Tagarchief: Noord-Holland

Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd: één van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.


Hoorn – Hoorn krijgt stadsrechten (1356)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 669 jaar geleden dat Hoorn stadsrechten ontving.
Hoe oud Hoorn precies is, is niet exact bekend, maar men gaat ervan uit dat de plaats rond 1200 in ieder geval al bestond.
De eerste keer dat Hoorn specifiek genoemd wordt is in een stadsboek van de Duitse havenplaats Wismar, dat de periode 1250 tot 1272 bestrijkt.
Vanuit West-Friesland werd er toen al volop handel gedreven met plaatsen gelegen aan de Oostzee, zoals Wismar.

Detail van een afbeelding van graaf Willem V van Holland, Zeeland en Henegouwen (1330-1389), getekend in 1456 door Hendrik van Heessel (?-1470) voor het boek “Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415(Collectie Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen)

Het was Willem V, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen die op 26 maart 1356 stadsrechten aan Hoorn verleende.
Een plaats met stadsrechten kon zelf rechtsregels opstellen (en handhaven) en belastingen innen.
Overigens werd graaf Willem er zelf ook wijzer van, want Hoorn diende wel met 1.550 gouden schilden (ook wel écu’s genaamd) over de brug te komen, een aanzienlijk bedrag.
De akte waarin alles werd vastgelegd bestaat nog steeds en is in het bezit van het Westfries Archief in Hoorn.

Het document uit 1356 waarmee de stadsrechten van Hoorn door graaf Willem V werden verleend (Collectie Westfries Archief, Hoorn)

Het ging Hoorn daarna al snel voor de wind en in de 15e eeuw groeide de stad snel, net als die andere belangrijke Zuiderzeehaven 40 km naar het zuiden: Amsterdam.
De grootste bloei beleefde Hoorn in de 16e en 17e eeuw en alle belangrijke instituten van die tijd hadden er een afdeling, zoals de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), Westindische Compagnie (WIC), de Noordse Compagnie (ook wel Compagnie van Spitsbergen en in haar nadagen Groenlandse Compagnie genaamd), de Admiraliteit van het Noorderkwartier, de Westfriese Munt (afwisselend in Hoorn en Enkhuizen) en het College van Gecomitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier.

“Gezicht op Hoorn”, een schilderij uit 1622 van de hand van Hendrik Cornelisz. Vroom (1562/1563-1640) (Collectie Westfries Museum, Hoorn)

Na een economisch mindere periode in de 18e eeuw, bloeide Hoorn in de 19e eeuw weer op. Internationaal was Hoorn geen hoofdrolspeler meer, maar regionaal wel. Zo had de stad een grote kaas- en veemarkt.
Heden ten dage telt de stad ruim 75.000 mensen en is het een belangrijk regionaal centrum.

Vooroorlogse prentbriefkaart van de Hoornse kaasmarkt (publiek domein)

Net als veel andere belangrijke handelssteden uit de 16e en 17e eeuw heeft Hoorn een beladen slavernijverleden, waar de laatste jaren veel discussie over was, net als over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op het plein de Roode Steen, hij was gouverneur van Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), afkomstig uit Hoorn.

De binnenstad van Hoorn vanuit de lucht gezien, met het IJsselmeer op de achtergrond (screenshot)

Werd hij lange tijd door velen als held gezien, tegenwoordig overheerst door zijn gewelddadige optreden, zoals bij de verovering van de Banda-eilanden (nu onderdeel van de Molukken), een heel ander gevoel.
Hoewel menigeen het standbeeld het liefst in een museum zou willen zetten, vonden anderen dat het mocht blijven staan, maar dan wel met een informatieve tekst erbij, waarin ook de schaduwkanten van Coen worden genoemd, wat inmiddels ook gebeurd is.
Andere VOC– en WIC-steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Vlissingen, Middelburg en Haarlem hebben inmiddels excuses aangeboden voor het slavernijverleden, maar in Hoorn is dat niet gebeurd.

