Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vanuatu is een onafhankelijke republiek gelegen in de Stille Oceaan, ten noorden van het Franse overzeese gebied Nieuw-Caledonië en ten westen van de Fiji-eilanden.

Het land bestaat uit zo’n 83 eilanden, waarvan er 65 bewoond zijn. De complete archipel beslaat van noord naar zuid circa 1.300 kilometer.
Van het totale grondgebied van 12.274 km² bestaat het grootste gedeelte uit water, het totale landoppervlak is zo’n 4.700 km².

De vier grootste eilanden zijn Espiritu Santo, Malakula, Efate (met de hoofdstad Port-Vila) en Erromango.
De totale bevolking van ruim 300.000 woont verspreid over de eilanden. De grootste groep mensen – zo’n 50.000 personen – woont op Efate, en van die 50.000 wonen er 49.000 in de hoofdstad Port Vila.
De archipel hanteert drie talen: het Bislama, een op het Engels gebaseerde creoolse taal, het Engels en het Frans.

Europese bezoekers
De eilanden waren ver voordat Europeanen dit gebied voor het eerst bevoeren al bewoond door de ni-Vanuatu.
Het eerste contact tussen Europese ontdekkingsreizigers en de eilandbewoners dateert van april 1606, toen de Portugese zeevaarder Pedro Fernandes de Queirós op het eiland Gaua stuitte, in het noorden van de archipel.

De Queirós, die voor de Spaanse Kroon voer, zette daarna een zuidelijke koers in en ‘ontdekte’ uiteindelijk het grootste eiland van het huidige Vanuatu, Espiritu Santo, dat hij La Austrialia del Espiritu Santo (Het Zuidelijke Land. van de Heilige Geest) noemde.
Contact met de eilandbewoners was vanaf het begin moeizaam en binnen enkele dagen ronduit vijandig.
Een Spaanse nederzetting aan de noordkust was een kort leven beschoren.

De volgende ‘bezoekers’ kwamen uit Frankrijk, onder leiding van de Franse ontdekkingsreiziger Louis Antoine de Bougainville, in mei 1768. Hij landde op het noordelijke eiland Ambae, waar in eerste instantie vriendelijk handel werd gedreven, maar later sloeg de sfeer om en werden de schepelingen door de inlanders aangevallen, waarna de Fransen weer vertrokken.
De Bougainville doopte de eilanden de Grote Cycliden, een naam die niet beklijfde.

Ditmaal duurde het niet lang of er was weer bezoek uit Europa: van juli tot september 1774 werd de archipel verkend door de bekendste Britse ontdekkingsreiziger, James Cook.
Hij gaf de eilanden de naam Nieuwe Hebriden, naar de Schotse eilandengroep de Hebriden. Deze naam voor het eilandenrijk zou in gebruik blijven tot 1980.
Verhoudingen tussen Cook en zijn manschappen met de Ni-Vanuatu waren in tegenstelling tot zijn voorgangers vriendelijk.

‘Blackbirding’ en missionarissen
Contacten met de Europeanen werden in de 19e eeuw veel frequenter, de eilanden werden een uitvalsbasis voor de walvisvaart. De ontdekking van sandelhout op verschillende eilanden leidde tussen 1830 en 1860 leidde tot handel met China, waar deze houtsoort zeer gezocht was voor de vervaardiging van wierook. Maar in de loop van de jaren ’60 van de 19e eeuw was de voorraad uitgeput.

In diezelfde jaren ’60 moedigden plantagehouders in Australië, Fiji, Nieuw-Caledonië en de Samoa-eilanden, die behoefte hadden aan arbeiders, een langdurige handel in contractarbeid aan die blackbirding werd genoemd.
Tijdens de bloeiperiode van deze ‘arbeidshandel’, werkte meer dan de helft van de volwassen mannelijke bevolking van verschillende eilanden in het buitenland. Hierdoor, en door de slechte omstandigheden èn het misbruik waarmee arbeiders vaak te maken kregen, evenals de introductie van veelvoorkomende ziekten waartegen de inheemse ni-Vanuatu geen immuniteit hadden, daalde de bevolking van Vanuatu sterk. Het huidige inwonertal is aanzienlijk lager dan vóór de komst van de Europeanen.
Deze enigszins verkapte vorm van slavenhandel werd in Australië in 1906 verboden, Fiji en Samoa volgden in 1910 en 1913.

