
Het Australische Lord Howe-eiland (Lord Howe Island), ligt 772 km ten noordoosten van Sydney.
De oppervlakte bedraagt 14,6 km², de lengte is 11 km, de breedte gemiddeld 2 km.
Administratief hoort het bij de Australische deelstaat New South Wales.
Het aantal inwoners bedraagt 445.

Zoals op de kaart hieronder te zien is, is het laag gelegen middelste segment van het eiland het enige deel waar bewoning is geconcentreerd.
Zowel het noorden als het zuiden zijn bergachtig.

Het zuiden wordt gedomineerd door twee bergen, Mount Lidgbird (777 m) en Mount Gower (875 m).
Het noordelijke deel is iets minder hoog, met Malabar Hill (209 m) en Mount Eliza (147 m).

Lord Howe-eiland is sinds 1953 een onafhankelijk eilandgebied binnen de jurisdictie van New South Wales, het wordt grotendeels bestuurd door de Lord Howe Island Board.
Deze raad bestaat uit zeven leden, waarvan er vier rechtstreeks door de eilandbevolking worden gekozen. De raad rapporteert rechtstreeks aan de minister van Milieu en Erfgoed van New South Wales. De huidige voorzitter van de raad (sinds 2021) is Atticus Fleming.

De Lord Howe-eilandengroep bestaat uit 28 eilanden, eilandjes en rotsen. Afgezien van Lord Howe-eiland zelf, is het meest opvallende hiervan het puntige rotseilandje Ball’s Pyramid, een 551 m hoge geërodeerde vulkaan op ongeveer 23 km ten zuidoosten van het hoofd-eiland, de rotspunt is een belangrijk vogelgebied.

Het bevat de enige bekende wilde populatie van de Lord Howe-wandelende tak, waarvan lange tijd werd aangenomen dat deze uitgestorven was, totdat het insect op Ball’s Pyramid werd aangetroffen.

Ten noorden van Lord Howe-eiland ligt de Admiralty-groep, een cluster van zeven kleine, onbewoonde eilanden. Vlak voor de oostkust van Lord Howe-eiland ligt het 4,5 ha grote Mutton Bird Island en in de lagune het 2,4 ha grote Blackburn (Rabbit) Island.
Ontdekking
Lord Howe-eiland werd pas relatief laat ontdekt. Op 17 februari 1788 (vandaag 238 jaar gelden), kreeg het Britse marineschip de HMS Supply, onder bevel van luitenant Henry Lidgbird Ball, het toen nog onbekende Lord Howe-eiland in het oog.

De Supply was vanuit Botany Bay, Australië (toen nog een strafkolonie), onderweg naar het oostelijker gelegen Norfolk-eiland (ontdekt in 1774), met een ‘lading’ van negen mannelijke en zes vrouwelijke veroordeelden, die op dit eiland de voorhoede vormden van een nieuwe strafkolonie.
Op 13 maart, tijdens de terugweg, voer de Supply opnieuw langs het de maand daarvoor ontdekte eiland, waar ditmaal aan land werd gegaan. Luitenant Ball claimde het eiland voor de Britse Kroon en gaf het gelijk een naam: Lord Howe-eiland, naar Richard Howe, 1st Earl Howe, toentertijd de First Lord of the Admiralty.

Luitenant Ball vergat zichzelf zeker niet: één van de twee bergen in het zuiden doopte hij Mount Lidgbird en de eerder die dag ontdekte zeerotsformatie kreeg zijn achternaam: Ball’s Pyramid.

Het eiland bleek onbewoond, dat wil zeggen: geen menselijke bewoning, fauna was er in overvloed, waaronder een aantal endemische soorten, waaronder de Lord-Howe-purperkoet (Porphyrio albus) en de Lord-Howe-duif (Columba vitiensis godmanae), die door toedoen van de mens reeds in de 19e eeuw uitgestorven waren.

Na de ontdekking
Pas vanaf 1834 vestigden zich de eerste mensen op Lord Howe-eiland, dat eerst voornamelijk als uitvalsbasis voor de walvisvaart gebruikt werd.
In 1849 woonden er elf mensen op het eiland, maar in de jaren daarna nam de bevolking toe, toen het aantal boerderijen werd uitgebreid, waardoor het eiland ook zelfvoorzienender werd.

Vanaf de jaren ’60 van de 19e eeuw, verdwijnt de walvisvaart grotendeels van het toneel. De endemische kentiapalm vormt vanaf 1880 het belangrijkste exportproduct. Van de zaden van deze palmboom worden potplanten opgekweekt, die ook nu nog populair zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt ook het toerisme een economische speerpunt voor het eiland, zij het dat vanwege de geringe bevolking en het beperkte oppervlak van het eiland, er nooit meer dan 400 tegelijk op het eiland aanwezig zijn.

Tot aan 1974 werden toeristen per watervliegtuig naar het eiland vervoerd. Dat jaar echter opende het Lord Howe Island Airport, waarna de watervliegtuig-dienst werd opgeheven.

De fauna op het eiland had het grootste gedeelte van de 20e eeuw erg te lijden onder een rattenplaag. Tot 1918 was het eiland vrij van ratten, maar bij de schipbreuk van de SS Makambo dat jaar, lukte het een aantal ratten de kust te bereiken, met alle gevolgen van dien.
Sinds de rat actief bestreden werd, middels het “rodent eradication program”, is het tij gekeerd en sinds 2019 is Lord Howe-eiland weer vrij van ratten.

De vlag

De vlag van Lord Howe-eiland is blauw met een op de Britse vlag geïnspireerde combinatie van een liggend kruis en een schuinkruis, beide in wit.
Een grote gele schijf is hier in het midden overheen geplaatst, met daarop in blauw, silhouetten die het eiland representeren (bergen, strand, lagune) en prominent in beeld, een kentiapalm.

De vlag is in 1993 ontworpen door vexilloloog (vlaggendeskundige) John Christian Vaughan uit Australië en werd op 24 maart dat jaar aan de eilandraad voorgelegd.
Het duurde echter nog tot november 1998 voordat de vlag daadwerkelijk in gebruik werd genomen en sindsdien is ze op het eiland te zien, hoewel strikt genomen de vlag nog steeds onofficieel is.