Plein De Roode Steen met het standbeeld van J.P. Coen en op de hoek het Waaggebouw uit 1609 (ontwerp van Hendrick de Keyser), ook zichtbaar de lange schaduw van het Westfries Museum (screenshot)

Volgens de gemeente kwam dat vooral door de discussie over de rol van het stadsbestuur. “Het gaat daarbij over de stadsbestuurders, waar het volk niks over te zeggen had. Sommige raadsleden zeggen zich geen opvolger te voelen van die bestuurders. Die willen geen excuses aanbieden voor iets waarvoor zij zich niet betrokken voelen”, zo liet de gemeente eind 2023 weten.
De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn was hierover teleurgesteld.

Detail van een schoolkaart van de provincie Noord-Holland waarop de zogenaamde kop van Noord-Holland met de regio West-Friesland (WF) en Hoorn aangeduid als Hn, kaart van Dijkstra’s Uitgeverij, Zeist van rond 1948

De vlag

Vlag van Hoorn

De vlag van Hoorn is een horizontale driekleur van rood-wit-rood. Hoe oud de vlag is, is niet bekend, maar dat hij al eeuwenlang meegaat staat wel vast.
Op het schilderij “Gezicht op Hoorn” uit 1622 van Hendrik Vroom (aan het begin van dit blogverhaal) komt de vlag meerdere malen voor.
De rood-wit-rode vlag is daarmee gelijk aan die van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.

Detail uit het schilderij “Gezicht op Hoorn” van Hendrik Cornelisz. Vroom uit 1622, waar de Nederlandse vlag geflankeerd wordt door twee stadsvlaggen van Hoorn (Collectie Westfries Museum, Hoorn)

De vlag werd op 26 maart 1957 (vandaag 68 jaar geleden) bij gemeenteraadsbesluit officieel vastgesteld.
In de aanloop naar het raadsbesluit had vlaggendeskundige en -ontwerper Klaes Sierksma de gemeente er echter op gewezen “dat deze vlag verscheidene nationale en internationale paralellen (waaronder officiële!) zou krijgen”, ongetwijfeld duidend op de vlaggen van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.

De vlag van Hoorn met vier banen én de hoorn uit het gemeentewapen, gepubliceerd in “Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili”, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providende, Rhode Island)

De gemeente had (zo ging Sierksma verder): “…het historische gegeven verwaarloosd, dat in het Napolitaanse vlaggenboek van 1667 een vlag voor Hoorn wordt gedocumenteerd (pag. 59) van vier evenhoge banen in rood en wit, met daarop een gele hoorn.”

Tweemaal de vlag van Hoorn met de hoorn van het gemeentewapen op de witte baan. Links: Afbeelding uit “Bowles’s Universal Display of the Naval Flags of all Nations in the World” (1783) / Rechts: Afbeelding uit “Carte des pavillons accompagnée d’observations pour en faire comprendre le blazon et les differentes devises aussy bien que d’une table alphabetique pour les trouver facilement” (1720)

Hoewel het in dat vlaggenboek dus over vier banen gaat, zien we doorgaans op oude internationale vlaggenkaarten drie banen, met overigens inderdaad ook een hoorn (afkomstig uit het gemeentewapen).
De hoorn, die dan weer wel, dan weer niet (meestal níét overigens) op de vlag stond afgebeeld, sneuvelde in 1957 daarmee definitief.
Maar, het dient wel vastgesteld: de vlag mét hoorn zou inderdaad onderscheidender geweest zijn.

Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Drie vlaggen vandaag. Vlag 1:

Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd: één van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.


Hoorn – Hoorn krijgt stadsrechten (1356)

Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 668 jaar geleden dat Hoorn stadsrechten ontving.
Hoe oud Hoorn precies is, is niet exact bekend, maar men gaat ervan uit dat de plaats rond 1200 in ieder geval al bestond.
De eerste keer dat Hoorn specifiek genoemd wordt is in een stadsboek van de Duitse havenplaats Wismar, dat de periode 1250 tot 1272 bestrijkt.
Vanuit West-Friesland werd er toen al volop handel gedreven met plaatsen gelegen aan de Oostzee, zoals Wismar.

