partij, net als de twee voormalige tegenstanders, de FNLA en UNITA, die nu de oppositie in Angola vormen.

Affiche voor de Angolese feestdag (publiek domein)

Activiteiten op deze dag omvatten optochten, bijeenkomsten, vuurwerk, concerten of uitstapjes naar de kust.

De vlag

Vlag van Angola (1975-heden)

De vlag van Angola bestaat uit twee horizontale banen van rood en zwart. In het midden zien we drie symbolen in goud (of geel): een deel van een tandwiel, een machete en een vijfpuntige ster.
De vlag is gebaseerd op die van de communistisch georiënteerde MPLA, zoals we hier boven al zagen één van de onafhankelijkheidsbewegingen vóór 1975 en vanaf de onafhankelijkheid de belangrijkste politieke partij en die partijvlag zien we hieronder: dezelfde banen in rood en zwart en een gouden (of gele) vijfpuntige ster in het midden.

Vlag van de MPLA

De nationale vlag werd ontworpen door Henrique Onambwé, die de kleuren van de partijvlag overnam en daar naast de ster het tandwiel en de machete aan toevoegde, zodanig gegroepeerd dat het enige gelijkenis vertoonde met de hamer en sikkel van de vlag van de Sovjet-Unie.
Het eerste exemplaar van de vlag werd in elkaar gezet en genaaid door Joaquina, Ruth Lara en Cici Cabral.

Henrique Onambwé (geboren als Henrique de Carvalho Santos) (1940-2023), ontwerper van de Angolese vlag, na de onafhankelijkheid diende hij als minister van Industrie (publiek domein)

Het rood in de vlag symboliseert het bloedvergieten in de koloniale periode, tevens verdediging van het grondgebied, het zwart staat voor Afrika.
Het tandwiel staat voor de arbeiders van het land en de industrie, de machete voor de landbouw(ers) en de gele ster verwijst naar de communistische rode ster.

Het laat zich raden dat de vlag, voortgevloeid uit de van de partijvlag van de MPLA controversieel is, zeker bij aanhangers van de FNLA en UNITA (de oppositie).
Dit leidde in 2003 tot een nieuw, ‘optimistischer’ vlag-ontwerp, voorgesteld door de Constitutionele Commissie van de Nationale Vergadering (het Angolese parlement) , maar deze werd niet aangenomen: het voorstel werd door de regerende partij, de MPLA, onderdrukt.

Het ontwerp was radicaal anders dan de huidige vlag: twee blauwe banen onder en boven, geflankeerd door twee smallere witte banen, met een brede rode baan is het midden, waarop in goud (of geel) de weergave van een rotstekening uit de Tchitundo-Hulu-grot, in het zuidwesten van Angola.
Velen zagen de voorgestelde vlag niet zitten, omdat deze “geen echte betekenis” uitdraagt en geen “historische associaties” heeft.

Koloniale periode

Vóór 1975 had Angola geen aparte vlag en werd die van Portugal gebruikt.
In 1967 is er overigens wel een voorstel voor een nieuwe vlag geweest, maar het is nooit uitgevoerd. We zien dit ontwerp hieronder:

Het ontwerp voorzag de Portugese vlag met een in drieën gedeeld schild in het uitwaaiende gedeelte.
Het schild liet naast de vijf blauwe schildjes uit het Portugese wapen ook een opvallend paars gekleurd segment zien met een olifant en een zebra in goud (of geel).
Het onderste segment bevatte vijf golvende groene lijnen op een wit vlak.

Vlag van de president

Presidentiële vlag van Angola (2012?-heden)

Wanneer deze vlag precies is ingevoerd is onduidelijk, maar ze lijkt voor het eerst in beeld te zijn geweest na de herverkiezing van José Eduardo dos Santos als president in 2012
De presidentiële vlag van Angola heeft een rood veld met in het midden het nationale embleem, aan weerszijden geflankeerd door een krans, geheel in goud (of geel).

Tijdens de inauguratie van president Dos Santos in 2012 was de presidentiële vlag prominent in beeld (screenshot)

De huidige president van Angola is João Lourenço, die in 2017 aantrad.

