Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 669 jaar geleden dat Hoorn stadsrechten ontving.
Hoe oud Hoorn precies is, is niet exact bekend, maar men gaat ervan uit dat de plaats rond 1200 in ieder geval al bestond.
De eerste keer dat Hoorn specifiek genoemd wordt is in een stadsboek van de Duitse havenplaats Wismar, dat de periode 1250 tot 1272 bestrijkt.
Vanuit West-Friesland werd er toen al volop handel gedreven met plaatsen gelegen aan de Oostzee, zoals Wismar.

Het was Willem V, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen die op 26 maart 1356 stadsrechten aan Hoorn verleende.
Een plaats met stadsrechten kon zelf rechtsregels opstellen (en handhaven) en belastingen innen.
Overigens werd graaf Willem er zelf ook wijzer van, want Hoorn diende wel met 1.550 gouden schilden (ook wel écu’s genaamd) over de brug te komen, een aanzienlijk bedrag.
De akte waarin alles werd vastgelegd bestaat nog steeds en is in het bezit van het Westfries Archief in Hoorn.

Het ging Hoorn daarna al snel voor de wind en in de 15e eeuw groeide de stad snel, net als die andere belangrijke Zuiderzeehaven 40 km naar het zuiden: Amsterdam.
De grootste bloei beleefde Hoorn in de 16e en 17e eeuw en alle belangrijke instituten van die tijd hadden er een afdeling, zoals de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), Westindische Compagnie (WIC), de Noordse Compagnie (ook wel Compagnie van Spitsbergen en in haar nadagen Groenlandse Compagnie genaamd), de Admiraliteit van het Noorderkwartier, de Westfriese Munt (afwisselend in Hoorn en Enkhuizen) en het College van Gecomitteerde Raden van West-Friesland en het Noorderkwartier.

Na een economisch mindere periode in de 18e eeuw, bloeide Hoorn in de 19e eeuw weer op. Internationaal was Hoorn geen hoofdrolspeler meer, maar regionaal wel. Zo had de stad een grote kaas- en veemarkt.
Heden ten dage telt de stad ruim 75.000 mensen en is het een belangrijk regionaal centrum.

Net als veel andere belangrijke handelssteden uit de 16e en 17e eeuw heeft Hoorn een beladen slavernijverleden, waar de laatste jaren veel discussie over was, net als over het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen op het plein de Roode Steen, hij was gouverneur van Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), afkomstig uit Hoorn.

Werd hij lange tijd door velen als held gezien, tegenwoordig overheerst door zijn gewelddadige optreden, zoals bij de verovering van de Banda-eilanden (nu onderdeel van de Molukken), een heel ander gevoel.
Hoewel menigeen het standbeeld het liefst in een museum zou willen zetten, vonden anderen dat het mocht blijven staan, maar dan wel met een informatieve tekst erbij, waarin ook de schaduwkanten van Coen worden genoemd, wat inmiddels ook gebeurd is.
Andere VOC– en WIC-steden als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Vlissingen, Middelburg en Haarlem hebben inmiddels excuses aangeboden voor het slavernijverleden, maar in Hoorn is dat niet gebeurd.

Volgens de gemeente kwam dat vooral door de discussie over de rol van het stadsbestuur. “Het gaat daarbij over de stadsbestuurders, waar het volk niks over te zeggen had. Sommige raadsleden zeggen zich geen opvolger te voelen van die bestuurders. Die willen geen excuses aanbieden voor iets waarvoor zij zich niet betrokken voelen”, zo liet de gemeente eind 2023 weten.
De Werkgroep Slavernijverleden Hoorn was hierover teleurgesteld.

De vlag

De vlag van Hoorn is een horizontale driekleur van rood-wit-rood. Hoe oud de vlag is, is niet bekend, maar dat hij al eeuwenlang meegaat staat wel vast.
Op het schilderij “Gezicht op Hoorn” uit 1622 van Hendrik Vroom (aan het begin van dit blogverhaal) komt de vlag meerdere malen voor.
De rood-wit-rode vlag is daarmee gelijk aan die van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.

De vlag werd op 26 maart 1957 (vandaag 68 jaar geleden) bij gemeenteraadsbesluit officieel vastgesteld.
In de aanloop naar het raadsbesluit had vlaggendeskundige en -ontwerper Klaes Sierksma de gemeente er echter op gewezen “dat deze vlag verscheidene nationale en internationale paralellen (waaronder officiële!) zou krijgen”, ongetwijfeld duidend op de vlaggen van Dordrecht, Leuven en Oostenrijk.

De gemeente had (zo ging Sierksma verder): “…het historische gegeven verwaarloosd, dat in het Napolitaanse vlaggenboek van 1667 een vlag voor Hoorn wordt gedocumenteerd (pag. 59) van vier evenhoge banen in rood en wit, met daarop een gele hoorn.”

Hoewel het in dat vlaggenboek dus over vier banen gaat, zien we doorgaans op oude internationale vlaggenkaarten drie banen, met overigens inderdaad ook een hoorn (afkomstig uit het gemeentewapen).
De hoorn, die dan weer wel, dan weer niet (meestal níét overigens) op de vlag stond afgebeeld, sneuvelde in 1957 daarmee definitief.
Maar, het dient wel vastgesteld: de vlag mét hoorn zou inderdaad onderscheidender geweest zijn.