Detail van een afbeelding van graaf Willem V van Holland, Zeeland en Henegouwen (1330-1389), getekend in 1456 door Hendrik van Heessel (?-1470) voor het boek “Chronique des comtes de Hollande depuis les origines jusque 1415(Collectie Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, Antwerpen)

Het was Willem V, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen die op 26 maart 1356 stadsrechten aan Hoorn verleende.
Een plaats met stadsrechten kon zelf rechtsregels opstellen (en handhaven) en belastingen innen.
Overigens werd graaf Willem er zelf ook wijzer van, want Hoorn diende wel met 1.550 gouden schilden (ook wel écu’s genaamd) over de brug te komen, een aanzienlijk bedrag.
De akte waarin alles werd vastgelegd bestaat nog steeds en is in het bezit van het Westfries Archief in Hoorn.

Het document uit 1356 waarmee de stadsrechten van Hoorn door graaf Willem V werden verleend (Collectie Westfries Archief, Hoorn)

Het ging Hoorn daarna al snel voor de wind en in de 15e eeuw groeide de stad snel, net als die andere belangrijke Zuiderzeehaven 40 km naar het zuiden: Amsterdam.
De grootste bloei beleefde Hoorn in de 16e en 17e eeuw en alle belangrijke instituten van die tijd hadden er een afdeling, zoals de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), Westindische Compagnie (WIC), de Noordse Compagnie (ook wel Compagnie van Spitsbergen en in haar nadagen Groenlandse Compagnie genaamd), de Admiraliteit van het Noorderkwartier, de Westfriese Munt (afwisselend in Hoorn en Enkhuizen) en het College van Gecomitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier.

“Gezicht op Hoorn”, een schilderij uit 1622 van de hand van Hendrik Cornelisz. Vroom (1562/1563-1640) (Collectie Westfries Museum, Hoorn)

Na een economisch mindere periode in de 18e eeuw, bloeide Hoorn in de 19e eeuw weer op. Internationaal was Hoorn geen hoofdrolspeler meer, maar regionaal wel. Zo had de stad een grote kaas- en veemarkt.
Heden ten dage telt de stad ruim 75.000 mensen en is het een belangrijk regionaal centrum.

Vooroorlogse prentbriefkaart van de Hoornse kaasmarkt (publiek domein)

Net als veel andere belangrijke handelssteden uit de 16e en 17e eeuw heeft Hoorn een beladen slavernijverleden, waar de laatste jaren veel discussie over was, net als over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op het plein de Roode Steen, hij was gouverneur van Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), afkomstig uit Hoorn.

De binnenstad van Hoorn vanuit de lucht gezien, met het IJsselmeer op de achtergrond (screenshot)

Werd hij lange tijd door velen als held gezien, tegenwoordig overheerst door zijn gewelddadige optreden, zoals bij de verovering van de Banda-eilanden (nu onderdeel van de Molukken), een heel ander gevoel.
Hoewel menigeen het standbeeld het liefst in een museum zou willen zetten, vonden anderen dat het mocht blijven staan, maar dan wel met een informatieve tekst erbij, waarin ook de schaduwkanten van Coen worden genoemd, wat inmiddels ook gebeurd is.
Andere VOC– en WIC-steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Vlissingen, Middelburg en Haarlem hebben inmiddels excuses aangeboden voor het slavernijverleden, maar in Hoorn is dat niet gebeurd.

Plein De Roode Steen met het standbeeld van J.P. Coen en op de hoek het Waaggebouw uit 1609 (ontwerp van Hendrick de Keyser), ook zichtbaar de lange schaduw van het Westfries Museum (screenshot)

Volgens de gemeente kwam dat vooral door de discussie over de rol van het stadsbestuur. “Het gaat daarbij over de stadsbestuurders, waar het volk niks over te zeggen had. Sommige raadsleden zeggen zich geen opvolger te voelen van die bestuurders. Die willen geen excuses aanbieden voor iets waarvoor zij zich niet betrokken voelen”, zo liet de gemeente eind 2023 weten.
De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn was hierover teleurgesteld.