Kaapverdië – Dia dos Heróis Nancionais / Dag van de Nationale Helden

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Kaapverdië, ook wel bekend onder de naam Kaapverdische Eilanden is een groep van tien eilanden en acht eilandjes voor de westkust van Afrika.
De eilandstaat bestaat uit twee geografische regio’s: de noordelijke of bovenwindse eilanden en de zuidelijke of benedenwindse eilanden.

Kaart van Kaapverdië (© CIA/Oona Räisänen)

De 20e januari is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat op die datum in 1973 Amílcar Cabral werd vermoord in Conakry, de hoofdstad van Guinee.

Affiche voor de feestdag met het portret van Amílcar Cabral (publiek domein)

Cabral was een voorvechter van onafhankelijkheid van Kaapverdië en Guinee-Bissau, beide Portugese kolonies toen.
Cabral, was geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Amílcar Cabral (1924-1973) (© dexamsabi.com)

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Kaapverdië ten opzichte van een deel van West-Afrika, met Guinee-Bissau in het paars (© PirateShip6)

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau (publiek domein)

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek met Aristides Pereira als eerste president van Kaapverdië.

Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)

De vlag

Vlag van Kaapverdië (1992-heden)

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3.
Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.51.52
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.

Eerste vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.

kaapverdie naast elkaar
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.

Angola – Dia da Independência / Onafhankelijkheidsdag (1975)

Vier vlaggen vandaag. Vlag 2:

De 11e november is een officiële feestdag in Angola. Op die dag in 1975 werd het land onafhankelijk van Portugal, dat al vanaf de 16e eeuw in dit deel van Afrika de kolonisator was, in eerste instantie alleen in de kuststreek, maar gaandeweg ook in het Angolese binnenland.

Kaart van Angola met administratieve indeling, circa 1960 (publiek domein)

De gewapende strijd voor de onafhankelijkheid van het land, de Angolese Onafhankelijkheidsoorlog (onderdeel van de grotere Portugese Koloniale Oorlog), begon op 4 februari 1961.
De strijd werd uitgevochten door drie onafhankelijkheidsbewegingen: de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), de Frente Nacional de Libertação de Angola (FNLA) en de União Nacional para a Independência Total de Angola (UNITA), die gezamenlijk tegen Portugal vochten, maar ook tegen elkaar.
De MPLA werd gesteund door communistische landen als de Sovjet-Unie en Cuba, de FNLA door Zaïre en later ook de V.S. en UNITA in eerste instantie door China, later Zuid-Afrika.
Tot aan de onafhankelijkheid in 1975, werden duizenden mensen gemarteld, gevangengezet, afgeslacht of geëxecuteerd in de strijd tegen de koloniale overheersing.

De omslag kwam niet door de strijd in Angola zelf, maar door de zogenaamde Anjerrevolutie in Portugal, waar militairen het autocratische Estado Novo-regime van Marcello Caetano omverwierp.
Dit autoritaire bewind had ruim veertig jaar met groot fanatisme vastgehouden aan het ‘bezit’ van de talloze Portugese koloniën in Afrika en Azië.
Het nieuwe militaire regime dacht hier heel anders over, net als de een jaar later democratisch gekozen regering.
Het maakte de weg vrij voor een zeer snelle (achteraf misschien te snelle) dekolonisatie van niet alleen Angola, maar ook van Mozambique, Guinee-Bissau, Kaapverdië, Sao Tomé en Principe en Oost-Timor.

Agostinho Neto (1922-1979) -met bril en redevering in de hand-, roept als leider van de MPLA de onafhankelijkheid uit van Angola op 11 november 1975, tot aan zijn dood op 10 september 1979 diende hij als eerste president van Angola (publiek domein)

Voor wat Angola betrof, werd op 15 januari 1975 de Alvor-overeenkomst gesloten, die voorzag in de totale onafhankelijkheid op 11 november, ondertekend door Portugal en de drie onafhankelijkheidsbewegingen.
De Portugezen verlieten volgens afspraak Angola op 10 november 1975 en één dag later riep de communistische MPLA de Volksrepubliek Angola uit.

