Twee vlaggen vandaag. Vlag 2:

Vandaag is het 84 jaar geleden dat de Februaristaking uitbrak. De staking, die twee dagen duurde, begon in Amsterdam, maar breidde zich vanaf de eerste dag snel uit naar de Zaanstreek, Haarlem, Velsen, Weesp, Muiden, Hilversum, Bussum en Utrecht.
De staking, die door de toenmalige illegale Communistische Partij Nederland (CPN) werd georganiseerd, kwam er naar aanleiding van de eerste razzia’s op Joodse burgers in de hoofdstad.
In Europa was dit het enige massale en openlijke protest tegen de Jodenvervolging.

De CPN vreesde tevens de toenemende macht van de met de Duitsers samenwerkende Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB) o.l.v. Anton Mussert.
Men hoopte dat de Duitse bezetter door een algemene staking in zou gaan zien dat de Jodenvervolging in Nederland een doodlopende weg was en zeker geen middel om de NSB aan de macht te brengen. Het landelijke partijbestuur en het bestuur van het District Amsterdam besloten vervolgens over te gaan tot een staking op 25 en 26 februari 1941. De eerste dag zou zo veel mogelijk bij de overheidsbedrijven gestaakt worden en de tweede dag moest een algemene stakingsdag worden, dus ook bij bedrijven.

Staakt!!!
Op de ochtend van de 25e werd het manifest STAAKT!!! STAAKT!!! STAAKT!!! verspreid.
Diezelfde ochtend stopten de trams met rijden en daarna ging het snel. Tegen het middaguur lag de stad nagenoeg plat, een succes dat ook de CPN niet had kunnen voorzien.

Zoals al vermeldt in de introductie breidde de staking zich ook snel uit naar de Zaanstreek en het Gooi.

Hilversum
Zo werd er in Hilversum gestaakt bij de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF), een Philips-bedrijf met 4.000 werknemers.

Personeelsleden liepen massaal via andere bedrijven naar het centrum.
Op de tweede stakingsdag trok er een grote stoet van vele duizenden deelnemers naar het nieuwe Hilversumse raadhuis, toen inmiddels in gebruik genomen als hoofdkwartier van de Wehrmacht.

Daar de toegang was gebarricadeerd trok men verder naar het oude raadhuis in het centrum van de stad.
De Duitsers braken de staking op de tweede dag met geweld, hoewel de actie sowieso niet langer dan twee dagen zou duren.
Generaal Friedrich Christiansen, Bevelhebber van de Weermacht in Nederland, liet via een proclamatie weten dat iedereen onmiddellijk weer aan het werk moest op straffe van 15 jaar tuchthuis, of in het geval van de voor de Weermacht belangrijke bedrijven, de doodstraf.

Nasleep
Bij het neerslaan van de staking kwamen negen mensen om het leven en vielen er 24 zwaargewonden. Talloze stakers werden ook gevangengenomen.

Steden waar gestaakt was, kregen van de bezetters hoge boetes opgelegd.
Zo moest Amsterdam 15 miljoen gulden betalen, Zaandam een half miljoen en Hilversum 2,5 miljoen. Omdat er in Hilversum, net als in Amsterdam, ook was betoogd, was de boete daar relatief hoog.
Hoewel communisten er al niet fraai opstonden bij de nazi’s, deed dit er uiteraard nog een schepje bovenop. Niet alleen Joodse burgers moesten voor hun leven vrezen, dat gold ook voor CPN-leden.
Leendert Schijveschuurder was beide: toen hij op 5 maart betrapt werd bij het aanplakken van stakingsoproepen voor de volgende dag, werd hij zonder pardon op 6 maart gefusilleerd. De staking werd gecanceld.
Van de circa 140.000 Joden die vanuit Nederland naar concentratiekampen in Duitsland werden vervoerd zijn er naar schatting 101.800 vermoord of van uitputting of door ziekte omgekomen.
Daarnaast kwamen ook communisten in de kampen terecht, net als homoseksuelen, zigeuners, kunstenaars, intellectuelen, pastoors en predikanten.
Dokwerker
De Februaristaking wordt in Amsterdam sinds 1946 ieder jaar herdacht. Sinds 1953 gebeurt dat bij het beeld De Dokwerker, een beeld van Mari Andriessen, dat in 1952 werd onthuld door Koningin Juliana, ter nagedachtenis aan de Februaristaking.