Detail van een schoolkaart van de provincie Noord-Holland waarop de zogenaamde kop van Noord-Holland met de regio West-Friesland (WF) en Hoorn aangeduid als Hn, kaart van Dijkstra’s Uitgeverij, Zeist van rond 1948

De vlag

Vlag van Hoorn

De vlag van Hoorn is een horizontale driekleur van rood-wit-rood. Hoe oud de vlag is, is niet bekend, maar dat hij al eeuwenlang meegaat staat wel vast.
Op het schilderij “Gezicht op Hoorn” uit 1622 van Hendrik Vroom (aan het begin van dit blogverhaal) komt de vlag meerdere malen voor.
De rood-wit-rode vlag is daarmee gelijk aan die van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.

Detail uit het schilderij “Gezicht op Hoorn” van Hendrik Cornelisz. Vroom uit 1622, waar de Nederlandse vlag geflankeerd wordt door twee stadsvlaggen van Hoorn (Collectie Westfries Museum, Hoorn)

De vlag werd op 26 maart 1957 (vandaag 67 jaar geleden) bij gemeenteraadsbesluit officieel vastgesteld.
In de aanloop naar het raadsbesluit had vlaggendeskundige en -ontwerper Klaes Sierksma de gemeente er echter op gewezen “dat deze vlag verscheidene nationale en internationale paralellen (waaronder officiële!) zou krijgen”, ongetwijfeld duidend op de vlaggen van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.

De vlag van Hoorn met vier banen én de hoorn uit het gemeentewapen, gepubliceerd in “Bandiere usate in mare da diverse nazioni sopra i legni da guerra e mercantili”, een Napolitaans handschrift uit 1667 (Collectie John Carter Brown Library, Providende, Rhode Island)

De gemeente had (zo ging Sierksma verder): “…het historische gegeven verwaarloosd, dat in het Napolitaanse vlaggenboek van 1667 een vlag voor Hoorn wordt gedocumenteerd (pag. 59) van vier evenhoge banen in rood en wit, met daarop een gele hoorn.”

Tweemaal de vlag van Hoorn met de hoorn van het gemeentewapen op de witte baan. Links: Afbeelding uit “Bowles’s Universal Display of the Naval Flags of all Nations in the World” (1783) / Rechts: Afbeelding uit “Carte des pavillons accompagnée d’observations pour en faire comprendre le blazon et les differentes devises aussy bien que d’une table alphabetique pour les trouver facilement” (1720)

Hoewel het in dat vlaggenboek dus over vier banen gaat, zien we doorgaans op oude internationale vlaggenkaarten drie banen, met overigens inderdaad ook een hoorn (afkomstig uit het gemeentewapen).
De hoorn, die dan weer wel, dan weer niet (meestal níét overigens) op de vlag stond afgebeeld, sneuvelde in 1957 daarmee definitief.
Maar, het dient wel vastgesteld: de vlag mét hoorn zou inderdaad onderscheidender geweest zijn.

Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Reeds 450 jaar een feestdag in Alkmaar. Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.
Zo’n mooi rond getal nodigt natuurlijk uit flink uit te pakken en dat is het hele afgelopen jaar inmiddels gebeurd.
Dit weekend is de finale.

Het officiële logo van het jubileumjaar (© alkmaarprachtstad.nl)

Vandaag, op de 450e verjaardag zelf, wordt in de Grote Kerk een nieuw raam onthuld, met als thema: Het licht van de vrijheid.
Het slotfeest wrdt volgens de organisatie “een gezellig feest op bijvoorbeeld het Ritsevoort, het Waagplein en op de Platte Stenenbrug. Rondom de openwinkels in de binnenstad gebeurt van alles zoals goocheltrucs, straattheater en ander type optredens”.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd en zoals we al zagen: dit jaar uitbundiger dan ooit!
Eén van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

.De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.


Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Reeds 449 jaar een feestdag in Alkmaar. Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd.
Eén van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

Overige activiteiten zijn o.a. een Alkmaarse kennisquiz, een familidag in het Stedelijk Museum, een Ontzet-stadswandeling, een kunstroute, een maaltijdbox (de Ontzetbox) voor 5.000 schoolkinderen en het zingen van het Alkmaars Stedelied.