Kaart van Angola )© freeworldmaps.net)

De drie onafhankelijkheidsbewegingen konden niet door één deur en het leidde onmiddellijk na de onafhankelijkheid tot de Angolese Burgeroorlog die tot 4 april 2002 zou duren, waar ook buitenlandse partijen aan deelnamen, zoals Cuba, Zaïre en onafhankelijkheidspartijen uit Zuidwest-Afrika (nu Namibië) en Zuid-Afrika.
De MPLA die altijd al de overhand had, kwam als overwinnaar uit de strijd en werd een politieke partij, net als de twee voormalige tegenstanders, de FNLA en UNITA, die nu de oppositie in Angola vormen.

Affiche voor de Angolese feestdag (publiek domein)

Activiteiten op deze dag omvatten optochten, bijeenkomsten, vuurwerk, concerten of uitstapjes naar de kust.

De vlag

Vlag van Angola (1975-heden)

De vlag van Angola bestaat uit twee horizontale banen van rood en zwart. In het midden zien we drie symbolen in goud (of geel): een deel van een tandwiel, een machete en een vijfpuntige ster.
De vlag is gebaseerd op die van de communistisch georiënteerde MPLA, zoals we hier boven al zagen één van de onafhankelijkheidsbewegingen vóór 1975 en vanaf de onafhankelijkheid de belangrijkste politieke partij en die partijvlag zien we hieronder: dezelfde banen in rood en zwart en een gouden (of gele) vijfpuntige ster in het midden.

Vlag van de MPLA

De nationale vlag werd ontworpen door Henrique Onambwé, die de kleuren van de partijvlag overnam en daar naast de ster het tandwiel en de machete aan toevoegde, zodanig gegroepeerd dat het enige gelijkenis vertoonde met de hamer en sikkel van de vlag van de Sovjet-Unie.
Het eerste exemplaar van de vlag werd in elkaar gezet en genaaid door Joaquina, Ruth Lara en Cici Cabral.

Henrique Onambwé (geboren als Henrique de Carvalho Santos) (1940-2023), ontwerper van de Angolese vlag, na de onafhankelijkheid diende hij als minister van Industrie (publiek domein)

Het rood in de vlag symboliseert het bloedvergieten in de koloniale periode, tevens verdediging van het grondgebied, het zwart staat voor Afrika.
Het tandwiel staat voor de arbeiders van het land en de industrie, de machete voor de landbouw(ers) en de gele ster verwijst naar de communistische rode ster.

Het laat zich raden dat de vlag, voortgevloeid uit de van de partijvlag van de MPLA controversieel is, zeker bij aanhangers van de FNLA en UNITA (de oppositie).
Dit leidde in 2003 tot een nieuw, ‘optimistischer’ vlag-ontwerp, voorgesteld door de Constitutionele Commissie van de Nationale Vergadering (het Angolese parlement) , maar deze werd niet aangenomen: het voorstel werd door de regerende partij, de MPLA, onderdrukt.

Het ontwerp was radicaal anders dan de huidige vlag: twee blauwe banen onder en boven, geflankeerd door twee smallere witte banen, met een brede rode baan is het midden, waarop in goud (of geel) de weergave van een rotstekening uit de Tchitundo-Hulu-grot, in het zuidwesten van Angola.
Velen zagen de voorgestelde vlag niet zitten, omdat deze “geen echte betekenis” uitdraagt en geen “historische associaties” heeft.

Koloniale periode

Vóór 1975 had Angola geen aparte vlag en werd die van Portugal gebruikt.
In 1967 is er overigens wel een voorstel voor een nieuwe vlag geweest, maar het is nooit uitgevoerd. We zien dit ontwerp hieronder:

Het ontwerp voorzag de Portugese vlag met een in drieën gedeeld schild in het uitwaaiende gedeelte.
Het schild liet naast de vijf blauwe schildjes uit het Portugese wapen ook een opvallend paars gekleurd segment zien met een olifant en een zebra in goud (of geel).
Het onderste segment bevatte vijf golvende groene lijnen op een wit vlak.

Vlag van de president

Presidentiële vlag van Angola (2012?-heden)

Wanneer deze vlag precies is ingevoerd is onduidelijk, maar ze lijkt voor het eerst in beeld te zijn geweest na de herverkiezing van José Eduardo dos Santos als president in 2012
De presidentiële vlag van Angola heeft een rood veld met in het midden het nationale embleem, aan weerszijden geflankeerd door een krans, geheel in goud (of geel).

