Tagarchief: Ball’s Pyramid

Lord Howe-eiland – Discovery of the island / Ontdekking van het eiland (1788)

Het Australische Lord Howe-eiland (Lord Howe Island), ligt 772 km ten noordoosten van Sydney.
De oppervlakte bedraagt 14,6 km², de lengte is 11 km, de breedte gemiddeld 2 km.
Administratief hoort het bij de Australische deelstaat New South Wales.
Het aantal inwoners bedraagt 445.

Locatie van Lord Howe-eiland ten opzichte van Nieuw-Zeeland en de oostkust van Australië (© John Jennings / ResearchGate)

Zoals op de kaart hieronder te zien is, is het laag gelegen middelste segment van het eiland het enige deel waar bewoning is geconcentreerd.
Zowel het noorden als het zuiden zijn bergachtig.

Kaart van Lord Howe-eiland (© Mapworld)

Het zuiden wordt gedomineerd door twee bergen, Mount Lidgbird (777 m) en Mount Gower (875 m).
Het noordelijke deel is iets minder hoog, met Malabar Hill (209 m) en Mount Eliza (147 m).

Mount Lidgbird en Mount Gower, gezien vanaf Mount Eliza (© Fanny Schertzer / publiek domein)

Lord Howe-eiland is sinds 1953 een onafhankelijk eilandgebied binnen de jurisdictie van New South Wales, het wordt grotendeels bestuurd door de Lord Howe Island Board.
Deze raad bestaat uit zeven leden, waarvan er vier rechtstreeks door de eilandbevolking worden gekozen. De raad rapporteert rechtstreeks aan de minister van Milieu en Erfgoed van New South Wales. De huidige voorzitter van de raad (sinds 2021) is Atticus Fleming.

Atticus Fleming, voorzitter van de Lord Howe Island Board (fotograaf onbekend)

De Lord Howe-eilandengroep bestaat uit 28 eilanden, eilandjes en rotsen. Afgezien van Lord Howe-eiland zelf, is het meest opvallende hiervan het puntige rotseilandje Ball’s Pyramid, een 551 m hoge geërodeerde vulkaan op ongeveer 23 km ten zuidoosten van het hoofd-eiland, de rotspunt is een belangrijk vogelgebied.

Ball’s Pyramid, met Lord Howe-eiland op de achtergrond (fotograaf onbekend)

Het bevat de enige bekende wilde populatie van de Lord Howe-wandelende tak, waarvan lange tijd werd aangenomen dat deze uitgestorven was, totdat het insect op Ball’s Pyramid werd aangetroffen.

De endemische wandelende tak (Dryococelus australis) van de Lord Howe-eilandgroep (© Granitethighs / publiek domein)

Ten noorden van Lord Howe-eiland ligt de Admiralty-groep, een cluster van zeven kleine, onbewoonde eilanden. Vlak voor de oostkust van Lord Howe-eiland ligt het 4,5 ha grote Mutton Bird Island en in de lagune het 2,4 ha grote Blackburn (Rabbit) Island.

Ontdekking

Lord Howe-eiland werd pas relatief laat ontdekt. Op 17 februari 1788 (vandaag 238 jaar gelden), kreeg het Britse marineschip de HMS Supply, onder bevel van luitenant Henry Lidgbird Ball, het toen nog onbekende Lord Howe-eiland in het oog.

Profiel uit 1788 van Lord Howe-eiland, van de hand van luitenant Ball, met rechts duidelijk herkenbaar Mount Lidgbird en Mount Gower, de inzet toont Ball’s Pyramid (Collectie State Library NSW)

De Supply was vanuit Botany Bay, Australië (toen nog een strafkolonie), onderweg naar het oostelijker gelegen Norfolk-eiland (ontdekt in 1774), met een ‘lading’ van negen mannelijke en zes vrouwelijke veroordeelden, die op dit eiland de voorhoede vormden van een nieuwe strafkolonie.
Op 13 maart, tijdens de terugweg, voer de Supply opnieuw langs het de maand daarvoor ontdekte eiland, waar ditmaal aan land werd gegaan. Luitenant Ball claimde het eiland voor de Britse Kroon en gaf het gelijk een naam: Lord Howe-eiland, naar Richard Howe, 1st Earl Howe, toentertijd de First Lord of the Admiralty.