De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.


Alkmaar – Alkmaar Ontzet (1573)

Reeds 448 jaar een feestdag in Alkmaar. Op de 8e oktober 1573 kwam er een einde aan een belegering van de stad die zeven weken had geduurd.

Banier van de 8 October Vereeniging “Alkmaar Ontzet” (© Operettegezelschap Odeon Alkmaar)

De belegering vond plaats tijdens de Nederlandse vrijheidsstrijd, de Tachtigjarige Oorlog. (1568-1648), waarbij de Noordelijke Nederlanden zich tegen het hardvochtige bewind van de Spaanse koning Filips II keerden. De zeer katholieke Filips moest niets hebben van de reformatorische beweging die in de Nederlanden steeds meer voet aan de grond kreeg. Filips’ grote tegenstander in de Nederlanden was prins Willem van Oranje.

Links: Willem van Oranje (1533-1584), portret uit 1555 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie Museumlandschaft Hessen Kassel) / Rechts: Filips II, koning van Spanje, Heer der Nederlanden (1527-1598), portret uit 1557 van Anthonie Mor (1519-1575) (Collectie El Escorial)

In eerste instantie trokken zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden (het tegenwoordige België) gezamenlijk op tegen Spanje, maar na 1576 groeiden de landsdelen uit elkaar, doordat de Reformatie in het noorden beter stand hield dan in het zuiden. Het zuiden zou uiteindelijk Spaans blijven tot 1713.

In 1573, vijf jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, richten de pijlen van het Spaanse leger zich op Alkmaar. Het jaar ervoor was de stad begonnen met het versterken van de ontoereikende verdedigingswerken. Maar er was veel tijd mee gemoeid en toen de Spanjaarden in juli en augustus 1573 de stad naderden, waren eigenlijk alleen de wallen en bastions in het zuidwesten gereed. Voor het ontwerp tekende vestingbouwkundige Adriaen Anthonisz., die in 1573/1574 tevens burgemeester van Alkmaar was.

Van de rest van de vestingwerken was de tijd te kort geweest om ze gereed te krijgen. Er waren grote hoeveelheden aarde, modder, bouwpuin en vuilnis voor nodig.
De nog niet aangepakte wallen aan de noordzijde, met de Friese Poort, stamden uit 1551. In allerijl was er een bastion aan de binnenzijde aangelegd. De overige stadspoorten werden volgestort met puin.
Aan de oostkant lag de stad onbeschermd. De daar aanwezige zoutketen werden gebruikt om haastig wallen op te werpen.

De Friese Poort in Alkmaar detail van een plattegrond van vóór het Beleg (Regionaal Archief Alkmaar)

Begin juli, toen de Spanjaarden reeds optrokken richting Alkmaar, vroeg prins Willem van Oranje het Alkmaarse stadsbestuur te willen overwegen de vermaarde watergeus Jacob Cabeliau, die ook bij de inname van Den Briel (1 april 1572) aanwezig was geweest, als tijdelijk gouverneur en bevelhebber te aanvaarden. Na veel twijfel werd hier gevolg aan gegeven en werd Cabeliau in de stad ontvangen.

Op 21 augustus werd Alkmaar door de Spaanse troepen omsingeld. Een dag later werd de aanval reeds ingezet. Aan beide zijden vielen er slachtoffers, maar de verdediging hield het.

De belegering van Alkmaar, ets (tussen 1573-1590) door Frans Hogenberg (voor 1540-1590), de tekst onderin luidt: ALCMAR ein statt gar woll bekhant. // Im reichen und feisten Hollandt. // Ist von dem Spansen regiment. // Belegert gar starck und behendt. // Beschoßen und besturmet worden // Daß seie alles drinnen ermorden // Est ist in aber nitt gelungen // Dan seie zum abzugk seind gezwungen. // Nach dem seie werden seher geschwecht // Dan seie zwei altter tausend knecht // In diesem zugk verloren haben // Deren vil seind bliben in den graben. (Collectie Prentenkabinet Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam)

Op 23 augustus vroeg Cabeliau om versterkingen en maakte zich sterk bij geuzenleider Diederik Sonoy om de dijken door te steken, wat echter toen (nog) niet gebeurde.