Tijdens de inauguratie van president Dos Santos in 2012 was de presidentiële vlag prominent in beeld (screenshot)

De huidige president van Angola is João Lourenço, die in 2017 aantrad.

Kaapverdië – Dia dos Heróis Nancionais / Dag van de Nationale Helden

Twee vlaggen vandaag. Vlag 1:

Kaapverdië, ook wel bekend onder de naam Kaapverdische Eilanden is een groep van tien eilanden en acht eilandjes voor de westkust van Afrika.
De eilandstaat bestaat uit twee geografische regio’s: de noordelijke of bovenwindse eilanden en de zuidelijke of benedenwindse eilanden.

Kaart van Kaapverdië (© CIA/Oona Räisänen)

De 20e januari is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat op die datum in 1973 Amílcar Cabral werd vermoord in Conakry, de hoofdstad van Guinee.

Affiche voor de feestdag met het portret van Amílcar Cabral (publiek domein)

Cabral was een voorvechter van onafhankelijkheid van Kaapverdië en Guinee-Bissau, beide Portugese kolonies toen.
Cabral, was geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Amílcar Cabral (1924-1973) (© dexamsabi.com)

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Kaapverdië ten opzichte van een deel van West-Afrika, met Guinee-Bissau in het paars (© PirateShip6)

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau (publiek domein)

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek met Aristides Pereira als eerste president van Kaapverdië.

Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)

De vlag

Vlag van Kaapverdië (1992-heden)

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3.
Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.51.52
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen. De vlag werd in 1992 ingevoerd en is een ontwerp van Pedro Gregório Lopes.

Eerste vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.

kaapverdie naast elkaar
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd.

Kaapverdië – Dia da independência (1975) (Onafhankelijkheidsdag)

Twee vlaggen vandaag, vlag 1:

De vijfde juli is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat het land op die datum in 1975 zijn onafhankelijkheid verkreeg. Grote aanjager voor onafhankelijkheid van zowel Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide eertijds Portugese kolonies, was Amílcar Cabral.

Kaapverdië
Kaapverdië (© capverdeisland.weebly.com)

Hij werd geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.

Amílcar Cabral
Amílcar Cabral (1924-1973) (© dexamsabi.com)

Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.

Kaapverdië + Guinee-Bissau
Kaapverdië ten opzichte van een deel van West-Afrika, met onderin Guinee-Bissau (© oceantrackingnetwork.org)

In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Schermafbeelding 2019-07-01 om 14.35.59
Luís Cabral, halfbroer van Amílcar (1931-2009), eerste president van Guinee-Bissau

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek, met als eerste president Aristides Pereira.

Schermafbeelding 2019-07-01 om 14.42.48
Aristides Pereira (1923-2011), eerste president van Kaapverdië (screenshot)

Ook 20 februari, de datum waarop Amílcar Cabral werd vermoord, werd een officiële feestdag. Hij en zijn medestrijders worden dan herdacht tijdens de Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden).

De vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. De enige verschillen zaten ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels en de langere lengte van de Guinee-Bissause vlag.

kaapverdie naast elkaar
Links: vlag van Guinee-Bissau (1973-heden) / Rechts: voormalige vlag van Kaapverdië (1975-1992)

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd. De vlag is ontworpen door Pedro Gregório Lopes.

Schermafbeelding 2019-07-01 om 13.51.52
Pedro Gregório Lopes (1932), ontwerper van de Kaapverdische vlag (screenshot)

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Vlag Kaapverdië
Vlag van Kaapverdië (1992-heden)

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen.