Links: Silhouet uit 1792 van luitenant Henry Lidgbird Ball (1756-1818) (Collectie National Library of Australia) / Rechts: Richard Howe, 1st Earl Howe (1726-1799), naar wie Lord Howe-eiland is vernoemd, olieverfschilderij van de hand van John Singleton Copley (1738-1815), die drie exemplaren maakte, voor elk van Lord Howe’s dochters één (Collectie Royal Greenwich Museums)

Luitenant Ball vergat zichzelf zeker niet: één van de twee bergen in het zuiden doopte hij Mount Lidgbird en de eerder die dag ontdekte zeerotsformatie kreeg zijn achternaam: Ball’s Pyramid.

Aquarel uit 1788 van Arthur Bowes Smyth (1750-1790) van de Lord-Howe-purperkoet (Porphyrio albus), die door menselijk toedoen in de 19e eeuw uitgestorven raakte (Collectie State Library, NSW)

Het eiland bleek onbewoond, dat wil zeggen: geen menselijke bewoning, fauna was er in overvloed, waaronder een aantal endemische soorten, waaronder de Lord-Howe-purperkoet (Porphyrio albus) en de Lord-Howe-duif (Columba vitiensis godmanae), die door toedoen van de mens reeds in de 19e eeuw uitgestorven waren.

Schilderij van de Lord-Howe-duif (Columba vitiensis godmanae), van de hand van George Raper (1769-1796), ook een endemische soort die in de 19e eeuw uitgestorven raakte (Collectie National History Museum, Londen)

Na de ontdekking

Pas vanaf 1834 vestigden zich de eerste mensen op Lord Howe-eiland, dat eerst voornamelijk als uitvalsbasis voor de walvisvaart gebruikt werd.
In 1849 woonden er elf mensen op het eiland, maar in de jaren daarna nam de bevolking toe, toen het aantal boerderijen werd uitgebreid, waardoor het eiland ook zelfvoorzienender werd.

Kaart uit 1952 van Lord Howe-eiland (New South Wales – Department of Lands / publiek domein)

Vanaf de jaren ’60 van de 19e eeuw, verdwijnt de walvisvaart grotendeels van het toneel. De endemische kentiapalm vormt vanaf 1880 het belangrijkste exportproduct. Van de zaden van deze palmboom worden potplanten opgekweekt, die ook nu nog populair zijn.

De kentiapalm (Howea forsteriana) in zijn natuurlijke habitat op Lord Howe-eiland (Black Diamond Images / publiek domein)

Na de Tweede Wereldoorlog wordt ook het toerisme een economische speerpunt voor het eiland, zij het dat vanwege de geringe bevolking en het beperkte oppervlak van het eiland, er nooit meer dan 400 tegelijk op het eiland aanwezig zijn.

Een watervliegtuig van Ansett Airways , circa 1954, met op de achtergrond Mount Lidgbird en Mount Gower (Collectie Barrie Colledge)

Tot aan 1974 werden toeristen per watervliegtuig naar het eiland vervoerd. Dat jaar echter opende het Lord Howe Island Airport, waarna de watervliegtuig-dienst werd opgeheven.

Start- en landingsbaan van het Lord Howe Island Airport (© David Stanley / publiek domein)

De fauna op het eiland had het grootste gedeelte van de 20e eeuw erg te lijden onder een rattenplaag. Tot 1918 was het eiland vrij van ratten, maar bij de schipbreuk van de SS Makambo dat jaar, lukte het een aantal ratten de kust te bereiken, met alle gevolgen van dien.
Sinds de rat actief bestreden werd, middels het “rodent eradication program”, is het tij gekeerd en sinds 2019 is Lord Howe-eiland weer vrij van ratten.

Lord Howe-eiland (fotograaf onbekend)

De vlag

Vlag van Lord Howe-eiland (1993/1998-heden)

De vlag van Lord Howe-eiland is blauw met een op de Britse vlag geïnspireerde combinatie van een liggend kruis en een schuinkruis, beide in wit.
Een grote gele schijf is hier in het midden overheen geplaatst, met daarop in blauw, silhouetten die het eiland representeren (bergen, strand, lagune) en prominent in beeld, een kentiapalm.

Vlaggendeskundige en -ontwerper John Christian Vaughan, hier afgebeeld met een van zijn creaties: de vlag van Greater Sydney (1988-heden) (fotograaf onbekend)

De vlag is in 1993 ontworpen door vexilloloog (vlaggendeskundige) John Christian Vaughan uit Australië en werd op 24 maart dat jaar aan de eilandraad voorgelegd.
Het duurde echter nog tot november 1998 voordat de vlag daadwerkelijk in gebruik werd genomen en sindsdien is ze op het eiland te zien, hoewel strikt genomen de vlag nog steeds onofficieel is.