Links: Jacob Cabeliau (1527-1574) in gezelschap van collega-watergeus Jan Bonga (±1520-1580), afbeelding door een anonieme kunstenaar, naar Johannes Hilverdink (1825-1899) / Rechts: Diederik Sonoy (1529-1597), miniatuurportret van Isaac Oliver (±1565-1617)

Vanaf 25 augustus tot half september werden verscheidene Spaanse schijnaanvallen op de stad uitgevoerd, om de Alkmaarders in verwarring te brengen.

Beleg van Alkmaar, 18 september 1573, Spaanse troepen bestormen de stad, schilderij van Herman ten Kate (1822-1891) uit 1862 (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

De grote Spaanse aanval vond plaats op 18 september, maar men wist de aanval af te slaan door de tegenstanders te belagen met stenen, gloeiende pek, kalk, kokend water, dakpannen en brandend stro. Niet alleen mannen vochten mee, maar ook vrouwen deden een duit in het zakje, waaronder de 16-jarige Trijn Rembrands.

In een verslag uit 1661 over het beleg van Alkmaar schrijft auteur Petrus de Lange over de strijdende vrouwen dat ze ‘alles met groote nyverheydt aendroegen’ en over Trijn Rembrands dat ze de soldaten en burgers ‘moedt onder de ribben gesproken’ had en ‘als een man nevens vele gestreden’ had.
Over haar leven is verder nauwelijks iets bekend, maar ze wordt wel de Kenau Hasselaar van Alkmaar genoemd.

Links: Kenau Hasselaar (1526-1588/1589), portret uit ± 1580 door een anonieme schilder (Frans Halsmuseum, Haarlem) / Rechts: Trijn Rembrands (±1557-1638), fantasieportret op een schoorsteenstuk uit 1777, door een anonieme schilder; daar er geen natuurgetrouwe portretten van Trijn Rembrands bestaan, moet de onbekende schilder gedacht hebben haar naar voorbeeld van haar beroemde Haarlemse ‘collega’ Kenau Hasselaar af te beelden (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Ook tijdelijk gouverneur Cabeliau wordt geroemd doordat hij de strijdende burgers wist aan te moedigen en te inspireren, ondanks zijn toen inmiddels zwakke gezondheid (een half jaar later overleed hij te Alkmaar).

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het noorden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Op 23 september, vijf dagen na de grote aanval, terwijl de Spanjaarden hun wonden nog aan het likken waren, werden op bevel van Sonoy dan uiteindelijk de dijken doorgestoken en de sluizen opengezet, waarna de Spaanse troepen in de modder bleven steken.

Beleg van Alkmaar door de Spanjaarden, gezien vanuit het zuiden, schilderij uit 1580 door Pieter Adraensz. Cluyt (?-1586) (Collectie Stedelijk Museum Alkmaar)

Uiteindelijk besloot bevelhebber Don Frederik (zoon van de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva) het beleg op te breken en zich met zijn troepen terug te trekken. De laatste manschappen vertrokken op 8 oktober en daarmee hebben we de datum van deze Alkmaarse feestdag bereikt.

Links: Don Frederik (Don Fadrique Álvarez de Toledo, 4e hertog van Alva) (1537-1585), zoon van landvoogd Alva, door een onbekende schilder, 17e eeuws (Collectie Monasterio de Sancti Spiritus el Real, Toro) / Rechts: Landvoogd Alva (Fernando Álvarez de Toledo, 3e hertog van Alva), landvoogd van de Nederlanden tussen 1566 en 1573, portret uit 1549 van Anthonie Mor (1519-1575), eerder toegeschreven aan Titiaan (Collectie Museo del Prado, Madrid)

Jaarlijks wordt het Ontzet van Alkmaar gevierd (hoewel vorig jaar uitviel vanwege de pandemie).
Eén van de tradities van de viering is het eten van zuurkool met z’n allen. Dat ‘met z’n allen’ gebeurt doorgaans op het Canadaplein, maar vanwege de pandemie wordt de Alkmaarse bevolking opgeroepen dit jaar een thuiseditie te houden ‘met het gezin, familie, vrienden, buren of misschien zelfs de hele straat’.
Maar ook de Alkmaarse horeca laat zich niet onbetuigd door zuurkoolmaaltijden aan te bieden.