Kaapverdië – Dia dos Heróis Nancionais (Dag van de Nationale Helden)

Een dag met twee vlaggen. Vlag 1 van vandaag: Kaapverdië

De 20e januari is een officiële feestdag in Kaapverdië. Herdacht wordt dat op die datum in 1973 Amílcar Cabral werd vermoord in Conakry, de hoofdstad van Guinee.
Cabral was een voorvechter van onafhankelijkheid van Kaapverdië (ook wel bekend als de Kaapverdische Eilanden) en Guinee-Bissau, beide Portugese kolonies toen.
Cabral, was geboren in Bafatá in Guinee-Bissau, zijn moeder was Kaapverdiaans en zijn vader Guinee-Bissaus. Als student landbouwkunde in Lissabon was hij al sterk gekant tegen het koloniale regime van Portugal en hij stond aan de wieg van studentenorganisaties die zich uitspraken voor onafhankelijkheid van de Portugese koloniën.
Weer terug in Afrika richtte hij in 1956 de Partido Africano da Independência da Guiné e Cabo Verde (PAIGC) op, tevens was hij een van de oprichters van de Movimento Popular de Libertação de Angola (MPLA), een beweging die de onafhankelijkheid van Angola nastreefde, destijds ook een Portugese kolonie.

Van 1963 tot aan zijn dood in 1973 leidde hij de guerrilla-beweging van de PAIGC in Guinee-Bissau, waarbij de onafhankelijkheid van zowel Guinee-Bissau als Kaapverdië werd nagestreefd. De beweging was behoorlijk succesvol en veroverde steeds meer gebied op de Portugese overheersers.
In 1972 en begin 1973 was Cabral druk bezig met de voorbereidingen van een ‘volksbevrijdingsleger’. Dit deed hij in Conakry, de hoofdstad van buurland Guinee (wat in 1958 onafhankelijk was geworden van Frankrijk). Een voormalige medestrijder van Cabral uit de PAIGC, Inocêncio Kani, schoot hem op 20 februari dood. Wat er achter zat, is nooit helemaal duidelijk geworden. Eén theorie is echter dat de Portugese geheime dienst PIDE was geïnfiltreerd in de onafhankelijkheidsbeweging. Bewezen is dit echter nooit. Kani bleek de nodige volgelingen te hebben gehad en na de dood van Cabral werd de PAIGC ‘gezuiverd’: rond de 100 officieren en guerrilla-soldaten werden geëxecuteerd.

Cabral heeft de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau en Kaapverdië dus niet meegemaakt. De onafhankelijkheidsbeweging ging verder onder leiding van zijn halfbroer Luís Cabral. Op 24 september 1973 werd de onafhankelijkheid van Guinee-Bissau uitgeroepen en één jaar later, op 10 september werd dit erkend. Luís Cabral werd de eerste president van de nieuwe republiek.

Nadat Portugal in april 1974 zijn eigen democratische revolutie doormaakte (de zogenaamde Anjer-revolutie), ging het voor Kaapverdië ook snel. De PAICG werd na de omwenteling in Portugal politiek actief op de eilanden en in december van dat jaar werd er overeenstemming bereikt over de vorming van een overgangsregeling. Op 5 juli 1975 werd Kaapverdië vervolgens een onafhankelijke republiek.

De vlag

Vanaf de onafhankelijkheid in 1975 tot 1992 gebruikte Kaapverdië een vlag die sterk op die van Guinee-Bissau leek. Het enige verschil zat ‘m in de krans van maïsstengels rond de zwarte ster aan de broekzijde en een gestileerde mossel in het midden van de stengels.

De oude vlag van Kaapverdië.

Het één-partijstelsel dat het land sinds de onafhankelijkheid had, werd na de verkiezingen van 1991 afgeschaft. De Movimento para a Democracia (MpD) kwam aan de macht en die partij stelde een verandering van vlag voor. Op 25 september 1992 werd de huidige vlag ingevoerd. De vlag is ontworpen door Pedro Gregório Lopes.

vlag kaapverdie
Huidige vlag Kaapverdië

De vlag is blauw met iets onder het midden een horizontale witte balk. Precies in het midden van deze witte balk bevindt zich een dunnere rode balk. De verhouding van de vlakken is 6:1:1:1:3. Tien gele vijfpuntige sterren liggen in een cirkel iets over het midden en dicht bij de broekingszijde over het geheel heen. De drie bovenste sterren in het bovenste blauwe vlak, de drie onderste in het blauwe vlak onderin, en de laatste vier sterren elk in de witte balk (twee boven en twee onder de rode balk).

Het blauw staat voor zowel zee als lucht, het wit de vrede en het rood staat voor de moeite die men daarvoor moet nastreven. De tien gele sterren staan voor de tien eilanden die tezamen Kaapverdië vormen.