Net als bij alle andere archipels in de Zuidelijke Stille Oceaan werd in de 19e eeuw door Europese missionarissen getracht de eilanders tot het christendom te bekeren, wat niet altijd zonder slag of stoot ging. Twee Engelse geestelijken werden bijvoorbeeld in 1839 vermoord op het eiland Erromango.
Engels-Frans condominium
Vanaf het einde van de 19e eeuw kwamen er Britse planters naar de eilanden om katoenplantages op te zetten. Rond dezelfde tijd kwamen ook Franse planters naar de regio.
Het aantal Britten en Fransen op de eilanden groeide geleidelijk en vanaf 1906 leidde dat uiteindelijk tot een samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk om de archipel gezamenlijk te besturen.
Vanaf dat jaar stond ging het gebied dan ook verder onder de naam Condominium of the New Hebrides of in het Frans als Condominium des Nouvelles-Hébrides.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de archipel aan het Pacifische front te liggen, doordat de Salomonseilanden en Nieuw-Guinea, ten noorden van de Nieuwe Hebriden werden bezet door Japan.
Zowel Australië als de Verenigde Staten stuurden troepen naar de eilanden, zodat er uiteindelijk meer Amerikanen (50.000) dan inwoners (40.000) waren, een situatie die tot 1943 duurde, toen de geallieerden de Salomonseilanden wisten te veroveren.

Onafhankelijkheid
Net als elders in de wereld werd na de Tweede Wereldoorlog de roep voor onafhankelijkheid steeds luider. Gedurende die naoorlogse periode namen de fricties tussen de bevolking en kolonisators toe, maar ook onderling waren er spanningen tussen personen, partijen en/of eilanden.
Onafhankelijkheid werd uiteindelijk bereikt op 30 juli 1980, waarbij het land voortaan door het leven ging als Vanuatu.
De in 1977 gevormde Malvatu Mauri, een raad bestaande uit 20 stamhoofden, is een belangrijk adviesorgaan voor het 52 leden tellende éénkamerparlement.

Custom Chief’s Day
Met die stamhoofden komen we gelijk bij de achtergrond van Custom Chief’s Day in Vanuatu, de dag van vandaag. Tijdens deze in 1977 ingestelde feestdag worden de traditionele stamgebruiken – die op veel eilanden nog steeds worden gevolgd – gevierd. Tevens is het een erkenning van de toewijding en het leiderschap van de stamhoofden. De dag wordt doorgaans gevierd met lokale gerechten, traditionele zang en dansen.

De vlag

De vlag van Vanuatu is in twee horizontale banen verdeeld, rood boven, groen onder. Aan de mastzijde bevindt zich een zwarte driehoek. De twee banen en de driehoek worden van elkaar gescheiden door een smalle gele baan, die op zijn beurt omzoomd is door een smalle zwarte baan.
Op de zwarte driehoek twee symbolen in geel: een slagtand. van een zwijn, waarbinnen twee bladeren van de namele-boom (Cycas seemannii).

Hoewel Kalontas Malon als ontwerper van de vlag wordt gezien, zag deze er in eerste instantie heel anders uit. Ze werd in 1977 als partijvlag voor de Vanua’aku Pati (de “Mijn Land-partij”) door hem ontworpen (zie hieronder).

Voor de nationale vlag werden drie jaar later de gebruikte kleuren geprolongeerd, maar werd de vlag wel ‘verbouwd’.

Symbolisme
De kleur groen op de vlag staat voor de rijkdom van de eilanden, het rood symboliseert het bloed dat de mensheid verenigt en het zwart staat voor het inheemse ni-Vanuatu-volk.
De eerste premier van Vanuatu, pater Walter Lini, verzocht om gele en zwarte randen aan de vlag toe te voegen om het zwart beter te laten uitkomen.
De gele Y-vorm vertegenwoordigt de vorm van de Vanuatu-eilanden op de kaart.

De slagtand op de zwarte driehoek is het symbool van gebruiken en tradities, maar ook van voorspoed. Het wordt op de eilanden als hanger gedragen, samen met het andere symbool, de bladeren van de lokale namele-boom. De bladeren worden gezien als een teken van vrede en hun 39 blaadjes vertegenwoordigen de oorspronkelijke 39 leden van het parlement van Vanuatu.
Presidentiële standaard

De president van Vanuatu voert zijn of haar eigen standaard, het is een rood omrande, groene vlag, met in het midden het staatswapen, dat bestaat uit een en Melanesische krijger, gewapend met een speer, achter hem een berg, een slagtand en twee gekruiste namele-bladeren.
In een gouden banderol hieronder staat het nationale motto: LONG GOD YUMI STANAP (“Op God vertrouwen wij”).

De huidige president van Vanuatu is Nikenike Vurobaravu. Hij trad aan op 23 juli 2022 voor een termijn van vijf jaar.