Overige activiteiten zijn o.a. een Alkmaarse kennisquiz, een familidag in het Stedelijk Museum, een Ontzet-stadswandeling, een kunstroute, een maaltijdbox (de Ontzetbox) voor 5.000 schoolkinderen en het zingen van het Alkmaars Stedelied.

De vlag

Vlag van Alkmaar (1920-heden)

De vlag van Alkmaar is een rood-witte vlag en heeft een officiële beschrijving, die luidt:

De Alkmaarse vlag zal bestaan uit drie witte en drie rode banen om en om, in de linker bovenhoek een rood veld ter grootte van drie banen, waarop een getrouwe weergave van de burcht uit het officiële stadswapen van Alkmaar.

Links: Eén van de twee wapenschilden van Alkmaar op het bordes van het stadhuis (© Vlagblog) / Rechts: Het originele ontwerp van de Alkmaarse vlag, de tekst luidt: Notulen Burgemeester en Wethouders 1920 (800) 27 augustus “Burgemeester en Wethouders: …bepalen, dat de Alkmaarsche vlag zal bestaan uit drie witte en drie roode banen om en om, aan den linkerbovenhoek een rood veld, ter grootte van drie banen, waarop de Burcht in zilver…” (Collectie Regionaal Archief Alkmaar)

De vlag werd op 27 augustus 1920 als stadsvlag aangenomen bij besluit van burgemeester en wethouders, voorafgaand aan een bezoek van koningin Wilhelmina aan Alkmaar op 11 september.

Koningin Wilhelmia op het bordes van het stadhuis van Alkmaar, geflankeerd door twee leeuwen met het wapen van Alkmaar, achter de koningin staat burgemeester Willem Wendelaar, 11 september 1920 (screenshot)

Merkwaardig genoeg is de vlag op foto’s en een uitgebreid beeldverslag van Pathé Cinéma van die dag, nergens te zien!
De vlag werd opnieuw aangenomen, nu als gemeentevlag, op 26 februari 2002.

Zoals gezegd is de vlag afgeleid van het wapen van Alkmaar, een witte burcht op een rood veld, dat ver teruggaat. Het werd waarschijnlijk in 1254 verleend door graaf Willem II van Holland, toen Alkmaar van hem stadsrechten kreeg.
Als zodanig is het wapen her en der in de stad te zien, o.a. bij het bordes van het stadhuis.

Op 26 juni 1816 werd het ‘grote’ Alkmaarse wapen vastgesteld, waarbij het wapen twee schildhouders kreeg en versieringen. Op 14 juli 1956 werd er een nieuwe versie vastgesteld, vrijwel gelijk aan die van 1816, maar nu met wapenspreuk op een wit lint.
De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidde:

Tweemaal het wapen van Alkmaar, links de versie uit 1816, rechts die uit 1956

In keel een ronde, gekanteelde en geopende burcht van zilver, voorzien van een valdeur van hetzelfde en verlicht van sabel. Het schild gedekt door een lauwerkrans van sinopel en gehouden door twee leeuwen van keel. Wapenspreuk; ‘Alcmaria victrix’ in latijnse letters van keel op een wit lint.

Vrij vertaald: een burcht van zilver (of wit) op een rood veld, het schild wordt vastgehouden door twee rode leeuwen, daarboven een groene lauwerkrans. Op een wit lint onder het wapen de tekst Alcmaria victrix (Alkmaar is de overwinnaar), een duidelijke verwijzing naar 1573.

De Alkmaarse vlag is zeer populair en is dan ook overal in de oude binnenstad te zien.