Tot 1970 stond het beeld bij het Waterlooplein, maar vanwege de bouw van de metro en de Stopera verhuisde het naar het Jonas Daniël Meijerplein, midden in de voormalige Joodse buurt.
Jarenlang waren de communistische organisatoren niet welkom bij de herdenking. Deze ietwat merkwaardige beslissing werd ongetwijfeld ingegeven door de angst voor het communisme in de jaren ’50 van de vorige eeuw. De communisten hielden dan ook een eigen herdenking.
Sinds 1968 werd dit beleid omgegooid en werden beide bijeenkomsten samengevoegd.
De vlag

De vlag van Amsterdam is een horizontale driekleur van rood-zwart-rood, met in de middelste baan drie korte, witte Andreaskruisen, ze werd officieel aangenomen op 5 februari 1975, hoewel de vlag al veel langer meegaat.
De kleur rood stamt van het wapen van Amsterdam, dat rond 1280 werd ingevoerd en dat door de eeuwen heen heel wat gedaanteverwisselingen heeft gehad, maar waarbij het wapen zelf altijd gelijk bleef, op de dikte van de kruisen na.

Het wapenschild is in feite een verticale versie van de vlag. De officiële beschrijving van de Hoge Raad van Adel luidt:
In keel* een pal van sabel*, beladen met drie verkorte St. Andrieskruisen van zilver*, paalsgewijze gerangschikt. Het schild gedekt met de Rudolphinische Keizerlijke kroon en van weêrszijden vastgehouden door twee van keel* getongde leeuwen in natuurlijke kleur, staande op een piedestal of console, vergezeld van het devies Heldhaftig Vastberaden Barmhartig.
*de heraldische termen keel, sabel en zilver staan voor rood, zwart en wit

De kruisen
Hoewel het niet te bewijzen valt, gaan veel historici ervan uit dat de drie andreaskruisen afkomstig zijn van het wapen van de familie Persijn.
Zo moet Jan Persijn († 1283) bij de prille geschiedenis van Amsterdam betrokken zijn geweest en wordt hij als stichter van “die plaatse” (de huidige Dam) genoemd.

Amstelveen en Ouder-Amstel, die ook bezit waren van de familie Persijn, hebben vergelijkbare wapens en vlaggen.

Er zijn ook andere theorieën: zo zouden de kruisen kunnen staan voor drie doorwaadbare plaatsen in de Amstel. Of voor de drie plagen waar de stad gedurende de geschiedenis mee te kampen had: vuur, water en de pest (maar deze theorie is op het merendeel van dorpen en steden in de Lage Landen van toepassing).
Verschijningsvormen
De vlag heeft nogal wat verschijningsvormen gehad, hieronder staan een aantal varianten:



En hoewel de vlag dus pas in 1975 officieel werd vastgesteld, was het de rood-zwarte-rode versie die gedurende de 20e eeuw de standaardversie werd.

De vlag is uitermate populair en is dan ook overal in Amsterdam aan te treffen en is op ontelbare souvenirs en T-shirts afgebeeld en de andreaskruisen zijn niet weg te denken op de bekende amsterdammertjes.

Februaristakingsvlag
Na de Tweede Wereldoorlog verleende Koningin Wilhelmina als blijk van waardering voor het verzet van de Amsterdammers tegen de Jodenvervolging tijdens de Februaristaking in 1941 en ter nagedachtenis daaraan, het devies wat nu op het wapen voorkomt: Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig.

De koningin gaf tevens opdracht tot het vervaardigen van een speciale verzetsvlag voor Amsterdam.
Pam Reuter ontwierp deze witte vlag met daarop het stadswapen en het devies. Op 17 december 1947 werd deze vlag van 3,5×5 m voor het eerst op de Dam gehesen, in aanwezigheid van de koningin.
Hierna werd de vlag ieder jaar gebruikt bij de herdenking van de Februaristaking.

In de loop der jaren begon de vlag zo te slijten, dat ze vervangen diende te worden en er werd dus een kopie gemaakt.
Het origineel werd in 1976 aan het Amsterdams Historisch Museum overgedragen, waar ze in 2008 werd geconserveerd en opgeborgen, zorgvuldig gewikkeld in zuurvrij museumpapier, om het behoud te garanderen.
het museum hoopt de vlag nog eens te kunnen exposeren, wat nog niet zo makkelijk is vanwege de afmetingen.